woensdag 29 maart 2017

AFRIKAANSE GELUKZOEKERS

Meubelverkoopster, Ouagadougou, Burkina Faso, nov.2004

In Nederland worden ze soms smalend ‘gelukzoekers’ genoemd. Het gaat dan meestal om jonge Afrikanen die op de een of andere manier Europa proberen binnen te komen. De term ‘gelukzoekers’ is raak want ze zijn inderdaad op zoek naar geluk, weg uit de uitzichtloze situatie in hun eigen land, een voormalige kolonie van Frankrijk, Engeland, Spanje, Portugal, België en natuurlijk ook Nederland. Ooit hebben wij daar dus "ons geluk" gezocht.

Straatverkoper, Ouagadougou, Burkina Faso, november 2004

Er was een tijd dat wij Europeanen de Afrikanen dwongen om gelukzoekers te worden. We voerden ze als slaven naar Noord en Zuid Amerika, als koopwaar waar we goed aan verdienden. Ze waren vulling voor de scheepsruimen. Onze schepen werd zo rendabeler. 

Onze gids tijdens ons bezoek aan het Nederlandse slavenfort op het eiland Goree
voor de kust van Dakar, de hoofdstad van Senegal, 13 juli 2005

Wie nog eens wil weten hoe dat aan boord nemen van slaven in zijn werk ging, kan een bezoek brengen aan het slaveneiland Goree, door voormalige Nederlandse ontdekkingsreizigers vernoemd naar Goeree Overflakkee. Groen ligt pal voor de kust van Dakar, de hoofdstad van Senegal. Van een bezoek aan het slavenfort word je stil, nu nog zo lang geleden. Pure mensenhandel. Je snapt niet dat zoiets op zo ene georganiseerde wijze mogelijk was.

Jonge vrouw op het voormalige Nederlandse slaveneiland Goree. Op haar Tshirt
staat "Goree schoon en groen", 13 juli 2005

Of dat allemaal niet genoeg was, zijn de Afrikanen tot aan het midden van de vorige eeuw gekoloniseerd door Europese landen. Zelfs door Duitsland. Dat land verloor zijn kolonieën na de Eerste Wereldoorlog. Pas na de Tweede Wereldoorlog werden de meeste Afrikaanse landen onafhankelijk, wat soms ook nog eens met veel doden en strijd gepaard ging. De Koude Oorlog tussen het Westen en de Communisten was in volle gang. Afrika werd daar tussen gemangeld.

Vulkaniseer bedrijf, Ouagadougou, Burkina Faso, november 2004

Sinds hun onafhankelijkheid zijn veel Afrikaanse landen verzeild geraakt in onderlinge conflicten, vaak tussen stammen over land en bijbehorende grondstoffen. Want de landsgrenzen van na de dekolonisatie vallen nu eenmaal niet samen met stammen grenzen. In sommige landen leven vele stammen (en religies) naast elkaar en dan is het niet gemakkelijk om een vreedzame, stabiele samenleving op basis van ingewikkelde democratische instellingen te bouwen. 

Op weg met de boot van Dakar naar het slaveneiland Goree zwemmen jongens
van het eiland om onze boot in de hoop muntstukken die toeristen van de boot gooien,
op te kunnen duiken, 13 juli 2005

Zelfs wij Europeanen zijn na zoveel eeuwen nog niet verlost van het denken in stammen en rassen, hoe moeilijk moet het dan niet zijn voor de Afrikanen om zich daarvan te verlossen? 

Keukenhulp, Ouagadougou, Burkina Faso, november 2004

Daar komt nog bij dat we na de dekolonisatie het continent zo goed als in de steek hebben gelaten. Nu we er niet meer de baas zijn, hoeft het niet meer. Ze zoeken het maar uit daar. Nu ja, ze zijn nog wel goed om wapens aan te leveren, als markt voor onze export of als pionnen die je kunt inzetten (omkopen) voor onze internationale belangen.

