woensdag 22 februari 2017

LANDSCHAP EN WERELDBEELD 3: EXPRESSIE EN ABSTRACTIE

Constant Permeke (Antwerpen 1886 - 1852 Oostende), Landschap, ca.1938
Op dit negentiende eeuwse schilderij is de mens afwezig.
Kleuren verwijzen weliswaar nog naar het schilderkunstige landschap
met een horizon die lucht en aarde scheidt.
Maar dat is het dan. Het is bijna abstract.

Terwijl de reiziger dankzij nieuwe technieken zijn belevenissen steeds vaker fotografisch vastlegde, de ontwikkeling van de fotografie heeft veel te danken aan de reiziger, sloeg de schilder onder invloed van nieuwe schilderkunstige impulsen heel nieuwe wegen in. Het schilderkunstige realisme in kleur, vorm en perspectief werd aan kant gezet. Kleur en vormen werden nog meer dan voorheen onderdeel van de expressie, figuratief of abstract, van de ideeën en gevoelens van de schilder. 

Paul Cézanne (1839 - 1906 Aix-en-Provence), Montagne Sainte Victoire 1885-1895
In de negentiende eeuw begint met Cézanne de zoektocht naar nieuwe vormen, kleuren en
composities om het landschap in beeld te brengen zoals dat in zijn hoofd en hart zit.
Voor het publiek was dit in het begin onaanvaardbaar.
Cézanne's werk werd vergeleken met kindertekeningen.
Intussen zijn we er aan gewend geraakt en beseffen we beter dat Cézanne
wel degelijk schilderkunstig wist wat hij deed om schilderkunstig
uitdrukking te geven van hart en geest aan zijn berg.

Een van de eersten die dat radicaal doorvoerde in zijn werk was de Franse schilder Cezanne. Hij schilderde de berg bij zijn huis op tientallen verschillende manieren waarbij hij de tot dan toe geldende schilderkunstige wetten van het veronderstelde realisme, zoals perspectief , “natuurlijke” kleuren en vormen zo goed als afschafte. Tot verbijstering van het publiek schilderde hij de berg zoals hij hem zag en beleefde. Dat was ongehoord en “not done”. Men vond dergelijke schilderkunst geen kunst. Zo kon iedereen schilderen, zelfs kinderen.

Jaap Wagemaker (1906-1972), Uitzicht vanuit achterkant, Spoorlaan 42, Bilthoven.
Dit figuratieve schilderij verwijst naar de werkelijkheid van een besneeuwde
achtertuin maar een schematisch weergegeven werkelijkheid zowel in kleur als vorm.
Niet een mens staat centraal maar een vogelhuisje.
Blijkbaar heeft men in de 20ste eeuw geen behoefte meer aan plaatsing van
de mens in het landschap. Is dat voortaan een taak van de fotografie?

Grote schilders als van Gogh, Picasso, Matisse volgden zijn voorbeeld sommigen nog radicaler dan voor mogelijk werd gehouden. Zij ervoeren de nieuwe schilderkunstige stappen van Cezanne en zijn volgers als een bevrijding. Eindelijk geen academisch vastgelegde schilderkunstige normen meer, maar de vrijheid om dat wat in je hoofd en hart zit uit te beelden naar eigen inzicht en gevoel. Het gevolg was groeiend onbegrip tussen schilder en publiek. Dat onbegrip duurt voort tot op de dag van vandaag. Het brede publiek snapt niet waar de schilder het over heeft. Schilderkunst is door de individuele vergeestelijking van de schilder moeilijker toegankelijk geworden voor het publiek.  

Liam Hanley (1933), Encapsulated Country.
Hanley zet weer een stap verder in de abstrahering van het landschap.
Nog steeds is de afbeelding herkenbaar: autopsiegels en een glooiend landschap.
Kleuren, compositie en perspectief zijn in functie van de verbeelding van de schilder gekozen.

