Posts tonen met het label costa rica. Alle posts tonen
Posts tonen met het label costa rica. Alle posts tonen

dinsdag 28 april 2026

CORRUPTIE BIJ ADOPTIE EN PROSTITUTIE

Dominicaanse Republiek 1980

 

Wie stond er pakweg 40 jaar geleden bij stil dat een volwassen geadopteerd kind meer zou willen weten over zijn of haar biologisch ouders? In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw leek adoptie van pas geboren kansloze kinderen uit ontwikkelingslanden (of Derde Wereld landen) een mooie manier om de armoede in de wereld te bestrijden.


De bloedband leek toen van ondergeschikt belang vergeleken met hun armoede totdat ze eenmaal volwassen nieuwsgierig werden naar hun biologische ouders. 


Bij hett onderzoek naar hun afkomst stuiten geadopteerde kinderen op corruptie in het land van geboorte. Ook daar dachten we toen hier niet aan. We dachten dat het daar hetzelfde aan toe gaat als hier, misschien iets minder gereguleerd. 


Aan  brutale vervalsing van geboortepapieren, paspoorten en misbruik van namen dacht men niet, ook niet bij de in adoptie gespecialiseerde stichtingen. Die waren bezig met het goede doel. Dat corruptie in de meeste Derde Wereld landen een normaal onderdeel van het leven is, viel buiten onze horizon.


Wie in Mexico geboren is, kan alleen maar het land met een Mexicaanse paspoort. Dat is op zich probleem als je maar de nodige papieren kunt overleggen. Voor de aanvraag van een paspoort heb je het geboortebewijs van de gemeente nodig. 


Bij gebrek aan kopieerpapier kon de gemeente mij tot twee keer toe niet helpen. Een VN collega maakte me duidelijk dat de ambtenaar in kwestie een kleine tegemoetkoming verwacht ook al zijn volgens de wet de geboorte aktes gratis. Geen geld, geen papieren. Toen ik bij de derde keer mijn VN paspoort tevoorschijn haalde in plaats van geld, kreeg ik alsnog de benodigde kopieën. 


Tijdens het wachten, sprak ik een vrouw van indiaanse afkomst. Zij vertelde dat ze moest betalen voor de geboorte akte terwijl ze weinig geld heeft. Ze hoopte dat de prijs niet al te hoog zou zijn. 


In Costa Rica moesten we vlak voor vertrek een migratie ambtenaar omkopen omdat hij de geldige papieren van mijn pas geboren dochter niet goed keurde. In plaats van een paspoort voor haar, daar was geen tijd voor, had ik een document van het Ministerie van Binnenlandse zaken waarin toestemming tot vertrek werd verleend. Dat was onvoldoende volgens de ambtenaar. Twintig dolla bleek genoeg te zijn.


Een heel ander verhaal is de smokkel van jonge meisjes uit de Dominicaanse Republiek die ingezet werden in de prostitutie in Antwerpen en Rotterdam. De jonge vrouwen kwamen naar Nederland als zogenaamde dochters van een Dominicaanse vrouw die met haar Antilliaanse man in Nederland woonde.De vrouw regelde met behulp van corrupte ambtenaren de papieren voor deze meisjes zodat ze legaal Nederland konden binnenkomen. 


donderdag 26 maart 2026

BLIND

 

San José, Costa Rica 1979


Tepoztlan, Mexico 1976


Mexico-City 1976



Mexico-City 1976


Mexico-City, 1976


San José, Costa Rica, 1979


Lotenverkopers, San José, Costa Rica 1979


Peru, Lima 2011


Puebla, Mexico, 2010




Lima, Peru, 2011



Lima, Peru, 2007


donderdag 29 mei 2025

7. DE KLEINE GESCHIEDENIS VAN JAN VAN DER PUTTEN. LIEFDE VOOR DE REVOLUTIE MAAKT BLIND

Aan de vooravond van de sandinistische revolutie geeft Jan van der Putten  op zijn hotelkamer in San José een telefonisch radioverslag door van de gebeurtenissen in Nicaragua. (juni 1979)


