Posts tonen met het label spanje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label spanje. Alle posts tonen

woensdag 29 april 2026

CUBA EN HET LINKSE GEBAAR

Bovenaan: ter verdediging van de democratie. Onderaan: Mexico, Spanje en Brazilië sturen een berichtje naar Trump: vragen om de territoriale integriteit van Cuba te respecteren.


Half April was er een bijeenkomst in Spanje van socialistische leiders uit de hele wereld onder de naam Global Progressive Mobilisation. Het woord socialisme is blijkbaar electoraal gedegradeerd zodat het meer en meer wordt vervangen door Progressief zoals in Nederland onlangs. In Vlaanderen opereren de socialisten dan weer liever onder de naam Vooruit. Valmingen zijn taalgevoelige voor woorden overgenomen uit den vreemde.


Op de agenda stonden o.a. de hervorming van de VN Veiligheidsraad, intussen een machteloos instrument geworden ter handhaving van de vrede in de wereld, en het belasten van miljardairs. Maar een opvallende punt was toch ook de solidariteit met Cuba.


Dat land wordt door president Trump met een olie blokkade economisch gewurgd al hoewel laatstelijk Trump een Russisch olieschip ongemoeid naar Cuba liet varen. Maar dat is natuurlijk maar een druppel op de gloeiende plaat.


Volgens de socialisten is er als gevolg van deze blokkade sprake van een humanitaire crisis. Het tragische van Cuba is dat deze humanitaire crisis al tientallen jaren aan de gang is zonder dat de socialisten van Spanje en andere landen als Mexico en Brazilië erin geslaagd zijn om ook maar en titel of jota te veranderen aan die crisis die het gevolg is van de communistische dictatuur van de familie Castro cum suis.


Toen ik het eiland in 2008 (50 jaar na de communistische staatsgreep van commandante Fidel Castro)  bezocht was er al sprake van een ernstige crisis. Er was weliswaar geen hongersnood, maar de armoede was schrijnend. Vergeleken met de Dominicaanse Republiek, om maar niet te spreken van andere Caraïbische eilanden waaronder ook Curacao en Aruba, is Cuba een onderontwikkeld en bijna achterlijk eiland.


Schoolklas van kinderen met een beperking in Havana (2008). Er mag dan gebrek aan van alles zijn, de rode das van de revolutie blijft verplicht.



Van de alom geroemde gratis gezondheidszorg is al jaren niets over. Op onze wandeltocht door Havana stuiten we op een schooltje voor kinderen met een beperking. Ik had een zo een armetierig lokaal nog nooit gezien in Latijns Amerika behalve in afgelegen, dun bevolkte gebieden. 


De docenten vertelden dat ze helemaal niets hebben om de kinderen mee bezig te houden.Ze vroegen ons of zij niet konden helpen al was het maar met wat schrijfwaar en papier. Toevallig hadden we wat balpennen bij ons bestemd voor een verboden vakbond van onderwijzers. We hebben de pennen toen maar aan hun gegeven.


Openbaar vervoer in het stadje Viñales


Op onze reis naar het binnenland leerden we dat er nauwelijks openbaar vervoer is terwijl je toch in de rest van Latijns Amerika overal de bus kunt nemen, zelfs in de meest afgelegen streken. Voor toeristen rijden in Cuba speciale, beter onderhouden bussen. De breed aangelegde wegen zijn leeg op een enkele auto na. Langs de weg staan mensen die een lift willen. Ondanks dat het verboden is, neemt de buschauffeur af en toe een passagier mee.


Terug in Havana liepen we uit nieuwsgierigheid een hal binnen. We zagen wat tafeltjes met wat schamele groenten en fruit te koop liggen, resultaat van eigen teelt. Die is eigenlijk verboden maar wordt oogluikend toegelaten zo lang er niet teveel wordt aangeboden.


De verkoop uit eigen teelt wordt op heel kleine schaal toegestaan.


