Posts tonen met het label simone de beauvoir. Alle posts tonen
Posts tonen met het label simone de beauvoir. Alle posts tonen

dinsdag 18 augustus 2026

DE MORBIDE KANTEN VAN HET NICARAGUAANSE PRESIDENTIËLE ECHTPAAR ORTEGA-MURILLO

 

President Daniel Ortega met zijn vrouw tevens vice-president of tegenwoordig co-president Rosario Murillo.



Wat was de Sandinistische opstand veelbelovend!! Jongeren en ouderen, de hele Nicaraguaanse bevolking van links tot rechts, zelfs de katholieke kerk met bisschop Obando y Bravo, geloofden er uiteindelijk in. 


De Sandinistische opstand met zijn jeugdige dynamische leiders werkte al net zo aanstekelijk op de buitenwereld. Vooral linkse jongeren in Europa, die zich in welvaart en  luxe afvragen of er geen grotere daden te verrichten zijn tot heil van de mensheid dan het bijwonen van muziekfestivals en reizen, krijgen met de Sandinistisch revolutie een nieuw levensdoel. 


De linkse idealistische jonge Sandinisten beloofden een nieuw land met nieuwe mensen. Dat was tenminste een toekomst! Daarmee vergeleken zijn Europa en Noord Amerika oude en versleten continenten, waar idealisme ver te zoeken is.


Dank zij de jeugdige Sandinistische leider Daniel Ortega kreeg de gewelddadige revolutie ook nog eens een poëtisch randje. Hij zou tijdens zijn gevangenschap onder dictator Somoza het gedicht  “Nunca vi a Managua una minifalda” (Ik zag nooit een minirok in Managua) geschreven hebben.


Deze zinssnede alleen al was genoeg bewijs voor zijn Westerse fans dat Daniel Ortega door zijn lijden in gevangenschap een gelouterd man is die Nicaragua naar een nieuwe toekomst vol vrijheid en gelijkheid zal leiden. 


Veel van wat ik toen zag en hoorde van de Nicaraguaanse revolutie deed mij denken aan mijn studententijd waarin de Cubaanse revolutie onder leiding van Fidel Castro met al net zoveel enthousiasme werd begroet. Ook die had met een revolutionair legertje Cuba bevrijd van een dictator. 


Ook hij daagde het Amerikaans imperialisme uit, terwijl de Amerikaanse oorlog in Vietnam net was begonnen. Dankzij de revolutie veranderde de hoofdstad Havana van een Amerikaanse maffia hoerenkast in een vrolijke stad vol van vrijheid en gelijkheid. 


Tenminste dat dachten zijn Westerse volgelingen, waaronder de eminente Franse filosoof Sartre, de al even Franse feministische schrijver Simone de Beauvoir en niet te vergeten de Nederlandse schrijver Harry Mulisch, totdat Fidel Castro zich ontpopte als een absolute en wrede dictator.


Wie was ik om te denken dat de geschiedenis in Nicaragua zich zou kunnen herhalen en dat de jonge, knappe dichter revolutionair Daniel Ortega net als Fidel Castro samen met zijn kameraden van het eerste uur zou veranderen in een kleinzielige, alles wetende en heersende dictator zoals Fidel Castro? 


Ik dacht het wel maar ik zei het niet. Ik vond dat ik niet het recht had mijn scepsis over de Cubaanse revolutie te projecteren op die van Nicaragua, al waren er aanwijzingen dat Daniel Ortega en zijn broer Humberto wel eens dezelfde Marxistische kant op zouden kunnen gaan. 


Nu 27 jaar later heeft Daniel Ortega zijn revolutionaire masker definitief laten vallen. Samen met zijn vrouw Rosario Murillo heeft hij op TV aangekondigd dat er in Nicaragua nooit meer verkiezingen zullen worden gehouden. Hij heeft zich tot dictator voor het leven verklaard.


Hoe kan het dat en revolutie zo ontspoord in machtswellust, cynisme en leugenachtigheid? Misschien ligt een van de aanwijzingen in wat de Amerikaanse biograaf Kenneth E. Morris in zijn boek “Revolucion Inconclusa” (Onvoltooide Revolutie) schreef.


Volgens Morris las Ortega in de gevangenis in kranten gedichten van Rosario Murillo (zijn vroegere lief en huidige vrouw) en werd hij dichter. Zijn in de gevangenis geschreven gedichten bleken nogal morbide te zijn. Hij en zijn familie hielden ze buiten de publiciteit omdat men vreesde dat zijn angsten, fobieën, emotionele afwijkingen en ook zijn zwakheden, kortom zijn duistere kanten, bloot zouden geven. Zijn die nu boven gekomen?


Rosario Murillo is sinds Ortega aan de macht is voortdurend aan zijn zijde, ondanks dat beiden een leven van overspel hebben geleid. Volgens Morris is zij net zo despotisch als Ortega zelf. 


