Posts tonen met het label kleinschalige landbouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kleinschalige landbouw. Alle posts tonen

woensdag 14 juni 2023

KLEINSCHALIGE LANDBOUW 4. SAN MIGUEL REGLA

 

Deze foto is van een campesino, een overlevingslandbouwer, met zijn gezin staand voor hun lemen huisje in het veld. De foto is in 1978 gemaakt.

Om kennis en ervaring op te doen met landbouw op kleine schaal zou de Wageningse huisfilosoof Michiel Korthals een tijdje moeten gaan wonen in het Mexicaanse dorpje San Miguel Regla in de gemeente Huasca in de bergen ten noorden van Mexicostad op ongeveer anderhalf uur rijden. Dat dorpje is een voorbeeld van de lotgevallen van boeren die moeten leven van “kleinschalige” of “overlevingslandbouw.

Die overlevingslandbouw gaat terug tot de Mexicaanse revolutie van 1917 -1920 en ver daarvoor.  De Mexicaanse revolutie was een boerenopstand tegen de grootgrondbezitters die hun toch al enorme suikerplantages uitbreidden ten koste van de grond van de dorpsgemeenschap. Dorpsgemeenschappen werden daardoor nog armer.

De revolutie ontmantelde haciënda’s en herstelde het eigendomsrecht van de dorpen op hun gemeenschappelijke grond en gaven hun bij wet het recht op zelfbeslissing over het gebruik van de grond behalve verkoop. Maar aangezien de revolutionaire regering niets ondernam om landbouw te moderniseren door middel van landbouwonderwijs, ruilverkaveling, kredietverlening, beter zaaigoed, mogelijkheden tot vermarkting, kunstmest enz. zakten de dorpen weer weg in armoede. Armoede die in de loop van de jaren alleen maar erger werd als gevolg van de verdeling van de grond onder kinderen.

Hun huizen zijn onveranderd gebouwd van houten palen met daartussen muren van leem vermengd met stro. De vloeren zijn van zand, het dak van stro, riet en enkele zelf gebakken pannen. Behalve een, bed, een tafel en enkele zelf gemaakte stoelen is er geen huisraad. De weinige kleren die men heeft, hangen aan spijkers in de muur.

De muren worden met kalk gewit als bescherming tegen zon en gedierte. Om het huis lopen kippen, een paar geiten en een enkele koe. Wat verderop staat een veld met maïs, bedoeld voor meel ter bereiding van de dagelijkse tortilla, volksvoedsel nummer een in Mexico.


De grond tussen de aangeplante maïs wordt met hulp van twee trekpaarden bewerkt. Dat de productiviteit laag is spreekt vanzelf, zeker als je weet dat er geen geld is voor soorten maïs die meer opbrengen en voor kunstmest die de opbrengst per hectare groter zou kunnen maken.
 

Het zal duidelijk zijn dat de ongeveer 50 gezinnen in het dorp niet genoeg hebben om zelfs maar minimaal van te leven. Iedereen probeert dus op een of andere manier bij te verdienen, hoe gering ook.

Een van de bijverdiensten is je paard verhuren aan de bezoekers van het hotel midden in het dorp, een voormalige Hacienda waar zilver werd gewassen dat gewonnen werd in verderop gelegen mijnen. Sommigen hadden het geluk ooit in de zilvermijn te werken.

Zo ook de oom van mijn vriend. Maar de mijn die al sinds de Spaanse kolonisatie bestond, was uitgeput en ging dicht. De oom werd werkloos en viel noodgedwongen terug op overlevingslandbouw op zijn stukje gemeenschapsgrond. Zijn schaarse spaargeld dankzij de zilvermijn verdween als sneeuw voor de zon toen zijn vrouw kanker kreeg. De kostbare behandeling kon niet voorkomen dat ze binnen de kortste keren stierf.