Vlees is voor de gewone Cubaan onbetaalbaar. Alleen in restaurants voor toeristen staat vlees in beperkte mate op het menu. Het meest krankzinnige is dat je op een eiland als Cuba dat midden in de Caraïbische zee ligt nergens vis of garnalen kunt eten. Je ziet ook bijna nergens boten terwijl op elk eiland waar dan ook in de wereld het stikt van vissersboten op stranden en in baaien. Maar op Cuba zijn ze verboden omdat ze gebruikt kunnen worden om het eiland te ontvluchten.


Bonnenboekje winkel in Havanna


Toch hebben we garnalen gegeten. Illegale garnalen want alle officiële vangst wordt geëxporteerd. Die export is net als de productie van rum en sigaren in handen van het leger. De legertop beschikt zo ongeveer over de helft van alle economische activiteiten op het eiland.


Voor zover er op het eiland geld binnenkomt is dat dankzij het toerisme en vooral dankzij gevluchte Cubanen die vanuit Amerika en de rest van de wereld geld en goederen sturen naar familie, vrienden en bekenden. Vanzelfsprekend wordt deze import naar socialistische gewoonte zwaar belast met een tarief van meer dan 50%.


Het communisme heeft het eiland niet alleen armoede gebracht maar vooral ook onderdrukking. Er bestaat sinds de revolutie van 1958 die het eiland heette te bevrijden van de dictatuur van Trujillo, geen vrijheid van meningsuiting of vereniging, geen vrije verkiezingen, geen andere krant dan die van de communistische partij enz.


Dat is het Cuba dat we zagen en dat nu door de olieblokkade in een nog grotere crisis wordt gestort. Dat deugt niet, maar van Trump weten we dat hij als vastgoedhandelaar niet geïnteresseerd is in het lot van de bewoners van vastgoed. 


Maar wat te denken van de socialistische landen Spanje, Brazilië en Mexico die op hun wereldcongres in Spanje verklaren dat ze “tot op de dag van vandaag geloven dat geen enkel volk klein is, maar juist groot en standvastig wanneer het zijn soevereiniteit en het recht op een volwaardig leven verdedigt?”


Maar dat is nu juist waar het de Cubanen al sinds de revolutie aan ontbreekt. Hen wordt door het communistisch regime geen waardigheid, geen vrijheid en geen mensenrechten gegund. Blijkbaar gaat het deze drie landen niet om de mensenrechten van de Cubanen maar om een mooi groot linkse gebaar tegenover president Trump. 


Zie ook de blog "Armoede in Kleur op Cuba" van 26 maart j.l.

 

donderdag 5 maart 2026

INTERNATIONALE RECHTSORDE OF REALPOLITIK?



Nederland hecht heel veel waarde aan een internationale rechtsorde. Dat is begrijpelijk voor een klein land als Nederland. Het is de enige manier om als land overeind te blijven tussen de machtigen der aarde.


Het probleem van de internationale rechtsorde is dat het allemaal mooi op papier staat maar in de dagelijkse werkelijkheid van machtspolitiek niet altijd werkt. Nederland verklaarde zich in de jaren dertig van de vorige eeuw neutraal in de oorlog tussen Hitler’s Duitsland, Frankrijk en Engeland maar dat hielp niet. 


Hitler viel met zijn troepen massaal ons land in en dwong het snel op zijn knieën met zijn overmacht en rücksichtsloze bombardementen op Rotterdam. Weg internationale rechtsorde. Er zat niets anders op dan ons aan te sluiten bij de geallieerden om de onrechtmatige bezetting van ons land ongedaan te maken. Kortom, we werden gedwongen oorlog te voeren.


Na de Tweede Wereld Oorlog hadden we geluk. Het machtige Amerika dat ons geholpen had ons te bevrijden van de Duitse bezetting werd via de NAVO een bondgenoot bij dreigend oorlogsgevaar en was meteen ook de beschermheer van de nieuwe naoorlogse internationale rechtsorde in de pas opgerichte Verenigde Naties.


