Posts tonen met het label vincent van gogh. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vincent van gogh. Alle posts tonen

maandag 12 februari 2024

BRIEF AAN GERARD REVE 4

Na enig zoeken vond ik deze portretten van Gerard Reve en Vincent van Gogh het meest  hun persoonlijkheid weergeven. De foto van Reve is gemaakt door Philip Mechanicus omstreeks 1980. Reve was toen 57 jaar oud. Het zelfportret van Van Gogh is van 1889, een jaar voor zijn dood. Van Gogh is slechts 37 jaar geworden. Reve zou over Van Gogh gezegd hebben "De schilder die niet schilderen kon, maar móest schilderen en dáárom kon schilderen."


Beste Gerard,


Je bent in je leven nogal eens verhuisd. Was Nederland of zelfs Amsterdam te klein voor je? Het is sowieso een klein land maar een plekje om op je gemak te wonen was in jouw tijd nog wel te vinden. Nu is dat veel moeilijker geworden tussen al die windmolens en zonnepanelen. Nergens meer rust.


Maar ik bedoel klein van geest. Zo klein zelfs dat je besloot om maar in het Engels te gaan schrijven. Dat was een mooi voornemen maar niet vol te houden als je meer wilt schrijven dan reisboeken, studies, rapporten en reclame brochures. 


Schrijven over nuances van je ziele roerselen vereist je Moers taal. Dat is in een beperking in de verkoop. Het Nederlandse taalgebied is klein. Dan kun je maar beter in het Engels schrijven. Afzet gegarandeerd. Het komt er op aan wat je wil. De keuze is tussen een grote afzetmarkt of een thuismarkt. Beide hebben hoe dan ook hun beperkingen.


Nederlandse schrijvers leggen het internationaal altijd af tegen Nederlandse beeldkunstenaars. Jeroen Bosch werd geboren in Den Bosch en is voor zover bekend nooit op reis geweest, niet eens naar Rome terwijl dat toen gebruikelijk was. Je zag wat meer van de wereld en je kon grote voorgangers bewonderen. Een reisje met meerdere voordelen.


De schilderijen van Jeroen hangen intussen in verschillende musea verspreid over Europa. Kom daar als Nederlandse schrijver maar eens om. Je bent hier of daar bekend, maar wereldberoemd zijn is een buitencategorie die voor Nederlandse schrijvers niet is weggelegd.


Hetzelfde kun je zeggen van Van Gogh. Als hij het bij brieven had gelaten, daarin is hij jouw evenknie, was hij niet zo beroemd geworden. Dan zou hij enkel gelezen worden door buitenlandse hooggeleerde heren, deskundigen en kenners. Meer dan een tiental zal dat niet geweest zijn. 


Als schilder is hij wereldberoemd tot in Japan. Welke Nederlandse schrijver is bekend in Japan. Ben jij in het Japans vertaald? Voor zover ik weet niet. Ik zie dat je wel in het Russische bent vertaald, in het Spaans, Tsjechisch, Zweeds, Turks, Slowaaks, Sloveens, Kroatisch, Noors , Italiaans, Hongaars, Hebreeuws, Frans, Engels !, Deens, Duits , Catalaans, Azeri en Afrikaans. Dat is al heel wat!


Een verschil is dan weer dat jij tijdens je leven ondanks de kleine Nederlandse boekenmarkt genoeg geld hebt verdiend. Dat was Van Gogh niet gegund. Hij overleefde dankzij de geldelijke zorgen van zijn geliefde broer Theo. 


Een geluk is dat jou dit niet is overkomen. Stel voor dat je bij je “geleerde broer” Karel had moeten aankloppen voor geld. Ik denk dat je dan nog liever in de bijstand was gegaan. 


Met hartelijke groeten,

maandag 15 augustus 2022

GUSTAVE VAN DE WOESTYNE IN HET NOORDBRABANTS MUSEUM

Het bovenstaande schilderij van Gustave van de Woestyne "De Slechte Zaaier" heeft met zijn gouden achtergrond en het beperkte kleurenpalet veel weg van een icoon.

Gustave van de Woestyne is met zijn schilderijen van ‘boerenkoppen’ prominent aanwezig in de tentoonstelling “Symbolisme in Vlaanderen, terug naar de natuur, de oorsprong en de innerlijke rust” in het Noordbrabants museum. De uit Gent afkomstige Gustave van de Woestyne, een broer van dichter en schrijver Karel van de Woestijne, schildert portretten van boeren als zijn het religieuze iconen. Doet hij dat als kunstenaar geïnspireerd door de vroeg kerkelijke iconen, mede de basis van onze Westerse portretkunst, of als goed katholiek? Het zal van beide wat zijn. Per slot van rekening was hij religieus. Hij heeft zelfs geprobeerd monnik te worden.


Ook dit schilderij van Gustave van de Woestyne met de zaaiende boer en een 'hint' van een dorp op de achtergrond heeft veel weg van een icoon.

Van de Woestyne behoorde tot de eerste groep van de ‘Latemse school’, een groep schilders die aan het begin van de twintigste eeuw woonde in St.-Martens-Latem bij Gent. Zij wilden het realisme tegenover het impressionisme in ere herstellen. In Nederland hadden we in die tijd de Bergense school met een heel andere stijl. De Bergense school was expressionistisch en had niets met religie of geloof te maken.


