![]() |
| Detail van een boom op het schilderij "Boomstammen in het gras", Saint-Rémy-de-Provence, eind april 1890, vlak voor zijn dood (juli 1890). Het complete schilderij staat hieronder. |
In mijn vorige blog met het schilderij van aardappels in een schaal wordt gesignaleerd dat Van Gogh zich steeds meer los begint te maken van het realisme. Pas in het zuiden van Frankrijk ontdekt hij welk uitgesproken effect kleuren hebben op zijn gemoedsgesteldheid. Het felle licht en de felle kleuren onder de Franse zon bevrijden hem letterlijk van zijn sombere gemoed, een ervaring die iedereen die in Zuid-Europa is geweest, bekend voorkomt.
Kleuren krijgen stapsgewijze de overhand in zijn schilderijen, zozeer zelfs dat niet langer het onderwerp belangrijk is maar de kleuren. De werkelijkheid dient steeds uitdrukkelijker als middel om kleur als zelfstandige elementen op te voeren, los van het onderwerp.
Ze werken bevrijdend zo blijkt uit een brief aan zijn zus Willemien: “Hoe lelijker, ouder, gemener, zieker, armer ik word, hoe meer ik wraak wil nemen door briljanten kleuren te maken, goed gearrangeerd.” Dat besef leidt er toe dat hij zich steeds meer verdiept in kleuren.
Hoeveel vaak gedacht wordt dat Van Gogh puur op gevoel kleuren schildert, is dat niet het geval. Hij denkt goed na over de werking van kleuren zo blijkt uit zijn brieven aan broer Theo. Hij leest over het kleurgebruik van Eugene Delacroix en past de theorie van complementaire kleuren toe.
Hij is enthousiast over de kleurencirkel en de complementaire contrasten zoals geel tegenover blauw, rood tegenover groen en oranje tegenover violet. Hij ontdekt dat als je deze kleuren naast elkaar zet, ze elkaar naar een hoger niveau brengen en gaan “trillen”. De mengkleuren, de sombere verfmodder met zijn donkere, doffe kleuren, verdwijnen uit zijn palet.
Als je zijn schilderijen bekijkt uit de Zuid-Franse periode valt het meteen op dat Van Gogh een speciale band had met de kleur geel. Hij vond het een ervaringskleur en associeerde geel met liefde, vriendschap en zelfs het goddelijke.
“Het was zijn lievelingskleur zoals u misschien nog weet, het symbool van het licht dat hij in de kunstwerken zocht.”, schreef kunstenaarsvriend Emile Bernard kort na Van Goghs dood. Natuurlijk gebruikte Van Gogh ook andere kleuren om de wereld om hem heen weer te geven. Toch werd hij al vroeg geassocieerd met geel door de iconische werken die hij in Zuid-Frankrijk maakte.” (Aldus een tentoonstellingstekst van het Van Gogh museum in Amsterdam bij de tentoonstelling Geel)
“Van Gogh zelf raakte in Zuid-Frankrijk bijna bezeten van het licht. In Arles schreef hij aan zijn broer Theo dat hij een zon zag die hij nauwelijks anders kon beschrijven dan “geel”: zwavelgeel, citroengeel, goud. Het was de kleur waarmee hij het felle mediterrane licht probeerde te vangen. Nieuwe pigmenten die in de negentiende eeuw op de markt kwamen hielpen daarbij. Plots konden schilders werken met een intensiteit die eerder simpelweg niet bestond. ( Geel voor Van Gogh in Avant Garde, The Fix, maart 2025)
Zoals ik in het begin van de blog opmerk, wordt bij Van Gogh kleur een zodanig zelfstandig element in zijn werk dat het onderwerp er steeds minder toe doet. Hij zet de eerste steppen op weg naar kleuren abstractie (zie schilderij hierboven). Het is daarom niet ondenkbaar dat Van Gogh op later leeftijd een abstract kleurenschilder was geworden zoals Mondriaan, die schilderkunstig een gelijkend traject aflegde, een Rothko of een Pollock.






