Posts tonen met het label bolivia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bolivia. Alle posts tonen

vrijdag 5 november 2021

21. HET BELOOFDE LAND. REVOLUTIE BINNEN DE REVOLUTIE?

Régis Debray (midden) gevangen genomen in Bolivia legt verklaringen af voor de Boliviaanse pers.
  

De dood van Camilo Torres (1966) en die van de Cubaans-Argentijnse revolutionair Che Guevara in Bolivia een jaar later, bevestigen de scepsis van Rosier over de gewapende revolutie. Ik begin zijn scepsis te delen waarmee niet gezegd is dat de Cubaanse revolutie niet op zijn minst een poging is om een nieuwe maatschappij en een nieuwe mens te scheppen. 

Heeft de dood van Che Guevara (1967) in Bolivia een jaar na die van Camilo Torres niet bevestigd dat de Cubaanse revolutie niet voor herhaling vatbaar is op het continent, zelfs niet onder leiding van een doorgewinterde revolutionaire commandant als Che Guevara? Wordt daarmee het onder linkse studenten veel gelezen boek ‘Revolution in the Revolution’ van de Franse filosoof en schrijver Regis Débray niet door de werkelijkheid achterhaald?

“During the late 1960s he was a professor of philosophy at the University of Havana in Cuba, and became an associate of Che Guevara in Bolivia. He wrote the book Revolution in the Revolution?, which analysed the tactical and strategic doctrines then prevailing among militant socialist movements in Latin America, and acted as a handbook for guerrilla warfare that supplemented Guevara's own manual concerning the topic.” (Website: Régis Debray)

Che Guevara had zich voorgenomen om de daad bij het woord te voegen en na zijn succesvolle revolutionaire actie met Fidel Castro op Cuba opnieuw guerrillero te worden. Deze keer in Bolivia, het land dat volgens hem het meest geschikt was om met zijn strijdgroep de vonk van de revolutie te doen overslaan naar de bevolking. Maar het ging gruwelijk mis. Guevara betaalde zijn revolutionaire experiment net als Camilo Torres met zijn dood. Debray kwam er alsnog goed vanaf.

“Guevara was captured in Bolivia in October 1967; on 20 April 1967 Debray had been arrested in the small town of Muyupampa, also in Bolivia. Convicted of having been part of Guevara's guerrilla group, Debray was sentenced on 17 November to 30 years in prison. He was released in 1970 after an international campaign for his release which included appeals by Jean-Paul Sartre, André Malraux, General Charles de Gaulle and Pope Paul VI.” (Wikipedia: Régis Debray) 

Wat er precies is mis gegaan, is nooit helemaal duidelijk geworden. Was het verraad door de Boliviaanse Communistische partij die als orthodoxe partij weinig moest hebben van de ideologische nieuwlichterij van Guevara en Debray? Heeft Fidel Castro zelf het experiment uiteindelijk geboycot? Of was de onderneming tot mislukken gedoemd omdat het Boliviaanse leger werd geholpen door de Noord Amerikanen?

Wat in het vuur van de revolutionaire ideeën nog wel eens vergeten wordt, is dat Colombia en Bolivia alles behalve overzichtelijke landen zijn zoals het eiland Cuba. Colombia is een immens groot land (27 keer Nederland ofwel zo groot als Frankrijk en Spanje samen) waar je je pas een voorstelling van kunt maken als je er rond reist. 

Je kunt je er betrekkelijk gemakkelijk met een legertje schuil houden in het ondoordringbare oerwoud dat grenst aan de Amazone wouden, in het ontoegankelijke hooggebergte van de Andes of de uitgestrekte pampa’s, zoals de ELN en de FARC doen, maar dat betekent tevens dat je zo goed als afgesneden bent van de bevolking en die heb je wel nodig voor een volksopstand. 

De FARC en de ELN maken het leven op het dun bevolkte platteland onveilig en gewelddadig met hun aanslagen en overvallen op afgelegen politieposten. Militairen controleren op doorgaande wegen het busvervoer en de passagiers. Dat versterkt het gevoel van onveiligheid zeker als je ook nog eens allemaal uit de bus wordt gehaald, in een rij aan de kant van de weg wordt alsof er een massa executie wordt voorbereid. Zo erg is het gelukkig niet. We worden  stuk voor stuk gefouilleerd. Ondertussen is het doodstil. Niemand praat uit angst of om erger te voorkomen. Dat de bevolking hier niet op zit te wachten, is wel duidelijk.

