Posts tonen met het label wereld verbond van de arbeid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wereld verbond van de arbeid. Alle posts tonen

maandag 23 februari 2026

AFSCHEID VAN/ FAREWELL TO KOFFI CHRYSANTHE ZOUNNADJALA

Koffi op zijn kantoor in Lomé, Togo. 2016. Zijn rommelige bureau is een weerspiegeling van zijn dagelijkse werk in een chaotisch continent als Afrika. Het continent is volop in ontwikkeling, een continent dat zijn identiteit en plaats in de wereld nog moet vinden. Dat geldt ook voor de vakbonden. De ontwikkeling verloopt chaotisch en soms onvoorspelbaar vooral als er weer eens een staatsgreep plaatsvindt of er een gewelddadig conflict uitbarst. Koffi hield in deze chaos altijd zijn hoofd koel en probeerde er onder alle omstandigheden het beste van te maken.

***

Koffi in his office in Lomé, Togo, 2016. His cluttered desk reflects his daily work in a chaotic continent like Africa. The continent is in full development, a continent that still needs to find its identity and place in the world. This also applies to the unions. Development is chaotic and sometimes unpredictable, especially when another coup d'état occurs or a violent conflict erupts. In this chaos, Koffi always kept a cool head and tried to make the best of it under all circumstances.




Koffi is niet mijn eerste vakbondsvriend in Afrika die is overleden maar wel de vakbondsvriend die ik het langs kende. We kenden elkaar sinds 1992, toen ik als Verbondssecretaris bij het Wereld Verbond van de Arbeid in Brussel ging werken.

Hij was als enige vertegenwoordiger uit Afrika in dat jaar op het wereldcongres van het Wereldverbond van Beambten in Chili. We maakten toen een afspraak. Hij zou zich inzetten voor de opbouw van een regionale Afrikaanse organisatie, ik zou voor de benodigde politieke en financiële steun zorgen. Dat is gelukt. 


Koffi werd algemeen secretaris van de eerste Afrikaanse organisatie van het Wereld Verbond van Beambten (1997). Hij pakte het zo goed aan dat in  2000 voor het eerst in de geschiedenis een wereldcongres van het wereldverbond kon worden gehouden in Afrika, in de Togolese hoofdstad Lomé, tevens ook de thuisstad van Koffi’s vakbondswerk. 


Koffi was ook algemeen secretaris van de lokale bond van mototaxi chauffeurs, winkelbedienden enz. Zijn bond was aangesloten bij de nationale vakcentrale CSTT. In 2014 sprak hij als lid van het wereldbestuur van de World Organization of Workers WOW op de internationale ILO conferentie in Geneve. 


Met Koffi als vriend en vakbondsman heb ik de arbeiders en werknemers van Afrika leren kennen in de meest diverse omstandigheden in vele Afrikaanse landen. Het was een eer te mogen werken met hem en ik bedank heb voor zijn vriendschap en het prachtige werk dat ik met hem in Afrika heb mogen doen.


Moge hij rusten in vrede.


Koffi tijdens een koffiepauze in het ILO gebouw te Généve in 2009/ Koffi during a coffee break in the ILO building in Gneva in 2009.


Koffi wasn't my first African trade union friend to pass away, but he was the one I knew the longest. We had known each other since 1992, when I started working as a Trade Union Secretary at the World Confederation of Labour in Brussels.

He was the only representative from Africa at the World Congress of the World Confederation of White-Collar Workers in Chile that year. We made an agreement then. He would commit himself to building a regional African organization, and I would provide the necessary political and financial support. He succeeded.


Koffi became general secretary of the first African organization of the World Confederation of White-Collar Workers (1997). He handled it so well that in 2000, for the first time in history, a World Congress of the World Confederation of White-Collar Workers was held in Africa, in the Togolese capital of Lomé, which was also the hometown of Koffi's trade union work.


Koffi was also general secretary of the local union of motorcycle taxi drivers, shop assistants, etc. His union was affiliated with the national trade union federation CSTT. In 2014, as a member of the World board of the World Organization of Workers (WOW), he spoke at the international ILO conference in Geneva.


