Posts tonen met het label schoonheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schoonheid. Alle posts tonen

maandag 16 maart 2026

ABSTRACTE SCHILDERKUNST EN INNERLIJKE WAARHEID

Links het 'Zwart Vierkant op Witte Ondergrond" op een expositie van Malevitsj in Sint Petersburg (2015), rechts het schilderij van Mondriaan "Ruitvormige Compositie met Twee Lijnen", 1931, Stedelijk Museum Amsterdam.

 

Kunstschilders als Kandinsky, Mondriaan, Doesburg, van der Leck en tijdgenoten als de Russische schilder Malevitsj maar ook Picasso en Braque waren op zoek naar nieuwe schilderkunstige vormen van werkelijkheid, waarheid en schoonheid.


De opkomst van de fotografie dwong deze schilders na te denken wat nu precies de verbeeldingskracht van de kunstschilder onderscheidt van de fotografie. De fotografie maakt het immers mogelijk om met technische middelen - camera, lens en lichtgevoelige film- een perfecte uitsnede van de fysieke werkelijkheid te maken.


Als het om het vastleggen van de fysieke werkelijkheid gaat, legt -technisch gesproken - de schilderkunst het af bij de fotografie. Welke werkelijkheid, waarheid en schoonheid blijven dan nog over voor de schilderkunst of is er geen andere werkelijkheid dan de fysiek waarneembare? Sommigen dachten van niet. Dat betekende het einde van de schilderkunst. Hoe dan ook, de naakte fysieke werkelijkheid op het doek nabootsen was niet meer nodig.


Anderen daarentegen zochten naar nieuwe invalshoeken om de werkelijkheid te benaderen. Zij zochten het schilderkunstige antwoord in de werking van licht en kleur op het doek zoals het pointillisme of de fauvisten met in hun kielzog van Gogh en Matisse. 


Picasso c.s. zochten het vooral in de vorm. Samen met Braque ging hij daarin het verst door de werkelijkheid te deconstrueren, een stroming die bekend werd als kubisme. Daarmee introduceerden zij een nieuwe radicale schilderkunstige kijk op de werkelijkheid die de naam van kubisme kreeg.


Al deze schilders namen afstand van de werkelijkheid als een vaststaand gegeven waarmee zij een zekere mate van abstractie in de schilderkunst introduceerden waarbij de fysieke werkelijkheid niettemin nog altijd houvast gaf. Hun schilderkunst bleef in wezen figuratief.


Tegelijkertijd waren er kunstschilders die nog verder durfden gaan. De Russen Kandinsky en Malevitsj, de Nederlandse Mondriaan, van Doesburg en anderen menen dat er achter de fysieke werkelijkheid een andere - psychische, spirituele - werkelijkheid zit. Kandinsky vergelijkt de schilderkunst met muziek die direct inwerkt op ons gemoed en gevoel. 


Mondriaan, van Doesburg volgen de weg van de nieuwe beelding gebaseerd op kleuren, lijnen en vlakken. De oude beelding, die van de fysieke (figuratieve) werkelijkheid, heeft afgedaan. De nieuwe beelding heeft de toekomst.


De nieuwe beelding is gebaseerd op de geestelijke werkelijkheid die met minimale middelen d.w.z. lijnen en vlakken met primaire kleuren in beeld wordt gebracht.


Maar je kunt nog een stap verder zetten naar de absolute abstractie een abstractie die de wereld van de wiskunde benadert. Daarin is een lijn een lijn. De lijn is zichzelf en niets anders. De lijn stelt alleen zichzelf voor en niets anders daarbuiten. Dat geldt ook voor kleur. De kleuren zijn zichzelf en niets anders dan dat. Zij zijn zichzelf en verwijzen alleen naar zichzelf. Rood is rood en niets anders dan dat. 


Dit inzicht bracht de Rus Malevitsj in waarschijnlijk 1913 al tot zijn revolutionaire  ‘Zwart Vierkant met Witte Ondergrond’ (1913). Het zwarte vierkant op een wit vlak is een schilderkunstige waarheid en schoonheid en verwijst nergens anders naar dan naar zichzelf,  het is het zijn van een zwart vierkant op een witte achtergrond. Het schilderij is zichzelf en niets anders.