(wordt vervolgd)
 

dinsdag 10 december 2019

DE MOEIZAME DEMOCRATISERING IN LATIJNS AMERIKA

 
Een paar pseudo democartische presidenten bij elkaar. In het midden Maduro van Venezuela een zelf verklaarde socialist die dankzij het leger aan de macht kan blijven. Links van hem de Sandinistische president Daniel Ortega die eveneens met hulp van leger en politie aan de macht weet te blijven. Ortega is altijd een bewonderaar geweest van Cuba onder de gebroeers Castro. Links van hem staat Raoul Castro tot voor kort de baas in de Cubaanse dictatuur. Het is niet onwaarschijnlijk dat dankzij de geheime dienst van Cuba de presidenten Ortega en Maduro nog aan de macht zijn. Rechts de voormalige president Evo Morales die door het leger naar huis is gestuurd.
Democratie in Latijns-Amerika, het blijft een heet hangijzer. Venezuela worstelt al jaren met een pseudo-gekozen regering die het land onder de dekmantel van socialisme prijs heeft gegeven aan afbraak, armoede, misdaad en corruptie. Ondanks enige internationale erkenning van een alternatieve president afkomstig uit het parlement wist president Maduro met hulp van het leger aan de macht te blijven. Het woord overleg en compromis komt in zijn politieke woordenboek niet voor en dat zal wel zo blijven. Venezuela gaat in hoog tempo Cuba na, een eiland dat sinds de socialistische revolutie van 1959 een dictatuur is met armoede en zonder vrijheid.
 
In het Midden Amerikaanse land Nicaragua, buurland van Costa Rica, is het niet veel beter. Daar proberen demonstranten een einde te maken aan de ijzeren machtsgreep van de ooit door heel links  toegejuichte Sandinistische president Daniel Ortega. Tegenwoordig slaat hij de opositie neer zoals zijn voorganger dictator Somoza dat deed. Toen was dat de schuld van de VS. Wiens schuld is het nu? Zo lang het Sandinistische leger, ooit in het leven geroepen om de Sandinistische revolutie te verdedigen, achter de president blijft staan heeft geen enkele oppositie kans van slagen. Ook in het politieke woordenboek van de sandinist Ortega komt het woord overleg en compromis niet voor.

Bolivia was door de verkiezing van de indigena Evo Morales tot president zowaar een oase van rust geworden. Voor het tijdperk van Morales dat ongeveer 16 jaar heeft geduurd, was Bolivia een van de meest instabiele landen van Latijns Amerika met de ene staatsgreep na de andere. Met de indiaanse cocaboer Morales kwam daar een einde aan. Dankzij zijn voor een uitgesproken socialist gematigde optreden wist hij het land economisch tot bloei te brengen en de politieke vrede te bewaren.

Dit jaar ging het dan toch mis. Hij fraudeerde de presidentsverkiezingen om aan de macht te kunnen blijven. Het gevolg waren wekenlange straatprotesten totdat uiteindelijk het leger hem te verstaan gaf dat hij maar beter kon vertrekken. Nu zit het land met de gebakken peren. Het is gespleten tussen voorstanders van Morales, voornamelijk de inheemse indianenbevolking, en de oppositie waaronder de oude elite.

Telkens opnieuw blijken machthebbers in Latijns Amerika niet in staat te zijn om een traditie van democratische machtswisseling op te bouwen. Of ze blijven tegen elk protest en tegen beter weten in zitten of ze worden door het leger aan de kant gezet. Een tussenweg van onderling overleg en compromissen lijkt niet te kunnen.

Een uitzondering was Chili sinds de val van dictator generaal Pinochet (1990). Na heftige straatprotesten in de afgelopen weken heeft de regering besloten tot vergaande hervormingen. Dat blijkt niet genoeg. Het democratisch lot van Chili hangt aan een zijden draad. 

Buurland Argentinië is sinds de val van de generaals (1982), min of meer een stabiele democratie dat laveert tussen het Peronisme, een soort nationaal socialistisch corporatisme en liberaal conservatisme. Meestal volgt er na een periode van ongebreidelde staatsuitgaven een periode van al even ongebreidelde besparingen. Een evenwichtig beleid blijkt haast onmogelijk in dat land. Gelukkig heeft de democratie tot nu toe stand gehouden.
Zuiderbuur Uruguay is sinds het einde van de links revolutionaire beweging Tupamaros in 1980 een betrekkelijk stabiel en een voor Latijns Amerika welvarend land geworden. Buurland Paraguay is sinds de val van dictator generaal Stroessner (1989) een min of meer stabiele democratie maar nog altijd heerst er veel armoede. Landen als Peru met de ooit actieve links revolutionaire guerrilla Lichtend Pad , Colombia (tot voor kort een strijdtoneel als gevolg van de communistische guerrilla groep FARC)  en Ecuador schuren tegen instabiliteit aan als gevolg van politieke polarisatie en gebrek aan stuurmanskunst bij de politieke elite en door de grote sociaal-economische kloof tussen arm en rijk.

