Posts tonen met het label toerisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label toerisme. Alle posts tonen

woensdag 4 maart 2026

MEXICO: VAN BOERENDORP NAAR MAGISCH DORP

Plattegrond van het "park van de Zalm" in San Miguel Regla. Linksonder het grote meer met bootjes en kabelbanen. Rechts het meer voor het kweken van zalm. In de rode cirkel zijn restaurants. Links de zwembaden voor kinderen en ouderen. Daarnaast zijn er nog allerlei kleinere attracties. Entreegeld is ongeveer € 5,- per persoon.


Wat moet een dorpje in de bergen van Mexico doen opdat zijn ongeveer 70 boerengezinnen en nog wat kleine ondernemers het beter krijgen? De landbouw is kleinschalig en als bedrijfsvoering onrendabel. 


Het ontbreekt aan landbouwkennis, geld en kredieten en middelen om de landbouw winstgevender te maken. De stukjes grond zijn goed om er wat voor eigen gebruik op te bouwen (maïs en bonen) maar voor een beter inkomen moet je weg uit het dorp, naar de grootstad of verder weg naar bijvoorbeeld Noord Amerika.




Ik weet niet precies hoe lang geleden, misschien wel 20 jaar, kwam een overheidsdienst van de staat Hidalgo op het idee om in het dorp samen met andere nabij gelegen pitoreske dorpen een project ter bevordering van het toerisme te beginnen. 


Er zijn kleine muziekgroepjes die voor een kleine vergoeding verzoeknummers aan je tafel spelen. 

De omstandigheden waren er naar. De nabij gelegen hoofdstad Pachuca van de staat Hidalgo groeide als kool. De gedachte was dat de nieuwe inwoners in de weekeinden graag de bergen in zullen trekken om zich te ontspannen, frisse neus te te halen en rust te krijgen. 


De menukaart


Het dorpje beschikt over het voordeel dat er al een tot luxe hotel omgebouwde hacienda is, dat het in de bergen ligt met een stuwmeer dat niet meer gebruikt wordt door de elektriciteitsmaatschappij en dat de boerengemeenschap beschikt over een flink bos met twee grote natuurlijke meren.


Jonge - smachtende - liefde in het park.


De dorpsraad stemt in met het idee van het ministerie voor toerisme dat het bos met de meren een park voor toeristen wordt. Vanaf dat moment wordt met hulp van overheidsinstanties het dorp onder de naam “Magisch Dorp” (Pueblo Magico) omgesmeed tot een toeristisch trekpleister met het park als centrum voor recreatie.


Bij Don Gustavo kun je een paard huren voor een rit door het bos.


In het park komen allerlei activiteiten waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de aanwezige natuurlijke mogelijkheden. In een van de meren wordt een kweekvijver voor zalm aangelegd. Er komen in cirkelvorm gebouwde restaurants die gerechten met vers gevangen zalm aanbieden, er komen bootjes op te meren, boven de meren een kabelbaan, er worden paarden verhuurd en motoren op 4 wielen, er komen zwembaden, een kinderbad met gezellige winkeltjes enz. enz.


Het kinderbad is nog weinig bezocht. Het water is nog te koud.


De kleine boeren bouwen her en der op hun land kleine hotelletjes voor de bezoekers van het park. Kortom, het park wordt een centrum voor werk en inkomen voor de plaatselijke bevolking. Met de groei van de nabijgelegen hoofdstad Pachuca komt het toerisme op gang. San Miguel verandert langzaam maar zeker van een boerendorp in een toeristen dorp. De toekomst zal leren of dit een duurzame ontwikkeling is.


Een van de gezellige winkeltjes bij het zwembad waar je ook wat kunt drinken.



vrijdag 29 augustus 2025

54. MEXICAANSE VERTELLINGEN. TOERISME

Huasca gelegen in de staat Hidalgo, niet ver van San Miguel. Ingekleurde zwart-wit foto van petrus. 1976.

