dinsdag 7 juli 2026

IS ER NOG LEVEN NA DE BOM?

petrus, "Is er nog Leven na de Bom?", digitale fotocollage

 

maandag 6 juli 2026

COMPOSITIE VOOR 3 KLEUREN III

petrus, Compositie voor 3 Kleuren III, acryl en olieverf op MDF plaat, 80x80 cm
Te Koop

 

vrijdag 3 juli 2026

95. MEXICAANSE VERTELLINGEN. TERUG IN HET DORP

 

Vergadering van ejiditarios in het dorp Las Rosas in Oaxaca, Mexico 1975.

Terwijl Sara zich weet te redden in het dorp, sjouwt Diego op halve kracht door het leven in Mexico-stad. Hij moet zich op de been houden voor de kinderen en te werken, zonder dat zou hij het waarschijnlijk opgeven. Nou ja, er is een nog een derde, misschien nog sterkere kracht die hem overeind houdt en dat is zijn nieuwe maar intussen onbereikbare geliefde Maria Carmen.


Hij zou zo onmiddellijk naar haar toe willen gaan en bij haar gaan wonen maar dat zou verraad zijn aan Sara en de kinderen. Je liefde mag nog zo groot zijn, en die is groot, je kunt vrouw en kinderen, niet zomaar achterlaten als restanten van een geschiedenis, zo vindt Diego. Een man moet zijn verantwoordelijkheid nemen voor zijn daden en zijn keuzes die hij in het leven maakt.


Hij besluit daarom - hoe pijnlijk ook - om zijn liefde voor Maria-Carmen uit zijn ziel te snijden. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het doet pijn maar hopelijk slijt de pijn op den duur zoals alles op den duur slijt totdat je zelf van het toneel verdwijnt. Ondertussen moet hij wel van de drank blijven. Dat zou fataal zijn. 


Daarom blijft hij de bijeenkomsten bij Anonieme Alcoholici regelmatig bezoeken. Hij is bevriend geraakt met de leden van zijn groep en vrienden zijn een steunpilaar om te overleven. Zij luisteren naar zijn verhalen. Luisterende oren zijn in tijden van geestelijke nood en liefdesverdriet heel belangrijk. Je kunt het dan allemaal beter verwerken. 


Voor de huishouding heeft hij een inwonend dienstmeisje aangenomen. Het is een aderlating voor zijn portemonnee maar zonder gaat het niet. Kinderen naar school brengen, werken en voor het huishouden zorgen is teveel. Het dienstmeisje houdt het huis schoon, zorgt voor het eten en de kinderen na schooltijd. De weekenden vanaf vrijdag tot en met maandagochtend heeft ze vrij. 


Diego gaat dan samen met de kinderen naar Sara. Het eerste wat hij doet, is met Sara de ontwikkelingen rond de rechtszaak bespreken en zien hoe het haar vergaat in het dorp. Tot nu toe zijn de berichten gunstig. In het dorp krijgt Sara steun van de meeste bewoners. Dat is  een geruststelling.


Het onderhoud van het huis kost ook tijd. Er is altijd wel ergens iets dat gerepareerd moet worden. Hier en daar moet er geschilderd worden, tuin en land moeten op zijn minst bijgehouden worden. Op de twee stukken land opzij van het huis komt maïs. Als het weer meewerkt -genoeg regen -  kan daar genoeg maïs op groeien om er een half jaar tortilla’s van te eten. 


In geld uitgedrukt is dat niet veel maar alle beetjes helpen. Bovendien geeft het voldoening dat je voor je eigen eten kunt zorgen. Dat draagt bij aan een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid en dat op zijn beurt versterkt je gevoel van waardigheid. Het geeft je zelfs enige trots al moet je dat ook weer niet overdrijven.


Het land bewerken is meteen ook een manier om de oude banden in het dorp te herstellen. Wie zijn land bewerkt, wordt aangesproken. Als iets een band schept tussen mensen in het dorp is het wel het werk op het land. Daarin zijn alle dorpelingen min of meer gelijk.


Diego is lang weg geweest en de wet van uit het oog uit het hart gaat ook in zijn dorp op. Door het land te bewerken van zijn oom, wordt hij weer opgenomen in de dorpsgemeenschap. Het dorp voelt weer aan als thuis. 

donderdag 2 juli 2026

DE SPEELSE KUNSTENAAR WIM T.SCHIPPERS


Wim T. Schippers (rechts op de foto) in zijn TV voorstelling "We zijn weer thuis". De serie zou je een televisie versie kunnen noemen van de de radio serie 'De Familie Doorsnee' van Annie M.G. Schmidt.


