vrijdag 23 oktober 2026

DE LIEFDE VAN VINCENT VAN GOGH VOOR MENS EN WERELD

Vincent van Gogh, "Landweg in de Provence bij Nacht", Saint-Remy-de-Provence, mei 1890. Dit schilderij was een kleine openbaring voor me toen ik 17 jaar oud op kampeervakantie in Garderen voor het eerst het Kröller Müller museum bezocht. Dat is pas echt schilderen, vond ik toen.
"Kort voordat Van Gogh Saint-Remy verlaat, schildert hij dit meesterwerk. Het Provençaalse landschap heeft hij naar eigen inzicht samengesteld. De onderwerpen karakteriseren voor hem het zuiden van Frankrijk: het goudgele koren, het donkerblauwe silhouet van het laaggebergte van de Alpilles, de spectaculaire nachtelijke hemel, twee boeren en cipressen. Vooral de Cypres is voor hem hét symbool van de Provence. Deze majestueuze, groenblijvende, vlamvormige boom is van oudsher een teken van hoop, doorzettingsvermogen en veerkracht. Het schilderij is een laatste herinnering aan de plek waar hij zoveel hoogte- en dieptepunten heeft meegemaakt." Aldus de tekst in de catalogus van het museum Kröller Müller.


Een tentoonstelling van 88 schilderijen van Vincent van Gogh in het Kröller Müller museum in het park De Hoge Veluwe, een van mijn meest geliefde musea in Nederland, is niet niks. De kans om die te zien laten we ons niet voorbijgaan.


Na een fietstocht op de witte fiets door een regenachtig, winderig en dus verlaten landschap van ongeveer 10 km komen we aan bij het museum. Daar is het zoals te verwachten was, razend druk. Ik weet niet welk schilder in Nederland het populairst is, Rembrandt of Van Gogh, maar ik denk de laatste.


We kennen bijna alle schilderijen in de tentoonstelling, enkele schilderijen uit zijn eerste periode zijn nieuw voor ons. Andere schilderijen zoals “De Aardappeleters” en “Het Populierenlaantje  bij Zonsondergang” zijn oude bekenden. Wat pas nu goed opvalt is de snelle ontwikkeling die de Vincent als kunstschilder doormaakte in 10 jaar tijd.


Zijn meesterschap kondigt zich al vroeg aan met bijvoorbeeld de twee genoemde schilderijen die gemaakt zijn tijdens zijn verblijf in Nuenen in het huis van zijn ouders (1883-1885). Hij schildert dan in de stijl van de Haagse school met sombere, donkere kleuren en weinig contrasten. Een schilderstijl die past bij het zware Hollandse gemoed, de ernst en zwaarte van (geestelijk) leven en werk. 


De paste toen bij Van Gogh. Hij was zelf een zeer ernstig persoon, op zoek naar de zin en betekenis van zijn leven. Vandaar dat hij geprobeerd heeft om net als zijn vader dominee te worden. Hij probeerde het evangelie te prediken onder de armoedige mijnwerkers in de Borinage in België. Dat werd een mislukking. Zijn belangstelling voor het leven van de gewone man en vrouw bleef hij niettemin zijn verdere leven houden.


Op de tentoonstelling kunnen we zien hoe in Parijs (1886) zijn kleurenpalet verandert van ingetogen somber en donker naar licht en contrastrijk. Dat werkt op hem bevrijdend. Je ziet hem op de tentoonstelling als het ware zijn oude wereld verlaten om binnen te gaan in een wereld van kleur en contrasten. Daar wil hij meer van en hij gaat naar Zuid Frankrijk. 


En inderdaad daar in Arles (1888) en andere plaatsen vindt hij een wereld waaraan zijn geest zich kan laven als een grond die zijn dorst naar het leven eindelijk kan lessen. Je ziet aan zijn schilderijen hoe uitgelaten hij begint te schilderen. Het plezier van die schilderkunst spat met de kleuren, het licht en de contrasten van de schilderijen af. Vincent van Gogh is eindelijk thuisgekomen.


