Posts tonen met het label rosier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rosier. Alle posts tonen

vrijdag 16 augustus 2024

AMERICA LATINA. NAWOORD

 

Een doorsnee Mexicaanse familie in de jaren zeventig van de vorige eeuw poseert voor een foto aan een van de stranden van Acapulco, een badplaats geliefd bij Hollywoodsterren en rijke Mexicanen maar ook de gewone Mexicanen willen zich laten zien in Acapulco al is het maar een keer in hun leven,voor een dag.

Wat komt er terecht van mijn werk bij het  Verenigde Naties  Programma voor Ontwikkeling UNDP in Mexico? Dat vertel ik in een nieuwe serie blogs: Mexicaanse Vertellingen. 

Intussen wil ik wel een tipje van de sluier oplichten. De UNDP is tegelijk een ontwikkelingsbank en een diplomatenpost die werkt met donorgeld van rijke landen dat besteed wordt aan allerlei soorten projecten. Als wereldwijde organisatie kan het niet anders of er heerst een zekere mate van bureaucratie. De procedures en de regels moeten gevolgd worden. Er is geen of weinig ruimte voor improvisatie en spontaniteit. 

Projecten komen tot stand in onderling overleg tussen de UNDP met zijn VN doelstelling - bestrijding van armoede - en beleid van de nationale overheid. De projecten worden uitgevoerd met een nationale partner en deskundigen van de VN. Het overleg over het vijf jaren programma wordt gevoerd op het hoogste regeringsniveau. Ik heb daardoor een inkijkje gekregen in de werking van een regering in een land als Mexico. 

Bureaucratie leidt tot een zekere inertie en dus lag verveling zoals Frans Rosier schreef, om de hoek. Gelukkig heb ik het druk met mijn gezin. Een maand na aankomst wordt onze tweede dochter geboren in een Mexicaans ziekenhuis. Ik bewonder tot op de dag van vandaag dat Dora dit zonder aarzeling heeft aangedurfd.

Ik ontdekt mijn talenten voor straatfotografie. Ik leg gemakkelijk contact met vreemde mensen in een vreemd land en weet ze voor de camera gerust te stellen. Daardoor ontstaan gebalanceerde portretten van gewone mensen op straat. Het is een vorm van sociale documentatie. Dat werk is zo aanstekelijk dat ik op een gegeven moment bijna elke vrije zaterdag met mijn camera door Mexico-stad zwerf. Vanzelfsprekend leer ik op die manier de mensen en de stad kennen. 

Thuis heb ik een eenvoudige doka waardoor ik kennis en ervaring opdoe met het vergroten van negatieven. Ik heb mijn eigen fotografie school in huis met de serie Time Life boeken over fotografie. Daarnaast ben ik een trouwe lezer van de betere Amerikaanse fototijdschriften. 

Een andere remedie tegen de verveling is de volledige Russische bibliotheek van uitgever van Oorschot. Dankzij duizenden pagina’s dundruk van grote Russische schrijvers heb ik mijn kennis over Rusland danig kunnen uitbreiden. Daar tussendoor lees ik voornamelijk filosofische werken over mens en maatschappij, een vorm van zelfstudie in de filosofie. 

En dan zijn er nog de vrienden die we in Mexico opdoen. Dat begint met enkele collega’s tevens leeftijdgenoten. Uiteindelijk raken we bevriend met de chauffeur van de UNDP en zijn gezin. Dankzij hen leren we het Mexico van de gewone dorpelingen kennen, het platteland van Mexico of misschien wel het echte Mexico.

Mexico is een groot land, zo groot dat het nooit helemaal te bevatten is, ook niet voor de Mexicanen. Mexico is onstuimig leven en avontuurlijk, inspireert tot fotografie en litteratuur, het is gewelddadig maar ook romantisch, katholiek tot en met maar ook ongelovig, arm en opstandig, indiaans, blank en zwart met alles wat daar tussen zit.  De voorspelling van Frans is niet uitgekomen. Ik heb me er nooit verveeld, veel geleerd en ben van het land gaan houden.


vrijdag 23 september 2022

67. HET BELOOFDE LAND. HET EINDE VAN EEN REVOLUTIE MODEL.

Met de nieuwe (Marxistische) mens op Cuba gaat het na vijftig jaar revolutie op Cuba niet zo goed, zo kon ik in 2008 met eigen ogen vaststellen.

