Posts tonen met het label west-berlijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label west-berlijn. Alle posts tonen

vrijdag 5 juni 2020

MIJN SPROOKJESJAREN ZESTIG 63, THE TIMES THEY ARE A-CHANGING

Bob Dylan tijdens de opname van het album "The Times They Are A-Changin" uit de gelijknamige Dylan Bijbel.

Na onze betoging in West-Berlijn gaat de Vietnamoorlog gewoon door. We hebben de Noord Amerikaanse regering er weer niet van kunnen overtuigen te stoppen met de oorlog. Het is net als bij verkiezingen, je stemt op de goeie partij maar die verliest. In Nederland blijft de massa zwijgen en wie zwijgt stemt toe.

Er zal nog veel gedemonstreerd moeten worden om wat te veranderen. De oude politiek is taai, veel taaier dan wij ons in onze bevlogenheid kunnen voorstellen. Maar wij van de nieuwe generatie hebben de tijd mee. De oude politiek heeft daarentegen weinig tijd meer. Tijden zullen dus hoe dan ook veranderen. Dat is precies wat de dichter-zanger Bob Dylan aankondigt met zijn lied “The Times They Are a-Changin”.
 

“Bob Dylan schreef ‘The Times They Are A-Changin’ in de herfst van 1963, met oude Ierse en Britse ballades als inspiratie. Anders dan ‘Masters of War’ en ‘A Hard Rain’s A-Gonna Fall’ gaat ‘The Times Tehy Are A-Changing’ niet over een specifiek onderwerp. Wel spreekt een gedeelde hoop uit het nummer dat de jaren zestig de maatschappij zouden veranderen.
Ook nu weer valt Bob Dylan terug op de Bijbel bij het verkondigen van zijn universele boodschap. Zelfs de titel verwijst naar hoofdstuk 1, vers 3 van de Openbaring van Johannes: “Gelukkig is wie dit voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich houden aan wat hier gezegd wordt. Want de tijd is nabij.” De regels “For the loser now will be later to win” verwijst naar hoofdstuk 10, regel 31 van het Evangelie volgens Marcus: “Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.” Het vertoog van Dylan had meer impact omdat het niemand buitensloot. Dat de songwriter had geprobeerd een hymne te schrijven voor de jongere generatie is duidelijk, hoewel hij in 1965 ontkende dat hij de jongere generatie had willen opzetten tegen hun ouders: “Dat is niet wat ik zei. Misschien waren dat de enige woorden die ik kon vinden om een onderscheid te maken tussen levendigheid en doodsheid. Het heeft niets met leeftijd te maken.”  Toch was Dylan zich bewust van de impact van zijn woorden. Ik wilde een groot nummer schrijven, een, soort lijflied, weet je, met korte, bondige coupletten, die samen als een soort hypnose werkten.”, zei hij tegen Cameron Crowe.”
( Philippe Margotin/Jean-Michel Guesdon, Bob Dylan Compleet, Het verhaal van 492 songs, uitgave W Books, blz. 87 en volgende).
 

Come gather 'round, people
Wherever you roam
And admit that the waters
Around you have grown
And accept it that soon
You'll be drenched to the bone
If your time to you is worth savin'
And you better start swimmin'
Or you'll sink like a stone
For the times they are a-changin’

Come writers and critics
Who prophesize with your pen
And keep your eyes wide
The chance won't come again
And don't speak too soon
For the wheel's still in spin
And there's no tellin' who
That it's namin'
For the loser now
Will be later to win
For the times they are a-changin’

Come senators, congressmen
Please heed the call
Don't stand in the doorway
Don't block up the hall
For he that gets hurt
Will be he who has stalled
The battle outside ragin'
Will soon shake your windows
And rattle your walls…

Come mothers and fathers
Throughout the land
And don't criticize
What you can't understand
Your sons and your daughters
Are beyond your command
Your old road is rapidly agin'
Please get out of the new one
If you can't lend your hand
For the times they are a-changin’

The line it is drawn
The curse it is cast
The slow one now
Will later be fast
As the present now
Will later be past
The order is rapidly fadin'
And the first one now
Will later be last
For the times they are a-changin'

De troubadour doet zijn best maar nu de rest nog en dat gaat niet goed, ook niet in Amerika dat per slot van rekening de oorlog voert. Minder dan een maand na de opname van het lied wordt tot verbijstering van de wereld president Kennedy tijdens een live TV uitzending vermoord. Een politieke reality show in optima forma. 

