Posts tonen met het label huasca. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huasca. Alle posts tonen

vrijdag 17 juli 2026

97. MEXICAANSE VERTELLINGEN. DRUGSBENDES


Vrienden voor het leven. Mexico 1977


Het dorp ondergaat de nieuwe muur als een lot dat je nu eenmaal krijgt toebedeeld. Het is zinloos om je daar tegen  te verzetten. Trouwens wie zou dat moeten doen? De dagen van de revolutie zijn al lang voorbij. En wat dan nog? 


Ten koste van veel doden heeft die uiteindelijk niet veel meer opgeleverd dan een democratuur, een dictatuur met de schijn van de democratie. Daar is het bij gebleven. Mexico is nog altijd een protectoraat van dezelfde hoofdzakelijk rijke blanke elite.


De bouw van de muur brengt onzekerheid onder de dorpelingen zodat ze nog zwijgzamer worden dan ze al van nature zijn. Niet dat er in het dorp iets gebeurd dat wijst op aan drugscriminaliteit verwante zaken maar men is op zijn hoede. Het is een donkere wolk die boven hun hoofd hangt.


In Huasca is onlangs een politieman onder onduidelijke omstandigheden doodgeschoten. Van de daders geen spoor. Is dit een teken van naderend onheil? Het zou zo maar kunnen. Niemand die weet hoe de vork in de steel zit. Het was in ieder geval geen gewone café ruzie. Die willen ook wel eens uit de hand lopen maar met minder ernstige gevolgen.


Dit lijkt op moord met voorbedachte rade. De volksmond zegt dat de politieman betrokken is bij drugshandel en dat het dus waarschijnlijk om een afrekening in het milieu gaat. Als dat zo is dan is de lokale politie, altijd al gevoelig geweest voor corruptie en omkoping, nu betrokken bij drugscriminaliteit en ook dat belooft weinig goeds.


Diego en Sara proberen net als de rest van het dorp er mee te leven. Ze houden met iedereen de gebruikelijke praatjes en blijven doen wat ze altijd al deden. Diego heeft het er niettemin moeilijk mee. Hij vindt dat zijn gevoel van veiligheid wordt afgepakt. Zijn  dorp was hem altijd vertrouwd en gaf hem een gevoel van geborgenheid. Dat nu wordt hem ontnomen en dat voelt onrechtvaardig. 


De revolutionaire tijd was ook onveilig maar dat was anders. Daar hoorde hij zelf bij. Het was zijn onveiligheid en daar kon hij mee leven. Bovendien het was onveiligheid met een doel, geen criminele zelfverrijking ten koste van anderen maar een betere wereld voor iedereen. Dat doel rechtvaardigde het geweld althans tot op zekere hoogte. 


San Miguel dreigt nu te worden meegezogen in de onveiligheid van geweld, intimidatie, moord en terreur die zowat heel Mexico in zijn greep heeft. Duizenden vrouwen zijn er verdwenen zonder dat er een spoor van wordt gevonden. Regering en politie doen niks.


Er worden voortdurend jonge mannen ontvoerd voor losgeld of ze worden gedwongen gerecruteerd voor een drugsbende. Er worden mensen onthoofd omdat ze niet meewerken met een drugsbende, verraad hebben gepleegd of geen beschermgeld willen betalen. Er zijn zelfs massagraven gevonden. De drugsbendes deinzen voor niets terug, ze voelen zich machtig en sterk.


Dat zijn ze ook want regering en politie staan nu al jaren machteloos of maken deel uit van dezelfde drugscriminaliteit. Zelfs de inzet van het leger helpt niet. Misschien is ook dat besmet door corruptie? Wie zegt dat generaals of kapiteins zich niet laten omkopen? Niemand die het weet.


Een ding is zeker. Het zijn de doorsnee Mexicanen die de prijs voor dit alles betalen. Is het niet met hun leven dan wel met de onzekerheid, de onveiligheid en de angst waarmee men door het leven moet. Niemand durft nog zo maar een busreis te maken. Als het niet strikt noodzakelijk is, waagt men zich na zonsondergang niet buiten.


