Posts tonen met het label de republiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de republiek. Alle posts tonen

vrijdag 22 mei 2020

MIJN SPROOKJESJAREN 61: DE MUUR

Prins Frederik Hendrik en graaf Ernst Casimir bij het beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 (1635), Pauwels van Hillegaert, Noordbrabants Museum

Tot mijn verbazing worden door betogers grote foto’s van Ho Tsji Minh, Che Guevara, Rosa Luxemburg enz. meegedragen. Ik zie ook vlaggen van de Vietcong. Dat is voor het eerst. In Parijs zag ik alleen maar grote gele borden met dikke zwarte letters “Humphry Go Home”. Onze kleine Politeia delegatie heeft niks geen borden bij zich en daar ben ik blij om. Die foto's en vlaggen doen me teveel denken aan de Roomse processies waar ik als verkenner in mee heb gelopen. Er werden heiligenbeelden meegedragen en allerlei vlaggen en vaandels. 

Een keer per jaar droeg mijnheer pastoor gekleed in een feestelijk kazuifel een monstrans met daarin het lichaam van Jezus Christus in de vorm van een grote hostie. Hij hield de hele processie lang de monstrans eerbiedig voor zich uit met geheven armen alsof hij het nooit meer los wilde laten. Vier heren gekleed in een zwart pak hielden al die tijd een baldakijn boven zijn hoofd. Een misdienaar gekleed in een zwarte toog met een met kant afgewerkt hemd deed het moeilijkste werk. Achterwaarts lopend bewierookte hij de uren durende processie de monstrans. De geloven keken zwijgend langs de weg toe, veel van hen knielden op het moment dat de monstrans voorbij kwam.

 
De West-Berlijnse burgers langs de route reageren heel anders op onze betoging, niet met eerbied maar met misprijzen. Komt dat omdat onze betoging ook soort processie is, een vorm van politieke geloofsbelijdenis die weerzin oproept? Ik hoor van alle kanten protest en verontwaardiging. Sommigen schreeuwen dat we maar beter meteen naar Oost-Berlin kunnen overlopen. Anderen zetten een paar stappen naar voren om naar ons te spugen. Voor de zekerheid, een klodder spuug op je krijgen is niet leuk, gaan we wat meer naar het midden van de straat lopen. Anderen schelden ons uit voor communisten alsof communisme het kwaad zelve is. Ook dat is nieuw voor me. Ik vind de Tweede Kamer communist Marcus Bakker het tegendeel van het kwaad. Hij is soms vermakelijk, bijna een vrolijke noot tussen de zwaarwichtige donkere pakken van de leden van de Tweede Kamer.


Zoveel anti-communisme had ik niet verwacht. Het geestelijk gewicht van de metershoge Muur die Berlijn bruut in tweeën hakt, heb ik blijkbaar onderschat. De muur heeft zonder enig medeleven pardoes het leven van hele families in West Berlijn van de ene op de andere dag stil gelegd, ouders gescheiden van hun kinderen, geliefden uit elkaar gerukt, vertrouwde straatbeelden kapot gemaakt. De Muur is wreed zelfs al beschouw je het als de prijs die de Duitsers betalen voor de Nazi oorlog waarmee ze de wereld in brand hebben gestoken. 


Voor zo een abrupte tweedeling met oorlog en geweld moeten wij in Nederland teruggaan naar de geschiedenis van de Tachtigjarige oorlog. Toen werd uit opstand, bloed en moord de protestantse Republiek geboren, de modernste staatsvorm van zijn tijd. Door het tegengeweld van de Spaanse furie bleef het Roomse zuiden in handen van de Spaanse kroon. Pas met de verovering van den Bosch lukte het de Republiek het nog net er een stukje zuidelijk Nederland bij te krijgen. 


Maar het kwaad was al geschied. Tussen Noord en Zuid Nederland was een geestelijke muur verrezen waardoor de bewoners van de zuidelijke landen, de zogeheten Generaliteitslanden, tot aan het einde van de achttiende eeuw tweederangs burgers bleven.
 

