Posts tonen met het label doña Maria. Alle posts tonen
Posts tonen met het label doña Maria. Alle posts tonen

vrijdag 26 juni 2026

95. MEXICAANSE VERTELLINGEN. DE MUUR

 

Portret van een ejiditario in San Miguel Regla, het dorp waar dit romantische maar ware verhaal is gebeurd, Mexico 2007 (foto petrus)


Gelukkig kan Sara goed opschieten met Doña Maria, de moeder van Diego. Zij is haar steun en toeverlaat. Ze mag dan in het dorp bekend staan als de vrouw van een dorpsgenoot, maar dat wil nog niet zeggen dat ze ook door iedereen aanvaard wordt.


Op het eind van het liedje is en blijft ze een vreemde. In een dorp is het gemeenschapsgevoel nu eenmaal sterker dan in een stad. Dat weet Sara maar al te goed uit eigen ervaring. Ze leven dan weer wel mee met het gevecht van Diego om zijn erfenis. Daarom wordt ze toch nog welwillend tegemoet getreden.


Door regelmatig samen met doña Maria boodschappen te doen op de markt en in het dorp, leren de mensen haar kennen en omgekeerd leert zij meer mensen kennen. 


Het belangrijkste zijn en blijven de buren. Zij hebben her en der verspreid stukken land, enkele koeien en kleinvee. Ze zijn altijd goede buren geweest van don Francisco daarom leven ze nu met Sara mee. Ze hopen dat zij hun buurvouw wordt. 


Met de Hernandez familie heeft men in het dorp niet zoveel op. Dat komt omdat don Francisco met iedereen op goede voet stond. Ze hebben gezien hoe don Francisco na de dood van zijn vrouw omging met Diego. Ze twijfelen er niet aan dat Diego als een zoon was voor don Francisco en dat daarom alleen al de erfenis hem rechtmatig toekomt.


Maar het blijft afwachten tot de zaak voorkomt in Pachuca, als het  lukt om de zaak te laten voorkomen. Men is bevreesd dat iemand zand in de rechtspraak machine zou kunnen gooien. Je weet maar nooit welke wegen Aurelio Hernandez weet te bewandelen. Per slot van rekening staat er ook voor hem veel op het spel.


Wat helpt is dat Diego’s vader don Ramon als voormalig commissaris van de ejiditarios een goede naam heeft in het dorp. Hij heeft ervoor gezorgd dat het dorp de door het hotel bezette gemeenschapsgrond terug heeft gekregen.


Dat was niet gemakkelijk. De hoteleigenaar beschikte over alle mogelijk contacten op vele verschillende politieke niveau’s, niet alleen in de staat Hidalgo maar ook bij de federale regering in Mexico-Stad. Daar is het als kleine, onbetekenende dorpsgemeenschap moeilijk tegen vechten. 


Gelukkig had Diego in die tijd een goede kennis die werkte bij de internationale voedsel en landbouw organisatie FAO in Mexico-stad. Die had verstand van landhervormingen en was bereid om naar deze zaak te kijken.


Dankzij goede contacten op het Ministerie van Landbouw, hij hoefde niemand om te kopen, kon hij toegang krijgen tot de oude archieven waarin het wel en wee van de landhervormingen van na de revolutie is vastgelegd.


Hij vond de papieren die onomstotelijk aantoonden dat de meren met de omringende bossen die het hotel zich had toegeëigend, tot de ejido behoren. Die archiefstukken werden het overtuigend bewijs tijdens de rechtszittingen in Pachuca.


Om de eis kracht bij te zetten, riep don Ramon de mannen van het dorp op om de dikke muur die het hotel om hun gebouwen en grond hadden laten bouwen, te slopen. Dat was een heidens karwei. Niettemin slaagden ze er in om de halve meter dikke muur  over een lengte van bijna 100 meter te slechten.


