Posts tonen met het label Anapo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Anapo. Alle posts tonen

vrijdag 16 december 2022

8. TERUG NAAR NIJMEGEN. DERDE WERELD CENTRUM

 

Prof. Dr. Gerrit Huizer in Veranderingsprocessen in de Derde Wereld, in zijn studeerkamer. (1929-1999) Foto: Katholiek Documentatie Centrum

Dat de studenten de moeite hebben genomen om een Zwartboek Derde Wereld Centrum van 55 pagina’s handgeschreven tekst te maken, is het bewijs dat het DWC bij de studenten zeer aan het hart ligt en toegewijd zijn aan de goede zaak. Het is, als je het Zwartboek leest, een wonder van doorzettingsvermogen.

Het boek is een lange oproep tot actie. 

“POLITIEK OP GROND VAN DE FEITEN.
willen we in nijmegen nog ooit een centrum voor de derde wereld krijgen, dan moet er een andere strategie gevoerd worden dan de tot nu toe gevolgde hiërarchische weg.
16 mei wordt er in nijmegen een aksiedag gehouden. dat is het begin!!
(slot van het zwartboek, pag 54)

De actie bestaat voornamelijk uit een lange dag in de aula van de universiteit luisteren naar allerlei mensen die zich bezig houden met de Derde Wereld. Ik blijf in de aula tot Leon W. van de pas opgerichte actiegroep Colombia zal spreken. Hij is een tijd geleden in Colombia geweest en heeft de boerenorganisatie ANUC bezocht. Volgens hem is dat een radicale beweging die samen met de politieke oppositie partij ANAPO wel eens voor een omwenteling in Colombia zou kunnen zorgen.

Ik heb daar in Colombia mijn twijfels over gekregen. Daar wil ik met hem over praten. Of hij zin heeft om bij mij thuis langs te komen? Dat wel maar hij heeft geen behoefte om over mijn twijfels te praten. Hij is zeker van zijn inzicht, een houding die ik steeds vaker tegenkom. De werkelijkheid wordt in een ideologisch politieke mal gestopt en dat is het dan. Voor mij doe je dan tekort aan de werkelijkheid en dan natuurlijk vooral de mensen.

Of het dankzij het Zwartboek en de aktiedag is, weet ik niet maar het universiteitsbestuur komt terug op haar besluit. Er komt een voltijds lectoraat voor het Derde Wereld Centrum. De door de benoemingscommissie voorgestelde dr. Gerrit Huizer wordt directeur en lector van het Derde Wereld Centrum. 

Kort samengevat sluit zijn stelling aan bij die van Leon W. De boerenbeweging zal de basis zijn voor een radicale omwenteling. Georganiseerde boeren zijn revolutionairen. Hij baseert zich daarbij op jarenlange ervaring met landhervormingen in Midden Amerika, Chili en Zuid Oost Azië vastgelegd in zijn proefschrift ‘ Peasant Unrest in Latin America, its origins, forms of expression and potential’ en uitgegeven in het Engels en het Spaans.  

Zijn grote voorbeeld is het Chinese boerenleger onder leiding van Mao Tse Toeng.  Mao verslaat de nationalisten en vestigt de dictatuur van de Communistische partij op het Chinese vasteland.

Het Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen schrijft het volgende over zijn tijd bij het Derde Wereld Centrum. 

“Sinds 1973 was Gerrit Huizer directeur van het Derde Wereld Centrum (DWC) en lector in de veranderingsprocessen in de landen van de Derde Wereld aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij begeleidde veel scripties van studenten en onderzoeken van promovendi. Naast zijn functies aan de universiteit was Huizer lid van de Nationale Adviesraad Ontwikkelingssamenwerking, lid van het bestuur van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen, voorzitter van de Wertheim Stichting, lid van de Missieraad, lid van de Academische Raad van de Université de Paix te Namen (België), lid van de Inter-Amerikaanse Raad voor Inheemse Spiritualiteit, ondervoorzitter van de International Foundation for the Study of Comparative Ethics en adviseur voor de United Nations Research Institute for Sociaal Development (UNRISD) en Food and Agriculture Organization (FAO).

