woensdag 28 oktober 2026

VINCENT VAN GOGH: SCHILDEREN ALS BEVRIJDING

 

Vincent Van Gogh, "Stilleven met aardappels", Arles, half januari 1889.
In de strikte zin van het woord zijn dit geen aardappels. Ze zijn moeilijk te herkennen. Je kunt het vermoeden. Van Gogh maakt zich steeds meer los van de gebruikelijke werkelijkheid. De werkelijkheid dient om met kleuren te componeren in overeenstemming met zijn gevoelens.
In het tentoonstellingsboek van het museum staat het volgende: "Ik weet dat ze moeilijk te verkoopen zijn, maar het is verduiveld nuttig," schrijft Van Gogh aan Theo over een serie stillevens van manden met aardappels, pompoenen en vruchten... In Arles maakt hij zich los van het realisme. In het stilleven met de aardappels uit die tijd past hij zijn 'mandenvlechtersstijl' toe op de achtergrond door een combinatie van verticale en horizontale strepen. Zijn nieuwe ideeën oefent hij op een motief waarmee hij veel ervaring heeft opgedaan. daarna waagt hij zich aan ambitieuzer composities."



Wat je meteen ziet aan de schilderijen van Van Gogh is zijn uitbundige kleurgebruik vergezeld van al even uitbundige dikke verfstrepen. Je zou haast zeggen dat hij in extase schilderde. Of misschien is het beter te spreken van uitgelatenheid want Van Gogh was evenwichtig en sterk genoeg om zich te beheersen en goed na te denken over wat hij deed. Lees er zijn brieven maar op na.


Mensen die zelf schilderen, schrijven of componeren weten hoe eenzaam het is om zo bezig te zijn. De katholieke schrijver Gerard Reve noemde God zijnde schepper van het universum niet voor niks eenzaam. 


Schilderen is geen teamwork, er is geen chef die instructies geeft of aanwijzingen, er is geen begeleiding, aanmoediging of wat dan ook. Achter je doek is maar een persoon de baas en dat is de schilder. Je moet over alles zelf beslissen: thema, kleur, compositie,verf en kwasten, penseelstreken, maat van het doek of paneel enz. 


Schilderen heeft iets van een roeping. Bij Van Gogh was sprake van een roeping. Met de schilderkunst was hij op zijn bestemming aangekomen. De schilderkunst bevrijdde hem uit zijn neerslachtigheid en somberte waar hij aan leed. Na zijn moeilijke periode bij de mijnwerkers in de Borinage schreef hij aan Theo: “Ik zei tegen mezelf:ik neme de pen weer ter hand, ik ga weer verder met tekenen en vanaf dit moment schijnt alles voor mij anders.”


Hij vervolgde: “maak je om mij geen zorgen, als ik maar kan werken, kom ik er wel weer bovenop.” Later in het zuiden van Frankrijk schreef hij regelmatig aan Theo dat schilderen hem hielp om greep te houden op zijn sombere gedachten, angst en psychische worstelingen.


Hij schreef toen ook dat het pure gebruik van kleur en licht hem hielp zich geestelijk te ontspannen en zijn verbeelding te stimuleren. Schilderen als therapie. Het zou zo maar kunnen, maar dan wel een zorgvuldig opgebouwde schilderkunstige therapie tot zelfbevrijding. In zijn brieven lezen we dat voor Van Gogh schilderen een serieuze aangelegenheid was die studie, inzicht en voorbereiding vereist.


Je kunt dat ook zien in zijn schilderijen. Elk schilderij is een overwinning op zijn neerslachtigheid, somberte en depressies. Van Gogh tovert ons een wonderlijke wereld vol schoonheid voor ogen. Maar helemaal genezen kon de schilderkunst hem niet. Daarvoor was de geestelijke strijd te moeilijk en zijn eenzaamheid te groot.

dinsdag 27 oktober 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA. DEEL 19. HET EINDE VAN DE PVDA.

