Posts tonen met het label het revolutionaire idee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label het revolutionaire idee. Alle posts tonen

vrijdag 12 september 2014

HET COMMUNISME VAN SARTRE 3 (de goden van de geschiedenis)

De portretten van Marx en Engels, de grondleggers van het communisme, worden elk jaar opgehangen op het plein van de Revolutie in Havana ter opsiering van de feestelijkheden op 1 mei, de dag van de arbeid. Op de achtergrond de contouren van de beeltenis van Che Guevara, een van de goden van de Cubaanse revolutie en dus van de Geschiedenis.(foto: Petrus, 2008, Havana)

Volgens Lévy (Bernard-Henri Lévy, De eeuw van Sartre, een filosofische zoektocht, Bert Bakker 2004) werd Sartre tot het communisme bekeerd vanwege zijn anti-Amerikanisme als gevolg van de Korea oorlog, zijn anti-kolonialisme vanwege de Algerijnse oorlog, zijn teleurstelling in het na-oorlogse Frankrijk en tenslotte 'het Revolutionaire Idee'. (zie 'Het communisme van Sartre 2) Drie van de vier hier genoemde drijfveren speelden ook een rol bij de bekering van veel van mijn generatiegenoten tot het communisme met bijbehorend lidmaatschap van de CPN, de Communistische Partij Nederland (uiteindelijk opgegaan in Groen Links). Overigens is Sartre nooit lid geweest van een de Franse Communistische Partij. Hoe streng hij ook in de leer was, hij wilde niet aan een partij gebonden zijn. Misschien ook een marketing strategie van hem? Als lid van de partij was zijn status van vooraanstaande intellectueel hoogst waarschijnlijk flink gedaald.

In plaats van de Korea oorlog was het in mijn tijd (jaren 60 vorige eeuw) de Vietnam oorlog, een nationaal-communistische bevrijdingsoorlog gesteund door de communistische Sovjet Unie en communistisch China, die veel jongeren tot anti-Amerikanen maakte. In hun gevecht tegen de communisten van Noord Vietnam steunden de VS met veel militair geweld een democratische burgerlijke regering in Saigon, de hoofdstad van het voormalige Zuid Vietnam. In communistische termen heette die regering 'een marionetten regering van de VS' te zijn. Het was inderdaad een zwakke regering. Wat we niet beseften toen was dat democratie in pas onafhankelijke landen een heel lange adem nodig hebben, een adem die ze als gevolg van de oorlog niet hadden. In Hanoi, de hoofdstad van het toenmalige Noord Vietnam, was de communistische partij aan de macht met Ho Tsji Minh als charismatisch leider. Daar waren dus geen tijdrovende democratische processen nodig om tot beslissingen te komen. Voor de protesterende studenten werd Ho een Derde wereld variant van andere voormalige linkse helden als Mao Tse-toeng en Lenin.

Een aan de nieuwe tijd digitaal aangepast portret van de Chinese communistische leider Mao Tse-toeng (tegenwoordig Mao Zedong), de grondlegger van modern China en een van de heldengoden van de Geschiedenis volgens het communisme. 

Het was een wrede oorlog zoals alle burgeroorlogen, met aan de ene kant dus de burgerregering van Zuid Vietnam en de VS als beslissende macht en aan de ander kant het communistische Noord Vietnam, gesteund door de Sovjet Unie en China. Wij, na-oorlogse babyboomers gewend aan vrijheid en toenemende welvaart, zagen geschokt hoe de VS met veel, heel veel geweld zoals massabombardementen en chemische wapens als het beruchte napalm, probeerden een – volgens ons - gerechtvaardigde bevrijdingsstrijd, te vernietigen.

Wij studenten vonden ook dat in ons eigen land, net als vlak na de Tweede Wereldoorlog met de politionele acties in Indonesië, de linkse PvdA weer aan de verkeerde kant stond. De intussen sterk uitgebreide studentenbevolking, dank zij nieuwe voorzieningen van staatswege als renteloze voorschotten en dubbele kinderbijslag, werd steeds kritischer d.w.z. anti-PvdA en anti-Amerikaans. We riepen op straat dat de Noord Amerikaanse president Johnson een moordenaar was.Toen dat niet langer mocht omdat Johnson een bevriend staatshoofd was, riepen we Johnson molenaar. De democratisering van de universiteit kwam door dit alles in steeds radicaler vaarwater, waar niet alleen de CPN van profiteerde maar ook splintergroepen als de Marxistische Leninistische Studentenbond (MLS), de Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland (KEN) en de tegenwoordige Socialistische Partij SP.

