Posts tonen met het label roomse kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label roomse kerk. Alle posts tonen

dinsdag 18 februari 2025

37. HOE ZIT DAT IN OSS? DORPSE EN STADSE MENSEN


Op de bovenste foto staan mijn opa en oma van mijn vader's kant. Hoogst waarschijnlijk is het een trouwfoto. Zij zijn getrouwd in in 1918, opa was toen 22 jaar en oma 19 jaar. Ze zijn op hun paasbest gekleed, als een jong boerenechtpaar in goeden doen.  De onderste foto is van mijn opa en oma aan moeder's kant. Ik heb van hen helaas geen trouwfoto. Deze ingekleurde foto is waarschijnlijk in de jaren zestig van de vorige eeuw gemaakt. Uit de ingekleurde foto kun je afleiden dat hun sociale status die van stadsmensen was.


Ik heb de overgang van dorp naar stad als kind en scholier meegemaakt. Mijn grootouders aan vaders kant leidden het leven van de kleine boer met de bijbehorende cultuur en mentaliteit die voor een groot deel werden bepaald door de Rooms Katholieke kerk. Het was de kerk, vertegenwoordigd door mijnheer pastoor of de kapelaan, die de normen en waarden, het gedrag van de mensen en de feestdagen tevens de enige vrije dagen, vaststelde. 


De stadse kant leerde ik kennen bij mijn oma en opa aan moederskant. Ook in hun leven speelde het katholieke geloof en de kerk een rol, maar minder dwingend. Zo was de pastoor erop tegen  dat hun dochter - mijn moeder - bij het korfballen speelde. Dat is een gemengde sport en dat kan niet volgens de toenmalige zedenleer der geslachten. Toch mocht ze van haar ouders lid blijven. 


Mijn stadse oma en opa hadden geen kippen en varkens en ook geen groententuin. Dat kon ook moeilijk want zij woonden in een huurhuis in een rij in de Linkensweg, niet ver van het centrum. De woning was eerder stads dan boers. De woonkamer was aangekleed met een sofa met daarboven een wandkleed, een namaak pers als tafelkleed en zware eikenhouten meubelen. De eetkeuken was van een moderne snit met kastjes, een aanrecht, een gootsteen met stromend water uit de kraan. Het toilet was op de gebruikelijke plek in de gang naast de voordeur. Boven waren echte slaapkamers, gescheiden door muren. De kleine achtertuin was een stadse siertuin.


Hoe anders woonden mijn oma en opa aan vader's kant. Hun huis stond op het Schaijksveld (tegenwoordig Schadewijkstraat) aan de rand van Oss, een buurt met een lagere status dan de Linkensweg. Vanaf het erf naast het huis keek je uit op het open veld met akkers. Aan de voorkant van het huis bevond zich de voordeur met meteen daarachter een smalle gang met rechts de kleine voorkamer waar heel zelden gebruik van werd gemaakt. Aan het eind van de gang kwam je in de ruime woonkeuken. Achter de keuken kwam je via een kleine gang op de deel, het boerderij-gedeelte. 


De deel was in mijn jeugd niet meer in gebruik als stal. In plaats daarvan was er een kookplaats met butagas en was er een poepdoos ingebouwd. Voor de rest diende hij als opslagruimte.  Achter het huis was het een kleine boerenbedoening met varkens en kippen, een groentetuin met o.a. diverse bessenstruiken en de zoei waardoor het afvalwater van de keuken naar de sloot liep. De deel was een handige ruimte voor om bruiloften te houden. 


In de woonkeuken stond een kolenfornuis waar altijd een ketel water op stond. De aanrecht was een gootsteen met een waterpomp en een aanrecht. In het midden stond een grote tafel met stoelen. De zandvloer had plaats gemaakt voor plavuizen. Er hing een grote klok en er stonden twee boerenkasten, een hoge en een lage. Op de lage stond met kerstmis elk jaar een heel grote kerststal.


