Je ziet het niet aan de schilderijen van Piet Mondriaan en toch is hij volgens kunsthistoricus Marty Bax (1956) in haar doorwrochte studie “Het Web der Schepping” wel degelijk een religieus schilder. Natuurlijk niet in de klassieke betekenis van het woord.
Je ziet op zijn schilderijen niet de gebruikelijke religieuze afbeeldingen en symbolen, noch Christelijk noch van andere godsdiensten. Integendeel Mondriaan is wereldberoemd om zijn abstracte kunst en daar is geen enkele klassieke religieuze verbeelding of symboliek in te vinden.
Er zijn in die abstracte schilderijen ook geen verwijzingen in te vinden naar de werkelijke wereld. De schilderijen van Mondriaan zijn abstracter dan abstract. Ze zijn conceptueel in de puree vorm, gemoed en verstand komen er langs de weg van vlakken en lijnen, kleuren en compositie bij elkaar. Een religieus gemoed en een abstraherend verstand.
Hoe dat zo gekomen is, is te zien aan de ontwikkelingsgang van zijn werk. Onder liefhebbers van kunst zijn de schilderijen van Mondriaan bekend waarop langzaam maar zeker een molen, een boom en zelfs de kerktoren van Domburg steeds abstracter worden verbeeld, almaar verder verwijderd raken van de fysieke figuratieve werkelijkheid.
De schilderijen zijn getuigen van een zoektocht naar een geestelijke wereld of moet ik hier zeggen, geestelijke waarheid, uiteindelijk een religieuze waarheid achter de fysieke wereld.
Hij neemt niet langer genoegen met de fysieke werkelijkheid maar zoekt de werkelijkheid achter de materiële werkelijkheid. Zoals Plato in zijn beroemde allegorie van de grot beschrijft. Gevangenen in de grot zien de schaduwen in de grot aan voor de werkelijkheid. Wij zien net als die gevangenen de materiële werkelijkheid aan voor de echte werkelijkheid. Maar achter die werkelijkheid schuit de echte -geestelijke - werkelijkheid.
Het kan natuurlijk ook zijn dat dit allemaal slechts schilderkunstige “spielerei” is van Mondriaan, d.w.z. een beetje spelen met kleuren, lijnen en vormen dat zich diepzinniger voordoet dan het is? Dat is dus niet zo volgens Marty Bax.
In het hierboven genoemde boek analyseert ze grondig en uitvoerig de schilderloopbaan van Mondriaan waarbij ze vaststelt dat hij zijn schilderkunstige leven lang geïnspireerd is geweest door de theosofie. Hij is zelfs tot aan zijn onfortuinlijke dood in New York (1872-1944) lid geweest van de theosofische beweging. Zie daarvoor het Theosophical Society General Register 1875-1942.
Je zou denken dat we nu weten waar de schilderkunstige inspiratie van Mondriaan vandaan komt, maar zo eenvoudig is het ook weer niet. Theosofie is geen duidelijk omlijnd geloof, geen kerk met afspraken, structuren, symboliek en regels en al helemaal niet met kerkleiders. De theosofie is een geestelijke stroming met net zoveel opvattingen als er leden zijn.
Theosofie betekent letterlijk “goddelijke wijsheid”. Theosofen veronderstellen dat er achter de feitelijke, waarneembare werkelijkheid een universele, tijdloze wijsheid bestaat. Het is geen vaststaand dogma maar moet opgevat worden als de zoektocht naar die diepere, verborgen waarheden achter het leven, waarbij wetenschap, religie en filosofie samengaan.
Dat is nogal wat. Daar kun je alle kanten mee op en dus blijft de vraag wat moet je er mee? Gelukkig heeft Mondriaan daar zelf over geschreven. Overigens geen gemakkelijk leesbare teksten. Ik heb daar onlangs nog (7 januari 2026) over geschreven in de blog ” Piet Mondriaan, geschilderd idealisme.”
Dat onze aardse werkelijkheid een mysterieuze werkelijkheid is waar geen eenvoudige verklaring voor is te geven, zeker niet wetenschappelijk ook al doet men nog zijn best in de fysica, de astronomie, de geologie en wat al niet meer, staat vast.
Maar is dan de idee dat er een universele, tijdloze god of wijsheid of wat dan ook bestaat, waartoe we als mensheid op weg zijn, het antwoord? Het is een zekere zin een sprong in het duister die opnieuw allerlei vragen oproept. Hoe moeten we ons die universele, tijdloze werkelijkheid voorstellen?
Hier wordt het ene mysterie beantwoord met een nieuw mysterie maar wees gerust zo meent menig theosoof, we zijn als mensheid op weg dat mysterie op te lossen. Een kwestie van tijd en dan zullen we de wijsheid vinden. De geschiedenis van de mensheid wijst ons als het ware de weg. Het aloude idee van de vooruitgang, geestelijke vooruitgang vindt op deze manier zijn weg in de kunst.
Maar is er wel vooruitgang? Gaat de menselijke geschiednis ergens heen en zo ja waarheen dan? Materieel is er zeker vooruitgang maar of er geestelijke vooruitgang is, valt zeer te betwijfelen. Wie om zich heen kijkt ziet veel technologie en nieuwe technologische mogelijkheden die het leven een stuk aangenamer en comfortabeler maken maar brengen ze meer geluk en geestelijk welzijn. Je zou bijna het tegendeel gaan denken.
Maar wat moet ik als kunstschilder die deze theosofische inspiratie ontbeert en niet de zoektocht deelt naar de universele wijsheid, wat moet ik dan met de schilderkunstige erfenis van Mondriaan? Kun je er als kunstschilder iets mee of is het beter dat we zijn erfenis koesteren in musea, mooi dat het geweest is, maar het past niet meer in onze tijd?
De vraag stellen is hem beantwoorden. Mondriaan kan ook zonder theosofische achtergrond een bron van schilderkunstige inspiratie zijn. Zijn opvatting dat de schilderkunst zich moet beperken tot de fundamentele beeldingsmiddelen die daar zijn, te weten lijn, vlak, kleur (een schilderkunstige heilige drieëeenheid) in een compositie samengebracht is en blijft een waardevolle richtsnoer voor nieuwe schilderkunst, wat mij betreft voor een Nieuwe Stijl als opvolger van De Stijl
Met die beeldingsmiddelen ben ik op zoek naar de beelding van geestelijke, spirituele en universele schoonheid. Niet de fysieke werkelijkheid is langer mijn leidraad maar mijn ziel en mijn verstand. Zo bouw ik aan een nieuwe geestelijke kunst een Nieuwe Stijl gebouwd op de De Stijl van Mondriaan c.s.






