Een tentoonstelling van 88 schilderijen van Vincent van Gogh in het Kröller Müller museum in het park De Hoge Veluwe, een van mijn meest geliefde musea in Nederland, is niet niks. De kans om die te zien laten we ons niet voorbijgaan.
Na een fietstocht op de witte fiets door een regenachtig, winderig en dus verlaten landschap van ongeveer 10 km komen we aan bij het museum. Daar is het zoals te verwachten was, razend druk. Ik weet niet welk schilder in Nederland het populairst is, Rembrandt of Van Gogh, maar ik denk de laatste.
We kennen bijna alle schilderijen in de tentoonstelling, enkele schilderijen uit zijn eerste periode zijn nieuw voor ons. Andere schilderijen zoals “De Aardappeleters” en “Het Populierenlaantje bij Zonsondergang” zijn oude bekenden. Wat pas nu goed opvalt is de snelle ontwikkeling die de Vincent als kunstschilder doormaakte in 10 jaar tijd.
Zijn meesterschap kondigt zich al vroeg aan met bijvoorbeeld de twee genoemde schilderijen die gemaakt zijn tijdens zijn verblijf in Nuenen in het huis van zijn ouders (1883-1885). Hij schildert dan in de stijl van de Haagse school met sombere, donkere kleuren en weinig contrasten. Een schilderstijl die past bij het zware Hollandse gemoed, de ernst en zwaarte van (geestelijk) leven en werk.
De paste toen bij Van Gogh. Hij was zelf een zeer ernstig persoon, op zoek naar de zin en betekenis van zijn leven. Vandaar dat hij geprobeerd heeft om net als zijn vader dominee te worden. Hij probeerde het evangelie te prediken onder de armoedige mijnwerkers in de Borinage in België. Dat werd een mislukking. Zijn belangstelling voor het leven van de gewone man en vrouw bleef hij niettemin zijn verdere leven houden.
Op de tentoonstelling kunnen we zien hoe in Parijs (1886) zijn kleurenpalet verandert van ingetogen somber en donker naar licht en contrastrijk. Dat werkt op hem bevrijdend. Je ziet hem op de tentoonstelling als het ware zijn oude wereld verlaten om binnen te gaan in een wereld van kleur en contrasten. Daar wil hij meer van en hij gaat naar Zuid Frankrijk.
En inderdaad daar in Arles (1888) en andere plaatsen vindt hij een wereld waaraan zijn geest zich kan laven als een grond die zijn dorst naar het leven eindelijk kan lessen. Je ziet aan zijn schilderijen hoe uitgelaten hij begint te schilderen. Het plezier van die schilderkunst spat met de kleuren, het licht en de contrasten van de schilderijen af. Vincent van Gogh is eindelijk thuisgekomen.
Hij is dan 35 jaar oud. Nog maar 2 jaar later, in 1890 sterft hij 37 jaar oud als gevolg van een noodlottige schotwond. Zijn broer Theo, die hem altijd met geld gesteund heeft en in zijn kunsthandel getracht heeft schilderijen van hem te verkopen, is bij hem. We zien op de expositie hoe hij in slechts 5 jaar tijd zicht ontwikkelt van een traditionele Hollandse schilder tot een kleurrijk "onHollandse" schilder wordt.
We zien in zijn schilderijen hoe uitgelaten hij is, opgewonden en vol bewondering voor de wereld om hem heen. Zijn schilderijen zijn een getuigenis van zijn liefde voor mens en wereld. Wij kijkers zijn daar getuige van.