Zo overmoedig als ze die nacht waren, zo bang werden ze na afloop voor de autoriteiten. Het zou niet de eerste keer in de geschiedenis van het Mexicaanse platteland zijn dat opstandige boeren zonder pardon de gevangenis in verdwenen. Maar er kwam uiteindelijk niemand. 


Gerustgesteld aten ze van de barbecue die ze voorbereid hadden om hun moedige daad te vieren. Uiteraard werden daarbij flinke hoeveelheden pulque gedronken zodat ze om tien uur in de ochtend dronken in het gras in slaap vielen.  


Precies dit kleine heldenverhaal is nu een belangrijke ruggesteun in het dorp voor Sara en Diego in hun gevecht om de erfenis van don Francisco. Zij vechten voor hun recht op grond net als de dorpelingen toen. 


vrijdag 9 januari 2026

70. MEXICAANSE VERTELLINGEN. DOÑA MARIA

 

Platteland Mexico 1976

Doña Maria kijkt Frida zwijgend aan. Tussen de beide vrouwen, de een jong de ander oud en ervaren, groeit een  brug van wederzijds begrip. Tussen hen in hangt een wolk van lijden, leven en liefde. Doña Maria doorbreekt het zwijgen met de eenvoudige mededeling dat ze in een ver verleden een miskraam heeft gehad. 


Haar eerste kind was een misgeboorte. Gelukkig heeft ze daarna nog kinderen gekregen maar het gat van de misgeboorte blijft. De pijn van het verlies van een mogelijk leven is weliswaar in de loop der tijd gesleten maar is nooit helemaal weg.


Frida knikt en beseft dat de ervaring van een miskraam hun beiden tot lotgenoten maakt, een lot dat tot diep in hun ziel doordringt en daar voor altijd genesteld zal zijn. Frida maakt zich met een beweging los uit het verleden. 


Ze loopt de keuken uit en steekt de patio over naar buiten. Ze hoopt dat David ondertussen onderweg is.Ze gaat op het bankje tegen de muur zitten, wachtend op zijn komst.


In gedachten zoekt ze naar gelukkige momenten in haar leven. De miskraam legt over alles een waas. Hoe kan ze zich daarvan bevrijden? Wat kan helpen? Alsnog kinderen krijgen zoals doña Maria, zal niet kunnen. Ze wil zich niks wijs maken. De kans dat ze ooit nog een kind op de wereld zal zetten, is zo klein dat ze het beter kan vergeten.


Misschien moet ze daar maar eens met David over praten of moet ze het voor zich houden, er mee leven? Is er een kans dat haar liefde voor David het geluk in haar leven kan terug brengen? Ze wordt bevangen door twijfel en angst dat het nooit meer goed zal komen.


Tegelijk vraagt ze zich af of ze wel bestemd is voor David. Vandaag voelt ze zich de vrouw van David maar zal dat morgen ook nog zo zijn. Ze voelt nog steeds liefde voor Diego. Wat is liefde eigenlijk? Is het lichamelijke aantrekkingskracht, is het tederheid met lust, is het verlangen naar eenwording, een vlucht uit eenzaamheid?


Gelukkig haalt David haar uit haar verwarde gepeins. Hij komt met stevige pas en een brede grijns op zijn gezicht naar haar toe. Nog voordat ze hem kan begroeten, zegt hij dat ze mooi is en gracieus zoals ze daar op het primitieve houten bankje zit. Hij noemt zich een geluksvogel haar naast zich te hebben. Zij kijkt verbaasd op. Zoveel enthousiasme voor hun liefde had ze niet verwacht. 


Ze ziet aan zijn ogen dat hij het meent. Zo blij heeft ze hem nog nooit gezien. Hij is zwaar verliefd op haar geworden, meer dan hij ooit geweest is. Zou zijn liefde haar kunnen helpen om haar leven weer op te pakken? Zou hij het antwoord zijn op wat liefde is?