Ook Mondriaan volgt deze weg getuige zijn hierboven afgebeelde schilderij "Ruitvormige Compositie met Twee Lijnen". Zijn nieuwe beelding is gebaseerd op de enige schilderkunstige waarheid, die van lijn en kleur. Hun schilderijen verwijzen voortaan nergens anders naar dan naar zichzelf. 


Zij getuigen van de innerlijke inzichten van de kunstschilder aldus Kandinsky in zijn boek ‘Spiritualiteit en abstractie in de kunst’ en Mondriaan in zijn artikelen ‘De nieuwe beelding’. 


Spiritualiteit die zich net als in de muziek uit langs de weg van de schoonheid, schoonheid die het individuele overstijgt en tegelijkertijd de aller individueelste emotie oproept. 

woensdag 25 februari 2026

3.KANDINSKY. KLEUREN.

 

De afgelopen eeuwen heeft heel wat onderzoek naar kleuren plaatsgevonden. Een bekend kleuren onderzoeker was de Duitse schrijver, kunstenaar en wetenschapper Wolfgang Goethe. De bovenstaande temperamenten roos is tot stand gekomen tijdens een briefwisseling tussen Goethe en zijn collega dichter en schrijver Friedrich Schiller (1798-1799). Aan de buitenkant van de roos staan de 4 zinnelijke of lichamelijke temperamenten sanguinisch, cholerisch, melancholisch en flegmatisch. In de daarop volgende ring de soorten mensen of beroepen die bij elk temperament horen, gekoppeld aan de kleuren in de binnenring. Tot de groen blauwe flegmatische groep behoren onderwijzers, historici en sprekers. Tot de diametraal daar tegenover liggende rood-gele cholerische groep behoren despoten, helden en avonturiers. (Alexandra Loske en Sarah Lowengard,  The Book of Colour Concepts Vol I, Taschen)

Sommigen hebben een scherp gevoel voor kleur. Ze beleven kleuren. Anderen daarentegen maakt het niks uit, ze letten niet op kleuren. Ze zijn er en dat is het dan. 


Dan heb je ook nog de kwestie van de kleurensmaak. Moeten kleuren harmonieus zijn, bij elkaar passen? Ik groeide op met het gezegde “rood met groen is boerenfatsoen.” Anderen houden van kleuren die fel en ongegeneerd tegen elkaar afsteken. Men spreekt van schrille kleuren of van kleurige kitsch. 


Als het om kleding gaat, kiezen de meeste mensen voor onbestemde kleuren en kleurcombinaties. Daarmee val je niet op, ga je op in de massa en dat is wel zo veilig. Wie zich kleurig kleedt, moet niet bang zijn om op te vallen.


Voor kunstschilders is kleur naast vorm en compositie het belangrijkste instrument om een schilderij te maken. Kunstschilders moeten dus wel degelijk weten wat ze met kleur willen. Een schilderij maken met onbestemde kleuren, kan natuurlijk, het past boven elke zitbank maar het gevolg zal een nietszeggend schilderij zijn. 


Aangezien een kunstschilder niet zonder een minimaal besef van kleuren kan, is het logisch dat er nagedacht wordt over het hoe en wat van kleuren. Zo ook Kandisnky. In zijn boek “Spiritualiteit en abstractie in de kunst” besteedt hij er de paragraaf “werking van kleuren” aan. 


K. onderscheidt ten eerste een ‘zuiver fysieke’ uitwerking van kleuren: “het oog wordt door de schoonheid en andere eigenschappen van de kleur bekoord” (blz.53) Vervolgens beschrijft hij die fysieke uitwerking in termen van smaak, genot, prikkeling kortom directe lichamelijke reacties die volgens hem oppervlakkig en van korte duur zijn voor de middelmatig sensitieve mens. 


De kleurervaring beklijft niet. Dat ligt bij kinderen anders. Hun ervaringen zijn nieuw en worden dus beter onderzocht zoals bijvoorbeeld een kind dat zijn hand in het vuur wil steken om het te onderzoeken. Maar eenmaal bekend met het nieuwe verdwijnt de belangstelling, de wereld wordt langzaam maar zeker onttoverd.