Zo leefden we decennia lang in vrede. Niemand durfde Nederland aan te vallen en wijzelf werden voorvechters van de nieuwe internationale orde. Dat onze beschermheer en daarmee ook wijzelf, zich niet altijd aan het internationaal recht hielden, zoals bijvoorbeeld met de NAVO bombardementen op Belgrado, was vervelend maar niet onoverkomelijk. We stonden immers aan de kant van de machtigen.


Bovendien hadden we een argument bij de hand om het ingrijpen alsnog te rechtvaardigen namelijk ingrijpen vanuit humanitair perspectief. De tegenstrijdige kwestie werd samengevat onder de term “ onrechtmatig maar legitiem”.


Nu, met de Amerikaanse - Israëlische oorlog tegen Iran, doet zich hetzelfde dilemma voor maar met een nog complexere achtergrond dan het NAVO ingrijpen in het voormalige Joegoslavië. Alsof dat nog niet genoeg is, speelt de Iraanse oorlog zich ook nog eens af tegen de achtergrond van de Russische - Oekraïense oorlog. Een oorlog waarmee Rusland de hele internationale rechtsorde aan zijn laars lapt.


Dat kunnen Europa en zijn beschermheer niet over hun kant laten gaan. Dat zou betekenen dat Rusland de vrije had zou krijgen in Europa. Dus mobiliseert Europa samen met beschermheer Amerika zoveel mogelijk middelen om de Russische oorlogsvoering in Oekraïne te hinderen en Oekraïne te helpen. 


Dat alles verandert met de komst van Trump als president van Amerika. Hij blijkt van een heel ander kaliber te zijn dan al de Amerikaanse presidentiële beschermheren sinds de Tweede Wereldoorlog. Hij eist dat Europa voor zijn eigen militaire verdediging zorgt en voert de druk op vooral Oekraïne op, om vrede te sluiten met Rusland. 


Wat moet Europa en in zijn kielzog Nederland nu met de oorlog tegen Iran? Ons vastklampen aan een internationale rechtsorde die geen stand houdt, niet alleen vanwege Rusland maar ook niet door Amerika? Alsof dat niet genoeg is, zitten we in hetzelfde schuitje als Duitsland, Frankrijk en Engeland. Die hebben we als het erop aankomt nog harder nodig als bondgenoten dan Amerika, zeker als de laatste Europa laat vallen.


Er zal voor onze nieuwe CDA minister Tom Berendsen niets anders opzitten dan de internationale rechtsorde verbaal overeind te houden in de VN enz., dat zijn we schatplichtig aan onszelf, maar ondertussen zal Nederland realpolitik moeten bedrijven met onze Europese bondgenoten en indien mogelijk Amerika en Israël.


We kunnen ook kiezen voor de Spaanse opstelling en ons afkeren van NAVO en onze Europese bondgenoten en ons neutraal verklaren zoals we ook aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog hebben gedaan. Maar ik vrees dat we dan van een heel koude kermis zullen thuiskomen, niet alleen op het gebied van militaire veiligheid maar ook in welvaart.




vrijdag 13 september 2024

MEXICAANSE VERTELLINGEN 4. MALINCHA, DE MOEDER VAN MEXICO

Malincha en andere inheemse vrouwen in het "Texas Manuscript", de geschiedenis van Tlaxcalan. Dit beeld van Malincha en de dochters van de edelen van Tlaxcala die aan de Spanjaarden werden overgedragen, ontstond in de eerste helft van de 16e eeuw. Nettie Lee Benson Latin American Collection, bibliotheken van de Universiteit van Texas, de Universiteit van Texas in Austin.




Tijden gaan voorbij zonder noemenswaardige onrust. Het dorp leeft zijn leven, vereert de goden in het huis dat ze gebouwd hebben. Het leven gaat zijn gang zoals het zijn gang moet hebben. Dan verschijnen onbekende, blanke mannen te paard. Het zijn bazen uit de oude stad waar naar geluisterd moet worden.


Ze nemen het bos op de berghelling samen met het meer in beslag voor de bouw van een haciënda, geen haciënda voor suikerriet, tabak of andere landbouwproducten maar een waar zilvererts wordt gewassen uit de zilvermijnen beneden aan de berg. Sinds daar zilver is gevonden, is het op de berghelling druk geworden. Die drukte komt nu dus ook naar het dorp op de helling van de berg.