Diego voelt zich daardoor met de dag machtelozer en onzekerder. Hij krijgt last van zijn zenuwen. Zijn handen beginnen soms zonder enige aanleiding te trillen. Dan steekt hij maar weer een sigaret op om te kalmeren, om weer tot zichzelf te komen. Het gevoel van onveiligheid maakt hem nog eenzamer dan hij zich soms al voelde.

 

donderdag 9 april 2026

MEXICAANSE GEZINNEN

 

Platteland 1976 (ingekleurde foto)

Acapulco, 1976


Tepoztlan 1976

Mexico-stad 1978

Huasca 1978


San Miguel Regla, 1978

Busstation Mexico-stad 1978


San Miguel Regla 2010


vrijdag 16 januari 2026

71.MEXICAANSE VERTELLINGEN. LA CASA AZUL

 

Tuinman van La Casa Azul (foto Petrus)

Frida stelt voor om meteen naar de markt in Huasca te gaan. Ze wil Diego zo vlug mogelijk zien. Ze wil haar gevoelens voor hem peilen en weten hoe het zit met Julia. Ze nemen afscheid van Doña Maria. Frida omarmt haar zo innig dat David zich afvraagt wat er tussen die twee is voorgevallen.


Huasca is niet ver, een half uurtje te paard. Het is net zo een dorp als San Miguel Regla maar dan groter. In tegenstelling tot Regla heeft het een eigen kerk die samen met de plaza en de hoofdstraat het centrum van het dorp is. De plaza is een groot uitgevallen stadstuin met bankjes waar je in de schaduw van de bomen kunt uitrusten terwijl je naar het gewoel op de markt kijkt. 


De Plaza ligt meer dan een meter hoger dan de straat zodat je goed zicht hebt op de mensen en de kramen. De markt onttrekt de lange veranda voor de huizen aan de overkant aan het zicht. Je kunt het dak nog net zien. Onder de veranda staan tafels en stoelen van verschillende dorpsrestaurantjes.


Het is een kleurrijk schouwspel van mensen en uitgestalde waren op de straat of in de kramen. Het is gezellig druk. De mensen zijn goed gemutst. Zoals de gewoonte is, wordt er goed gegeten, gedronken en gekletst aan de tafels terwijl de vrouwen op een plaat boven een open vuur de tortilla’s en taco's bakken. De lucht van kruiden, maïs, kaas en gebraden vlees mengt zich met het vrolijke gepraat van de gasten.


Ze laten de paarden achter aan het begin van het dorp en lopen richting markt. Bij de kerk aangekomen gaan ze op het plein staan zodat ze overzicht hebben. David ziet als eerste Diego lopen samen met Julia. Hij probeert hun aandacht te trekken. Dat lukt niet.


Hij zegt Frida op het plein te blijven wachten terwijl hij naar ze toeloopt. Hij houdt hen strak in het oog. Op gehoorafstand roep hij naar ze maar het rumoer maakt het niet gemakkelijk. Uiteindelijk lukt het hem de aandacht van Diego te trekken. Die draait zich verrast om. David wijst naar Frida. Diego knikt, draait zich om naar Julia en samen lopen ze naar Frida. Die heeft hen intussen ook opgemerkt.


David stelt voor om ergens rustig te gaan eten, niet op de markt, dat is weliswaar gezellig, en misschien wel lekkerder en in ieder geval een stuk goedkoper maar te rumoerig voor een goed gesprek. Diego en Julio vinden het prima. Per slot van rekening zijn ze nieuwsgierig naar het waarom van hun komst naar Huasca.


Ze lopen de kerk voorbij naar La Casa Azul, het enige deftige restaurant in het dorp. Ze lopen gevieren onder de boog van de ingang door, langs mooi onderhouden grasveldjes naar het overdekte terras. De geluiden van de markt laten ze achter zich, alsof er helemaal geen markt is zo stil is het.

vrijdag 29 augustus 2025

54. MEXICAANSE VERTELLINGEN. TOERISME

Huasca gelegen in de staat Hidalgo, niet ver van San Miguel. Ingekleurde zwart-wit foto van petrus. 1976.