Rond zijn vijftigste kreeg Huizer een bijzondere belangstelling voor religie en spiritualiteit. Zijn opvattingen over (volks)spiritualiteit en ontwikkeling worden expliciet geformuleerd in zijn laatste boek Leren van de Derde Wereld. Crisis als uitdaging (1992). Hij wijst hierin op de geestkracht van arme en onderdrukte mensen en houdt daarnaast een pleidooi voor een milieubewuste levensstijl en economie. Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het DWC in 1998 ontving Gerrit Huizer uit handen van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking een koninklijke onderscheiding. In zijn rede bij het afscheid van de KUN op 9 oktober 1999 wees hij met name op de groeiende kloof tussen rijk en arm in de wereld. Een maand later overleed hij.” (Katholiek Documentatie Centrum) 

Ik zelf heb geen tijd en ook geen zin meer om mij te verdiepen in het Derde Wereld Centrum. Ik wil zo snel mogelijk afstuderen en op zoek gaan naar een baan bij voorkeur ergens in Latijns Amerika.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 16 september 2022

66. HET BELOOFDE LAND. NIEUWE OPSTANDELINGEN

 

"De presidentsverkiezingen van 19 april 1970 waren moeilijk en controversieel. Rojas en Misael Pastrana Borrero waren allebei kandidaat voor het ambt. Rojas leek de verkiezingen te winnen totdat er een landelijke storing in communicatiesystemen plaatsvond. Nadat deze waren hersteld waren de stemmen al geteld. De resultaten lagen erg dicht bij elkaar, met een kleine marge in het voordeel van Pastrana Borrero. De aanhangers van Rojas betwistten de resultaten en beschuldigden de regering van president Carlos Lleras Restrepo van fraude. De zaak werd aanhangig gemaakt bij het Verkiezings Hof, dat op 15 juli 1970 in het voordeel van Pastrana Borrero besliste en hem als president van Colombia bekrachtigde. Deze vermeende verkiezingsfraude leidde tot de vorming van de 19 april-beweging." (Wikipedia: Elecciones Presidenciales de Colombia de 1970)

Met de vreedzame overgang van een militaire dictatuur van Rojas Pinilla naar een burgerlijk gemankeerd democratisch bewind kwam geen einde aan de sociaal-economische ongelijkheid. De elite bleef met het teruggekeerde twee partijenakkoord aan de macht en de rest had het nakijken, dat wil zeggen vooral de landloze of kleine campesinos op het platteland en de krottenwijkbewoners aan de rand van de steden. 

Het platteland bleef arm, de grootgrondbezitters hun politieke bazen. De armoede in de krottenwijken rond grote steden was nog schrijnender. Er was  onvoldoende werk om gezinnen aan een inkomen te helpen laat staan een fatsoenlijk bestaan. Alleen de middenklasse kon zich de illusie maken er bij te horen en in de toekomst een groter deel van de koek te krijgen. 

Voor revolutionair links genoeg reden om door te gaan met hun guerrilla acties ver weg in de oerwouden aan de randen van het land, daar waar de overheid nog maar nauwelijks aanwezig is en de wildernis begint. 

De twijfelachtige verkiezingsoverwinning van de Conservatieve president Misael Pastrana (1970-1974) maakte het er niet beter op. De landhervormingen die de liberale president Lleras Restrepo met de oprichting van de boerenbeweging ANUC een nieuwe impuls had willen geven, stagneerde met als gevolg onder de campesinos veel opstandigheid. 

Nadat president Pastrana vanwege strubbelingen over grondbezit een einde aan de subsidiëring van de ANUC maakte, werd de opstandigheid onder boeren groter. Ze lieten zich niet meer in hun hok terugjagen. 

Binnen de ANUC werd een heftig debat gevoerd tot hoever men met zijn verzet tegen de bestaande orde kon gaan. Dat leidde tot een splitsing, de ene stroming radicaler dan de ander maar beide eisten hoe dan ook grond voor boeren.

Het gevolg was een volgens velen pre-revolutionaire situatie die gevoed werd door het conflict over verkiezingsfraude tussen enerzijds de ANAPO en anderzijds de gekozen regering Pastrana. 

De overtuiging onder ANAPO aanhangers dat Pastrana de verkiezingen tezamen met de zittende president Lleras Restrepo had gefraudeerd - wat goed denkbaar is - leidde tot de oprichting van de guerrillabeweging M-19, een verwijzing naar de verkiezingsdatum 19 april 1970. Colombia had nu maar liefst drie guerrilla groepen; de orthodox communistische FARC, de Cubaans georiënteerde ELN en de populistisch linkse M-19.