Wat in dit schilderij "De Blinde" opvalt is het krachtig gebruik van diep zwart waartegen het kwestbare gezicht zich aftekent. De donkere hemel als achtergrond benadrukt het blind zijn van de geportretteerde.

 

Net als bij Van Gogh was de zaaiende boer een belangrijk thema voor zijn schilderwerk. Van Gogh is zijn hele schilderkunstige leven bezig geweest met de zaaiende boer. Niet zo gek want ook Van Gogh was in wezen een “religieus” schilder. Met het beeld van de zaaiende boer maakt Christus duidelijk dat het zaad van het geloof niet altijd in vruchtbare aarde valt (Mattheus 13). Daarnaast is het de boer die door te zaaien en te oogsten ons voorziet van ons dagelijks brood.


De houding van het hoofd van deze "Boerin" van Gustave van de Woestyne is zoals die van Maria de Moeder van Jezus Christus op veel schilderijen.


Maar terwijl Van Gogh de zaaier in al zijn glorie in een kleurig landschap schildert, de boer als deel van God’s natuur, schildert Van de Woestyne de zaaier als een icoon. De Slechte Zaaier, de boer die ’s nachts onkruid tussen het goede zaad strooit en dusdoende de hand van de duivel is, zaait tegen een gouden achtergrond zoals gebruikelijk bij de oude iconen. De diepe kleuren zwart en rood van de boer doen denken aan Brueghel. 


Ook in dit portret "De Herder" gebruikt Van de Woestyne diepzwart om het iconisch karakter te benadrukken. De zwarte wolf bij de schaapskudde verwijst naar Jezus Christus die zich beschouwde als een herder die waakt over zijn kudde zodat ze niet verloren gaan door de wolf, de verbeelding van de duivel.


Dat Van de Woestyne uitgerekend van boeren iconen maakt, zal ook zeker te maken hebben gehad met zijn religieuze overtuiging. Boeren zijn immers de nederigsten en ook de armsten, zeker in de streken rond St. Martens-Latem.  En heeft Jezus Christus zelf niet gezegd dat God de Vader de hovaardigen weerstaat en de nederigen genade geeft (Jakobus 4:6 en Petrus 5:5) ? Ik neem aan dat Van Gogh om dezelfde reden van meet af aan de boeren als thema heeft in zijn werk.

 

Het gezicht van "De Boer "zit ingeklemd tussen het diepzwart van zijn kiel en van zijn pet waardoor zijn gezicht nog nadrukkelijker naar voren komt. We zien hier niet een boer maar de boer met op de achtergrond de boerderij.

Dat de figuren steeds in het zwart zijn gehuld zal enerzijds in overeenstemming zijn met de kleding van die tijd en anderzijds dienen om de ernst van het (religieuze) leven te benadrukken. Het zijn geen vrolijke schilderijen. Het veelkleurige leven zoals van Gogh dat schildert is bij Van de Woestyne afwezig. Zijn schilderijen doen denken aan de vroegere Noord Nederlandse schilderijen of aan vroege Spaanse schilders. Ook die schilderden een zekere strengheid des levens.


De portretten van Gustave van de Woestyne zijn te zien tot 9 oktober in het Noordbrabant museum.

donderdag 21 januari 2021

ARCHIEF PARIJS 2007

Vincent van Gogh, Musée d'Orsay


Des Glaces


St. Germain


Monet, Waterlelies (Nymphéas) in Musée de L'Orangerie


Montmartre






 

What do you want to do ?
New mail

maandag 15 januari 2018

NEDERLAND'S MOOISTE MODERNISTEN

Henri Fauconnier, Drieluik "De droom van de Vagebond", 1916-17. 
Links: De geboorte van de Vagebond. Midden:De Vagebond. 
Rechts: De dood van de Vagebond.
Het expressionistische schilderij zou van grote invloed zijn op de Bergense School.


Ik ben op de schilderijen tentoonstelling “Mooiste Modernisten” in Museum Singer Laren geweest. Helaas is die intussen afgelopen. De tentoonstelling geeft een goed overzicht van de Nederlandse moderne schilderkunst vanaf de tweede helft van negentiende eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog. Je ziet van zaal tot zaal hoe de schilderkunst in Nederland onder invloed van moderne stromingen als pointilisme, impressionisme en expressionisme zich begint te bevrijden van het academisch kopiëren van de werkelijkheid. 

Ferdinand Hart Nibbrig, "Twee kinderen onder een appelboom", circa 1899

Verf, penseelstreken, kleur en compositie dienen niet alleen maar meer om de werkelijkheid nauwgezet uit te beelden maar om de emoties van de schilder in beeld te brengen. De werkelijkheid wordt een haakje om de schilderkunst aan op te hangen totdat ook het haakje helemaal uit beeld verdwijnt bij de abstracte schilders. Dan krijgt het publiek het heel moeilijk.

Anton Mauve, "Het pasgeboren lam", circa 1884.
Mauve was een succesvol schilder in binnen en buitenland.
Intussen is hij ver overvleugeld door zijn kortstondige leerling Vincent Van Gogh.

Dat proces is langzaam en moeizaam op gang gekomen. Zo verandert het pointilisme het kleurenpalet en worden penseelstreken punten, maar het blijft een geschilderd plaatje. In die tijd was dit al een fikse revolutie waar niet iedereen gelukkig mee was.

