woensdag 21 januari 2026

DE MEXICAANSE ROMANTISCHE DICHTER MANUEL GARCIA CANO

Manuel Garcia Cano verkoopt op het plein voor Bellas Artes (museum voor schone kunsten) in Mexicostad kleine boekjes met door hem geschreven gedichten.


Terwijl ik met mijn camera in de aanslag over het plein voor het Paleis voor de Schone Kunsten in Mexico-stad loop, zie ik in mijn rechter ooghoek een oudere, bebaarde man naar me toelopen. Hij laat me een minuscuul boekje zien en vraagt of ik het wil kopen.


Hij zegt dichter  te zijn en dat in het boekje enkele gedichten van hem staan. Hij heeft er prijzen mee gewonnen. Ik aarzel even maar besluit om deze dichter annex straatverkoper tegemoet te komen. Kunstenaars moeten begrip tonen voor elkaar, nietwaar?


Ik neem het boekje aan. Ik bekijk de artistieke voorkant met de titel ‘Eco de las Horas’ (Echo van de Uren). Onderaan staat ‘Analogia Poética (poëtische bloemlezing) met zijn volledige anders en moeders naam, Manuel García Cano Millán.


Ik besluit het te kopen en vraag hem wat het kost. Dat mag ik zelf bepalen. Ik besluit er twee te kopen, een voor mijn Mexicaanse vriend die poëtisch is aangelegd en een voor mezelf. 


Nu is het mijn beurt om te bedelen. Ik vraag hem of ik een portret van hem mag maken. We lopen naar opzij van het plein. Ik zeg hem zijn gezicht een beetje omhoog te houden zodat het  niet wegvalt in de schaduw van zijn pet.


Op mijn vraag naar mij te kijken, reageert hij niet, tot drie keer toe. Hij volhardt in zijn pose met de boekjes in de hand en zijn blik op de verte gericht. 


Ik maak dat wel vaker mee. Romantische mensen poseren graag met een blik naar de verte als om een onbestemd verlangen of heimwee uit te drukken. Het is de blik van de romanticus op zoek naar zijn bestemming.


Thuis gekomen heb ik twee gedichten vertaald. 


De schaduw van de maan. 


De mantel van de nacht 

valt over de kou 

die de wind blaast, 

de uren komen 

met het nachtelijke gezang, 

omarmen onze dromen, 

ze zoeken beschutting 

in het licht van de gedachte, 

wachtend om te genieten 

van de dromerige vluchten van de maan, 

het masker van schaduwen 

daalt neer op de kever, 

vergezeld door de cicade

om over de dagen van gisteren te vertellen 

die de nostalgie oproepen 

van die ontmoeting 

die geen spoor achterliet, 

alleen stof dat de vlucht van de wind volgt.


 Pelikaan.


Harpoen van de lucht.


Schepnet

dat vissen

verleidt


Zoutvisser


dinsdag 20 januari 2026

WIE NIET REIST BESTAAT NIET

Toeristen op een rondvaartboot op de rivier de Douro in Porto, Portugal (foto petrus).

 

In zijn “Filosofie van het Landschap” (AMBO Boek, 1970) wijdt Ton Lemaire een hoofdstuk aan het toerisme. Sinds het verschijnen van dat boek is het toerisme ontaard in massatoerisme met alle gevolgen van dien. Steden en landen worden bedolven door massatoerisme.


Sommige steden dreigen zelfs te bezwijken onder het massatoerisme. De lokale infrastructuur kan de toevloed niet aan, de lokale bevolking wordt de stad uit gejaagd door de stijgende prijzen, de overlast en de extreme drukte.


In steden als Venetië, Amsterdam, Dubrovnik en Barcelona worden maatregelen genomen die de balans tussen leefbaarheid van de stad en massatoerisme moeten herstellen of monumenten te beschermen. Er worden grenzen gesteld aan het aantal bezoekers o.a. door minder overnachtingen mogelijk te maken, met toegangskaarten of het aantal bezoekers te beperken.


Ton Lemaire onderzoekt in zijn boek naar de achtergronden, de dieper liggende oorzaak voor dit massaal op gang gekomen reizen. Er is natuurlijk de financiële oorzaak. Mensen kunnen reizen dankzij de toegenomen welvaart en de lage reiskosten. 