Voormalig Groen Links leider Jesse Klaver juicht uitbundig op het fusie congres met de PvdA (13 juni 2026)


De paarse kabinetten, een samengaan van de in wezen 3 liberale partijen VVD, D66 en PvdA onder leiding van PvdA leider Wim Kok (1994-2002) markeerden het einde van een tijdperk waarin Nederland een overwegend christelijk land was.


De komst van de paarse kabinetten werd gezien als een overwinning op het conservatieve “achterhaalde” christelijke mensbeeld. Eindelijk konden het homohuwelijk en euthanasie van staatswege geregeld worden. 


De wetenschap neemt de plaats van het geloof in. Men hulp van de wetenschap wordt Nederland nog maakbaarder, net als de Nederlander en zelfs zijn toekomst.


De sociaal-economische problemen worden door paars aangepakt maar er dient zich het nieuwe probleem, dat van de grote stroom asielzoekers en migranten.


De PvdA-er Paul Scheffer publiceert in 2000 zijn geruchtmakende essay waarin hij stelt dat de integratie op grote schaal mislukt en de politiek, zijn eigen partij voorop, wegkijkt. 


In 2001 opent Pim Fortuyn een keiharde aanval op paars waarbij hij de islam een achterlijke cultuur noemt en de breed onder de bevolking levende onvrede, vooral ook in de volkswijken met een brede PvdA aanhang, verwoordt. Volgens Fortuyn was de PvdA vervreemd van zijn achterban.


Uiteindelijk struikelt paars over een internationaal schandaal rond de val van Srebrenica waar Nederlandse blauwhelmen onder hoede van de VN bij betrokken waren. Het  kabinet Kok II ziet zich na het verschijnen van het rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (2002) over de val van Srebrenica, genoodzaakt af te treden. Ook de internationale orde is minder maakbaar dan men denkt.


De droom van het nieuwe maakbare Nederland verkeerde in een waar Grieks drama toen Pim Fortuyn bruut werd vermoord door een milieu activist. De hoop van veel kiezers dat Fortuyn het multiculturele drama zou kunnen aanpakken, vervliegt op een parkeerplaats bij het mediapark.


Maar zowel de kritiek van Paul Scheffer als van Pim Fortuyn wordt niet of nauwelijks te harte genomen. Integendeel, Fortuyn wordt weggezet als een populist of erger. De kosmopolitische PvdA elite houdt vast aan haar asiel en migranten beleid en opvattingen. 


Tot overmaat van ramp wordt de voormalige Greenpeace medewerker Diederik Samsom, een vooraanstaand kamerlid, na de blamage van Kok’s opvolger Ad Melkert de nieuwe partijleider.


Hij verzet de bakens nog verder en maakt van de PvdA een milieu en klimaat partij. Samen met VVD leider Rutte vormt hij een nieuw paars kabinet (Rutte II) zonder D66. Onder leiding van Samsom neemt de PvdA definitief afscheid van de sociaal democratie en verandert de PvdA in een groene partij.


De kiezers voltrekken het vonnis. Bij de verkiezingen in 2027 onder leiderschap van Lodewijk Asscher (voormalig vice-premier in kabinet Rutte II) en in 2021 onder leiderschap van Liliane Ploumen (een voormalig lid van Groen Links), behaalt de PvdA nog slechts een schamele 9 zetels in de Tweede Kamer. Een fusie met Groen Links maakt een einde aan het bestaan van de PvdA. 

maandag 26 oktober 2026

HOE ZIT HET MET CO2 EN DE OPWARMING?


De gegevens van het laatste jaar zijn nog voorlopig, in afwachting van herijkingen van referentiegassen en andere kwaliteitscontroles. De gegevens worden gerapporteerd als een molfractie in droge lucht, gedefinieerd als het aantal kooldioxide moleculen gedeeld door het totale aantal moleculen in de lucht (inclusief CO2 zelf), nadat de waterdamp is verwijderd. De molfractie wordt uitgedrukt in 'parts per million' (ppm). Voorbeeld: 0,000400 wordt uitgedrukt als 400 ppm.


De gegevens van Mauna Loa worden verkregen op een hoogte van 3400 meter in de noordelijke subtropen; ze komen mogelijk niet overeen met de wereldwijd gemiddelde CO2-concentratie aan het aardoppervlak.



