Posts tonen met het label rosa luxemburg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rosa luxemburg. Alle posts tonen

vrijdag 5 december 2025

MEXICAANSE VERTELLINGEN 65. HACIENDA SAN MIGUEL REGLA

 

De Patio van Hacienda San Miguel Regla zoals geschilderd door de Italiaan Eugenio Landesio Piemos in 1857 (museum Soumaya, Mexico-Stad). De kapel met de typisch gestapelde kerktoren staat er nog steeds. De patio is nu een grote vijver. Het hoofdgebouw links staat er ook nog evenals de ruïnes van de smelterijen die op dit schilderij niet te zien zijn. 

Frida stapt enthousiast uit de auto. Het is voor het eerst dat ze in een hacienda komt en dat terwijl haciënda’s in het hele land voorkomen. In de koloniale tijd en ook nog lang daarna waren ze de de ruggengraat van de economie. Haciënda’s waren bronnen van welvaart voor hun eigenaars, armoede voor hun landarbeiders en  rijkdom voor moederland Spanje.


Familieleden van de Spaanse veroveraar Hernán Cortéz hadden haciënda’s met enorme lappen grond. Zo ligt een goed bewaarde hacienda op nog geen 5 km. van San Miguel Regla, de hacienda San Juan Hueyapan, die in handen is geweest van familieleden van Cortés. In 1550, kort na de verovering van Mexico, was een neef van Cortés de eigenaar. In 1590 kwam hij in handen van de tweede zoon van Cortéz. 


David haakt in op het enthousiasme van Frida door haar een rondleiding aan te bieden. Hij kent de hacienda nog uit de tijd dat hij met de troepen van generaal Villa in San Miguel Regla gelegerd was. De generaal had zijn hoofdkwartier in het hoofdgebouw van de hacienda. De troepen sliepen buiten in het open veld onder de blote hemel. Een enkeling lag in een geïmproviseerde tent.


Zoals het hoort bij een legerkamp waren er ’s avonds drinkgelagen, liefst met vrouwen er bij. Niks zo goed als pulque, tequila en vrouwen om het leven te vieren en de dood buiten de deur te houden. De revolutie was toen nog volop één grote belofte.


David neemt Frida aan haar hand de heuvels achter het hoofdgebouw in. Daar liggen de ruïnes uit de glorietijd van de hacienda. Het merendeel van de haciënda’s waren versterkte boerderijen met de allure van een Middeleeuws kasteel. Net als een kasteel was de hacienda een centrum van regionale macht, van economische activiteiten en bewoning.


Zo ook deze hacienda, maar in tegenstelling tot de meeste haciënda’s werden er geen gewassen verbouwd of vee gehouden op de uitgestrekte gronden maar werd er zilvererts gewassen en vervolgens gesmolten tot zilverstaven. Het zilvererts was afkomstig van de lager gelegen mijnen bij het dorp Real del Monte.


Voor het wassen van zilvererts en het smelten in ovens is veel water nodig. De enorme waterbassins waarin het zilvererts werd gewassen, zijn er nog net als de restanten van de ovens. San Miguel Regla heeft dankzij zijn ligging in de bergen altijd genoeg water.


Friad is verbaasd over de omvang van de hacienda, in feite een zilverfabriek ooit bedoeld voor de levering van zilver aan de Spaanse kroon. Er voeren regelmatig zilvervloten vanuit Mexico naar Spanje. Een zo een zilvervloot is in die tijd nog veroverd door de Nederlandse admiraal Piet Hein.


Frida loopt arm in arm met David langs de bassins en tussen de ruïnes. Ze weet niet goed wat ze ervan denken moet. De geschiedenis is wat ze is. Die kan niemand terugdraaien. Ze vraagt zich af of Mexico nu een Spaans land is met Mexicanen of een Mexicaans land is met Spanjaarden? Aan de bevolking te zien is het een Mexicaans land, afstammelingen en erfgenamen van de de Azteken, Tolteken, Zapoteken, Maya’s, Otomies enz. 