Vanuit de keuken kwam je op de opkamer en door een luik onder de trap naar de opkamer kwam je in de kelder waar ingemaakte groenten en fruit werd bewaard. De ouder slaapkamer was de opkamer. De slaapkamers op zolder waren eenvoudig afgetimmerde  ruimtes beplakt met behang en kranten. 


In het geestelijke en culturele leven stond de kerk centraal. De katholieke feestdagen werden op gepaste wijze gevierd en de voorschriften zoals  op vrijdag geen vlees of boter nageleefd. De kinderen werden met enige feestelijkheid gedoopt,  de eerste en plechtige communie van de schoolkinderen was een gelegenheid om goed feest te vieren. Kerstmis en Pasen waren hoogtijdagen die begonnen met het bijwonen van een mis, met Kerstmis was dat uiteraard de nachtmis. Sinterklaas was een gezellig familiefeest met vooral cadeautjes voor de kleinkinderen. 




dinsdag 30 april 2024

BRIEF AAN GERARD 7

Gerard Reve beweerde altijd voor huisvrouwen te schrijven zijn versie van de gewone vrouw. Gelijk had hij. Voor intellectuelen wordt al meer dan genoeg geschreven.

 

Beste Gerard,


Je hebt ooit ergens, ik meen op een cursus schrijven aan de universiteit van Leiden, gezegd dat alle kunst religieus is. Dat is mooi gezegd, maar wat is religieus? Is dat in jou geval hetzelfde als Rooms of gaat het verder? Is het inclusief, d.w.z. vallen orthodoxe christenen, protestanten, joden en ver van huis gelovigen als islamieten, hindoes en boeddhisten er ook onder? Of kunnen die net zo goed doodvallen?


En hoe zit het met het door jou verguisde Marxisme? Is dat niet ook een religie? Ik bedoel, je moet als Marxist maar geloven dat de arbeidersklasse de bevrijders van de wereld zijn, de nieuwe apostelen die voor eens en altijd een einde maken aan het kwaad in deze wereld. Heb je het oude Marxistische geloof ingeruild voor het Roomse geloof want je moet toch ergens in geloven?


In een stukje van drie bladzijden over je gewaardeerde collega en vriend en schrijver W.F. Hermans, lees ik dat religiositeit voor jou “het koesteren van een mythies, gevoelsmatig en niet op de rede gefundeerd wereldbeeld.” is. Mooi gezegd. Geloof zijn kan van alles zijn. Eg inclusief van je.(Gerard Reve, Veel Genoegen, In het litteraire tijdschrift Tirade, jaargang 25) 


Ik vraag me af wat  de door jou zo geliefde huisvrouw met zo een gevoelsmatig niet op rede gefundeerd wereldbeeld moet? Ze kan er de zondag voor vrij houden maar maandag moet de was weer gedaan worden. Hoe doe je dat met een gevoelsmatig wereldbeeld? Daar moet je toch ook je hoofd bij houden, al is het maar een beetje? 


Is een wereldbeeld eigenlijk nog nodig? Je hebt tegenwoordig genoeg aan radio, TV, politiek correcte kwaliteitskranten, af en toe een musical en het Rijksmuseum.  Ben je lekker bezig tot je dood, desgewenst thuis toegediend door een deskundige en indien gewenst met begeleiding. 


Mythiese, niet op de rede gebaseerde wereldbeelden bestaan alleen nog maar in achtergebleven gebieden. Daar blazen ze mensen met andere wereldbeelden op of schieten ze dood in een theater of op school. Daar zijn ze niet inclusief, je moet er maar ver vandaan blijven.