Er is sprake van een nieuwe uitdrukking, een nieuwe vergeestelijking waarin ook de schilders zoekende zijn. De oude Griekse en Romeinse mythen, de Christelijke verhalen hebben afgedaan als geestelijke basis voor een schilderij. De schilder moet nu vooral bij zichzelf op zoek gaan naar zijn geestelijk leven en hoe hij dat in zijn schilderwerken wil uitbeelden. Hij schuwt daarbij de abstractie niet. Naarmate de tijd vordert groeit de abstractie tot er slechts kleur, vorm en plat vlak overblijft zoals bijvoorbeeld bij Roy Lichtenstein en Mondriaan.

Roy Lichtenstein (1923-1997 New York), Sunrise 1965

Bij Roy Lichtenstein is de opkomst van de zon bijna helemaal geabstraheerd van de werkelijkheid.
Het schilderij is nog slechts een verbeelding van een zonsopkomst.
las kijkers hebben we houvast aan het afgebeelde idee een zon en zonnestralen,
wolken en land maar meer ook niet. Wat het schilderij ons zegt moeten we zelf uitmaken.
Lichtenstein schenkt ons zijn verbeelding wij als publiek moeten het verder zelf invullen. 


Het publiek staat er onthand bij. Konden zij zich vroeger vastklampen aan de werkelijkheid, de Bijbelse verhalen, opvattingen over schoonheid en ambachtelijke kunstigheid nu moet ook zij te rade gaan bij zichzelf en de schilder. Hoe kun je anders bijvoorbeeld Mondriaan begrijpen? Je moet je verdiepen in zijn zoektocht naar wereld en geest. Dat kost inspanning en de wil om het te begrijpen. Je moet je de nieuwe vergeestelijking eigen maken en dat is moeilijk, soms heel moeilijk.

Piet Mondriaan (Amersfoort 1972 -1944 New York), Compositie nr. III,
Compositie met Rood, Blauw, Geel en Zwart.
Bij Mondriaan is elke verwijzing naar wat dan ook verdwenen.
Het is een volledig abstract schilderij. Je kunt er zelfs geen landschap meer in zien.
Je bent volkomen vrij om je verbeelding er op los te laten.
Het is de totale vergeestelijking van de werkelijkheid. 

dinsdag 21 februari 2017

LANDSCHAP EN WERELDBEELD 2: NATUUR EN REIZIGER

Joachim Govertsz. Camphuysen (Gorinchem-Amsterdam 1601/02 - 1659),
Landschaft mit Reisenden bei einem Weiler.
Op het schilderij zien we 2 reizigers moeizaam een water oversteken.
Zo te zien komen ze van een soort nederzetting rechts achter hen.
Links is een groepje iets aan het plukken. Bosbessen misschien?
Het is een "seculier" nog weinig geciviliseerd landschap.
Het enige wat nog verwijst naar religie is de kerktoren in de verte.

Komen in Bruegeliaanse landschappen nog religieuze motieven en onderwerpen voor, na hem verdwijnen ze vrijwel helemaal uit het landschap. Het wordt een apart, op zichzelf staand onderwerp. Het landschap dient niet langer meer als achtergrond van een religieus verhaal of boodschap. Voortaan zien we schilderijen met een overweldigende natuur waarin de mens zich op de een of andere manier een weg baant. In het museum zien we deze ontwikkeling op schilderijen van Joachim Govertsz. Camphuysen en van David Vinckboons.