Achterin zittend naast mevrouw Jackie Kennedy in een open auto  die door Dallas rijdt alsof het een zomerse ritje langs de boulevard is, wordt hij door een sluipschutter in het hoofd geschoten. Er is geen redden meer aan. Aan boord van het vliegtuig met de dode president op weg naar Washington wordt zijn opvolger Johnson ingezworen tot president. Kort daarna vertrekken grote aantallen soldaten naar Vietnam. De oorlog komt pas goed op gang.


(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 22 mei 2020

MIJN SPROOKJESJAREN 61: DE MUUR

Prins Frederik Hendrik en graaf Ernst Casimir bij het beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 (1635), Pauwels van Hillegaert, Noordbrabants Museum

Tot mijn verbazing worden door betogers grote foto’s van Ho Tsji Minh, Che Guevara, Rosa Luxemburg enz. meegedragen. Ik zie ook vlaggen van de Vietcong. Dat is voor het eerst. In Parijs zag ik alleen maar grote gele borden met dikke zwarte letters “Humphry Go Home”. Onze kleine Politeia delegatie heeft niks geen borden bij zich en daar ben ik blij om. Die foto's en vlaggen doen me teveel denken aan de Roomse processies waar ik als verkenner in mee heb gelopen. Er werden heiligenbeelden meegedragen en allerlei vlaggen en vaandels. 

Een keer per jaar droeg mijnheer pastoor gekleed in een feestelijk kazuifel een monstrans met daarin het lichaam van Jezus Christus in de vorm van een grote hostie. Hij hield de hele processie lang de monstrans eerbiedig voor zich uit met geheven armen alsof hij het nooit meer los wilde laten. Vier heren gekleed in een zwart pak hielden al die tijd een baldakijn boven zijn hoofd. Een misdienaar gekleed in een zwarte toog met een met kant afgewerkt hemd deed het moeilijkste werk. Achterwaarts lopend bewierookte hij de uren durende processie de monstrans. De geloven keken zwijgend langs de weg toe, veel van hen knielden op het moment dat de monstrans voorbij kwam.

 
De West-Berlijnse burgers langs de route reageren heel anders op onze betoging, niet met eerbied maar met misprijzen. Komt dat omdat onze betoging ook soort processie is, een vorm van politieke geloofsbelijdenis die weerzin oproept? Ik hoor van alle kanten protest en verontwaardiging. Sommigen schreeuwen dat we maar beter meteen naar Oost-Berlin kunnen overlopen. Anderen zetten een paar stappen naar voren om naar ons te spugen. Voor de zekerheid, een klodder spuug op je krijgen is niet leuk, gaan we wat meer naar het midden van de straat lopen. Anderen schelden ons uit voor communisten alsof communisme het kwaad zelve is. Ook dat is nieuw voor me. Ik vind de Tweede Kamer communist Marcus Bakker het tegendeel van het kwaad. Hij is soms vermakelijk, bijna een vrolijke noot tussen de zwaarwichtige donkere pakken van de leden van de Tweede Kamer.


Zoveel anti-communisme had ik niet verwacht. Het geestelijk gewicht van de metershoge Muur die Berlijn bruut in tweeën hakt, heb ik blijkbaar onderschat. De muur heeft zonder enig medeleven pardoes het leven van hele families in West Berlijn van de ene op de andere dag stil gelegd, ouders gescheiden van hun kinderen, geliefden uit elkaar gerukt, vertrouwde straatbeelden kapot gemaakt. De Muur is wreed zelfs al beschouw je het als de prijs die de Duitsers betalen voor de Nazi oorlog waarmee ze de wereld in brand hebben gestoken. 


Voor zo een abrupte tweedeling met oorlog en geweld moeten wij in Nederland teruggaan naar de geschiedenis van de Tachtigjarige oorlog. Toen werd uit opstand, bloed en moord de protestantse Republiek geboren, de modernste staatsvorm van zijn tijd. Door het tegengeweld van de Spaanse furie bleef het Roomse zuiden in handen van de Spaanse kroon. Pas met de verovering van den Bosch lukte het de Republiek het nog net er een stukje zuidelijk Nederland bij te krijgen. 


Maar het kwaad was al geschied. Tussen Noord en Zuid Nederland was een geestelijke muur verrezen waardoor de bewoners van de zuidelijke landen, de zogeheten Generaliteitslanden, tot aan het einde van de achttiende eeuw tweederangs burgers bleven.
 