With Koffi as a friend and trade unionist, I got to know the workers and employees of Africa in the most diverse circumstances in many African countries. It was an honor to work with him, and I thank him for his friendship and the wonderful work I was able to do with him in Africa.


May he rest in peace.


vrijdag 16 februari 2024

29. AMERICA LATINA. PIKANTE SOEP IN BRUSSEL

José Merced Gonzalez zit als WVA Verbondssecretaris aan de bestuurderstafel van CLAT tijdens de opening van de Arbeidersuniversiteit UTAL in San Antonio de los Altos in Venezuela in 1975. Links Victor Durán verbonden aan de UTAL. Rechts Rangel Parra, voorzitter van de Latijns Amerikaanse Federatie van Boerenbonden FCL. 


Het moest ervan komen dat ook ik op bezoek naar het buitenland zou gaan. Niet naar Latijns Amerika, dat is te duur  maar naar Brussel waar het Wereld Verbond van de Arbeid zetelt. Als lid van het WVA heeft CLAT er een eigen verbondssecretaris in de persoon van de Mexicaan José Merced Gonzalez. Ter kennismaking heeft hij CLAT Nederland gevraagd een bezoek aan hem te brengen in de WVA burelen. 

Een goed idee want de kracht van onze vereniging zijn de contacten in het continent. Het maakt ons tot een van de best geïnformeerde instellingen over Latijns Amerika. Informatie die ook nog eens komt van een van de meest kwetsbare groepen, de boeren en de arbeiders. Zij geven ons een onschatbare kijk op de sociale, politieke en economische werkelijkheid van Latijns Amerika. José zit in Europa als een spin het CLAT web.

Aangezien het volop winter is met overal sneeuw op de weg, besluit ik met het openbaar vervoer te gaan. Ik neem de sneltram naar het Centraal Station in Utrecht en om vandaar met de trein naar Brussel te reizen.

Helaas werkt het openbaar vervoer in tijden van nood niet altijd zoals gewenst. Nog maar net op weg naar Utrecht stopt de tram. Bang dat ik mijn trein in Utrecht ga missen, vraag ik meteen de trambestuurder of dit lang gaat duren. Minstens tien minuten maar het kan ook langer zijn.

Dan ga ik de trein naar Brussel missen. Ik neem snel een besluit. Ik stap uit en loop in lichte draf terug naar huis alwaar ik mijn tweedehandse Renault 4 start. Tot aan de Belgische grens bij Breda valt het met de sneeuw op de weg nog mee. Er is afdoende gestrooid. 

Eenmaal op de snelweg naar Antwerpen is het andere koek. Er ligt een dik pak sneeuw met diepe sporen aan een kant van de tweebaansweg. Ik nestel mijn autootje in het spoor. Er is gelukkig heel weinig verkeer zodat ik niet hoef in te halen of andere eventueel risicovolle manoeuvres hoef uit te halen. Ik kom heelhuids en op tijd aan in Brussel.

José leidt mij rond door de eenvoudige kantoren van het WVA, veel eenvoudiger dan ik me van een internationale organisatie had voorgesteld. De kantoren zijn ondergebracht in een oud Brussels pand, de vergane glorie van een voormalige herenhuis. Tezamen met de zware, oude en ouderwetse bureau's maakt het een bijna armoedige indruk.  Het Wereld Verbond is in ieder geval geen rijke club. 

José vraagt honderduit over de vereniging en mijn werk. Uit zijn vragen maak ik op dat hij moeite heeft om zich voor te stellen wat of wie we zijn. Waarom bestaat in Nederland een solidariteitsvereniging met uitgerekend de Latijns Amerikaanse vakbeweging? Waarom zou je lid worden van een vereniging die solidariteit organiseert ver weg van eigen haard en huis?

Hoe gaat zo een vereniging te werk en waar komt het geld vandaan? Mijn uitleg helpt hem om er iets van te snappen maar het blijft moeilijk te plaatsen. Een reden om hem uit te nodigen naar ons kantoor aan de Nieuwe Gracht zodat hij met eigen ogen kan zien wie we zijn en wat we doen.