Isaac Israels, "Vrouw in profiel voor Zonnebloemen van Van Gogh", 1918

Vincent van Gogh maakte in Frankrijk een radicale sprong in deze ontwikkeling met gevolgen voor de Nederlandse schilderkunst. Zijn kortstondige leermeester Anton Mauve van de Larense School hangt uiteraard op de tentoonstelling. Mauve is van invloed geweest op de keuze van onderwerpen van Vincent en heft via hem en diens vrienden kennis gemaakt met het Nederlandse expressionisme.  Mauve zelf bleef trouw aan de uitbeelding van de werkelijkheid als voornaamste opdracht voor een schilder.

George Hendrik Breitner, "Zittend Halfnaakt, circa 1890

De invloed van Van Gogh in Nederland zien we op het schilderij “Vrouw in profiel voor Zonnebloemen van Van Gogh” (1918). Het kan haast niet anders of Isaac Israels wil met het schilderij zeggen dat hij in de sporen van Van Gogh schildert. In zijn schilderij “Vrouw in strandstoel” zijn kleur en penseelstreek belangrijker dan de nauwgezette weergave van de werkelijkheid, zoals dat ook bij van Van Gogh het geval is.

Jan Sluijters, "Bloemencompositie", 1913

Dezelfde ontwikkeling zien we bij de Amsterdamse schilder Breitner waarvan op de tentoonstelling een expressief “Zittend half naakt” hangt. Breitner houdt echter ook vast aan de uitbeelding van de werkelijkheid, geromantiseerd dat dan weer wel. Hij en Israels blijven bij hun gedekte -Hollandse-  kleurenpalet. Geen zonnige uitbundigheid van kleuren zoals bij Van Gogh. Blijkbaar bepaalt de fysieke omgeving mee het kleurenpalet.

Bart van der Leck, "Compositie", 1918


Twee andere schilders die de aandacht trekken in de tentoonstelling zijn Sluijters en Bart van der Leck. Het werk van deze twee schilders komt heel dicht bij abstract, non figuratief werk. Bij van der Leck nog meer dan bij Sluijters. Kleuren zijn uitbundiger, vormen worden gereduceerd tot hun essentie. Beiden slaan een brug naar De Stijl van Piet Mondriaan en Theo Doesburg. Van der Leck wordt zelfs even lid van de Stijlgroep. De Stijlgroep is de stijlvolle afsluiting van de Nederlandse modernisten. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de kunst in Nederland opnieuw op zijn kop gezet maar die periode komt in Laren niet meer aan de orde. Van Gogh en Mondriaan hebben intussen de Nederlandse schilderkunst opnieuw met overtuiging op de internationale kaart gezet.

Toeschouwers in Singer Laren.


zondag 3 mei 2015

DE TAARTETERS

De Taarteters, een foto van Petrus, 11 december 2013


Als de bovenstaande foto je doet denken aan 'De Aardappeleters' van Vincent van Gogh dan is dat goed gezien. Wat mij betreft is de deze foto van taarteters een moderne versie van de aardappeleters. Kijk maar eens naar de compositie, de kleuren, de interactie tussen de eters en de algehele sfeer. Dat is ook de reden waarom ik de foto heb ingestuurd naar de Van Gogh wedstrijd die de AVROTROS naar aanleiding van de Van Gogh maand organiseert. 

Het schilderij de aardappeleters heeft hetzelfde hoofdthema als de foto van de taarteters, namelijk samen eten delen. In de tijd van van Gogh was dat weinig meer dan het dagelijkse voedsel. Het was in die tijd zelfs schraal eten voor een Brabants boerengezin (het schilderij is van 1885, Nuenen). Een taart eten was er waarschijnlijk nooit bij, behalve misschien op een feestdag zoals een trouwerij of de eerste communie. Als zoon van een dominee heeft van Gogh met dit schilderij vermoedelijk het oer-christelijke thema van het samen eten delen overgeplaatst naar zijn eigen tijd.


Vincent van Gogh, De Aardappeleters, 1885. 

In de tijd van Van Gogh was armoede normaal. Nu is het normaal om af en toe een gebakje (pateeke op zijn Vlaams) te eten : tijdens verjaardagen op het werk of thuis, als er iemand geslaagd is voor een of ander examen, een nieuweling op het werk, iemand die vertrekt. Op deze foto gaat het om buren die samen komen om een verjaardag van een van hen te vieren. Daar hoort taart eten bij en een glaasje drinken. Een andere manier om hetzelfde te doen namelijk samen iets te delen en te vieren.

Net zoals op het schilderij wordt de saamhorigheid versterkt door handelingen. Op het schilderij vraagt een van de tafelgenoten om meer koffie door zijn zijn kopje (tas) omhoog te houden in de richting van de koffieschenkster. De boerin links kijkt de boer naast haar aan alsof ze in gesprek zijn. Op de foto zijn alle blikken gericht op de gastvrouw die bezig is de taarten op tafel te zetten. De vrouw rechts achter lijkt iets te vragen. De vrouw links heeft haar hand voor de mond, waarschijnlijk uit verbazing over de taarten.

