Posts tonen met het label nieuwe mens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuwe mens. Alle posts tonen

vrijdag 27 maart 2026

81. MEXICAANSE VERTELLINGEN. PIJN ALS SCHILDERKUNSTIG THEMA

Frida Kahlo, The Broken Column, 1944


De schilderkunst bevrijdt Frida niet alleen van haar trauma van de miskraam maar brengt meteen ook nieuw leven in de brouwerij. Natuurlijk, haar leven was nooit saai. Leven met schilders, revolutionairen en communisten is niet saai net zo min als haar liefdesleven.


Ze is nu eenmaal gauw verliefd en geeft snel toe aan haar gevoelens. Hoe het dan verder gaat dat ziet ze in de loop van de affaire wel. Leven is een vorm van waaghalzerij. Zelfs haar liefde voor David, met alle zijpaden die ze in loop der tijden zijn ingeslagen, heeft stormen moeten doorstaan. Maar dat maakt hun liefde ook sterker. Tegenslagen kunnen je verder helpen als je er mee weet om te gaan.


Een grote liefde kan daarbij helpen. Kleine liefdes, affaires genoemd in burgerlijke salons,  houden haar grote liefde op scherp. Ze kunnen geen kwaad als het om een echte grote liefde gaat. Daar zijn zij en David het over eens. 


David heeft ook zo zijn liefdes gehad maar is altijd weer bij haar teruggekomen. Thuiskomen noemt hij dat. Trouw betekent bij Frida weg kunnen gaan en weer terugkomen, zodat je nooit eenzaam bent.


Maar nu komt er dankzij de schilderkunst een leven bij. Het leven van een kunstenaar. Ze heeft daar altijd wel op gehoopt maar zonder teveel verwachtingen. Ze zit er ook niet echt verlegen om maar het is mooi meegenomen. Het geeft haar nieuwe mogelijkheden.


Anderen gaan je zien als kunstenaar. Ze kijken anders naar je. Ze wikken en wegen wat je werk betekent, of ze het kunnen waarderen of dat het toch niet zo goed is. Nu wordt ze voortaan als vrouw én als kunstenaar bekeken. Als vrouw heeft ze al een plek gekregen tussen familie, vrienden en bekenden nu nog als kunstenaar. 


Wat voor kunst maakt ze? Ze wil geen politiek kunstenaar zijn zoals David. Ook al is ze overtuigd communist, ze is niet geïnteresseerd om schilderkunstig de komst van de nieuwe mens aan te kondigen zoals David met zijn muurschilderingen. 


Als je kinderverlamming hebt gehad, als je bekken en rug worden gebroken in een zwaar ongeluk op je achttiende en miskramen krijgt dan is de nieuwe mens ver weg. Haar leven is van jongs af aan een van pijn lijden, lichamelijk én geestelijk. Daarom zal pijn haar belangrijkste schilderkunstige thema zijn.

 

vrijdag 23 september 2022

67. HET BELOOFDE LAND. HET EINDE VAN EEN REVOLUTIE MODEL.

Met de nieuwe (Marxistische) mens op Cuba gaat het na vijftig jaar revolutie op Cuba niet zo goed, zo kon ik in 2008 met eigen ogen vaststellen.

 

Als het gaat om radicale hervormingen, zeker in Latijns Amerika, heeft Cuba de show gestolen. Charismatische revolutionaire leiders van de Cubaanse revolutie als Fidel Castro en Che Guevara zijn inspirerende voorbeelden geworden voor vooral jongeren, ook in Colombia. Cubaanse romantische strijdliederen zijn populair bij de studenten. Wie zou niet net als Fidel Castro of Che Guevara als revolutionaire held en bevrijder binnengehaald willen worden door het juichende volk?

Rosier is ondanks zijn originele en revolutionaire onderzoek naar het geestelijk leven van arbeiders in het naoorlogse Europa en later in Latijns Amerika, in de achterhoede terecht gekomen van de  revolutionaire mode. 

Hier en daar wordt hij voor bourgeois uitgemaakt wat flauwekul is. Je geloof in de revolutie maakt je nog niet tot een revolutionair maar maak dat salonhervormers dat maar eens duidelijk. Hoe dan ook, ik merk aan onze gesprekken dat hij het betreurt dat het probleem van armoede en sociaal onrecht wordt versmald tot wel of niet revolutionair zijn.

Hoewel hij nooit een aanhanger is geweest van socialistische of communistische revoluties gaf hij die vroeger wel het voordeel van de twijfel. Daar is met de dood van zijn vriend Camilo Torres als strijder bij het ELN de klad in gekomen. Rosier gelooft niet dat een revolutie volgens de Cubaanse methode, de guerrilla van het platteland naar de stad brengen, in Colombia kans van slagen heeft.

Het is sterven voor een verloren zaak. Onze gesprekken daarover, maken dat ook ik begin te twijfelen aan Cubaanse revolutie.

In de eerste weken van mijn aankomst in Colombia schreef ik nog een ingezonden brief aan Trouw waarin ik mijn afkeuring uitsprak over de storm van westerse kritiek op het Cubaanse regiem vanwege de affaire Padilla. Ik vond de bevrijding van de Cubanen uit de armoede belangrijker dan de vrijheid van meningsuiting van een schrijver als Padilla. Daaraan begin ik nu te twijfelen. 