Hij is dan 35 jaar oud. Nog maar 2 jaar later, in 1890 sterft hij 37 jaar oud als gevolg van een noodlottige schotwond. Zijn broer Theo, die hem altijd met geld gesteund heeft en in zijn kunsthandel getracht heeft schilderijen van hem te verkopen, is bij hem. We zien op de expositie hoe hij in slechts 5 jaar tijd zicht ontwikkelt van een traditionele Hollandse schilder tot een kleurrijk "onHollandse" schilder wordt. 


We zien in zijn schilderijen hoe uitgelaten hij is, opgewonden en vol bewondering voor de wereld om hem heen. Zijn schilderijen zijn een getuigenis van zijn liefde voor mens en wereld. Wij kijkers zijn daar getuige van.

 

donderdag 22 oktober 2026

ROTHENBURG OB DER TAUBER DRUIPT VAN NOSTALGIE

 

Op de vroege zaterdagochtend tijdens de Duitse feestdag ter herdenking van de Duitse hereniging (3 oktober) is de stad nog rustig.

Dickens en Anton Pieck in Rothenburg


Nostalgische lekkernijen.



De stadsklok met de poppenkasten. Poppetje gezien, kastje dicht.




Nostalgische puzzel om mee naar huis te nemen.


De tijd van de Duitse vorsten.


Kant herinnert aan vroeger.


Hotel interieur in Rothenburg.


woensdag 21 oktober 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA. DEEL 18. VAN SOCIALISME NAAR CONSUMENTISME

De schilderijen met Campbells Soepblikken (1962) van de Amerikaanse kunstenaar Andy Warhol en het beeld van de Supermarktdame (1969) van de Amerikaanse kunstenaar Duane Hanson illustreren het consumentisme dat het opkwam in de Verenigde Staten en verspreidde zich daarna over Europa verspreidde.  (foto gemaakt in het Ludwig  Forum voor Internationale Kunst in Aken)


Er zijn veel interne en externe oorzaken aan te wijzen die verklaren waarom de klassieke partijen PvdA, VVD en CDA hun vermogen verloren om kiezers te mobiliseren. 


Voor de Christelijke partijen geldt als externe oorzaak de ontkerkelijking van Nederland. Vandaar dat de 3 Christelijke partijen KVP (Katholieke Volkspartij), ARP (Anti-Revolutionaire Partij en CHU (Christelijk-Historische Unie) in 1980 besloten om te fuseren tot de algemeen christelijke partij CDA. 


Die ontkerkelijking  kan ook worden geduid als ontvoogding of bevrijding. Die ontvoogding betrof niet alleen maar wel als eerste de protestantse christelijke en katholiek zuilen. Later volgde de socialistische zuil met de PvdA.


Die ontvoogding of bevrijding uit het keurslijf van de zuilen begon in de jaren zestig met een culturele revolutie aan de universiteiten, ofwel onder hoger opgeleiden. Die zetten de sociale en politieke verhoudingen op zijn kop. Hiërarchie en gezag werden niet meer voetstoots aanvaard, de geestelijk horizon werd (kritisch) verlegd, ook letterlijk want er werd meer gereisd dan ooit eerder. Het waren spannende tijden. 


Het uiteindelijk gevolg was dat de burger voortaan zijn eigen keuzes maakt op alle levensterreinen. Of het nu gaat om geloof, levensstijl, samenleven (van klassiek gezin, tot samenwonen, LAT relaties en communes), onderwijs, vermaak of politiek. De naoorlogse maatschappij verandert in rap tempo in een supermarkt, de steunpilaar voor het vrije consumeren. Daar laadt ieder naar behoefte zijn aankopen in zijn boodschappenkarretje. Iets gelijksoortige gebeurde in de samenleving en de politiek.


In de eerste jaren van de ontvoogding had de PvdA de wind in de zeilen. Was die partij niet altijd al de criticus geweest van kerkelijk conservatief Nederland? Jongeren uit de voormalige kerkelijke zuilen ontdekten in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw het socialisme. De Katholieke Hogeschool Tilburg (tegenwoordig Tilburg University geheten) werd omgedoopt tot Marxistische Hogeschool. De Nijmeegse Katholieke Universiteit (tegenwoordig Radboud Universiteit) werd berucht om zijn socialistische marxistische studentenorganisaties.


