vrijdag 13 februari 2026

MEXICAANSE VERTELLINGEN 75.REVOLUTIONAIRE LIEFDESTHEATER

Ze was al op haar dertiende jaar buitenshuis gaan werken als dienstmeisje. (foto: petrus)


Tijdens de maaltijd vertelt Julia dat ze zich het hele gesprek lang met Frida en David ongemakkelijk heeft gevoeld. Ze voelde zich genegeerd door Frida. Alsof ze lucht was. Ze zag haar niet eens als een rivale, wat ze per slot van rekening toch is! Voor Frida is ze een aanhangsel van Diego, meer niet.


Diego haalt zijn schouders op. Dat is nou eenmaal de manier van doen van Frida. Bovendien is ze grillig in haar liefdesleven. Je hebt gehoord wat ze van Trotski vindt en waarom ze met hem een affaire is begonnen. Ik vermoed dat ik ook deel uitmaak van haar revolutionaire liefdestheater.


Julia vindt dat maar niks. Liefde is volgens haar meer dan een theater, een spelletje met een thema, ook al is het een revolutionair thema. Liefde gaat dieper dan dat, het is de zin en doel van het leven zelf. 


Na even peinzen, voegt ze er vergoeilijkend aan toe dat het misschien allemaal komt omdat ze moet leven of liever overleven met een zwaar gehavend lichaam. Kinderverlamming en dan later ook nog een vreselijk tramongeluk dat haar voor het leven heeft beschadigd. Dat ze dan ook nog geen kinderen kan krijgen, maakt het allemaal nog zwaarder voor haar. 


Dan schakelt Julia over naar een ander onderwerp. Wat is het plan? Blijven we in San Miguel wonen of gaan we terug naar Mexico-stad? Julia is het om het even. Ze woont liever in het dorp maar de stad is ook goed, zo lang ze maar bij Diego is.


Diego zou liever in het dorp blijven wonen maar er is geen werk. Hij zal wel een stuk dorpsgrond van zijn vader kunnen krijgen maar dat brengt niet genoeg om van te leven, zeker niet als er kinderen komen. Nee, hij zal terug moeten naar de stad. Bovendien, hij wil nog steeds graag schilderen.


Julia beseft dat ze niet in het dorp kunnen blijven, tenminste als ze niet in armoede willen leven en dat wil ze echt niet meer. Ze is opgegroeid in een groot gezin in een dorp. Het ontbrak hun altijd aan van alles, ook eten hoe hard haar vader ook op het land werkte. Daarom moest ze al op haar dertiende het huis uit, gaan werken als dienstmeid in Mexico-stad.


Ze kwam geheel onvoorbereid terecht in een totaal onbekende wereld. Ze had geen idee wat ze moest doen. Bij haar thuis leefden ze van de ene dag op de andere. Je was bezig met overleven. Het was geen georganiseerd huishouden en er was al helemaal geen     wasmachine of  een koelkast. 


Ze had nog nooit in haar leven gewinkeld in een supermarkt, huishoudelijke dingen aangeschaft of kleren gekocht. Dat heeft ze allemaal zichzelf moeten leren. En hoe ga je om met stadslui? Die weten altijd alles al en beter. Een geluk dat ze genoeg gezond verstand had om overeind te blijven in de stadsjungle. 

donderdag 12 februari 2026

RIJSTBOUW IN SURINAME

 

Koningin Juliana bezoekt in 1955 samen met Prins Bernhard het rijstproject Wageningen van de Stichting Machinale Landbouw SML in Suriname.

Als er een project is wat aantoont dat ontwikkelingssamenwerking bijzonder moeilijk zo niet onmogelijk is, dan is dat wel het rijstproject Wageningen in Suriname. Ondanks alle goede bedoelingen - zowel financieel als organisatorisch - gaat het project Wageningen na de onafhankelijkheid van Suriname (1975) langzaam maar zeker naar de knoppen. 