Volgens de Britste radiojournalist Sir David Frost, die president Ortega in 2009 voor het Al Jazeera programma ‘Frost over the World’ interviewde, is Murillo een burgerlijke hippie-achtige vrouw die pronkt met sieraden, haar huis versiert met posters van rockbands, een fervent aanhangster is van New Age-principes en een liefhebber van astrologie. Hoe zo iemand dictator wordt, is en blijft moeilijk te begrijpen.


zaterdag 2 augustus 2014

SARTRE OP CUBA

Van links naar rechts op de foto: Simone de Beauvoir, Jean-Paul Sartre en Fidel Castro.Op de foto staat een citaat van Sartre gedrukt: "Wat ik het meest waardeer in Castro is zijn verlegenheid. Wat ik het meest waardeer aan deze Revolutie is zijn spontaniteit." (24 februari 1960 op de campus "Oscar Lucero", in het fotoboek 'Sartre por Korda', cuba imagen 2006)

Ik ben opgegroeid met de Franse filosoof Sartre. Dat klinkt aanmatigend maar zo bedoel ik het niet. Hij hing in de vorige eeuw als het ware in de lucht, zelfs in Nederland. Dat verklaart de titel “De eeuw van Sartre” die de franse filosoof Bernard- Henri Levy gaf aan zijn filosofische zoektocht naar Sartre (Bert Bakker, Amsterdam 2004). Hij was als de zwevende pollen van de paardebloemen in het voorjaar. Als Toon Hermans zong over trui artiesten die zingen van kroegen en de dood, moest ik aan Sartre denken. 

Voor mij was hij een zwartkijker voor wie menselijke vrijheid meer een last is dan een vreugde. Liefde tussen mensen en dus ook solidariteit is onmogelijk want door de blik van de ander wordt een mens ontmenselijkt in plaats van vermenselijkt. Een blik van liefde heeft het begin van ontmenselijking al in zich. Er is geen hoop dat daar ooit verandering in komt. Er is geen toekomst. Met deze opvattingen ging Sartre tegen mijn diepste intuïties over liefde,  leven en dood in.

Maar waarom wordt iemand zonder hoop op enige toekomst voor de mensheid dan toch communist en zelfs Maoïst? Die geloven immers wel nadrukkelijk in de toekomst, in een nieuwe mens die solidair in gemeenschap zal leven, in de mogelijkheid van het paradijs op aarde? Zijn bekering tot het communisme paste in ieder geval in de geest van de tijd. Linksigheid en rebellie hingen in de jaren zestig van de vorige eeuw net zo in lucht als Sartre zelf dankzij de naoorlogse babyboom generatie.

Maar ik verdacht hem er ook van een kamergeleerde te zijn die het leven problematiseert in plaats van het te (be)leven, iemand die leer en leven, woord en daad niet kan laten samenvallen. Je schrijft over van alles maar verbindt er voor je eigen leven geen gevolgen aan. Dat zou een tegenvaller zijn voor iemand die de mens centraal stelt in zijn filosofie. Er was nog zo'n tegenvaller. Ondanks zijn bewering dat liefde tussen 2 mensen onmogelijk is, de blik van de een maakt immers altijd en overal van de ander een object, had hij toch een verhouding met de Franse schrijver en feministe Simone de Beauvoir. Ging het hem enkel om de seks en erotiek? Maar hij zag haar toch ook als een kameraad, iemand met wie je blijkbaar op vertrouwensbasis door het leven kon en dat is dus meer dan lichamelijkheid.

Op mijn vakantiereis in Cuba (2008) kwamen al deze gedachten weer boven toen ik daar het fotoboek “Sartre por Korda” (cuba-imagen 2006) vond, een verslag van het bezoek dat Sartre met zijn Simone in 1960 aan Cuba bracht. Ik zie op de foto's twee Franse intellectuelen die zich onwennig bewegen in de Cubaanse revolutionaire wereld.

Van links naar rechts: Simone de Beauvoir, Jean-Paul Sartre en Che Guevara. Onder deze foto een citaat van Sartre: "Commandant Ernesto Che Guevara wordt beschouwd als een hoog ontwikkeld man en dat merk je: je hebt niet vele tijd nodig om in te zien dat in elke zin van hem een reserve in goud zit."  Toepasselijk woordgebruik van Sartre voor iemand die Directeur is van de Nationale Bank van Cuba. (26 februari 1960, op bezoek bij Che Guevara in de Banco Central de Cuba, fotoboek: Sartre por Korda, cuba imagen 2006)

Simone poseert schattig met haar handtasje op enige afstand met een groepje vrouwelijke bouwvakkers. Zou ze dat thuis in Frankrijk ook hebben gedaan? Ik zie Sartre onwennig een Cubaanse sigaar opsteken daarbij geholpen door Che Guevara, toen nog hoofd van de Cubaanse Centrale Bank. Het doet me denken aan onze eigen schrijver Harry Mulisch die zich ook liet meeslepen door Fidel Castro en zijn revolutie (Harry Mulisch, Het woord bij de daad, getuigenis van de revolutie op Cuba, Amsterdam 1968). Ook hij zag de nieuwe mens in wording op Cuba. Dat Mulisch daar in geloofde, kan ik vatten maar van iemand als Sartre die een wereldbekende filosoof was geworden omdat hij juist het tegendeel had beweerd, is dat moeilijk te begrijpen.