Aangezien zowel op de foto als op het schilderij de mensen rond een tafel zitten, is de compositie aan elkaar verwant. Op de foto zijn echter nog enkele plaatsen aan tafel niet bezet, waarschijnlijk die van de gastvrouw zelf, de fotograaf en nog een gast. De bronnen van verlichting zijn anders echter zonder de sfeer wezenlijk aan te tasten. Integendeel, het binnenstromende daglicht door de twee ramen verhoogt de sfeer.


woensdag 14 januari 2015

DE SELFIES VAN REMBRANDT EN VAN GOGH

Links: Zelfportret Vincent van Gogh (1887) Hij was toen 34 jaar. Rechts: Zelfportret van Rembrandt van Rijn (1630). Hij was toen 24 jaar.

Onlangs werd een fotografisch zelfportret van mij op Facebook een selfie genoemd. Toen pas besefte ik dat voor veel mensen een zelfportret hetzelfde is als een selfie. Dat was nog niet bij me opgekomen. Selfies zijn voor mij een variant op de bekende vakantiefoto's waarop mensen poseren bij een of ander monument, bijvoorbeeld de Eiffeltoren. Dat doen ze om thuis en aan vrienden te laten zien dat ze daar geweest zijn. Van alle selfies samen kun je daarna een fotodagboek maken van je vakantiereis.

Daarnaast heb je de selfies van jezelf met een belangrijk persoon, filmster of beroemde voetballer. Ook die zijn een voortzetting van een al lang bestaande traditie. In menig kantoor, maar ook in gangen en woonkamers zie je ze wel eens hangen. De gastheer poseert samen met een bekend politicus, een beroemd voetballer, de paus of een president. Bij audiënties van bijvoorbeeld de paus of van een president staat zelfs een officiële fotograaf klaar om zo’n foto te maken. Vervolgens werd de foto dan thuis of op kantoor opgehangen. Een selfie zet je op Facebook of Instagram.

Dit is het eerste zelfportret dat van Gogh in zijn brief noemt aan zijn broer Theo in het jaar 1889. (zie erop in de blog). Van Gogh was toen 36 jaar en zat in een inrichting vanwege zijn zelfmoordpoging. "Het ging weer minder goed met Vincent en hij laat zich vrijwillig opnemen te Saint-Rémy-de-Provence, in de instelling Saint-Paul-de-Mausoleaan de voet van de Alpilles. Men richtte er zelfs een klein atelier in, waarin hij kon schilderen tijdens de steeds zeldzamer momenten zonder zenuwcrisis. In dat jaar maakte hij er ongeveer 150 schilderijen. Het was de tijd van de Irissen, de Seringen, gele korenvelden, olijfbomen en cipressen. (Vincent van Gogh in Wikipedia )
Was zulks ook het doel van de geschilderde zelfportretten van bijvoorbeeld Rembrandt  en Van Gogh? Van Gogh maakte in totaal 40 zelfportretten. Zijn eerste zelfportret maakte hij  in het Brabantse Nuenen (1885). In Antwerpen maakte hij 5 zelfportretten (1885-1886) en in Parijs maar liefst twintig (1986-1988) . Zijn laatste 4 zelfportretten schilderde hij in een instelling voor geesteszieken in het Zuid Franse stadje Saint-Rémy-de-Provence. In zijn brieven schrijft Vincent Van Gogh dat hij zelfportretten maakt omdat hij geen modellen kan betalen. Voor van Gogh is het zelfportret dus een schilderkunstige oefening, een studie in techniek, vorm en kleur. 

Van Gogh gebruikt kleuren om zijn gevoelens en gedachten uit te drukken. Zet alle zelfportretten op een rijtje en je ziet dat de uitdrukking op zijn gezicht vrijwel altijd hetzelfde is. Het is een ernstige uitdrukking die concentratie verraadt, zelfs als hij zich portretteert met een zonnehoed op. Het leven van Van Gogh was dan ook bepaald niet zonnig. Ik denk dat Van Gogh van thuis uit of vanwege zijn aard meer levensernst had dan goed is voor een mens.

Dit is het tweede zelfportret dat van Gogh in zijn brief aan Theo van begin september 1989 noemt
(zie citaat hieronder).

Van Gogh vindt dat je, om een zelfportret te kunnen maken, ook enige zelfkennis moet hebben zo blijkt o.a. uit het volgende citaat uit een van zijn laatste brieven: “People say – and I’m quite willing to believe it – that it’s difficult to know oneself – but it’s not easy to paint oneself either. Thus I’m working on two portraits of myself at the moment – for want of another model –because it’s more than time that I did a bit of figure work. One I began the first day I got up, I was thin, pale as a devil. It’s dark violet blue and the head whiteish with yellow hair, thus a colour effect. But since then I’ve started another one, three-quarter length on a light background.Then I’m retouching some studies from this summer – anyway I’m working from morning till night.” (brief 800, Saint-Rémy, 5th or 6th September 1889). 

Rembrandt maakte meer zelfportretten dan van Gogh. Hij heeft in totaal bijna 90 zelfportretten gemaakt, verdeeld over 50 schilderijen, 32 etsen en 7 tekeningen. Ze omvatten 40 jaar van zijn leven (1620-1669). Van Gogh schilderde zijn zelfportretten in ongeveer 5 jaar, meteen ook zijn 5 laatste levensjaren. Rembrandt maakte al op jonge leeftijd zelfportretten als oefeningen in gezichtsuitdrukkingen die horen bij bepaalde gevoelens of stemmingen. Hij poseerde op allerlei manieren: jong en brutaal, in gedachten verzonken, ernstig, aandachtig, nieuwsgierig enz. Op de website van het Teylersmuseum vind je een overzicht van deze zelfportretten.