Ondertussen vergeten we bij dit alles voor het gemak dat ook wij Europeanen gelukzoekers zijn geweest. Uit armoede zijn miljoenen Italianen, Ieren, Grieken, Portugezen enz. naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Na de Tweede Oorlog vertrokken zelfs veel gelukzoekers uit Nederland naar Canada en Australië in de hoop de ellende van het vernietigde Europa achter zich te laten. Die gelukzoekers hadden geluk. Ze werden aangemoedigd door de Nederlandse regering om te vertrekken en ze waren daarginds welkom om het land mee op te bouwen.

Zwerfster, Ouagadougou, Burkina Faso, november 2004

Ja, er is een tijdje aan ontwikkelingshulp gedaan in Afrika. Veel was het niet en dan ook nog onder heel strikte voorwaarden want er is veel corruptie. Tegenwoordig moet je wel heel erg arm zijn wil je nog structurele ontwikkelingshulp ontvangen. Zelfs humanitaire noodhulp is schaars geworden. Het duurt allemaal veel te lang daar ginds. We zien geen resultaten, alsof elke euro belastinggeld in Nederland wel direct resultaat oplevert, alsof hier niks aan de strijkstok blijft hangen of dat hier geen corruptie zou zijn. 

Hoe dan ook, we zouden op zijn minst met wat meer respect mogen spreken over deze Afrikaanse gelukzoekers. Je kunt de Congolees in Brussel geen ongelijk geven als hij zegt het recht te hebben om naar hier te komen nadat eeuwenlang de Belgen naar Congo zijn gegaan.

dinsdag 28 maart 2017

SALZBURGERLAND-SPROOKJESLAND 9

Hotel Gang, 21 juni 2016


Hotel Restaurant, 21 juni 2016


Station Pinzgauer lokalbahn, 21 juni 2016


Dorpskerkje, 21 juni 2016


Dwergboom, 21 juni 2016


Hans en Grietje, 21 juni 2016


Rustplaats, 21 juni 2016


Bankje, 21 juni 2013

zondag 26 maart 2017

KUNNEN GROENLINKS EN CDA DOOR EEN DEUR?


Mijn eerste stem bracht ik in mijn studententijd uit op de PSP, de pacifistisch socialistische partij. Die partij bestaat niet meer zoals er meer partijen in de loop der jaren verdwenen zijn. Ik noem de Politieke Partij Radicalen PPR en de Evangelische Volkspartij, ooit progressieve afsplitsingen van Christelijke partijen.

In de jaren tachtig werd de CPN, net als die andere partijtjes, een doctorandussen partij. Socialisme en communisme waren toen in bij studenten, vooral bij die van Christelijke huize. Geen wonder want daar waren die materialistische ideeën lang taboe geweest. Studenten van Christelijke huize stortten zich bijna massaal op de socialistische winkel. Het geloof in het goede en de vooruitgang van de mens had voor even een nieuw tehuis gevonden.

Er was geen arbeidersbasis meer voor een socialistische revolutie hoe de linkse studenten georganiseerd in de Studenten Vakbeweging, de Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland KEN, de Marxistische Leninistische Studentenbond MLS en al die andere pseudo-Marxistische groepen, ook hun best deden. Sommigen gingen zelfs met hun krantje aan de poorten van de fabrieken staan om de arbeiders te overtuigen van de noodzaak van het socialisme.

De arbeiders waren ondertussen al lang weg bij het socialisme, die zaten bij de sociaal democratische PvdA. Die had de vooruitgang na de Tweede Wereldoorlog pas echt gestalte gegeven met een ouderdomsvoorziening (samen met de Christelijke partijen), betere (huur)woningen, studiebeurzen en leningen, goede scholen voor iedereen, betere gezondheidszorg en betere arbeidsomstandigheden mede dank zij de Christelijke en Sociaaldemocratische vakbeweging. 