Ondanks alle uitgebreide en kostbare maatregelen blijft de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer stijgen, zo wijzen de metingen uit van het observatiestation van het NOAA Global Monitoring Laboratory op de berg Mauna Loa in Hawaï. Sinds de waarnemingen in 1958 begonnen vertoont de grafiek nog steeds een stijgende lijn (zie grafiek hierboven). In een jaar tijd zijn er bijna 2 deeltjes CO2 per eenheid bijgekomen.


De transitie van fossiele energie naar wind en zonne-energie heeft tot nu toe ondanks de zeer hoge inspanningen en kosten niets opgeleverd als het gaat om vermindering van het CO2 gehalte in de atmosfeer.


Niettemin wordt die transitie in onze contreien nog altijd in volle vaart uitgevoerd en zelfs politiek maatschappelijk opgelegd (verplicht warmtepomp). De vraag is dan waarom in ‘s hemelsnaam als het toch geen effect heeft? Welk doel is daarmee gediend? 


Die vraag stelt zich nog dringender als je beseft dat de Nederlandse bijdrage aan de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer wereldwijd met ongeveer 0,4% zo goed als niets voorstelt. Van een langzamere transitie in Nederland zal dus niemand wakker liggen terwijl het langer uitstrijken van de energietransitie de Nederlandse samenleving aanzienlijk minder zou belasten.


En hoe zit het met de zo gevreesde en bijna maniakaal aangekondigde stijging van de temperaturen op aarde als gevolg van het broeikaseffect van CO2?


De scenario’s van uitersten aan de bovenkant (opwarming van 6 graden of meer) zijn door het roemruchte VN klimaatpanel IPCC (nog altijd een risicovolle mix van politiek en wetenschap) verlaagd. Het zou dus mee kunnen vallen. 


Maar de opwarming beperken tot 1,5 graad zoals de bedoeling was van de jaarlijkse VN klimaatcongressen en akkoorden wordt ook niet meer gehaald aldus de IPCC klimatologen.


De inschatting is nu dat de opwarming in een bandbreedte zal plaatsvinden van 2,5 tot 4 graden, met 3 graden als meest waarschijnlijke uitkomst. Nog steeds opwarming maar aanzienlijk minder dan de verkondigde 6 graden of meer. 


De bovenstaande grafiek toont de meest recente update; updates worden doorgaans in de eerste week van elke maand uitgevoerd. In tegenstelling tot sommige berichten worden de satellietmetingen op geen enkele manier gekalibreerd met de wereldwijde temperatuurmetingen van aardthermometers. In plaats daarvan gebruiken ze hun eigen, aan boord aanwezige, nauwkeurige, redundante platina-weerstandsthermometers (PRT's) die vóór de lancering zijn gekalibreerd met een laboratoriumreferentiestandaard. Deze thermometers zijn ingebed in targets met een hoge emissiviteit die tijdens elke scan door de radiometer worden waargenomen. De radiometers meten ook de kosmische achtergrondstraling (verondersteld 2,7 Kelvin) tijdens elke scan. De metingen die vanaf de aarde worden waargenomen, worden vervolgens geïnterpoleerd tussen de temperatuur van de kosmische achtergrondstraling en de temperatuur van het warme kalibratietarget.



Hoe verloopt intussen feitelijk de opwarming? De klimatologen Roy Spencer en John Christy meten sinds 1979 de temperatuur in de hogere luchtlagen van de aarde met behulp van satellieten. Maandelijks publiceren zij een grafiek van de wereldwijde trend tot opwarming.


Sinds 1979 meten zij een opwarming van nu 0,16 graden per decennium. Dat is niet veel meer dan de 1,5 graden die ooit als klimaatdoel werd gesteld op de VN klimaatconferenties. Zo te zien verloopt de opwarming traag. Van een versnelling is geen sprake.