De PvdA en ook de Communistische Partij Nederland (CPN), toen al een reliek uit vooroorlogse tijden, kreeg in die jaren een toestroom van jongeren die vanuit ideële motieven lid of actief werden in die partij. De nieuwe aanwas van de partij weliswaar soms afkomstig uit arbeidersgezinnen maar allen intussen hoger opgeleid dankzij extra-kinderbijslag, leningen en beurzen. 


De kinderen uit de arbeidersgezinnen waren door hun universitaire studie hun milieu ontgroeid. Zij en vele anderen waren de nieuwe idealisten die in Nederland een nieuwe maatschappij met meer vrijheid, gelijkheid en broederschap op socialistische grondslag nastreefden. Het Derde Wereld eiland Cuba was in die tijd erg populair.


Hun arbeiderisme, ze waren feitelijk geen arbeiders maar speelden arbeiders (de pas overleden PvdA politicus Bert Middel sprak meesmuilend van 'spijkerbroekenproletariaat'), was echter niet lang vol te houden. De bevrijding van de arbeider was al begonnen als gevolg van industriële ontwikkelingen , de welvaart, de verzorgingsstaat en de loonpolitiek. De arbeider werd werknemer. 


In de plaats van het socialisme kwam het consumentisme. De vooroorlogse behoefte economie veranderde in een economie van overvloed. De bevrijding van de arbeider was vooral en voornamelijk materieel. Men kon zich voortaan meer veroorloven dan vorige generaties zich ooit konden voorstellen. 


PvdA leider en voormalig vakbondsvoorzitter van de grootste vakbond van Nederland FNV (ontstaan uit een fusie van de socialistische en katholieke vakbondszuil) Wim Kok, begreep deze ontwikkelingen uit eigen ervaring en ontdeed de partij zoals hij dat noemde van zijn ideologische veren. 


Niet het toekomstig te vestigen socialisme, dat onder PvdA leider Joop den Uyl nog volop leefde, was langer de maatstaf van de partij maar het praktische welzijn en de welvaart van de burgers. Het socialistische idee van “spreiding van kennis, macht en inkomen” dat het kabinet den Uyl (1973-1977) nog als slogan voerde, veranderde in “eerlijk delen.”


De paarse kabinetten Kok bezegelden deze ontvoogding door mee te gaan met de door de liberalen in de vorm van de VVD gepredikte individualisering en privatisering. Het vrije individu op de vrije markt werd ook het nieuwe ideaal van de PvdA.


 

dinsdag 20 oktober 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA. DEEL 17. LEVE DE KLEINE PARTIJEN

 Aantal partijen dat heeft deelgenomen aan de Tweede Kamerverkiezingen en dat is verkozen, 1918-2021.

Bij de meeste Tweede Kamerverkiezingen vanaf 1967 deden tussen de 20 en 28 partijen mee, gemiddeld ruim 23. De kansen om in de Kamer te komen namen wel af: verwierf in de periode 1946-1959 ongeveer twee derde van de deelnemende partijen één of meer Kamerzetels, daarna daalde dat percentage tot doorgaans wat minder dan de helft (en in de verkiezingsjaren 1981 en 1986 zelfs tot een derde). Vanzelfsprekend hebben de gevestigde partijen een veel grotere kans op Kamerzetels dan de nieuwkomers.

Het aantal nieuwe partijen lag voor de Tweede Wereldoorlog een paar keer nog hoger. Aan de Tweede Kamerverkiezingen van 1933 deden maar liefst 54 partijen mee, waarvan er 14 in de Kamer kwamen (waaronder zes ‘eenlingen’). Om dit hoge aantal in de toekomst in te dammen, werd er een waarborgsom ingevoerd die een partij voor elke kieskring waar zij een kandidatenlijst indiende moest betalen. Als zij minstens 75% van de kiesdeler had behaald, kreeg zij de waarborgsom terug. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1937 werd duidelijk dat deze drempel effectief was, met ‘slechts’ 20 partijen op het stembiljet. Het systeem met de waarborgsommen bestaat voor nieuwe partijen nog steeds. Daarnaast moeten zij per kieskring dertig ondersteuningsverklaringen inleveren. (Bron: Onderzoek Rijksuniversiteit Groningen)

Gezien de deelname van een groot aantal politieke partijen en de hoge opkomst tijdens Tweede Kamerverkiezingen heb ik in mijn vorige blog de stelling geformuleerd dat de Nederlandse democratie behoorlijk veerkrachtig is. Immers als burgers niet meer zouden geloven in onze parlementaire democratie zouden ze niet zo vaak zoveel nieuwe partijen oprichten en zou er ook geen hoge opkomst zijn bij de Tweede Kamerverkiezingen (rond de 80%).