De enige overgebleven erfgenaam van dit “harde” socialistische geloof is niet GroenLinks maar de Socialistische Partij. Geïnspireerd door het Maoïsme en geduldig gebouwd op het activisme van de jaren tachtig in de fabrieken van Oss en elders, wist deze partij het vuur van het socialisme een tijd brandend te houden. In Oss, de stad van Unilever en Organon, Unox en Zwanenburg begon bijna de revolutie. Bijna, want uiteindelijk legt het socialisme met zijn doorgevoerde collectivisme het af tegen de tijdgeest van individualisering.

GroenLinks als verzameling van opstandige links progressieve partijtjes uit de jaren zeventig, zoals PPR en EVP maar ook CPN en PSP is sinds zijn oprichting een bredere partij dan de SP. Als een combinatie van links materialisme en christelijk sociaal denken is GL een geducht concurrent van de PvdA die ooit zelf een sterke christelijke vooruitstrevende vleugel had (georganiseerd rond het tijdschrift Tijd & Taak). 

GL leider Jesse Klaver komt uit een Christelijk nest. Je zag het toen hij tijdens een TV debat CDA leider Buma nadrukkelijk uitdaagde de sociaal-christelijke waarden te respecteren. Klaver is vanuit zijn tijd als voorzitter van de CNV jongeren bekend met de sociaal-christelijke leer. Met die achtergrond vult hij de “harde” of materialistische kant van Groen Links aan, een kant die ze bij de SP missen en bij de PvdA is bezweken aan veroudering. 

Maar GL blijft wel een doctorandussen partij. Dat is niet erg want ze kan als zodanig een rol in de Nederlandse politiek spelen. Maar een volkspartij zullen ze nooit worden zoals de PvdA dat ooit was en misschien ook weer wordt (een fusie met GL zou dat misschien mogelijk maken) en het CDA en de VVD nog altijd zijn.

Klaver heeft gelijk door Buma met zijn sociaal-christelijke waarden te confronteren. Het CDA is daarop immers gebouwd. Deze waarden komen voort uit een mensvisie waarin Personaliteit (elk mens is uniek en tegelijk gelijkwaardig), Solidariteit (de mens is een sociaal wezen), Subsidiariteit (elk niveau kent zijn eigen verantwoordelijkheid van individu naar gezin, van gezin naar gemeenschap, van gemeenschap naar maatschappij van maatschappij naar staat enz.) en het Algemeen Welzijn centraal staan.

Aangezien de samenleving altijd in beweging is, moeten deze kernopvattingen telkens opnieuw getoetst worden. Dat doet het CDA dan ook maar wel voorzichtig. Oude schoenen gooi je niet weg voor je nieuwe hebt. Dat betekent dat de partij een ingebouwd conservatisme heeft. Dat is prima, want mensen houden niet van veranderingen, zo lang ze jong zijn, gaat het nog wel maar eenmaal ouder en in zekere mate gevestigd, houden ze het liever bij het oude en gekende.


Zo bezien, zou je kunnen zeggen dat GroenLinks meer de dynamiek organiseert van de sociaal christelijke beginselen en het CDA meer het maatschappelijk behoud ervan. Beide partijen zouden elkaar dus wel kunnen aanvullen. Dat zal niet gemakkelijk zijn want wat voor de een niet snel genoeg gaat, gaat voor de ander veel te vlug. Niettemin zouden deze twee partijen het materialistisch georiënteerde liberale individualisme van D66 en VVD in toom kunnen houden ten bate van gemeenschapszin, solidariteit en respect voor natuur en mens.

vrijdag 24 maart 2017

DE MEEDOGENLOZE MINNAAR PICASSO

Links: Foto van Fernande Olivier (1881-1966). Rechts: Picasso, "Portret van Fernande Olivier met hoofddoek" , zomer 1906. 
Picasso ontmoette in 1904 Fernande Olivier, een bohemienne en kunstenares die zijn minnares werd. Olivier komt in veel van zijn schilderijen uit de zogenaamde 'roze periode'  en 'analytische kubistische tijd' (1909)

