Posts tonen met het label octavio paz. Alle posts tonen
Posts tonen met het label octavio paz. Alle posts tonen

vrijdag 18 april 2014

HONDERD JAAR EENZAAMHEID EN HET LABYRINT VAN DE EENZAAMHEID (ter nagedachtenis aan Gabriel Garcia Marquez)

Van links naar rechts: Gabriel garcia Marquez, Octavio Paz en Mario Vargas Llosa

Voor zover ik weet zijn er twee Latijns Amerikaanse boeken waarin het woord eenzaamheid voorkomt in de titel: 'Honderd jaar eenzaamheid' van de zojuist overleden Colombiaanse schrijver en journalist Gabriel Garcia Marquez (1927 -2014) en 'Het labyrint van de eenzaamheid' van de Mexicaanse dichter en essayist Octavio Paz (1914-1998). 'Het labyrint van de eenzaamheid' verscheen in 1950. 'Honderd jaar eenzaamheid' in 1967. Tussen beide schrijvers zit bijna een generatie verschil. Beide schrijvers hebben de Nobelprijs voor de litteratuur gekregen: Gabriel Marquez al in 1982, Octavio Paz pas in 1990.

Marquez is met zijn fantastische vertellingen en heldere, journalistieke stijl voor veel meer lezers toegankelijk dan Paz met zijn gedichten en essays over Mexico en kunst. Beide hadden meer dan gemiddeld belangstelling voor politiek. Paz was zelfs ooit ambassadeur van zijn land maar bedankte in 1968, een internationaal jaar van studentenopstanden, voor de eer na het bloedbad onder protesterende studenten op Plaza Tlatelolco in Mexicostad. Dat was een jaar nadat 'Honderd jaar eenzaamheid' was verschenen. Tien dagen na het bloedbad vonden de Olympische Spelen in Mexico plaats. Ook toen al werd de prijs voor rustige Olympische Spelen met onderdrukking en zelfs bloed betaalt. Dat zou de sporters en het Olympisch Comitee toch eens tot nadenken moeten brengen.

Latijns Amerika heeft sinds de onafhankelijkheid tientallen revoluties en even zoveel revolutionairen meegemaakt. Ook zij bepalen mee de identiteit van dat continent. Hierboven een foto van de twee Mexicaanse revolutionairen Emiliano Zapata (links) en Pancho Villa (rechts) met hun vrouwen.(Foto:Augustin Casasola, Mexico)

Marquez gebruikte later zijn vriendschap met Fidel Castro, ontstaan in de tijd dat hij op Cuba woonde om verslag te doen van de Revolutie (1959), om Cubaanse politieke gevangenen vrij te krijgen. Ondanks dat Cuba onder Castro een communistische dictatuur werd, nam Marquez nooit afstand van Castro's Cuba. Je ziet dat vaker onder intellectuelen in Latijns Amerika. Ze kiezen niet onvoorwaardelijk voor democratie en mensenrechten maar blijven hangen tussen de romantiek van de Revolutie en hun anti-Amerikanisme.

Paz is op dit punt duidelijker. Hij koos zonder reserves voor de democratie net als later de Peruaanse schrijver Vargas Llosa, eveneens winnaar van de Nobelprijs voor de litteratuur (2010). Vargas Llosa werd daarvoor met hoon overladen door links Latijns Amerika wat nog versterkt werd toen hij een gooi deed naar het presidentschap van zijn land. Dat is treurig want Vargas Llosa is net zo'n goede verteller van fantastische verhalen als Marquez. Paz, Marquez en Vargas Llosa hebben met hun verhalen er toe bijgedragen dat de Latijns Amerikaanse cultuur een eigen gezicht en identiteit kreeg. Door hen is Latijns Amerika niet langer meer een afgeleide van Europa en zijn voormalige koloniale moederlanden en ook niet van de VS.

Het grootste deel van de Latijns Amerikaanse bevolking stamt af van de oorspronkelijke Indiaanse bevolking, de  blanke kolonisten en de negerslaven. Hierboven een antieke ingekleurde studiofoto uit Mexico.