“Ademloos volg ik vanuit San José de laatste dagen van het tijdperk Somoza. De Organisatie van Amerikaanse Staten eist zijn onmiddellijk vertrek. Uiteindelijk vlucht de dictator naar Miami. Na 43 jaar is een einde gekomen aan de familiedictatuur. Zegevierend trekken de guerrillastrijders Managua binnen. Ik huur direct een auto en rijd over over de Panamericana noordwaarts naar het bevrijde Nicaragua.” (Blz 190 in het boek van Jan van der Putten, Tijd van Illusies, mijn kleine geschiedenis van de wereld, uitgave Querido)


Zo rijdt Jan dezelfde weg die Koen Wessing en ik een paar weken eerder hebben gereden naar de Nicaraguaanse grens maar dan direct door naar de hoofdstad Managua.


“De volgende dag ga ik de straat op. De revolutie is goed begonnen: overal wordt gedanst, gezongen, gedronken en gevreeën. Ik krijg toestemming om samen met de Venezolaanse delegatie die hulp komt aanbieden, de bunker in te gaan. Ernesto Cardenal, sinds gisteren minister van Cultuur, is er ook bij. ‘Alleen dood kon ik hier binnenkomen,’ zegt hij half lachend. In een luxe ontvangsthal zijn nu sandinisten aan het werk. In een hoek ligt een stapel Amerikaanse kranten. De vloeren zijn bedekt met dure tapijten. Somoza’s werkkamer lijkt op die van een gemiddelde CEO.” (Blz.191)


De euforie over de overwinning van de sandinisten spat van de pagina’s. Het is dezelfde euforie als die van Harry Mulisch in zijn boek ‘Het Woord bij de Daad: Getuigenis van de Revolutie op Cuba’ (1968).


“In hoeverre het ook een socialistisch land moet worden, daarover zijn de meningen verdeeld. Internationaal kunnen de sandinisten op enorme goodwill rekenen. Een grotere schurk dan Somoza is immers moeilijk voor te stellen, en die schurk is door de jeugd van Nicaragua verslagen. Zó sympathiek, altruïstisch, die jongens en meisjes, zó puur, zó bezield van idealen - het is haast onmogelijk om niet warm voor ze te lopen. Bovendien heeft links hoognodig een nieuw revolutionair model nodig. Mei ’68 was mislukt, ‘de revolutie binnen de legaliteit’ van Allende was in bloed gesmoord, de oorlog in Vietnam was voorbij, en Fidel Castro was steeds meer een Sovjetvazal geworden. En nu, na zo veel linkse desillusies, komen de sandinisten. Is in Nicaragua dan eindelijk de Nieuwe Mens geboren” (blz 192)


Jan gelooft dus na alle teleurstellingen nog in de mogelijkheid van een nieuw socialistisch model met een Nieuwe Mens. Je verwacht meer nuchterheid van een Nederlandse journalist die toch al heel wat gezien en meegemaakt heeft. Bovendien zijn er ook nog voortekenen die om een kritischer oog vragen dan dat indertijd van Harry Mulisch c.s.

 

Een aantal van de sandinistische leiders is getraind in Cuba. Cuba is en blijft hun voorbeeld en dat op zich al belooft weinig goeds. De aankondiging dat ze een alfabetiseringscampagne gaan opzetten naar Cubaans model, doet vermoeden dat ze Cuba meer volgen dan men denkt. Zo ene campagne is meteen ook ene propaganda campagne. 


Dat het nieuwe leger onder controle komt van Humberto Ortega, de broer van Daniel Ortega doet denken aan Fidel Castro die zijn broer Raúl tot hoofd van het leger maakte. Wie het leger heeft, heeft de macht in Latijns Amerika. Waarom het leger niet afgeschaft zoals in buurland Costa Rica? Er komt vermoedelijk gene geschikter moment in de geschiedenis van Nicaragua. 