 

Als het gaat om radicale hervormingen, zeker in Latijns Amerika, heeft Cuba de show gestolen. Charismatische revolutionaire leiders van de Cubaanse revolutie als Fidel Castro en Che Guevara zijn inspirerende voorbeelden geworden voor vooral jongeren, ook in Colombia. Cubaanse romantische strijdliederen zijn populair bij de studenten. Wie zou niet net als Fidel Castro of Che Guevara als revolutionaire held en bevrijder binnengehaald willen worden door het juichende volk?

Rosier is ondanks zijn originele en revolutionaire onderzoek naar het geestelijk leven van arbeiders in het naoorlogse Europa en later in Latijns Amerika, in de achterhoede terecht gekomen van de  revolutionaire mode. 

Hier en daar wordt hij voor bourgeois uitgemaakt wat flauwekul is. Je geloof in de revolutie maakt je nog niet tot een revolutionair maar maak dat salonhervormers dat maar eens duidelijk. Hoe dan ook, ik merk aan onze gesprekken dat hij het betreurt dat het probleem van armoede en sociaal onrecht wordt versmald tot wel of niet revolutionair zijn.

Hoewel hij nooit een aanhanger is geweest van socialistische of communistische revoluties gaf hij die vroeger wel het voordeel van de twijfel. Daar is met de dood van zijn vriend Camilo Torres als strijder bij het ELN de klad in gekomen. Rosier gelooft niet dat een revolutie volgens de Cubaanse methode, de guerrilla van het platteland naar de stad brengen, in Colombia kans van slagen heeft.

Het is sterven voor een verloren zaak. Onze gesprekken daarover, maken dat ook ik begin te twijfelen aan Cubaanse revolutie.

In de eerste weken van mijn aankomst in Colombia schreef ik nog een ingezonden brief aan Trouw waarin ik mijn afkeuring uitsprak over de storm van westerse kritiek op het Cubaanse regiem vanwege de affaire Padilla. Ik vond de bevrijding van de Cubanen uit de armoede belangrijker dan de vrijheid van meningsuiting van een schrijver als Padilla. Daaraan begin ik nu te twijfelen. 

Ik zie voor het eerst van mijn leven misère en sociaal onrecht op een voor mij ongekend grote schaal. Maar ik betwijfel of gewelddadige revoluties daar wat aan kunnen doen.

Misschien dat op een betrekkelijk klein eiland als Cuba een guerrilla oorlog te doen is maar in een uitgestrekt land als Colombia met zijn woeste Andesgebergte, zijn oerwouden en uitgestrekte grasvlakten, waar de bevolking bovendien al zoveel geleden heeft onder het politieke geweld van Liberalen en Conservatieven, lijkt een revolutie naar Cubaans model of welk model dan ook niet te doen. 

Er zijn drie guerrilla groepen actief in Colombia en geen van drieën zetten ze tot nu toe enige zoden aan de dijk. Integendeel, door de guerrilla acties krijgt het leger van overheidswege steeds meer geld en wordt bijgevolg sterker. Het Noord Amerikaanse leger draagt daar ook zijn steentje aan bij. Daar kun je verontwaardigd over zijn maar dat verandert niets aan het feit zelve.

Maar het belangrijkste is misschien wel dat de bevolking ondanks zijn wanhoop, zoals blijkt uit massale landbezettingen, niet staat te springen om met geweld de bestaande orde omver te werpen. Tragisch genoeg heeft het dispuut over revolutie en geweld de boerenbeweging ANUC kwetsbaarder gemaakt. Ze is gesplitst in twee stromingen met elk een eigen congres en bestuur. 

Nee, ik denk dat ik de revolutie die dankzij het boekje ‘Revolutie binnen de revolutie’ van de Franse journalist Régis Debray (1967)  populair geworden is onder westerse intellectuelen, maar moet vergeten. Met wat ik nu zie en meemaak in Colombia denk ik dat een revolutionaire ontwrichting van een land onverantwoord is.