Hoe ver Sartre en zijn kameraard Simone gingen in hun bewondering voor Castro en de Cubaanse revolutie beschrijft Levy in het hoofdstuk “De waan van het tijdperk” in de paragraaf getiteld “Zijn vriend Castro” aan de hand van het boven genoemde bezoek van Sartre en De Beauvoir aan Cuba.

“Cuba. De waanzinnige, onbegrijpelijke teksten die volgen op zijn reis naar Cuba. Het is de lente van 1960. het nieuwe regime is pas twee jaar oud. Maar door een onafwendbaar automatisme, waaraan men Sartre overigens vanaf zijn allereerste reportages herkent, het klassieke automatisme van een toenemende radicalisering, vertoont het reeds de belangrijkste tekortkomingen van het Midden en Oost-Europese socialistische regimes: bijzondere rechtbanken, muilkorven van de pers, massale executies zonder vorm van proces in de gevangenissen van Havana en Santa Clara, concentratiekampen, schervengerichten waarbij tot hysterie gedreven massa's, net als in het oude Rome, verdachten ter dood veroordelen door hun duim naar de grond te laten wijzen, de arrestatie van Huberto Matos, de marginalisatie of liquidatie van alle democratische of gewoon Fidel-vijandige leiders, kortom; de ineenstorting van de democratische facade die de eerste maanden van het regime de totalitaire tendensen camoufleerde. En Sartre staat weer op de barricades, zwerft met Simone de Beauvoir drie dagen in gezelschap van Castro over het eiland en doet als hij terug is in zestien artikelen voor France-Soir verslag van zijn wonderbare avontuur: Castro overdag... Castro 's avonds...de revolutie overdag en 's avonds, zonder rust of respijt... kom vroeg, om middernacht...het jaar 1 van het nieuwe decennium en de wereldrevolutie...De Castro van de stad en de Castro van het boerenland... Castro in zijn 'barbudo' uniform...Castro en de landhervormingen...Castro, vriend van het volk...Castro op zijn hurken in het stof om een koelkast te repareren of het ontwerp van een huis te tekenen...Castro, de strijder en de boer... de heilige Castro, de komediant... en Sartre, en Castor, die alles pikken, alles slikken, voortdurend verrukt zijn over de wonderbaarlijke populariteit van hun gastheer – internationale uilskuikens, hogepriesters van het nieuwe geloof: 'Ik groet in u het humanisme,' herhaalt Sartre onveranderlijk tegen zijn gesprekspartners. En zij klapt uitgelaten in haar handen en geeft haar kameraad opgewonden stompjes:'Het bestaat! We kunnen zeggen dat het bestaat!” (blz. 349-351 in genoemd boek)

Zo gaat het nog een pagina lang verder. Levy krijgt er niet genoeg om de dwaasheden van Sartre en zijn vriendin breeduit te etaleren. Die dwaasheden komen trouwens overeen met die welke ik gelezen heb in het al eerder genoemde boek van Harry Mulisch, met wat de Nicaraguaanse priester dichter Ernesto Cardenal schrijft in zijn boek “En Cuba” (Buenos Aires 1972) en de Braziliaanse bevrijdingstheoloog Frei Betto in zijn boek 'Fidel y la religion' ( Ocean Sur 2006). Uit al deze boeken spreekt een mateloze bewondering voor de persoon Fidel Castro en de Cubaanse revolutie. Elke kritische distantie is als sneeuw voor de zon verdwenen. Ze belijden hun geloof in Fidel en de Cubaanse revolutie zoals anderen zich overgeven aan sekte leiders of fundamentalistische predikers. Castro blijkt de wonderdoener te zijn waar zij blijkbaar al lang op wachten. Hij vervult als het ware al hun dromen over de toekomst van de mensheid met zijn nieuwe mens.

Hoe kon de filosofische zwartkijker Sartre zich zo laten verleiden tot een bijna hysterische bewondering  voor revolutionairen als Fidel Castro en Che Guevara? Waarom bewonderde hij de Cubaanse revolutie, verdedigde hij zelfs het Stalinisme en werd zelfs Maoïst? Dat zijn onderwerpen voor een volgende blog.