Posts tonen met het label buenos aires. Alle posts tonen
Posts tonen met het label buenos aires. Alle posts tonen

dinsdag 19 november 2024

JEUGDIG VERDRIET

 

Parijs 2012 (foto: petrus)

Net van het gemeentehuis komend, waar twee allervriendelijkste dames mij een nieuw rijbewijs hebben bezorgd als, passeer ik al fietsend een meisje dat net voor de spoorwegovergang droevig staart naar een veldje met bloemen en kaarsen. Ik stop en vraag nieuwsgierig wat dit is. Ze kijkt me met betraande ogen en uitgelopen zwarte mascara aan en zegt snikkend dat precies vier jaar geleden haar vriend zich voor de trein heeft gegooid.


Ik probeer haar leeftijd te schatten. Ik denk achttien, misschien negentien jaar maar zeker weet ik het niet. In ieder geval nog erg jong en dan al zoveel verdriet over een vriend die ze waarschijnlijk al met haar veertiende had. Dat moet een grote liefde geweest zijn als je hem vier jaar later nog huilend herdenkt.


Ik vraag haar hoe het zo gekomen is. "Hij had samen met wat vrienden voor het eerst van zijn leven geblowd en is toen helemaal doorgedraaid waarna hij zich voor de trein heeft geworpen." Ze wordt er nog droeviger van. Ik voel medelijden en onmacht. Het leed is niet te keren. Hij is voor eeuwig dood en zij? Voor eeuwig en altijd verdrietig tot ook zij sterft? Zo jong nog.


Ik wil vragen of ze niet al nieuwe vriend heeft, maar doe het toch maar niet. Het zou harteloos over komen. Ik fiets weg, haar droevig en eenzaam achterlatend. Hoe graag zou ik haar jonge maar oh zo diepe verdriet op foto hebben willen vastleggen, maar er zijn grenzen. 


Onderweg denk ik aan de 31 jarige beroemde zanger, ik ben zijn naam vergeten, die zich van een balkon in Buenos Aires heeft gestort. Ook hier radeloos verdrietige meisjes. Ook zij maken jong kennis met de dood en zij hebben hem niet eens persoonlijk gekend. 


Ze zullen het hun hele leven meedragen, de kwetsbaarheid voor de dood, dat de dood dichterbij is dan je je in tijden van geluk kunt voorstellen.


maandag 25 december 2023

KERSTFOTO


Bovenstaande foto is niet direct wat men een Kerstfoto zou kunnen noemen. Toch moest ik gelijk aan Kerstmis denken toen ik dit jonge stel tegenkwam. Zij gezeten op een ezel met een pas geboren baby in doeken gewikkeld, hij er naast lopend als haar beschermer. Het kon zo maar een scène zijn van de vlucht naar Egypte van Jozef en Maria met het kindje Jezus. Een tafereel dat veel indruk maakte in mijn vroege jeugd. 

In februari 1979 trof ik het jonge stel aan op een pad tussen Salitre, een dorpje in een indigena reservaat in het zuiden van Costa Rica vlakbij de grens met Panama, en het verderop gelegen dorp Buenos Aires. Ze waren niet op de vlucht maar op weg naar een ziekenhuis of arts voor hun baby. En zij leefden in grote armoede in vrede met hun gemeenschap in de bossen van het reservaat.


woensdag 28 juni 2023

6. OVERLEVINGSLANDBOUW BIJ INDIGENAS IN COSTA RICA

 

Moeder en dochter poseren in hun hut. Links staat een hard planken bed, rechts een paar schoenen, links boven twee kalebassenvoor water of andere dranken. De hut is ter bescherming tegen ongedierte en koude van binnen beplakt met kranten. (Reserva indigena Ujarras en Salitre)


De zucht naar een paradijselijk leven van genoeg is genoeg en een boterham met tevredenheid steekt telkens de kop op in Nederland. De rijkdom en welvaart die we door de eeuwen hebben opgestapeld maakt sommigen zenuwachtig. Er zijn mensen die er een schuldgevoel van krijgen.