Zoals gebruikelijk is er niet een enkele oorzaak maar velen die elkaar in de loop der jaren opvolgen. Samengevat komt het erop neer dat na de Surinaamse onafhankelijkheid het Wageningenproject verwaarloosd wordt. De wisseling van regering blijkt in Suriname net zoals in veel Derde Wereld landen funest te zijn voor lange termijn projecten, zelfs als ze voordelig zijn voor het land. 


Een voorbeeld van zo een Derde Wereld land is Venezuela dat net als Suriname rijk is aan grondstoffen. Dankzij Shell werd Venezuela aan het begin van de 20ste eeuw een belangrijk olieland. Zo lang oliemaatschappijen hun bedrijven kunnen beheren gaat het goed, ook nadat een groter deel van de winst wordt opgeëist door het land. Maar complete nationalisaties (1976) zijn het begin van de ondergang.


In 2007 doet de militaire regering Chavez er nog een schepje bovenop, waarop de olieboeren het land te verlaten. De grootschalige confiscatie was bedoeld om armoede te bestrijden, maar de sector wordt uitgehold (geen investeringen, geen onderhoud), wat resulteert in sterk verminderde productie. Voeg daarbij het ontslag van alle werknemers met ervaring en het plaatje van de ondergang is compleet.


Terug naar Suriname, een groot land (ongeveer 4 keer Nederland), rijk aan grondstoffen (bauxiet, goud, hout en inmiddels ook olie) en dun bevolkt (een van de dunst bevolkte gebieden in de wereld). Toch slaagt het er niet in om de rijkdom in dienst te stellen van zijn ruim 600.000 inwoners. Of de recente olievondsten dat wel zullen doen, is maar zeer de vraag. Over het algemeen blijkt olie in derde Wereld landen eerder een vloek dan een zegen.


Na de onafhankelijkheid in 1975 kreeg Suriname “een florerend rijstbedrijf met zo’n duizend vakbekwame werknemers, inclusief een pelmolen en een drogerij, een pompgemaal met drie Storkmotoren, honderden kilometers aan bevloeiings- en lozingskanalen, een rijstareaal van 10.000 hectare, een veebedrijf met duizend koeien, het veredelingsstation in de Prins Bernhardpolder, een machinepark van tractoren en maaidorsers, ja, een compleet zelfvoorzienende Company Town met een postkantoor, een bibliotheek en een Hotel De Wereld - voor het symbolische bedrag van 1 Surinaamse gulden.” (Blz. 49/50 in ‘Hotel De Wereld’, Frank Westerman, Querido Fosfor 2025)


Voor de onafhankelijkheid was de rijstbouw winstgevend. 


“Maar al in het eerste seizoen na de onafhankelijkheid blijken 23 van de 37 landbouwmachines voor zowel de droge als de natte grondbewerking aan vervanging toe. De directie wil investeren, maar het ministerie van Landbouw in Paramaribo heeft andere prioriteiten. De centraal geleide Company town komt pas echt in de knel wanneer sergeant Bouterse op 25 februari 1980 samen met 15 handlangers zijn eerste staatsgreep pleegt…. Voortaan vloeien de deviezen die Wageningen verdient met de rijstexport naar de kas van Bouterse en zijn kameraden. Geldnood dwingt de Stichting Machinale Landbouw al in 1981om honderd werknemers te ontslaan. Zij krijgen als dank een kapotte landbouwmachine mee naar huis, een grotere of een kleinere, al naargelang de duur van hun dienstverband.” (Blz 51/52 in voornoemd boek)


Hoewel Nederland het project heeft opgebouwd, kennis geleverd en de benodigde financiën voor de start krijgt het toch de schuld voor de ondergang.  Het was immers een koloniaal project en dat deugt sowieso niet ook al is het een winstgevend project en brengt het via export deviezen in het land. Kolonialisme als excuus voor eigen mislukking. Dat schiet niet op. Surinamers moeten de hand in eigen boezem steken.