Zeven vrouwen heeft Picasso gehad, voor zover we weten. Zeven vrouwen op rij. Naarmate hij ouder werd, werd het leeftijdsverschil groter. Picasso als Spaanse macho die het er goed van nam in bed. Hij zorgde ervoor dat hij de laatste 20 jaar van zijn leven verzorgd werd door een een jonge en fanatieke vrouw. Zo fanatiek dat ze de rest van zijn familie, minnaressen, kinderen en kleinkinderen buiten de deur hield. Blijkbaar zat Picasso daar niet mee.

Links: Foto van Marcelle Humbert of Eva Gouel (1885-1915). Rechts: Picasso, 'Zittende Vrouw in Stoel' , 1914, geschilderd in de periode van 'het synthetische kubisme'. 
Na het verwerven van roem en wat geld, verliet Picasso Olivier voor Marcelle Humbert, die hij Eva Gouel noemde. Picasso's liefde voor Eva blijkt in veel van zijn kubistische werken. Picasso was zwaar aangeslagen door haar vroegtijdige dood in 1915 als gevolg van een ziekte, op de leeftijd van 30 jaar.

Als het met de liefde gedaan was, werd Picasso meedogenloos. Terwijl hij met de een nog samenleefde, begon hij met de ander een geheime relatie. Niet voor een tijdje, maar jaren lang. Het kostte hem geen moeite om een dubbelleven in de liefde te leiden.  Zijn rijkdom was daarbij een welkome steun. Hij kon zijn minnaressen een eigen huis geven, desnoods om de hoek van de andere geliefde.

Links: Picasso, 'Portret van Olga in en Stoel', 1917 (geschilderd in de periode 'Camera en Classicisme', 1916-1924. Rechts: Foto van Olga Picasso (1891-1955). 
Na de Eerste Wereldoorlog maakte Picasso kennis met Serge Diaghilevs Ballets Russes. Onder zijn vrienden tijdens deze periode waren Jean Cocteau, Jean Hugo, Juan Gris en anderen. In de zomer van 1918 trouwde Picasso met Olga Khokhlova, een ballerina bij Sergei Diaghilevs gezelschap. Zij brachten hun huwelijksreis door in de villa van de glamoureuze Chileense kunstbeschermster Eugenia Errázuriz in de buurt van Biarritz. Khokhlova introduceerde Picasso in de hogere kringen, formele diners, en alle sociale geneugten in het Parijse leven van de rijke jaren 1920. De twee kregen een zoon, Paulo, die zou uitgroeien tot een losbandige motorcoureur en chauffeur van zijn vader. Khokhlova's fatsoensnormen botsten met Picasso's bohemien-leefstijl en de twee leefden in een toestand van voortdurend conflict.

Hoe verwerkte hij al die gevoelens voor zoveel vrouwen, kinderen en kleinkinderen? Of ging het hem als kunstschilder in de eerste plaats alleen om hun schoonheid en als prettige bijkomstigheid seksualiteit? Waren zijn vrouwen in de eerste plaats model, dan seksualiteit, gemak en misschien nog wat liefde? Jeroen Krabbé, onze gids door het leven van Picasso in zijn achtdelige avrotros TV serie “Krabbe zoekt Picasso” spreekt er niet over. 


Links: Foto van Marie-Thérèse Walter (1909-1977)
Rechts: Picasso, 'Portret van Marie-Thérèse Walter met Bloemenkrans', 1937, geschilderd in wat wel de typische Picasso stijl genoemd wordt.