 

Dan schakelt zijn vader als om het verdriet en de tragiek achter zich te laten, over naar een ander verhaal. Er is onlangs een belangrijke vrouw van het ministerie van toerisme op bezoek geweest in het dorp. Ze is begonnen bij de burgemeester waar hij als afgevaardigde van de ejido bij aanwezig was. 


Ze vertelde over een plan om in hun streek het toerisme te gaan bevorderen. Pachuca zal uitgroeien tot een miljoenenstad zo wordt voorspeld. De bewoners zullen in de weekeinden zich buiten de stad in de nabije omgeving willen ontspannen. Volgens deskundigen lenen de dorpen hier in de bergen zich daarvoor prima. 


Het idee is om van het grote meer bij de hacienda tezamen met het omliggende bos een recreatiepark te maken dat beheerd wordt door de leden van de ejido. Ideeën over de aanpak en de benodigde investeringen door het ministerie zijn al ver gevorderd.


Een gedeelte van het meer kan samen met de beek gebruikt worden voor een zalmkwekerij. De zalm kan ter plekke worden klaar gemaakt en gegeten in restaurants die aan de oever van het meer gebouwd worden. Het meer is geschikt om er met kleine bootjes en kano’s op te varen.


In het midden van het bos komt een kiosk te staan met daar omheen kleine winkels waar je eten, drinken, souvenirs en zwembenodigdheden kunt kopen. Er komt een groot zwembad met zonneweiden. Wanneer het project eenmaal loopt kunnen er nog altijd nieuwe attracties bijgebouwd worden.


Een deel van de toeristen zal willen overnachten. Het zou daarom goed zijn als het dorp daarin kan voorzien. Het is de bedoeling dat de boeren zelf hotelletjes, B&B's enz. bouwen zodat de opbrengsten bij henzelf terecht komen. Het park zal daarentegen door de ejido beheerd worden.


Ramon vertelt dat hij daarna meteen alle leden van de ejido bij elkaar heeft geroepen om over de plannen te praten. Dat was niet gemakkelijk. Net als hijzelf, wantrouwen de boeren de plannen van de regering. Er zijn al zo vaak beloftes gedaan en er is nooit iets van terecht gekomen. Waarom zou dat nu ineens anders zijn? 


Ze willen boter bij de vis. Het ministerie moet niet alleen met plannen maar ook met geld komen en dan is de vraag in welke vorm komt dat geld. Worden het leningen waar ze vervolgens jaren, zo niet generaties lang over zullen doen om die terug te betalen? Of zijn er nog andere mogelijkheden voor het verstrekken van geld? Niemand die het weet.


De meesten denken ondanks alles dat het een bruikbaar plan. Op die manier kunnen het meer en het bos eindelijk ook wat geld opbrengen voor het dorp. Maar ze willen wel eerst weten wat precies de financiële plannen zijn van het ministerie en welke toeristische voorzieningen zij op het oog hebben. Het besluit is om af te wachten waar het ministerie precies mee komt en dan verder te praten.


woensdag 14 juni 2023

KLEINSCHALIGE LANDBOUW 4. SAN MIGUEL REGLA

 

Deze foto is van een campesino, een overlevingslandbouwer, met zijn gezin staand voor hun lemen huisje in het veld. De foto is in 1978 gemaakt.

Om kennis en ervaring op te doen met landbouw op kleine schaal zou de Wageningse huisfilosoof Michiel Korthals een tijdje moeten gaan wonen in het Mexicaanse dorpje San Miguel Regla in de gemeente Huasca in de bergen ten noorden van Mexicostad op ongeveer anderhalf uur rijden. Dat dorpje is een voorbeeld van de lotgevallen van boeren die moeten leven van “kleinschalige” of “overlevingslandbouw.