Ik vermoed dat het woord eenzaamheid in hun beider beroemdste boeken precies dat betekent. Wij Mexicanen, wij Colombianen, wij Latijns Amerikanen zullen het alleen moeten doen. Er is niemand anders die ons kan helpen om op ons continent onszelf te worden en te zijn, te leven en te overleven. We zullen zelf het wiel moeten uitvinden: politiek, sociaal en economisch. In het boek 'Honderd jaar eenzaamheid' lezen we dat de stamvader van de Buendia's ontdekt dat de wereld rond is. Het is net als de uitvinding van het ijs een metafoor voor de ontdekking van het eigen land, de eigen cultuur en identiteit. Het familie epos over honderd jaar eenzaamheid is de vertelling van de ontdekking van het eigene: de wetten van de wereld, de revolutie, de politiek, het landverraad, de wellust en de toekomst


Paz is daar aan het begin van zijn 'Labyrint van de eenzaamheid' ondanks zijn dichterlijke taal of juist misschien wel dank zij, het duidelijkst over. Zijn metafoor is dichterlijk, die van de jongere die zichzelf en de wereld ontdekt: “de ontdekking van onszelf manifesteert zich in het besef dat we alleen zijn;tussen de wereld en onszelf vertoont zich een ongrijpbare, doorzichtige muur; die van ons bewustzijn. Zeker, als we net zijn geboren voelen we ons alleen; maar kinderen en volwassenen kunnen hun eenzaamheid overstijgen en zichzelf door spel of arbeid vergeten. Maar de jongeren, hangend tussen kindertijd en jeugd, blijft voor een moment versteld staan voor de oneindige rijkdom van de wereld. De jongere staat verbaasd over zijn bestaan. Na de verbazing volgt de overdenking: gebogen over de rivier van zijn bewustzijn vraagt hij zich af of dit gezicht, dat langzaam verschijnt op de bodem, misvormd door het water, het zijne is. Het unieke zijn -pure sensatie bij het kind- verandert in een probleem en vraag, in vragend bewustzijn. Bij de volkeren die bevangen zijn door hun groei gebeurt ongeveer hetzelfde. Hun bestaan manifesteert zich als een vraag: wie zijn we en hoe worden we wie we zijn?” (Octavio paz, El laberinto de la soledad', 1959 Fondo de Cultura Economica, blz.9)  

zondag 6 april 2014

MOZART EN DE KUNSTMARKT

"Egoistisch ist Musik. Jeder, der Musik hört,ist auf der Suche nach etwas von sich Selbst." Entwurf: Marieke Nelissen, 's Hertogenbosch, Nederland 1998.

De VPRO zond op 27 maart de documentaire uit “The next big thing” over de toch weer hogere prijzen voor moderne kunst ondanks de financiële crisis. Een onthutsende documentaire waarin vooral tegen het einde duidelijk wordt dat het net zo'n speculatieve handels is als die van van de handel in Wallstreet of op het Beursplein. Vrienden en/of belangen groepen (Syndicates) drijven de prijs op van het werk van een bepaalde kunstenaar, meestal een door hen gefinancierde kunstenaar. Speculanten halen kunstwerken van de markt met als enig doel ze later voor veel hogere prijzen te verkopen.

En dan worden marketing mannen als Saatchi, die met hun geld en naam er in geslaagd zijn jarenlang de Britse kunstmarkt te manipuleren, niet eens genoemd. Marketing lijkt me het ergste wat kunst kan overkomen maar dat zeg ik op basis van mijn intuïtie. Marketing is verraad aan de kunst omdat het over het hoe - de markt - gaat en niet over het wat. Bij kunst hoort het te gaan over het wat. Het hoe van de markt hoort daaraan ondergeschikt te zijn.
"Mit seelenaufrührender Musik wollte man nicht zu tun haben", Entwurf: Marieke Nelissen, 's Hertogenbosch, Nederland 1998.

Handel in kunst is niet nieuw. Er wordt al eeuwen gehandeld in kunst. Maar de manier waarop is wel veranderd. Over die verandering las ik onlangs een passage in het boek “De kunst van Mexico” (Meulenhoff Editie 1993) van de Mexicaanse dichter Octavio Paz (1914-1998) , essayist en Nobelprijswinnaar voor de litteratuur*.  Volgens hem is de markt “de dood van de geest”. Vroegere kopers -de mecenas, de kerk of andere instellingen -hadden misschien een slechte smaak, maar ze hadden tenminste een smaak, de markt heeft helemaal geen smaak.

