Posts tonen met het label ontwikkelingslanden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontwikkelingslanden. Alle posts tonen

dinsdag 28 april 2026

CORRUPTIE BIJ ADOPTIE EN PROSTITUTIE

Dominicaanse Republiek 1980

 

Wie stond er pakweg 40 jaar geleden bij stil dat een volwassen geadopteerd kind meer zou willen weten over zijn of haar biologisch ouders? In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw leek adoptie van pas geboren kansloze kinderen uit ontwikkelingslanden (of Derde Wereld landen) een mooie manier om de armoede in de wereld te bestrijden.


De bloedband leek toen van ondergeschikt belang vergeleken met hun armoede totdat ze eenmaal volwassen nieuwsgierig werden naar hun biologische ouders. 


Bij hett onderzoek naar hun afkomst stuiten geadopteerde kinderen op corruptie in het land van geboorte. Ook daar dachten we toen hier niet aan. We dachten dat het daar hetzelfde aan toe gaat als hier, misschien iets minder gereguleerd. 


Aan  brutale vervalsing van geboortepapieren, paspoorten en misbruik van namen dacht men niet, ook niet bij de in adoptie gespecialiseerde stichtingen. Die waren bezig met het goede doel. Dat corruptie in de meeste Derde Wereld landen een normaal onderdeel van het leven is, viel buiten onze horizon.


Wie in Mexico geboren is, kan alleen maar het land met een Mexicaanse paspoort. Dat is op zich probleem als je maar de nodige papieren kunt overleggen. Voor de aanvraag van een paspoort heb je het geboortebewijs van de gemeente nodig. 


Bij gebrek aan kopieerpapier kon de gemeente mij tot twee keer toe niet helpen. Een VN collega maakte me duidelijk dat de ambtenaar in kwestie een kleine tegemoetkoming verwacht ook al zijn volgens de wet de geboorte aktes gratis. Geen geld, geen papieren. Toen ik bij de derde keer mijn VN paspoort tevoorschijn haalde in plaats van geld, kreeg ik alsnog de benodigde kopieën. 


Tijdens het wachten, sprak ik een vrouw van indiaanse afkomst. Zij vertelde dat ze moest betalen voor de geboorte akte terwijl ze weinig geld heeft. Ze hoopte dat de prijs niet al te hoog zou zijn. 


In Costa Rica moesten we vlak voor vertrek een migratie ambtenaar omkopen omdat hij de geldige papieren van mijn pas geboren dochter niet goed keurde. In plaats van een paspoort voor haar, daar was geen tijd voor, had ik een document van het Ministerie van Binnenlandse zaken waarin toestemming tot vertrek werd verleend. Dat was onvoldoende volgens de ambtenaar. Twintig dolla bleek genoeg te zijn.


Een heel ander verhaal is de smokkel van jonge meisjes uit de Dominicaanse Republiek die ingezet werden in de prostitutie in Antwerpen en Rotterdam. De jonge vrouwen kwamen naar Nederland als zogenaamde dochters van een Dominicaanse vrouw die met haar Antilliaanse man in Nederland woonde.De vrouw regelde met behulp van corrupte ambtenaren de papieren voor deze meisjes zodat ze legaal Nederland konden binnenkomen. 


vrijdag 1 maart 2019

MAKE LOVE NOT WAR (WERKTITEL) 1: DE GEBOORTE VAN EEN WERELDVERBETERAAR

 
Foto van onze held de wereldverbeteraar die zijn eerste communie doet.
Op een goed moment in mijn leven besloot ik om wat te doen aan de toestand in de wereld. Niet zo maar wat, maar ernstig, toegewijd en vol overgave. Het moest natuurlijk ook leuk zijn want een heel leven lang alleen maar toegewijd zijn aan een ernstige zaak, hoe goed of groots ook, is voor een gewoon mens niet vol te houden tenzij je een heilige bent en dat ben ik niet. Maar dat betekent niet dat je niet minstens kunt proberen er het beste van te maken.