Hij steekt zijn hand uitnodigend naar haar uit om op te staan. Hij kust haar heel even teder op haar wang. Zoveel tederheid is nieuw voor haar. Ze geeft een kus terug. Dan ziet ze doña Maria staan. Die kijkt ogenschijnlijk onbewogen toe maar Frida ziet in haar ogen dat het goed is. Frida voelt zich vrij en verliefd, een gevoel dat ze lang niet gehad heeft.  


vrijdag 2 januari 2026

69. MEXICAANSE VERTELLINGEN. MISKRAAM

 

Frida Kahlo,(1932): Een zeldzame lithografie (een van de eerste en de enige die lukte), gemaakt kort na de miskraam. Het is verdeeld in een lichte en een donkere helft, waarmee het verlies van haar kind wordt gecontrasteerd met de 'geboorte' van haar artistieke identiteit. (Banco de Mexico, Diego Rivera Frida Kahlo Museum, Mexico D.F.


David besluit om naar don Ramon te gaan alvorens op zoek te gaan naar Diego in Huasca. Frida gaat niet mee. Ze blijft bij doña Maria om een praatje met haar te maken. Ze wil meer weten over haar leven na de verhalen die ze van Diego kent.


Doña Maria vraagt of ze een kop koffie lust. Dat slaat Frida niet af. Ze gaat met haar rug tegen de muur aan de keukentafel zitten en volgt de bezigheden van doña Maria. Het is voor het eerst van haar leven dat ze een vrouw in zo een keuken aan het werk ziet. Zelf houdt ze niet van koken. Als het even kan laat ze het over aan het dienstmeisje.


Ze vraagt aan doña Maria of zij van koken houdt. Die haalt haar schouders op en zegt dan dat het geen kwestie van houden van is. Er wordt van haar verwacht dat ze eten kookt, het huis op orde houdt, voor de dieren zorgt en duizend en een andere kleine en grote dingen doet en dus doet ze dat ook. Het is haar plicht als vrouw en, zo voegt ze er aan toe, het is haar manier om haar liefde voor man en kinderen te tonen.


Sinds de kinderen het huis uit zijn, is het allemaal minder vermoeiend al valt er natuurlijk altijd wat te doen in en rond het huis. Gelukkig is ze nog goed ter been. Het leven is op dat punt tot nu toe goed voor haar geweest. 


Haar enige verdriet is wat Rosa is overkomen. Ze neemt het zichzelf nog altijd kwalijk dat ze niet aan heeft zien komen dat haar dochter zo verliefd was dat ze wel eens het huis uit kon vluchten, een huis waar ze altijd een veilig leven vol warmte had.


Ze had nog zo gehoopt dat moeder Maria en haar Zoon Jezus meer medeleven zou hebben gehad met het lot van Rosa en haar kind. Gelukkig hebben zij het kind van Rosa op kunnen vangen maar ze vreest dat het met Rosa nooit meer goed zal komen. De wond van de mislukte liefde is te groot om nog genezen te kunnen worden. 


Rosa ziet haar kind niet staan, het herinnert haar teveel aan de pijn in plaats van het geluk van de liefde. Ze hebben er met de pastoor van Huasca over gesproken maar die kon niks voor Rosa doen. Hij heeft te weinig ervaring met dit soort zaken, zo zei hij. Bovendien wil Rosa niet naar hem luisteren.


Diego is altijd hun steun en toeverlaat geweest in het hele drama, als het zo uitkwam samen met Julia. Maar als Diego er niet is en dat is vaak zo, dan staan ze er alleen voor. De andere kinderen willen ze niet belasten, die hebben recht op hun eigen levensgeluk en dat vinden is al moeilijk genoeg.


Terwijl ze de hete koffie direct uit de kan voor Frida en haarzelf inschenkt, kijkt ze Frida aan en vraagt of ze kinderen wil. Frida knikt zo heftig dat doña Maria haar vragend aankijkt waarna Frida besluit om geen geheimen te hebben voor haar, waarom zou ze en misschien kon doña Maria hier nog goede raad geven.


