Posts tonen met het label moderniteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label moderniteit. Alle posts tonen

woensdag 28 mei 2025

EEN METHODE BESTAAT NIET ALDUS KUNSTSCHILDER THEO VAN DER STEEN

 


Voor het maken van een schilderij bestaat geen methode zo besluit kunstschilder Theo van der Steen het boek dat zijn vriend Evert Brongers over hem gemaakt heeft (blz.89, Evert Brongers, ‘Een Methode bestaat niet, over Theo van der Steen Tekenaar & Schilder’, uitgave in eigen beheer)


Schilderen kun je van niemand leren, dat moet je zelf doen. Voor de techniek van het schilderen kun je een cursus volgen maar daarmee houdt het op. De rest ben jezelf. Dat kan ik overigens als fotograaf ook zeggen van fotograferen. Je kunt techniek leren maar de rest - de inhoud - moet jezelf doen.


Maar hoe vind je die inhoud? Dat is een hele worsteling zo blijkt uit de brieven die Theo aan zijn vriend Evert schreef. “Op het moment ben ik weer heftig aan het schilderen, toch zijn de nederlagen talrijk. Ik blijf ook wel erg kritisch op mijn werk. Tja, de schilderkunst, ook ’n manier van leven.” 7 februari 1985. (blz. 27 in genoemd boek)


Je kunt zo maar gaan twijfelen of je het al die tijd wel goed geschilderd hebt. “Ik kom even terug op m’n werk. Zou het kunnen dat je op een goede dag erachter komt dat je jarenlang verkeerd hebt zitten zoeken, in de verkeerde richting en dat dat gevoel ineens levensgroot overeind komt: dat je in de verkeerde trein bent gestapt?” 6 oktober 1986. (Blz. 29)


Hoe verhouden kunst en religie zich? Gerard Reve heeft ooit in een reeks universitaire lezingen gezegd dat alle kunst religie is. Theo kijkt er zo tegenaan. “Nu heb ik al ’ns eerder geprobeerd te verduidelijken met de vergelijking tussen kunst en religie. Ik geloof nu dat kunst van vandaag over iets anders moet gaan: de vrijheid en dat heb ik niet geleerd. Ik ben nog geen vrij mens. Ik moet weer helemaal opnieuw beginnen, begrijp je? ’t Wordt een hele klus.” 6 oktober 1986. (Blz.29)


Hier stuit Theo in zijn briefwisseling op de kern van de moderniteit; de vrijheid van de mens. De moderniteit is volgens filosofie professor Marc de Kesel in zijn serie lezingen over moderniteit in de bibliotheek van Oss, begonnen met Descartes. Sindsdien staat de mens tegenover de wereld als vrij mens. Daarvoor was hij een gelovig mens opgenomen in de wereld van God. 


Die moderniteit is sindsdien onontkoombaar de kunstwereld binnengedrongen en zoeken wij als kunstenaars naar onze positie in en tegenover de wereld ofwel wat is kunst eigenlijk? 


“Binnenkort moet ik werk leveren voor de nieuwe ledententoonstelling in Arnhem. Het is zo’n beetje klaar en ik ben er wel tevreden mee. Het zijn voornamelijk werken waar ik zogezegd lang heb moeten doorzeuren. Ik ben nou eenmaal niet iemand die ’t er direct opgooit. Emoties heb ik wel maar ik uit ze niet direct. Ik ben daarom wel eens afgunstig op ’n kunstenaar die dat wel kan en daarvoor heel eenvoudige middelen gebruikt. Dat is kunst. Bij zo iemand straalt de zon.” 2 september 1990. (blz 33)


Emoties op het doek. Theo is een kind van zijn tijd ook al kost het hem veel moeite. Hij formuleert het zelf met de volgende woorden. “Schilderen gaat over de eigen dichterlijke/filosofische verhouding tot de realiteit. Ook is het een poging om aan materie een betekenis, een ziel te geven. Als een werkstuk slaagt dan heeft het dus uitdrukking, zeggingskracht. Het is een projectie van eigen gevoelens en ideeën in de materie die ik gebruik.” 2 september 1990 (blz.33)


Theo worstelt naast de inhoud van zijn werk, ook met de verkoop van zijn werk. Daarin staat hij niet alleen. Veel kunstenaars vragen zich af hoe hun werk te verkopen zonder commercieel te worden, zonder gelikte kunst voor boven de zitbank te leveren.