Het Midden Amerikaanse land Costa Rica is het enige land dat sinds eind jaren veertig van de vorige eeuw democratisch stabiel genoemd mag worden. Gekozen presidenten volgen er elkaar op zoals het hoort in een democratie. Dat heeft het land te danken aan de sociaal democraat José Figueres. Hij schafte na zijn overwinning in een burgeroorlog over een omstreden verkiezingsuitslag het leger af en hield zich aan zijn belofte af te treden als hij niet herkozen zou worden. Sindsdien is Costa Rica een van de meest ontwikkelde en welvarendste landen van Latijns Amerika.

Democratie is in de meeste landen van Latijns Amerika nog steeds niet vanzelfsprekend vanwege de spanningen tussen arm en rijk, gebrek aan een minimale gemeenschappelijk sociaal-economische visie, gesloten politieke elites, gebrek aan onderwijs op het platteland, een stuurloze inheemse bevolking, een gebrek aan sterk en goed georganiseerd middenveld organisaties waaronder vakbonden, partijdige legers en een gebrekkige democratische cultuur die voortdurend bedreigd wordt door linkse en rechtse totalitaire ideologieën.

donderdag 15 maart 2018

DER NEUE VOLKSWAGEN

© petrus nelissen

Ik ben benieuwd hoe het dieseldebat in Duitsland gaat aflopen. Want dat de luchtkwaliteit veel geld gaat kosten is zeker. 16 Miljoen dieselauto’s van pakweg gemiddeld 25.000 euro per stuk moeten op termijn vervangen worden. Dat betekent een kapitaalvernietiging van grofweg € 400 miljard en dan hebben we het nog niet over vrachtwagens, vervoersauto’s, busjes enz.

Ik wil geen doemdenker zijn maar de klap voor de Duitse autoindustrie zou straks wel eens onherstelbaar kunnen zijn met als gevolg honderduizenden werklozen. Dat betekent nog meer economische en sociale ellende. Weegt deze economische en sociale schade op tegen de gezondheidsschade door luchtvervuiling? Dat lijkt me een zaak voor de politiek in plaats van de rechter.

Ik zag van de week op de Nederlandse TV een VPRO reportage uit de Boliviaanse stad Potosi (uit de serie Over de rug van de Andes) over mijnwerkers die in coöperatief verband zilver uit een eeuwenoude mijnberg halen. Het werken in die primitieve mijnen is op zich al heel gevaarlijk met als gevolg doden door ongelukken maar nog zekerder is dat de mijnwerkers zo rond hun 45ste jaar dood gaan aan de vermaledijde mijnziekte, stoflongen zouden we hier zeggen.

Toch blijven ze er werken omdat er geen ander werk is om van te leven. Een diep en diep treurig lot waarvan je hoopt dat het deze mensen bespaard zou blijven ook al dragen ze hun lot naar het schijnt met minder gelatenheid dan je zou denken. Naarmate onze wetenschappers steeds meer stoffen en stofjes ontdekken die schade aan onze gezondheid berokkenen wordt het duidelijk dat onze economische activiteiten altijd op de een of andere manier een prijs hebben, hetzij in de gezondheid, hetzij in de economie. 

Ik vrees dat er op dit punt ondanks alle wetenschappelijke kennis niets zal veranderen. Vooruitgang bestaat niet. We zullen altijd een prijs betalen voor onze economische activiteiten, wat we ook doen. Die prijs zal met het de bevolkingsgroei alleen maar toenemen. We zullen steeds meer ruimte in beslag nemen ten koste van de natuur waardoor die steeds minder mogelijkheden heeft zich te herstellen van de schade