Dat reizen financieel mogelijk is, verklaart nog niet waarom zoveel mensen willen reizen. Volgens Ton Lemaire ligt dat aan de verandering in beleving van de wereldruimte. Wat is er gebeurd dat wij de ruimte met zijn steden en landschappen als een toeristisch object zijn gaan zien en ook willen zien?


De mens heeft door de geschiedenis heen altijd al gereisd. In de Middeleeuwen maakten mensen pelgrimstochten. Een pelgrimstocht was een reis met een doel, naar een geheiligde plaats, plek of kerk. De tocht maakte deel uit van de religieuze ervaring van de pelgrim. De pelgrimage stond in dienst van dat geloof, het christelijk geloof. Het was tegelijk een mythische en een mystieke reis.


Nu nog lopen door heel Europa pelgrimswegen: naar Santiago de Compostela, Canterbury, Rome, Jeruzalem en Lourdes. Maar ook geheiligde plaatsen die dichterbij huis liggen waren pelgrimsoorden: een voettocht naar de H.Maria in Den Bosch, een fietstocht naar Kevelaer in Duitsland of naar het Vlaamse pelgrimsoord Scherpenheuvel.


De belangstelling van de pelgrim gold niet het landschap of de stad, zogezegd de wereldruimte, maar God en met hem al wat heilig is. Met de Renaissance begon dat te veranderen. God verdween uit de steden en de landschappen. Daarvoor in de plaats kreeg men belangstelling voor de ruimte zelf, de steden en landschappen in die ruimte.


De mensen beginnen te reizen om hun wereld te kennen, zich de wereldruimte toe te eigenen. Men wil weten wie er allemaal leven in de wereld, wat daar te zien is en te koop en of er wat aan te verdienen is. De wereldruimte wordt een ruimte ten dienste van onszelf. 


Dat begint in de 15e eeuw met de ontdekkingsreizigers die over de wereld uitzwerven om de wereld waarin we leven te leren kennen en zoals eigen is aan mensen te veroveren. Maar met de Renaissance beginnen we ons ook los te maken uit de mythische tijdruimte. Eerst aarzelend en stapsgewijs maar allengs meer en meer.


In de negentiende eeuw maakt de techniek het ons mogelijk met de trein, de auto en het vliegtuig de wereld met eigen ogen te zien. We worden wereldreizigers om het reizen zelf.


Maar al reizend blijft de reiziger altijd en overal een vreemdeling, een buitenstaander. Dat was de vroegere reiziger ook al maar de snelheid waarmee gereisd wordt en afstanden afgelegd, maakt dat men meer dan ooit een vreemdeling blijft.


Toch willen we iets van onze reizen bewaren. We maken zoveel mogelijk herinneringen tijdens de reis. Herinneringen kunnen we mee terug nemen. Zo houden we toch nog iets over van de reis zodra we thuis zijn. Toeristen zijn verzamelaars van herinneringen waarbij ze worden geholpen door de moderne techniek.


Herinneringen kunnen worden vastgelegd op foto’s, films, video’s en vrijwel meteen gedeeld worden via het wereldwijde internet. We kunnen elke plek op de aardbol voortaan aandoen met beelden als getuigen van onze aanwezigheid aldaar. Tevens bewijzen onze reizen met herinneringen dat we van de wereld zijn, sterker nog dat we bestaan. Wie niet reist, bestaat niet.

maandag 19 januari 2026

GEOMETRISCHE COMPOSITIE V MET CIRKEL

 

Petrus, 'Geometrische Compositie V met Cirkel', acryl en olieverf op mdf paneel, 80x80 cm , 2026.
Te Koop

vrijdag 16 januari 2026

71.MEXICAANSE VERTELLINGEN. LA CASA AZUL

 

Tuinman van La Casa Azul (foto Petrus)

Frida stelt voor om meteen naar de markt in Huasca te gaan. Ze wil Diego zo vlug mogelijk zien. Ze wil haar gevoelens voor hem peilen en weten hoe het zit met Julia. Ze nemen afscheid van Doña Maria. Frida omarmt haar zo innig dat David zich afvraagt wat er tussen die twee is voorgevallen.