Als gevolg van metingen en waarnemingen wordt meer en meer wetenschappelijk getwijfeld aan het een op een verband tussen de toename van het broeikasgas CO2 en de opwarming. Waarschijnlijk is er een verband maar waarschijnlijk anders dan gedacht en moeilijk te scheiden van andere invloeden op het klimaat zoals die van wolken, hooggebergten, oceanen, vulkanen en andere natuurlijke fenomenen. 

vrijdag 23 oktober 2026

DE LIEFDE VAN VINCENT VAN GOGH VOOR MENS EN WERELD

Vincent van Gogh, "Landweg in de Provence bij Nacht", Saint-Remy-de-Provence, mei 1890. Dit schilderij was een kleine openbaring voor me toen ik 17 jaar oud op kampeervakantie in Garderen voor het eerst het Kröller Müller museum bezocht. Dat is pas echt schilderen, vond ik toen.
"Kort voordat Van Gogh Saint-Remy verlaat, schildert hij dit meesterwerk. Het Provençaalse landschap heeft hij naar eigen inzicht samengesteld. De onderwerpen karakteriseren voor hem het zuiden van Frankrijk: het goudgele koren, het donkerblauwe silhouet van het laaggebergte van de Alpilles, de spectaculaire nachtelijke hemel, twee boeren en cipressen. Vooral de Cypres is voor hem hét symbool van de Provence. Deze majestueuze, groenblijvende, vlamvormige boom is van oudsher een teken van hoop, doorzettingsvermogen en veerkracht. Het schilderij is een laatste herinnering aan de plek waar hij zoveel hoogte- en dieptepunten heeft meegemaakt." Aldus de tekst in de catalogus van het museum Kröller Müller.


Een tentoonstelling van 88 schilderijen van Vincent van Gogh in het Kröller Müller museum in het park De Hoge Veluwe, een van mijn meest geliefde musea in Nederland, is niet niks. De kans om die te zien laten we ons niet voorbijgaan.


Na een fietstocht op de witte fiets door een regenachtig, winderig en dus verlaten landschap van ongeveer 10 km komen we aan bij het museum. Daar is het zoals te verwachten was, razend druk. Ik weet niet welk schilder in Nederland het populairst is, Rembrandt of Van Gogh, maar ik denk de laatste.


We kennen bijna alle schilderijen in de tentoonstelling, enkele schilderijen uit zijn eerste periode zijn nieuw voor ons. Andere schilderijen zoals “De Aardappeleters” en “Het Populierenlaantje  bij Zonsondergang” zijn oude bekenden. Wat pas nu goed opvalt is de snelle ontwikkeling die de Vincent als kunstschilder doormaakte in 10 jaar tijd.


Zijn meesterschap kondigt zich al vroeg aan met bijvoorbeeld de twee genoemde schilderijen die gemaakt zijn tijdens zijn verblijf in Nuenen in het huis van zijn ouders (1883-1885). Hij schildert dan in de stijl van de Haagse school met sombere, donkere kleuren en weinig contrasten. Een schilderstijl die past bij het zware Hollandse gemoed, de ernst en zwaarte van (geestelijk) leven en werk. 


De paste toen bij Van Gogh. Hij was zelf een zeer ernstig persoon, op zoek naar de zin en betekenis van zijn leven. Vandaar dat hij geprobeerd heeft om net als zijn vader dominee te worden. Hij probeerde het evangelie te prediken onder de armoedige mijnwerkers in de Borinage in België. Dat werd een mislukking. Zijn belangstelling voor het leven van de gewone man en vrouw bleef hij niettemin zijn verdere leven houden.


Op de tentoonstelling kunnen we zien hoe in Parijs (1886) zijn kleurenpalet verandert van ingetogen somber en donker naar licht en contrastrijk. Dat werkt op hem bevrijdend. Je ziet hem op de tentoonstelling als het ware zijn oude wereld verlaten om binnen te gaan in een wereld van kleur en contrasten. Daar wil hij meer van en hij gaat naar Zuid Frankrijk. 


En inderdaad daar in Arles (1888) en andere plaatsen vindt hij een wereld waaraan zijn geest zich kan laven als een grond die zijn dorst naar het leven eindelijk kan lessen. Je ziet aan zijn schilderijen hoe uitgelaten hij begint te schilderen. Het plezier van die schilderkunst spat met de kleuren, het licht en de contrasten van de schilderijen af. Vincent van Gogh is eindelijk thuisgekomen.