Dat de sandinistische leiders denigrerend spreken over buurland Costa Rica, dat hun de helpende hand heeft geboden, als zijnde een bourgeois staat belooft ook al weinig goeds. Costa Rica is het enige Midden Amerikaanse land dat democratisch is, geen leger heeft, waar iedereen kan lezen en schrijven en aan armoedebestrijding doet door o.a. landhervormingen. Als Nicaragua de status van Costa Rica zou kunnen bereiken zou dat al een hele vooruitgang zijn.


In het begin van de revolutie kun je de sandinisten nog het voordeel van de twijfel geven. Maar hoe lang? De Cubaanse revolutie is aanvankelijk ook begonnen als een brede bevrijdingsbeweging maar draaide uit op een communistische dictatuur. 


Jan zelf heeft ook met Cuba gedweept. In dit boek komt hij daarop terug.


“Mijn eerste artikelen over Cuba waren weinig kritisch. Zo schreef ik een hele broadsheetpagina van de Volkskrant vol met een verhaal waarin ik uitlegde dat Fidel Castro de revolutie aan het ‘democratiseren’ was, vooral door de ‘opbouw van democratische bestuurs- en controle-organen: de volksmacht’. Ik had toen al kunnen bedenken dat er van die volksmacht in de letterlijke betekenis niets terecht zou komen en dat die ‘democratische’ instanties alleen maar waren bedoeld om de greep van de partij op de bevolking te versterken.” (blz.270)


De vraag blijft dan, waarom heb je dat toen niet bedacht? Dezelfde vraag kun je ook stellen aan de grote Franse denker J.P. Sartre en zijn feministische evenknie S. de Beauvoir. Sartre steunde zelfs ooit Mao en het Maoïsme. Werd hun denken vertroebeld door een soort van haat tegenover de Franse bourgeoisie, een vorm van zelfhaat? 


Jan is in zijn boek zo eerlijk om zich ook de vraag te stellen. “Waar had ik die naïviteit vandaan?Van de tijdgeest van toen, die nog altijd wegliep met de Cubaanse Revolutie? Van de enorme populariteit en het charisma van Fidel, die haast per definitie niets fout kon doen? Van de angst dat ik de vijanden van Cuba in de kaart zou spelen als ik de Cubaanse vuile was zou buitenhangen? Van mijn behoefte misschien om het contrast te accentueren tussen de sociale verworvenheden in Cuba en de terreurregimes in Zuid-Amerika? Waarschijnlijk was het van allemaal een beetje.” (Blz.270)


Toch een vorm van zelfonderzoek. Dat is meer dan menigeen kan opbrengen maar van mij had hij nog wat strenger mogen zijn. Hij bleef immers lang de sandinisten steunen, ook toen bleek dat ze persvrijheid en vrijheid van vakbeweging aan hun laars lapten en voormalige vrienden van de revolutie waaronder de eerder genoemde nationale held Comandante Cero, alias Eden Pastora in de ban deden. 


Jan droeg publiekelijk en als journalist met iets teveel zelfverzekerdheid  (o.a.in de Volkskrant, de VARA, het NOVIB blad Onze Wereld enz.) zijn geloof in de sandinisten uit. Daarin stond hij overigens niet alleen. Het Nicaragua comité, Solidaridad, de Evert Vermeer Stichting van de PvdA enz. bleven de sandinisten door dik en dun steunen ook toen ze over de schreef gingen met hun beperking van vrijheid van meningsuiting, van vereniging en hun aanvallen op de Moravische kerk van de inheemse bevolking aan de Oostkust.