Huasca is niet ver, een half uurtje te paard. Het is net zo een dorp als San Miguel Regla maar dan groter. In tegenstelling tot Regla heeft het een eigen kerk die samen met de plaza en de hoofdstraat het centrum van het dorp is. De plaza is een groot uitgevallen stadstuin met bankjes waar je in de schaduw van de bomen kunt uitrusten terwijl je naar het gewoel op de markt kijkt. 


De Plaza ligt meer dan een meter hoger dan de straat zodat je goed zicht hebt op de mensen en de kramen. De markt onttrekt de lange veranda voor de huizen aan de overkant aan het zicht. Je kunt het dak nog net zien. Onder de veranda staan tafels en stoelen van verschillende dorpsrestaurantjes.


Het is een kleurrijk schouwspel van mensen en uitgestalde waren op de straat of in de kramen. Het is gezellig druk. De mensen zijn goed gemutst. Zoals de gewoonte is, wordt er goed gegeten, gedronken en gekletst aan de tafels terwijl de vrouwen op een plaat boven een open vuur de tortilla’s en taco's bakken. De lucht van kruiden, maïs, kaas en gebraden vlees mengt zich met het vrolijke gepraat van de gasten.


Ze laten de paarden achter aan het begin van het dorp en lopen richting markt. Bij de kerk aangekomen gaan ze op het plein staan zodat ze overzicht hebben. David ziet als eerste Diego lopen samen met Julia. Hij probeert hun aandacht te trekken. Dat lukt niet.


Hij zegt Frida op het plein te blijven wachten terwijl hij naar ze toeloopt. Hij houdt hen strak in het oog. Op gehoorafstand roep hij naar ze maar het rumoer maakt het niet gemakkelijk. Uiteindelijk lukt het hem de aandacht van Diego te trekken. Die draait zich verrast om. David wijst naar Frida. Diego knikt, draait zich om naar Julia en samen lopen ze naar Frida. Die heeft hen intussen ook opgemerkt.


David stelt voor om ergens rustig te gaan eten, niet op de markt, dat is weliswaar gezellig, en misschien wel lekkerder en in ieder geval een stuk goedkoper maar te rumoerig voor een goed gesprek. Diego en Julio vinden het prima. Per slot van rekening zijn ze nieuwsgierig naar het waarom van hun komst naar Huasca.


Ze lopen de kerk voorbij naar La Casa Azul, het enige deftige restaurant in het dorp. Ze lopen gevieren onder de boog van de ingang door, langs mooi onderhouden grasveldjes naar het overdekte terras. De geluiden van de markt laten ze achter zich, alsof er helemaal geen markt is zo stil is het.

donderdag 15 januari 2026

NEDERLAND PIRATENLAND?

 


Ik heb het altijd vreemd gevonden dat een politieke partij als de PVV uit slechts een lid bestaat namelijk Wilders zelf. Als democraat moet je dat niet willen. Het idee van democratie is kort door de bocht gezegd, inspraak van de burgers in bestuur en wetgeving.


Wat is logischer dan die inspraak vanaf het begin te regelen in een politieke partij? Blijkbaar geldt deze logische gedachtengang niet voor partijleider en enig PVV lid Wilders. Daarmee stelt hij zich onvermijdelijk op als aan autocraat en dat is eufemistisch gezegd niet democratisch. Wilders kan opereren zonder dat hem iets in de weg wordt gelegd door een bestuur en leden van een vereniging.


Hij heeft daarvoor de juridische constructie van “een vereniging met besloten karakter” gebruikt. Dat is een vereniging met een beperkte rechtsbevoegdheid (informele vereniging) die niet bij een notaris is opgericht en waarbij bestuurders privé aansprakelijk zijn, zo lees ik op internet. 


Voor een vereniging met een besloten karakter geldt de wettelijk eis dat deze twee oprichters moet hebben en minimaal een lid. Volgens informatie op internet is het niet verplicht om zo'n vereniging te registreren bij de Kamer van Koophandel maar is het wel aan te raden vanwege mogelijke aansprakelijkheidsprocedures.