Het twee partijen akkoord mocht dan een einde gemaakt hebben aan de militaire dictatuur, een op democratie gebaseerde vrede was verder weg dan ooit. Linkse guerrillagroepen stonden tegenover de traditionele machtselite van de Liberale en Conservatieve partij met het leger. 

Deze gewelddadige cocktail werd versterkt door groepen ANUC boeren die op vreedzame wijze grond van grootgrondbezitters bezetten. Grootgrondbezitters besloten het recht in eigen hand te nemen en de boeren met hulp van gewapende groepen, huurlingen van het leger, van hun land te verjagen.

Wat doe je als student als je om je heen zoveel armoede en sociaal onrecht ziet? Het mag een wonder heten dat studenten niet massaal kozen voor een van de guerrillagroepen waar velen in de sporen van Camilo Torres de dood zouden hebben gevonden. Het Colombiaanse leger was dank zij steun en hulp uit de VS een goed uitgerust leger geworden dat de guerrilla steeds beter wist te bestrijden. 

Oscar en Fernando en met hen vele anderen waren zich wel bewust van dat sociale onrecht en het geweld dat hen omringde, weliswaar ver weg in de wildernis met hier en daar aanslagen in de bewoonde wereld maar dichtbij genoeg om het als bedreigend te ervaren. 

Vanuit het besef dat het gewapende geweld zou leiden tot nieuwe bloedbaden en miljoenen vluchtelingen van het platteland naar de krottenwijken rond de steden, zochten zij naar een andere weg. Sociaal-economische hervormingen zonder moord en doodslag. In die opvatting werden zij gesteund door hun en intussen ook mijn mentor professor Frans Rosier.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 2 september 2022

64. HET BELOOFDE LAND. GEMANKEERDE DEMOCRATIE

 

Het Frente Nacional was een politiek pact tussen de Liberale en Conservatieve partij van Colombia, met als doel generaal Gustavo Rojas Pinilla uit de macht te zetten, die na een staatsgreep in 1953 van plan was zichzelf aan de macht te bestendigen. Deze overeenkomst was van kracht tussen de jaren 1958 en 1974.

Het vertrek van militair dictator Rojas Pinilla onder druk van de traditionele politieke partijen en de publieke opinie kun je een overwinning van de democratie noemen. Het betekende het herstel van geheime en vrije verkiezingen als basis voor de verdeling van de politieke macht maar dan wel beperkt tot de twee traditionele politieke partijen die zich presenteerden als een Nationaal Front. De rest van de politieke partijen had het nakijken. 

Het herstel van de oude politieke machtsorde had tot doel te voorkomen dat het geweld tussen de Liberalen en Conservatieven opnieuw zou oplaaien en Rojas Pinilla af te zetten. Dat lukte maar de nieuwe democratische rechtsorde was wel een gemankeerde democratie. Immers de verkiezingen waren niet echt vrij. Dankzij het Nationale Front zou voortaan een kandidaat van de Liberale of Conservatieve partij president zou worden. De uitsluiting van de ANAPO in 1962 deed nog eens extra afbreuk aan het democratisch herstel.  

De politieke vrede tussen de beide traditionele partijen veranderde bovendien te weinig aan de sociale ongelijkheid en de armoede. De linkse partijen en partijtjes voelden zich gesterkt in hun vreedzame als ook gewelddadige verzet tegen de bestaande orde. De laatsten vormden geen echte bedreiging van de macht daarvoor opereerden ze te ver weg in de rimboe. Ze waren er ook niet in geslaagd om brede steun te organiseren in de grote steden. FARC (orthodox communistisch) en ELN (Cubaans georiënteerd) ontregelden met hun acties voornamelijk het platteland dat nu juist het meest had geleden onder de onverklaarde burgeroorlog -La Violencia - tussen de Conservatieven en Liberalen. 