Pas toen de sandinisten in 1990 de verkiezingen verloren, begon men te beseffen dat men de Nicaraguaanse revolutie door een veel te rosé bril had bekeken. Fellow travelers zijn blijkbaar van alle tijden en Jan was dus ook een van hen en dat strookt niet met goede journalistiek. Liefde voor de revolutie maakt zelfs journalisten blind.

 

donderdag 30 mei 2024

WAT MAAKT EEN FOTO GOED? 2

 

Meisje in keuken. Costa Rica 1977

Een goede foto vertelt in een oogopslag een verhaal zoals de bovenstaande foto.  Je ziet meteen dat het meisje in een eenvoudig, sober zo niet armoedig huis staat. Armoedig is betrekkelijk omdat op het platteland van Costa Rica, waar deze foto is gemaakt, de meeste mensen in dit soort eenvoudige huizen woonden.


De houten wand en de plank met de borden laten weinig aan de verbeelding over. Aan de borden te zien, staat ze in de keuken. Ze is eenvoudig gekleed. Ze straalt ondanks de armoede een eenvoudige schoonheid uit.


Ze poseert een beetje verlegen, vragend eigenlijk. Ze zal niet gewend zijn dat een bezoeker haar vraagt om te poseren.  Ze is verrast. Ze is te bescheiden om mij te vragen wat mij bezielt ene foto van haar te maken. 


Je kunt je afvragen wat de toekomst haar zal brengen? Zal ze als jonge vrouw en wie weet straks moeder nog steeds in eenvoud en soberheid leven of zal ze een materieel beter leven krijgen en bovenal zal ze gelukkig zijn. Ik hoop het van ganser harte en dan vooral dat ze haar waardigheid behoudt.


donderdag 9 mei 2024

WAT MAAKT EEN FOTO TOT EEN GOEDE FOTO?

Buitenwijk van San José, Hoofdstad van Costa Rica. 1978

 

Voor mij is een foto goed als ze de menselijke waardigheid weet vast te leggen, zelfs onder de meest precaire omstandigheden.


De bovenstaande foto gemaakt in een wijk aan de rand van San José, de hoofdstad van Costa Rica, laat zien wat ik bedoel. Ondanks het duidelijk zichtbare armoedige huis poseert de vader met zijn zoon en kleine dochter trots voor de camera terwijl op de achtergrond de moeder met instemming toekijkt.


De Costa Ricanen herkennen de trots van de man met zijn gezin en de omstandigheden waarin ze leven, zo bleek tijdens de publicatie uit de van deze foto op een Costa Ricaanse digitale fotopagina. 


De foto kreeg binnen enkele dagen heel veel positieve commentaren met name ook van mensen die zelf in zo een situatie zijn opgegroeid en daar dankbare herinneringen aan hebben.


Zij herinneren zich niet de armoede maar het liefdevolle gezin waarin ze opgroeiden, waarin alles werd gedeeld, ze zich veilig en vertrouwd voelden. Die bagage was veel en veel belangrijker dan of je wel of niet schoenen had of mooie kleren.


Anderen hebben daarmee moeite. Blijkbaar kunnen zij zich niet voorstellen dat mensen die in armoede leven op hun manier toch gelukkig kunnen zijn. Zij noemen dat romantisering van de armoede. 


Sommigen verdenken mij als fotograaf ervan dat de foto bedoeld is om te romantiseren. Dat is niet zo. Wat ik als fotograaf doe is de waardigheid van deze mensen en anderen registreren. 


Tijdens mijn gesprekken met de mensen merk ik dat ook zij beseffen dat dit mijn uitgangspunt is. Dat is de reden waarom zij mij toelaten de foto te maken. Het is een kwestie van wederzijds respect en vertrouwen. Als dat er niet is, maak ik ook de foto niet, hoezeer ik dat ook betreur.