Voor het wassen is veel, heel veel water nodig. Uit de bergen rond het dorp stromen beken door de bossen die genoeg water leveren om de bassins te vullen. Er is ook genoeg hout in de bergen om de ovens te stoken waarin het zilvererts tot staven wordt gesmolten.


De eigenaar van de haciënda heet Don Francisco de la Plata. Zijn stamvader is in het kielzog van de Spaanse veroveraar Hernan Cortès naar Mexico gekomen op zoek naar rijkdom, het liefst goud en als dat er niet is, is zilver ook goed. Goud heeft hij niet gevonden maar wel zilver. Eerst elders in het land, ten zuiden van de oude stad. Daar hebben de zilvermijnen het stadje Taxco gebaard. Het wemelt daar van de zilversmeden. Het is uitgegroeid tot een welvarende stad. 


Misschien wordt Real del Monte met zijn nieuwe zilvermijnen ook  een welvarende zilverstadje. Voorlopig is er weinig van welvaart te zien. Nu is het nog een dorp van mijnwerkers die elke dag opnieuw door de ondergrondse gangen kruipen om het ijzererts uit de rotsen te houwen. Smerig, gevaarlijk en slecht betaald werk maar wel werk dat geld oplevert en dat is wat de dorpelingen nodig hebben.


Don Francisco noemt zijn haciënda San Miguel naar de aartsengel die de hemelse legers aanvoert in de strijd tegen de duivels, de afvallige engelen die verbannen werden naar helse oorden. De bedoeling is dat de aartsengel over zijn haciënda en zijn bewoners zal waken.


Om er zeker van te zijn dat dieven en ander gespuis de haciënda niet zo maar kunnen binnenvallen, laat hij voor alle zekerheid rond de haciënda twee meter hoge dikke muren bouwen met daarin maar een enkele toegang, een zwaar houten poort die permanent bewaakt wordt. Het zilvererts komt van beneden, in karren de poort binnen gereden. 


De zilveren staven verlaten met een zwaar beveiligde karavaan van muilezels en paarden de haciënda naar de ver weg gelegen oude stad. Vandaar gaat de reis naar de haven van Veracruz aan de Atlantische Oceaan om met een vloot van schepen met zilver over te steken naar het koloniale moederland Spanje.  


Don Francisco woont met zijn gezin, enkele bedienden en medewerkers op de haciënda. De paardenstallen liggen links naast de poort. De waterbassins liggen achter in het bos tegen de bergen zodat het water er direct in kan stromen. Door een ingenieus systeem wordt het water van het ene naar het andere bassin geleid tot het terecht komt in een meer waarvan het water in kleine beken zijn weg verder naar beneden in het dal zoekt.


Don Francisco slaapt soms met dochters uit het dorp net als zijn voorvader eerder deed in de tijd dat het land nog veroverd moest worden, de tijd van de grote veroveraar Hernan Cortes. Diens overwinning op de Azteken schonk hem een dochter van een Azteekse edele, Malincha geheten. 


Zij werd in het bed van de grote veroveraar de stammoeder van een nieuw volk, een volk waarin veroverden en veroveraars in elkaar zijn opgaan. Zij zijn de nieuwe bewoners van het nieuwe land. De macht blijft samen met het goud en het zilver bij de veroveraars van Spaanse bloede.  


Malincha mag dan de moeder van een weliswaar nieuw volk zijn maar dat volk blijft onderworpen aan de wil van de koning in Madrid en zijn vazallen in het nieuwe land Mexico.