Het gesignaleerde wantrouwen in de politiek, in onderzoeken en media, behelst niet zoals sommigen beweren het politieke stelsel, ook al kun je daar altijd wel verbeteringen in aanbrengen, maar de politici, hun politiek en beleid. Democratie draait niet alleen om de instellingen maar net zo goed of misschien nog wel meer om personen. Dat maakt democratie ook zo ingewikkeld.


De modieuze opvatting dat ons politieke stelsel faalt is dus onzin. De burgers doen mee en nog massaal ook. Waarom wordt er dan toch vaak verwezen naar ons zogenaamd falende politieke bestel door politici, media en deskundigen?


Ik vrees dat dit een manier is om de aandacht af te leiden van het feit dat zijzelf grotendeels falen. Dat geldt met name voor de klassieke middenpartijen PvdA, CDA en de VVD. Die partijen hebben een flink deel van hun ooit bijna vanzelfsprekende achterban verloren en omdat politici ook maar mensen zijn, zoeken ze niet de verklaring bij zichzelf maar bij het democratisch stelsel.


Een van de veel gehoorde klachten over ons politieke bestel is dat teveel partijen meedoen waardoor het parlement als het ware overbevolkt raakt met kleine partijen. Het gevolg is teveel verschillende geluiden in het parlement, veel onderlinge verdeeldheid, uitvergrote tegenstellingen en zelfs polarisatie, een verboden woord in een land waar polderen staat aangeschreven als de hoogste vorm van politiek bedrijven. 


Door de vele kleine partijen in het parlement wordt het steeds ingewikkelder om meerderheden te vinden voor wetgeving en bestuur. Zo wordt het voordeel van ons democratische stelsel, de laagdrempelige toegang tot het parlement, een nadeel. Maar is het ook een nadeel?


Volgens hoger opgeleiden die liever met een strak plan werken en Nederland inrichten volgens hun inzichten en richtlijnen (technocraten, autocraten en vakidioten) zijn al die kleine partijtjes maar een lastpost. Deze pseudo intellectuele betweters zetten liever de democratie op sterk water dan dat ze naar de burgers in casu de kiezers luisteren. Me dunkt dat dit een kwalijke instelling is die krachtig bestreden moet worden. 


Voor de voormalige grote partijen, gewend als zij waren om het land zo een beetje om de beurt te besturen wel, maar voor de kiezers die zich niet gehoord weten, geldt het tegendeel. Zij zijn blij dat ze nog mee kunnen doen ook al is het dan vanuit een minderheidspositie. Beter dát dan helemaal niks.


Je kunt je dus afvragen of het voorstel wat sommigen doen om een kiesdrempel op te werpen wel zo verstandig is. Je pakt daarmee niet de oorzaak van het probleem aan, namelijk dat de klassieke partijen hun vermogen om bredere groepen kiezers aan te spreken hebben verloren, maar het verschijnsel. De oorzaak blijft bestaan, kiezers willen gehoord worden desnoods door op een kleine partij te stemmen. 


maandag 19 oktober 2026

HISTORICUS GERT OOSTINDIE NEEMT DE ORANJES DE MAAT

Willem Alexander is de 7e in lijn van afstamming van Koning Willem I (1772-1842). Hij was volgens het onderzoek de meest koloniale koning van de Oranjes.Hij was de enige Nederlandse vorst met het exclusieve recht om het koloniale beleid volledig zelfstandig te bepalen. Waar andere koningen en stadhouders het kolonialisme vooral steunden en ervan profiteerden, trad Willem I op als een autocratische, koloniale micromanager. Maar hij was ook de koning die Nederland na de Franse bezetting (1795-1810) er weer bovenop moest brengen en uiteindelijk moest buigen voor de onafhankelijkheid van de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België). 