Is wat juridisch kan, een eenmanspartijvereniging oprichten, partijpolitiek wenselijk? Vanuit democratisch oogpunt uiteraard niet, maar operationeel kan het handig zijn. Je wordt als partijleider niet lastig gevallen door allerlei would-be politici, eigenwijze en eigengereide leden, moties van leden en een bestuur dat je de wacht kan aanzeggen. Dat geeft rust.


Ik heb altijd begrepen dat Wilders vanwege dit operationele voordeel van zijn partij een vereniging met besloten karakter heeft gemaakt. De ideologische voorganger van zijn partij, de partij Lijst Pim Fortuyn is door interne heibel uiteindelijk bezweken. De moord op Pim Fortuyn, het natuurlijke gezag in die partij, zit er natuurlijk ook tussen.




Nu gaan er stemmen op bij CDA, D66 en GL/PvdA om een politieke partij te verplichten om leden toe te laten en inspraak te geven in het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst, in feite de gebruikelijke gang van zaken bij de politieke partijen in Nederland.


Helaas, blijken burgers helemaal niet zo happig te zijn om lid te worden van een partij. Nederlandse partijen hebben weinig leden vergeleken bij bijvoorbeeld de ANWB met bijna 5 miljoen leden, de voetbalbond KNVB  met ruim een miljoen leden. De vakbonden FNV en CNV samen en de Vereniging Eigen Huis tellen elk tegen de miljoen leden. 


Alle politieke partijen samen hebben geen half miljoen leden. Forum voor Democratie is met 60.000 leden de grootste partij. De PvdA heeft 50.000 leden, Groen Links ongeveer evenveel. Een fusie van die partijen zou dus een ledenbestand van meer dan 100.000 leden opleveren. Het ledental van het CDA ligt rond de 26.000. D66 heeft er ongeveer 30.000.


Zoals is af te lezen uit bovenstaande getallen, zegt het ledental van een partij weinig of niks over het aantal behaalde stemmen. Bij de laatste verkiezingen behaalde de grootste combinatie in ledentallen GL/PvdA minder zetels dan de partij zonder leden PVV. 


Ondanks het hoogste aantal partijleden is Forum voor Democratie in de Tweede Kamer met 7 zetels (4 meer dan bij de vorige verkiezingen) een marginale partij. JA 21 heeft met niet eens 4000 leden sinds de verkiezingen 9 zetels in de Tweede Kamer en is  van enige politieke betekenis.


Is het gezien het bovenstaande nodig om nadere wetgeving over politieke partijen te maken? Ik denk het wel, niet alleen vanwege democratische beginselen maar ook om te voorkomen dat we een wildgroei aan eenmanspartijtjes gaan krijgen op basis van de juridische constructie van een "informele vereniging." 


Er is al wildgroei genoeg in de Tweede Kamer. Daarom wordt er ook gesproken over een kiesdrempel. De partij die de kiesdrempel niet haalt, doet niet mee. Aan de ene kant is dat een goede zaak. Aan de andere kant kun je je afvragen of die versplintering in vele partijtjes en partijen niet hoort bij de Nederlandse politieke cultuur, een combinatie van anarchisme, beginselvastheid en moralisme? Misschien is Nederland wel een piratenland.


woensdag 14 januari 2026

MADURO, OLIE EN DRUGS

 

In de jaren tachtig leek het er nog op dat Venezuela op weg was naar meer welvaart.

Media in Nederland geven de indruk dat de drugsoorlog van Trump een excuus is om Maduro te ontvoeren maar dat zijn eigenlijke doel de Venezolaanse olievoorraad is. Dat is waar, hij zegt het immers zelf. Dat neemt niet weg dat het ook een “war on drugs” is.


In Nederland worden drugs al gauw gebagatelliseerd. Men heeft hier nauwelijks enig besef hoe diep de drugsbendes en smokkel de overheden van landen als Venezuela, Mexico en andere landen in Latijns Amerika hebben aangevreten met als gevolg de alsmaar groeiende onveiligheid onder burgers. 