(wordt vervolgd)

vrijdag 16 september 2022

66. HET BELOOFDE LAND. NIEUWE OPSTANDELINGEN

 

"De presidentsverkiezingen van 19 april 1970 waren moeilijk en controversieel. Rojas en Misael Pastrana Borrero waren allebei kandidaat voor het ambt. Rojas leek de verkiezingen te winnen totdat er een landelijke storing in communicatiesystemen plaatsvond. Nadat deze waren hersteld waren de stemmen al geteld. De resultaten lagen erg dicht bij elkaar, met een kleine marge in het voordeel van Pastrana Borrero. De aanhangers van Rojas betwistten de resultaten en beschuldigden de regering van president Carlos Lleras Restrepo van fraude. De zaak werd aanhangig gemaakt bij het Verkiezings Hof, dat op 15 juli 1970 in het voordeel van Pastrana Borrero besliste en hem als president van Colombia bekrachtigde. Deze vermeende verkiezingsfraude leidde tot de vorming van de 19 april-beweging." (Wikipedia: Elecciones Presidenciales de Colombia de 1970)

Met de vreedzame overgang van een militaire dictatuur van Rojas Pinilla naar een burgerlijk gemankeerd democratisch bewind kwam geen einde aan de sociaal-economische ongelijkheid. De elite bleef met het teruggekeerde twee partijenakkoord aan de macht en de rest had het nakijken, dat wil zeggen vooral de landloze of kleine campesinos op het platteland en de krottenwijkbewoners aan de rand van de steden. 

Het platteland bleef arm, de grootgrondbezitters hun politieke bazen. De armoede in de krottenwijken rond grote steden was nog schrijnender. Er was  onvoldoende werk om gezinnen aan een inkomen te helpen laat staan een fatsoenlijk bestaan. Alleen de middenklasse kon zich de illusie maken er bij te horen en in de toekomst een groter deel van de koek te krijgen. 

Voor revolutionair links genoeg reden om door te gaan met hun guerrilla acties ver weg in de oerwouden aan de randen van het land, daar waar de overheid nog maar nauwelijks aanwezig is en de wildernis begint. 

De twijfelachtige verkiezingsoverwinning van de Conservatieve president Misael Pastrana (1970-1974) maakte het er niet beter op. De landhervormingen die de liberale president Lleras Restrepo met de oprichting van de boerenbeweging ANUC een nieuwe impuls had willen geven, stagneerde met als gevolg onder de campesinos veel opstandigheid. 

Nadat president Pastrana vanwege strubbelingen over grondbezit een einde aan de subsidiëring van de ANUC maakte, werd de opstandigheid onder boeren groter. Ze lieten zich niet meer in hun hok terugjagen. 

Binnen de ANUC werd een heftig debat gevoerd tot hoever men met zijn verzet tegen de bestaande orde kon gaan. Dat leidde tot een splitsing, de ene stroming radicaler dan de ander maar beide eisten hoe dan ook grond voor boeren.

Het gevolg was een volgens velen pre-revolutionaire situatie die gevoed werd door het conflict over verkiezingsfraude tussen enerzijds de ANAPO en anderzijds de gekozen regering Pastrana. 

De overtuiging onder ANAPO aanhangers dat Pastrana de verkiezingen tezamen met de zittende president Lleras Restrepo had gefraudeerd - wat goed denkbaar is - leidde tot de oprichting van de guerrillabeweging M-19, een verwijzing naar de verkiezingsdatum 19 april 1970. Colombia had nu maar liefst drie guerrilla groepen; de orthodox communistische FARC, de Cubaans georiënteerde ELN en de populistisch linkse M-19.

Het twee partijen akkoord mocht dan een einde gemaakt hebben aan de militaire dictatuur, een op democratie gebaseerde vrede was verder weg dan ooit. Linkse guerrillagroepen stonden tegenover de traditionele machtselite van de Liberale en Conservatieve partij met het leger. 