In 1927 ontmoette Picasso de 17-jarige Marie-Thérèse Walter en begon een geheime affaire met haar. Picasso's huwelijk met Khokhlova eindigde in een scheiding van tafel en bed in plaats van echtscheiding, want de Franse wet vereiste een gelijkelijke verdeling van de eigendommen in het geval van echtscheiding, en Picasso wilde Khokhlova niet de helft van zijn vermogen geven. De twee bleven wettelijk getrouwd tot Khokhlova's dood in 1955. Picasso had een langdurige affaire met Marie-Thérèse Walter en verwekte een dochter, Maya, bij haar. Marie-Thérèse leefde in de ijdele hoop dat Picasso op een dag met haar zou trouwen. Zij verhing zich vier jaar na de dood van Picasso.

Het gaat Krabbé om het kunstenaarschap van Picasso en daar hoorden nu eenmaal vrouwen bij, al was het maar als model. Zoiets toch. Hij schilderde op alle mogelijke manieren al zijn zeven vrouwen, naakt of niet naakt, portretten, als schoonheden, met emoties, erotisch enz. Na het afscheid was het gedaan met de inspiratie. Wat rest is een dagboek van in op doek in verf gestolde "verliefdheid" op zijn model.


Links: Portretfoto van Dora Maar.( 1907-1997) Rechts: Picasso, De Gele Pullover (Dora Maar), 1939 geschilder in de "Piacssostijl".
Dora Maar ontmoette Picasso in 1936 (die was toen 55 jaar) in Café des Deux Magots. Haar verhouding met Picasso, die haar mishandelde en liet vechten met Marie-Thérèese Walter om zijn liefde, eindigde in 1943, hoewel zij elkaar af en toe nog zagen tot 1946.
Bij elk lief paste een eigen stijl. Elk model zijn eigen stijl. Dat onderstreept nog maar eens het directe verband tussen zijn vrouwen en zijn kunstenaarschap. Stel nou dat hij het bij een vrouw of desnoods twee had gelaten, zou hij dan ook maar een of twee schilderstijlen gehad hebben? Een interessante vraag, die Krabbé helaas niet stelt. Ik denk van niet, maar dat is een vermoeden.


Rechts: Françoise Gilot (1921) en Picasso gefotografeerd door de beroemde Franse fotograaf Cartier-Bresson. Op de achtergrond de eveneens beroemde oorlogsfotograaf Capa. Rechts: Picasso, Vrouw-Bloem, 1946. Dit schilderij inspireerde Picasso tot meerdere portretten van Gilot met de kenmerkende lange hals. 
Na de bevrijding van Parijs in 1944 verkeerde Picasso met een jonge studente kunst, Françoise Gilot. De twee werden uiteindelijk geliefden, en hadden twee kinderen samen, Claude en Paloma. Gilot verliet Picasso - als enige van zijn vrouwen - in 1953, naar verluidt als gevolg van mishandeling en ontrouw. Dit was een zware klap voor Picasso. Hij ging door een moeilijke periode na het vertrek van Gilot. Een aantal van zijn inkttekeningen uit deze periode hebben het thema van de afzichtelijke oude dwerg als tegenwicht voor een mooi, jong meisje, waaronder een aantal uit een zes weken durende affaire met Geneviève Laporte.

Blijkbaar kostte het hem geen enkele moeite om een oude liefde af te sluiten en aan nieuwe te beginnen. Hoe deed hij dat? Liet hij zijn vrouwen begaan tot ze op zijn liefdeloosheid stuk liepen of sprak hij onder vier ogen over de teloorgang van hun liefde? 

Zijn geheime liefdes wijzen op het eerste. Hij liet zijn vrouw-modellen over aan hun lot terwijl hij alweer bezig was aan een nieuwe liefde. Het ontbrak hem misschien wel aan moed om het einde van een relatie samen met haar onder ogen te zien want dan zou hij ook zijn eigen meedogenloze liefdeloosheid onder ogen moeten zien en dat deed hij liever niet.