Er worden jaarlijkse duizenden mensen vermoord en ontvoerd door drugsbendes. De gewelddadigheid gaat gepaard met corruptie - omkoping van politie en autoriteiten - met als gevolg dat de gewone burgers aan hun lot worden overgelaten of erger uitgeleverd aan de macht van de drugsbendes.


In het gemoedelijke Nederland kan men dat maar moeilijk vatten met als gevolg een blinde vlek voor deze werkelijkheid. De veroordeling in Nederland van voormalig Surinaams president Bouterse heeft hier blijkbaar weinig indruk gemaakt. 


Het heet dat Venezuela geen belangrijk drugsland is maar dat was Suriname ook niet. Als de drugskartels greep weten te krijgen op de politici en bestuurders dan  is de narcostaat niet ver weg meer. Het wordt dan nog moeilijker om het vertrouwen in het gezag van de staat te herstellen.


De grafiek laat zien hoe het socialistisch bewind van Chavez en Maduro de olie-industrie ten gronde heeft gericht met als dieptepunt 2002-2003 toen Chavez naar aanleiding van een staking 18.000 werknemers van het nationale oliebedrijf PDVSA ontsloeg .  


Als de belangrijkste inkomstenbron van Venezuela, oliewinning en uitvoer al jarenlang op zijn gat ligt, hoe hield de regering Maduro zijn generaals c.s. dan te vriend? Generaals hou je zoet met speelgoed en veel, heel veel geld. Drugshandel is daarvoor een prima middel. De vraag is of de ontvoering van Maduro en straks zijn veroordeling een klap zal zijn voor de drugshandel in Venezuela.

Het land zal toch andere inkomsten moeten genereren om tot een zekere welvaart te komen al was het maar tot aan het niveau van voor het aantreden van Chavez en zijn opvolger Maduro. 


De enorme voorraad olie kan ten gelde gemaakt worden ten bate van het land maar daar zijn wel investeringen voor nodig, enorme investeringen die het land zelf niet kan opbrengen. Daarom is het zo gek nog niet dat Trump de oliemaatschappijen oproept om in Venezuela te investeren. 


Natuurlijk, oliemaatschappijen doen niet aan liefdadigheid, Trump trouwens al helemaal niet dus komt er ook eigenbelang bij kijken. Maar is dat zo verkeerd als de partners wederzijdse belangen hebben bij een economische activiteit? 


China en Rusland steunden Maduro ook niet uit liefdadigheid maar vanwege economische - China is een groot afnemer van Venezolaanse olie - en geopolitieke belangen. En natuurlijk heeft Amerika er alle belang bij om die twee grootmachten buiten de deur van de Westelijke Hemisfeer te houden. 


Cuba kreeg olie van Venezuela. Onder Chavez zijn hechte banden gesmeed tussen beide landen. Venezuela volgde stap voor stap het Cubaanse model van de eenpartij staat. De Partido Socialista Unido de Venezuela heeft een socialistisch en nationalistisch uithangbord, dat van Marx en dat van de negentiende eeuwse bevrijder Simon Bolivar. 


Olie is voor het economisch zeer wankele Cuba van levensbelang. Het wegvallen van Venezuela als goedkope leverancier en wie weet straks ook Mexico, zou wel eens het begin van het einde kunnen zijn van de eenpartijstaat Cuba. Of het zover komt, is voorlopig onzeker. Het communistisch regime van Cuba heeft sinds de jaren vijftig al veel crises weten te overleven.


Met de inval in Venezuela staat ook Mexico onder toenemende druk van Trump. Die druk voegt zich bij het groeiend verzet tegen de huidige regering van president Scheinbaum. Zij wordt ervan beschuldigd banden met de drugskartels te onderhouden, banden die begonnen zouden zijn tijdens het bewind van haar voorganger en partijgenoot Lopez Obrador. 