“Het Beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 was een door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden groots opgezette belegering van de door de Spanjaarden bestuurde stad 's-Hertogenbosch tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het beleg duurde van april tot half september en resulteerde in de inname van 's-Hertogenbosch door de Republiek onder leiding van stadhouder Frederik Hendrik van Oranje. De stad was belangrijk vanwege de strategische ligging. Het was een van de sterkste schakels in de Spaanse omsingeling van de Republiek. Door haar aanzien was een verovering daarom goed voor het prestige van de Republiek en de stadhouder. Spanje ondervond dat jaar problemen en dat bood de mogelijkheid voor deze gewaagde onderneming. (Wikipedia: Beleg van ’s Hertogenbosch)

verschijnt elke vrijdag

vrijdag 15 mei 2020

MIJN SPROOKJESJAREN ZESTIG 60, "WIR SIND NUR EINE KLEINE RADIKALE MINDERHEIT HAHA"

Demonstration against the Vietnam War on West Berlin’s Kurfürstendamm boulevard, 18.2.1968 (Photo: Bert Sass/Landesarchiv Berlin)

De vroege ochtend brengt goed nieuws. De burgemeester heeft bekend gemaakt dat de betoging niet langer verboden is. Dat is een opluchting. Toch niet voor niks helemaal naar West-Berlijn gereisd. Niemand vertelt ons waarom de burgemeester van gedachten is veranderd. Zijn het de drieste aanvalsplannen van de socialistische studenten op de politie en heeft hij, om erger te voorkomen, besloten om het verbod op te heffen? Een voorbeeld van gezond verstand beleid? Of is het een overwinning van de oppositie? Of is het  repressieve tolerantie op zijn Duits? Eerst verbieden en dan alsnog toelaten waarna we weer terug moeten in de maatschappelijke orde? Hoe dan ook, wij kunnen betogen zonder veldslag met de politie.

Ik vind op internet nog iets over onze massa demonstratie.


“De geest van provocatie waarde op dit weekend van 18 februari 1968 in Berlijn rond: meer dan 4.000 mensen die zich een radicale minderheid voelden, maar grootse plannen hadden, hadden de oproep van de socialistische Duitse studentenvereniging naar het Internationale Vietnam-congres in West-Berlijn gevolgd. De oorlog in Vietnam en vooral de militaire inzet van de VS waren al geruime tijd centrale punten van politiek debat over de hele wereld. Lange tijd hebben linkse bewegingen niet alleen campagne gevoerd voor vrede in Vietnam, maar ook opgeroepen tot de "overwinning van de Vietcong". De radicalisering van het internationale engagement ging gepaard met een intensivering van de politieke confrontatie binnen de Bondsrepubliek. Voor velen leek de revolutie in de situatie noodzakelijk - en mogelijk. De buitenparlementaire oppositie stond op een kruispunt. Rudi Dutschke, een van de belangrijkste sprekers op het congres, legde in zijn toespraak de verbinding tussen de oorlog in Vietnam en de studentenopstand in de Bondsrepubliek Duitsland. Zijn centrale term was in die tijd: globalisering. "Elke radicale oppositie tegen het bestaande systeem, dat ons probeert te verhinderen voorwaarden te scheppen waaronder mensen een creatief leven kunnen leiden zonder oorlog, honger en repressief werk, moet vandaag de dag wereldwijd gelden.” (“Der Geist der Provokation”, Deutschlandfunk) 


Je voelt meteen dat de spanning uit de lucht verdwijnt. Alsof iemand ergens een groot ventiel heeft open gedraaid. De betoging verloopt rustig en vreedzaam. De uitspraak van Herr Burgermeister wordt ons geuzenlied. Ritmisch zingen we door de straten  “Wir sind nur ein kleine radikale Minderheit, haha”. Het gezang geeft je een gevoel van eenheid, een grote massa die nu even geen minderheid maar een meerderheid is. We zijn de baas op straat.

verschijnt elke vrijdag

Elke gelijkenis met bestaande personen 

of gebeurtenissen berust op louter toeval.

vrijdag 24 april 2020

DE SPROOKJESJAREN ZESTIG, 57. KURFÜRSTENDAMM

Kurfürstendamm, Berlijn 1968

Gewend als we zijn aan vreedzame demonstraties voelen we ons overdonderd door deze strijdvaardige actie. Vorig jaar Pasen heb ik met een paar vrienden per toeval in Parijs een botsing tussen politie en betogers meegemaakt tijdens een studentendemonstratie tegen de oorlog in Vietnam. Dat vonden we avontuurlijk totdat we ineens oog en oog stonden met de politie. Toen we zagen dat met de knuppels en geweren van de Franse politie niet te spotten viel, zijn we hals over kop de Tuilerieën in gevlucht. 