Ter afsluiting van mijn bezoek, nodigt José me uit bij hem thuis te eten. Dat sla ik niet af. Ik ben nieuwsgierig naar zijn huis en haard. Het is bovendien een manier om de banden aan te halen. 

Zijn vrouw is hartelijk en zwijgzaam. Haar enige zorg is of ik wel tegen pikant eten kan. Met in mijn achterhoofd het zogenaamde pikante eten in Colombia, een doodgewone kaasfondue vonden ze daar al erg pikant, verzeker ik haar dat het geen probleem is.

Tot mijn verrassing eten de Mexicanen wel degelijk pikant, super pikant. Colombia is niet te vergelijken met Mexico. De opgediende soep is pikanter dan ik ooit in mijn leven heb gegeten. Ik krijg tranen in mijn ogen en begin te zweten. Mijn hoofd wordt warm. Ik drink gauw veel water en eet stukken brood waarvan er gelukkig genoeg op tafel staan. Voorovergebogen probeer ik mijn bord zo normaal mogelijk leeg te lepelen. 

vrijdag 3 november 2023

14. AMERICA LATINA. STAATSGREEP GENERAAL PINOCHET

Verschenen in CLAT Nieuws, no 6. Sept/okt 1974, 4e jaargang

 

En dan barst op 12 september 1973 de bom. Een generaal maakt met veel militair geweld een einde aan de regering Allende en meteen ook aan het leven van Allende. Zijn naam Pinochet zal nog lang nasidderen on het wereldnieuws. Het is een schok voor iedereen die gehoopt had op radicale sociaal-economische veranderingen langs democratische weg. Door de staatsgreep in Chili is Latijns Amerika weer terug bij af.

 CLAT algemeen secretaris Emilio Maspero is in Génève bij de ILO en geeft interviews zo meldt CLAT Nieuws.

“Hij vroeg hen de publieke opinie te mobiliseren en aan de wereld te verkondigen dat de staatsgreep tegen het socialistische bewind van Allende een overwinning is van het fascistisch imperialisme. Hij roept alle vakbonden op solidair te zijn met de Chileense werkers, niet alleen moreel, maar ook politiek en materieel.  Op de vraag of de materiële hulp ook uit wapens moest bestaan, antwoordde Maspero niet ontkennend. Hij is zelf tegen geweld, zei hij, maar hij begreep nu wel dat de ongewapende strijd tot het verleden behoort” (CLAT Nieuws, no.6, september-oktober 1973, 4e jaargang)

Dat is de kern van de zaak. Kun je na de staatsgreep tegen de regering Allende als vakbond nog hopen op geweldloze veranderingen ten gunste van boeren en arbeiders?  

Voor ons in Nederland zit er niks anders op dan protestacties te organiseren. Samen met het Chili-komité, Sjaloom, Aktie Colombia, Cineclub, Federatie van Vrije Socialisten, Katholiek Werkende Jeugd en Jongerenfront stuurt CLAT Nederland een telegram naar de ministerraad, p/a ministerie van algemene zaken, Plein 1813, Den Haag. 

“Geschokt door de gebeurtenissen in Chili doen onderstaande organisaties een dringend beroep op de Nederlandse regering om;

  1. de militaire junta die de macht in Chili zegt te hebben overgenomen, en die de wettig gekozen president de dood ingejaagd en waarschijnlijk heft doen vermoorden, niet als regering van Chili te erkennen;
  2. alle ontwikkelingshulp aan Chili voorlopig op te schorten;
  3. de daarvoor uitgetrokken gelden, in de lijn van de steunverlening aan bevrijdingsbewegingen in Zuidelijk-Afrika, ten goede te laten komen zaan de Chileens revolutionaire krachten en hun bevrijdingsbeweging.

Amsterdam, 12 september 1973.