Een zelfportret van Rembrandt toen hij 33 jaar was (1639). De jeugdige overmoed is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor bezonnenheid. Hij was toen 5 jaar getrouwd met Saskia van Uylenburgh.
Op latere leeftijd worden de zelfportretten van Rembrandt bedachtzamer. Dat hangt uiteraard met leeftijd samen. Oudere mensen hebben nu eenmaal meer meegemaakt. Het leven had ook Rembrandt niet gespaard. Hij heeft hoogtepunten gekend maar ook veel dieptepunten en uiteindelijk eindigde zijn leven in eenzaamheid en armoede.  Zonder te spreken van schilderkunstig vorm gegeven zelfkennis en zelfonderzoek kunnen we toch vaststellen dat de zelfportretten van Rembrandt ook een weerspiegeling zijn van zijn levenservaringen. 

Juist Rembrandt beschikte over de schilderkunstige vaardigheden deze levenservaring schilderkunstig vast te leggen. Rembrandt kenners leggen er echter de nadruk op dat het etaleren van schilderkunstig meesterschap in de zelfportretten belangrijker is geweest dan het uitdrukken van diepste persoonlijke gevoelens.”Elk zelfportret van Rembrandt was dan ook, niet meer en niet minder, een specimen van zijn kunst oftewel een typische Rembrandt. Voorstelbaar is dus dat Rembrandt de klanten die zichzelf door de grote meester wilden laten portretteren, een actueel voorbeeld van zijn kunsten wilde laten zien en dus altijd ten minste één geschilderd zelfportret in voorraad hield. Klanten kochten dan mogelijk naast hun eigen portret ook een portret van de maker zelf. Rembrandt maakte vervolgens weer een volgend “promotie” schilderij.” (zie: Rembrandt en zijn zelfportretten

Zelfportret van Rembrandt dat hij gemaakt heeft in zijn laatste levensjaar 1669. Hij was toen 63 jaar. 

Ik denk ook niet dat 'de selfies' van van Gogh of Rembrandt een soort schilderkunstig vorm gegeven diepte psychologisch zelfonderzoeken zijn. De psychologie moest toen trouwens nog uitgevonden worden. Bovendien beschouwden beiden kunstenaars zich inderdaad op de eerste plaats als schilderkunstige ambachtslieden om den brode. Rembrandt verdiende er zelfs op een gegeven moment veel geld mee. Van Gogh kon tot zijn wanhoop, verdriet en teleurstelling nooit leven van zijn schilderkunstige vakmanschap. Het moet een drama geweest zijn dat hij financieel totaal afhankelijk was van zijn broer Theo. Hun zelfportretten zijn hoe dan ook een afspiegeling van deze complexe levenservaringen. 

zondag 7 april 2013

MOEDIG VERFBEEST ARMANDO

Armando tentoonstelling in Galerie Post + Garcia aan de Avenue Ceramique tegenover het Bonnefantenmuseum, Maastricht.

Je fietst door de koude wind naar het Bonnefantenmuseum en komt terecht bij Armando. Alsof de goden het zo willen. Ik zie toevallig dat er een tentoonstelling van recent werk van hem is in de galerie Post + Garcia aan de Avenue Ceramique (de Maastrichtse elite geeft graag een Frans tintje aan de stad) tegenover het museum. Een chique, voor Nederlandse begrippen monumentale galerie met grote strak witte muren en grote ramen. Alleen het gedeelte met werk van Armando was open.

Ik ken Armando's schilderwerk al een tijdje. Telkens sta ik versteld van zijn zoektocht naar de essentie, het wezen der dingen. Het lijkt alsof hij de goden uitdaagt om met hun hebben en houden, incluis verschrikkingen, naar beneden te komen, terug naar de aarde die zij gemaakt hebben tot wat ze is, een oord van wreedheid, geweld én schoonheid. Armando gaat daarmee het gevecht met de verf aan. Zonder angst en met een zekere woede. Armando is niet bang om te schilderen. Hij smeert de verf op het doek. Hij is een verfbeest.

Het eerste echte verfbeest was Vincent van Gogh met zijn hartstocht voor schoonheid van mens en natuur. Bij hem geen penseeltje verf met een toetsje hier of daar maar penselen met klodders geel, vooral veel geel, rood, groen en donkerblauw. Bij Van Gogh willen verf en kleur als het ware uit hun keurslijven springen. Van Gogh schept zo op het doek een nieuwe wereld. Appel doet hetzelfde maar dan anders. Die gooit de verf op het doek, smeert het uit als klei, zand en modder. Kleuren gaan over elkaar, tegen elkaar in en in elkaar over. De verf gaat bij Appel nog meer dan bij van Gogh zijn eigen gang. Geen keurslijven meer van vorm en maat. Alles wordt buitensporig. Helaas wordt Appel later braaf en netjes in zijn werk. Ik vrees dat de sirenen van de markt en van zijn bewonderaars hem daartoe verleid hebben. 



Armando heeft zich daarentegen niet laten temmen ook nu niet terwijl hij al over de tachtig is. Hij blijft even krachtig en heftig alsof hij het lot, de goden en de wereld wil tarten met zijn schilderijen en zijn beelden. Soms lijkt het dat hij nog driester en misschien zelfs ook wel woester is geworden. Misschien is het haast. Schrikaanjagend is Armando ook. Bij hem geen mooie plaatjesschilder voor in het designinterieur maar woede én liefde. Je ziet zijn woede over wat mensen elkaar kunnen aandoen in de jas, de vlag en het hek. Alles draagt de sporen van onze barbaarsheid. Maar je ziet ook liefde, liefde voor de natuur die haar wreedheid niet kan helpen.