De Surinamers die er gewerkt hebben denken daar heel anders over. “Zij zien een verschil tussen een suikerplantage met slavenarbeid (koloniale uitbuiting) en een rijstpolder uit de tweede helft van de twintigste eeuw (ontwikkelingshulp). De plantage was een vloek, de polder een zegen. Voortaan deden machines het zware werk. Niemand hoefde meer te bukken om de zaailingen over te planten in de bevloeide akkers, nu vliegtuigjes het zaad kwamen uitstrooien.” (Blz. 57. Frank Westerman)


woensdag 11 februari 2026

HET MEISJE AAN DE OEVER VAN DE RODE RIVIER

 

foto: petrus

Er zijn ontelbare liefdesliederen gezongen. Ik heb er in mijn leven vast wel duizenden gehoord. Sommigen vaker, andere maar een keer en daarna nooit meer. Sommigen heb ik onthouden, andere vergeten.

Maar het liefdeslied over het meisje aan de Oever van de Rode Rivier is wel een van de mooiste en meest poëtische liefdesliederen waarbij tekst en muziek als gegoten zitten. Het is geen eenvoudig lied van verlangen maar een gecompliceerde ballade over onbeantwoorde liefde, liefdesverdriet, de onmacht, verdwalen in het leven, over de wreedheid van de tijd en nog meer. Het is meteen ook de minstreel Bob Dylan op z'n best.


De oever van de Rode Rivier


Sommigen van ons doen de lichten uit

En leggen zich neer in het voorbij schietende maanlicht.

Sommigen van ons jagen zich de stuipen op het lijf in het donker

Om te komen tot waar de engelen vliegen.

Allemaal mooie meiden staan in een rij

Voor de deur van mijn hut.

Nooit wilde ik dat een van hen mij zou willen

Behalve het meisje aan de oever van de rode rivier.


Welnu, ik zat naast haar en een tijd lang probeerde ik

Dat meisje tot mijn vrouw te maken.

Zij gaf me haar beste advies toen ze zei

Ga naar huis en leid een rustig leven.

Welnu, ik ben naar het oosten gegaan en naar het westen

Ik ben gegaan naar daar waar zwarte winden grommen.

Maar op de een of andere manier, kwam ik nooit zo ver

Met het meisje aan de oever van de Rode Rivier


Maar ja, toen ik haar zag, wist ik het al

Ik zou nooit meer vrij kunnen zijn.

Een blik op haar en ik besefte meteen

Dat ze voor altijd bij me moest zijn

Maar ja, de droom vervloog al lang geleden

Echt waar, 

Dat was het meisje van de oever van de Rode Rivier


Nu draag ik de mantel van misere

En heb geproefd van de afgewezen liefde.

En de bevroren lach op mijn gezicht

Past me als gegoten

Maar ik kan niet ontsnappen aan de herinnering

Aan degene die ik altijd zal aanbidden.

Al die nachten dat ik in de armen lag

Van het meisje aan de oever van de Rode Rivier.


We leven in de schaduwen van een vervagend verleden

Gevangen in het vuur van de tijd.

Ik probeerde nooit of te nimmer iemand pijn te doen

En uit een misdadig leven te blijven.

En toen alles was gezegd en gedaan

Wist ik nog niet waar ik aan toe was.

Een nieuwe dag is weer een dag weg

Van het meisje aan de oever van de Rode Rivier


Nu ben ik een vreemdeling hier, in een vreemd land

Ik zwerf en gok voor degene die ik liefheb

Dat de heuvels mij een lied zullen geven.

En hoewel niets me bekend voorkomt

Weet ik dat ik hier eerder ben geweest

Eens, een duizend nachten geleden

Met het meisje aan de oever dan de Rode Rivier


Ik ging terug om haar weer eens te zien

Om te zien hoe het zat.

Iedereen die ik sprak had ons daar gezien

Ze zeiden niet te weten over wie ik het had.

Welwel, de zon is lang geleden onder gegaan

En schijnt niet meer te schijnen.