Deze gewelddadige cocktail werd versterkt door groepen ANUC boeren die op vreedzame wijze grond van grootgrondbezitters bezetten. Grootgrondbezitters besloten het recht in eigen hand te nemen en de boeren met hulp van gewapende groepen, huurlingen van het leger, van hun land te verjagen.

Wat doe je als student als je om je heen zoveel armoede en sociaal onrecht ziet? Het mag een wonder heten dat studenten niet massaal kozen voor een van de guerrillagroepen waar velen in de sporen van Camilo Torres de dood zouden hebben gevonden. Het Colombiaanse leger was dank zij steun en hulp uit de VS een goed uitgerust leger geworden dat de guerrilla steeds beter wist te bestrijden. 

Oscar en Fernando en met hen vele anderen waren zich wel bewust van dat sociale onrecht en het geweld dat hen omringde, weliswaar ver weg in de wildernis met hier en daar aanslagen in de bewoonde wereld maar dichtbij genoeg om het als bedreigend te ervaren. 

Vanuit het besef dat het gewapende geweld zou leiden tot nieuwe bloedbaden en miljoenen vluchtelingen van het platteland naar de krottenwijken rond de steden, zochten zij naar een andere weg. Sociaal-economische hervormingen zonder moord en doodslag. In die opvatting werden zij gesteund door hun en intussen ook mijn mentor professor Frans Rosier.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 26 augustus 2022

63. HET BELOOFDE LAND. LA VIOLENCIA

 

Soms kan politiek in Latijns Amerika verwarrend zijn. Hoewel generaal Rojas Pinilla (1900-1975) een couppleger was, heette hij vooruitstrevend te zijn. Met zijn coup (1953) maakte hij zo goed als een einde aan een periode van wrede gewelddadigheden tussen Liberalen en Conservatieven en nam tijdens zijn dictatuur enkele vooruitstrevende maatregelen waaronder invoering van het vrouwenkiesrecht. Na ruim vier jaar dictatuur droeg hij zonder geweld de politieke macht over aan een interim regering en vervolgens een gekozen president.


Hoe gek het ook klinkt, ondanks dat Fernando een zoon is uit een Conservatieve familie, zijn vader is een rijke koffieboer, zijn moeder een elegante dame eveneens afkomstig uit een rijke familie, heeft hij een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor het sociale onrecht in zijn land. Daarom studeert hij antropologie. Hij wil weten hoe het in elkaar steekt zodat hij straks de armen beter kan helpen. Oscar wil dat ook maar dan als ingenieur. 

Zo zijn ze in de groep rond Rosier terecht gekomen. Dát tezamen met dat ze uit dezelfde stad Neiva afkomstig zijn, bindt hen meer dan het verschil in politieke families. Daarin ligt ook de kracht van Rosier. Met zijn praktische instelling en charisma weet hij studenten uit verschillende sociale groepen met verschillende politieke achtergronden te interesseren voor het sociale onrecht en het lot van de armen. 

Dat Oscar en Fernando het verschil in politiek nest hebben weten te overstijgen, moet je niet onderschatten. Dat lijkt eenvoudiger dan het is. Vanaf de jaren vijftig heeft op het platteland een onverklaarde burgeroorlog gewoed tussen de Conservatieven en de Liberalen waarbij tienduizenden doden zijn gevallen en miljoenen mensen op drift zijn geraakt. Dat was in de periode van La Violencia die volgde op de Bogotazo (1948), een opstand in de hoofdstad waarbij presidentskandidaat Gaitan van de Liberale partij werd vermoord. De moord leidde tot een uitbraak van geweld tussen Liberalen en Conservatieven  met naar schatting vijfduizend doden en de vernieling van de oude binnenstad. 

Vandaar sloeg het geweld over naar het platteland dat ongeveer vijf jaar duurde waarbij naar schatting 200.000 doden zijn gevallen en een paar miljoen mensen op drift zijn geraakt. De slachtoffers waren voornamelijk kleine boeren, landlozen en arme sloebers die op het platteland een armoedig bestaan leidden in al even armoedige dorpen. Opgejut door grootgrondbezitters gesteund door politie en andere autoriteiten om het land van deze of gene te bezetten gingen ze elkaar met machetes te lijf. 