Mexico is net zo een mengelmoes als zijzelf. Haar moeder was een katholieke Mexicaanse, haar vader een protestantse Duitser. Zelf beweerde ze dat haar vader een Joodse Hongaar was. Verloochende ze haar Duitse erfenis vanwege de Tweede Wereldoorlog of identificeerde ze zich op deze manier met de Joodse communiste en feministe Rosa Luxemburg die in 1919 vermoord is?

vrijdag 14 augustus 2020

73. MIJN SPROOKJESJAREN ZESTIG, DE JOINT




Voorzitter Mao leert dat macht uit een geweer komt. Wij denken dat verbeelding uit een joint komt. Voor een joint heb je hasj nodig en dat is in Nijmegen niet te koop. Daarvoor moet je in de hoofdstad zijn. De avond na aankoop roken we licht gespannen en een beetje plechtig, per slot van rekening is het onze eerste keer en die vergeet je van je leven niet meer, onze joint. Eindelijk zullen onze geesten verruimd worden of zoiets dan toch. Op TV bij Willem Duys heb ik nog gezien dat je met een gaatje in je hoofd te boren hetzelfde resultaat bereikt, maar daar begin ik niet aan. Het moet wel gezellig blijven.

Maar het gaat mis. Niks geestverruiming maar misselijkheid, duizelig en overgeven in de wasbak. De eerste keer zullen we inderdaad niet meer vergeten.

Maar wat is er fout gegaan? De joints zijn volgens de regelen der kunst gedraaid: hasj gemengd met ons huismerk halfzware shag van Drum waarna vakkundig gerold met Mascotte vloeitjes. Hebben we er misschien teveel hasj bij gedaan? De hasj wordt aan inspectie onderworpen. Tot onze verbijstering is het geen hasj maar een mengsel van samengeperste peper. We zijn als een stel provinciale klungelaars terzake kundig opgelicht door een beroepsdealer uit de hoofdstad. Amsterdam is en blijft een zondige stad.

Deze keer kopen we echte Rode Libanon bij een verantwoordelijke dealer. Het resultaat is er naar. De joint heeft het verwachte geestverruimende effect. Mijn platendraaier is een super stereo hifi installatie geworden. Muziek zit niet alleen in mijn oren maar ook in mijn hoofd. Hetzelfde is het geval met kleuren. Mijn kamer staat in een kleurenbrand, gevaarlijk en raadselachtig. Ik zit in een licht en geluidsshow zoals Philips nog niet heeft kunnen maken.

Het draaien of rollen van ene joint vereist een zekere handigheid. Een schaar kan een hulpmiddel zijn maar is niet vereist

Of het nog niet genoeg is, krijg ik geniale gedachten. Uit een denkkraan in mijn hoofd stromen nieuwe ideeën over mens en wereld. Ik schrijf ze op om te bewaren voor de wetenschap. Tegen middernacht word ik hongerig en besluit een boterham met hagelslag te eten. Ik heb nog nooit zo een lekere boterham gegeten. Hasj maakt van hagelslag een delicatesse.

De volgende ochtend sta ik zo fris als een hoen op. Nergens een kater te bekennen. Hasj is gebruiksvriendelijker als geestverruimend middel dan bier, wijn of jenever. Die maken een wandelende dweil van je met koppijn. Daarentegen blijken mijn geniale invallen onzorgvuldig te zijn opgeschreven en nergens op te slaan. Ik kan er geen touw aan vastknopen. Hasj en logica gaan niet samen.

verschijnt elke vrijdag

vrijdag 22 mei 2020

MIJN SPROOKJESJAREN 61: DE MUUR

Prins Frederik Hendrik en graaf Ernst Casimir bij het beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 (1635), Pauwels van Hillegaert, Noordbrabants Museum

Tot mijn verbazing worden door betogers grote foto’s van Ho Tsji Minh, Che Guevara, Rosa Luxemburg enz. meegedragen. Ik zie ook vlaggen van de Vietcong. Dat is voor het eerst. In Parijs zag ik alleen maar grote gele borden met dikke zwarte letters “Humphry Go Home”. Onze kleine Politeia delegatie heeft niks geen borden bij zich en daar ben ik blij om. Die foto's en vlaggen doen me teveel denken aan de Roomse processies waar ik als verkenner in mee heb gelopen. Er werden heiligenbeelden meegedragen en allerlei vlaggen en vaandels. 