Zijn kritiek op de kunstmarkt zou je tot de Marxistische school kunnen rekenen en is zoals alle kritiek niet geheel onterecht.

Voor de markt hebben kunstwerken slechts een prijs, en dus legt de markt geen enkele esthetiek, geen enkele moraal op. De markt heeft geen principes; en ook geen voorkeuren: ze aanvaardt alle kunstwerken, alle stijlen. Het gaat niet om iets wat wordt opgelegd. De markt heeft geen wil: het is een blind proces, waarvan de essentie ligt in de circulatie van voorwerpen die door de prijs homogeen gemaakt worden. Krachtens het principe dat haar drijft, onderdrukt de markt automatisch elke betekenis: wat kunstwerken definieert is niet wat ze te zeggen hebben maar wat ze kosten. Door de circulatie -nooit was dit woord veelzeggender – veranderen kunstwerken, die uitdrukkingsvormen zijn van mensen (hun vragen, hun beweringen, hun twijfels en afwijzingen), in betekenisloze dingen. Het afschaffen van de wil tot het geven van betekenis maakt van de kunstenaar een onbetekenend wezen.” (blz. 118)
Requiem, Lacrimosa. Musik, Kunst in der sich das Rationelle und die Seele, die im herzen wohnt, technisch verwoben haben", Entwurf: Marieke Nelissen, 's Hertogenbosch, Nederland 1998

Paz heeft gelijk. Wie de markt omhelst, verkoop t zijn ziel en zaligheid. Kunstenaars die dat doen zijn de moderne versie van Goethe's Faust. Maar net als Faust hoeft een kunstenaar zijn ziel niet te verkopen. Hij kan de verleidingen van de markt - de trend, de tijdgeest en de mode - weerstaan. Toegegeven, zulks maakt zijn bestaan moeilijk maar dat geldt net zo goed voor veel andere mensen. Mensen die betekenis willen geven aan hun werk, kunnen net zo goed als kunstenaars soms maar moeilijk werk vinden dat goed betaald wordt. Zulke mensen noemen we idealisten en daar is de markt niet altijd van gediend. Kunstenaars vormen daarop geen uitzondering. Maar zij die de markt durven te trotseren en daarvoor een prijs betalen, blijken uiteindelijk ons mensen het meest te bieden te hebben. Dat is nu het verrassende van idealisme en kunst.

Soms kan de markt ook een zekere bevrijding brengen zoals bijvoorbeeld bij Mozart. Dank zij de verkoop van zijn composities aan muziekhandel en producenten van opera's kon hij van zijn muziek leven. Weliswaar geen gemakkelijk leven maar hij was niet langer meer aangewezen op de kerk, zoals zijn vader die werkte bij de bisschop van Salzburg. Om zijn inkomen aan te vullen, wilde Mozart ook wel werken voor een de koning, toen een baan en pensioen voor het leven, maar zo'n betrekking was voor zijn dagelijks brood niet meer noodzakelijk. Maar Mozart liet niet de markt zijn werk dicteren zoals modieuze kunstenaars doen. Hij bleef de baas over zijn werk.


Helaas zijn sommige kunstenaars niet (meer) gediend van zo'n lijdensweg. Net als veel mensen laten zij zich het succes op de markt -al dan niet met marktmanipulatie tot stand gekomen – gemakkelijk aanleunen. Zij en hun kopers maken zich wijs dat hun succes hun ook betekenis geeft en dat is natuurlijk niet zo. Het kan wel dat succes op de markt en betekenis samenvalt, zoals Rembrandt die tijdens zijn leven succes had op de markt, maar zoiets is zeldzaam. En Rembrandt stond niet in dienst van de markt. We kennen de uitdrukking goedkoop succes niet voor niks. Paz heeft gelijk als hij zegt dat de kunstenaar op de eerste plaats betekenis moet geven aan wat hij maakt of doet, maar moet ieder mens dat niet doen?

Zie ook mijn blogs “Is werken en straf?” (3 sept. 2013) en “Het verraad van Frida Kahlo”(16 november 2013)  

zaterdag 16 november 2013

HET VERRAAD VAN FRIDA KAHLO

De Mexicaanse kunstschilder Diego Rivera kust zijn vrouw Frida Kahlo. Foto in het Museo Casa Rivera in Guanajuato, de geboortestad van Diego Rivera.