Alleen voor de mensen met een hogere ontwikkeling ontsluit zich de wereld van kleur: “Bij een hoogstaande ontwikkeling krijgen deze dingen en wezens een innerlijke waarde en tenslotte een innerlijke klank.” (blz.54)


K. komt aldus uit op een vergelijking van kleuren met klanken en klanken hebben een gemoedsbeweging tot gevolg. Dit is de tweede eigenschap van kleuren, die van hun psychische werking. “Daarbij demonstreert zich de psychische kracht van de kleur die de ziel tot vibreren kan brengen. En de eerste elementair-fysieke kracht kracht wordt nu de weg waarlangs de kleur tot de ziel doordringt.” (Blz.55)


Maar hoe het precies werkt weet K. ook niet maar hij vindt dat de kunstenaar de hand is die met zijn kleurtoetsen doelbewust de ziel tot vibreren brengt. De kleurenharmonie moet dus gericht zijn op doelbewuste beroering van de menselijke ziel en dat nu noemt K. Het beginsel van de innerlijke noodzaak.” (blz. 58).


Kandinsky legt nogal een zware taak op de schouder van de kunstenaar. Hij moet uit innerlijke noodzaak zielen tot beroering brengen door kleur. Maar verschilt de psychische werking van kleuren niet per cultuur? Als dat zo is, hoe kan een schilder dan universeel zijn met zijn abstracte schilderkunst?


Het ziet er naar uit dat Kandinsky met zijn ideeën en theorie over abstracte schilderkunst nieuwe vragen opwerpt over de betekenis en de reikwijdte van kleur. 

donderdag 16 oktober 2025

MONDRIAAN VOORBIJ

 




Mondriaan’s wereldberoemde schilderijen zijn volledig abstract opgebouwd volgens een geestelijk concept dat hij heeft geformuleerd in zijn artikel over de “De Nieuwe Beelding”. De schilderijen staan geheel op zichzelf. Ze bestaan uit niets anders dan gekleurde vlakken en lijnen in twee dimensies. De lijnen staan altijd haaks op elkaar en zijn meestal zwart. 


Volgens Mondriaan verwijzen de schilderijen niet naar een bestaande - materiële - werkelijkheid maar naar een spirituele werkelijkheid, die van schoonheid in harmonie, eerlijkheid en waarheid.


Het materiële, dit wil zeggen het strikt afgebakende doek wordt tezamen met de olieverf, verenigd met de geest van schoonheid, harmonie, waarheid en eerlijkheid. Mondriaan meende dat hij hiermee vooruit liep op een betere wereld. Mondriaan was een idealist en een optimist die door sober en eenvoudig te leven volledig was toegewijd aan de schilderkunst.


Met zijn strenge idealisme en optimisme over de toekomst van de mensheid, is Mondriaan een kind van het sobere Hollandse protestantisme en de negentiende eeuwse gedachte dat de geschiedenis van mens en wereld afstevent op een harmonieuze samenleving waarin de geestelijke wereld het materiële bestaan overwint.


Twee Wereldoorlogen verder, de atoombom, de armoede en de altijd maar voortgaande gewelddadige conflicten hebben een einde gemaakt aan de idee dat we als mensen op weg zijn naar een paradijselijke toestand van vrede, harmonie en schoonheid. 


Eerder het tegendeel is het geval. Optimisme heeft plaats gemaakt voor pessimisme, idealisme voor materialisme. Zelfs het vertrouwen in liefde en solidariteit is vervaagd tot een onbereikbare droom.


Hoe moet het nu verder met de schilderkunst? Is er nog wel plaats voor schilderkunst in onze post-moderne tijd? Is schilderkunst niet verworden tot design en decoratie aan de muur, tot tijdverdrijf (creatief spelen) en een speeltje geworden van de rijken der aarde?


Veel kunstenaars zoeken het antwoord in activisme - kunst met een politieke functie - als protest en strijd tegen de bestaande orde Anderen menen dat kunst  vooral een uiting moet zijn van de eigen hoogst persoonlijke emoties en beleving. Kunst als een verlengstuk van je ik.  Een derde stroming bestaat uit kunstenaars die het ik en het activisme combineren. Het persoonlijke is politiek. 