De wortels van de SP gaan terug tot o.a. het Maoïsme vandaar dit digitaal bewerkte portret van SP leider Emile Roemer in Mao pak met in zijn hand de onafscheidelijk sigaret van Mao.


Ongeveer tegelijkertijd werden Fidel Castro en vooral ook zijn commandant Che Guevara dankzij de overwinning van de Cubaanse revolutie (1959), de nieuwe Lenin of Mao Tse Toeng van Latijns Amerika. Een status die versterkt werd toen onder hun leiding het Cubaanse revolutionaire leger de Varkensbaai invasie van Cubaanse rechts vluchtelingen gesteund door de Noord Amerikaanse CIA (1961), ongedaan wisten te maken. Het door het Westen al dan niet heimelijk gesteunde Zuid Afrikaanse apartheidsregiem was ons een al even grote doorn in het oog. Vandaar dat vele van onze generatie als het ware vanzelf terecht kwamen bij de Anti Apartheidsbeweging en de Zuid Afrikaanse bevrijdingsbeweging ANC.

Voor velen was duidelijk dat de communisten de toekomst zouden hebben. Zij voerden immers de gerechtvaardigde strijd voor de bevrijding van hun volk (een romantisch begrip in de Derde Wereld en een taboe in het Westen als gevolg van de Tweede Wereldoorlog) en tegen kapitalisme en imperialisme. Dank zij de vele Vietnams in de Derde Wereld (bijvoorbeeld ook de bevrijdingsstrijd in Angola en Mozambique) zou het kapitalisme en imperialisme van de VS en zijn Westerse bondgenoten uiteindelijk verslagen worden. De Geschiedenis met een hoofdletter zou voortaan geschreven worden door de communisten. Het communisme had de Toekomst van de mensheid in handen.

Een digitale spotprent van de Cubaans-Argentijnse revolutionair Che Guevara. Een van de heel grote heldengoden van de Geschiedenis volgens het communisme.

Net als bij Sartre was in het alles verblindende licht van de Geschiedenis met een hoofdletter, de politieke democratie voortaan bijzaak. Rebelse studenten die regenten binnen en buiten de universiteiten aanvielen vanwege hun autoritaire bestuursstijl, die structuren als ondemocratisch en autoritair met bezettingen ontmaskerden, die hun kinderen anti-autoritair wilden
opvoeden, kozen vanwege hun anti-kolonialisme, anti-imperialisme en anti-kapitalisme voor het ondemocratische communisme.

De aantrekkingskracht van de Geschiedenis met de Revolutionaire Idee als motor was veel groter dan de politieke democratie met zijn vooroorlogse (en dus verouderde) politieke partijen, zijn onduidelijke, halfslachtige compromissen, zijn soms verwarrende openbare debatten, tegengestelde belangengroepen en onderlinge wedijver. De democratie bracht geen grootse visie op de toekomst, het communisme daarentegen wel. De ideële rechtvaardiging voor hun keuze voor autoritaire communisme werd gevonden bij de grondleggers van het communisme Marx en Engels, bij hun politieke volgelingen Lenin, Ho Tsji Minh, Mao Tse Toeng, Fidel Castro en Che Guevara en uiteraard vele Westerse linkse intellectuelen en partijgangers die hun ideeën vernieuwden, aanvulden en aanpasten.

Maar waar komt de idee van de Geschiedenis met een hoofdletter vandaan? Ook daar speurt Lévy naar in het leven van Sartre, de man die met zijn filosofie vertrok vanuit het individu, het Cartesiaanse 'Ik denk dus ik ben”. Volgens Lévy is de bron van alle kwaad de Duitse filosoof Hegel. Hij is de man die in zijn geschriften over de dialectiek van de geschiedenis de onwereldse Goden van onze voorvaderen heeft vervangen door de even ongrijpbare maar toch wereldse God van de Geschiedenis, Geschiedenis met een hoofdletter. Geschiedenis gemaakt door mensen, al dan niet bewust, even ongrijpbaar als de Oude Goden maar wel zo fascinerend om er in te geloven.


donderdag 4 september 2014

HET COMMUNISME VAN SARTRE 2

In sommige hotels in vroegere communistische landen lijkt de tijd nog altijd stil te staan. Dit portret van Sartre trof ik begin dit jaar aan in Hotel Moskwa in Belgrado. Naast hem in de gang hingen nog meer beroemde gasten zoals Wereldkampioen schaken Kasparov, de Palestijnse leider Yasser Arafat en de Parijse danseres, zangeres en actrice Josephine Baker. Arme Sartre, zelf dacht dat het communisme de toekomst zou hebben.