 

Iemand de maat nemen is altijd een heikele zaak, zeker als het om het verleden gaat. Hoe moet je vanuit deze tijd de daden en de houding van burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog tegenover de Duitse bezetter of de Jodenvervolging beoordelen?


Dat is hoe dan ook een penibele aangelegenheid want het is nu ruim 80 jaar laten moeilijk voor te stellen onder welke omstandigheden mensen hun keuzes en beslissingen moeten maken. 


Op verzoek van koning Willem Alexander is jarenlang onderzocht hoe de Oranjedynastie zich heeft verhouden tot het kolonialisme en de slavernij, niet politiek maar persoonlijk, zo maak ik op uit de citaten in de kranten afkomstig van hoofdonderzoeker Gert Oostindie. 


Volgens hem is er geen excuus voor hun gedrag rond deze twee thema’s. “De Oranjes hadden eerder afstand kunnen nemen van het historisch onrecht, maar deed dit niet. Het huis is daarmee evident medeverantwoordelijk voor het koloniale systeem en de slavernij.” (Citaat uit het Brabants Dagblad van 3 okt 2026)


Volgens Gert Oostindie “waren ook zij kinderen van hun tijd, zij het zeer geprivilegeerd, maar dat signaleren is iets anders dan hen excuseren. Ze wisten van verzet, er circuleerden andere opvattingen. Zij hadden zich anders kunnen opstellen.” (Idem Brabants Dagblad)


Tja, ze hadden zich anders kunnen opstellen. Als ze dat gedaan hadden dan hadden ze op de morele schaal van dominee Gert Oostindie hoog gescoord maar of ze daarmee ook het landsbelang gediend hadden, is de vraag.


Neem nou de zeer heikele kwestie van de slavernij, intussen een misdaad tegen de menselijkheid geworden. Die heeft in de VS onder president Lincoln tot een burgeroorlog geleid en speelt tot op de dag vandaag nog steeds een rol in de Amerikaanse politiek. Is dat het wat de Oranjes hadden moeten riskeren? Een burgeroorlog over de slavernij? 


Zelfs George Washington als aanvoerder van het eerste leger van het onafhankelijke Amerika kon in zijn strijd tegen de Engelse koloniale macht niet om de kwestie van de slaven heen. Hij wilde de slaven vrijheid geven in ruil voor hun deelname aan zijn krijgsmacht maar dat bleek politiek onhaalbaar.


Hoofdonderzoeker Gert Oostindie heeft gemeend de Oranje dynastie moreel de maat te moeten nemen. Dat kan, maar de moraliteit van de Oranjes zal niet veel anders zijn als die van de gewone sterveling. Zij zijn geen dynastie van heiligen maar een die aan het hoofd stond van een koloniale mogendheid die handel in slavernij toeliet.


Gezien het onderzoek steunden de Oranjes de koloniale aspiraties van Nederland en de handel in slaven. Hadden de voorouders van Willem Alexander politiek anders gekund zonder de troon of de belangen van Nederland op de een of andere manier te schaden? Hadden ze Nederland op het rechte pad van de moraliteit kunnen houden zoals dominee Gert Oostindie graag had gezien?


Als je dan toch de geschiedenis van een land de maat wil nemen dan is het een collectieve maat. De Staat der Nederlanden is schuld aan kolonialisme en slavernij. Dat vastgesteld hebbende, wat dan? 


vrijdag 16 oktober 2026

FIETSEN ROND DE BODENSEE

Door de droogte staat de Bodensee erg laag waardoor ondiepe kustdelen snel droog vallen.

 

We wilden nog eens graag rond de Bodensee fietsen. Nee, we hebben geen bucketlist of zoiets, het leek ons gewoon leuk. We hadden al twee keer de Oostenrijkse Tauern ronde gedaan en dat was ons goed bevallen. We zijn al heel lang fietsers, van racefietsen naar toerfietsen en sinds 6 jaar naar elektrisch fietsen. Met elektrisch aangedreven ondersteuning kun je langere tochten maken.


Fietsen is een mooie manier om ontspanning te combineren met inspanning en en passant je omgeving verkennen. Je voelt de wind, ruikt het bos, het akkerland, de mest, het gemaaide gras, het water kortom je bent buiten in de natuur. 