Die overlevingslandbouw gaat terug tot de Mexicaanse revolutie van 1917 -1920 en ver daarvoor.  De Mexicaanse revolutie was een boerenopstand tegen de grootgrondbezitters die hun toch al enorme suikerplantages uitbreidden ten koste van de grond van de dorpsgemeenschap. Dorpsgemeenschappen werden daardoor nog armer.

De revolutie ontmantelde haciënda’s en herstelde het eigendomsrecht van de dorpen op hun gemeenschappelijke grond en gaven hun bij wet het recht op zelfbeslissing over het gebruik van de grond behalve verkoop. Maar aangezien de revolutionaire regering niets ondernam om landbouw te moderniseren door middel van landbouwonderwijs, ruilverkaveling, kredietverlening, beter zaaigoed, mogelijkheden tot vermarkting, kunstmest enz. zakten de dorpen weer weg in armoede. Armoede die in de loop van de jaren alleen maar erger werd als gevolg van de verdeling van de grond onder kinderen.

Hun huizen zijn onveranderd gebouwd van houten palen met daartussen muren van leem vermengd met stro. De vloeren zijn van zand, het dak van stro, riet en enkele zelf gebakken pannen. Behalve een, bed, een tafel en enkele zelf gemaakte stoelen is er geen huisraad. De weinige kleren die men heeft, hangen aan spijkers in de muur.

De muren worden met kalk gewit als bescherming tegen zon en gedierte. Om het huis lopen kippen, een paar geiten en een enkele koe. Wat verderop staat een veld met maïs, bedoeld voor meel ter bereiding van de dagelijkse tortilla, volksvoedsel nummer een in Mexico.


De grond tussen de aangeplante maïs wordt met hulp van twee trekpaarden bewerkt. Dat de productiviteit laag is spreekt vanzelf, zeker als je weet dat er geen geld is voor soorten maïs die meer opbrengen en voor kunstmest die de opbrengst per hectare groter zou kunnen maken.
 

Het zal duidelijk zijn dat de ongeveer 50 gezinnen in het dorp niet genoeg hebben om zelfs maar minimaal van te leven. Iedereen probeert dus op een of andere manier bij te verdienen, hoe gering ook.

Een van de bijverdiensten is je paard verhuren aan de bezoekers van het hotel midden in het dorp, een voormalige Hacienda waar zilver werd gewassen dat gewonnen werd in verderop gelegen mijnen. Sommigen hadden het geluk ooit in de zilvermijn te werken.

Zo ook de oom van mijn vriend. Maar de mijn die al sinds de Spaanse kolonisatie bestond, was uitgeput en ging dicht. De oom werd werkloos en viel noodgedwongen terug op overlevingslandbouw op zijn stukje gemeenschapsgrond. Zijn schaarse spaargeld dankzij de zilvermijn verdween als sneeuw voor de zon toen zijn vrouw kanker kreeg. De kostbare behandeling kon niet voorkomen dat ze binnen de kortste keren stierf.

De gebouwen van de Hacienda met aanliggend meer, die tijdens de Mexicaanse revolutie van 1917-1919 officieel overgedragen werden de dorpsgemeenschap, kwam op dubieuze wijze in handen van een vereniging van artsen uit Mexicostad (Mexico is een van de meest corrupte landen in de wereld).  Die maakten er een clubhotel met restaurant van. Zodoende kwamen er in het dorp mogelijkheden voor een kleine bijverdienste in de vorm van verhuur van paarden aan de bezoekers, schoonmaaksters, bedienden enz. Veel was het niet en het dorp bleef arm.


Een opa met zijn twee kleinkinderen hoedt de koeien een eindje buiten het dorp. De enkele koe dient vooral om het schamele dieet van een campesino gezin aan te vullen met wat melk van de koe.