Mijn vorige blog (Het communisme van Sartre 1) over Sartre eindigde met de vraag waarom Sartre van een radicale individualist een radicale communist werd? Was dat het gevolg van zijn kamp ervaringen tijdens de Tweede wereldoorlog waar Sartre voor het eerst het belang van de gemeenschap ontdekte zoals de Franse filosoof Bernard-Henri Levy schrijft in zijn filosofische zoektocht “De eeuw van Sartre, Een filosofische zoektocht” ?(2004) Maar waarom moest dat dan leiden tot het communisme in zijn radicaalste vormen, zoals Stalinisme en Maoïsme? Had hij niet net zo goed een voor mijn part een linkse democraat kunnen worden? Of hoort radicalisme bij Franse intellectuelen zoals wijn bij stokbrood? Zit er in iedere Franse intellectueel altijd wel iets van een Jeanne d'Arc of van een Zonnekoning, van een Robespierre, een Napoleon of dichter bij huis een Charles de Gaulle?

We keren terug naar het boek van Levy die een aantal oorzaken opsomt waardoor Sartre communist zou zijn geworden. Het eerst noemt hij het anti-Amerikanisme. Sartre zou het gerucht geloofd hebben in de vroege jaren '50 dat de Amerikanen in de Koreaanse oorlog bacteriologische wapens gebruikten. Maar in plaats van de feiten te controleren en “de dwaze en verhitte gevoelens die zich van links hadden meester gemaakt te sussen”, stortte Sartre zich in een “wilde anti – Amerika campagne en trekt met ongekende felheid ten strijde tegen 'Ridgway-de-pest', de opperbevelhebber van de troepen in Korea”. (Levy, blz.367).

De vraag die dan volgt is hoe een man als Sartre, die in het verzet had gezeten tegen de Duitse bezetters van zijn land dat uiteindelijk werd bevrijd dankzij duizenden levens van jonge Amerikanen, zo gemakkelijk de propaganda geloven van de Sovjet Unie. Want dat was het weten we achteraf; Sovjet propaganda.Hoe kan het dat Sartre; zo vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog, niet in de eerste plaats in de Amerikaanse democratie vertrouwde met zijn vrijheid van meningsuiting, openbare en transparante verkiezingen maar in plaats daarvan op geruchten afging afkomstig van een duister rijk waar Stalin miljoenen mensen de dood in joeg, democratische verkiezingen en rechten niet bestonden?

Als tweede factor, maar misschien was dat eigenlijk wel de eerste, de enorme teleurstelling van Sartre en andere verzetsstrijders in het na-oorlogse Frankrijk:“Het was al niet briljant in de jaren dertig, dat Franse politieke bestel. Het was al onderworpen aan een vrijwel algemene afkeuring die zeker zal hebben bijgedragen aan de massale aansluiting bij het communisme en het fascisme. Maar het minste wat je kunt zeggen is dat het niet volwassener uit de oorlog te voorschijn is gekomen en zeker niet uit het Vichy-seizoen. Wat is er terechtgekomen van de dromen van het Verzet? Wat is er gebeurd met alle prachtige plannen die in de jaren van de strijd waren gesmeed? En als je hebt gedroomd van een nieuwe Republiek en in de schaduw van 'Socialisme en Vrijheid' fenomenale projecten hebt uitgedacht voor een grondwet waarin, ik noem maar wat, de basis werd gelegd voor een nieuwe buitenlandse politiek, een nieuwe munt, een ongekende afstemming tussen wetgeving, bestuur en rechtspraak – zelfs het principe van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht is niet meer jeilig –, en je bent weggedroomd bij 'een sociaal en ethisch politiek perspectief op de lange termijn voor een Frankrijk dat bevrijd is van de nazi-ketenen'.” (blz. 367, Levy)