 

Dan schakelt zijn vader als om het verdriet en de tragiek achter zich te laten, over naar een ander verhaal. Er is onlangs een belangrijke vrouw van het ministerie van toerisme op bezoek geweest in het dorp. Ze is begonnen bij de burgemeester waar hij als afgevaardigde van de ejido bij aanwezig was. 


Ze vertelde over een plan om in hun streek het toerisme te gaan bevorderen. Pachuca zal uitgroeien tot een miljoenenstad zo wordt voorspeld. De bewoners zullen in de weekeinden zich buiten de stad in de nabije omgeving willen ontspannen. Volgens deskundigen lenen de dorpen hier in de bergen zich daarvoor prima. 


Het idee is om van het grote meer bij de hacienda tezamen met het omliggende bos een recreatiepark te maken dat beheerd wordt door de leden van de ejido. Ideeën over de aanpak en de benodigde investeringen door het ministerie zijn al ver gevorderd.


Een gedeelte van het meer kan samen met de beek gebruikt worden voor een zalmkwekerij. De zalm kan ter plekke worden klaar gemaakt en gegeten in restaurants die aan de oever van het meer gebouwd worden. Het meer is geschikt om er met kleine bootjes en kano’s op te varen.


In het midden van het bos komt een kiosk te staan met daar omheen kleine winkels waar je eten, drinken, souvenirs en zwembenodigdheden kunt kopen. Er komt een groot zwembad met zonneweiden. Wanneer het project eenmaal loopt kunnen er nog altijd nieuwe attracties bijgebouwd worden.


Een deel van de toeristen zal willen overnachten. Het zou daarom goed zijn als het dorp daarin kan voorzien. Het is de bedoeling dat de boeren zelf hotelletjes, B&B's enz. bouwen zodat de opbrengsten bij henzelf terecht komen. Het park zal daarentegen door de ejido beheerd worden.


Ramon vertelt dat hij daarna meteen alle leden van de ejido bij elkaar heeft geroepen om over de plannen te praten. Dat was niet gemakkelijk. Net als hijzelf, wantrouwen de boeren de plannen van de regering. Er zijn al zo vaak beloftes gedaan en er is nooit iets van terecht gekomen. Waarom zou dat nu ineens anders zijn? 


Ze willen boter bij de vis. Het ministerie moet niet alleen met plannen maar ook met geld komen en dan is de vraag in welke vorm komt dat geld. Worden het leningen waar ze vervolgens jaren, zo niet generaties lang over zullen doen om die terug te betalen? Of zijn er nog andere mogelijkheden voor het verstrekken van geld? Niemand die het weet.


De meesten denken ondanks alles dat het een bruikbaar plan. Op die manier kunnen het meer en het bos eindelijk ook wat geld opbrengen voor het dorp. Maar ze willen wel eerst weten wat precies de financiële plannen zijn van het ministerie en welke toeristische voorzieningen zij op het oog hebben. Het besluit is om af te wachten waar het ministerie precies mee komt en dan verder te praten.


woensdag 21 juni 2023

5. OVERLEVINGSLANDBOUW BIJ INHEEMSE BEVOLKING IN MEXICO

 

De VN organisatie UNICEF stichtte in inheemse dorpsgemeenschappen centra waarin jongen vrouwen traditionele kleding konden weven eventueel voor verkoop op de markt aan voornamelijk toeristen.

Extreme voorbeelden van armoede als gevolg van overlevingslandbouw trof ik aan onder de inheemse bevolking van Mexico.

In de zuidelijke staten Oaxaca en Chiapas van Mexico wonen verschillende inheemse stammen elk met hun eigen taal en cultuur verspreid over een groot gebied. Sommigen wonen heel hoog in de bergen anderen in de jungle in kleine dorpsgemeenschappen die met paden en zandwegen verbonden zijn met in de nabijheid gelegen stadjes en steden.

Hun landbouw is die van de schaarste met als gevolg ondervoeding en ziektes, vooral bij kinderen. Het VN kinderfonds UNICEF begon tientallen jaren geleden diverse projecten om de inheemse bevolking te helpen bij o.a. het opzetten van groentetuinen, ter diversificatie van hun eetpatroon, gezondheids voorlichting, radiocommunicatie in de taal van de gemeenschappen enz. 