Om kunstenaar Wim T. Schippers kun je niet heen, al zou je het willen. De media zijn stuk voor stuk lyrisch over hem. Hij was dan ook van alle markten thuis. Zijn belangrijkste markt was de TV. 


Daar met name heeft hij furore gemaakt door als eerste een programma te maken met een naakte, krant lezende jonge vrouw en in een voorstelling een spruitjes klaar makende koningin met bril op te voeren. Beide programma’s leidden tot vragen in de Tweede Kamer.


Die vragen zijn het bewijs dat Nederland geen land is dat speels met de werkelijkheid om kan gaan.  Voor veel Nederlanders is die werkelijkheid ernstig en zwaar om niet te zeggen een last die gedragen moet worden. Of daaraan veel veranderd is, waag ik te betwijfelen.


Nederland is en blijft een schuldbewust land zonder vergeving. Want is ons bestaan niet beladen met schuld waar ook nog eens de ellende van onze geschiedenis bij komt? 


Schippers was hier wars van. Hij stond speels in het leven omdat het leven zelf een absurditeit is, een onverklaarbare absurditeit en dus kun je er maar het beste van maken door er speels mee om te gaan. Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken.


Met zijn speelsheid probeerde hij ons Nederlanders te bevrijden van onze zwaarwichtigheid. De pindakaasvloer is daarbij een unieke en ongeëvenaarde vondst waarin hij de schrijfster Annie M.G. Schmidt ontmoet die de wereldberoemde zinsnede “de pindakaas is op” heeft bedacht in haar radioverhaal over De Familie Doorsnee.


Schippers veegt letterlijk de vloer aan met de pot pindakaas die in elk Nederlands doorsnee gezin op tafel komt bij het ontbijt en het middageten. Dat werkt bevrijdend net als een flesje cola leeg gieten in zee, een naakte kranten lezende vrouw of een koningin die spruitjes schoon maakt.


Dankzij de schrijver Gerard Reve staan spruitjes en dan vooral spruitjeslucht voor Nederlandse kleinburgerlijkheid ofwel benauwdheid van geest. Schippers maakt van de koningin die spruitjes schoonmaakt een kleinburgerlijke vrouw, een doorsnee vrouw. De koningin als gelijke onder gelijken, de droom van veel Nederlanders.


Maar ja, zoals met alle kunst begrijpt niet iedereen dat. Je moet maar net open staan voor speelsheid en perspectief wisseling en dat is voor zwaarwichtige mensen die het leven eerder als een last en een plicht beschouwen dan een gave, bijzonder moeilijk.


Schippers wilde ons niet alleen met beelden maar ook met woorden bevrijden van onze calvinistische zwaarwichtigheid, echter zonder lichtzinnig te worden. Hij schreef TV toneelstukken of beter gezegd Nederlandse Soaps die ongelooflijk hilarisch waren, vergelijkbaar met de beroemde Britse serie Fawlty Towers van John Cleese. Maar ja, het Nederlands Taalgebied is vele malen kleiner dan het Engelse en dus worden ze niet wereldwijd bekend. 


Schippers begreep maar al te goed dat taal een tweesnijdend zwaard is. Taal kan je gevangen houden in je eigen wereld. Je zit dan opgesloten in je taal. Maar je kunt taal ook gebruiken om je wereld te verruimen, om een geestelijk ontdekkingsreiziger te worden. Ik denk dat Schippers dat wilde, dat we onze geesten verruimen door taalgebruik, door taal buiten de geijkte kaders te gebruiken.


Terugkeren naar kindertaal kan ook geestelijk verruimend zijn zoals Cobra kunstenaars terugkeerden naar de kindertekening. Kindertaal en tekeningen geven je de mogelijkheid om terug te keren naar de onbevooroordeelde waarneming, de onschuld van het nieuwe. Dat kan heel bevrijdend werken. Nee, Wim T. Schippers wist wel waar hij mee bezig was. Nu wij nog. 

woensdag 1 juli 2026

DADAÏSME BIJ 'OOG VAN OSS' VAN K26


Anthony Litjes, "A Chair", kunststof/nepgoud prikkeldraad. 


De door K26 georganiseerde jaarlijkse tentoonstelling in Oss is misschien wel de leukste van alle tentoonstellingen die het jaarlijks organiseert. Iedereen mag werk inzenden waardoor je een aardig overzicht krijgt van de beoefening van de kunsten in Oss en het moet gezegd worden dat het aardig wat is. Er doen maar liefst 48 kunstenaars aan mee met 76 werken.


Er is van alles te zien. Niet alleen het traditionele of klassieke schilderij, foto of beeld maar ook keramiek, textiel, digitale kunst en erg trendy mode. Je krijgt als het ware een overzicht van de kunstbeoefening onder amateurs, geschoolden en autodidacten in Oss en omgeving.