Hoe de wereld te verbeteren? Door de zwakken en de armen te helpen. Niet in Nederland want dat ligt er mooi en goed onderhouden bij met zijn duizenden bruggen en wegen, waar de mensen naar de dokter kunnen, waar overal ziekenhuizen staan, het onderwijs gratis is, waar overal openbaar vervoer is, er elke stad of dorp een bibliotheek heeft, waar cinema’s zijn en dansgelegenheid, iedereen een fiets en een auto heeft, televisie, verwarming en drinkwater. Er is altijd en overal eten en wie in geestelijk nood verkeerd kan terecht bij een van de vele kerken of een door de overheid betaalde hulpverlener. Nederland is zo goed als af. Als er geen mensen zouden wonen, kun je er een museum van maken.

Voor echte wereldverbeteringswerk moet je naar verre landen overzee, naar zogeheten Derde Wereld landen of ontwikkelingslanden. Daar moet nog een hele hoop gebeuren. Ik weet dat dankzij de missiepaters die in de zondagse mis preekten in de parochiekerk. Zij vertelden over ernstige geestelijke en materiële noden van erg arme volkeren daarginds, waar ze niet kunnen lezen of schrijven, werkloos zijn en arm, zo arm dat ze geen eten hebben, er is geen gezondheidszorg, ze hebben geen auto, geen TV, geen drinkwater en al die andere dingen die we in Nederland wel hebben. Ze hebben zo weinig dat een doodgewone schop om mee te spitten al een grote vooruitgang is. Daar stond ik van te kijken. Ik zou daar zelf nooit opgekomen zijn. De missionaris vroeg aan ons kerkgangers om gul te geven in de collecte zodat hij veel schoppen voor hen zou kunnen kopen.

In zo een vreemd land gaan werken om het te verbeteren is natuurlijk niet gemakkelijk maar het is wel een avontuur en je ziet meteen een heel andere kant van de wereld. In Nederland is het avontuur eraf, daar is geen avontuurlijk leven meer. Je hoeft ook nooit iets zelf te verzinnen. Het wordt voor je gedaan. Soms moet je daar een formulier voor invullen maar dat is alles. Het heet dat je in Nederland wordt verzorgd van je wieg tot aan je graf en wat is nou avontuurlijk aan een leven lang verzorging?


(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 12 april 2013

NOODLIJDEND NEDERLAND

Nederland heeft het moeilijk.


Op een gegeven moment vond ik dat ik aan ontwikkelingshulp moest doen, niet praten maar doen. Gepraat werd er al genoeg. Ik had op de Carmelieten HBS in Oss al geleerd dat je zoiets vanuit je hart moet doen, je medemens wat gunnen. Een kwestie van naastenliefde dus. Later kwam daar als vanzelfsprekend rechtvaardigheid bij en dan vooral sociale rechtvaardigheid. Die basis is eigenlijk nooit veranderd al is er in de loop der jaren natuurlijk af en toe hevig getwijfeld. Het zou niet goed zijn als dat niet het geval zou zijn geweest.

Een van mijn eerste twijfels was zoals bij alles wat je doet of het wel nut heeft? Dat begon al toen ik voor het VN ontwikkelingsprogramma in Mexico werkte. We hadden 5 miljoen dollar per jaar te besteden. Apenootjes als je keek naar de omvang van de problemen in dit enorm grote land met zijn krottenwijken zo groot als een miljoenenstad en een armoedig, ongeletterde platteland waar arrogante politici en gewetenloze zakenlieden de scepter zwaaiden. Bovendien werd beweerd dat de Mexicanen de uitvinders van corruptie waren.

Nederland heeft het de ene dag wat moeilijker dan de andere dag.