Ze vertelt dat ze van jongs af een kind wil. Een kind zou haar leven niet alleen vullen maar ze vindt ook dat het een bevestiging van de liefde is tussen man en vrouw en het haar tot vrouw maakt. Wat Rosa is overkomen is vreselijk en ze kan zich goed voorstellen dat dit een zo diep trauma is geworden dat het nooit meer goed kan komen.


Zijzelf is bang dat ze nooit kinderen zal kunnen krijgen. Haar enige zwangerschap is geëindigd in een miskraam, weliswaar een niet zo diep en ingrijpend trauma als dat van Rosa maar diep genoeg om haar soms het gevoel te geven dat haar leven zinloos is. 


Het verloren kind is een gemis geworden waarvan ze niet weet of dat nog goed kan komen. De artsen in het ziekenhuis zijn er niet gerust op. Ze denken dat vanwege het ongeluk, haar lichaam haar weinig kans zal geven een kind te krijgen.


Dona Maria had met toewijding geluisterd. Ze had niet meer van haar koffie gedronken, bang dat ze Frida’s verhaal zou verstoren. Ze kijkt naar Frida en ziet het diepe verdriet dat vanuit haar ziel opstijgt naar haar donkere doordringende ogen. Ze knikt naar Frida, een bemoedigend knikje. Ze beseft dat de last die Frida draagt niet met een enkel troostend woord kan worden opgevangen. Ze zwijgt en blijft roerloos zitten.

vrijdag 26 december 2025

68. MEXICAANSE VERTELLINGEN. TORTILLAS

Aan de muur hangt nog een foto. Waarschijnlijk de moeder van doña Maria of van don Ramon, de vader van Diego.

 

Frida kijkt haar ogen uit. Ze heeft veel over het platteland gehoord, armoede, onwetendheid, domheid en natuurlijk dronkenschap. Dat laatste, dronken boeren, zie je nogal eens inde stad. Ze zijn uit armoede uit hun dorp naar de stad gevlucht waar ze werk hopen te vinden. Dat is er vaak niet en dus gaan ze bedelen met alle gevolgen van dien.


Ze is dan ook verwonderd dat het huis er zo netjes en verzorgd uitziet. Het mag dan armoedig zijn vergeleken met de burgerwoning waarin zij is opgegroeid, het ziet er allemaal best netjes uit. Dat begint al met de planten in het midden van de patio; gele en rode Cana’s die in bloei staan. De balustrade van de veranda staat helemaal vol met bloempotten met daarin allerlei planten. Frida heeft geen idee wat voor planten het zijn.


Diego loopt over de patio naar wat de keuken blijkt te zijn. Binnen treffen ze doña Maria aan, de moeder van Diego. Ze staat op blote voeten en met een donkerblauwe schort om tortilla’s te bakken op een metalen plaat boven een vuur. Dat vuur brandt in een grote vierkante blauw geverfde stenen oven. Voorin zit een flink vierkant gat voor het hout om het vuur brandend te houden. 


Terwijl ze met haar hand een bol van maïsmeel maakt om het daarna tussen twee plankjes te pletten tot een tortilla, begroet ze Diego. Hij stelt Frida aan haar voor als zijn vriendin en van Diego. Frida kijkt ondertussen nog steeds nieuwsgierig rond. Ze beseft dat ze nu voor het eerst met eigen ogen ziet hoe miljoenen Mexicaanse gezinnen op het platteland wonen en werken.


De keuken is met zijn vloer van zand net zo sober ingericht als is het een klooster. Links staat een grof gebouwde,  robuuste houten tafel groot genoeg voor een flink gezin. De ongeverfde stoelen zijn al net zo robuust. Aan de muur hangt een ingelijste foto met een man en vrouw, waarschijnlijk een trouwfoto van de ouders van Diego. De foto is zodanig bijgewerkt dat het een beetje weg heeft van een schilderij.