David Vinckboons (Mechelen 1576 - voor 1633), Gebirglandschaft mit eleganten Figuren auf dem Weg zu einem Dorf.
De Brabander Vinckeboons behoorde tot wat je de Bruegeliaanse school zou kunnen noemen.
We zien ook hier een enorme dieptewerking dank zij de stromende rivier 

die het oog volgt en de reusachtige bergen. 
De huizen en de mensen zijn daar tegenover klein, haast nietig.
Dit soort Bruegeliaanse schilderijen staan aan het begin van de romantisering van het landschap.
De beroemde Nederlandse landschapschilder Jakob van Ruisdael is in deze serie van mens en natuur vertegenwoordigd met het schilderij “De waterval” (1660). We zien geen herkenbaar Nederlands landschap geschilderd naar de werkelijkheid maar een nog zo goed als ongerepte natuur met daarin mensen die onderweg zijn op nauwelijks begaanbare paden. Op deze Ruisdael zien we de natuur tegelijk als vriend vanwege zijn schoonheid en goddelijke ongereptheid, een verre echo van het paradijs, maar tegelijk ook als vijand vanwege de mogelijke ontberingen onderweg en de kans er in te verdwalen. 

Naarmate de reismogelijkheden en het comfort onderweg groter wordt voor de reiziger, wordt het landschap schilderkunstig romantischer, een combinatie van avontuur en toen nog god gegeven schoonheid. Het landschap is afgebeeld als de natuurlijke omgeving voor de mens en is dus tegengesteld aan de stad. Deze romantiek van het landschap, de combinatie van ongerepte schoonheid en avontuur,  heeft ook in onze tijd nog steeds een grote aantrekkingskracht op reizigers.

Jacobsz. Isaak van Ruisdael (Haarlem 1628/29 - 1682 Amsterdam), Wasserfall um 1660
Geen Nederlands landschap maar een ruig en ongeordend berglandschap met een waterval.
Zulke schilderijen gaven aan de burgerlijke woonkamers en salons een avontuurlijk tintje.
Terwijl de mensen op het schilderij in een overweldigende natuur hun weg moeten vinden,
zit de toeschouwer veilig in zijn woonkamer met een kopje thee onder zijn bereik.
Het is het begin van de romantisering van reiziger en landschap.

Nog steeds denken mensen dat zoiets te vinden moet zijn op verre reizen vooral in tropische landen met hun zogeheten ongerepte stranden. In werkelijkheid bestaan dergelijk ongerepte gebieden nauwelijks meer op onze aardbol. Als ze er al zijn dan weerhouden ze de reiziger er heen te gaan vanwege het gebrek aan comfort, de angst ziek te worden en bij gebrek aan medische zorg te sterven. 

Het is valse romantiek. De reiziger wil wel de lusten maar niet de lasten met als gevolg dat het oppervlakkige reizen worden. De existentiële diepgang ontbreekt. Het avontuurlijke reizen is een namaak belevenis geworden, een kant en klaar consumptie artikel aangeboden door de reisbureau’s.

Georg Anton Rasmussen (Stavanger 1842-1914 Berlijn), Hütten am Fjord (1885).
Het romantische landschap van de kleine (boot)reiziger in de grootse natuur vindt zijn weg tot
in de 20ste eeuw. de natuur is hier minder overweldigend dan in de vorige schilderijen.
In de 19e en de 20ste eeuw werd de natuur door de ontwikkeling van de techniek
steeds meer onderworpen aan de mensen.
Tegelijkertijd tastte de technische vooruitgang de ongereptheid van de natuur aan.

Daarentegen was een reis voor de zeventiende eeuwse reizigers, die zeeën en oceanen afschuimden op zoek naar goud, slaven of andere winstgevende zaken, per definitie avontuurlijk en dus ook gevaarlijk. Men wist niet of men wel ooit weer levend thuis zou komen. Maar dat hoorde toen bij het leven. Men was gewend aan de vroege dood, aan ziektes, ongelukken, armoede of doodgewone pech.

maandag 20 februari 2017

LANDSCHAP EN WERELDBEELD 1: RELIGIE

Jacopo Bellini, (ca.1400-1470), Der heilige Hieronymus
in der Wildernis um 1460.
Op dit schilderij dient het landschap uitsluitend ter ondersteuning van het motief.