Met hartelijke groet,


vrijdag 23 juni 2023

35. TERUG NAAR NIJMEGEN. LOF DER LIEFDE

 

"Liefde is overal"

De les van Jan van het Kruis is duidelijk. God is liefde, liefde die bevestigt wordt door de menswording van zijn zoon Christus om het offer van zijn kruisdood te brengen uit naam van die liefde. Rationeel totaal onbegrijpelijk maar een ijzersterk beeld van de liefde van God voor de mensen. Vandaar dat het kruis tot in alle hoeken van de wereld is doorgedrongen. 

Jan van het Kruis bevestigt wat ik intuïtief als puber heb bedacht. Sindsdien heb ik mij God en zijn zoon Christus tezamen met zijn  moeder Maria als Goden die liefhebben voorgesteld. Ze zijn geen heersers over mens en dier, geen grootgrondbezitters, groot-ondernemers of CEO's van het heelal. Als Hij, Zijn Zoon en diens Moeder bestaan, dan zijn zij goddelijke liefde.

Hoe ik daar op ben gekomen? Geen idee. Is het mijn  katholieke opvoeding? Is het een soort ingebouwde intuïtie of is het zo maar aan komen waaien? Hoe dan ook, ik wissel als puber van gedachten met de Zoon over mijn door de Roomse kerk verboden liefde voor een protestants meisje met blonde krulharen en blauwe ogen. Ik vraag aan Hem waarom Hij en mogelijk Zijn Vader het niet eens zouden zijn met mijn liefde, weliswaar aards maar wel liefde?

Zijn antwoord is duidelijk. De kerkelijke geloofsrichting is geen enkele belemmering om elkaar lief te hebben. Ontrouw aan de opvattingen van de kerk is geen ontrouw aan God. Integendeel, liefde gaat boven alles.  Gerustgesteld door deze gedachte maak ik met een gerust gemoed het protestantse meisje het hof. Dat mislukte overigens, wat mijn gevoelens voor haar niet meteen minder heftig maakt maar na verloop van tijd wordt het dan toch een onmogelijke liefde. Liefde moet wel van twee kanten komen en dat is helaas niet het geval.

Maar dankzij de liefde voor een protestants meisje heb ik geleerd dat God synoniem is aan liefde. Dat is voortaan mijn leidraad in het leven en niet de teksten van het Oude of Nieuwe Testament of de regelgeving van de Roomse kerk. Voor zover ik de Bijbel lees, lees ik die symbolisch en niet letterlijk. Het is door God geïnspireerde poëzie. Het maakt daarbij niet uit of God en Zijn Zoon Christus al dan niet bestaan. Het leven draait hoe dan ook om liefde. Daarop moet het bestaan gericht zijn, alle andere zaken zoals macht, geld, schoonheid, seksualiteit enz. zijn bijzaken, belangrijke zaken maar geen hoofdzaak.

Liefde heeft aan zichzelf genoeg. Ze is niet te vatten in voorschriften of geboden ook al is zij gebonden aan het aardse bestaan. Zelfs de tien geboden, die een handige richtlijn zijn voor het leven, zijn ondergeschikt aan de liefde. Of na mijn dood nog sprake van liefde zal zijn, is ook al niet belangrijk. 

De liefde volstaat nu. Liefde is op zichzelf genoeg om de kelk van het leven te vullen. Als ik na mijn dood in Goddelijke liefde zal worden opgenomen dan is dat mooi meegenomen maar ik geloof er niet in en reken er niet op. De liefde als zodanig is mij genoeg.

Liefde is waar geest en lichaam elkaar in harmonie kunnen ontmoeten zonder onpraktisch te worden. Wie de liefde kent, doet niet moeilijk, zoekt geen uitwegen, maakt er zich niet gemakkelijk vanaf en is trouw. Vandaag geen liefde, morgen wel dat kan niet. Liefde is er voor altijd en eeuwig. Liefde is een sprookje dat bestaat.

Kun je boos zijn en toch liefhebben. Natuurlijk kan dat. Kun je vechten en liefhebben? Ja ook dat kan. De vijand van de liefde is het kwaad. Waaraan kun je het kwaad herkennen? Aan zijn liefdeloosheid, zijn verraderlijke liefde, zijn ontrouw, zijn gemakzucht, jaloezie en materialisme. 