Een tijdje geleden zag ik een documentaire over Armando. Je zag een man van ver in de zeventig op een hoge stoel voor een doek zitten met grote gummi handschoenen aan waarmee hij in de verf graaide als was het smurrie van klei en modder. Een verfmachine of was hij zelf verf geworden? De verf danst over het doek, geen subtiele, elegante danspasjes maar kringelend, wild en woest. Wit gaat over blauw en duwt grijs opzij, groen verdringt het rood en het blauw, rood strijkt woest langs zwart dat terug duwt. Alles beweegt ruw en woest door en naast elkaar.

Je herkent de primitieve vormen van de wolken, de zeegolven, het hek, de jas, de das en de zon. Ze zijn daar, ze waren daar, ze zullen er altijd zijn, ze zullen zijn. Armando is niet bang voor de ondergang of de dood. Hij is een schilder zonder vrees. Hij hecht ook niet aan zijn werk. Het is er, maar kan er ook niet zijn. Daarom jammerde hij ook niet over de brand die het aan hem gewijde museum in Amersfoort in de as legde waardoor veel van zijn werk verloren ging. Armando durft het lot te tarten maar er zich ook bij neer te leggen. Daar is moed voor nodig, veel moed. Armando is een moedig verfbeest.

Ik vraag aan de bewaker (je moet wel eerst toestemming vragen of je foto's mag maken) of hij zelf schilder is? Nee dat niet. Of ik schilder ben, vraagt hij terug. Ik hou het bescheiden, zeker in de buurt van zo'n grote schilder als Armando en zeg “een beetje”. Even later zegt hij tegen twee bezoeksters (die ook een beetje schilderen, zo had hij mij vertelt) dat met het licht uit de schilderijen van Armando mooier en dieper worden. Om ons te laten zien wat hij bedoelt, doet hij het licht uit. En verdomd, de schilderijen werden inderdaad dieper en mooier, schrikwekkend mooier. Je moet het gezien hebben.  

vrijdag 5 april 2013

VINCENT VAN GOGH

Vincent van Gogh, Naaister, Etten, 1881, Rijksmuseum Kröller-Müller,Hoge Veluwe. "Een mooi uitgewerkte tekening met het model in tegenlicht. Vincent's techniek is duidelijk vooruitgegaan al relativeert hij als volgt:"Natuurlijk zijn dat geen meesterstukken, maar toch geloof ik waarlijk dat er ietss gezonds en werkelijks in zit". (blz. 98 in 'Van Gogh in Etten, catalogus bij de tentoonstelling over leven en werken van Vincent van Gogh in 1881 in Etten-Leur, gehouden van 30 maart tot 31 juli in het Van Gogh-centrum te Etten-Leur.) Vincent was een verwoed tekenaar van het Brabantse boerenleven in de tijd dat hij daar woonde en werkte. Zijn grote voorbeeld was Jean Francois Millet (1814 - 1875), schilder van het boerenleven.


Een vierdelig Nederlands docudrama over Vincent van Gogh, een van onze grootste schilders. Ik kijk gewoonlijk niet naar Nederlandse series of films. Mij te houterig allemaal. Het lijkt wel of Nederlandse filmers en acteurs hun best doen om je niet te laten vergeten dat er toneel gespeeld wordt. Wegdromen bij verrassende beelden en dialogen is er niet bij. Het blijft allemaal Nederlands nuchter. Maar nieuwsgierigheid dreef me deze keer om toch te kijken.

Het docudrama “Een huis voor Vincent” is een tweeluik. Twee levens, niet naast maar door elkaar. Terwijl we het leven van Vincent leren kennen, zien we zijn neef Vincent Willem, zoon van zijn geliefde broer Theo, zijn best doen om de enorme collectie schilderijen van zijn oom in Frankrijk te slijten. Met de opbrengst moet -god betert – het project voor een hoge snelheidstrein gefinancierd worden. Maar goed dat dat niet is doorgegaan. We weten nu dank zij Fyra wat daar terecht van zou zijn gekomen. Je moet er ook niet aan denken dat een Frans museum eigenaar zou zijn geworden van de Van Gogh collectie. De Fransen zouden Vincent onverbiddellijk tot landgenoot -notre Vincent- gebombardeerd hebben. Nu hebben we dank zij zijn neef het Van Gogh museum als een huis voor Vincent.

Vincent was niet alleen een begeesterd schilder maar ook een begenadigd schrijver. Dat besefte ik pas stoen ik zijn brieven aan zijn broer Theo begon te lezen. Ik vind zijn brieven net zo goed of misschien zelfs wel beter dan van Gerard Reve. Vincent schreef zijn broer zonder winstoogmerk, puur en alleen uit broederliefde en ter verantwoording van de centen die hij van zijn broer kreeg. Gerard was daarentegen uiteindelijk ook broodschrijver zoals hijzelf vaak zei. Brood was nou net Vincent's zijn probleem net als schildersmateriaal. Hij had nooit geld. Zijn leven lang heeft hij zijn hand op moeten houden bij broer Theo. Heeft Theo daarover geklaagd, gezeurd en gemekkerd? Niet dat ik weet.