Op initiatief van de overheid kwam er voor de gehele regio een plan voor de ontwikkeling van recreatietoerisme voor de bevolking uit de intussen uit de kluiten gewassen hoofdstad Pachuca van de staat Hidalgo. Die stad kende sinds de jaren zestig een bevolkingsexplosie als gevolg van de trek van het platteland naar de stad, op gang gebracht door de armoede.

Een deel van de dorpsgronden waaronder ook het meer van de hacienda (dankzij hulp van buiten kreeg de gemeenschap het meer met omliggend bos weer in handen) werd een recreatiepark in eigendom en beheer van de dorpsgemeenschap bestaande uit ongeveer 50 boerengezinnen. Het hart van het park is het meer met daar omheen bossen, restaurants waar je op lokale wijze gekweekte forellen kunt eten, een zwembad met glijbaan en kleine winkeltjes die door de vrouwen van de boeren beheerd worden.

De regio wordt gepromoot door de overheid onder de naam van Pueblo’s Magicos (betoverde dorpen), een marketing concept bedacht om toeristen uit Pachuca en verder te lokken. Het plan werkt min of meer en het dorp kreeg zowaar extra inkomsten. Geen inkomsten om over naar huis te schrijven maar toch een zekere verbetering ten opzichte van vroeger.

De overlevingslandbouw verdween naar de achtergrond. Men zette op zijn lap grond kleine vakantiehuisjes, legde een zwembad aan of begon een restaurant. Deze of gene verbouwt nog wat maïs maar moet vaststellen dat het financieel en het werk zelf niet de moeite waard is. De opbrengst staat tot geen verhouding van de kosten en de inspanningen. 


woensdag 18 november 2020

RECUERDOS DE MEXICO

 

En las montanas


Al mercado de Pachuca


Al mercado de Pachuca


Pachuca


Vendedor


Centro Pachuca


Centro Pachuca


Centro de San Miguel Regla, Pueblo Magico de Huasca

What do you want to do ?
New mail

maandag 19 november 2018

IMAGENES DE MEXICO: TIA MARIA

Tia Maria, San Miguel Regla/Huasca, Mexico 1978

maandag 1 mei 2017

FILM DAGBOEK MEXICO 8 (SAN MIGUEL REGLA)



Na de filmdagen voor de film "Een rebel in de vakbeweging"  brachten we
samen met mijn Mexicaanse vriend een bezoek aan zijn ouders
in zijn geboortedorp San Miguel Regla.(september 1979)
Op ongeveer 2 uur rijden van Mexico stad, naar het noorden, naar Pachuca de hoofdstad van de staat Hidalgo, ligt het dorpje San Miguel Regla. Na Pachuca, toen nog een kleine provinciestad maar inmiddels gegroeid tot ongeveer 300.000 inwoners, ga je dieper de bergen in. Onderweg kom je door Real del Monte, een dorp met zilvermijnen die in de loop der eeuwen leeg gehaald zijn. Het zilvererts werd verderop gewassen in daartoe aangelegde bassins in Hacienda San Miguel Regla, de hacienda waar omheen San Miguel Regla ligt.

Hier wandelt mijn vriend Bernard, filmregisseur en coproduceert,
samen met mijn vriend Adrian tussen de maïs aanplant
in San Miguel R. (september 1979)

Voordat we San Miguel R. binnenrijden komen we ook nog door het iets grotere dorp Huasca waar de wekelijkse markt wordt gehouden, enkele grotere winkels zijn en belangrijk voor mijn vriend Adrian, een internet winkel. Hier in de bergen op een uur van Pachuca hadden tot voor kort nog maar weinig mensen een internet verbinding. Intussen is daar verandering in gekomen, o.a. dank zij de GSM.

Het is nauwelijks voorstelbaar maar in de jaren zeventig van de vorige eeuw, de tijd dat ik San Miguel R. regelmatig bezocht, was er helemaal nog geen verbinding met de buitenwereld behalve een schaarse telefoon en her en der TV. Die was trouwens nog maar amper het sociale leven van de dorpen binnen gedrongen. Dat sociale leven werd bepaald door het wel en wee van de ejido, het gemeenschappelijke grondbezit van alle boerenfamilies van het dorp.