Links: Picasso met zijn nieuwe lief Jacqueline Roque (1927-1986). Rechts: Picasso, 'Portret van Jacqueline Roque met Rozen', 1954.
Na het vertrek van Gilot deed Picasso niet lang over het vinden van een andere minnares, Jacqueline Roque. Het leeftijds verschil tussen haar en Picasso bedroeg 46 jaar.Ze werkte op de pottenbakkerij Madoura in Vallauris aan de Franse Riviera, waar Picasso keramiek maakte en beschilderde. De twee bleven samen voor de rest van Picasso's leven en trouwden in 1961. Hun huwelijk was een laatste daad van wraak tegen Gilot. Gilot was op zoek naar juridische middelen om haar kinderen met Picasso, Claude en Paloma, te legitimeren. Aangemoedigd door Picasso had ze geregeld te scheiden van haar echtgenoot, Luc Simon, en zou dan trouwen met Picasso om de rechten van haar kinderen veilig te stellen. Picasso trouwde vervolgens in het geheim met Roque, nadat Gilot de echtscheiding had aangevraagd, en nam zo wraak voor haar vertrek.

Picasso was dan ook geen moedig man. Hij pleegde verraad aan zijn vrienden en aan zijn vrouw-modellen om zichzelf te redden of te beschermen. Niettemin was hij een groot kunstenaar of zoals Krabbé zegt de grootste en rijkste kunstenaar van zijn tijd. Hoe dan ook, je kunt als kunstschilder, kunstkenner en kunsthistoricus niet om Picasso heen.


donderdag 23 maart 2017

LOST PARADISE WEST AFRICA 10

Aan het strand van Lomé, 19 juli 2016


Op het strand van Lomé, 19 juli 2016


Kokosnoten te koop aan de strandboulevard van Lomé, 19 juli 2016


Marché de l'Art in Lome, 19 juli 2016


Marktvrouw met kinderen en moeder, 19 juli 2016


Hotel zwembad, Lomé 19 juni 2016


Hoteltuin bij avond, Lomé 19 juli 2016


Koloniaal gebouw langs de boulevard, Lomé 19 juli 2016

woensdag 22 maart 2017

FILM DAGBOEK MEXICO 6 ( HET GLASFABRIEK)

Gas onderweg naar een klant in een krottenwijk.
We hebben met de camera zo een auto gevolgd. De hoofdpersoon van onze film 

had een tijd op zo een auto gewerkt. In alle opzichten een levensgevaarlijk 
beroep vanwege het vullen van die gasflessen en het vervoer. (1979)


Zo'n meisje groeit op in een deprimerende armoedige wijk, 
een omgeving van verval, gebrek aan hygiëne, altijd smerig en overal afval. 


Twee arbeiders aan de lopende band met glasruiten.


De glasovens zijn heet.


Aan een lopende band voor ruitglas.


Bij de glasoven.


Even pauze buiten de fabriek. Links de regisseur Bernard Neuhaus, 
rechts de cameraman Ad Braamhorst en in het midden ikzelf.


Een van grootste toeristische trekpleisters in de buurt van Mexico stad 
is de Azteekse piramide stad bij Teotihuacan. 
Bij je wandeling door dit enorme complex van grote en kleine piramide, 
waaronder de Zon en de Maan piramide, en de grote en kleine paleizen 
voor koningen en priesters, wordt je steeds begeleid door ambulante 
souvenir verkopers.
Hierboven een souvenir verkoper gezeten op de trappen van een piramide. 


Souvenirverkoopster in de "hoofdstraat" van de Azteekse piramide stad.


Een verzameling typisch Mexicaanse kitsch souvenirs.
In het midden vooraan een doodskop.
Mexico heeft een sterke doods-cultuur, een overblijfsel uit de
wrede tijden van Azteken en andere Mexicaanse volkeren
die de gewoonte hadden mensenoffers te brengen aan hun goden.


dinsdag 21 maart 2017

DAGBOEK BRUSSEL METRO 15

Metro Brussel 6 maart 2013


Metro Brussel, 27 maart 3013


Metro Brussel, 23 mei 2013


Metro Brussel, 21 mei 2014


Metro Brussel, 25 juni 2014