 

vrijdag 7 juni 2024

45. AMERICA LATINA. THERESIA VAN AVILA

 

Theresia van Avila heeft diverse kunstenaars geïnspireerd. Links Santa Teresa de Jesús, een zeventiende eeuwse kopie van een schilderij van José de Ribera te zien in het Prado te Madrid. Rechts een detail van "Extase van Theresia" van de 17e eeuwse beeldhouwer Bernini te zien in de basiliek Santa Maria Della Vittoria in Rome. "Theresia van Ávila is een van de beroemdste mystici onder de katholieke heiligen. Samen met de heilige Johannes van het Kruis heeft zij de orde van de Karmel hervormd in de zestiende eeuw. Haar geschriften hebben de mystieke theologie dermate ingrijpend beïnvloed, dat zij door paus Paulus VI in 1970 als eerste vrouwelijke heilige werd uitgeroepen tot kerkleraar." (Wikipedia: Theresia van Avila)

De volgende bedevaart is naar Avila, de stad waar de Heilige Theresia van Avila ofwel Santa Terese de Jesús, is geboren (1515). Ze is de dochter van Joodse ouders die gedwongen werden zich te bekeren tot katholieken. In die tijd had men minder respect voor anders gelovigen. Spanje was sowieso een fanatiek katholiek land. Daar kunnen de Nederlandse protestanten over meepraten.

We zien de stadsmuur al van verre liggen. Dichterbij zien we pas goed hoe indrukwekkend de muur is. De muur is gebouwd in het jaar 1100, toen de stad nog dienst deed als een bolwerk tegen de Moren. Driehonderd jaar later (1492) was met de val van Granada de herovering van Spanje een feit. Een jaar later vaardigen de katholieke vorsten het edict tegen de joden uit. 

Het zelfvertrouwen van de Spanjaarden was door de verdrijving van de Moren uit Spanje groter dan ooit. Dat werd nog groter met de verovering van Mexico en andere  Zuid-Amerikaanse landen. Spanje was een wereldrijk in wording. Een nieuwe tijd brak aan voor Spanje, de wereld en het Roomse katholicisme. 

Sinds Maarten Luther met zijn 95 stellingen de wantoestanden in de Roomse Kerk aanklaagde(1517) wankelde de Roomse kerk. Zijn aanklacht leidde tot de Reformatie wat de oorsprong was van het protestantisme. De hervormingen van Luther hadden ook geopolitieke gevolgen waarvan de opstand in de Lage Landen tegen de Spaanse Koning ofwel de Tachtigjarige oorlog de belangrijkste was.

In die tijdspanne vol onrust in Noord Europa vindt de ontmoeting tussen de Heilige Theresia en Sint Jan van het Kruis plaats. Zij betrok hem bij de hervorming van de Karmel en maakte hem tot de geestelijke vader van de nonnen in het door haar opgerichte klooster van de Ongeschoeide Karmelietessen in Avila. Je kunt Teresia de geestelijke moeder van Jan van Het Kruis noemen in zover hij die nog nodig had.

“Vijftien augustus 1567 komt Teresa de Jesús aan in Medina del Campo om er het tweede klooster te stichten van de Ongeschoeide Karmelietessen. Vijf jaar geleden is ze er in geslaagd te Avila een kleine gemeenschap te stichten van vrouwen die het oorspronkelijk ideaal van de Karmel willen beleven. Zij is erin geslaagd, ondanks onvoorstelbare tegenwerking van alles wat naam en invloed heeft in deze besloten stadsgemeenschap van een Castilië dat de weidsheid en de ernst van de nieuwe tijd en de nieuwe noden nog niet heeft geproefd. Ook Teresia wil méér! Met dit doel is zij naar Medina gekomen, de stad die beheerst wordt door het vijftiende-eeuwse Castillo de la Mota, waarin Johanna de waanzinnige, Isabella van Castilië en Caesar Borgia - eigenaardige vruchten van vijftien eeuwen Christendom - hebben gewoond. Kastelen interesseren deze vrouw echter alleen maar in functie van mensen. Hét kasteel is voor haar het kasteel van ’s mensen inwendigheid, het kasteel van de ziel.” (Blz.25 en 26 in Verzamelde Werken van Sint Jan van het Kruis)

Jan van het Kruis was in Medina om zijn eerste Heilige Mis na zijn priesterwijding in Salamanca op te dragen. Ze weet hem in te palmen voor haar plannen tot hervorming van de Karmel.