Ik zie ook in onze samenleving hier in Nederland dat armoede uitsluitend wordt benaderd vanuit het gebrek aan voldoende materiële middelen, zeg maar geld, om mee te kunnen doen aan de samenleving. Tot op zekere hoogte is dat juist. Armoede dat de menselijke waardigheid aantast is zeker in ons land ontoelaatbaar. Dat mensen met beperkte financiële middelen toch gelukkig kunnen zijn, is ons in alle aandacht voor materiële zaken ontglipt. 







maandag 25 december 2023

KERSTFOTO


Bovenstaande foto is niet direct wat men een Kerstfoto zou kunnen noemen. Toch moest ik gelijk aan Kerstmis denken toen ik dit jonge stel tegenkwam. Zij gezeten op een ezel met een pas geboren baby in doeken gewikkeld, hij er naast lopend als haar beschermer. Het kon zo maar een scène zijn van de vlucht naar Egypte van Jozef en Maria met het kindje Jezus. Een tafereel dat veel indruk maakte in mijn vroege jeugd. 

In februari 1979 trof ik het jonge stel aan op een pad tussen Salitre, een dorpje in een indigena reservaat in het zuiden van Costa Rica vlakbij de grens met Panama, en het verderop gelegen dorp Buenos Aires. Ze waren niet op de vlucht maar op weg naar een ziekenhuis of arts voor hun baby. En zij leefden in grote armoede in vrede met hun gemeenschap in de bossen van het reservaat.


vrijdag 29 september 2023

9. AMERICA LATINA. BANANEN REPUBLIEKEN & MULTINATIONALS

 

Tekening van Sjarel, pseudoniem van Ad van Dooren. Voorkant van CLAT Nieuws nummer no. 5, 4e jaargang, juli/augustus 1973. Vanaf dit nummer was Sjarel vaste tekenaar van CLAT Nieuws.


CLAT stelt grote vragen bij het optreden van multinationale ondernemingen in hun continent. Niet verwonderlijk als je kijkt naar de geschiedenis. Of het historisch klopt, weet ik niet maar de eerste multinationale ondernemingen in Latijns Amerika of eigenlijk vooral in Midden Amerikaanse landen als Nicaragua, Guatemala, Panama en Costa Rica waren de Noord Amerikaanse bananenplantages. 

In Costa Rica werden voor de aanleg van die plantages aan de Oostkant van het land met zijn kust aan de Atlantische Oceaan, zwarte arbeidsmigranten uit Jamaica ingehuurd. Oude gewoontes laten zich nu eenmaal moeilijk veranderen, zwarte mensen bleven de beste arbeidskrachten ook na de afschaffing van de slavernij.

De arbeidsvoorwaarden zullen wel navenant slecht of op zijn minst zwaar geweest zijn en de lonen laag. Plantage arbeid werd niet goed betaald ook niet nadat blanken op de plantages kwamen werken in het zuiden van Costa Rica.

Na de bouw van de speciale bananen spoorlijn naar de haven en de aanleg van de plantages vestigden de Jamaicanen zich met hun gezinnen aan de kust. Nog altijd is dat te zien aan de bevolking in de havenstad Limon. Die is nog steeds overwegend zwart.

Tot na de Tweede Wereldoorlog was het verboden zich op de hoogvlakte in het centrum van het land met als hoofdstad San José te vestigen. Daar maakten de blanken, voornamelijk afstammelingen van de Spaanse kolonisator, al sinds de koloniale tijd de dienst uit.

De bananenplantages brachten enerzijds inkomen aan het land, dus in zekere mate van welvaart maar tegelijkertijd hadden de Noord Amerikaanse eigenaars grote politieke invloed. Men hun economische macht legden zij hun economische en politieke spelregels op aan het land, vaak met medewerking van lokale politici.

Het cliché van de operettegeneraal die met Amerikaanse dollars in de hand stevig in het zadel van de macht zit, is niet helemaal onjuist. Dat alleen al voedt onder de bevolking het wantrouwen tegen Amerikaanse multinationals. Ze worden eerder gezien als de voorhoede van de macht die de Verenigde Staten in Latijns Amerika uitoefent dan als genereuze investeerders die werk en inkomen verschaffen. 