De idealen van schoonheid, harmonie, waarheid en eerlijkheid leven in de schilderkunst nog slechts voort als herinnering.  Ze zijn niet meer van deze tijd al leeft het verlangen ernaar als een verre echo in ziel en geest. 


Met de liefde is het al net zo vergaan. Als we de kranten, de litteratuur en de social media mogen geloven, is liefde niet veel meer dan de vergankelijkheid van vleselijke lusten die zo intens en snel mogelijk beleefd moet worden voordat de dood er definitief een einde aan maakt.


Om zich te weren tegen deze doodscultus zit er voor de kunstschilder niets anders op dan de zoektocht naar liefde, schoonheid, harmonie, waarheid en eerlijkheid te hervatten. 


Door zich in dienst te stellen van deze geestelijke zaken kan hij wellicht de wereld redden van de ondergang. Een misschien veel te hoog gegrepen doelstelling maar er zit niks anders op.


vrijdag 20 juni 2025

44. MEXICAANSE VERTELLINGEN. BLOEMENVROUWEN

Diego Rivera, Flower Day, 1915,  olieverf op doek, 147 x 120 cm, Los Angelos County Museum of Art.


Diego vraagt zich af wat hij als eenvoudig schilder hieraan kan doen? Moet hij er wat aan doen? Aan dat laatste twijfelt hij niet. Per slot van rekening heeft hij de revolutie gediend onder Pancho Villa en is de revolutie niet bedoeld voor alle Mexicanen en dus ook voor de indigenas?


Maar de revolutie is voorbij en het land is teruggekeerd naar de orde van de dag, een andere orde maar geen revolutionaire orde. Die zal voorlopig niet komen, dat beseft Diego maar al te goed. De communistische partij doet zijn best maar kan voorlopig geen steen op de andere zetten.


Maar als bij intuïtie beseft hij dat hij als schilder de indigenas hun waardigheid kan geven, waardigheid die hun onthouden wordt door de Mexicaanse bourgeoisie en de autoriteiten die zich revolutionairen wagen te noemen. 


Wat geeft meer waardigheid aan mensen dan schoonheid en die ziet hij overal om zich heen. Ze mogen dan leven in armoede, ze hebben wel hun waardigheid en schoonheid weten te behouden. Dat moet geschilderd worden op canvas en als het even kan op muren van paleizen en overheidsgebouwen. 


Dat wordt zijn missie. De indigena een plek geven in de kunsten, een plek die de bourgeoisie ze niet meer kan afnemen. Geen folkloristische plaatjes maar kunst met een boodschap, die van de   waardigheid van de indianen. Diego neemt zich voor de indigenas  te bevrijden uit hun folklore door ze als waardige mannen en vrouwen te schilderen.


Hij krijgt haast. Hij gaat meteen op zoek naar modellen voor zijn schilderijen. Hij nodigt ze uit om te poseren op de patio van de koloniale woning die hij in het centrum van San Cristobal de las Casas heeft gehuurd. Daar maakt hij schetsen die de basis worden van zijn schilderijen en naar hij hoopt muurschilderingen. 


De indigena vrouwen met bloemen, de bloemen die ze ’s ochtends vroeg op hun rug naar de markt brengen, worden zijn meest geliefde onderwerp. Bloemen zijn geschikt om schoonheid in beeld te brengen. Vooral de wonderschone maagdelijke witte aronskelk met zijn erotisch aandoende stamper is daarvoor geschikt.


Nog nooit heeft hij met zoveel vrijheid en energie getekend en geschilderd. Het voelt zich nu pas een echte schilder. Hij weet waarmee hij bezig is. Het wordt zijn onderwerp in zijn eigen beeldtaal die beïnvloed is door de schilders van zijn tijd zoals Picasso, Cézanne en Gauguin. 


 


woensdag 6 maart 2024

DE SCHOONHEID VAN DODE NATUUR (PARK HOGE VELUWE, 1 FEB.2024)