“In Medina wil zij de jonge universiteitsstudent Juan de Yepes ontmoeten die hier vanuit Salamanca zijn eerste heilige mis is komen opdragen in de Karmel van de oude observantie. Ook deze jonge intellectueel is niet tevreden met het Karmel-ideaal zoals het beleefd wordt in het instituut. Hij wil niet meer terug naar de universiteit van Salamanca, maar heeft het plan recht door te gaan naar de kartuizer van Paular. Aan hervorming in zijn eigen instituut denkt hij niet; alleen aan zijn individuele heiligheid. Zij is twee-en-vijftig, in de volle kracht van haar leven en wordt reeds Madre en hervormster genoemd door een gemeenschap die ze zelf heeft gevormd; hij is pas vijf-en-twintig en kent het leven alleen van de universiteitsbanken en vanuit de eenzaam makende ellende van zijn jongensjaren.” (blz.26 verzamelde werken van Sint Jan van het Kruis)

Ze weet hem over te halen om samen met een eveneens door Teresa uitgezochte monnik de hervorming van de mannelijke Karmel te beginnen. Uit die samenwerking ontstaat een vriendschap voor het leven. Jan van het Kruis wordt op zijn dertigste de biechtvader van de 130 nonnen in klooster der Menswording in Avila waar Teresa de priorin van is. 

Jan van het Kruis en Teresia wilden met hun hervormingen terugkeren naar de geestelijke bronnen van het Christendom, een antwoord geven op de ontstane onrust in de Roomse kerk als gevolg van de Reformatie. “De middeleeuwen zijn voorbij, de nieuwe tijd is aangebroken. Het overtollige aanslibsel wordt afgestoten. Nieuw als op de eerste Pinkstermorgen wil de Kerk de nieuwe tijd binnengaan. Vandaar een terugkeer naar het begin.” (Blz 26-27 in Verzamelde Werken van Sint Jan van het Kruis)

Als mystici en begenadigde schrijvers blijken zij ook nog eens over praktisch organisatie en management talenten te beschikken. Hoe anders zouden zij nieuwe kloosterordes van de grond af aan op hebben kunnen bouwen? Ze leefden niet met hun hoofden in de wolken zoals vaak wordt gedacht van mystici. Hun mystieke geestelijke leven stond een praktische aanpak van het aardse leven geenszins in de weg. Integendeel, het was een inspiratiebron voor juist dat praktische handelen. 

Het einde van de middeleeuwen brengt in Europa het nieuwe land Nederland voort, als het ware gewelddadig geboren uit het Spaanse rijk. Nog tijdens de tachtig jaar durende opstand laat ook dit nieuwe land zich in de wereld gelden. Spanje mag dan een deel van zijn rijk in Noord Europa verliezen, het sticht tegelijk nieuwe reusachtige rijken wereldwijd die de loop van de wereldgeschiedenis veranderen.  

Het uit bloed en tranen geboren Nederland volgt in de voetsporen van zijn vroegere overheersers en bouwt een wereldhandelsrijk op. De Republiek der Nederlanden wordt dankzij de Verenigde Oost Indische Compagnie het eerste kapitalistische burgerland in de wereld.  


vrijdag 26 april 2024

39. AMERICA LATINA. HONDERD JAAR EENZAAMHEID

De Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Márquez (rechts) is zijn leven lang bevriend gebleven met de Cubaanse dictator Fidel Castro. Een merkwaardige en absurde vriendschap als je beseft dat Castro er niet tegenop zag dichters en schrijven die kritisch over hem schreven gevangen te zetten of te verbannen. Een absurde vriendschap die verwant is aan de absurditeit van de geschiedenis van Colombia die Marquez zo virtuoos beschrijft in zijn boek 'Honderd Jaar Eenzaamheid'. Merkwaardig is dan weer dat hij zijn invloed op Castro uitoefende om politieke gevangenen vrij te krijgen. Zo kwam bijvoorbeeld de vakbondsman Reinol Gonzalez, een vroegere medestander van Castro die zich later verzette tegen zijn dictatuur, dankzij Marquez vrij.