Liefde kan niet zonder de vrijheid om te kiezen voor het goede of het kwade. Dat maakt het leven soms moeilijk. Maar zonder kwaad geen goed en zonder goed geen liefde. Zo staan wij mensen ervoor.
 

vrijdag 19 mei 2023

30. TERUG NAAR NIJMEGEN. DE LIEFDE

In het boek met de verzamelde werken van Jan van het Kruis is maar een prent van hem opgenomen. Een schilderij uit de Karmel van Ubeda, uit de tijd van de heilige.

 

Bij een bezoek met Frans aan het karmelieten klooster in Nijmegen zoeken we met hulp van de dienstdoende pater bibliothecaris een exemplaar op van de verzamelde werken van Jan van het Kruis. Ik krijg een exemplaar te leen. Op de titelpagina lees ik “Heilige Joannes van het Kruis, eerste ongeschoeide karmeliet en kerkleraar, volledige werken uit het Spaans vertaald volgen de laatste kritische uitgave van Simeon OCD en van inleidingen voorzien door Joannes A Cruce Peters OCD en J.A. Jacobs met medewerking van Amatus de Sutter, Romaeus Leuven en een moniale van de orde der ongeschoeide karmelieten, uitgeverij Paul Brand N.V. Hilversum-Antwerpen MCMLXIII (1963).”



Aangezet door het enthousiasme van Frans, mijn eigen nieuwsgierigheid en zoektocht naar een geestelijke bestemming besluit ik het boek met 1325 pagina’s dundruk te gaan lezen. Of ik er doorheen kan komen, weet ik nog niet maar ik kan het in ieder geval proberen. Om me niet te laten ontmoedigen door de omvang van het boek besluit ik mijn beproefde methode om elke dag een stuk te lezen, te gebruiken. Die methode heeft me geholpen om door de dikste studieboeken heen te komen zoals bijvoorbeeld het boek Methoden en Technieken ter beoefening van de kunde der sociologie. 

Het boek van Jan van het Kruis is geen avonturenboek of beter gezegd epos zoals bijvoorbeeld “In de Ban van de Ring” van Tolkien dat ik nog pas gelezen heb. De drie dikke delen heb ik zo goed als aan een stuk door gelezen zo werd ik meegesleept in de strijd tussen goed en kwaad, meesterlijk verbeeldt in het gevecht om een toverring waar zich alle kwaad van de wereld in verenigt. 

Het is een fascinerende strijd tussen een mengeling van fantasiewezens, waaronder zelfs sprekende bomen, en mensen, waarin de mensen wonderlijk genoeg dankzij halflings, dat zijn kleine mensen die een beetje groter zijn dan kabouters, de overwinning behalen op het universele kwaad. Het is een optimistisch verhaal waarin het goede overwint en de dood geen bedreiging meer is.

Volgens Frans is het boek van Jan van het Kruis heel andere koek. Die wordt beschouwd als de grootste Spaanse dichter van de liefde, de liefde tot God, al kun je het ook met ogen van wereldse liefde lezen. Ten tijde van Jan van het Kruis is Spanje een overtuigd katholiek land. De reformatie die toen in de noordelijke landen huis hield, krijgt er geen kans. 

Daardoor is het katholieke geloof in Spanje en andere zuidelijke landen van Europa geen overmatige rationele constructie geworden zoals in onze contreien. Het is en blijft  een kwestie van innerlijke beleving van het mysterie van het bestaan. Daar doen wij hier in het noorden liever niet aan. 