In 2007 zag ik een foto van Frida Kahlo (1907 – 1954) in het geboortehuis van de Mexicaanse schilder Diego Rivera (1886 – 1957) in de Mexicaanse stad Guanajuato. Wat mij toen verbaasde waren de hamer, sikkel en ster op haar hemd. In plaats van een kruis, wat in Mexico en ook daarbuiten niet zo vreemd zou zijn geweest, zag ik communistische symbolen. Ik wist wel dat Communisme voor veel mensen een geloof was maar een zo duidelijke demonstratie daarvan, notabene op een ziekbed en uiteindelijk doodsbed, had ik nog nooit gezien.

In tegenstelling tot haar man is Frida lang onbekend gebleven. De verschijning van de biografie “Frida: a biography of Frida Kahlo” geschreven door Hayden Herrera, bracht daar verandering in. Ze kreeg vanwege haar vrijgevochten leven, ondanks haar persoonlijke, levenslange leed als gevolg van een tramongeluk op 18 jarige leeftijd, de status van feministe. Dank zij de film Frida (2002), gebaseerd op de genoemde biografie, met prachtige weemoedige Mexicaanse muziek van Elliot Goldenthal, werd ze bij een nog groter publiek bekend. Ik was dan ook niet verbaasd vorig jaar in Segovia een rondreizende fototentoonstelling van haar leven en werk te zien. Intussen zie je overal boeken over haar leven en haar werk.

Kort geleden las ik een boek van de Mexicaanse dichter en schrijver Octavio Paz (1914 – 1998) “De Kunst van Mexico” een uitgave van Meulenhoff 1993. Het boek bevat een aantal essays van Paz over kunst vertaald door Arie van der Wal. In een essay getiteld “Re/visies:Orozco, Rivera, Siqueiros”, oorspronkelijk gebaseerd op een interview voor de Franse TV, lees ik een keiharde kritiek van Paz op de biografie. Hij noemt het “een atractief werk, eerder het product van bewondering dan van zuiverheid van geest, vol met eigenaardige episoden en weinig bekende gegevens. Maar ook een boek dat op maat werd gesneden voor de heersende smaak van de Amerikaanse lezer, die niets liever wil horen dan intieme details uit andermans leven, en dat dan louter en alleen bedoeld is om een verhaal te vertellen en niet om een raadsel te ontsluieren of een karakter te schilderen. Frida's biseksualiteit bijvoorbeeld verdient op z'n minst enige reflectie, maar de auteur beperkt zich slechts tot een opsomming van de ene verovering na de andere.” (blz 95 in genoemd boek van Paz)

Volgens mij overtreft deze nieuwsgierigheid naar de meest intieme details van andermans leven intussen mede dank zij de TV en internet de ergste dorpsroddel. Dat werd toen nog niet gecommercialiseerd. Nu wordt er letterlijk geld verdiend aan de meest intieme details en emoties. Reputaties worden er net zo snel mee opgebouwd als afgebroken. Paz meent dat dit alles het gevolg is van een gebrek aan psychologische nieuwsgierigheid die “verandert in morele ongevoeligheid en historische bijziendheid wanneer ze politieke en sociale onderwerpen aanroert.”

Als voorbeeld noemt Paz de overgang van Diego Rivera en Frida Kahlo van Trotskisme naar Stalinisme. Voor de auteur is dit slechts een van de vele incidenten in het interessante leven van Frida terwijl Trotski, waarmee Frida een verhouding had gehad, sprak van een 'morele dood'. Hetzelfde geldt volgens Paz voor “Frida's laaghartige verklaring in het dagblad Excelsior een paar jaar na de dood van Trotski (Trotski is in 1940 in zijn huis in Coyoacan, Mexico-stad wreed vermoord door een geheim agent van Stalin) waarin ze hem een 'dwaze oude man noemt' en hem ervan beschuldigt verschillende voorwerpen uit haar huis te hebben gestolen, waaronder veertien geweren en een lamp.”