“Het Beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 was een door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden groots opgezette belegering van de door de Spanjaarden bestuurde stad 's-Hertogenbosch tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het beleg duurde van april tot half september en resulteerde in de inname van 's-Hertogenbosch door de Republiek onder leiding van stadhouder Frederik Hendrik van Oranje. De stad was belangrijk vanwege de strategische ligging. Het was een van de sterkste schakels in de Spaanse omsingeling van de Republiek. Door haar aanzien was een verovering daarom goed voor het prestige van de Republiek en de stadhouder. Spanje ondervond dat jaar problemen en dat bood de mogelijkheid voor deze gewaagde onderneming. (Wikipedia: Beleg van ’s Hertogenbosch)

verschijnt elke vrijdag

vrijdag 20 april 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 35

Het schilderij 'de Nachtwacht' (1639-1642) van Rembrandt van Rijn
is een schilderkunstige snapshot van een schutterij die meer weg heeft
van een gezelligheidsvereniging dan van een bewapende stadsmacht.
Het is een toneelstuk waarin de spelers met vele bravoure poseren in hun beste kleding,

die meer getuigt van modebewustzijn dan militaire effectiviteit, 
 terwijl ze druk doende zijn met hun requisieten 
zoals geweren, vaandels en trommels. 
Enige militaire dreiging gaat er niet van uit.
Dit nationale icoon bevestigt dat Nederland van bluf en bravoure houdt

en niks heeft met echt militair machtsvertoon en zo nodig geweld.
Lees HIER meer over De Nachtwacht.

Als zeevarende mogendheid was De Republiek en zijn opvolger Het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden wars van continentale betrokkenheid. De zee gaf  Nederland nu eenmaal meer mogelijkheden voor handel en rijkdom dan het vasteland. Om je overzeese bezittingen en vrijhandel beschermen heb je eerder een zeemacht dan een landleger nodig. Als zeemacht schuwde De Republiek zelfs piraterij niet om rivalen als Engeland en Spanje moeilijk te maken.

Het gebrek aan een traditie in de landmacht wreekte zich met de Franse bezetting van Nederland aan het eind van 18e eeuw en bij de kort daar opvolgende opstand bij de Belgen. Toen het conflict militair moest worden uitgevochten bleek Koning Willem I een politieke én militaire stuntelaar te zijn. En niet alleen hij. Veel Nederlanders hadden geen zin in oorlog met de Belgen. Dat kost geld en Nederlanders verdienen liever geld. De Belgische opstand werd een afgang voor het koninkrijk Nederland maar daar willen we als natie liever niet aan herinnerd worden. Veel Nederlanders kijken dan ook met een zeker dedain neer op België als het landje dat eigenlijk nooit had mogen bestaan.

Het weifelende en onhandige optreden van Willem I en zijn zonen leidde in september 1830 tot een definitieve breuk. Enerzijds had Willem I wel al in juni 1830 de onbeperkte taalvrijheid weer ingevoerd en het Filosofisch College voor priesters afgeschaft. Anderzijds liet hij noch persvrijheid, noch een staatshervorming toe… In Holland zorgden de onlusten in het Zuiden voor een nieuwe sympathie voor de koning en was er grote aanhang voor een stevig optreden tegen het ‘muitzieke Belgenrot’. Dit accentueerde de tegenstelling tussen noord en zuid waardoor de opstand een nationalistisch karakter kreeg…Toen het regeringsleger (waarvan 2/3 Zuid-Nederlanders) na vier dagen strijd, met honderden doden en gewonden aan beide zijden, in de nacht van 26 op 27 september opbrak, begon de scheiding pas goed. Tijdens deze gevechten kwam een revolutionaire regering tot stand: het Voorlopige Bewind. Op 4 oktober riep deze de onafhankelijkheid va België uit.” (Wikipedia: Belgische Revolutie)

De Koning wilde zich nog niet neerleggen bij zijn verlies en organiseerde in augustus 1831 toch nog een Tiendaagse Veldtocht die militair uiteindelijk weinig voorstelde. Niettemin vonden de Fransen dat het welletjes was geweest. Als geïnteresseerden in een onafhankelijk België binnen hun invloedssfeer trokken ze met een forse legermacht het nieuwe land binnen. Willem I trok zich meteen terug tot in Noord-Brabant. 

Franse troepen namen de citadel van Antwerpen wekenlang onder vuur en in 1832 viel de enige nog in Nederlandse handen zijnde stad in Franse handen. Daarmee viel het doek definitief over het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en moesten de Vlamingen het verder alleen rooien in hun nieuwe onafhankelijk land België.

Net zoals tijdens de Tachtigjarige oorlog markeerde ook nu weer de val van Antwerpen de scheiding tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden.

(verschijnt elke vrijdag)