Dit inheemse meisje verkoopt zelf gemaakt parasols op terrassen in de stad.


In de landbouw overlevingseconomie was de verkoop van de met de hand geweven stoffen door de vrouwen een uitkomst. Zij brachten de stoffen naar de dichtstbij zijnde markt en winkels in de omliggende stadjes die ze op hun beurt door verkochten aan klanten waaronder nationale en internationale toeristen.

Dankzij dat toerisme  groeide de vraag naar inheemse producten zodat de inheemse bevolking meer ging produceren voor die markt. Op een gegeven moment trokken toeristen in bussen naar de dorpen om met eigen ogen de inheemse bevolking te zien en te fotograferen.

Een traditionele zweefdans is een soort circus act geworden.


De prijs van deze ontwikkeling is de langzame teloorgang van de eigen cultuur en dorpsgemeenschap. Sommige dorpen kregen dat door. Zo verboden de Chamula's foto's te maken in hun dorp. 

Door politieke corruptie en brutaal geweld van inhalige grootgrondbezitters verloor de inheemse bevolking niettemin letterlijk meer grond. Grootgrondbezitters met hun politieke handlangers drongen de kleine dorpsgemeenschappen steeds verder de oerwouden in en de bergen op.

De Mexicaanse inheemse bevolking heeft nog het geluk dat ze door hun afzondering en isolement hun oorspronkelijk cultuur min of meer hebben weten te behouden, waardoor ze in staat zijn om hun eigen kenmerkende kleding, sieraden enz. te maken en te verkopen. Met de opbrengst kunnen ze noodzakelijke goederen voor hun huishouding enz. aanschaffen. Maar het is en blijft een armoede met als basis overlevingslandbouw.

woensdag 14 juni 2023

KLEINSCHALIGE LANDBOUW 4. SAN MIGUEL REGLA

 

Deze foto is van een campesino, een overlevingslandbouwer, met zijn gezin staand voor hun lemen huisje in het veld. De foto is in 1978 gemaakt.

Om kennis en ervaring op te doen met landbouw op kleine schaal zou de Wageningse huisfilosoof Michiel Korthals een tijdje moeten gaan wonen in het Mexicaanse dorpje San Miguel Regla in de gemeente Huasca in de bergen ten noorden van Mexicostad op ongeveer anderhalf uur rijden. Dat dorpje is een voorbeeld van de lotgevallen van boeren die moeten leven van “kleinschalige” of “overlevingslandbouw.

Die overlevingslandbouw gaat terug tot de Mexicaanse revolutie van 1917 -1920 en ver daarvoor.  De Mexicaanse revolutie was een boerenopstand tegen de grootgrondbezitters die hun toch al enorme suikerplantages uitbreidden ten koste van de grond van de dorpsgemeenschap. Dorpsgemeenschappen werden daardoor nog armer.

De revolutie ontmantelde haciënda’s en herstelde het eigendomsrecht van de dorpen op hun gemeenschappelijke grond en gaven hun bij wet het recht op zelfbeslissing over het gebruik van de grond behalve verkoop. Maar aangezien de revolutionaire regering niets ondernam om landbouw te moderniseren door middel van landbouwonderwijs, ruilverkaveling, kredietverlening, beter zaaigoed, mogelijkheden tot vermarkting, kunstmest enz. zakten de dorpen weer weg in armoede. Armoede die in de loop van de jaren alleen maar erger werd als gevolg van de verdeling van de grond onder kinderen.

Hun huizen zijn onveranderd gebouwd van houten palen met daartussen muren van leem vermengd met stro. De vloeren zijn van zand, het dak van stro, riet en enkele zelf gebakken pannen. Behalve een, bed, een tafel en enkele zelf gemaakte stoelen is er geen huisraad. De weinige kleren die men heeft, hangen aan spijkers in de muur.