Waar kom je zo'n broederliefde nog tegen? En dan te weten dat Theo toch ook een gezin moest onderhouden. Heeft diens vrouw Jo er ooit iets van gezegd? Ik bedoel, het is toch voor de hand liggend dat ze tegen haar man gezegd zou hebben dat hij eens aan zijn eigen huishouden moest denken in plaats van huishoudgeld te geven aan een haveloze, soms krankjoreme schildersbroer en hoerenloper wier schilderijen je niet aan de straatstenen kwijt kunt? Maar over zulke zaken horen of zien we niks in het felrealistische maar fantasieloze docudrama. In plaats daarvan zien we zijn broer als een zoutloze, brave galeriehouder. Zijn vrouw Jo is al een even brave vrouw terwijl zij zonder een cent subsidie, de hele collectie schilderijen én brieven na de dood van haar man geordend heeft en zo bewaard heeft voor het nageslacht. Niet voor het geld maar vanwege de zeggingskracht van de schilderijen en tekeningen. Jo zou daarvoor postuum alsnog het Grootkruis van Verdienste voor moeten krijgen net als trouwens haar man, Vincent's broer Theo.

We zien in het vierde deel dat Vincent zijn broer Theo en diens vrouw Jo probeert over te halen bij hem in Zuid Frankrijk te komen wonen. Maar Theo en Jo weigeren. Ik snap dat. Waar moet Theo met zijn gezin in zo'n verlaten dorp van leven? Als galeriehouder moest hij, zeker in die tijd, bij zijn afzetmarkt wonen en die was nu eenmaal in Parijs. De droom van Vincent om met zijn broer en diens vrouw op het vredige platteland te wonen was een onmogelijke romantische droom. Net zo onmogelijk als zijn droom om met Gauguin een soort schilderssameleving te vormen. Hijzelf als dromer was daarbij overigens het grootste obstakel maar dat had hij niet door. Onbegrepen eenzaamheid dat was zijn hoogst persoonlijke drama dat in de serie helaas niet tot leven komt.

Het docudrama is van een hoog Nederlands realistisch gehalte terwijl Vincent alles behalve een realist was. Van Gogh was een idealistische dromer op zoek naar de zin van zijn leven, waarbij hij geen genoegen nam met minder dan het maximale. Hij wist met zijn leven eerst geen raad. Moest hij gevallen vrouwen helpen zoals zijn Sien die eigenlijk niet eens geholpen wilde worden of moest hij het woord van Jezus Christus prediken zoals zijn vader deed in het Brabantse Zundert? Hij studeerde voor dominee maar het lukte niet. Vervolgens probeerde hij het als lekenprediker bij de mijnwerkers in de Borinage. Maar die begrepen hem net zo min als zijn collega's. De mijnwerkers snapten zijn hartstocht niet voor hen, verworpenen onder de aarde. Zijn omgeving begreep zijn hartstocht niet voor het leven van en bij de gewone man en vrouw. Zijn vader en moeder begrepen er in ieder geval niks van dat hun zoon in alles hartstochtelijk was. Alleen zijn broer Theo en diens vrouw hadden een vermoeden van wat Vincent ten diepste bewoog. Maar dat nam niet weg dat zijn hartstochtelijkheid het samen leven met hem moeilijk maakte. Gelukkig was daar de schilderkunst. Daarin kon Vincent uiteindelijk zijn hartstochten voor mens en natuur uitleven in kleur en vorm. We mogen de schildersgoden danken voor zo'n schilder.

zondag 3 maart 2013

VEILING: DE KAN VAN VAN GOGH


Petrus, 'De Kan van Van Gogh', acrylverf op paneel, 61 x 70 cm.
Dit schilderij is een proeve van schilderkunst geïnspireerd op een schilderij van Vincent van Gogh dat ik heb gezien op de tentoonstelling 'VAN GOGHS Musée imaginaire, de keuze van Vincent' (2003) in het Kröller Müller Museum op de Hoge Veluwe. Aangezien het geen bekend schilderij van Van Gogh is, heb ik het hieronder afgebeeld.
Vincent van Gogh, Stilleven met Koffiepot, 1888, Privécollectie.
Je kunt de hele maand Maart een bod doen op het schilderij. Startprijs: € 100,-

dinsdag 26 juni 2012

VEILING VAN DE KAN VAN VAN GOGH


Petrus, De kan van Van Gogh, 2009, acryl op paneel (70 x 61 cm)


Dit is de tweede maal dat ik op internet een schilderij ter veiling aanbied. De titel geeft al aan dat het schilderij geïnspireerd is op een schilderij van Vincent van Gogh. Het is een stilleven van hem dat ik voor het eerst zag op de tentoonstelling  ‘Musée Imaginaire’, de keuze van Vincent' in het Van Gogh Museum in 2003 te Amsterdam.


Vincent van Gogh, Stilleven met Koffiepot, 1888, privé collectie. Afgebeeld in 'Van Goghs Musée Imaginaire, de keuze van Vincent' een uitgave van het Van Gogh Museum, Amsterdam 2003, blz.42.

Het schilderij ‘Stilleven met een koffiepot’ dateert van 1888,twee jaar voor zijn dood. Je kunt zien dat Van Gogh vorm, volume, kleur, perspectief en compositie schilderkunstig volledig beheerst. Zijn penselen zijn toverstokjes waarmee alles kan wat hij in zijn hoofd heeft. 