Een tijdje geleden ben ik naar de tentoonstelling “Landschaftssicht als Weltsicht” in het ‘Museum unter Tage’ te Bochum, Duitsland geweest. Een typisch Duits compacte titel voor wat in het Nederlands vertaald kan worden als “Kijk op het Landschap als Wereldbeeld”. 

Het museum omschrijft het als volgt: “Wie kaum ein anderes Medium eignet sich die künstlerische Landschaftsdarstellung dazu, die Rolle des Individuums in der Welt bzw. den Blick des Einzelnen auf seine jeweilige Umwelt zu reflektieren: Landschaftssicht ist immer auch Weltsicht.”

Even verderop omschrijft het museum de tentoonstelling als een overzicht van de ontwikkeling van het landschap als “Resonanzraum kür Individuum und Gesellschaft”, wat betekent dat in elke tijd, elk individu zijn eigen wijze van kijken heeft die uiteraard zijn neerslag krijgt in het schilderij.

Hyronimus Bosch (1450-1516),
"De Heilige Hyronimus boetend in de wildernis",
Museum voor Schone Kunsten te Gent.
Bij Bosch krijgt het landschap de rol van het Kwaad toebedeeld.

De tentoonstelling begint met een aan de 15e eeuwse Italiaanse schilder Jacopo Bellini (ca.1400-1470) toegeschreven schilderij. Het fantasie landschap met gouden hemel dient ter ondersteuning van de afgebeelde gekruisigde Christus. De gouden hemel en het gouden aureool om het hoofd van de gekruisigde Christus en de heilige Hyronymus benadrukt het heilige en religieuze karakter van de afbeelding. Dat toen de schilderkunstige onderwerpen religieus waren spreekt vanzelf. Bovendien was de belangrijkste schilderkunstige opdrachtgever de kerk. 

Nog in dezelfde eeuw zien we dat onze eigen Hyronimus Bosch (1450-1516) op een heel andere manier zijn schilderkunstige landschappen invult. Zijn Heilige Hyronimus ligt alles behalve in een vriendelijk landschap te bidden. Integendeel, het is een dreigend of zelfs kwaadaardig landschap. Het is een landschap van het kwaad. Voor de heilige ligt een poel des bederfs. De uil en de hond zijn kwaad gezind. De planten en boom zitten vol rot en bederf. Het landschap verder weg is ook al niet uitnodigend. Het straalt verlatenheid en eenzaamheid uit, geen geborgenheid, veiligheid of menselijke warmte. 

Het landschap van Bosch is net als dat van Bellini een geestelijk religieus landschap. Bellini verwijst met zijn afbeelding naar de kruisiging van Christus als de redder van de menselijke ziel voor de eeuwigheid. Bosch verwijst met zijn landschap naar de zondige en uiteindelijke ondergang 
van de wereld. Net als de heilige Hyronimus moeten we tot God bidden voor de redding van onze ziel. 

Pieter Bruegel de Oudere (ca.1525-1569), Jagers in de sneeuw,
Kunsthistorisches Museum te Wenen.
De dieptewerking met op de voorgrond de jagers en achter de bergen is indrukwekkend. 

De hoogte is ook prachtig door de plaatsing van de vogel hoog in de lucht. 
De afwisseling tussen lach en donker, wit en zwart is gebalanceerd. 
De compositie leidt het oog van hoog naar laag, van grote naar kleine mensen, 
van dichtbij naar ver. 
De mens is in het schilderij groot en tegelijk klein. 
Stad en platteland wisselen elkaar op een prachtige manier af. 
Nog steeds kun je dit beleven in het landschap rond Brussel, de woonplaats van Bruegel. 
Om al deze redenen is dit een van de beste en mooiste landschap schilderijen in de wereld. 
Het is onovertroffen. 