Hij stelt in een brief van 2 maar 1992 vast dat zijn werk commercieel niet aantrekkelijk genoeg is. “Collega Han Klinkhamer vindt dat ik wat mijn werk betreft zeer integer ben. Maar ik kan er weinig mee doen. Bovendien mag ik dan integer wezen, ik ben ook naïef en onhandig. Dat merk ik weer bij zo’n bezoek aan een galeriehouder. Ik betrap mezelf dan op onprofessionele uitspraken. Ik mis een bepaalde zakelijke handigheid.” 2 maart 1992. (Blz.37)


Je zou denken dat na verloop van tijd het er iets eenvoudiger op wordt. Dat is het dus niet. Daar kan elke kunstenaar over meepraten. Niettemin gaat hij ondanks twijfel aan zijn verfkunsten door op zijn eigen weg en weigert in de val van wat hij mooie plaatsjes noemt, te lopen. “Mooie plaatjes, leugens eigenlijk, zijn geïdealiseerde beelden. Het is wat anders wanneer onder mijn handen iets ontstaat waaruit toch nog als het ware, schoonheid ontsnapt.” 7 februari 1994 (blz.43)


Het zal de lezer duidelijk zijn geworden dat het boek over Theo een nuttig boek is voor iedereen die meer wil weten hoe de kunstschilder zich verhoudt tot zichzelf, de wereld en zijn kunstwerk. Zijn worsteling met verf is een voorbeeld, geen methode zoals hijzelf terecht opmerkt.


Het boek is royaal geïllustreerd met werk van Theo zodat je een goed indruk krijgt van zijn Werdegang in schilderkunst en leven. Je zult maar een vriend hebben als Evert Brongers die zo’n boek over je maakt. Wat mij betreft heeft hij met zijn boek over Theo meteen de schilderkunst een dienst bewezen, net als Theo zelf met zijn brieven, teksten en uiteraard vooral en voornamelijk met zijn schilderijen.

zaterdag 22 oktober 2016

HET BELOOFDE LAND

Met hulp van Zijn God leidde Mozes het Joodse Volk weg uit hun
slavernij bestaan in Egypte naar het door God zelf Beloofde Land.
Een krachtig beeld dat de tijden overleeft heeft,
niet alleen bij de Joden.
Ga voor meer details naar de website Statenvertaling van de Bijbel.

Voormalig directeur Peter Knoope van het Internationaal Centrum voor contra terrorisme schrijft in een opiniestuk in NRC Handelsblad dat de aantrekkingskracht van de radicale islam niet uitsluitend een persoonlijke aangelegenheid is maar een gedeeld trauma, de zogenaamde pijn uit het verleden.

“Dat trauma speelt een rol in de identiteit van niet-westerlingen, tezamen met hun tradities. Westerlingen, echter, zijn toekomst gerichter. Ontworsteling aan hun kerkelijke en dorpse milieu staat bij hen algauw gelijk aan ontwikkeling. „Het verleden is maar ballast”, hoorde ik laatst. Buiten het Westen een minderheidsstandpunt. Het accent op moderniteit wordt gezien als westers exportproduct. ‘Wij komen jullie wel even democratie brengen’ – dat idee. Hoe goedbedoeld ook, elders wordt die neiging in het rijtje ‘kolonialisme, slavernij en kruistochten’ geplaatst. Daarna bracht het Westen beschaving, vanuit het idee dat bewoners van koloniën niet beschaafd zijn. Ook ontwikkelingshulp valt in die groef. ‘Jullie zijn onderontwikkeld’, is de stille boodschap. Het westerse modernisme, dat zich openlijk verzet tegen traditie en religie, heeft dus een vernederend neveneffect: het wordt ervaren als hernieuwd imperialisme.”