De gebouwen van de Hacienda met aanliggend meer, die tijdens de Mexicaanse revolutie van 1917-1919 officieel overgedragen werden de dorpsgemeenschap, kwam op dubieuze wijze in handen van een vereniging van artsen uit Mexicostad (Mexico is een van de meest corrupte landen in de wereld).  Die maakten er een clubhotel met restaurant van. Zodoende kwamen er in het dorp mogelijkheden voor een kleine bijverdienste in de vorm van verhuur van paarden aan de bezoekers, schoonmaaksters, bedienden enz. Veel was het niet en het dorp bleef arm.


Een opa met zijn twee kleinkinderen hoedt de koeien een eindje buiten het dorp. De enkele koe dient vooral om het schamele dieet van een campesino gezin aan te vullen met wat melk van de koe.


Op initiatief van de overheid kwam er voor de gehele regio een plan voor de ontwikkeling van recreatietoerisme voor de bevolking uit de intussen uit de kluiten gewassen hoofdstad Pachuca van de staat Hidalgo. Die stad kende sinds de jaren zestig een bevolkingsexplosie als gevolg van de trek van het platteland naar de stad, op gang gebracht door de armoede.

Een deel van de dorpsgronden waaronder ook het meer van de hacienda (dankzij hulp van buiten kreeg de gemeenschap het meer met omliggend bos weer in handen) werd een recreatiepark in eigendom en beheer van de dorpsgemeenschap bestaande uit ongeveer 50 boerengezinnen. Het hart van het park is het meer met daar omheen bossen, restaurants waar je op lokale wijze gekweekte forellen kunt eten, een zwembad met glijbaan en kleine winkeltjes die door de vrouwen van de boeren beheerd worden.

De regio wordt gepromoot door de overheid onder de naam van Pueblo’s Magicos (betoverde dorpen), een marketing concept bedacht om toeristen uit Pachuca en verder te lokken. Het plan werkt min of meer en het dorp kreeg zowaar extra inkomsten. Geen inkomsten om over naar huis te schrijven maar toch een zekere verbetering ten opzichte van vroeger.

De overlevingslandbouw verdween naar de achtergrond. Men zette op zijn lap grond kleine vakantiehuisjes, legde een zwembad aan of begon een restaurant. Deze of gene verbouwt nog wat maïs maar moet vaststellen dat het financieel en het werk zelf niet de moeite waard is. De opbrengst staat tot geen verhouding van de kosten en de inspanningen. 


woensdag 31 mei 2023

KLEINSCHALIGE LANDBOUW 2. PLATTELANDS ROMANTIEK

Door het systeem van grondbezit komt in veel dorpen in Mexico veel kleinschalige landbouw voor. Dat betekent  dat vrouw en kinderen moeten helpen bij het zaaien en oogsten. Door gedwongen biologische landbouw, er is geen geld voor bestrijdingsmiddelen of kunstmest, is de opbrengst laag per hectare en derhalve ook de productiviteit van het gezin. Het resultaat is armoede tenzij een van de gezinsleden een inkomen kan verwerven uit een andere bijkomende activiteit en dan nog blijft de armoede.

De gepensioneerde Wageningse huisfilosoof  Michiel Korthals wil af van de moderne landbouw want dat vreet stroom en die moet ergens opgewekt worden, zegt hij in een interview in het Financieele Dagblad.

Hij zoekt daarom naar een andere minder energie-intensieve vorm van landbouw. In zijn woonplaats Laren doet hij aan kleinschalige akkerbouw waar hij op gemeenschappelijke grond met andere vrijwilligers graan verbouwt voor lokale bakkers. 

Maar wat is kleinschalige landbouw? Moet je er met een gezin van kunnen leven, je zorgpremie betalen en je huis kunnen aflossen? Dan moet het rendabel zijn, d.w.z. genoeg verdienen om de kosten van zaaigoed, land, mest en andere bewerkingen te betalen plus de kosten voor het onderhoud van een gezin en hun woning. Hoeveel melkkoeien, hoeveel hectare akkerbouw of bloementeelt is daarvoor nodig? 