Ik zie voor het eerst van mijn leven misère en sociaal onrecht op een voor mij ongekend grote schaal. Maar ik betwijfel of gewelddadige revoluties daar wat aan kunnen doen.

Misschien dat op een betrekkelijk klein eiland als Cuba een guerrilla oorlog te doen is maar in een uitgestrekt land als Colombia met zijn woeste Andesgebergte, zijn oerwouden en uitgestrekte grasvlakten, waar de bevolking bovendien al zoveel geleden heeft onder het politieke geweld van Liberalen en Conservatieven, lijkt een revolutie naar Cubaans model of welk model dan ook niet te doen. 

Er zijn drie guerrilla groepen actief in Colombia en geen van drieën zetten ze tot nu toe enige zoden aan de dijk. Integendeel, door de guerrilla acties krijgt het leger van overheidswege steeds meer geld en wordt bijgevolg sterker. Het Noord Amerikaanse leger draagt daar ook zijn steentje aan bij. Daar kun je verontwaardigd over zijn maar dat verandert niets aan het feit zelve.

Maar het belangrijkste is misschien wel dat de bevolking ondanks zijn wanhoop, zoals blijkt uit massale landbezettingen, niet staat te springen om met geweld de bestaande orde omver te werpen. Tragisch genoeg heeft het dispuut over revolutie en geweld de boerenbeweging ANUC kwetsbaarder gemaakt. Ze is gesplitst in twee stromingen met elk een eigen congres en bestuur. 

Nee, ik denk dat ik de revolutie die dankzij het boekje ‘Revolutie binnen de revolutie’ van de Franse journalist Régis Debray (1967)  populair geworden is onder westerse intellectuelen, maar moet vergeten. Met wat ik nu zie en meemaak in Colombia denk ik dat een revolutionaire ontwrichting van een land onverantwoord is.


(wordt vervolgd)

zaterdag 12 november 2011

DE VERLOREN STAD HAVANA



 Gisterenavond naar de film “Lost City” van Andy Garcia (Havana 1956) op dvd gekeken. De film speelt zich af in Havana in het laatste jaar van dictator Batista (1958) en het begin van de machtsovername van Fidel Castro en zijn maatje Che Guevara (1959). Een goede film al komt ie maar traag op gang. Hij eindigt met het democratisch failliet van de revolutie en het vertrek van de oudste zoon naar New York. Een Cubaans drama met veel muziek, liefde en naïeve passie voor de revolutie ondanks de waarschuwingen van de pater familias.

Toen ik in 1966 ging studeren kreeg de passie van de Cubaanse revolutie ook vat op mij net als op veel medestudenten, wetenschappelijke medewerkers en intellectuelen waaronder uiteraard onze nationale schrijver Mulisch. Jaren lang was ik geabonneerd op het Cubabulletin dat werd uitgegeven door Maria Snethlage die het ook vol schreef en stencilde en per post verstuurde. Dat was andere koek dan een pagina bijhouden op Faceboek.


Maar waarom viel ik indertijd voor een revolutie op een eiland heel ver weg in de Caraïbische zee waar ik nooit was geweest, er niemand kende en zelfs de muziek onbekend was voor me? Hoewel lid van de linkse kerk, wie was dat niet in de jaren zestig, was ik geen dogmatische ideoloog. Het moest allemaal wel een beetje speels blijven met tijd voor liefde en vriendschap, muziek met bijbehorende happenings, wietavonturen,  vakantiewerk enz.

Ik denk dat de Cubaanse revolutie iets beloofde waar ik toen maar al te graag in wilde geloven, namelijk een nieuwe mens en een nieuwe maatschappij van liefde, waar onderdrukking en armoede voortaan verleden tijd zouden zijn. Ik geef het toe, een romantische droom maar wat is een jeugd zonder romantiek?


Pas aan het begin van de jaren zeventig toen Castro de kinderen van zijn eigen revolutie begon op te eten, zag ik dat mijn droom kinderachtig en naïef was.  Mijn liefde voor de revolutie maakte daarop plaats voor boosheid op Fidel Castro en zijn maatjes die mijn droom hadden misbruikt om hun dictatuur te rechtvaardigen en zich het leven van de Cubanen toe te eigenen alsof het hun en niemand anders toebehoorde.

Voor mij nooit geen revolutie meer zonder de garantie van democratische waarden als vrijheid van vereniging, meningsuiting, rechtsstaat enz. In goede bedoelingen alleen geloof ik nooit meer net zo min als de pater familias in de film die zijn zoons waarschuwde voor een politieke revolutie zonder democratie.

Zo herkende ik mezelf ook een beetje in de film. Ik zou misschien wel net zo naïef zijn geweest als twee van zijn zoons die de kant van de revolutie kozen. Een stierf tijdens een heldhaftige maar ondoordachte aanval op dictator Batista. De ander pleegde zelfmoord toen hij klem kwam te zitten tussen loyaliteit aan zijn familie en aan het communisme. Gelukkig heb ik die keuze nooit hoeven te maken.