Je beweegt door het landschap terwijl je op je gemak kunt kijken naar huizen, mensen, bos en bomen, werkende boeren, de gewassen op het land enz. Je bent je bewust van je lijf, van je beweging en het landschap.


Elmar en zijn vrouw zijn met een bustour op reis door een stuk van Europa. Onderweg aquarelleert hi zoals hier in het Zwitserse stadje Rohrschach.



Een inspanning zoals bij de Tauern ronde zit er op onze leeftijd niet meer in, maar een rondje Bodensee moet te doen zijn. De vraag is wanneer. Niet in hoogseizoen, dan is het veel te druk en als er iets is waar we een hekel aan hebben, is het drukte.


In het najaar, tussen de zomervakanties en de herfstvakanties leek ons de beste tijd. Dan kan het nog mooi weer zijn en de dagen nog niet te kort. Je hoeft ook niet alles van tevoren geregeld te hebben. De leukste manier van reizen is om te zien hoe ver je komt en dan een hotel of B&B te gaan zoeken.


Onderweg zien we tot onze verbazing een groot perceel boerenkool, nu niet direct een geliefde kool in Europa behalve in Nederland. De broccoli er naast is al geoogst.


Het geeft je een gevoel van vrijheid. Wat je nodig hebt, zit in je fietstassen. Dat maakt het fietsen weliswaar iets zwaarder maar met een elektrische fiets is dat geen probleem. We reserveren wel een hotel voor de eerste nacht waar we meteen ook de auto kunnen parkeren voor de tijd dat we aan het fietsen zijn.


De route langs is ongeveer 270 km inclusief de untersee. Zeventig km per dag is goed te doen zodat het in 4 dagen moet kunnen. Maar 5 dagen kan natuurlijk ook en voor als het tegen zit, is zelfs 6 dagen mogelijk.


Eenmaal onderweg zagen we dat we het goed hadden ingeschat. De weg was over het algemeen vlak met hier en daar wel eens een helling die niet zo veel voorstelde. Zo nodig zetten we de elektrische ondersteuning wat hoger. Onze fietsbatterijen konden de afstand ook gemakkelijk aan.


In het oude stadje Stein ontmoeten we een Servische keukenchef.


De eerste stop was de oude Duitse stad Konstanz aan de grens met Zwitserland. Een typisch midden-Europese stad met een oude binnenstad met kerken, vakwerkhuizen, een marktplein en veel winkels. Een toeristisch trekpleister, het hele jaar door vertelde onze Albanese receptioniste.


Wat ons na enige tijd opviel, was dat het bedienend personeel zelden lokaal was.Waar we ook kwamen, we spraken mensen uit Oost-Europa, Arabische landen of Azië. Op zich is dat geen probleem behalve dat sommigen nauwelijks Duits spraken of Engels. Dat maakte de communicatie nogal eens moeizaam soms zelfs onmogelijk zodat er iemand bij gehaald moest worden.


Aan de noordkant van de Bodensee floreert de fruitteelt. De appels zijn rijp om geoogst te worden.

Het werd ons duidelijk dat de bevolkingssamenstelling van Europese landen grondig aan het veranderen is. Het is geen omvolking zoals sommige rechtse politici beweren maar het is wel degelijk een grote verandering. Wat gaat de toekomst brengen in een Europa met nog meer verschillende culturen en talen?


De ronde voldeed aan onze verwachtingen. Het grote verschil met de Tauern ronde en andere rondes die we elders gemaakt hebben, is dat het gebied rond de Bodensee dicht bevolkt is met veel toerisme en de fietswegen vanwege de beperkte ruimte aan het meer vaak langs spoor en autowegen liggen.


Aangezien we het weer mee hadden, veel zon en weinig wind, hebben we de route kunnen afleggen zoals voorzien. Vrijdagnamiddag waren we terug in Bregenz, de plaats van ons vertrek.


Zwitserland is geen EU land en maakt ook geen deel uit van het Schengen akkoord zodat het land altijd nog grenzen heeft met Duitsland en Oostenrijk. Maar niemand vraagt naar je paspoort. Het is vooral symbolisch bedoeld.