De latere eveneens Brabantse landschapschilder Pieter Bruegel de Oudere (ca. 1525-1569) is nog beïnvloed door Bosch maar is toch wat meer op de wereld van de mensen gericht. Brueghel heeft meer oog voor het getob en de dwaasheden van de mensen dan op het kwaad à la Bosch. Terwijl bij Bosch de mensen verloren zielen zijn, tenzij ze zich tot God en Christus wenden, zijn de mensen bij Brueghel weliswaar dwaas en tobberds maar ze scheppen zich ook een min of meer veilige dorpse wereld in harmonie met de hen omringende natuur. Vooral dat laatste thema werkt Brueghel in veel schilderijen uit, maar nergens zo mooi en goed als op het schilderij “Jagers in de sneeuw”.

zondag 19 februari 2017

HOERA, WILDERS ZAKT IN DE PEILINGEN

politieke spotprent van petrus

Hoera, Wilder is aan het zakken in de peilingen. Ik heb gisterenavond op internet allerlei pijlingcijfers doorgenomen en de trend naar beneden lijkt ingezet. Wilders wordt steeds minder de grootste. Niet dat ik bang ben dat hij premier zou worden. De andere -meer fatsoenlijke partijen hadden al besloten dat zoiets niet zou gebeuren. Allemaal samen tegen Wilders. De elite tegen het volk als we Wilders mogen geloven alsof op die andere partijen geen volk stemt. Zijn aanhang noemt dat ondemocratisch, wat niet zo is. Alle partijen zijn democratisch gekozen en kunnen op de een of andere manier een meerderheid vormen. Dat is democratie.

Het is een opluchting dat Wilders het minder goed begint te doen. Er zijn dus toch niet zoveel kiezers die stemmen op deze chagrijnige, immer boos kijkende, zelfgenoegzame, scheldende politicus. Dat maakt Nederland meteen een stuk mooier. Dat er toch altijd kiezers zullen zijn die op zulke grote monden zonder inhoud zullen stemmen, snap ik maar het moeten er niet teveel zijn want dat is niet leuk meer.

Een VVD stemmer zal ik daarentegen nooit worden. Te materialistisch, te individualistisch, te weinig sociaal gevoel en nauwelijks geestelijk inhoud. Een partij van trendy managers die denken dat Nederland niet meer is dan een onderneming met het kabinet als Raad van Bestuur en de premier als CEO. Kijk maar naar Rutte. Die gedraagt zich ook zo. Voor hem is de burger een homo economicus en een klant tegelijk. Zijn credo is dat als het goed gaat met de economie, het goed gaat met de mensen alsof een mens niet meer is dan wat in zijn portemonnee zit.

politieke spotprent van petrus

Pechtold zou een redelijk alternatief kunnen zijn voor Rutte. Zijn premierschap zou een persoonlijke beloning zijn voor zijn niet aflatende strijd tegen Wilders. Want dat moet je hem nageven. Hij heeft steeds pal gestaan tegenover Wilders, met fatsoen en argumenten. Zijn partij D66 zie ik minder zitten. Het is weliswaar een VVD met een sociaal gezicht maar teveel redelijkheid en te weinig gevoel voor mens en maatschappij. Niettemin een zeer acceptabele kandidaat voor een Nationaal Midden Kabinet.

Is Jesse Klaver, de nieuwe leider op links zoals hij zichzelf graag ziet, een alternatief voor Rutte? Dat hij de nieuwe Jessias van links zou zijn, moet natuurlijk nog bewezen worden. Ondertussen vind ik hem nog te groen achter zijn oren. Te weinig levenservaring, te weinig besef van goed en kwaad, te weinig nederigheid opgedaan. In de Groene Revolutie van de betere betaalde jongelui geloof ik ook niet. Ik ben ouder en wijzer geworden sinds de jaren zestig en heb van nabij meegemaakt dat jeugdig enthousiasme de plank behoorlijk kan misslaan.