Het Wereld Verbond van de Arbeid in Brussel veroordeelt in een verklaring “het verraad van Chileense militairen en van alle reactionaire krachten in Chili”

“Met ontzetting heeft het WVA kennis genomen van de schokkende berichten uit Chili. Het door president Allende uitgevoerde experiment van de revolutie binnen de perken van de wettelijke democratie is door een militaire staatsgreep de kop ingedrukt.

Eens te mee hebben volksvijandige machts- en belangengroepen samengespannen tegen een man die, nadat Chili zoveel jaren aan de overheersing en plundering van internationale en financiële machten was overgeleverd, zich met hart en ziel had ingezet voor de fundamentele hervorming en de vooruitgang van de Chileense maatschappij.

Een te meer is het bewijs geleverd dat in Latijns Amerika de rechtse elementen en de verdedigers van de oligarchische belangende allen tijde klaar staan om de rechtmatige aspiraties van de werknemers en van de overgrote meerderheid met alle middelen te dwarsbomen. Dit betekent dat deze laatsten ter bereiking van hun ideaal en vrijheid geen ander middel overblijft dan een bloedige revolutie.”

vrijdag 13 oktober 2023

11. AMERICA LATINA. INTERNATIONALE SOLIDARITEIT NEDERLANDSE VAKBEWEGING


Het zeer kritische NVV Zwartboek heeft vermoedelijk voor het eerst de internationale verantwoordelijkheid van de Nederlandse vakbeweging in beeld gebracht, in dit geval van het NVV. Dat belemmerde de NVV jongeren niet om met CLAT Nederland samen de aktie Berkel te voeren, een praktisch voorbeeld van internationale solidariteit. 

Kontakten tussen CLAT Nederland en de twee andere Christelijk georiënteerde vakcentrales CNV (protestants) en NKV (katholiek) liggen voor de hand omdat CLAT de regionale organisatie is van het Wereld Verbond van de Arbeid (WVA) met zijn hoofdkantoor in Brussel.

Van de laatste wordt algemeen secretaris Jean Brück door CLAT Nederland  uitgenodigd om te spreken op de ledenvergadering van de vereniging. Ook het WVA blijkt prioriteit te geven aan de groeiende macht van multinationals.  

Het WVA vindt dat een internationale bundeling van krachten tegenover de al maar groeiende macht van de multinationale ondernemingen steeds urgenter wordt, “al houden helaas nog steeds prestige gevechten de nationale en internationale vakbeweging verdeeld”.

Het WVA heeft besloten een informatiebank op te zetten over multinationale ondernemingen en houdt binnenkort samen met de internationale communistische vakbond WVV een bijeenkomst over de internationale koperhandel en wandel. 

De ledenvergadering van CLAT Nederland (31 maart 1973) vindt het daarom belangrijk dat er meer aandacht moet komen voor de rol van de vakbeweging bij ontwikkelingssamenwerking zowel internationaal (het WVA) als nationaal van de drie vakcentrales CNV, NKV en NVV.

Die aandacht voor ontwikkelingssamenwerking is bij de drie vakcentrales enige tijd geleden (1971) vorm gegeven in de Stichting Ontwikkelingssamenwerking Vakbeweging SOSV. Daarin werken de drie vakcentrales CNV, NKV en NVV samen. 

Samenwerking met CLAT Nederland ligt tot op zekere hoogte voor de hand. Immers twee van de drie vakcentrales zijn via hun internationale aansluiting bij het WVA betrokken bij CLAT. Het NVV heeft het op dit punt moeilijker gezien diens internationale aansluiting bij het IVVV waarvan de regionale organisatie in Latijns Amerika in sommige landen een sociaal politieke rivaal is. 

De vakbonden zijn ook niet gewend aan het activisme dat een vereniging als CLAT Nederland kenmerkt. Dat is nieuw voor hen. Ze zien niet graag dat buitenstaanders als CLAT Nederland rechtstreeks invloed uitoefenen op hun achterban. Dat alles leidt er toe dat de SOSV zich onder directeur Piet Jeuken een zekere afstand bewaart tot CLAT Nederland.