Hij is dan 35 jaar oud. Nog maar 2 jaar later, in 1890 sterft hij 37 jaar oud als gevolg van een noodlottige schotwond. Zijn broer Theo, die hem altijd met geld gesteund heeft en in zijn kunsthandel getracht heeft schilderijen van hem te verkopen, is bij hem. We zien op de expositie hoe hij in slechts 5 jaar tijd zicht ontwikkelt van een traditionele Hollandse schilder tot een kleurrijk "onHollandse" schilder wordt. 


We zien in zijn schilderijen hoe uitgelaten hij is, opgewonden en vol bewondering voor de wereld om hem heen. Zijn schilderijen zijn een getuigenis van zijn liefde voor mens en wereld. Wij kijkers zijn daar getuige van.

 

donderdag 22 oktober 2026

ROTHENBURG OB DER TAUBER DRUIPT VAN NOSTALGIE

 

Op de vroege zaterdagochtend tijdens de Duitse feestdag ter herdenking van de Duitse hereniging (3 oktober) is de stad nog rustig.

Dickens en Anton Pieck in Rothenburg


Nostalgische lekkernijen.



De stadsklok met de poppenkasten. Poppetje gezien, kastje dicht.




Nostalgische puzzel om mee naar huis te nemen.


De tijd van de Duitse vorsten.


Kant herinnert aan vroeger.


Hotel interieur in Rothenburg.


woensdag 21 oktober 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA. DEEL 18. VAN SOCIALISME NAAR CONSUMENTISME

De schilderijen met Campbells Soepblikken (1962) van de Amerikaanse kunstenaar Andy Warhol en het beeld van de Supermarktdame (1969) van de Amerikaanse kunstenaar Duane Hanson illustreren het consumentisme dat het opkwam in de Verenigde Staten en verspreidde zich daarna over Europa verspreidde.  (foto gemaakt in het Ludwig  Forum voor Internationale Kunst in Aken)


Er zijn veel interne en externe oorzaken aan te wijzen die verklaren waarom de klassieke partijen PvdA, VVD en CDA hun vermogen verloren om kiezers te mobiliseren. 


Voor de Christelijke partijen geldt als externe oorzaak de ontkerkelijking van Nederland. Vandaar dat de 3 Christelijke partijen KVP (Katholieke Volkspartij), ARP (Anti-Revolutionaire Partij en CHU (Christelijk-Historische Unie) in 1980 besloten om te fuseren tot de algemeen christelijke partij CDA. 


Die ontkerkelijking  kan ook worden geduid als ontvoogding of bevrijding. Die ontvoogding betrof niet alleen maar wel als eerste de protestantse christelijke en katholiek zuilen. Later volgde de socialistische zuil met de PvdA.


Die ontvoogding of bevrijding uit het keurslijf van de zuilen begon in de jaren zestig met een culturele revolutie aan de universiteiten, ofwel onder hoger opgeleiden. Die zetten de sociale en politieke verhoudingen op zijn kop. Hiërarchie en gezag werden niet meer voetstoots aanvaard, de geestelijk horizon werd (kritisch) verlegd, ook letterlijk want er werd meer gereisd dan ooit eerder. Het waren spannende tijden. 


Het uiteindelijk gevolg was dat de burger voortaan zijn eigen keuzes maakt op alle levensterreinen. Of het nu gaat om geloof, levensstijl, samenleven (van klassiek gezin, tot samenwonen, LAT relaties en communes), onderwijs, vermaak of politiek. De naoorlogse maatschappij verandert in rap tempo in een supermarkt, de steunpilaar voor het vrije consumeren. Daar laadt ieder naar behoefte zijn aankopen in zijn boodschappenkarretje. Iets gelijksoortige gebeurde in de samenleving en de politiek.