Ik heb in mijn vorige blog verteld over een vriend die als afgestudeerd bioloog in de jaren zeventig van de vorige eeuw onderzocht of je als gezin min of meer kunt leven van wat je zelf met je blote handen - geen tractor enz. - op een stuk land verbouwt aangevuld met wat scharrelkippen en varkens. Het ging tot op zekere hoogte totdat zijn vrouw ziek werd. Toen werd hij weer voltijds leraar aan de middelbare school.

Het was een romantisch idee waar in die tijd veel over gepraat werd maar weinigen de moed hadden om het uit te proberen. Korthals wordt gedreven door dezelfde romantiek. Het is het verlangen  naar een harmonieus bestaan met de natuur, te leven in eenvoud en bescheidenheid. Dat verlangen steekt van tijd tot tijd de kop op. Ik denk als reactie op het industriële, stedelijke leven met zijn massaproductie en consumptie, waar tijd geld is geworden. 

Het is het oeroude verlangen naar het paradijs dat gek genoeg vaak de kop opsteekt bij socialisten. Uit die hoek kwamen de bedenkers van de coöperatie als een manier om terug te keren naar een vorm van samenleven waar productie en gemeenschapszin samenvallen. 

De Nederlandse schrijver Frederik van Eeden (1860-1932) op zijn  beurt geïnspireerd door het boek "Walden" van de Amerikaanse schrijver Thoreau stichtte  de kolonie Walden die bijna 10 jaar stand hield.

"Ik heb al lang mijn huis te groot gevonden en mijn leven te verkwistend. Ik verteer meer dan 6000 ‘sjaars en ik weet niet waaraan. Dat opeten van wat anderen zoo moeitevol voortbrengen, gaat mij verdrieten. Nu ga ik een stukje grond koopen, daarop een klein huis zetten, mijn huishouden bezuinigen en van mijn grond zien te halen wat er door overleg en werk van te halen is. Dan zal ik geld overhouden, en daarvan wil ik laten leven wie hetzelfde leven met mij wil deelen, maar die er nu niet toe in staat is omdat hij zich niet vrij kan koopen van de maatschappij.

Ik heb nu al een complot van vier jonge mannen, allen met veel talent, twee getrouwd, die dolgraag bereid zijn met mij samen te werken. Een sober buitenleven, handen-arbeid en studie. Geen geldmakerij meer, de band met het kapitaal zoo klein mogelijk, de eigen voortbrenging zoo groot mogelijk. Ik zal trachten de grond machtig te worden. Vrij, zonder hypotheek of schulden natuurlijk. We beginnen met de eenvoudigste woningen en langsaam aan.” (Brief van van Eeden aan Henri Borell in 1898)


Als je de ravage ziet die de consumptiemaatschappij soms grootschalig aanricht in onze samenleving dan is zo een romantische vlucht naar achteren, naar het hutje op de hei met wat schapen, een groentetuintje en bij kaarslicht een goed boek lezen begrijpelijk maar daarom nog niet realistisch.

Miljoenen mensen in Afrika, Latijns Amerika en Azië leven noodgedwongen van "kleinschalige" landbouw maar dan wel zo kleinschalig dat ze in armoede leven of liever gezegd overleven. Ze zijn overgeleverd aan de grillen van het weer en de natuur en niet te vergeten onverwachte ziektes en ongelukken. Het is overlevingslandbouw of volgens de boeken subsistentie landbouw. Wie van nabij ziet hoe zwaar en uitzichtloos zulk een leven is, bedenkt zich wel twee keer om aan zoiets te beginnen.

Het is een ware strijd om te overleven zonder ooit enig vooruitzicht te hebben op een wat veiliger en zekerder bestaan. Dood en ziekte loeren als het ware 24 uur per dag zeven dagen van de week om de hoek. Het is geen wonder dat velen van deze overlevingslandbouwers met hun gezin vluchten naar de stad waar in ieder geval voorzieningen zijn voor een beter leven. Maar ellendig genoeg komen de meesten terecht in krottenwijken.