Daarentegen kreeg het vreedzame politieke verzet met de oprichting van de ANAPO een flinke steun in de rug gekregen. Ondanks dat de ANAPO was opgericht door voormalig militair dictator Rojas Pinilla wist de ANAPO zich te ontwikkelen tot een brede nationalistische  partij met hervormingsgezinde politici uit verschillende politieke partijen waaronder dissidente politici uit de beide traditionele partijen. Van meet af aan beschouwden zij het pact tussen hun partijen als fundamenteel ondemocratisch. En dan waren er natuurlijk ook nog de opportunisten. Zij die in de eigen partij geen kans kregen om een grote rol te spelen, dachten in de ANAPO een nieuwe kans te krijgen.

(wordt vervolgd)

 

vrijdag 26 augustus 2022

63. HET BELOOFDE LAND. LA VIOLENCIA

 

Soms kan politiek in Latijns Amerika verwarrend zijn. Hoewel generaal Rojas Pinilla (1900-1975) een couppleger was, heette hij vooruitstrevend te zijn. Met zijn coup (1953) maakte hij zo goed als een einde aan een periode van wrede gewelddadigheden tussen Liberalen en Conservatieven en nam tijdens zijn dictatuur enkele vooruitstrevende maatregelen waaronder invoering van het vrouwenkiesrecht. Na ruim vier jaar dictatuur droeg hij zonder geweld de politieke macht over aan een interim regering en vervolgens een gekozen president.


Hoe gek het ook klinkt, ondanks dat Fernando een zoon is uit een Conservatieve familie, zijn vader is een rijke koffieboer, zijn moeder een elegante dame eveneens afkomstig uit een rijke familie, heeft hij een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor het sociale onrecht in zijn land. Daarom studeert hij antropologie. Hij wil weten hoe het in elkaar steekt zodat hij straks de armen beter kan helpen. Oscar wil dat ook maar dan als ingenieur. 

Zo zijn ze in de groep rond Rosier terecht gekomen. Dát tezamen met dat ze uit dezelfde stad Neiva afkomstig zijn, bindt hen meer dan het verschil in politieke families. Daarin ligt ook de kracht van Rosier. Met zijn praktische instelling en charisma weet hij studenten uit verschillende sociale groepen met verschillende politieke achtergronden te interesseren voor het sociale onrecht en het lot van de armen. 

Dat Oscar en Fernando het verschil in politiek nest hebben weten te overstijgen, moet je niet onderschatten. Dat lijkt eenvoudiger dan het is. Vanaf de jaren vijftig heeft op het platteland een onverklaarde burgeroorlog gewoed tussen de Conservatieven en de Liberalen waarbij tienduizenden doden zijn gevallen en miljoenen mensen op drift zijn geraakt. Dat was in de periode van La Violencia die volgde op de Bogotazo (1948), een opstand in de hoofdstad waarbij presidentskandidaat Gaitan van de Liberale partij werd vermoord. De moord leidde tot een uitbraak van geweld tussen Liberalen en Conservatieven  met naar schatting vijfduizend doden en de vernieling van de oude binnenstad. 

Vandaar sloeg het geweld over naar het platteland dat ongeveer vijf jaar duurde waarbij naar schatting 200.000 doden zijn gevallen en een paar miljoen mensen op drift zijn geraakt. De slachtoffers waren voornamelijk kleine boeren, landlozen en arme sloebers die op het platteland een armoedig bestaan leidden in al even armoedige dorpen. Opgejut door grootgrondbezitters gesteund door politie en andere autoriteiten om het land van deze of gene te bezetten gingen ze elkaar met machetes te lijf. 

In 1953 maakte een coup van generaal dictator Gustavo Rojas Pinilla min of meer een einde aan deze duistere periode van geweld. Hij nam enkele maatregelen om de politieke spanningen te doen afnemen zoals het vrouwenkiesrecht en enkele grote infrastructurele werken op het platteland. Toen hij voorbereidingen trof om een politieke blijver te worden vormden Conservatieven en Liberalen een Nationaal Front en slaagden erin de politieke opinie op straat te mobiliseren. Rojas zag zich gedwongen in 1957 af te treden. 

De Liberalen en Conservatieven hadden afgesproken dat ze om beurten zouden regeren. Ze zouden voortaan elkaars presidentiële kandidaten steunen.  Rojas besloot daarop de politieke partij ANAPO (Alianza Nacional Popular) op te richten als verzet tegen het herstel van de politieke macht door de oude elite. Hij presenteerde zich met zijn partij bij de verkiezingen van 1962 waar hij een vijfde plaats verkreeg.