Aan de andere kant van de keuken is een grote nis met drie planken waarop allerlei aardewerken potjes en potten staan. Ze denkt dat er pepers en andere kruiden in bewaard worden voor pikante sauzen. Misschien zijn er ook kruiden bij die als medicijn dienen tegen een of andere aandoening.


Er hangt nog versleten foto aan de wit gekalkte muur. Frida denkt dat het een foto is van de moeder van doña Maria of van don Ramon, de vader van Diego. Frida draait zich om en vraagt terloops waar Diego en Julia zijn.


Die zijn vanmorgen al vroeg te paard naar de markt in Huesca gegaan om inkopen te doen, aldus doña Maria. Wanneer ze terugkomen, kan ze niet zeggen. Het gebeurt nogal eens dat Diego oude vrienden treft. Ze gaan dan samen ergens wat eten en drinken. Meestal ook op de markt bij een van de vele eettentjes.


Haar man is ook niet thuis. Hij is op het land aan het werk. Dat is ongeveer een half uur lopen. Ze is voor hem tortilla’s aan het bakken die ze straks rond het middaguur gaat brengen. Dat bespaart een wandeling heen en terug. Bovendien is het heerlijk om te picknicken in de buitenlucht. 


vrijdag 9 mei 2025

MEXICAANSE VERTELLINGEN 38. ROSA VERLAAT HAAR ZOON

Maria melkt samen met haar zus Isabelle 's morgens de enige koe die het gezin heeft.



Diego gaat op zoek naar twee paarden in het dorp, een voor hem en een voor Sara. Gelukkig zijn er genoeg paarden in het dorp. Rosa kan bij hem voorop zitten net als toen bij Efraïm met dit verschil dat ze  toen van huis wegliep en nu terugkomt. Op aanwijzing van Rosa volgen ze de soms heel smalle en gevaarlijke steile bergpaden. Na twee uur rijden, komen ze bij de hut van de vrouw waar Rosa haar kleine Adam aan heeft toevertrouwd. 

De vrouw staat in de deuropening als worden ze verwacht. Ze heeft ze aan horen komen. Ze gaat de rokerige hut binnen en haalt het kind gewikkeld in lappen en dekentjes en geeft het aan Rosa. Na een korte groet rijden ze verder naar de verlaten hut van Rosa. Alleen al de aanblik van de verlaten en vervallen hut doet het hart van Diego bloeden. Wat hebben Efraïm en Rosa zich in hun onstuimige liefde aangedaan? 


Geholpen door Sara, die van haar paard is gesprongen, stapt ze met haar kind van het paard. Sara neemt voorzichtig en teder het kind van haar over. Rosa gaat naar binnen om wat povere spullen bij elkaar te zoeken. Zo rijden ze terug naar het dorp, elk verzonken in zijn eigen gedachten.


Zoals verwacht zijn hun ouders stomverbaasd als ze het gezelschap het erf op zien rijden. Voorop bij Diego zien ze Rosa met een kind in haar armen en daarachter een voor hen nog onbekende vrouw. Wat de komst van het gezelschap ook mag betekenen, de vreugde bij het weerzien van Rosa is groot. Doña Maria neemt meteen het kind van Rosa over en vraagt hoe het heet. Ze verandert in een oogwenk van een blijde moeder in een bezorgde oma. 


Er volgen geen verwijten, precies zoals Diego al gedacht had. Waarom ook, je bent altijd blij je eigen vlees en bloed terug te zien. Al die tijd hebben ze de angst gehad hun dochter nooit meer terug te zien. Nu ze terug is, zijn ze blij ook al heeft ze ondoordacht en dom gehandeld. 


Ze hopen dat ze niet al teveel geleden heeft, Niet alleen fysiek, ze ziet er slecht uit, maar vooral haar hart en ziel. Die zullen veel geleden hebben onder het onstuimige liefdesavontuur. De vraag is of het nog ooit weer goed zal komen. Maar dat is voor later. Nu moeten eerst wat zaken geregeld worden. Alles op zijn tijd. 