Ik vind dat het ook tijd is geworden om meer over de liefde te lezen. In mijn studie sociologie en politicologie is liefde een onbesproken thema gebleven behalve in het college ethiek van professor van Boxtel. Die besprak daarin zijn inaugurale rede waarin hij pleit voor Herstel der Liefde in de Sociale Wijsbegeerte. Een poging om het sociale denken van de Roomse kerk te verbinden met het gedachtegoed van vooral de jonge Marx.

Ik lees in het voorwoord van het boek dat Jan van het Kruis toch ook in Nederland zijn fans heeft, naar ik aanneem mede dankzij de paters Karmelieten. Voor mij geen onbekende orde sinds ik op het Titus Brandsma lyceum in Oss heb gezeten. Over Titus Brandsma zelf valt overigens ook veel te vertellen.

“Dat de Heilige, wiens werken wij hier in een nieuwe vertaling presenteren, een enigszins vernederlandste naam kan dragen, wijst erop dat wij geen volkomen onbekende binnen het Nederlandse taalgebied introduceren. Met Theresia van Avila is hij vier eeuwen geleden begonnen met de hervorming van de Karmel. Zijn betekenis reikt echter verder dan de grenzen van de Karmel. In 1726 heeft de Kerk hem heilig verklaard naast zijn grote tijdgenoten uit de gouden eeuw -Sint-Ignatius van Loyola en de Grote Theresia van Avila. Op 24 augustus 1926 onderlijnde Pius XI r.g. de betekenis van zij leer voor de hele Kerk door Sint-Jan van het Kruis tot Kerkleraar te verheffen." (pag. 9 )

Ik heb zo het vermoeden dat  Jan van het Kruis belangrijker is voor mijn geestelijk welzijn dan de Roomse kerk zelve alhoewel je het belang van die kerk ook weer niet moet onderschatten. Zonder die kerk zou heel wat erfgoed van onze voorouders verloren zijn gegaan.
 

vrijdag 3 juli 2020

67. MIJN SPROOKJESJAREN, GEESTELIJK VOEDSEL

De zolderkamer in de Jacobslaan

Dankzij jarenlange zondagse kerkgang ben ik een volbloed Roomse jongen. Ik heb het Evangelie eerbiedig staande aanhoort, ik heb naar de Epistels van de apostelen en de Heilige Paulus geluisterd en geprobeerd aandachtig de preken van de dienstdoende priesters te volgen. Dat was mijn wekelijks geestelijk voedsel totdat ik afscheid nam van de Roomse kerk.

Waar haal ik nu mijn geestelijk voedsel vandaan? Op de universiteit kun je van alles leren maar je haalt er geen levenshouding uit, een ethiek of visie op mens en maatschappij. Hier en daar moet ik mijn over het algemeen positieve mensbeeld bijstellen. Wetenschap laat vooral onprettige kanten van de mens zien. Voor de rest is het te fragmentarisch, te verbrokkeld en te weinig coherent wat je leert. Je hoort over van alles en nog wat maar wat je er nu mee aan moet is onduidelijk. Dus blijf ik roeien met de riemen van vroeger, hier en daar aangepast aan de tijdgeest. 


Misschien zijn de gesprekken met mijn huisgenoten en medestudenten geestelijk nog wel het meest voedzaam. Als Roomse jongens spreken we min of meer dezelfde taal, hebben dezelfde levenshouding en zijn we op zoek naar vervangend geestelijk voedsel. We hebben zelfs nog eens een gesprek gehad met een parochie priester maar dat liep dood. We zoeken op eigen houtje verder, zonder gids en zonder leidraad. 


Mijn voornaamste houvast in deze woelige tijd is Dora. Haar intiem ingerichte zolderkamertje is ook mijn thuis geworden. We vertellen elkaar over het leven buiten en wat we ervan vinden. Zij over haar werk en vriendinnen, ik over mijn vrienden en mijn studie. Plannen maken voor de toekomst doen we niet. Er zijn andere prioriteiten. Eerst maar eens kijken of het lukt om af te studeren waarna we met z’n tweeën aan een gezin kunnen beginnen want dat is altijd nog wat we willen. Daarover laten we ons niet van de wijs brengen.