Deze rurale misère is het gevolg van het gebrek aan belangstelling onder politieke leiders en de elite voor het lot van de plattelandsbevolking. Ze steken er geen geld en moeite in en laten ze maar een beetje heen modderen. 

Er is geen, te weinig of slecht landbouw onderwijs, er zijn geen kredieten voor zaaigoed en kunstmest, geen kredieten voor de aanschaf van machines, geen marktvoorzieningen (veilingen), geen bedrijven die hun producten verwerken enz. Er zijn geen boerenbanken die hen verder willen helpen. Er is geen ruilverkaveling om productie efficiënter kan maken.  Het gevolg is te lage productiviteit en te weinig productiemiddelen en dus misère.
 

woensdag 24 mei 2023

106. KLIMAAT ZIN EN ONZIN. KLEINSCHALIGE LANDBOUW 1; LANDARBEIDERSWONING

Volgens Michiel Korthals, emeritus hoogleraar aan Wageningen University & Research, is de toekomst van de Nederlandse landbouw kleinschalig, lokaal en biologisch. Kleinschlig betekent lage productiviteit en lag productiviteit betekent armoede tenzij je voor je producten huizenhoge prijzen kunt vragen; Tomaten van €10, - per stuk of zoiets.

 

De Wageningse huisfilosoof  Michiel Korthals is een prominent denker rond de ethiek van voeding en landbouw. Hij pleit voor een kleine veestapel, meer lokaal voedsel te eten en in te zetten op kleinschalige landbouw zonder kunstmest en pesticiden.

Dit is een eigentijdse versie van het vroegere hutje op de hei, de tevreden tuinkabouter, allemaal romantiek die doet denken aan het verloren paradijs. Goed bedoeld maar totaal buiten de hedendaagse werkelijkheid. Niettemin heeft hij veel volgelingen. Ik zie ze bijna dagelijks op Facebook voorbij komen met hun petities voor biologische of kleinschalige landbouw.

Niet om het een of ander maar ik heb een vriend, bioloog opgeleid in Nijmegen die dit al geprobeerd heeft in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Na een korte loopbaan als leraar verkocht hij have en goed voor goed geld en kocht daarvoor in Friesland zoveel mogelijk grond en zo weinig mogelijk huis, d.w.z.  een kleine landarbeiderswoning. Dat kon toen nog in Friesland.

Hij was vastbesloten om te gaan leven van hetgeen grond en vee opbrengen. Hij en zijn vrouw begrepen meteen dat het een eenvoudig moest zijn. Ze sloopten de centrale verwarming uit het toch al eenvoudige huisje. Om gedekt te zijn tegen ziekte en erger ongemak bleef hij een paar uren per week les geven.

Ze hebben het enkele jaren met noeste arbeid in zeer eenvoudige omstandigheden vol gehouden. Ze slachtten zelf hun varkens. Ze hadden een grote moestuin. Hakten hout voor hun kachel, zaaiden granen enz. Toen sloeg het noodlot toe en werd zijn vrouw getroffen door een zware hernia. Zij was als werkkracht op de kleinschalige boeren bedoening uitgeschakeld. Geld om iemand in te huren was er niet.

Plotseling was het gedaan met het moedige experiment. Er zat voor onze keuterboer niets anders op dan een volledige baan als leraar te nemen om zodoende in het onderhoud van het gezin bestaande uit man, vrouw en 2 kinderen, te voorzien. Varkens werden de deur uit gedaan. De landbouwactiviteiten gestaakt. Beiden gingen weer werken in het onderwijs.

Hij vond een nieuwe uitdaging in de verbouw van zijn huis en de aanplant van een prachtig bos bestaande uit vele soorten bomen. Zijn huis werd zijn nieuwe project, een architectonisch kunstproject. Geen gladde moderne materialen, namaak schouw, namaak houten balken enz. Nee, alles werd gebouwd met sloopmateriaal uit kloosters, oude kerken en gebouwen. Een huis vol nostalgie naar de romantiek van vroeger waar hout nog hout was, natuursteen enz.