Posts tonen met het label overlevingslandbouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label overlevingslandbouw. Alle posts tonen

woensdag 28 juni 2023

6. OVERLEVINGSLANDBOUW BIJ INDIGENAS IN COSTA RICA

 

Moeder en dochter poseren in hun hut. Links staat een hard planken bed, rechts een paar schoenen, links boven twee kalebassenvoor water of andere dranken. De hut is ter bescherming tegen ongedierte en koude van binnen beplakt met kranten. (Reserva indigena Ujarras en Salitre)


De zucht naar een paradijselijk leven van genoeg is genoeg en een boterham met tevredenheid steekt telkens de kop op in Nederland. De rijkdom en welvaart die we door de eeuwen hebben opgestapeld maakt sommigen zenuwachtig. Er zijn mensen die er een schuldgevoel van krijgen.

In het Brabants dagblad las ik een kort bericht over een filosoof die de overdaad te gortig is geworden en nu zijn heil zoekt in een eenvoudig leven in een huis met een groententuin, wat kippen en zelf gebakken brood. Een nobel streven wat werkt zo lang alles meezit. Ziekte en andere tegenslagen moeten wel achterwege blijven anders wordt het miserie.

Voor zware miserie moet je elders zijn. Ik heb al verteld over het miserabele leven van de indigenas (inheemse bevolking) in Chiapas en Oaxaca in Mexico waar dankzij een ontwikkelingsprogramma van UNICEF stapsgewijs wat aan gedaan wordt. Een nog schrijnender geval van miserie en armoede heb ik leren kennen dankzij een vakbondsleider van de Christelijke Boerenbond in Costa Rica.


Vader en moeder met vier kinderen poseren voor hun hut. (reserva indigena Ujarras en Salitre)

Zoiets verwacht je trouwens niet in Costa Rica dat voor Latijns Amerikaanse begrippen een stabiel, democratisch land is zonder leger. Natuurlijk is er ook in Costa Rica armoede. Vooral op het platteland waar de boerengezinnen moeten leven van te weinig grond en met te weinig middelen ter verhoging van de productie. Maar daar wordt aan gewerkt door overheid en een VN ontwikkelingsprogramma en de Internationale Arbeidsorganisatie.

Waar niet aan gewerkt wordt, behalve dan door de christelijke boerenbond, is de verbetering van het lot van de inheemse bevolking in het zuiden van Costa Rica bij het stadje Buenos Aires. In het stadje wonen overwegend afstammelingen van blanke kolonisten uit de Spaanse tijd.

Een enkele keer kom je in de straten van het stadje een man of vrouw van inheemse afkomst tegen. Die wonen verderop, de zandweg naar Ujarras af, in een nog niet lang geleden toegekend reservaat. Ze wonen in stamverband midden in de jungle in hutten die nog volgens de overlevering zijn gebouwd. Voor de rest is hun cultuur verloren gegaan.


Moeder en dochter onderweg in het reservaat. (Reserva Ujarras en Salitre)
 

Ze leven van overlevingslandbouw wat in hun geval wil zeggen dat ze her en der in de jungle plek hebben gemaakt om koffiestruiken te planten, hier en hier daar een klein bos hebben aangelegd van bananenbomen ( Costa Rica heeft de grootste bananenplantages van Midden Amerika). Ze houden wat varkens, kippen en een enkele koe rond hun hut  erop na en dat is het.

Koffie en bananen verkopen ze aan de blanken in Buenos Aires zodat ze af en toe geld hebben. Ze krijgen steevast een te lage prijs voor hun producten omdat de blanken weten dat ze hun koffie en bananen bij gebrek aan eigen vervoer nergens anders kwijt kunnen.

De levensomstandigheden van deze groep, die bestaat uit een tiental hutten, zijn dan ook navenant. Het kost me dan ook geen enkele moeite om hun armoede of liever misère in beeld te brengen. Ik maak links en rechts foto’s die ze ondergaan zoals ze alles wat hun leven aangaat al generaties lang ondergaan.

Joaquin van de boerenbond probeert hun samen met een collega - een kleine koffieboer -  te leren hun lot in eigen hand te nemen. Ze helpen de gemeenschap met de kleine beetjes die ze hebben want ook zij als boerenbond hebben weinig te makken. Het komt in de buurt van lammen die blinden helpen. Ontwikkelingshulp op rudimentair niveau maar wel met liefde.

woensdag 21 juni 2023

5. OVERLEVINGSLANDBOUW BIJ INHEEMSE BEVOLKING IN MEXICO

 

De VN organisatie UNICEF stichtte in inheemse dorpsgemeenschappen centra waarin jongen vrouwen traditionele kleding konden weven eventueel voor verkoop op de markt aan voornamelijk toeristen.

