maandag 20 november 2017

CHAOTISCH BRUSSEL 8

Wetenschapsstraat, 3 maart 2008


Beeld, 3 maart 2008


Werkers, Europese wijk 9 januari 2009


Frere Orban, 25 maart 2008


Kinepolis, 30 maart 2008


Tsjernobyl Helden, Europese wijk 24 juni 2009


Sneeuw, 25 maart 2008


Twee liftdeuren, Europese wijk 26 februari 2008


Ontvangst, Europese wijk 26 februari 2008


Iran, Luxemburgplein 24 juni 2009

zondag 19 november 2017

DE OSSE FOTOGRAAF LEO VAN DEN BERGH

De voorkant van het onlangs verschenen fotoboek
met foto's van Leo van den Bergh.

Als fotograaf geboren in Oss, ben ik geïnteresseerd in de beelden die van Oss bestaan dus ben ik naar de presentatie gegaan van het fotoboek “Geboren Fotograaf, Oss en de wijde wereld door de ogen van Leo van den Bergh (1912-2009)", een coproductie van het Stadsarchief Oss en uitgeverij Iris Berghem en VS Graphics. In het boek staan ruim 200 zwart-wit foto’s, de meeste paginagroot afgedrukt (formaat 20,5 x 20,5 cm) met bijbehorende onderschriften. Wie een beeld wil krijgen van het midden van de vorige eeuw van Oss en de toen nog ‘kleine’ wijde wereld, moet het boek zeker aanschaffen. Voor de prijs van 25 € hoef je het niet te laten.

“Dat Leo van den Bergh fotograaf was, wisten veel Ossenaren wel. Niet alleen door zijn fotowinkel op de Heuvel, waar menig inwoner zijn pasfoto’s liet maken, maar vooral ook door de foto’s die hij maakte in de oorlogsjaren en van de bevrijding. Dat hij naast zijn  reguliere opdrachten - door hem toch vaak als ‘moetjes’ beschouwd - ook artistiek werk opbouwde, zullen niet velen weten. Met dit fotoboek willen we daar verandering in brengen.”  (tekst op de achterkant van het boek)

Tijdens de presentatie van het boek noemde Jurgen Pigmans van Stadsarchief Oss, hij is tevens de schrijver van de inleiding voor in het boek, van den Bergh een “geboren fotograaf” en “een beeldkunstenaar”. Hij maakte niet zo maar plaatjes in zwart-wit maar met een scherp oog goed gecomponeerde sfeerbeelden van zijn tijd daarbij voortbouwend op de traditie van de Haagse School schilders.

De foto op de voorkant van het boek is zo een foto waarin het leven verstild wordt tot een enkel beeld van 2 kinderen die gebroederlijk over een modderig pad lopen dat het symbool zou kunnen zijn van hun toekomstige levenspad. De twee kinderen schouder aan schouder op de voorgrond  contrasteren scherp met de eenzame fietser die langzaam in de mist verdwijnt.Van den Bergh legde dit alles in een oogopslag vast.

"Tiny van Donzel (links) in zijn Osse werkplaats, voorjaar 1940.
Van Donzel werd niet alleen ingezet door de Osse fabrieken,
maar was ook werkzaam als kunstsmid."
Deze foto evenals die op de voorkant van het boek laat goed
zien hoe goed van den Bergh het aanwezige licht wist te gebruiken.

Een ander foto geeft een prachtig beeld van twee werkmannen in een smidse (pagina 7). Het wiel waaraan een van de mannen werkt is op de foto een kunstwerk geworden waar de andere werkman met de handen in zijn zij belangstellend en goedkeurend naar kijkt. De foto drukt respect uit voor vakmanschap en geeft een prachtig, indringend beeld van de werkman in 1940, zo vlak voor de Tweede Wereldoorlog.

Dat van den Bergh ook raad wist met de klassieke trouwfoto’s en gevoel had voor humor zien we op de pagina’s 128 en 129. Op de eerste foto zien we enigszins verloren in een grote zaal, een deftig gedekte tafel staan met daaraan ongeveer 25 gasten bij een diner ter viering van een 25 jarig huwelijksfeest. De foto straalt een zekere eenzaamheid maar ook ingetogenheid uit zoals dat hoort bij 25 jaar huwelijk (mei 1942).

De foto er naast is een trouwfoto van een bruid naast maar liefst 10 mannen. Wie van hen de bruidegom is, is niet meteen duidelijk. De foto krijgt een enigszins absurd aanzien door het stuk doorzichtig plastic waaronder de mannen tegen de regen schuilen terwijl de bruid daarentegen de regen trotseert. Vooraan zitten twee mannen gehurkt die samen een bloemstuk vasthouden. Als je niet beter zou weten, zou je denken dat het hun trouwdag is (oktober 1937).

En zo is er nog veel meer te zien in het fotoboek waaronder ook herkenbare situaties, huizen en landschappen in en rond Oss en verder weg.

vrijdag 17 november 2017

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 13

Moslima met kind, Brussel metro, 2009


Men beweert dat integratie van nieuwkomers versneld kan worden met behulp van taal - en burgerschap - cursussen. Dat kan een beetje helpen maar nooit veel. Je verandert een mens zijn identiteit, zijn geloofsovertuiging zo maar niet. Mensen en hun gedachten kun je niet kneden als wassen poppen. Je moet ook nog uitkijken dat het niet een soort heropvoeding wordt want daarmee je doe je de vrijheid en waardigheid van mensen geweld aan. 