Ze vragen aan Diego hoe hij Rosa heeft gevonden? Hij heeft haar niet gevonden. Rosa heeft hem als bij toeval gevonden. Dat is een groot geluk geweest. Hij heeft Rosa kunnen overtuigen terug naar huis te komen. Dat was moeilijk want Rosa schaamt zich voor haar gedrag, over haar mislukte liefde en haar zoon Adam. 


Bij het horen van het hele verhaal verzucht Doña Maria herhaaldelijk waarom Rosa haar niet verteld heeft over de zwangerschap. Ze is altijd een strenge maar liefdevolle moeder voor haar geweest. Ze zou Adam hebben gekregen in een liefdevolle omgeving in plaats een van door God en alleman verlaten hut daarginder ver in de bergen.  Maar Doña Maria beseft maar al te goed dat het geen zin heeft om daar lang bij stil te staan. Het leven gaat zoals het gaat en daar helpt geen lieve moedertje aan. 


Rosa is met haar zoon Adam meer dan welkom is. Ze kan blijven zolang ze wil, wat hen betreft voor altijd.  De ontvangst doet Rosa goed. Ze lijkt zelfs een beetje opgelucht. Maar dan blijkt de volgende dag dat Rosa het huis verlaten heeft. Adam heeft ze achtergelaten.  Die ligt in alle onschuld nog te slapen in het grote bed alsof er niks gebeurd is. Hij heeft geen weet van het drama, dat zijn moeder hem verlaten heeft.


vrijdag 7 februari 2025

25. MEXICAANSE VERTELLINGEN. DIEGO TREFT ROSA

 

Doña Maria staat elke morgen vroeg op om de enige koe die het gezin heeft, te melken.

Maar nog voordat hij zijn geweer kan pakken, zegt een zachte stem, een vrouwenstem, dat hij niks te vrezen heeft. Hij herkent de stem van zijn zus. Haar gezicht doemt op uit de duisternis. Ze glimlacht verlegen naar hem. Hij staat op en begroet haar met een kus en een knuffel. Ze drukt zich heel even tegen hem aan alsof ze bescherming zoekt maar dan is ze weer op zichzelf. Hij vraagt of ze bij hem komt zitten zodat ze zich kan warmen aan het vuur.


Ze heeft een poncho tegen de nachtelijke kou. Hij kijkt haar aan en vraagt of ze in orde is. Ze knikt zwijgend met een mengeling van verdriet en geluk op haar gezicht. Of is dat de speling van het schijnsel van het vuur dat alles nog dramatischer maakt dan het al is?


Zeg moeder dat alles in orde is en dat ze zich geen zorgen maakt. Ik zal proberen af en toe langs te komen zodat ze met eigen ogen kan zien dat het goed met mij gaat. Diego vraagt indringend of ze er zeker van is bij Efraim in de bergen te blijven. Ik heb beloofd met hem mee te gaan en daar hou ik me aan. Wat de toekomst brengt? Dat weet ik niet. Voorlopig zijn we bij elkaar en dat is het belangrijkste.


Rosa lacht voorzichtig naar hem, staat op en kust hem vluchtig op zijn wang. Diego beseft dat haar besluit vast staat. Hoewel ze eigenlijk nog een kind is, een meisje van vijftien, is ze ook al vrouw, een vrouw die haar eigen lot bepaalt. Daar wil hij geen afbreuk aan doen. 


Hij verzekert haar dat ze altijd terug naar huis kan als ze dat wil. Moeder Maria heeft dat zo tegen hem gezegd. Er zullen geen verwijten gemaakt worden. Ook Efraim is welkom. Er is altijd wel een plaatsje voor hen beiden te vinden. Ziet hij nu een zekere ontroering op het gezicht van Rosa? Heeft ze diep in haar hart dan toch spijt of is er meer aan de hand? Hij kijkt haar vragend aan. Ze draait zich bruusk om en zonder verder afscheid te nemen verdwijnt ze in de donkerte van de struiken.