Kind in de deuropening van een huis in San Miguel Regla (september 1979)

Over de onderlinge verdeling van de grond, het gebruik en de geschillen moet regelmatig vergaderd worden. Die vergaderingen worden geleid door een Commissaris, gekozen uit de leden van de ejido. Het is een liefde oud papier baan. Je wordt er niet voor betaald, daarvoor is iedereen te arm. 

Denk nu niet dat het een eenvoudig baantje is. De vader van mijn vriend Adrian was een tijdje Commissaris. Hij was daar druk mee. Geschillen regelen in een dorp over grond, tevens de enige bron van inkomen voor de meeste gezinnen, is geen simpele zaak. Daar kwam heel wat diplomatie, gepraat en vergaderen bij kijken. Maar het functioneerde min of meer naar ieders tevredenheid.

Kinderen spelend in het gras van de velden in San Miguel R. (september 1979)

Tijdens mijn verblijf begin jaren zeventig in Mexico was San Miguel R. dank zij mijn vriend Adrian en natuurlijk zijn ouders, stilaan een tweede thuis voor me geworden in Mexico. Ik bracht er met mijn gezin samen met het gezin van Adrian, die toen nog in Mexico-stad woonde, er heel wat weekeinden door. 

Vrouw doet de was bij de gemeenschappelijke wasplaats van het dorp (september 1979)

Zo leerde ik het platteland van Mexico stad langzaam maar beter kennen, net als trouwens de aard en de manier van zijn van de dorpelingen. Ik moet zeggen dat veel van hun gedrag weg had van wat ik kende uit mijn eigen stadsdorp Oss waar toen nog veel boerengezinnen woonden.

Een van de cowboys in San Miguel R. (september 1979)

Een opvallend verschil was de armoede en de geslotenheid van zijn bewoners. Of dat nu was omdat ik een buitenstaander ben of dat het met de indiaanse mentaliteit te maken heeft,  is moeilijk te zeggen. Veel bewoners van San Miguel R. hebben nog duidelijk indiaanse trekken. Ze stammen af van de Otomi, die ooit hun eigen taal spraken. Sommigen in het dorp en tot in de verre omtrek spreken nog de taal maar dat zal toch niet lang meer zijn, vrees ik.

Twee cowboys en hun paarden in San Miguel R. (september 1979)

“The two most populous groups are the Highland or Sierra Otomí living in the mountains of La Huasteca and the Mezquital Otomí, living in the Mezquital Valley in the eastern part of the state of Hidalgo, and in the state of Querétaro. Sierra Otomí usually self-identify as Ñuhu or Ñuhmu depending on the dialect they speak, whereas Mezquital Otomi self-identify as Hñähñu (pronounced [ʰɲɑ̃ʰɲũ]).

Smaller Otomi populations exist in the states of Puebla, Mexico, Tlaxcala, Michoacán and Guanajuato. The Otomi language belonging to the Oto-Pamean branch of the Oto-Manguean language family is spoken in many different varieties some of which are not mutually intelligible.

One of the early complex cultures of Mesoamerica, the Otomi were likely the original inhabitants of the central Mexican altiplano before the arrival of Nahuatl speakers around ca. 1000 CE, but gradually they were replaced and marginalized by Nahua peoples. In the early colonial New Spain period, Otomi speakers helped the Spanish conquistadors as mercenaries and allies, which allowed them to extend into territories that had previously been inhabited by semi-nomadic Chichimecs, for example Querétaro and Guanajuato.

The Otomi traditionally worshipped the moon as their highest deity, and even into modern times many Otomi populations practice shamanism and hold prehispanic beliefs such as Nagualism. Otomies traditionally subsisted on maize, beans and squash as most Mesoamerican sedentary peoples, but the Maguey (Century Plant) was also an important cultigen used for production of alcohol (pulque) and fiber (henequen).” https://en.wikipedia.org/wiki/Otomi_people