Scheinbaum ontvoeren zal een brug te ver zijn voor Trump. Er staan hem andere drukmiddelen ter beschikking die misschien wel effectiever zijn, zoals de geëiste uitlevering van kopstukken van drugskartels aan Amerika, de economische afhankelijkheid van de Mexicaanse industrie van Amerika met als centrum de noordelijke Mexicaanse stad Monterrey en de massa migratie van Mexicanen naar Amerika die voor druk financieel verkeer tussen de beide landen zorgt.

dinsdag 13 januari 2026

HET RAADSEL VAN PIET MONDRIAAN (1872-1944)

 

Piet Mondriaan, New York City 1942 (foto Arnold Newman), Victory Boogie Woogie 1943/1944, Kunstmuseum Den Haag



In tegenstelling tot de geschriften van Kandinsky, een tijdgenoot en eveneens grondlegger van de abstracte schilderkunst, kom je in de geschriften van Mondriaan geen verwijzingen tegen naar muziek als inspiratiebron voor abstracte schilderkunst.


Nochthans was Mondriaan een fervent liefhebber van jazz muziek en vooral ook van dansen, iets wat je niet verwacht van iemand die streng in de leer is als het om zijn neoplastische schilderkunst gaat; uitsluitend horizontale en verticale lijnen, de primaire kleuren rood, blauw en geel plus zwart en wit.


Een beschrijving van de liefde van Mondriaan voor jazz muziek en dansen staat in het boek “Mondriaan” (1969) van Wijsenbeek, voormalig directeur van het toen nog geheten Haags Gemeentemuseum.


“De jazzmuziek was voor Mondriaan bij uitstek de muzikale uiting van de toekomst en tot het eind van zijn dagen heeft hij er steeds de grootste belangstelling voor gehad. Nauw verbonden hiermee was zijn liefde voor het dansen, een kunst die hij veel en graag on de Parijse boîtes beoefende.


Architect Oud vertelt daarover: “Ik heb hem meegemaakt, terwijl hij op de moderne muziekritmen van destijds (jazz vooral), waarop hij zo bijzonder gesteld was, danste met een bewegelijk meisje, terwijl hij, steeds het muziek-ritme volgend, zijn eigen ritme er tussen door scheen te produceren. Weggemijmerd, tòch in de maat, voortdurend correct, maar feitelijk een esthetische of liever een veresthetiseerde dans-figuur scheppend: een ‘abstracte’ dans-figuur, zou men willen zeggen.” (Blz. 118 in voornoemd boek)


Wat hebben de strakke lijnen en gekleurde vlakken, altijd rechthoekig en haaks op elkaar staand, van Mondriaan met zijn liefde voor dansen te maken?


Wijsenbeek, ongetwijfeld een kenner van het werk van Mondriaan, zegt daarover dat “vermoedelijk de dans voor hem al een opbouwen van spanningen betekende, zoals hij dit in zijn doeken deed door middel van lijn en kleur. Het horizontaal-verticaal van zijn schilderijen zette hij, al dansend , om in bewegingen haaks op elkaar. Met iets star-verrukt in zijn trekken, als ene tot leven gewekte automaat, schoof hij over de dansvloer voort.” (Blz 118)


Ik heb moeite met deze verklaring. Ik heb het altijd een raadsel gevonden hoe een schilder als Mondriaan met zoveel gevoel voor abstracte orde en schoonheid, bijna op het mechanische af, combineerde met zijn liefde voor jazz en dans combineerde. 


De moderne dans en jazz muziek, is geïmproviseerde of informele muziek terwijl de schilderijen van Mondriaan strak gecomponeerd zijn. Bovendien zijn jazz muziek en dans, zeker de boogie woogie,  sterke vormen van individuele lichamelijke expressie van ritme en gevoel soms zelfs zo sterk dat ze moeilijk te combineren zijn met een danspartner. Die beweeglijke zelfexpressie in de dans is dan ook moeilijk te combineren met de strakke vormgeving van Mondriaan’s schilderijen.


Daar komt nog bij dat volgens Mondriaan zijn schilderkunst universeel is zodat zich de vraag stelt hoe dat universeel beeldende te combineren met een uiterste individuele expressie als de dans? 


Misschien heeft hij de spanning tussen orde en vrije expressie pas weten te combineren aan het einde van zijn leven in New York, om precies te zijn in zijn twee laatste schilderijen, te weten Broadway Boogie Woogie en het niet afgemaakte Victory Boogie Woogie? Dat zijn schilderijen waar ritme, expressie én ordening elkaar harmonieus ontmoeten en wel zodanig dat ze de kijker blijven betoveren.