Migranten hebben hun identiteit nu eenmaal opgebouwd in een heel andere leefwereld, met een eigen cultuur, taal, geloofsovertuiging, gebruiken, sociale verhoudingen enz.  Oorlogsvluchtelingen moeten de habitat waarin zij dit alles hebben opgebouwd ook nog eens van de ene dag op de andere verlaten. Ze worden met geweld ontworteld en moeten dan vervolgens wortel proberen te schieten in een ander land met een heel andere taal en cultuur. Niets is dan meer vanzelfsprekend, je taal niet, je geloof niet en je gebruiken niet. Moslim vluchtelingen naar een Europees land hebben daarbij een extra handicap. De doorsnee Europese cultuur is christelijk en seculier en dat staat ver af van de gebruikelijke Moslim cultuur. De verschillen die overbrugd moeten  worden, worden onderschat door beide kanten.

Vluchtelingen komen blijvend in een spagaat tussen hun eigen cultuur en die van hun nieuwe land. Ze horen voortaan thuis in twee culturen - twee landen vaak - maar nooit helemaal. De migrant die blijft, ontdekt zijn moeizame verhouding met zijn nieuwe land en het wantrouwen waar hij tegen aanloopt. De migrant die terugkeert, ontdekt dat zijn voormalige landgenoten ook niet op hem of haar zit te wachten. Zelfs na jaren weet je als migrant niet voor welke voetbalploeg je moet zijn, die van je oude of die van je nieuwe thuisland? De meesten maken er maar het beste van. 

(verschijnt elke vrijdag)

donderdag 16 november 2017

LONDERZEEL 8

Huis met garage, Zavel, december 2010


Landschap Patattestraat, december 2010


Boerderij ramen, Zavel, december 2010


Villa, Maldersesteenweg, december 2010


Landschap met koeien, december 2010


Landschap met paarden, december 2010


Verboden toegang, privéterrein Vlaams waterschap, december 2010


Boerderij, Zavel, december 2010

woensdag 15 november 2017

LOST PARADISE WEST AFRICA 20

Cantine de l'Aeroport, Lomé, Togo 22 juli 2014


Eieren, Lomé, Togo, 22 juli 2014


Stop, Lomé, Togo 22 juli 2014


Tafereel, Lomé, Togo 22 juli 2014

Taximoto, Lomé, Togo 22 juli 2014


Afrikaanse stoffen, Lomé, Togo 22 juli 2014

dinsdag 14 november 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 14

De vierde klas van de HBS met 28 leerlingen en alweer de leraar Nederlands,
bijgenaamd Tante Jans, in zijn typische strakke pose 
waarmee hij als een sergeant zijn ordeloze troepen overziet.

Ik krijg thuis al vroeg ingepeperd dat de meester altijd gelijk heeft als hij straf geeft, ook al heb ik niks gedaan. “Dan heb je straf voor de keren dat je wel wat gedaan hebt”, aldus mijn vader. Ik moet daar mee leren leven maar kan dat niet altijd. Soms gaat de meester mij te ver zoals die keer in de vierde klas lagere school. Ik scheur het strafwerk in mijn driftige boosheid op straat in stukken. De meester ziet het en dus zit er niks anders op dan het toch maar te maken. 

Klasgenoot F. heb ik een keer een paar flinke klappen verkocht op het kerkplein, na de vrijdagmorgen mis. Hij heeft ons verraden aan zijn moeder, onderwijzeres op onze school. W. en ik moeten bij haar komen en krijgen een hele preek over ons vuurtje stoken op het braakliggend terrein bij het spoor. Ze geeft ons aan het eind van haar preek een klap in ons gezicht. We kijken te brutaal, vindt ze. Daar moet de Zoon voor boeten, vinden we. Aldus is geschied.

Er is onrecht waar je niet aan ontkomt. Het gebeurt gewoon en je kunt niet anders dan het ondergaan.Zo vindt mijn leraar Engels op de middelbare school dat ik een vertaling te goed heb gemaakt. Zo een hoog punt kan ik niet eigen kracht hebben gehaald, vindt hij. Weet hij veel dat ik er die keer toevallig hard aan gewerkt heb? Hij gelooft niet in zulk toeval. Ik zal wel afgekeken hebben en dus krijg ik twee punten lager, van een negen naar een zeven. Niet direct een grote schadepost op mijn puntenlijst maar wel op mijn ziel. Zo zie je maar weer. Je kunt veel rottigheid in je leven zo maar vergeten, maar zo een rotstreek blijft je leven lang bij.

Onze astmatische pater scheikunde heeft een heel eigen theorie over afkijken. Volgens hem zijn goed opgebouwde, overzichtelijke spiekbriefjes het bewijs dat je de stof beheerst. Als je betrapt wordt met zo een spiekbriefje, geeft hij daar een punt voor in plaats van voor het proefwerk. Een alleszins redelijke benadering. In een enkel zeldzaam geval komt het voor dat je door een leraar in wanhoop naar de kleine gezette maar goedmoedige pater rector T. wordt gestuurd om je zonden op te biechten en een gepaste straf te ondergaan. 

(verschijnt elke dinsdag)

zondag 12 november 2017