In de eerste jaren van de ontvoogding had de PvdA de wind in de zeilen. Was die partij niet altijd al de criticus geweest van kerkelijk conservatief Nederland? Jongeren uit de voormalige kerkelijke zuilen ontdekten in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw het socialisme. De Katholieke Hogeschool Tilburg (tegenwoordig Tilburg University geheten) werd omgedoopt tot Marxistische Hogeschool. De Nijmeegse Katholieke Universiteit (tegenwoordig Radboud Universiteit) werd berucht om zijn socialistische marxistische studentenorganisaties.


De PvdA en ook de Communistische Partij Nederland (CPN), toen al een reliek uit vooroorlogse tijden, kreeg in die jaren een toestroom van jongeren die vanuit ideële motieven lid of actief werden in die partij. De nieuwe aanwas van de partij weliswaar soms afkomstig uit arbeidersgezinnen maar allen intussen hoger opgeleid dankzij extra-kinderbijslag, leningen en beurzen. 


De kinderen uit de arbeidersgezinnen waren door hun universitaire studie hun milieu ontgroeid. Zij en vele anderen waren de nieuwe idealisten die in Nederland een nieuwe maatschappij met meer vrijheid, gelijkheid en broederschap op socialistische grondslag nastreefden. Het Derde Wereld eiland Cuba was in die tijd erg populair.


Hun arbeiderisme, ze waren feitelijk geen arbeiders maar speelden arbeiders (de pas overleden PvdA politicus Bert Middel sprak meesmuilend van 'spijkerbroekenproletariaat'), was echter niet lang vol te houden. De bevrijding van de arbeider was al begonnen als gevolg van industriële ontwikkelingen , de welvaart, de verzorgingsstaat en de loonpolitiek. De arbeider werd werknemer. 


In de plaats van het socialisme kwam het consumentisme. De vooroorlogse behoefte economie veranderde in een economie van overvloed. De bevrijding van de arbeider was vooral en voornamelijk materieel. Men kon zich voortaan meer veroorloven dan vorige generaties zich ooit konden voorstellen. 


PvdA leider en voormalig vakbondsvoorzitter van de grootste vakbond van Nederland FNV (ontstaan uit een fusie van de socialistische en katholieke vakbondszuil) Wim Kok, begreep deze ontwikkelingen uit eigen ervaring en ontdeed de partij zoals hij dat noemde van zijn ideologische veren. 


Niet het toekomstig te vestigen socialisme, dat onder PvdA leider Joop den Uyl nog volop leefde, was langer de maatstaf van de partij maar het praktische welzijn en de welvaart van de burgers. Het socialistische idee van “spreiding van kennis, macht en inkomen” dat het kabinet den Uyl (1973-1977) nog als slogan voerde, veranderde in “eerlijk delen.”


De paarse kabinetten Kok bezegelden deze ontvoogding door mee te gaan met de door de liberalen in de vorm van de VVD gepredikte individualisering en privatisering. Het vrije individu op de vrije markt werd ook het nieuwe ideaal van de PvdA.


 

dinsdag 20 oktober 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA. DEEL 17. LEVE DE KLEINE PARTIJEN

 Aantal partijen dat heeft deelgenomen aan de Tweede Kamerverkiezingen en dat is verkozen, 1918-2021.

Bij de meeste Tweede Kamerverkiezingen vanaf 1967 deden tussen de 20 en 28 partijen mee, gemiddeld ruim 23. De kansen om in de Kamer te komen namen wel af: verwierf in de periode 1946-1959 ongeveer twee derde van de deelnemende partijen één of meer Kamerzetels, daarna daalde dat percentage tot doorgaans wat minder dan de helft (en in de verkiezingsjaren 1981 en 1986 zelfs tot een derde). Vanzelfsprekend hebben de gevestigde partijen een veel grotere kans op Kamerzetels dan de nieuwkomers.