Soms, niet elke dag, blijf ik bij haar slapen in onze twijfelaar, een royaal eenpersoonsbed, een te smal bed voor twee. Het komt uit de inboedel van een slager die met pensioen ging. De koop van het bed ging samen met een loei zware hakblok waar hij zijn beroepsleven lang vlees aan mootjes heeft gehakt. Het blok is een soort grote vierkante legpuzzel van allemaal aan elkaar gelijmde houten balkjes die opgeschuurd samen met hun kopse kant een mooi patroon van kleine vierkanten vormt. Bed, nachtkastje met marmeren blad en hakblok kostten 50 gulden.


verschijnt elke vrijdag 

vrijdag 6 december 2019

DE SPROOKJESJAREN ZESTIG (VOORHEEN MAKE LOVE, NOT WAR) 37: VIEZE JAN

"Venus on the Road", digitale collage van petrus, 2009
Ik weet niet of er leven na de dood is maar na het verlaten van de Roomse kerk en het Roomse geloof is er nog genoeg te leven. Na mijn afscheid van de Roomse kerk, God de Vader, Zijn Zoon Jezus, Zijn Moeder Maria en alle heiligen in de hemel gaat het leven zijn gewone gang. Alsof er niks is gebeurd stap ik uit bed, ontbijt in de keuken van het Achterhuis, stap op mijn fiets op weg naar een of ander college en praat met medestudenten over het wel en wee van de wereld. De zon schijnt of niet, het regent of niet, je hebt forse tegenwind of niet, hoe dan ook het leven gaat gewoon door. De kranten gaan ook gewoon door met slecht nieuws over de Vietnamoorlog. Dat ik uit de Roomse Kerk ben gestapt, lees ik nergens. 

Terwijl ik toch bijna twintig jaar naar de kerk ben gegaan, in God, zijn Zoon en en diens Moeder geloofd heb, doet het vertrek me niks. Dat ik een eeuwenlange erfenis van mijn voorvaderen aan de kant schuif, beroert me niet. Ik heb de erfenis afgelegd als is het een oude en versleten jas. Is dat jeugdige overmoed de kracht en de zwakheid van een nieuwe generatie? We zullen zien. 


Met de liefde gaat het gelukkig prima sinds ik op mijn zolderkamer met dakkapel woon. Niet dat we elk weekeinde onze seksuele bevrijding uitbundig en gretig vieren,  doordeweeks werkt en woont mijn Verloofde in de industriestad Oss, maar we schuwen regelmatig gezonde seks niet. Aangezien haar ouders nog niet zo ver zijn,  weten ze niet beter dan dat als mijn Verloofde een nachtje overblijft in Nijmegen zij bij een vriendin slaapt. Dat is goed voor onze wederzijdse zielenrust.


Maar misschien vermoeden ze toch wel wat. Ze zijn niet achterlijk. Pas nog zag ik op het namaak Perzische tafelkleed in de huiskamer de bestseller “Ik Jan Cremer” liggen. Toen ik het boek belangstellend doorbladerde, vroeg haar moeder of ik het gelezen had er meteen aan toevoegend dat ze het gekregen had van vrienden. Die vonden dat ze het moesten lezen. 


Haar vader is nooit flauw geweest met seks en erotiek. Hij trok zich niks aan van de benauwde voorschriften van de Roomse kerk. Elke week na een paar uur boekhouden in de huiskamer las hij met zichtbaar genoegen pikante bladen als De Lach en de Piccolo uit de leesmap. Brave ontspannings- of misschien wel ontsnappingslectuur met zwart-wit foto’s van mooie meisjes in bikini en schuine moppen over schoonmoeders. 