Vervolgens stelt Paz zich de vraag of iemand tegelijk een kunstenaar kan zijn en een verachtelijke smeerlap? Volgens hem kan dat maar niet ongestraft. ”Kunst kan niet omgekocht worden en is onverbiddelijk: de zwakheden, smetten en gebreken die de werken van Diego en Frida vertonen zijn moreel van oorsprong. Beiden hebben hun grote talenten verraden en dit is zichtbaar in hun schilderkunst. Een kunstenaar kan politieke fouten maken en zelfs regelrechte misdaden begaan, maar de werkelijk grote kunstenaars -Villon of Proust, Carvaggio of Goya – boeten voor hun vergissingen en redden daarmee hun kunst en eer.” (blz 95-96)

Ik zet daar vraagtekens bij. Hoe zit dat dan met de wereld beroemde Nederlandse filmmaker Joris Ivens (1898 – 1981)? Die vertrok in 1931 naar de Sovjet-Unie om voor het bewind van Stalin de propagandafilm Het lied van de helden te maken, over de bouw van de nieuwe stad Magnitogorsk in de Oeral. Deze stad werd voor een belangrijk deel gebouwd door Goelag dwangarbeiders, veelal slachtoffers van Stalins collectivisering van de landbouw (die gericht was tegen de koelakken en hun invloed). Ivens richtte zijn camera liever selectief op de duizenden Komsomol-vrijwilligers en partijleden die eveneens in Magnitogorsk werkten. De dwangarbeiders zou hij later vergelijken met 'onkruid'. Ook het Maoïstische China heeft Ivens gediend; in 1976 voltooide hij Hoe Yukong de bergen verzette, een film waarin Mao's Culturele Revolutie wordt verheerlijkt. In hoeverre is de filmkunst van Ivens 'besmet' met zijn politieke verleden? (Wikipedia

En wat te denken van Harry Mulisch (1927 – 2010) die ooit het regime van Fidel Castro op Cuba bejubelde en dat nooit heeft willen intrekken ondanks de grove schending van mensenrechten waaronder die van vrijheid van meningsuiting, toch van levensbelang van een schrijver. Waar is die 'politieke besmetting' van Mulisch terug te vinden in zijn schrijfkunst? Ik vrees dat de stelligheid van Paz hierovder romantisch is. Hij zou graag willen dat politieke fouten en misdaden van kunstenaars alsnog te zien zijn als zwakheden in hun nagelaten kunstwerken, maar in de praktijk is dat niet het geval, zo vrees ik.

dinsdag 3 september 2013

IS WERKEN EEN STRAF?


Man met 'Lachend Gezicht', Totonaken. 600-900, Las Remojadas, terracotta, hoogte 37 cm, Museo de Antropologia de la Universidad Verucruzana, Xalapa. Het gezicht van deze staande naakte man staat bekend als een smiling of laughing face. De man draagt een opstaande hoofdtooi waarop het, uit de architectuur komende, trap-meander motief in reliëf is weggegeven.(...) Dergelijke figuren zijn in grote getale gevonden. Niet minder vaak zijn alleen de afgebroken hoofden aangetroffen zodat men aan ceremoniële onthoofding heeft gedacht. Zij maken de indruk van extase, aangeraakt door de goden na misschien het nuttigen van een hallucinerende paddestoel of cactus. De figuren kunnen gezien worden als bemiddelaars tussen de mens en de godenwereld. Soms zijn zij met een muziekinstrument uitgebeeld zodat associaties met de goden van dans en spel ook voor de hand liggen.(Ted Leyenaar en Felipe Solis, Mexico een goddelijke reis, De Nieuwe Kerk Amsterdam/Waanders Uitgevers 2002 blz.213)

Is werken een straf? Voor veel mensen wel en ook volgens de Bijbel. Geen grote autoriteit meer in onze dagen maar nog altijd eerbiedwaardig. In het Scheppingsverhaal lezen we dat we na de zondeval, dit wil zeggen onze breuk met god als onze schepper, voortaan zullen moeten werken voor ons brood.

“Tegen de mens zei hij:
‘Je hebt geluisterd naar je vrouw,
gegeten van de boom die ik je had verboden.
Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan,
zwoegen zul je om ervan te eten,
je hele leven lang.
Dorens en distels zullen er groeien,
toch moet je van zijn gewassen leven.
Zweten zul je voor je brood,
totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen:
stof ben je, tot stof keer je terug.’
(Genesis 3, verzen 17,18 en 19)

Werken is dus inderdaad een straf van God of van de goden zoals de Mexicaanse schrijver en dichter Octavio Paz schrijft in “Lach en Boete”, voorwoord bij 'Magia de la risa' (Magie van de lach) een boek met foto's van oud-Mexicaanse beeldjes, Mexico 1962). Ik las “Lach en Boete” in Octavio Paz, De kunst van Mexico, Meulenhoff, 1993.