politieke spotprent van petrus

PvdA leider Asscher zou natuurlijk een alternatief voor Rutte kunnen zijn maar ik vrees dat zijn partij het niet gaat halen. De PvdA als sociaal voelende en verantwoordelijke bestuurderspartij zou natuurlijk wel deel kunnen uitmaken van een Nationaal Midden Kabinet. 

politieke spotprent van petrus

Dan komen we bij het CDA, de klassieke middenpartij bij uitstek. Buma lijkt een prima alternatief voor Rutte. Hij komt uit een geslacht van bestuurders, kent de klappen van de zweep, heeft de goede leeftijd enz. Zijn partij kent de wereld van goed en kwaad al was het maar van de bijbel, beseft dat compromissen in een veelstromen land onontkoombaar zijn, heeft geleerd dat politieke macht ook niet alles is, is in de oppositie nederiger geworden en  fatsoenlijk. Het CDA heeft een mensbeeld en maatschappijbeeld dat al tweeduizend jaar en langer zijn  houdbaarheid bewijst. Buma dus.

politieke spotprent van petrus


De andere partijen zijn te klein om echt mee te tellen of ze deugen niet. Een uitzondering zou de Christen Unie kunnen zijn. Die heeft de afgelopen jaren bewezen constructief te kunnen meewerken aan noodzakelijke wetgeving en hervormingen zonder je direct met de bijbel om de oren te slaan. Ze passen in Nederland met hun opvattingen, zijn zeer fatsoenlijk en beseffen de tekortkomingen van macht en geld. 

vrijdag 17 februari 2017

DUTCH-LAND 63 (VERVOLG VAN HET HARDE LEVEN VAN DE AMSTERDAMSE FIETS)

Ik wil aangifte doen van aanranding, Amsterdam 2012


Ik zal en moet weg komen, Amsterdam 2012


Jij bent mijn enige houvast, Amsterdam 2012


Ik ben leeg geroofd en voor oud vuil achter gelaten, Amsterdam 2012


Dat wordt niks tussen ons, Amsterdam 2012


Alweer een mislukte publieksduik, Amsterdam 2012


Wij worden onder de voet gelopen door andere fietsen, Amsterdam 2012


Schuif eens wat op, Amsterdam 2012


Ik word door links en rechts verstoten, Amsterdam 2012


Waarom mogen we niet meespelen?, Amsterdam 2012


Je houdt niet meer van me, Amsterdam 2012


Ze moeten ons niet, Amsterdam 2012

donderdag 16 februari 2017

CHILI FOTO DAGBOEK 32

Kapel van Quetalmahue, 8 december 2014
Tijdens onze fietstocht van onze standplaats Ancud naar Faro Corona,
langs de baai van Ancud, kwamen we langs het vissersdorpje Quetalmahue.
In Faro Corona zijn we nooit aangekomen. Daarvoor kwamen we teveel
interessante dingen tegen.
Kerkhof van Quetalmahue, naast de kerk, 8 dec. 2014


Het interieur van het zeer eenvoudige, zelf in elkaar getimmerde kerkje
met rechts een kerststalen links het altaar met preekstoel.
8 december 2014


Eenvoudige kerststal met de Drie Koningen in het kerkje van Quetalmahue,
8 december 2014


Bij Puente Quilo kwamen we dit prehistorisch museum tegen.
Eenmaal 
binnen bleek het een Museum Brocante te zijn,
gevuld met van alles wat je ook bij ons op de rommelmarkt kunt vinden.
8 december 2012

Gedroogde schildpad in het Museo Prehistorico Puente Quilo.
8 december 2014


Gedroogde kabeljauw in het Museo Prehistorico Puente Quilo,
8 december 2014


Oude spulletjes in het Museo Prehistorico Puente Quilo,
8 december 2014


Woning van eigenaar en beheerder van het Museo Prehistorico Puente Quilo,
8 december 2014


Beheerder en eigenaar van het Museo Prehistorico Puente Quilo,
8 december 2014