De muren worden met kalk gewit als bescherming tegen zon en gedierte. Om het huis lopen kippen, een paar geiten en een enkele koe. Wat verderop staat een veld met maïs, bedoeld voor meel ter bereiding van de dagelijkse tortilla, volksvoedsel nummer een in Mexico.


De grond tussen de aangeplante maïs wordt met hulp van twee trekpaarden bewerkt. Dat de productiviteit laag is spreekt vanzelf, zeker als je weet dat er geen geld is voor soorten maïs die meer opbrengen en voor kunstmest die de opbrengst per hectare groter zou kunnen maken.
 

Het zal duidelijk zijn dat de ongeveer 50 gezinnen in het dorp niet genoeg hebben om zelfs maar minimaal van te leven. Iedereen probeert dus op een of andere manier bij te verdienen, hoe gering ook.

Een van de bijverdiensten is je paard verhuren aan de bezoekers van het hotel midden in het dorp, een voormalige Hacienda waar zilver werd gewassen dat gewonnen werd in verderop gelegen mijnen. Sommigen hadden het geluk ooit in de zilvermijn te werken.

Zo ook de oom van mijn vriend. Maar de mijn die al sinds de Spaanse kolonisatie bestond, was uitgeput en ging dicht. De oom werd werkloos en viel noodgedwongen terug op overlevingslandbouw op zijn stukje gemeenschapsgrond. Zijn schaarse spaargeld dankzij de zilvermijn verdween als sneeuw voor de zon toen zijn vrouw kanker kreeg. De kostbare behandeling kon niet voorkomen dat ze binnen de kortste keren stierf.

De gebouwen van de Hacienda met aanliggend meer, die tijdens de Mexicaanse revolutie van 1917-1919 officieel overgedragen werden de dorpsgemeenschap, kwam op dubieuze wijze in handen van een vereniging van artsen uit Mexicostad (Mexico is een van de meest corrupte landen in de wereld).  Die maakten er een clubhotel met restaurant van. Zodoende kwamen er in het dorp mogelijkheden voor een kleine bijverdienste in de vorm van verhuur van paarden aan de bezoekers, schoonmaaksters, bedienden enz. Veel was het niet en het dorp bleef arm.


Een opa met zijn twee kleinkinderen hoedt de koeien een eindje buiten het dorp. De enkele koe dient vooral om het schamele dieet van een campesino gezin aan te vullen met wat melk van de koe.


Op initiatief van de overheid kwam er voor de gehele regio een plan voor de ontwikkeling van recreatietoerisme voor de bevolking uit de intussen uit de kluiten gewassen hoofdstad Pachuca van de staat Hidalgo. Die stad kende sinds de jaren zestig een bevolkingsexplosie als gevolg van de trek van het platteland naar de stad, op gang gebracht door de armoede.

Een deel van de dorpsgronden waaronder ook het meer van de hacienda (dankzij hulp van buiten kreeg de gemeenschap het meer met omliggend bos weer in handen) werd een recreatiepark in eigendom en beheer van de dorpsgemeenschap bestaande uit ongeveer 50 boerengezinnen. Het hart van het park is het meer met daar omheen bossen, restaurants waar je op lokale wijze gekweekte forellen kunt eten, een zwembad met glijbaan en kleine winkeltjes die door de vrouwen van de boeren beheerd worden.

De regio wordt gepromoot door de overheid onder de naam van Pueblo’s Magicos (betoverde dorpen), een marketing concept bedacht om toeristen uit Pachuca en verder te lokken. Het plan werkt min of meer en het dorp kreeg zowaar extra inkomsten. Geen inkomsten om over naar huis te schrijven maar toch een zekere verbetering ten opzichte van vroeger.

De overlevingslandbouw verdween naar de achtergrond. Men zette op zijn lap grond kleine vakantiehuisjes, legde een zwembad aan of begon een restaurant. Deze of gene verbouwt nog wat maïs maar moet vaststellen dat het financieel en het werk zelf niet de moeite waard is. De opbrengst staat tot geen verhouding van de kosten en de inspanningen.