Het weerzien met Alvaro en Martha is alsof we nooit weg geweest zijn. Na ons vertrek uit Colombia zijn beiden naar New York vertrokken alwaar Alvaro sociale psychologie heeft gestudeerd. Na de afsluiting van zijn studie had hij nog geld van de beurs over. Die mocht hij in Madrid besteden. 

Ze hebben sinds ruim een jaar een dochter. Martha is speciaal voor de bevalling teruggegaan naar Colombia. Een bevalling in een ziekenhuis in New York, zonder haar vertrouwde omgeving zag ze niet zitten. Nu is ze samen met Lorena meegekomen naar Madrid. 

In Madrid volgt Alvaro colleges Spaanstalige litteratuur. Ze bespreken er onder andere het pas verschenen boek 'Honderd Jaar Eenzaamheid'  van de Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Marquez. Aangezien ik het boek net gelezen heb, hebben we een aanknopingspunt voor uitgebreide gesprekken over Colombia. 

Ik deel het enthousiasme van Alvaro. Zelden heb ik een boek gelezen waar fantasie en werkelijkheid zo boeiend en gemakkelijk in elkaar overgaan. Generaties van de familie Buendia in het afgelegen stadje Macondo beleven de meest werkelijke en onwerkelijke avonturen, echte avonturen van liefde en dood maar ook vreemde zaken als de ontdekking van de natuurwetten. De stamvader van de familie Buendia ontdekt bijvoorbeeld dat de wereld rond is en van wie weet nog groter belang voor de toekomst van het stadje, hoe je ijs kunt maken. 

Marquez beschrijft het lot van Colombia, verloren in de tijd tussen vele culturen, eenzaam en alleen achtergebleven nadat de Spaanse heersers verdreven waren door de grote bevrijder Simon Bolivar. Wat achterbleef was een land met oude pre-Colombiaanse culturen waaronder ook nog in het woud levende indianenstammen, een dominante blanke cultuur van Spaanse afstammelingen met aan de kusten nakomelingen van de zwarte slaven uit Afrika. Maak daar maar eens een land van. 

Dan was de geboorte van de Republiek der Nederlanden een stuk eenvoudiger. Nadat de Spanjaarden verdreven waren, bleef een land achter met dominante protestanten en onderworpen katholieken maar hoe dan ook, ze spraken dezelfde taal en deelden dezelfde geschiedenis.

Colombia daarentegen heeft meer weg van de vreemde wereld van Alice in Wonderland, een wereld afgezonderd van de echte wereld. Het staat met een been in de moderne wereld en met het andere been in een oude wereld met verschillende bijgeloven en geschiedenissen. 

Geen wonder dat in het land een zekere chaos en verwarring heerst. De tegenstellingen tussen de nieuwe steden en het oude uitgestrekte platteland, tussen de verschillende culturen en rassen, de elite en het volk enz. maakt dat je een gevoel van vervreemding en absurditeit krijgt, alsof Colombia ergens in de ruimte op een eigen planeet bestaat, afgezonderd van de rest van de wereld en toch ook weer niet. Dat geeft een permanent gevoel van eenzaamheid, verlaten te zijn van god en alleman.

De Mexicaanse schrijver, dichter en essayist Octavio Paz schreef niet ook toevallig nog voor 'Honderd Jaar Eenzaamheid'  het boek ‘Het Labyrint van de Eenzaamheid’. Ook Mexico is ontstaan uit een mengelmoes van oude Indiaanse culturen waaronder sommigen die behoorlijk ontwikkeld waren als die van de Azteken en van de Maya’s. Daarover heen legden de Spaanse veroveraars net als in Colombia bijna letterlijk hun cultuur. Ze vernietigden piramides van Azteken om met de stenen kathedralen te bouwen.  

Net als Marquez stelt Paz zich de vraag wie de Mexicanen nu eigenlijk zijn? Ze zijn afstammelingen van culturen uit de oude pre-Colombiaanse wereld, de wereld van voor Columbus maar ook van de blanke Spanjaarden die het Christendom hebben verspreid als de enig geldende waarheid. 