Het aantal nieuwe partijen lag voor de Tweede Wereldoorlog een paar keer nog hoger. Aan de Tweede Kamerverkiezingen van 1933 deden maar liefst 54 partijen mee, waarvan er 14 in de Kamer kwamen (waaronder zes ‘eenlingen’). Om dit hoge aantal in de toekomst in te dammen, werd er een waarborgsom ingevoerd die een partij voor elke kieskring waar zij een kandidatenlijst indiende moest betalen. Als zij minstens 75% van de kiesdeler had behaald, kreeg zij de waarborgsom terug. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1937 werd duidelijk dat deze drempel effectief was, met ‘slechts’ 20 partijen op het stembiljet. Het systeem met de waarborgsommen bestaat voor nieuwe partijen nog steeds. Daarnaast moeten zij per kieskring dertig ondersteuningsverklaringen inleveren. (Bron: Onderzoek Rijksuniversiteit Groningen)

Gezien de deelname van een groot aantal politieke partijen en de hoge opkomst tijdens Tweede Kamerverkiezingen heb ik in mijn vorige blog de stelling geformuleerd dat de Nederlandse democratie behoorlijk veerkrachtig is. Immers als burgers niet meer zouden geloven in onze parlementaire democratie zouden ze niet zo vaak zoveel nieuwe partijen oprichten en zou er ook geen hoge opkomst zijn bij de Tweede Kamerverkiezingen (rond de 80%).


Het gesignaleerde wantrouwen in de politiek, in onderzoeken en media, behelst niet zoals sommigen beweren het politieke stelsel, ook al kun je daar altijd wel verbeteringen in aanbrengen, maar de politici, hun politiek en beleid. Democratie draait niet alleen om de instellingen maar net zo goed of misschien nog wel meer om personen. Dat maakt democratie ook zo ingewikkeld.


De modieuze opvatting dat ons politieke stelsel faalt is dus onzin. De burgers doen mee en nog massaal ook. Waarom wordt er dan toch vaak verwezen naar ons zogenaamd falende politieke bestel door politici, media en deskundigen?


Ik vrees dat dit een manier is om de aandacht af te leiden van het feit dat zijzelf grotendeels falen. Dat geldt met name voor de klassieke middenpartijen PvdA, CDA en de VVD. Die partijen hebben een flink deel van hun ooit bijna vanzelfsprekende achterban verloren en omdat politici ook maar mensen zijn, zoeken ze niet de verklaring bij zichzelf maar bij het democratisch stelsel.


Een van de veel gehoorde klachten over ons politieke bestel is dat teveel partijen meedoen waardoor het parlement als het ware overbevolkt raakt met kleine partijen. Het gevolg is teveel verschillende geluiden in het parlement, veel onderlinge verdeeldheid, uitvergrote tegenstellingen en zelfs polarisatie, een verboden woord in een land waar polderen staat aangeschreven als de hoogste vorm van politiek bedrijven. 


Door de vele kleine partijen in het parlement wordt het steeds ingewikkelder om meerderheden te vinden voor wetgeving en bestuur. Zo wordt het voordeel van ons democratische stelsel, de laagdrempelige toegang tot het parlement, een nadeel. Maar is het ook een nadeel?


Volgens hoger opgeleiden die liever met een strak plan werken en Nederland inrichten volgens hun inzichten en richtlijnen (technocraten, autocraten en vakidioten) zijn al die kleine partijtjes maar een lastpost. Deze pseudo intellectuele betweters zetten liever de democratie op sterk water dan dat ze naar de burgers in casu de kiezers luisteren. Me dunkt dat dit een kwalijke instelling is die krachtig bestreden moet worden. 


Voor de voormalige grote partijen, gewend als zij waren om het land zo een beetje om de beurt te besturen wel, maar voor de kiezers die zich niet gehoord weten, geldt het tegendeel. Zij zijn blij dat ze nog mee kunnen doen ook al is het dan vanuit een minderheidspositie. Beter dát dan helemaal niks.


Je kunt je dus afvragen of het voorstel wat sommigen doen om een kiesdrempel op te werpen wel zo verstandig is. Je pakt daarmee niet de oorzaak van het probleem aan, namelijk dat de klassieke partijen hun vermogen om bredere groepen kiezers aan te spreken hebben verloren, maar het verschijnsel. De oorzaak blijft bestaan, kiezers willen gehoord worden desnoods door op een kleine partij te stemmen.