In het Brabants dagblad las ik een kort bericht over een filosoof die de overdaad te gortig is geworden en nu zijn heil zoekt in een eenvoudig leven in een huis met een groententuin, wat kippen en zelf gebakken brood. Een nobel streven wat werkt zo lang alles meezit. Ziekte en andere tegenslagen moeten wel achterwege blijven anders wordt het miserie.

Voor zware miserie moet je elders zijn. Ik heb al verteld over het miserabele leven van de indigenas (inheemse bevolking) in Chiapas en Oaxaca in Mexico waar dankzij een ontwikkelingsprogramma van UNICEF stapsgewijs wat aan gedaan wordt. Een nog schrijnender geval van miserie en armoede heb ik leren kennen dankzij een vakbondsleider van de Christelijke Boerenbond in Costa Rica.


Vader en moeder met vier kinderen poseren voor hun hut. (reserva indigena Ujarras en Salitre)

Zoiets verwacht je trouwens niet in Costa Rica dat voor Latijns Amerikaanse begrippen een stabiel, democratisch land is zonder leger. Natuurlijk is er ook in Costa Rica armoede. Vooral op het platteland waar de boerengezinnen moeten leven van te weinig grond en met te weinig middelen ter verhoging van de productie. Maar daar wordt aan gewerkt door overheid en een VN ontwikkelingsprogramma en de Internationale Arbeidsorganisatie.

Waar niet aan gewerkt wordt, behalve dan door de christelijke boerenbond, is de verbetering van het lot van de inheemse bevolking in het zuiden van Costa Rica bij het stadje Buenos Aires. In het stadje wonen overwegend afstammelingen van blanke kolonisten uit de Spaanse tijd.

Een enkele keer kom je in de straten van het stadje een man of vrouw van inheemse afkomst tegen. Die wonen verderop, de zandweg naar Ujarras af, in een nog niet lang geleden toegekend reservaat. Ze wonen in stamverband midden in de jungle in hutten die nog volgens de overlevering zijn gebouwd. Voor de rest is hun cultuur verloren gegaan.


Moeder en dochter onderweg in het reservaat. (Reserva Ujarras en Salitre)
 

Ze leven van overlevingslandbouw wat in hun geval wil zeggen dat ze her en der in de jungle plek hebben gemaakt om koffiestruiken te planten, hier en hier daar een klein bos hebben aangelegd van bananenbomen ( Costa Rica heeft de grootste bananenplantages van Midden Amerika). Ze houden wat varkens, kippen en een enkele koe rond hun hut  erop na en dat is het.

Koffie en bananen verkopen ze aan de blanken in Buenos Aires zodat ze af en toe geld hebben. Ze krijgen steevast een te lage prijs voor hun producten omdat de blanken weten dat ze hun koffie en bananen bij gebrek aan eigen vervoer nergens anders kwijt kunnen.

De levensomstandigheden van deze groep, die bestaat uit een tiental hutten, zijn dan ook navenant. Het kost me dan ook geen enkele moeite om hun armoede of liever misère in beeld te brengen. Ik maak links en rechts foto’s die ze ondergaan zoals ze alles wat hun leven aangaat al generaties lang ondergaan.

Joaquin van de boerenbond probeert hun samen met een collega - een kleine koffieboer -  te leren hun lot in eigen hand te nemen. Ze helpen de gemeenschap met de kleine beetjes die ze hebben want ook zij als boerenbond hebben weinig te makken. Het komt in de buurt van lammen die blinden helpen. Ontwikkelingshulp op rudimentair niveau maar wel met liefde.

woensdag 14 september 2016

COSTA RICA DAGBOEK 1977-1979, 45: DE GEVANGENIS, DE KOSTER EN HET RESERVAAT

De gevangenis in Buenos Aires waarin de indienane leider Saturnino was opgesloten.
(Zie vorige Blog 'Saturnino in de gevangenis')


Op mijn verzoek poseren Saturnino, zijn vrouw (links van hem) en zijn dochter voor de gevangenis.