Kort samengevat stelt Knoope dat eenmaal geconfronteerd met de Westerse moderniteit, de Islamitische immigrant en andere niet westerse immigranten beseffen dat ze uit een primitieve of zelfs achterlijke cultuur en land komen. Dat kan als vernederend worden ervaren en dus een trauma worden. Ziedaar de radicalisering. De oplossing van Knoope is om de immigrant de nodige politieke ruimte te geven om dit trauma te verwerken.

“Om radicalisering te voorkomen moet die woede een plek krijgen in het politieke systeem. Verwelkom daarom een beweging als Denk, laat hun geluid een wake-upcall zijn voor gevestigde partijen. Hamer gerust op westerse waarden, maar voor een vreedzame orde moet er toch echt ingezet worden op een politiek systeem waar eenieder, dus ook mensen met extreme standpunten, hun ei kwijt kunnen.”

Om bij het laatste te beginnen. In tegenstelling tot veel Niet-Westerse landen is er in de Westerse democratieën juist ruimte genoeg om je woede politiek of anderszins af te reageren en je trauma’s te verwerken. In landen als Venezuela, Congo, Irak, Syrië, Afghanistan, Egypte, Soedan enz. is dat zelden of noiit het geval. Vandaar dat mensen uit die landen vluchten naar het Westen en hier politiek asyl aanvragen. dat zijn de vluchtelingen die naar de moderniteit willen. Dus die zijn er ook, laten we dat vooral niet vergeten. Denk maar eens aan iemand als Ayaan Hirsi Ali. 

Voor economische vluchtelingen geldt hetzelfde. Ze hebben hier veel meer mogelijkheden om een baan te vinden, inkomen te verwerven en zich te ontwikkelen dan in hun eigen land. Daarom ook wagen ze het erop, soms tegen beter weten in, om naar het Westen te trekken waar ze uiteraard niet of in ieder geval minder welkom zijn. Al die Mexicanen die illegaal naar de VS trekken zijn inderdaad gelukzoekers, geluk dat in hun eigen land niet te vinden is.

Knoope slaat dus met zijn analyse en oplossing de plank mis, al spelen de factoren die hij noemt wel degelijk een rol. Maar als Westerse modernist ziet hij een factor over het hoofd of is hij er ongevoelig voor, die van het religieus fanatisme als deel van iemands identiteit. De vraag is dus waarom hier in het Westen en daarginds in de derde Wereld iemand fanatiek religieus wordt? Zo fanatiek dat hij de anderen, de ongelovigen wil vermoorden en uitbannen?

Dat het er ruig aan toe kon gaan in de Tachtigjarige Oorlog blijkt uit deze prent
van de ophanging van de Martelaren van Gorkum (1572). Zie Wikipedia

Religieus fanatisme is van alle tijden en alle volkeren. Zo is Nederland ondermeer gebouwd op een gewelddadige botsing tussen het Katholieke fanatisme van Koning Filips de Tweede en de Protestantse geuzen in de Tachtig jarige oorlog. Dat fanatisme werd uiteindelijk gematigd door verstandige leiders die voortkwamen uit de oude adel zoals het Huis van Oranje. Zij beseften maar al te goed dat het nieuwe religieuze fanatisme niks goeds zou brengen en bouwden daarom aan een meer tolerant land, wat Nederland uiteindelijk ook werd. Toch heeft er nog eeuwenlang wantrouwen geheerst tussen Katholieken en Protestanten in Nederland ondanks hun gemeenschappelijke Christelijke oorsprong.