Het thema van de tafel met sinaasappelen, citroenen, borden, schalen  en andere vormen is klassiek (Cezanne en Bernard). De kleuren zijn niet ‘uitgelaten’ zoals we gewend zijn bij Van Gogh in zijn Zuid Franse jaren. Vermoedelijk gaat het om een studie van vooral kleuren, Van Goghs schilderkunstige hoofdthema, met zwart als centrale kleur.

Het schilderij  dat ik ter veiling aanbied is eveneens een studie in vooral vorm en kleur. Een koele kan tussen warme kleuren met de grootst mogelijke eenvoud geschilderd. Dat laatste thema – eenvoud – is ook heel kenmerkend voor het werk van Vincent van Gogh.

Iedereen die een bod wil doen van 50€ of hoger kan mij een email sturen. Zodra er een bod is gedaan, zal ik dat melden in de rechterkolom van deze blog. 

vrijdag 9 maart 2012

AI WEI WEI IN DE PONT

Geen Chinese kunstenaar is zo bekend als Ai Weiwei (Beijing, 1957). Die roem dankt hij niet alleen aan zijn kunst, maar ook aan zijn strijd voor meer politieke en maatschappelijke vrijheid. De expositie in De Pont toont werk uit de jaren 2003-2011 en omvat naast een aantal grote sculpturen, zijn bijna volledige videowerk. Lees verder op de site van het Tilburgse Museum voor Moderne Kunst DE PONT.

dinsdag 24 januari 2012

DE 'KATHOLIEKE' VAN GOGH EN DE 'PROTESTANTSE' MONDRIAAN

Vincent Van Gogh, De aardappeleters, Nuenen 1885, Van Gogh museum Amsterdam
 
We hebben al vastgesteld dat Van Gogh en Mondriaan van dezelfde voorouders stammen, dat op zich is opzienbarend, en dat beiden eenBrabantse toets hebben. De Brabantse toets van Van Gogh kunnen we zien in een aantal schilderijen van hem waarvan de aardappeleters het meest bekend is. Je kunt dat schilderij enigszins beschouwen als een eerbetoon aan het Brabantse boerenleven. Het zou zo maar de Brabantse Nachtwacht kunnen zijn.

Van Gogh heeft het thema van de gezinsmaaltijd niet voor niets gekozen. Men deelt in gezinsverband het eenvoudige eten. Eten delen is het symbool bij uitstek voor solidariteit. De boerin links kijkt onderwijl met een zekere warmte naar haar man rechts van haar terwijl beiden uit dezelfde schaal een aardappel pikken. De boer rechts houdt zijn kom uitnodigend voor aan zijn vrouw terwijl zij bezig is koffie in te schenken, niet alleen voor zichzelf, maar voor allemaal.

Je zou hier het ritueel van de Katholieke mis in kunnen zien. De aardappel en de koffie staan dan voor het brood dat gebroken wordt, de koffie voor de wijn die geschonken wordt. Misschien overdreven maar Van Gogh als domineeszoon moet goed bekend geweest zijn met kerkelijke rituelen. Dus zo gek is het nog niet. Van Gogh is trouwens zijn hele verdere leven lang in alle opzichten trouw gebleven aan het thema van de eenvoud en de solidariteit. Uiteindelijk schilderde hij de schoonheid van het leven in al zijn eenvoud of het nu landschappen of portretten waren.

Piet Mondriaan,Ruitvormige Compositie met 2 lijnen, 1931 Stedelijk Museum Amsterdam

Mondriaan heeft hetzelfde gedaan maar op een abstracter  niveau. Van Gogh en Mondriaan waren immers beiden idealisten die hun leven lang gezocht hebben naar de zin van het leven. Beiden hadden daarbij als vertrekpunt het van thuis meegekregen Protestantse geloof. Beiden vonden uiteindelijk rust in de schilderkunst. Daarin konden ze hun idealisme, hun optimisme en hun levensovertuiging kwijt. Van Gogh is daarom alles behalve een plaatjesschilder en Mondriaan geen schilder van alleen maar vierkantjes en lijnen.

Beiden schilderden vanuit een geestelijke wereld die niet los stond van hun dagelijkse leven. Van Gogh is als kind van zijn tijd dichter bij de figuratieve kunst gebleven om zijn geestelijke leven te verbeelden. Mondriaan als kind van zijn tijd kwam uiteindelijk terecht in de abstracte kunst niet omdat dat mode was geworden maar omdat hij daarmee het beste zijn ideeën, zijn idealen, zijn geestelijke leven kon uitdrukken.

Je zou kunnen zeggen dat Van Gogh meer een Katholieke schilder is met zijn uitbundige vorm- en kleurgebruik als lofprijzing aan de schepping van mens en natuur. Mondriaan daarentegen is als zoon van een onderwijzer met zijn voorkeur voor abstractie, met zijn strakke lijnenspel, zijn primaire kleuren en eenvoudige vormen meer een Protestantse schilder. Daar waar Van Gogh op zijn doeken het eeuwige leven viert met aardse kleuren en vormen, viert Mondriaan datzelfde eeuwige leven met onaardse harmonie en schoonheid. Van Gogh is als een Katholieke kerk met zijn uitbundige rituelen, beelden en schilderijen. Mondriaan is als een Protestantse kerk met zijn nadruk op ruimte en eenvoud.