CLAT Nederland blijft de SOSV en de bonden kritisch volgen. In CLAT Nieuws verschijnt een bespreking van het boekje “Ons soort mensen”. Het boekje is in opdracht van het SOSV geschreven door de activist Piet Reckman en bedoeld als introductie over de kloof arm-rijk en als gids voor praktisch handelen voor de sleutelfiguren en werkgroepen.

Het is een goed geschreven boekje met maar een manco. Nergens in het boekje komt de arbeidersbeweging uit de Derde Wereld zelf aan het woord. “Een nogal grove fout, lijkt ons, wanneer het gaat om solidariteit tussen arbeidsbewegingen. De opzet van de uitgave komt hiermee voor een groot deel in het luchtledige te hangen. 

Het lijkt belangrijk, dat dit verzuim in een tweede druk snel weggewerkt wordt. Onze lezers zullen weten dat bv. een arbeidersbeweging als CLAT zinnige dingen heeft te zeggen over de problematiek van de ontwikkeling, kapitalisme e.d. Maar ook de mening van bv. de Arabische vakbonden over de Palestijnse vluchtelingen en Israel is de moeite waard.” ( “Vakbeweging uit Derde Wereld niet aan het woord” in CLAT Nieuws no.5, vierde jaargang, juli/augustus 1973)
 

dinsdag 28 juni 2022

WEENSE NOTITIES I. FEESTELIJK CONGRES VAN EEN HONDERDJARIGE

 

Wayne Prins, voorzitter van de Canadese christelijke bond CLAC werd gekozen tot voorzitter van het bestuur WOW.


Een internationale vakbondsconferentie is niet bepaald een wereldschokkende gebeurtenis. Het is meer iets voor specialisten, mannen en vrouwen die daar mee bezig zijn zoals ook het geval is met artsen congressen, scheikundigen en dergelijken. Voor de betrokken personen inhoudelijk interessant en een mogelijkheid om binnen het eigen vakgebied te netwerken, voor buitenstaanders saai en onbegrijpelijk.

Toch is dat maar ten dele waar. Vakbonden pretenderen de belangen te behartigen van werknemers en dat kan tot op zekere hoogte specialistisch zijn maar hun doel is dienstverlening aan het algemeen belang en dan kom je in politiek vaarwater. Vakbonden doen dus aan politiek tenminste dat proberen ze zowel in de maatschappij als onderling. Vakbonden hebben eigen standpunten en en visie. Dat betekent onderlinge concurrentie al is samenwerking nooit ver weg.

De Wereld Organisatie van Werknemers WOW vierde onlangs in Wenen haar honderdjarige bestaan. Het had weinig gescheeld of daar was geen sprake meer van geweest. Aan het begin van dit millennium was de sociaal democratische georiënteerde internationale vakbond erin geslaagd met een mengeling van machtsuitoefening en argumenten het van oorsprong christelijke Wereld Verbond van Arbeid WVA over te halen om te fuseren. Dat  leek het einde van de WOW toen nog WVB geheten.

Het WVA,  de oudste van alle internationale vakbonden, was danig verzwakt uit de Tweede Wereldoorlog gekomen enerzijds als gevolg van een door de geallieerden en dan met name de Verenigde Staten opgelegde model van vakbondseenheid, anderzijds door de ontkerkelijking waardoor een waarden organisatie als het WVA minder relevant werd geacht. Pragmatisme en efficiency namen de plaats in van idealisme.

De afgevaardigden uit Latijns Amerika



De oprichting van een Europees vakverbond maakte het de WVA bonden als minderheid moeilijk om zich te laten horen. In 2006 bezweek het WVA voor de politieke en financiële druk. Daarmee verdween op het wereldtoneel de stem van het WVA waarmee het vakbondspluralisme in de wereld op de tocht kwam te staan.

Het Wereld Verbond van Beambten de voorganger van de WOW dacht er anders over en bleef ondanks politieke druk gepaard aan  financiële machtsmiddelen onafhankelijk en slaagde erin overeind te blijven als een zelfstandige wereldorganisatie met leden op alle continenten.