In 1953 maakte een coup van generaal dictator Gustavo Rojas Pinilla min of meer een einde aan deze duistere periode van geweld. Hij nam enkele maatregelen om de politieke spanningen te doen afnemen zoals het vrouwenkiesrecht en enkele grote infrastructurele werken op het platteland. Toen hij voorbereidingen trof om een politieke blijver te worden vormden Conservatieven en Liberalen een Nationaal Front en slaagden erin de politieke opinie op straat te mobiliseren. Rojas zag zich gedwongen in 1957 af te treden. 

De Liberalen en Conservatieven hadden afgesproken dat ze om beurten zouden regeren. Ze zouden voortaan elkaars presidentiële kandidaten steunen.  Rojas besloot daarop de politieke partij ANAPO (Alianza Nacional Popular) op te richten als verzet tegen het herstel van de politieke macht door de oude elite. Hij presenteerde zich met zijn partij bij de verkiezingen van 1962 waar hij een vijfde plaats verkreeg.

(wordt vervolgd)

vrijdag 28 januari 2022

33. HET BELOOFDE LAND. ROSIER EN DE KUNST VAN HET WAARNEMEN

 

Een woning in een armoedewijk in Mexico-stad betekent met z'n allen wonen en slapen in een kamer.(1979)

Mensen leren hoogachten en liefhebben is nu niet bepaald wat je noemt een wetenschappelijk verantwoord resultaat maar wel humaan en wat mij betreft zinvoller. Zoals trouwe lezers weten, was mijn oorspronkelijke plan in Colombia  het voorbeeld te volgen van Rosier en voor een aantal maanden mijn leven te delen met bewoners van een armoedewijk. Niet om ze te leren hoogachten en liefhebben al hoort er dat wel bij maar om hun sociaal politieke denken en doen in kaart te brengen. 

Niet door ze als knuffels te beschouwen, tot onderwerp van vaderlijke zorg (paternalisme) te maken of om te zien of ze geschikte objecten voor een sociale revolutie zijn maar om zoveel mogelijk hun gelijke te zijn. Dat is sowieso moeilijk maar in dit geval extra moeilijk. Als bleekgezicht onder Colombianen is het moeilijk of zo goed als onmogelijk zodanig het vertrouwen te winnen van de bewoners van een armenwijk dat ze mij min of meer als een gelijke beschouwen. Uit correspondentie met Fernando was al gebleken dat wantrouwen meer voor de hand zou liggen. 

Niettemin is in de culturele antropologie deze methode aanvaard als een manier om meer te weten te komen over een vreemde, niet - westerse cultuur. Sociologen gebruiken de methode ook wel eens maar in de Nijmeegse politicologie en elders ben ik die niet tegengekomen. Over het algemeen wordt de methode van participerende observatie als onvoldoende objectief beschouwd. 

Het streven in de sociale wetenschappen is om zo objectief mogelijk waar te nemen, zo dicht mogelijk de natuurwetenschappen te benaderen. Maar totale objectiviteit zoals in de natuurwetenschap is in de menswetenschappen onmogelijk. Je kunt mensen nu eenmaal niet tussen  een glaasje ingeklemd onder een microscoop leggen om te weten wat ze denken en voelen. Daarvoor is een gesprek nodig in een gemeenschappelijke taal, een zekere mate van onderling begrip, verstandhouding en liefst ook vertrouwen.  

Je moet oppassen dat je als onderzoeker door je opstelling om maximaal objectief te willen zijn, mensen niet tot een zodanig studieobject maakt dat ze “ontmenselijkt” worden. De bedoelingen kunnen nog zo goed zijn, objectivering kan een proces van ontmenselijking in gang zetten waarbij misverstanden kunnen optreden of nog erger. De onderzoeker moet capabel zijn om en betrokken te zijn en afstand kunnen houden. 

Dat vereist een zekere balans in de omgang met de mensen waar je onderzoek zich op richt. Rosier verstaat die kunst. Hij is sociaal gevoelig en heeft inzicht in de psyche van de mensen. Hij bekijkt ze vanaf een zekere afstand zonder ze op afstand te zetten. Hij is tot op zekere hoogte betrokken zonder blind te worden voor valkuilen als misleiding, misbruik, eigendunk en teveel aan zelfvertrouwen. Zelfkennis is net zo belangrijk als kennis nemen van de ander. 