Sommige leiders van CLAT kunnen over deze gang van zaken meepraten. Zij zijn betrokken geweest bij opstanden en revoluties tegen door Amerika gesteunde dictators in landen als Venezuela, Dominicaanse republiek, Guatemala en Cuba. 

Het gevolg is dat multinationals niet worden gezien als bedrijven die met hun investeringen welvaart en inkomen in het land brengen maar als onwenselijke vreemde eenden in de bijt die zich op hoog niveau en soms in het geniep (CIA)  bemoeien met de nationale politiek. Voor de Noord Amerikaanse vakbeweging geldt hetzelfde.

woensdag 28 juni 2023

6. OVERLEVINGSLANDBOUW BIJ INDIGENAS IN COSTA RICA

 

Moeder en dochter poseren in hun hut. Links staat een hard planken bed, rechts een paar schoenen, links boven twee kalebassenvoor water of andere dranken. De hut is ter bescherming tegen ongedierte en koude van binnen beplakt met kranten. (Reserva indigena Ujarras en Salitre)


De zucht naar een paradijselijk leven van genoeg is genoeg en een boterham met tevredenheid steekt telkens de kop op in Nederland. De rijkdom en welvaart die we door de eeuwen hebben opgestapeld maakt sommigen zenuwachtig. Er zijn mensen die er een schuldgevoel van krijgen.

In het Brabants dagblad las ik een kort bericht over een filosoof die de overdaad te gortig is geworden en nu zijn heil zoekt in een eenvoudig leven in een huis met een groententuin, wat kippen en zelf gebakken brood. Een nobel streven wat werkt zo lang alles meezit. Ziekte en andere tegenslagen moeten wel achterwege blijven anders wordt het miserie.

Voor zware miserie moet je elders zijn. Ik heb al verteld over het miserabele leven van de indigenas (inheemse bevolking) in Chiapas en Oaxaca in Mexico waar dankzij een ontwikkelingsprogramma van UNICEF stapsgewijs wat aan gedaan wordt. Een nog schrijnender geval van miserie en armoede heb ik leren kennen dankzij een vakbondsleider van de Christelijke Boerenbond in Costa Rica.


Vader en moeder met vier kinderen poseren voor hun hut. (reserva indigena Ujarras en Salitre)

Zoiets verwacht je trouwens niet in Costa Rica dat voor Latijns Amerikaanse begrippen een stabiel, democratisch land is zonder leger. Natuurlijk is er ook in Costa Rica armoede. Vooral op het platteland waar de boerengezinnen moeten leven van te weinig grond en met te weinig middelen ter verhoging van de productie. Maar daar wordt aan gewerkt door overheid en een VN ontwikkelingsprogramma en de Internationale Arbeidsorganisatie.

Waar niet aan gewerkt wordt, behalve dan door de christelijke boerenbond, is de verbetering van het lot van de inheemse bevolking in het zuiden van Costa Rica bij het stadje Buenos Aires. In het stadje wonen overwegend afstammelingen van blanke kolonisten uit de Spaanse tijd.

Een enkele keer kom je in de straten van het stadje een man of vrouw van inheemse afkomst tegen. Die wonen verderop, de zandweg naar Ujarras af, in een nog niet lang geleden toegekend reservaat. Ze wonen in stamverband midden in de jungle in hutten die nog volgens de overlevering zijn gebouwd. Voor de rest is hun cultuur verloren gegaan.


Moeder en dochter onderweg in het reservaat. (Reserva Ujarras en Salitre)
 

Ze leven van overlevingslandbouw wat in hun geval wil zeggen dat ze her en der in de jungle plek hebben gemaakt om koffiestruiken te planten, hier en hier daar een klein bos hebben aangelegd van bananenbomen ( Costa Rica heeft de grootste bananenplantages van Midden Amerika). Ze houden wat varkens, kippen en een enkele koe rond hun hut  erop na en dat is het.