Vergeleken met die bladen zijn de avonturen van Jan Cremer straffe kost. Vieze Jan is de Casanova voor de gewone man. Met zijn vulgaire taal zonder romantiek democratiseert hij seks en erotiek voor de arbeider.  Hij trekt als het ware in een enkele ruk het schaamdoek van de seksuele taboes achter de dijken in de polders. Maar daar laat hij het niet bij. Net als de Markies moet ook bij hem de maatschappelijke orde en het gezag het ontgelden. Vieze Jan speelt zijn eigen anti-autoritaire held die zich schaamteloos door zijn opstandige leven neukt.


(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 8 maart 2013

ROOMSE LOBBY

Een tekening van Petrus


Het Vaticaan staat in de media vaak voor geheimzinnigheid, duistere samenzweringen, geheime afspraken, gesloten archieven, ongekende rijkdommen, machinaties van onduidelijke ordes en wie weet ook wel een beetje hocus pocus en mirakelse toestanden. Maar je kunt er ook heel anders naar kijken: het Vaticaan als het centrum van een wereldkerk. Natuurlijk, tijdens de ruwweg eerste 1500 jaar in zijn bestaan was de wereld beperkt tot Europa en het nabije oosten. Maar sinds de koloniala ontdekkingsreizen in de 16e eeuw groeide de Roomse kerk uit tot een wereldomvattende kerk met het Vaticaan als machtscentrum.

Aldus werd de Roomse Kerk de eerste echte wereldorganisatie, lang voordat sprake was van de Verenigde Naties of diens voorganger de Volkerenbond. Welke kerk, geloof of imperium doet dat de Roomse kerk na? Welke kerk heeft via haar kerkelijke en diplomatieke vertegenwoordigers toegang tot de hoogste rangen van de macht in de wereld en heeft via haar dienaren haarvaten tot diep in elke samenleving waar dan ook in de wereld? Zelfs de VN beschikt niet over zo'n uitgebreid informatie netwerk van hoog tot laag.

Zo'n wereldkerk roept bij heel wat mensen een schrikbeeld op want wie zo groot is met een zo wijd verbreid netwerk moet ook machtig zijn. Maar macht heeft de Roomse kerk niet, wel invloed, veel invloed al verschilt dat van land tot land en van persoon tot persoon. In een moslimland als Indonesië zal het Vaticaan minder gehoord worden dan in een katholiek land als bijvoorbeeld de Filippijnen. In het algemeen kun je vaststellen dat het Vaticaan de politieke invloed van een goed uitgeruste lobby organisatie heeft.

In de Middeleeuwen was de Roomse kerk direct verbonden met wereldse machten immers toen moesten koningen en keizers nog de goedkeuring krijgen van het Vaticaan. Wereldse machten heetten van God gegeven machten te zijn en was het derhalve normaal dat het Vaticaan er bemoeienis mee had. Een keizerskroning zonder het Vaticaan was onmogelijk. Zonder het Vaticaan kon je zelfs niet je troonopvolging regelen zoals Koning Hendrik VIII moest ervaren. Vandaar dat hij brak met het Vaticaan en zijn eigen Anglicaanse kerk oprichtte.

De rechtstreekse bemoeienissen van het Vaticaan in die tijd maakte dat het Vaticaan het centrum van machtsstrijd werd met alles wat erbij hoort, tot moord en verraad toe. Niet direct zaken die hoorden bij de opvolger van de Heilige Petrus, een apostel van Christus die het pausschap zou hebben gesticht. Het mag voor het Vaticaan een zegen worden genoemd dat uiteindelijk werd vastgesteld dat wereldse macht niet van God maar van de mensen zelf komt.

Het Vaticaan kon zich daardoor weer meer wijden aan zijn kerntaak, het prediken van Gods woord. Maar aangezien de Roomse kerk hoe dan ook net als alle kerken een zaak van mensen is en blijft, blijft het aanmodderen. Dat zal nooit veranderen want mensen blijven mensen of ze nu van de kerk zijn of niet.