De tegenstanders beweerden dat het gauw gedaan zou zijn met de internationale federatie echter niets bleek minder waar. Met veerkrachtige leden uit Nederland, Denemarken, Oostenrijk, Duitsland en Canada bleef de organisatie overeind. Ze slaagden er zelfs in het ledental in Europa uit te breiden.

Vrouwen vormen een belangrijke groeiende groep vakbondsmensen binnen WOW


In de continenten Afrika, Azië en Latijns Amerika bleek de organisatie levensvatbaar te blijven en slaagde er ook daar in het ledental uit te breiden. Om deze redenen was de viering van het honderdjarig bestaan meer dan verdiend. De WOW heeft met zijn 100 jarige bestaan bewezen dat geestelijke weerbaarheid op zich al waardevol is om op eigen benen te kunnen staan.
 

maandag 28 februari 2022

OEKRAÏNERS WILLEN BIJ EUROPA HOREN


Tijdens een avondwandeling in Kiev in 2008 maakte ik deze foto ergens in een park in het centrum van de stad de bovenstaande foto van een eenzame verloren held. Het voelde an alsof hij Oekraïne was, een land dat door het lot van de geschiedenis zo maar ineens alleen was komen te staan.

 

Sinds het raadgevend referendum over een Europees associatieakkoord met Oekraïne in 2016 waart in Nederland het mantra rond dat wij Oekraïne het Westen in willen sleuren. Waar deze mantra vandaan komt weet ik niet maar de bewering past prima in het soort fake nieuws dat Poetin geregeld op het westen loslaat. Ik kwam het onlangs ook weer tegen in een ingezonden brief in het EW-weekblad van 19 februari.

Ondanks dat ik vanaf 1992 slechts een marginale getuige ben geweest van de gebeurtenissen in Oekraïne, is het mijn ervaring dat dit een leugen of propaganda verzinsel is. Als internationaal secretaris van het voormalige Wereld Verbond van de Arbeid was ik in 1992 uitgenodigd voor een bijeenkomst van de vlak na de val van de muur opgerichte vrije en onafhankelijke vakbond VOST. Ik had hun voorzitter, een mijnwerker uit de Don Bas, ontmoet op een internationale bijeenkomst van vrije vakbonden in Gdansk. De bijeenkomst was georganiseerd door Solidarnosc, de vrije vakbond die komaf had gemaakt met het communisme in Polen.

Eenmaal in Oekraïne leerde ik vakbonden door het hele land kennen en sprak met werknemers die nog maar kortgeleden verplicht waren aangesloten bij de communistische vakbond. Allemaal gaven ze te kennen af te willen van het communisme. Hun grote droom was om bij West-Europa en de Europese Unie te horen in de verwachting dat het hun vrijheid én een beter bestaan zou brengen.

Wie toen net als ik de fabrieken bezocht doorheen het land kon zich die droom goed voorstellen. De arbeidsomstandigheden waren vooroorlogs. Ik zelf heb zulke arbeidsomstandigheden nooit gezien of meegemaakt in Nederland terwijl ik toch vanaf 1950 in verschillende fabrieken gewerkt heb als scholier en student. Schaars en onvoldoende licht, smerige verouderde machines, geen veiligheidsvoorschriften, geen veiligheidskleding, geen fatsoenlijke kantine enz.

De productie was navenant: huishoudapparatuur van de jaren vijftig, elektriciteitskasten die men zelfs in veel Derde Wereld landen niet meer gebruikt, stadsbussen die een gevaar op de weg zijn enz. Hoopvol werd mij gevraagd of ik geen afzetmarkt voor hun producten wist want Rusland was door de ontstane economische wanorde geen betrouwbare markt meer. Ik moest ze teleurstellen. Zelfs als ze hun producten tegen weggeef prijzen zouden vermarkten, zouden ze nog geen kopers vinden in West-Europa.

Het waren donkere dagen voor alle Oekraïners, in het bijzonder voor de werknemers in de verouderde industrieën. Hun inkomen bedroeg nog geen tien dollar per maand. Hoe graag ze ook bij het westen wilden horen, het was mij duidelijk dat er economisch en politiek nog een lange weg te gaan was.