Er is een heuse vakjury die een favoriet uitkiest die vervolgens een trofee krijgt die gemaakt is door een van de leden van K26. Deze keer is het een beeldje gemaakt door Eline Melissen. De vakjury deelt ook nog een soort aanmoedigingsprijzen uit. Het is een boodschap aan de kunstenaar dat zijn werk een belofte inhoud, zo vermoed ik.


Het is teveel om allemaal in deze blog te bespreken en ik beperk me daarom tot een enkele opvallende presentaties. Die is niet opvallend in de ambachtelijke zin van het woord maar omdat het beeld  speelsheid en vrijheid van geest toont.


Speelsheid en vrijheid zijn beide belangrijk voor een kunstenaar. Hij of zij moet anders kijken naar de dingen in de wereld. Het mooiste is als de kijker verrast wordt door zijn of haar kijk op de wereld, een ding of wat dan ook.


Joland van der Heijden, "Industriestad", metaal, oude hamerkoppen.



Dat is moeilijker dan je denkt. Mensen zijn in wezen conservatief. Ze zoeken ook in de kunst naar de bekende dingen, afbeeldingen die hen gerust stellen, kortweg plaatjes genoemd. Maar weinig mensen willen ongerust gemaakt worden, dat doet het NOS journaal al genoeg of de krant.


Een voorbeeld van wat ik bedoel is de foto hierboven van een buitengewone gewone plastic tuinstoel met goudkleurig prikkeldraad omwikkeld. Samen met de rol goudkleurige prikkeldraad van deelnemer Anthony Litjes, is dit een verrassend stukje kunst op de tentoonstelling. Mooi ook dat het opgenomen is in de tentoonstelling.


De stoel met prikkeldraad lijkt het slachtoffer van nutteloos vandalisme. Een industrieel gemaakte stoel, een massaproduct ook nog eens gemaakt van vermaledijde kunststof en uitsluitend voor handig en efficiënt gebruik, wat is daar nu voor kunstigs aan? 


Niemand die ooit aandacht schenkt aan zo een dagelijks voorkomend voorwerp totdat hij door de kunstenaar uit zijn gewone, saaie bestaan wordt gehaald en met prikkeldraad omwikkeld. Dat is geen vandalisme maar verzet tegen saaiheid en gewoonheid. Je kijkt ineens met andere ogen naar zo een stoel.


Datzelfde effect wist in 1917 de Dadaïstische kunstenaar Duchamp op te roepen met zijn inzending van een industrieel gemaakt urinoir (Fountain) voor een tentoonstelling in New York. Tegenwoordig wordt betwijfeld of het wel Duchamp is geweest en niet de Duitse kunstenares Elsa von Freytag-Loringhoven, maar dat verandert niet de kern van de zaak.


Anne van Kessel-Carpeij, "Help", gemaakt van gevonden afval op straat.



Op die tentoonstelling werd voor het eerst een massaproduct als kunst gepresenteerd. Dat feit veranderde in een klap onze kijk op kunst. De boodschap is dat we omringd zijn door (industriële) kunst, tenminste als we het willen zien.


De Fountain heeft veel kunstenaars geïnspireerd zoals Andy Warhol met zijn geschilderde soepblikken en de als een striptekening uitgevoerde schilderijen van Roy Lichtenstein. Pop Art wordt geboren en later de conceptuele kunst. Niet voor niks verkoos een panel van 500 professionals in de kunst de Fountain als het invloedrijkste kunstwerk van de 20ste eeuw. 


Met de inzendingen “Industriestad” van Joland van der Heijden, 3 beelden gemaakt van oude hamerkoppen, en het beeldje  “Help” van Anne van Kessel-Carpaij, gemaakt van een engel omkleed met afval, zijn ook deze twee deelnemers opvolgers van waar Duchamp ooit mee is begonnen. Ze halen dagelijkse, onopvallende voorwerpen uit hun gebruikelijke omgeving en plaatsen ze op een voetstuk waardoor we worden uitgedaagd om anders te kijken.


De tentoonstelling "Oog van Oss 2026" duurt tot 19 juli, in K26, Hét Kunstpodium van Oss, Kruisstraat 26 te Oss.

 

dinsdag 30 juni 2026

IN MEMORIAM DAVID HOCKNEY..

Een uitgave van Thames and Hudson Ltd.London, 1993


Ik had een blog over David Hockney in voorbereiding als vervolg op mijn bezoek aan de expositie London Calling in het Haags Kunstmuseum waar een paar schilderijen uit zijn beginperiode hangen. Nu hij onlangs op 88 jarige leeftijd is overleden wordt het een in memoriam. Als kettingroker is hij overigens wonderlijk oud geworden. 