Een keer per jaar droeg mijnheer pastoor gekleed in een feestelijk kazuifel een monstrans met daarin het lichaam van Jezus Christus in de vorm van een grote hostie. Hij hield de hele processie lang de monstrans eerbiedig voor zich uit met geheven armen alsof hij het nooit meer los wilde laten. Vier heren gekleed in een zwart pak hielden al die tijd een baldakijn boven zijn hoofd. Een misdienaar gekleed in een zwarte toog met een met kant afgewerkt hemd deed het moeilijkste werk. Achterwaarts lopend bewierookte hij de uren durende processie de monstrans. De geloven keken zwijgend langs de weg toe, veel van hen knielden op het moment dat de monstrans voorbij kwam.

 
De West-Berlijnse burgers langs de route reageren heel anders op onze betoging, niet met eerbied maar met misprijzen. Komt dat omdat onze betoging ook soort processie is, een vorm van politieke geloofsbelijdenis die weerzin oproept? Ik hoor van alle kanten protest en verontwaardiging. Sommigen schreeuwen dat we maar beter meteen naar Oost-Berlin kunnen overlopen. Anderen zetten een paar stappen naar voren om naar ons te spugen. Voor de zekerheid, een klodder spuug op je krijgen is niet leuk, gaan we wat meer naar het midden van de straat lopen. Anderen schelden ons uit voor communisten alsof communisme het kwaad zelve is. Ook dat is nieuw voor me. Ik vind de Tweede Kamer communist Marcus Bakker het tegendeel van het kwaad. Hij is soms vermakelijk, bijna een vrolijke noot tussen de zwaarwichtige donkere pakken van de leden van de Tweede Kamer.


Zoveel anti-communisme had ik niet verwacht. Het geestelijk gewicht van de metershoge Muur die Berlijn bruut in tweeën hakt, heb ik blijkbaar onderschat. De muur heeft zonder enig medeleven pardoes het leven van hele families in West Berlijn van de ene op de andere dag stil gelegd, ouders gescheiden van hun kinderen, geliefden uit elkaar gerukt, vertrouwde straatbeelden kapot gemaakt. De Muur is wreed zelfs al beschouw je het als de prijs die de Duitsers betalen voor de Nazi oorlog waarmee ze de wereld in brand hebben gestoken. 


Voor zo een abrupte tweedeling met oorlog en geweld moeten wij in Nederland teruggaan naar de geschiedenis van de Tachtigjarige oorlog. Toen werd uit opstand, bloed en moord de protestantse Republiek geboren, de modernste staatsvorm van zijn tijd. Door het tegengeweld van de Spaanse furie bleef het Roomse zuiden in handen van de Spaanse kroon. Pas met de verovering van den Bosch lukte het de Republiek het nog net er een stukje zuidelijk Nederland bij te krijgen. 


Maar het kwaad was al geschied. Tussen Noord en Zuid Nederland was een geestelijke muur verrezen waardoor de bewoners van de zuidelijke landen, de zogeheten Generaliteitslanden, tot aan het einde van de achttiende eeuw tweederangs burgers bleven.
 

“Het Beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 was een door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden groots opgezette belegering van de door de Spanjaarden bestuurde stad 's-Hertogenbosch tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het beleg duurde van april tot half september en resulteerde in de inname van 's-Hertogenbosch door de Republiek onder leiding van stadhouder Frederik Hendrik van Oranje. De stad was belangrijk vanwege de strategische ligging. Het was een van de sterkste schakels in de Spaanse omsingeling van de Republiek. Door haar aanzien was een verovering daarom goed voor het prestige van de Republiek en de stadhouder. Spanje ondervond dat jaar problemen en dat bood de mogelijkheid voor deze gewaagde onderneming. (Wikipedia: Beleg van ’s Hertogenbosch)

verschijnt elke vrijdag