(wordt vervolgd)

vrijdag 14 januari 2022

31. HET BELOOFDE LAND. DE TOESTAND IS TREURIG EN DRAMATIES

 

Tijdens de studenten onlusten in Bogotá patrouilleren politie en leger zwaar bewapend door de straten. (Krantenknipsel)

Vervolg van mijn brief van 22 juli 1971 aan de WSO.

Wat de rust betreft in Colombia kan ik je verzekeren dat het de rust van een kerkhof is. Hoe je het ook bekijkt, de toestand is treurig en dramaties. De universiteiten zijn nog steeds voor het overgrote deel gesloten. Vorige week zijn er enkele geopend met behulp van politie en militairen met continue patrouilles met jeeps en mitrailleurs. Maar voor de opening hebben ze eerst een zootje studenten van de universiteit gegooid of in de bak gezet.

Ekonomies zit het land aan de grond met een inflatie die niet meer normaal is. Toen ik aankwam, kreeg je voor een dollar 18,5 peso, nu is dat van de week 20 peso geworden. En dan te weten dat de dollar zelf ook weer aan inflatie onderhevig is in Europa en Japan.

Politiek gezien is het land een grote puinhoop met een verdeelde elite (het werd tijd met misschien een alternatief), een president die geen enkele autoriteit heeft en voortdurend de stomste dingen zegt zodat zelfs de meest regeringsgezinde kranten hem moeten wijzen op zijn domme opmerkingen.  Laats beweerde hij dat nog nooit met geweld een revolutie tot stand is gekomen in de geschiedenis. Alleen een goede samenwerking van regering met het volk maakt revoluties. Nou ja, dat is pure demagogie. De speculaties over een militaire staatsgreep zijn niet van de lucht. Alleen weet niemand of het een reactionaire of progressieve groep militairen zal zijn.

Ik was laatst op bezoek bij en conservatief partijlid en zoon van een generaal. Die beweerde dat er een groepje is dat zeer geïnteresseerd is in een staatsgreep á la Peru. Toen ik doorvroeg zweeg hij. De situatie wordt nog dreigender doordat de ANAPO zeer sterk in zijn schoenen staat en al meer volgelingen heeft onder het volk dan een van de beide traditionele partijen. Deze partij heeft al in veel gemeenteraden de meerderheid en stoomt voor 100% zeker af naar een presidentsoverwinning. Gevolg is dat president Pastrana pogingen doet om het twee-partijen akkoord te verlengen tot ’78 om zo de ANAPO te beletten een kans te maken. Een en ander belooft een roerige toekomst. En dan moet je niet vergeten dat het voorbeeld van de Tupamaros ook inspirerend begint te werken en dat binnen niet al te lange tijd ook een hechte urbane guerrilla zal bestaan.

Ik heb een werkprogramma gestuurd naar Kho mijn studiebegeleider in Nederland, hieronder staat het. Of het allemaal kan, weet ik nog niet want een en ander gaat hier langzamer dan in Nederland.

1. Litteratuur doorwerken die ik inmiddels verzameld heb.
2. Verkiezingsgegevens doornemen en kijken of ze bruikbaar zijn (is gebeurd).
3. Pogen de elite in kaart te brengen, politiek, ekonomies en historisch. Daar ben ik al een heel eind mee gevorderd.
4. Hoe verloopt de carrièrelijn binnen de traditionele partijen?
5.Hoe is het communicatie patroon binnen de partijen van lokaal naar nationaal niveau?

Vier en vijf zijn de moeilijkste punten. Ik hoop iets te bereiken door middel van ongestructureerde interviews. Een antropologie student van hier heeft medewerking beloofd.

6. Kranten lezen en artikelen analyseren op bruikbaarheid.
7. Vormgeving van de scriptie en complementeren van bibliografie.

Indrukwekkend nietwaar, nou ja ik probeer een en ander te verwezenlijken maar de tijd is er eigenlijk te kort voor, maar ik doe mijn best.

Rest me jullie de groetjes te doen van Dora en mij en hen die op vakantie gaan een prettige vakantie te wensen en die geweest zijn daar hoop ik van dat ze een goede vakantie hebben gehad en weer met frisse kracht aan de slag kunnen voor de WSO. Ik hoop weer eens iets van jullie te horen.

(wordt vervolgd)