Zijn nalatenschap aan schilderijen mag er zijn. Ik maakte kennis met zijn werk in de “Kunst und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland" in Bonn in het jaar 2001, een jaar nadat ik besloten had om te gaan schilderen. Niet door een cursus te volgen of zo maar door gewoon te beginnen.


Dat begin bestond uit verven met acryl en kijken naar meesters net zoals ik indertijd gedaan heb toen ik begon met fotograferen. Een van die meesters was Hockney. Hij had mij als oudgediende in de fotografie verrast met een fotocollage die veel indruk op me maakte en me meteen ook wakker schudde. 


David Hockney, Pearblossom Highway, 11-19 April 1986. "Ik begon aan Pearblossom Highway toen ik een opdracht had van Vanity Fair om en stuk te illustreren van mijn vriend Gregor von Rezori over Humbert Humbert's reis op zoek naar Lolita. Het was mijn laatste fotocollage and de meest geschilderde. Ik fotografeerde negen dagen en deed twee weken over de samenstelling. Ik zie het als een panoramische overval op het Renaissance eenpuntperspectief (verdwijnpunt)." 



Ik zag de vrijheid die hij zich met foto’s veroorloofde en was vrijheid ook niet het motto waarmee ik was gaan schilderen? Ik wilde me bevrijden van de werkelijkheid die de camera vastlegt of liever verder kijken dan de camera. De fotograaf is met zijn camera immers gebonden aan de werkelijkheid en de omstandigheden.


De fotografie is een technisch wondermiddel. Het levert snel haarscherpe beelden op van mens en wereld maar het heeft ook zijn beperkingen. Natuurlijk, je fotografeert niet in de wilde weg. Je fotografeert met een visie of zelfs met een missie, in mijn geval een van mededogen en betrokkenheid, maar ik wilde verdergaan dan de zichtbare wereld. 


Ik wilde een eigen wereld scheppen, een die bij me opkomt of die nu “werkelijk” is of niet. Die eigen wereld zag ik o.a. bij Hockney met zijn fotocollage. Daarin speelt hij met de ordening van de werkelijkheid, perspectief, ruimte  en horizon. 


David Hockney, A Walk around the Hotel Courtyard, Acatlan, 1985. Hockney schrijft bij dit schilderij: "Toen ik in 19845 in Mexico was voor mijn tentoonstelling 'Hockney Paints the Stage', reed ik met Gregory en David Graves naar Oaxaca toen de auto kapot ging en we de nacht moesten doorbrengen in een hotel in Acatlan. De hotelpatio was prachtig en ik maakte er een aantal schetsen voor een schilderij. A Walk gaat niet over een hotel maar over ene houding tegenover ruimte. Terwijl je de buitenwereld waarneemt, blijf je er tegelijkertijd ook omheen bewegen. Hoe langer je kijkt, hoe ruimtelijker het wordt."


Dat was precies wat ik zocht, vrijheid om een beeld te maken volgens eigen inzicht en intuïtie. In zijn schilderijen, hoewel figuratief, speelt hij al net zo met perspectief en horizon. Door Hockney leerde ik de vrijheid van schilderen kennen. 


Wat ik ook leerde van Hockney is kleuren zien. Natuurlijk was ik altijd al weg van het kleurgebruik van Vincent van Gogh. Door Hockney ontwikkelde ik een meer eigentijds kleurgevoel en leerde mijn kleurenintuïtie te volgen. Ik werd me bewust dat kleuren een zelfstandige (autonome?) betekenis hebben. 


De dingen zijn gekleurd naar hun aard en voorkomen maar dat hoeft voor een schilder geen belemmering te zijn om andere kleuren te gebruiken dan gebruikelijk. Had Picasso mij al geleerd dat je vrij kunt zijn in vormen, Hockney leerde me vrijheid van kleur.


Hockney durfde technisch te vernieuwen door op iPad te schilderen en zelfs met de fax te experimenteren. Hockney maakte zelf uit met wat en hoe hij zijn kunstwerken wilde maken. Dat is op zich al een belangrijke les. Kunst kent geen dogma’s, taboes of vaste regels. Kunst is kunst. Het belangrijkste is dat je het met liefde en plezier doet. Dan krijg je er ook nooit genoeg van. Hij heeft dat zijn leven land gedaan. Dat is misschien het belangrijkste wat ik uiteindelijk van hem heb geleerd, kunst maken met plezier.


Moge hij rusten in vrede. 

maandag 29 juni 2026

COMPOSITIE VOOR 3 KLEUREN II

petrus, Compositie voor 3 Kleueren II, acryl en olieverf op MDF paneel, 80x80 cm
Te Koop