Extreme voorbeelden van armoede als gevolg van overlevingslandbouw trof ik aan onder de inheemse bevolking van Mexico.

In de zuidelijke staten Oaxaca en Chiapas van Mexico wonen verschillende inheemse stammen elk met hun eigen taal en cultuur verspreid over een groot gebied. Sommigen wonen heel hoog in de bergen anderen in de jungle in kleine dorpsgemeenschappen die met paden en zandwegen verbonden zijn met in de nabijheid gelegen stadjes en steden.

Hun landbouw is die van de schaarste met als gevolg ondervoeding en ziektes, vooral bij kinderen. Het VN kinderfonds UNICEF begon tientallen jaren geleden diverse projecten om de inheemse bevolking te helpen bij o.a. het opzetten van groentetuinen, ter diversificatie van hun eetpatroon, gezondheids voorlichting, radiocommunicatie in de taal van de gemeenschappen enz. 


Dit inheemse meisje verkoopt zelf gemaakt parasols op terrassen in de stad.


In de landbouw overlevingseconomie was de verkoop van de met de hand geweven stoffen door de vrouwen een uitkomst. Zij brachten de stoffen naar de dichtstbij zijnde markt en winkels in de omliggende stadjes die ze op hun beurt door verkochten aan klanten waaronder nationale en internationale toeristen.

Dankzij dat toerisme  groeide de vraag naar inheemse producten zodat de inheemse bevolking meer ging produceren voor die markt. Op een gegeven moment trokken toeristen in bussen naar de dorpen om met eigen ogen de inheemse bevolking te zien en te fotograferen.

Een traditionele zweefdans is een soort circus act geworden.


De prijs van deze ontwikkeling is de langzame teloorgang van de eigen cultuur en dorpsgemeenschap. Sommige dorpen kregen dat door. Zo verboden de Chamula's foto's te maken in hun dorp. 

Door politieke corruptie en brutaal geweld van inhalige grootgrondbezitters verloor de inheemse bevolking niettemin letterlijk meer grond. Grootgrondbezitters met hun politieke handlangers drongen de kleine dorpsgemeenschappen steeds verder de oerwouden in en de bergen op.

De Mexicaanse inheemse bevolking heeft nog het geluk dat ze door hun afzondering en isolement hun oorspronkelijk cultuur min of meer hebben weten te behouden, waardoor ze in staat zijn om hun eigen kenmerkende kleding, sieraden enz. te maken en te verkopen. Met de opbrengst kunnen ze noodzakelijke goederen voor hun huishouding enz. aanschaffen. Maar het is en blijft een armoede met als basis overlevingslandbouw.

woensdag 14 juni 2023

KLEINSCHALIGE LANDBOUW 4. SAN MIGUEL REGLA

 

Deze foto is van een campesino, een overlevingslandbouwer, met zijn gezin staand voor hun lemen huisje in het veld. De foto is in 1978 gemaakt.

Om kennis en ervaring op te doen met landbouw op kleine schaal zou de Wageningse huisfilosoof Michiel Korthals een tijdje moeten gaan wonen in het Mexicaanse dorpje San Miguel Regla in de gemeente Huasca in de bergen ten noorden van Mexicostad op ongeveer anderhalf uur rijden. Dat dorpje is een voorbeeld van de lotgevallen van boeren die moeten leven van “kleinschalige” of “overlevingslandbouw.

Die overlevingslandbouw gaat terug tot de Mexicaanse revolutie van 1917 -1920 en ver daarvoor.  De Mexicaanse revolutie was een boerenopstand tegen de grootgrondbezitters die hun toch al enorme suikerplantages uitbreidden ten koste van de grond van de dorpsgemeenschap. Dorpsgemeenschappen werden daardoor nog armer.

De revolutie ontmantelde haciënda’s en herstelde het eigendomsrecht van de dorpen op hun gemeenschappelijke grond en gaven hun bij wet het recht op zelfbeslissing over het gebruik van de grond behalve verkoop. Maar aangezien de revolutionaire regering niets ondernam om landbouw te moderniseren door middel van landbouwonderwijs, ruilverkaveling, kredietverlening, beter zaaigoed, mogelijkheden tot vermarkting, kunstmest enz. zakten de dorpen weer weg in armoede. Armoede die in de loop van de jaren alleen maar erger werd als gevolg van de verdeling van de grond onder kinderen.