Dat er geen ontsnappen mogelijk uit deze dubbele val van bevolkingsgroei en technische vooruitgang bleek onlangs uit een verhaal over de grondstof lithium die nodig is om batterijen te maken voor smartphones en elektrische auto’s. De vraag naar lithium zal binnen enkele jaren het aanbod overstijgen. Nog tragischer is dat het meeste lithium vooral komt uit mijnen in Congo, een van de armste landen in Afrika met permanente bloedige oorlogen, dodelijke politieke conflicten, honger, kinderarbeid en massale verkrachting van vrouwen. Nee, de elektrische auto en de smartphone zijn ook niet van smetten vrij.

vrijdag 4 mei 2012

NATIONALISTISCH POPULISME ARGENTINIË EN BOLIVIA


Van links naar rechts:Persident Cristina Kirchner van Argentinië, president Hugo Chavez van Venezuela en president Evo Morales van Bolivia. Chavez bedeelt zijn politieke vrienden in Latijns Amerika royaal. Zo heeft hij bijgedragen aan de verkiezingskas van Cristina K. die een gepassioneerde bewonderaar is van Chavez. 

Het ziet er naar uit dat in Latijns Amerika een golf van nationalisaties op komst is. Of is het al een epidemie? Het is een aloude ziekte van veel Latijns Amerikaanse landen. Een ziekte omdat tot nu toe er geen enkel land echt mee is opgeschoten. Het begon met de Mexicaanse revolutie aan het begin van de twintigste eeuw. De meest radicale nationalisaties vonden in de jaren zestig plaats op Cuba. De Cubanen leven nu nog steeds in grote armoede.

De tweede golf begon tien jaar geleden met de Venezuelaanse president Chavez, een grote vriend van de Cubaanse leider Fidel Castro. Nu wordt hij dan gevolgd door de Argentijnse president Kirchner en de Boliviaanse president Morales. Beiden hebben zich met hun linkse populisme  economisch muurvast gereden daarom nu hun vlucht naar voren.

Het begon met een verbod van Kirchner aan de oliemaatschappijen hun prijzen te verhogen ook al is de inflatie huizenhoog. Hogere prijzen voor energie terwijl de lonen al worden weggevreten door de inflatie is voor een populiste als Kirchner een doodzonde. Dat zou maar tot rellen en wie weet erger leiden. Dus wordt een Spaanse oliemaatschappij aangepakt. Daarmee snijdt het mes van de populariteit aan twee kanten. De prijzen blijven laag en de buitenlandse boosdoener wordt aangepakt.

Bovendien is Spanje een mooi doelwit nu het zelf economisch op apegapen ligt en de Europese Unie als gevolg van de economische crisis even minder hoog van de toren kan blazen. Een kans die haast te mooi is om waar te zijn. Natuurlijk schrik je er buitenlandse investeerders mee af. Natuurlijk moet straks de belastingbetaler toch opdraaien voor het oppompen van de benodigde olie maar voorlopig heeft Kircher haar status als redder van het volk kunnen behouden en daar gaat het per slot van rekening om. Kirchner wil natuurlijk ook proberen Evita Peron te evenaren.

De Boliviaanse linkse populist Morales kon uiteraard niet achterblijven. Net als Kirchner nationaliseerde hij een Spaans bedrijf, de belangrijkste elektriciteitstransporteur van het land. Morales koos daarbij nog de ouderwetse methode van een militaire bezetting van het bedrijf op 1 mei. Een duidelijke boodschap op de Dag van de Arbeid  aan de bevolking dat hij bereid is om desnoods met geweld terug te nemen wat van het volk is. Dat de Bolivianen straks zelf zullen moeten opdraaien voor de achtergebleven investeringen, vertelde Morales er niet bij.

Lossen die nationaliseringen wat op? Behalve dat de beide presidenten daarmee  politiek krediet winnen bij hun kiezers, zal de bevolking er weinig mee opschieten. De investeringen moeten hoe dan ook gedaan worden. Aangezien buitenlandse investeerders geen risico willen lopen in een land waar niks zeker is, zal de bevolking zelf daarvoor via belastingen of dure staatsleningen moeten opdraaien.

Bovendien, particuliere buitenlandse bedrijven mogen onbetrouwbaar zijn, de eigen politici zijn geen haar beter. De corruptie onder politici en bestuurders in Argentinië en Bolivia is berucht. Op de corruptieschaal van Transparancy Internationaal scoort Argentinie nog altijd een 8 en Bolivia zelfs een 9. De kans dat de genationaliseerde bedrijven een voorbeeld van efficiency en dienstbaarheid aan de bevolking zullen worden, is dus erg klein. Ondertussen scoort Venezuela een 10.