Samen met de dochter van Saturnino brengen we een bezoek aan de koster
van het kerkje in het reservaat van Ujarras,
het reservaat waar Saturnino vandaan komt.


De koster vertelt ons over de komende paasvieringen.


Het kerk interieur


Ergens in ene hoek van een hok staat een heiligenbeeld
betere tijden af te wachten.


Een stukje oerwoud van het reservaat van Ujarras

donderdag 18 augustus 2016

COSTA RICA DAGBOEK 1977-1979, DEEL 44: SATURNINO IN DE GEVANGENIS

Onder begeleiding van en politieman werd Saturnino naar zijn bezoek gebracht, 10 april 1979

Het verhaal is zo oud als de mensheid. In dit geval geen Kaïn en Abel maar indianen en blanken. De indianen wonen in een sinds kort toegewezen reservaat in het zuiden van Costa Rica. Een stuk oerwoud in het zuiden van het land. De grens met Panama is niet ver weg. Op kaal gebrande plekken in het woud planten ze koffie, bananen, bonen en suikerriet. Voornamelijk voor eigen consumptie. Wat over schiet, wordt verkocht aan de blanken in het dichtst bij stadje.

Overleg op het politiekantoor van Buenos Aires. Rechts praat Joaquin Zuniga met de dienstdoende politieman. Links de vriend van Joaquin.

Daar begint  het gedonder. De blanken betalen te weinig omdat ze weten dat de indianen bij gebrek aan vervoer toch nergens anders kunnen verkopen. Erger is de jacht op de grond van de indianen in het reservaat. Het is bij wet verboden om die grond te verkopen maar wie handhaaft de wet in deze uithoek van het land? Om grond in handen te krijgen van de indianen is alles geoorloofd. De meest beproefde methode is nog altijd indianen dronken voeren en ze dan wat geld in de handen proppen en een papier laten tekenen.

De dienstdoende politieman

Maar er zijn  meer methodes zoals het vals beschuldigen van veediefstal van een indiaan. Dat overkwam Saturnino. Als vakbondsman van zijn dorp in het reservaat Ujarras verzet hij zich tegen de blanke praktijken. Hij klaagt met hulp van de Christelijke boerenbond de blanken aan en maant zijn dorpsgenoten voorzichtiger te zijn.

De plaatselijke telefoondienst waar Joaquin de advocaat van zijn bond kon bellen.

Joaquin Zuniga, algemeen secretaris van de boerenbond vertrok meteen naar Buenos Aires, een stadje dat grenst aan het reservaat, toen hij hoorde dat Saturnino er in het gevang zat. Onderweg pikte hij zijn vriend en tevens voorzitter van een coöperatie van kleine koffieboeren op. Bij aankomst in het stadje gingen ze eerst naar het plaatselijke politiekantoor met het verzoek om met Saturnino te mogen spreken.

Overleg in de gevangenis over de opgestelde verklaring, van links naar rechts: Joaquin Zuniga, Saturnino, de vrouw van Saturnino en zijn dochter.

Dat werd toegestaan. Na diens getuigenis belde Joaquin naar de advocaat van de boerenbond en vroeg hem een verklaring met verzoek tot in vrijheid stelling op te stellen. De bedoeling was om Saturnino nog die dag uit de gevangenis te krijgen zodat hij de volgende dag, Goede Vrijdag een belangrijke feestdag voor zijn dorp, thuis zou kunnen vieren.

Joaquin werkt aan de verklaring van de advocaat.


Terwijl de advocaat zijn werk deed, werden de vrouw en een dochter van Saturnino opgehaald door Joaquin. Ze kregen toestemming hun man en vader te bezoeken in de gevangenis. Het verzoekschrift werd ondertussen gedicteerd, opgeschreven en ingediend bij de politie van Buenos Aires. Het lukte niet meer om Saturnino nog die dag vrij te krijgen. Jammer. De volgende dag dan toch. Voor Joaquin en zijn vriend zat het erop. 