Ik wou dat ik elk uur van mijnleven had kunnen doorbrengen

Met het meisje aan de oever van de Rode Rivier.


Pas hoorde ik van een man die lang geleden leefde,

Een man voor verdriet en ellende,

Die als iemand in zijn buurt stierf en dood was,

Wist hoe hem terug tot leven te brengen.

Nou, ik weet niet welke taal hij gebruikte

Of dat ze dit soort dingen nog doen.

Soms denk ik dat niemand mij daar daar ooit gezien heeft

Behalve het meisje aan de oever van de Rode Rivier.


(Tekst en muziek: Bob Dylan)

(Vertaling: petrus)

dinsdag 10 februari 2026

LINKSE BEVOOGDING?

 



In de tabel is in percentages opgegeven het aantal lager, voortgezet en academisch opgeleiden in de Tweede Kamer (bron: parlement.com). Sinds 2010 is het percentage hoger opgeleiden in de Tweede Kamer boven de 90%. Dit verklaart de toenemende bevoogding van Nederland door hoger opgeleiden.


Er is een debat aan de gang in de wetenschappelijke wereld en de progressieve media over de tweedeling in de maatschappij tussen hoger en minder hoger opgeleiden of tussen theoretisch en praktisch geschoolden, zeg maar tussen de socioloog en de timmerman en alles wat daar tussenin zit. 


De vraag is of dit een theoretisch debat is over een constructie bedacht door sociologen en politicologen of dat het fenomeen in de echte wereld bestaat.


In de echte wereld waren na de verkiezingen in 2023 ruim 125 van de 150 Tweede Kamerleden hoger opgeleiden (Universiteit en Wetenschappelijk Onderwijs) (70%). De praktisch opgeleiden, leden met een mbo-diploma of middelbare school zijn zwaar ondervertegenwoordigd, ongeveer 10 tot 14 leden.


Volgens parlement.com was dat tot omstreeks 1980 nog anders, ook al was ook toen al het merendeel van de leden hoog opgeleid. Kamerleden met een vakbondsachtergrond hadden wel vaak een deel van hun opleiding in de vakbeweging, een middenstandsorganisaties of in het bedrijf gehad. Zij waren bekend met wat leefde en gedacht werd door de praktisch opgeleiden.


Ondanks een lichte afname door de winst van PVV en BBB in 2023, bleef de Tweede Kamer een instituut met een heel hoog percentage academici. De kiezers van de twee genoemde partijen behoren in meerderheid tot de lager of praktisch geschoolden. Zij worden daarom nogal eens weggezet als domrechts. Tegenover domrechts staat als het ware slimlinks.


De norm bij leden van de regering is eveneens een universitaire of wetenschappelijke opleiding. De rechtelijke macht bestaat sowieso uit universitair opgeleiden. Feitelijk wordt Nederland dus geregeerd, bestuurd en geadministreerd door hoger opgeleiden. 


De omslag vond plaats in de jaren zestig van de vorige eeuw. Die brachten om allerlei redenen (ontkerkelijking, toegenomen welvaart, TV oorlog in Vietnam enz.) een renaissance van linkse ideeën teweeg onder in eerste instantie studenten (klassenstrijd, anti-imperialisme, anti-oorlog, krakersbeweging, anti-apartheid). 


Na verloop van tijd sloot het politiek actieve deel zich aan bij klassiek linkse partijen als CPN en PvdA. De mars door de instituties was begonnen. Maar hun komst veranderde de politieke agenda, een agenda die vreemd was aan de voormalige aanhang met als gevolg dat de klassieke aanhang onder arbeiders, handwerkslieden en andere praktisch geschoolden langzaam verdween uit die partijen en op den duur uit hun kiezersbestand. 


De klassiek linkse partijen vervreemden zich langzaam maar zeker  van hun oorspronkelijke achterban. De arbeidersklasse, een sociologisch begrip uit de Marxistische leerschool, werd vervangen door "de kwetsbaren",  “mensen met een kleine beurs”, “inwoners die het zwaar hebben” of “mensen in de overlevingsstand”. 