Is het een wonder dat er aan het begin van de twintigste eeuw net als in Colombia het tot een burgeroorlog komt tussen de nog in hun eeuwenlange traditie levende kleine indiaanse boeren op het platteland en de blanke plantage eigenaren, tussen wat heet de conservatieven en de liberalen, tussen democraten en aristocraten? 

Blijkbaar kan het niet anders dan dat de geboorte van een nieuw land gepaard gaat met heftige tegenstellingen en onderlinge oorlogen. We vragen ons af of en wanneer dat ooit afgelopen zal zijn. 

 


vrijdag 19 april 2024

38. AMERICA LATINA. HET SPAANSE STRAND

 

Zo ziet verveling van twee jonge mannen in het binnenland van Spanje eruit.

Ik weet niet of dit het moment is om me verder te bezinnen op de plaats van Spanje in de wereld maar het land neemt nog steeds een onbelangrijke plaats in de wereld in. Generaal Franco, die met hulp van Hitler en andere fascistische krachten de burgeroorlog tegen de Republikeinen in 1939 met de val van Barcelona heeft gewonnen, is nog altijd aan de macht. 

Vergeleken met het Europa van boven de Pyreneeën is Spanje bevroren in de tijd. Natuurlijk, er rijden auto’s rond, er is telefoon en radio maar de sociale, politieke en economische verhoudingen zijn gestold in de tijd van voor de Tweede Wereldoorlog. De Roomse kerk is er nog machtig. Behalve het toerisme. Dat verandert de badplaatsen tot kleine enclaves van pseudo-modern Europees leven. 

Ik heb dat gemerkt tijdens onze eerste vlieg-kampeervakantie in 1968  naar Calella, een klein dorpje aan de kust onder Barcelona. Het was de goedkoopste strandvakantie die we konden vinden. Tijdens die twee weken ontdekten we dat strandvakanties niks voor ons zijn. Het is sowieso slecht voor mijn gevoelige blanke huid. Ik verbrand bij het kleinste straaltje zon. Insmeren helpt maar even. Maar het is ook geestdodend. Je ligt daar maar nutteloos in het zand als een stuk vlees te roosteren in de zon.

Hoe zo een dag door te komen? In de ochtend gaan we zwemmen met daarna zonnen onder een badlaken tot aan de koffie in de strandbar om ongeveer half elf. Na de koffie nog even zwemmen en drogen op het strand.  Dan terug naar de camping om bij de tent, een zogenaamde shelter, te eten. Onderweg doen we in het dorp inkopen.

Na het eten in de schaduw van de bomen op de camping lezen en nog eens lezen tot het heetst van de dag voorbij is. Dan terug naar het strand om even te zwemmen, te drogen en een biertje te drinken aan de dezelfde strandbar. Tegen zonsondergang gaan we terug naar de tent om ons klaar te maken voor het avondeten in een van de kleine, bescheiden en goedkope restaurantjes in het dorp. 

Om de saaie strandweek te breken, boeken we bij een reisbureau een uitstap naar Barcelona met als hoogtepunt een potje stierenvechten. We wilden ook dat wel eens zien. Daar zaten we dan helemaal boven aan in de immens grote arena naar kleine poppetjes te kijken die een schouwspel opvoerden waar we, zo ontdekten we, niks mee hebben.

De terugreis werd verknald door een gids die aan de lopende band onbenullige wetenswaardigheden met jaartallen opsierde. Allemaal bedoeld om de verveling te verdrijven. Ik had net zo lief in stilte naar buiten gestaard.

Daarna besloten we eens een kijkje te gaan nemen in het binnenland.  We namen de trein naar een willekeurig stadje Sils geheten. Het ligt niet al te ver van de kust, zodat we in een dag op en neer kunnen. Dat werd een faliekante mislukking. We kwamen op het uur van de siësta aan. Het hele stadje lag plat. Er zat niets anders op dan na even rond gelopen te hebben, in de schaduw te schuilen voor de hitte tot de trein ons terug zou brengen. Dit was onze eerste en laatste strandvakantie.