Hun huizen zijn onveranderd gebouwd van houten palen met daartussen muren van leem vermengd met stro. De vloeren zijn van zand, het dak van stro, riet en enkele zelf gebakken pannen. Behalve een, bed, een tafel en enkele zelf gemaakte stoelen is er geen huisraad. De weinige kleren die men heeft, hangen aan spijkers in de muur.

De muren worden met kalk gewit als bescherming tegen zon en gedierte. Om het huis lopen kippen, een paar geiten en een enkele koe. Wat verderop staat een veld met maïs, bedoeld voor meel ter bereiding van de dagelijkse tortilla, volksvoedsel nummer een in Mexico.


De grond tussen de aangeplante maïs wordt met hulp van twee trekpaarden bewerkt. Dat de productiviteit laag is spreekt vanzelf, zeker als je weet dat er geen geld is voor soorten maïs die meer opbrengen en voor kunstmest die de opbrengst per hectare groter zou kunnen maken.
 

Het zal duidelijk zijn dat de ongeveer 50 gezinnen in het dorp niet genoeg hebben om zelfs maar minimaal van te leven. Iedereen probeert dus op een of andere manier bij te verdienen, hoe gering ook.

Een van de bijverdiensten is je paard verhuren aan de bezoekers van het hotel midden in het dorp, een voormalige Hacienda waar zilver werd gewassen dat gewonnen werd in verderop gelegen mijnen. Sommigen hadden het geluk ooit in de zilvermijn te werken.

Zo ook de oom van mijn vriend. Maar de mijn die al sinds de Spaanse kolonisatie bestond, was uitgeput en ging dicht. De oom werd werkloos en viel noodgedwongen terug op overlevingslandbouw op zijn stukje gemeenschapsgrond. Zijn schaarse spaargeld dankzij de zilvermijn verdween als sneeuw voor de zon toen zijn vrouw kanker kreeg. De kostbare behandeling kon niet voorkomen dat ze binnen de kortste keren stierf.

De gebouwen van de Hacienda met aanliggend meer, die tijdens de Mexicaanse revolutie van 1917-1919 officieel overgedragen werden de dorpsgemeenschap, kwam op dubieuze wijze in handen van een vereniging van artsen uit Mexicostad (Mexico is een van de meest corrupte landen in de wereld).  Die maakten er een clubhotel met restaurant van. Zodoende kwamen er in het dorp mogelijkheden voor een kleine bijverdienste in de vorm van verhuur van paarden aan de bezoekers, schoonmaaksters, bedienden enz. Veel was het niet en het dorp bleef arm.


Een opa met zijn twee kleinkinderen hoedt de koeien een eindje buiten het dorp. De enkele koe dient vooral om het schamele dieet van een campesino gezin aan te vullen met wat melk van de koe.


Op initiatief van de overheid kwam er voor de gehele regio een plan voor de ontwikkeling van recreatietoerisme voor de bevolking uit de intussen uit de kluiten gewassen hoofdstad Pachuca van de staat Hidalgo. Die stad kende sinds de jaren zestig een bevolkingsexplosie als gevolg van de trek van het platteland naar de stad, op gang gebracht door de armoede.

Een deel van de dorpsgronden waaronder ook het meer van de hacienda (dankzij hulp van buiten kreeg de gemeenschap het meer met omliggend bos weer in handen) werd een recreatiepark in eigendom en beheer van de dorpsgemeenschap bestaande uit ongeveer 50 boerengezinnen. Het hart van het park is het meer met daar omheen bossen, restaurants waar je op lokale wijze gekweekte forellen kunt eten, een zwembad met glijbaan en kleine winkeltjes die door de vrouwen van de boeren beheerd worden.

De regio wordt gepromoot door de overheid onder de naam van Pueblo’s Magicos (betoverde dorpen), een marketing concept bedacht om toeristen uit Pachuca en verder te lokken. Het plan werkt min of meer en het dorp kreeg zowaar extra inkomsten. Geen inkomsten om over naar huis te schrijven maar toch een zekere verbetering ten opzichte van vroeger.

De overlevingslandbouw verdween naar de achtergrond. Men zette op zijn lap grond kleine vakantiehuisjes, legde een zwembad aan of begon een restaurant. Deze of gene verbouwt nog wat maïs maar moet vaststellen dat het financieel en het werk zelf niet de moeite waard is. De opbrengst staat tot geen verhouding van de kosten en de inspanningen.