Daarmee ontstond ene bevoogdend links, een links dat niet langer wortels had in de groepen die zij zegden te vertegenwoordigden.Bijgevolg verdwenen ook de kiezers uit die groepen.  








maandag 9 februari 2026

GEOMETRISCHE COMPOSITIE VII, DRIEHOEK

petrus, "Geometrische Compositie VII Driehoek", acryl en olieverf op mdf paneel (80x80 cm), 2026
Te Koop


 

vrijdag 6 februari 2026

74. MEXICAANSE VERTELLINGEN. REVOLUTIE EN LIEFDE

Zoals op deze foto van een onbekende fotograaf is te zien, gemaakt omstreeks 1954 tijdens een bijeenkomst van de Mexicaanse Communistische Partij, waren Diego Rivera (staand rechts) en  David Alfaro Siqueiros (derde van rechts) politieke vrienden. (bewerking foto: petrus)


Diego aarzelt even en vraagt dan aan Frida hoe het zit met haar geliefde Trotski. Frida die zich al lang geleden, tijdens haar langdurige en veelvuldige verblijf in het ziekenhuis, heeft voorgenomen onbevreesd in waarheid te leven, kijkt hem aan en antwoordt dat León voorbij is. Ze zegt het op een toon die geen twijfel laat bestaan over het afscheid.


Ik heb het vuurtje zelf aangewakkerd, geflirt met hem omdat ik met de revolutie naar bed wilde. De gedachte alleen al wond me op maar toen het zo ver was, viel het tegen. León mag dan een groot revolutionair zijn, alleen Lenin is groter, maar een liefde moet ook nog andere kwaliteiten hebben. Hij is weliswaar de man van de nieuwe dageraad voor mens en maatschappij, maar zijn prestaties als minnaar blijven daarbij achter. 


Revolutie en liefde zijn twee verschillende zaken. Als ze samengaan zal dat toeval zijn of geluk, het is maar hoe je het noemen wil. Er is geen natuurlijk verbond tussen die twee.


Sinds kort vraag ik me af bovendien af of León nog wel een revolutionair is. Heeft Stalin hem niet ontmaskerd als een man met een bourgeois mentaliteit? In plaats van in dienst te staan van de partij is hij uit op het leiderschap. Stalin heeft hem een les geleerd en hem tot balling gemaakt in zijn eigen revolutie. 


Onverwacht geeft Frida nu een draai aan het gesprek. Hoe zit het met jou Diego vraagt ze hem op de man af. Is Julia jouw bestemming of kijk ik hier naar een bevlieging? Diego voelt zich betrapt en kijkt geërgerd maar hij bedwingt zich en zwijgt. Waarom zou hij haar onnodig kwetsen? Zo te horen is ze al genoeg gekwetst.


Maar daar neemt Frida geen genoegen mee. Ze wil weten waar ze aan toe is met Diego en dringt aan op een antwoord. Nu bemoeit David zich er mee. Hij stelt Frida voor de zaak te laten rusten. Ze hebben immers elkaar en dat moet toch genoeg zijn voor het moment.


Ze beseft dat ze te ver is gegaan. Liefde kun je niet dwingen. Ze wil zich ook niet al teveel laten kennen. Boosheid om een onbeantwoorde liefde is een teken van zwakte en als ze iets niet wil zijn dan is het dat. Ze staat op en stelt voor aan David om op te stappen. David is al lang blij. Hij weet niet hoe snel hij weg moet zien te komen uit dit ongemakkelijk gesprek.


Diego betreurt dat Julia getuige heeft moeten zijn van zijn teloor gegane liefde voor Frida. Aan de andere kant zal het Julia goed doen dat de liefde voor Frida over is. Ze besluiten wat te eten in Casa Azul alvorens terug te gaan naar San Miguel.