Moet je in zulk geval stoppen? Mijn Noord Amerikaanse VN baas vond van niet. Hij zag het VN ontwikkelingsprogramma als deel van het grotere VN geheel en de VN mag dan niet goed werken, soms zelf corrupt zijn, het is altijd beter dat men met elkaar blijft praten dan oorlog voeren. Praten kost geld maar oorlog voeren nog meer, was zijn korte maar krachtige filosofie. Ik was dat met hem eens en dus bleef ik in de VN geloven net als PvdA minister Pronk voor Ontwikkelingssamenwerking. Als jonge idealistische ontwikkelingswerkers vonden we wel dat Nederland af en toe harder aan de bel mocht trekken. Per slot van rekening was Nederland een van de grootste donors in de wereld.

In Nederland werd toen niet getwijfeld aan het beginsel van ontwikkelingssamenwerking. Wel werd er telkens naar betere wegen gezocht om de armoede en het sociale onrecht sneller en efficiënter uit de wereld te helpen. Dat leidde dan weer vaak tot allerlei trendy en modieuze aanpassingen van het beleid waar men in ontwikkelingslanden niet altijd veel van begreep. Ontwikkelingssamenwerking was toen in Nederland vooral ook linkse politiek. Op een gegeven moment werd het socialisme als de oplossing van alle kwaad gezien totdat bleek dat centrale planning van een economie in een onderontwikkeld land juist niet werkt. Daarvoor ontbreekt het aan kennis, deskundigen, betrouwbare maatschappelijke instellingen en instituten en vooral ook stabiele politieke verhoudingen.

Sommige Nederlanders hebben het iets minder moeilijk.

Maar ondanks al dat onderlinge vaak ook partijpolitieke gesteggel bleef in Nederland het hart op de goeie plaats zitten en dat is en blijft per slot van rekening de basis van alles. Rond de eeuwwisseling is daar echter de klad in gekomen. Met de crisis kwam de doorbraak van Wilders. Die begon ongegeneerd het eigen belang van de natie te verkondigen. Waarom zou je armoezaaiers in de rest van de wereld helpen als in eigen land de nood hoog is? Wilders verklaarde Nederland tot een noodlijdend land en verschafte daarmee aan iedereen die wilde het alibi om de rest van de wereld te laten vallen. Je zou het nog kunnen begrijpen indien Nederland echt een noodlijdend land zou zijn maar dat is het niet.

Materieel gezien is Nederland een van de rijkste landen in de wereld, geestelijk staat het er echter minder florissant voor. Nederland predikt dank zij Wilders en in zijn voetspoor Bolkestein en andere VVD corifeeën materiële welvaart als het hoogste goed wat een mens kan bereiken. Wat natuurlijk flauwekul is. Hoeveel geld en rijkdom je ook hebt, het kan nooit je leven vullen. Gek genoeg kan dat geestelijke rijkdom wel ook al ben je arm en behoeftig. Niet dat ik zo'n toestand aanbeveel maar het is toch wonderlijk hoe getroffen je kunt worden door gastvrijheid, solidariteit en vreugde in een naar onze begrippen armoedig milieu.

Nederlanders zoeken het geluk soms op het water.
De basishouding voor ontwikkelingshulp, naastenliefde en solidariteit, is als gevolg van deze nationale knieval voor het gouden kalf van het materialisme ook nog eens vergiftigd met egoïsme en jalouzie. Notities als die van Minister Ploumen over ontwikkelingssamenwerking, hoe goed bedoeld ook, kunnen daar niets aan veranderen. Daarmee komt de zaak niet verder dan wat partijpolitiek gesteggel, onderlinge belangenstrijd en gekrakeel over wie het gelijk aan zijn kant heeft. Onze enige hoop is dat de burgers en kiezers die kruideniersmentaliteit van Wilders en Bolkestein c.s. een keertje spuugzat worden en weer op zoek gaan naar zaken die er toe doen. Tot die tijd wordt het afzien.