Er is nog een factor die Knoope over het hoofd ziet namelijk de samenhang tussen land en (fanatiek) geloof. Al in het Oude Testament staat de trek van het Joodse volk naar het beloofde land beschreven. Na de Holocaust is dit aloude verlangen naar een eigen Joodse staat nieuw leven ingeblazen door de Zionisten als een duurzame oplossing voor het anti-semitisme. De oplossing was de oprichting van de staat Israel in het Nabije Oosten, gebaseerd op Joodse waarden ten koste van die van de daar wonende Moslims. 

Mohammed trekt met zijn volgelingen naar Mekka, ca 1550.
Uit ' Islam. Kunst en architectuur', Könemann

Met dit voorbeeld in de buurt en de Koran in de hand is de oprichting van een grens overschrijdende Islamitische Staat in het nabije Oosten als oplossing voor een Soennitische minderheid in Syrië en Irak eigenlijk wel voor de hand liggend. Het is hun antwoord op de moderniteit van democratie en gelijkstelling van religies door de moderne natie-staat. De moderniteit die de Iraakse dictator Sadam Hoessein of de Sjah van Perzië naar hun land brachten, werd uiteindelijk inderdaad als een vernedering ervaren door de  gelovigen en aansluitend als een vorm van Westers imperialisme. Of die moderniteit links is (communisme) of rechts (liberalisme) doet er voor de gelovige niet toe. 

Na de val van de Sjah van Perzië (1979), die in zijn moderniteit gesteund werd door de VS,
keerde Ayatolla Khomeini terug uit ballingschap in Frankrijk
en maakte van Iran een nieuwe strenge, fundamentalistisch Islamitische staat
die fel concurreert met Saoedi-Arabië
en president Assad van Syrië steunt in zijn strijd
tegen Islamitische Staat. 

Er wordt dus in het nabije Oosten en elders gevochten om land in combinatie met een geloofsovertuiging. De machtsgreep van Ayatollah Khomeini en zijn volgelingen laat daarover geen twijfel bestaan. Toen de Westers georiënteerde Sjah eenmaal van zijn  troon was gestoten werd Iran een volledige Islamitische staat met religieuze politie en al. Met de val van Sadam Hoessein in Irak stak een fanatieke geloofsrivaliteit tussen Soennieten en Sjiïeten de kop op over wie het in het land met bijbehorend geloof voor het zeggen krijgt. Saoedi-Arabië is en blijft een land gebaseerd op streng religieuze waarden met alweer religieuze politie en al.

Voor ons moderne Westerlingen is dit moeilijk te begrijpen omdat wij religie niet meer erkennen als de basis voor een moderne natie-staat. Religie is bij uit het publieke leven gebannen. De staat kent nog slechts burgers en spreekt dus nadrukkelijk niet over gelovigen of gelovige burgers. Het geloof van de burger is uitsluitend een privé aangelegenheid. De overheid is areligieus of religie neutraal. 

Om de spanning bij burgers tussen hun geloof en de areligieuze natie-staat op te vangen, hebben we enerzijds de rechtsstaat in het leven geroepen en anderzijds het maatschappelijk middenveld. Burgers mogen zich op basis van hun geloof verenigen in kerken, scholen en andere groepen zo lang ze de rechtsstaat aanvaarden. Dat is onze moderniteit die fanatieke gelovigen niet kunnen of willen begrijpen. 


In grote delen van de wereld overheerst de religieuze natie-staat nog, een verbond tussen land en geloof. Het ziet er niet naar uit dat daar spoedig veel verandering zal komen. Bovendien zal religie altijd en overal een rol in het openbare leven blijven spelen, soms radicaal zoals in veel Islamitsiche landen, soms meer op de achtergrond zoals in de westerse landen maar het is er wel. Religie is een van de antwoorden op de vraag naar zingeving van ons bestaan en zal dat altijd blijven.