Koffie en bananen verkopen ze aan de blanken in Buenos Aires zodat ze af en toe geld hebben. Ze krijgen steevast een te lage prijs voor hun producten omdat de blanken weten dat ze hun koffie en bananen bij gebrek aan eigen vervoer nergens anders kwijt kunnen.

De levensomstandigheden van deze groep, die bestaat uit een tiental hutten, zijn dan ook navenant. Het kost me dan ook geen enkele moeite om hun armoede of liever misère in beeld te brengen. Ik maak links en rechts foto’s die ze ondergaan zoals ze alles wat hun leven aangaat al generaties lang ondergaan.

Joaquin van de boerenbond probeert hun samen met een collega - een kleine koffieboer -  te leren hun lot in eigen hand te nemen. Ze helpen de gemeenschap met de kleine beetjes die ze hebben want ook zij als boerenbond hebben weinig te makken. Het komt in de buurt van lammen die blinden helpen. Ontwikkelingshulp op rudimentair niveau maar wel met liefde.

maandag 13 maart 2023

VERBODEN FOTO

 

Vader met zijn vier kinderen in de voortuin van zijn huis op het platteland van Guanacaste, Costa Rica. Augustus 1978.

De bovenstaande foto heb ik een tijdje geleden geplaatst op de Facebookpagina “Costa Rica Antigua y su Historia” een groepspagina met foto’s van personen uit het verleden van Costa Rica.

Ik werd door de Costaricaanse beheerder van de pagina, die zich mijn foto’s herinnerde van een tentoonstelling die ik in 1977 in het Nationale Theater in de hoofdstad San José heb gehad, uitgenodigd foto’s uit Costa Rica op de pagina plaatsen. Sindsdien plaats ik regelmatig foto’s gemaakt in de periode 1977- 1979.

De bovenstaande foto werd ondanks aandringen van de Costaricaanse Webmaster, door Facebook geweigerd als niet passend bij de Facebook Community. De webmaster probeerde nog uit te leggen dat deze foto niks met naakt te maken heeft maar dat was verloren moeite.

De hypocrisie van Facebook laat zich het beste afmeten aan onderstaande foto van Walker Evans. Hij maakte de foto in 1936-37 als een van de fotografen van de Farm Security Administration, een New Deal instelling van het Ministerie van Landbouw bedoeld om verzekeringen tegen natuurrampen op overheidsniveau te promoten.

De foto is intussen in honderden fotoboeken en tijdschriften gepubliceerd en gaat net zo min over naakt of bloot als de foto boven. Dat zo een foto niet past in de Facebook community is flauwekul want Facebook is net zo min een community als mijn klompen. Het is niet meer dan een smoes uit angst voor een of ander sektarisch actiegroepje of de soms al even hypocriete reclamewereld.

Onlangs heeft Museum Helmond een tentoonstelling gehouden van foto's van Walker Evans en door hem geïnspireerde fotografen.

Bud Fields and His Family, Hale County, Alabama, photograph by Walker Evans, c. 1936–37; from the book Let Us Now Praise Famous Men (1941) by Evans and James Agee.

 

 

donderdag 11 augustus 2022

CIRCO MILLER INTERNACIONAL, COSTA RICA 1979

 

Showmeisjes


Een van de showmeisjes tevens assistente van goochelaar Capitan Miller, de eigenaar van het circus.


Een van de showmeisjes


Een van de Jordan Brothers of Falcon Brothers, clown tevens trapezewerker.


Jongleur en koorddanser

dinsdag 5 juli 2022

CIRCO MILLER INTERNACIONAL, COSTA RICA 1979

 

Circus medewerker


Dwergclown Recorte en een collega clown


Acrobate Delmis


De negen jaar oude Arcelia met haar broer


Arcelia met haar broer


De apenkooi