Een derde oorzaak voor het nieuwe geloof van Sartre ligt volgens Levy in de Algerijnse de-kolonisatie oorlog. Levy wijst op de inleiding van Sartre in het boek van Frantz Fanon, 'De verworpenen der aarde', (1961, Nederlandse vertaling: Bruna Boeken,1969). Zijn inleiding is geschreven volgens het communistisch en anti-imperialistisch stramien van die tijd met felle uithalen en cynisme dat ook Marx al gebruikte en menig linkse student van mijn generatie poogde na te doen. Het is een felle tirade tegen zijn eigen land, dat met oorlogsgeweld tekeer ging tegen de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders, tegen de interneringskampen of concentratiekampen, de speciale wetten, tegen het martelen, tegen de barbarij waarin het kolonialisme ontaardde toen het geconfronteerd wordt met de bevrijdingsstrijd.

Om een indruk te geven van de felheid waarmee Sartre van leer trekt: “Kortom , de Derde Wereld ontdekt zichzelf, spreekt tot zichzelf door deze stem ( Fanon dus); men weet dat deze wereld niet homogeen is en dat men er nog tot slaaf gemaakte volkeren vindt, anderen die zich een schijn-onafhankelijkheid hebben verworven, anderen die vechten om hun soevereiniteit te veroveren, anderen ten slotte die de volle vrijheid gewonnen hebben, maar die onder een voortdurende dreiging van een imperialistische agressie leven. Deze verschillen zijn geboren uit de koloniale geschiedenis, dat wil zeggen uit de onderdrukking. Hier achtte het moederland het voldoende een paar feodale heersers te betalen: daar – 'verdeel en heers' – heeft het snel een bourgeoisie van gekoloniseerden in elkaar getimmerd; elders heeft het moederland een dubbele slag geslagen: de kolonie wordt tegelijkertijd bevolkt en geëxploiteerd. Zo heeft Europa de scheidslijnen, de tegenstellingen vermenigvuldigd, heeft het klassen gefabriceerd en soms racismen, heeft het met alle mogelijke middelen geprobeerd de gelaagde structuur van de gekolonialiseerde samenlevingen te stimuleren en uit te breiden; Fanon verbloemt niets: om tegen ons te strijden, moet de vroegere kolonie tegen zichzelf strijden.” (Fanon, blz.7 en 8) Dat laatste is maar al te waar. Dekolonisatie oorlogen waren vrijheidsoorlogen aan de ene kant maar ook halve of misschien wel hele burgeroorlogen aan de andere kant, en niks zo wreed en meedogenloos als een burgeroorlog.

Dat gold zeker voor de Algerijnse – Franse oorlog met zijn omvangrijke Frans-Algerijnse bevolking. Het gold indertijd ook voor Nederland met zijn politionele acties van vlak na de Tweede Wereldoorlog in Indonesië. Ook dat had voor een deel het karakter van een burgeroorlog. Indosnesië was nederland en er woonden veel Indonesische Nederlanders en er waren ook veel Indonesiërs die zich Nederlander voelden. Gee,n wonder dat deze politionele acties konden ontaarden in wrede acties niet alleen tussen Nederlandse strijdkrachten en de bevrijdingsstrijders maar ook onderling, tussen de Nederlandse Indonesiërs en de nationalisten.

De vierde factor van invloed op het denken van Sartre was volgens Levy voor Sartre's nieuwe geloof was wat Levy 'het revolutionaire idee' noemt, d.i. de idee dat de mensheid niet alleen zijn eigen geschiedenis kan maken (er is geen lotsbestemming of goddelijke bestiering) maar ook met een schone lei kan beginnen. Hij kan zichzelf een paradijs van menselijke goedheid, liefde, broederschap, gelijkheid en vrijheid scheppen. Een kwestie van aanpakken en doorpakken.

Een zinsbegoocheling die een aantal decennia heeft geduurd totdat aan het licht kwam dat de uiterste doorvoering van die revolutie leidde tot massaslachtingen zoals eerst in Rusland onder Stalin, daarna in China met Mao en in het Cambodja van Pol Pot. “Aan het eind van de emancipatorische droom zijn de massagraven. Dat is de moraal van die twee 'culturele' en dus 'radicale' revoluties, de Chinese en de Cambodjaanse. Dat is het geluid, de stank die we in ons hoofd hebben.” (blz. 373, Levy)


Word vervolgd