Even aarzelt Diego maar dan laat hij haar gaan. Hij kan niet anders. Als ze de weg maar terug vindt in het donker. Staat Efraïm een eind verder haar op te wachten? Hij hoopt het maar. Dat ze zo helemaal alleen door het bos moet lopen, wie weet hoe ver, vindt hij maar niks.

vrijdag 24 januari 2025

MEXICAANSE VERTELLINGEN 23. DE ONTVOERING VAN ROSA



Diego is nog maar een paar dagen terug in het dorp bij zijn ouders of zijn jongere zus Rosa gaat er 's nachts vandoor met haar vrijer. Zo maar ineens, op een morgen is ze er niet meer. Wat hij niet weet en ook zijn ouders niet, maar het hele dorp wel is dat Rosa al een poos verliefd is op de onstuimige wildebras  Efraim. Het is goed mogelijk dat de twee die nacht de bergen ingevlucht zijn. Dat zou niet de eerste keer zijn voor Efraim.


Dat Rosa zich door haar liefde zo ver heeft laten meeslepen, verbaast Diego en met hem zijn ouders en het hele dorp. Rosa had geen klagen over het gezinsleven. Haar ouders zijn niet overdreven streng, eerder zorgzaam en toegewijd. Het gezin is even arm als de rest van het dorp. 


Haar moeder, Doña Maria staat elke morgen heel vroeg op om hout in de oven te doen voor het vuur waarop de tortilla’s voor het ontbijt worden gebakken. Ze zorgt dat er melk van hun enige koe op tafel staat. Als ze het in huis hebben, zet ze koffie. Don Ramon vertrekt meteen na het ontbijt naar het land of naar zijn timmerplaats naast het huis.


Het gezin van Efraim is minder hecht. Het ontbreekt er aan regelmaat en orde. Met de opgroeiende Efraim is het er niet beter op geworden. Hij wil niet naar school en ook niet mee met zijn vader om op het land te werken. Efraim heeft een onrustige ziel en dat is er met de jaren niet minder op geworden. 


Een tijdje geleden is hij voor het eerst te paard de bergen in getrokken. Hij had het paard gestolen van Hector, een getrouwde broer van Rosa, jonger dan Diego. Een paar dagen later zag iemand uit het dorp hem samen met het paard bij een afgraving in de bergen. Daarop is Hector samen met de plaatselijke politieman en enkele vrienden op zoek naar zijn paard gegaan. Ze troffen Efraim niet ver van de afgraving volledig uitgeput aan. 


Terug in het dorp wordt Efraim opgesloten in de plaatselijke gevangenis. Per slot van rekening is een paard stelen niet zo maar iets. Paarden zijn nodig voor werk op het land en als vervoermiddel. Voor Hector is een paard een kostbaar bezit. Efraim weet dat donders goed. Daarom, zo vindt men in het dorp, moet hij boeten voor de diefstal.


Tot verbazing van het hele dorp is hij de volgende dag al ontsnapt uit de gevangenis. Is de politieman omgekocht door de vader van Efraim of is het nalatigheid? Wist de politieman niet wat hij met de jongen aan moest? Voelde de politieman zich bedreigd? Niemand die het weet, ook de vader niet. Die betreurt de daden van zijn zoon. Het maakt het leven van zijn gezin in het dorp niet gemakkelijker op.


Nu zijn Rosa en Efraim er samen vandoor als een verliefd stel uit een avontuurlijk en romantisch verhaal, een Mexicaanse versie van Romeo en Julia. Diego vraagt zich met zijn broer Hector, zijn ouders en de rest van het dorp af of die twee een leven in de bergen wel aan kunnen. De uitgeputte Efraim bij de afgraving doet het ergste vrezen. Diego besluit de bergen in te trekken om te kijken of hij nog wat kan doen.