Misschien is de politie in West-Berlijn minder agressief en valt het mee maar we hebben geen van allen behoefte dat uit eigen ervaring vast te stellen. We besluiten om af te wachten wat de dag van morgen brengt en dat, als het uitdraait op een veldslag om de Kurfürstendamm, we niet mee zullen doen. Betogen is een mooi maar een fanatieke veldslag met de Berlijnse politie gaat ons te ver.


We vragen ons af waar die strijdlust van de socialistische studentenbond vandaan komt? Onze gids en toeverlaat De Prediker weet het ook niet. Heeft het iets te maken met de Duitse volksaard? Is de anti-Vietnam beweging in Duitsland radicaler dan bij ons? Is het de revolutionaire romantiek met helden als Fidel Castro, Che Guevara, Ho Tsji Minh enz. die de studenten overmoedig maakt?  Of is het een politieke strijd tussen het sociaal-democratische bestuur van de stad en de socialistische studentenbeweging? 


Ik kan de slaap in het opgewonden rumoer niet vatten en besluit buiten op een muurtje aan het schoolplein een sigaret te gaan roken. Al inhalerend kijk ik naar de donkerblauwe hemel. Het roken, samen met de maan en de sterren tegen de diep donkerblauwe achtergrond van de heldere februari nacht, brengen me tot rust. Ik voel me veilig onder de nachtelijke hemel met zijn twinkelende sterren. Het universum is onverstoorbaar en dat is geruststellend net als dat Dora bij me is. Dankzij haar ben ik niet alleen in dit uitgestrekte raadselachtige universum. Ook in dit avontuur is zij mijn houvast en redding uit de eenzaamheid. Als ik Arendsoog ben, is zij Witte Veder, samen voor het goede en tegen het kwaad, tot redding van de mensheid.

Verschijnt elke vrijdag

Elke gelijkenis met bestaande personen 


of gebeurtenissen berust op louter toeval.
 



vrijdag 3 april 2020

DE SPROOKJESJAREN ZESTIG 54, WEST-BERLIJN

Brandenburger Tor (2009)

Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, is Den Bosch ook de stad van de grootwarenhuizen C&A, V&D en HEMA, de consumptie kathedralen van onze tijd. Daar deed mijn moeder de aankopen voor onze eerste communie en andere feestelijke momenten in ons gezinsleven. Zulke winkels waren er niet in ons stadsdorp behalve een winkel in de Hooghuisstraat met de pakkende slagzin “Van der Schoot kleedt klein en groot”.  Daar kocht mijn moeder onze door-de-weekse kleren en een enkele keer een broek of jas voor de zondag.

De Prediker is ouder dan ik. Met zijn doorsnee colbert, witte overhemd, stropdas, korte kapsel en donkere bril ziet hij eruit als de gebruikelijke student maar dan ernstiger en het moet gezegd worden, zonder kapsones. Dat maakt hem tot een geschikte voorzitter van Politeia, de democratisch socialistische studentenvereniging die fel tegen de oorlog in Vietnam is en marxistisch.


Onder leiding van de Prediker gaan we met een klein Nijmeegs gezelschap per bus naar West-Berlijn om mee te doen aan een internationale betoging tegen de Vietnam oorlog. We zijn met vieren: de Prediker, Dora,  huisgenoot Bernardo en ik. Hij is Bosschenaar en net als wij allemaal van goede Roomse afkomst. Vanwege zijn roeping tot het priesterschap heeft hij op het Klein Seminarie gezeten. Toen de roeping een misverstand bleek te zijn, ging hij biologie studeren. Zo snijdt het Roomse mes aan twee kanten. 


Nijmegen ligt nog geen dag reizen van West-Berlijn. Het langste stuk gaat door West-Duitsland waarna de grens volgt met Oost-Duitsland dat tot het communistische Sovjet kamp behoort. West-Berlijn is over land alleen maar te bereiken via een vierbaans snelweg die dwars door de Deutsche Democratische Republik loopt, een min of meer vrije weg door een onvrij land. Bij het instappen zit de bus vol Jong Socialisten uit Rotterdam. Tot mijn verbazing zie ik mijn voormalige klasgenoot Jozef zitten. Ik heb hem niet meer gezien sinds het derde jaar van mijn middelbare school, mijn zitten blijven jaar. 


(verschijnt elke vrijdag)

Elke gelijkenis met bestaande personen 
of gebeurtenissen berust op louter toeval.