Wat ik kon doen was samen met de de bij ons aangesloten westerse vakbonden hen voorbereiden op de komst van de vrije markt met de daarbij behorende positie van de werknemers. Dat is ook wat we als vakbonden gedaan hebben. Tijdens die seminars voor de toekomst ontmoette ik ambtenaren, mijnwerkers, chauffeurs, fabriekswerkers, leraren enz. Het verlangen om bij het Westen te horen was niet te stuiten.


 

dinsdag 31 maart 2020

HARTELOOS NEDERLAND

 
Rome, 2013
Opnieuw ligt de kwestie van de Europese solidariteit op tafel, nu als gevolg van de Corona crisis. Brexit is naar de achtergrond verdwenen en wie weet blijft het daar wel. Maar wat te doen met zuidelijke landen als Italië, Spanje en Portugal die door hun schuldenlasten in de problemen komen? Ze willen steun hebben van de EU, bijvoorbeeld van een speciale pot die na de vorige financiële crisis is opgezet om schokken als die in Griekenland op te vangen.

Nederland schakelt meteen in de zakelijke modus en vindt niet dat die EMS pot daarvoor gebruikt kan worden. Hupsakee, het hek is van de dam. Gierige Hollanders, kruideniersmentaliteit, harteloos en gebrek aan solidariteit klinkt het uit de onderbuik van de Europese Unie. In plaats van eerst compassie te tonen en te roepen dat er zeker wat moet gebeuren, begint Nederland te bekvechten. We zullen het wel nooit leren, de Latijns stijl van omgaan met elkaar. Calvinisme tegenover Katholicisme, het letterlijke tegenover het symbolische. In Latijnse landen is het leven ook drama, in de protestantse culturen vinden we drama overdreven. Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg, is onze lijfspreuk. Wanneer zal Nederland toch eens leren om met die verschillen internationaal om te gaan?

Maar er moet natuurlijk wel wat gebeuren. Of dat die EMS pot moet zijn of een andere weet ik niet maar je kunt de Spanjaarden en Italianen nu niet in de steek laten. Misschien moeten we uit solidariteit fondsen beschikbaar stellen die daar eigenlijk niet voor bedoeld zijn, een bekend Nederlands gezegde luidt immers nood breekt wetten,  of moeten we Europese Corona obligaties gaan uitgeven zoals oud-bankman Wellink voorstelt?

Financiële solidariteit in welke vorm dan ook is een kwestie van vertrouwen. Daar ligt een moeilijk punt. In Italië bestaat een nogal openlijk geëtaleerd wantrouwen van het Noorden tegen Rome.  Hetzelfde geldt voor Spanje waar de helft van de Catalanen af willen van Madrileense bemoeienis. Als het onderlinge vertrouwen al niet groot is, hoe moet dat dan met het vertrouwen van andere landen?

Overigens zijn mijn ervaringen met solidariteit van een grote Italiaanse sociale organisatie ook niet om over naar huis te schrijven. Op een herhaaldelijk en indringend oproep om solidariteit met de nieuwe democratische vakbonden in Midden en Oost Europa in de jaren tachtig van de vorige eeuw kwam geen antwoord behalve een enkele deelname aan een missie. Natuurlijk, dit is een beperkte ervaring en geldt niet voor alle Italiaanse organisaties en instellingen, maar het blijft schrijnend.

Terwijl landen als Nederland en Duitsland er hard aan werkten om na de financiële crisis van 2008 hun nationale schuld terug te brengen tot de Europese norm van 60% van het BNP of zelfs daaronder, bleef de schuldenlast van Italië en Spanje rond de 100% van hun BNP of nog hoger. Vertrouwen wekkend is dit niet.

Maar we zitten samen in de EU en dat schept verplichtingen. Het is als bij De Drie Musketiers, een voor allen, allen voor een. Misschien moet Nederland maar eens van gedachten wisselen met Duitsland. Die hebben over het algemeen goede antennes om te weten hoe de zaken er voorstaan in Europa en ook vaak goeie ideeën om tot een compromis te komen.