Saturnino moet nog en nacht slapen in zijn cel.


donderdag 11 februari 2016

PROYECTO COSTA RICA 1977-1979, aflevering 38

Twee jongemannen voor een pulperia in Fincua Luis, Guanacaste, Costa Rica  1977
De bovenste 3 foto's heb ik gemaakt tijdens mijn werk bij een project van de ILO ter ondersteuning van het programma voor het opzetten van landbouwcoöperaties van het toenmalige nationale landbouw hervormingsinstituut ITCO (Instituto de Tierra y de Colonizacion). Met hulp van landbouw ingenieurs werd gezocht naar een manier om de leden van de coöperatie het hele jaar door werk te geven. De afdeling vermarkting zocht naar methoden om de opbrengst van de gewassen te verbeteren. Er waren coöperatie die voornamelijk in de bananensector werkten, andere die zich toelegden op koffie en weer andere op katoen. De keuze hing af van klimaat en grond. 

Enquête bij leden van de Coöperatie Bernabela in Guanacaste, Costa Rica, oktober 1978 
De overige foto's zijn gemaakt tijdens een reis die ik samen met Joaquin Zuniga, algemeen secretaris van de boerenbond FECC (Federation Campesino de Costa Rica), maakte naar het zuiden van Costa Rica. Daar spraken we met boerenleiders van een coöperatie van kleine koffieboeren in Perez Zeledon en verderop met de bond van indigenas (inheemsen) die woonden en werkten in een reservaat gelegen bij het stadje Buenos Aires. Joaquin had mij tijdens een van de bijeenkomsten van de FECC gevraagd eens met hem mee te reizen en met name met eigen ogen de toestand van de inheemse bevolking te zien.

De voorzitter van coöperatie Bernabela aan het woord tijdens een ledenvergadering,
Guanacaste, december 1978
De koffieboeren waren arm maar ondanks alles toch op weg naar een verbetering van hun levensomstandigheden. Toen ik jaren later in de gelegenheid was om aan dezelfde regio een bezoek te brengen, was de coöperatie uitgebreid met een groot in- en verkoop magazijn, met moderne landbouwmachines en een eigen werkplaats. Het was indrukwekkend hoe het initiatief van een aantal kleine boeren om een coöperatie te vormen, geleid had tot een zo grote verbetering van hun levensomstandigheden.

Gesprek tussen de voorzitter van een coöperatie van koffieboeren in Perez zelden met 2 leiders van de Bond van Indigenas in Buenos Aires, januari 1979 
Hoe anders waren de omstandigheden in het reservaat. Ik zag grote armoede en verval van wat ooit een gemeenschap met een eigen cultuur geweest moet zijn. De toewijzing van een reservaat had hen geen nieuwe economische mogelijkheden gebracht. Tragisch was het te moeten vaststellen dat nabij wonende blanken, zoals de indigenas hen noemden, telkens opnieuw probeerden onder valse voorwendsels de gemeenschap zijn grond te ontnemen terwijl bij wet was vastgelegd dat grond van het reservaat niet verhandeld kon en mocht worden. 
Gesprek op de veranda thuis bij de voorzitter van de coöperatie van koffieboeren in Perez Zeledon, januari 1979. 


Links zit Joaquin Zuniga, de algemeen secretaris van de boerenbond van Costa Rica FECC. Naast hem op de bank de voorzitter van de coöperatie van koffieboeren van Perez Zeledon. Tegenover hen op ene stoel een adviseur van de bond, Costa Rica januari 1979


Werkschoenen van een koffieboer op de veranda van zijn huis. Perez Zeledon,
Costa Rica, januari 1979;


Dochter van een koffieboer voor het raam van hun huis, Perez Zeledon,
Costa Rica januari 1979


Indigenas van Salitre op bezoek in het stadje Buenos Aires in het zuiden van Costa Rica,
februari 1979


Kind voor het huis van een van de leden van de bond van indigenas in Buenos Aires,
Costa Rica, februari 1979