Rosier verstaat ook de kunst om hetgeen hij heeft meegemaakt te verwoorden en op te schrijven. Zijn beide boeken laten zich lezen als een soort realistische romans. Zonder een uitgesponnen plot blijf je nieuwsgierig naar zijn bevindingen. Hij beschikt eveneens over de kwaliteit van het woord. Hij verstaat de kunst om zijn avonturen onder de mensen helder te verwoorden waarbij hij nooit de nuances uit het oog verliest.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 21 januari 2022

32. HET BELOOFDE LAND. OUTSIDER OF INSIDER?

Mexicaanse staalarbeider in kleinbedrijf (1979). In hoeverre is het mogelijk om als outsider zijn wereld te leren kennen, begrijpen en invoelen? Een vraag die niet eenvoudig te beantwoorden is.

 

Ondertussen ben ik ook aan het lezen geslagen in het eerst verschenen boek van Rosier, per slot van rekening mijn mentor. Men dient toch te weten wat zijn mentor voor intellectueel vlees in de kuip heeft. Op de achterflap staat beschreven wat de strekking van het boek is. 

“Met de titel “Ik zocht God’s afwezigheid” geeft de deskundige schrijver aan met welke intentie hij ging werken en leven als arbeider en onder welke gezichtshoek hij in verschillende landen zijn observaties maakte. Juist omdat er van verschillende zijden een religieuze en morele decadentie der arbeiderswereld was gealarmeerd, wilde de auteur achterhalen wat in feite dan wel de levenshouding zou zijn van die mensen, die als ontkerstend, vermaterialiseerd en verheidenst waren gebrandmerkt.” (achterflap, I. Rosier, Ik zocht Gods afwezigheid, psychologische peilingen inzake religieus-sociale toestanden in Europa, I. Frankrijk - Spanje, uitgeversmaatschappij PAX- den Haag, 1956)

Aangezien ik zelf uit een arbeidersmilieu kom en ontkerstend ben geraakt, het is moeilijk geloven in een Goede God wanneer de wereld in brand staat, ben ik nieuwsgierig hoe de ontkerstening in de rest van Europa met name onder de arbeiders is gegaan. Bovendien spreekt mij zijn methode van onderzoek aan, tijdrovend maar veel menselijker en met inachtneming van zijn eigen inbreng ook dichter bij de waarheid . 

Als enquêteur voor onderzoeksprojecten van het Nijmeegs Politicologisch Instituut heb ik ervaren dat het afvinken van vragenlijsten niet de beste manier is om mensen te begrijpen. Logisch ook want wie leert mensen kennen en begrijpen door een gestructureerde vragenlijst af te werken? Als je er goed over nadenkt is het idioot om zo te werk te gaan. 

Vragenlijst zijn dan ook niet bedoeld om mensen te begrijpen maar ze onder te brengen in een typologie op basis van bijvoorbeeld verschillende factoren als bijvoorbeeld geloof, inkomen, politieke overtuiging en stemgedrag. Daar kun je wetenschappelijk en statistisch mee goochelen en gewichtige boeken over schrijven maar nooit het hoe en waarom van mensen achterhalen. 

Rosier besloot daarom niet te volstaan met vragenlijsten maar zoals hij dat noemt insider te worden in het arbeidersmilieu door zich onder hen te begeven en te gaan werken in mijnen en staalfabrieken en zich met armoedzaaiers bezig te houden. En dan gebeurt wat moet gebeuren, hij raakt betrokken bij mensen. Op de achterflap staat dat mooi beschreven.

“Door als insider van het arbeidersmilieu het leven in de eigen vertrouwvolle sfeer mede te leven en daardoor deel te hebben aan de zorgen en noden, aan het denken en leven van hen die hij wilde leren kennen, kwam hij tot het onverwachte resultaat van zijn onderzoek, dat hij deze mensen leerde hoogachten en liefhebben.” 

(wordt vervolgd)