Paz begint met een analyse van de lach die hij ziet op de gezichten van aardewerken beeldjes die in grafheuvels in Veracruz, Mexico zijn gevonden. Hij vraagt zich af wat dat voor lach is. Paz meent dat de lach van de beeldjes een 'kosmische lach' is, een lach die je kunt vergelijken met de kinderlach.

Tegenwoordig lachen alleen kinderen nog op een manier die herinnert aan die van de Totonaakse beeldjes. De lach van de eerste dag, een woeste lach die nog dicht bij het eerste huilen stond: overeenstemming met de wereld, dialoog zonder woorden, plezier.(...) De kinderlach herstelt de eenheid tussen de wereld en de mens maar kondigt ook hun definitieve scheiding aan. Kinderen spelen dat ze elkaar in de ogen moeten kijken: wie het eerst lacht heeft verloren. Lachen heeft een prijs. De lach heeft opgehouden aanstekelijk te zijn. De wereld is doof geworden en kan van nu af aan alleen nog veroverd worden met inspanning of offer, met arbeid of rite.” (blz.68)

Een lang citaat dat laat zien hoe Paz van de lach bij de arbeid terecht komt. Zijn conclusie dat de wereld doof is geworden en de lach heeft opgehouden aanstekelijk te zijn is misschien wat bout maar bevat een kern van waarheid. Ons lachen is vaak als van de boer met kiespijn, om onze verlegenheid te verbergen, om andere belachelijk te maken of zelfs demonisch. Lachen is meestal niet bevrijdend ook al doen we soms nog zo ons best. Lachen staat ook dicht bij huilen. Soms verbaas je erover hoe snel een lachend kind overgaat in huilen. Alsof ze bij elkaar horen.

De goden kunnen altijd en overal in alle vrijheid lachen. Goden bestaan met de lach. Ons mensen is dat na de breuk met de goden niet meer gegund. Wij kunnen alleen nog maar bestaan door arbeid en “naarmate de sfeer van de arbeid zich uitbreidt, wordt die van de lach beperkter. Mens worden betekent leren werken, leren zich ernstig en formeel te gedragen.” Hier heeft Paz opnieuw een punt.

Na deze vaststelling trekt Paz de lijn verder door. “Maar met het vermenselijken van de natuur (door arbeid) ontmenselijkt het werk de mens. De arbeid ontneemt de mens letterlijk zijn menselijkheid. En niet alleen omdat zij de arbeider verandert in een loonslaaf ( waar het materialistische Marxisme vooral oog voor heeft), maar omdat deze door het werk zijn leven met zijn beroep verwart. Het maakt hem onafscheidelijk van zijn gereedschap, brandmerkt hem met zijn eigen werktuigen. En alle gereedschappen zijn serieus. Arbeid vernietigt het wezen van de mens: het verstrakt zijn gezicht, verhindert hem te huilen of te lachen.”

Paz heeft met al zijn scherpte niet helemaal gelijk. Werken kan wel degelijk ook een vorm van bevrijdend spelen met de natuur en de wereld zijn en dan denk ik niet alleen aan kunstenaars maar ook aan ambachtslieden die het durfden om hun fantasie materieel te verwerkelijken in kathedralen, paleizen of woningen maar ook in bruggen, auto's of computers. Werken kan een ernstig spel zijn en dan is werken geen straf meer, althans niet uitsluitend.

Paz ziet dat ook zo. “Zeker, de mens is mens dank zij de arbeid; daar moet echter aan worden toegevoegd dat hij dat slechts volledig kan zijn wanneer hij zich losmaakt van zijn werk of wanneer hij het weet om te vormen tot een ceratief spel” (blz.68). Een mooie afsluiting van onze vraag of werken een straf is. Het is een straf zodra we op de een of andere manier niet speels kunnen werken. Dan wordt arbeid dodelijk ernst en onze lach een grimas en dat, ja dat is een straf.