Posts tonen met het label solsjenitzin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label solsjenitzin. Alle posts tonen

maandag 23 februari 2015

HET DICHTERLIJKE COMMUNISME VAN PABLO NERUDA (deel I)

De voorkant van het autobiografische "Neruda, Confieso que he vivido"
(Ik bekend dat ik heb geleefd). De onderste foto is gemaakt in zijn huis
'La Chascona' in Santiago. Tegenwoordig is het een museum.

Reizend door Chili kom ik op het idee om de autobiografie van Pablo Neruda (1904-1973) te lezen: “Neruda, Confieso que he vivido” (Ik beken dat ik geleefd heb), een uitgave van Pehuén 2005. Een mooie gelegenheid om eens aan de hand van zijn eigen geschrift uit te zoeken wat deze dichter en Nobelprijswinnaar voor litteratuur (1971) bezielde om zijn leven lang communist te blijven. Het blijkt een wat men zou kunnen noemen dichterlijke autobiografie te zijn. Dichterlijk in de ouderwets of is het klassieke zin van het woord; veel omhaal van woorden, (politieke) romantische passie en getuigenissen.

“Ik moest lijden en strijden, liefhebben en zingen; ik kreeg mijn deel van de wereld, de zege en de nederlaag, ik probeerde de smaak van het brood en het bloed. Wat wil een dichter nog meer? En alle alternatieven, vanaf het verdriet tot aan de kussen, vanaf de eenzaamheid tot aan het volk, overlevend in mijn poëzie, handelend in haar, want ik heb geleefd voor mijn poëzie en de poëzie heeft mij door worstelingen heen geholpen. Bij alle beloningen die ik gehad heb, vluchtige beloningen als vlinders die gelijk pollen ontsnappen, was een hoofdprijs, een prijs die velen minachten omdat hij voor velen onbereikbaar is. Door de harde les van de schoonheid, ben ik de dichter van mijn volk geworden.” (blz. 236)


De eetkamer in 'La Chascona' het voormalige woonhuis van Neruda in Santiago. Het huis is door Neruda gebouwd als een soort geheim liefdesnest voor hem en zijn  minnares Matilde Urritia met wie hij in 1963 trouwde. Voor haar schreef hij de liefdesgedichten in 'Los versos del Capitan' in 1951. Het hoofdstuk dat hij hieraan wijdt in zijn autobiografie heet ook 'Los versos del Capitan'. (290-296). Hij heeft de gedichten geschreven op het Italiaanse eiland Capri, waar hij samen met Matilde tijdelijk in een villa woonde, hen aangeboden door don Erwin, 'eigenaar van half Capri' zaldus Neruda.

Halverwege zijn autobiografie stuitte ik op deze dichterlijke passage van Neruda over de band tussen zijn poëtische en politieke geloof. Poëzie in dienst van het volk. Kan het romantischer en  Latijns Amerikaanser? De dichter die ten strijde trekt voor zijn volk. Voor Neruda is dat een volk van onderdrukte en uitgebuite mijnwerkers, arbeiders en armen. Net als bij de meeste communisten vallen ook bij Neruda volk en arbeidersklasse in de brede betekenis van het woord samen. Een misverstand dat tot veel politieke verwarring en erger heeft geleid.

Dat misverstand is begonnen in de Spaanse burgeroorlog, zoals trouwens bij veel intellectuelen en kunstenaars in die tijd. Zijn keuze voor het communisme wordt geboren enerzijds uit verachting voor de anarchisten die hij in Madrid tijdens de burgeroorlog leerde kennen. Volgens Neruda lijden die aan eigendunk en zelfgenoegzaamheid, ijdeltuiterij en opgeblazen heldenstatus anderzijds uit bewondering voor de communisten die “de enige georganiseerde macht waren die een leger vormde om het hoofd te bieden aan de italianen, de duitsers, de moren en de falangisten. En tegelijkertijd waren ze de morele kracht die het verzet en de anti-fascistische strijd overeind hielden.” (blz. 186) De rest van het hoofdstuk “Ik koos een weg” , het hoofdstuk waar hij zijn liefde voor het communisme belijdt (blz. 185 – 204), gaat over de Spaanse communistische dichter Rafael Alberti die voor hem een voorbeeld is. 

Pablo Neruda met zijn vrouw Matilde Urrutia (1912 - 1985), zijn derde vrouw, in Moskou met uitzicht op het Rode Plein. 
Met zijn keuze hoorde Neruda tot de “twintigste eeuwse communistische artistieke klasse” of liever “de twintigste eeuwse Sovjet communistische artistieke klasse” waartoe veel beroemd geworden West en Oost Europese kunstenaars behoorden, maar ook Russische en zelfs Chinese kunstenaars. In het boek maak je o.a. kennis met de Mexicaanse schilders Diego Rivera en Siqueiros, de Franse surrealistisch schrijver/dichter Paul Eluard, de Spaanse kunstschilder Picasso, de Italiaanse fotografe Tino Modotti enz. 

In 1949 brengt hij zijn eerste bezoek aan de Sovjet Unie. “Ik hield van het begin van de Sovjet grond en begreep dat vandaar niet alleen een morele les vertrok naar alle uithoeken van het menselijk bestaan, in gelijkheid van kansen en een groeiende vooruitgang in productie en verdeling maar ik voelde ook aan dat vanuit dit land van steppen, met zoveel pure natuur, een grote vlucht zou beginnen. De gehele mensheid beseft dat daar gewerkt wordt aan de reusachtige waarheid en dat de wereld verbijsterd wacht op wat er gaat gebeuren. Sommigen dachten aan terreur, andere wachtten simpelweg, anderen dachten te voorvoelen wat zou komen.” (blz.268)

Het is alles dichterlijke bewondering voor de Sovjet Unie, zonder ook maar een spoor van twijfel, nadere beschouwing of analyse. In 1949 was de Koude Oorlog al uitgebroken. Terwijl het de strijd van Stalin tegen het fascisme bewondert, besteedt hij in zijn boek nergens enige aandacht aan Engeland, de Verenigde Staten, Canada zeg maar de westerse democratieën die toch ook grote offers brachten en inspanningen hebben geleverd in de oorlog tegen Duitsland. De oorlog tegen Japan bestaat in zijn wereld zelfs niet.

De ontmaskering van Stalin met zijn moorddadige showprocessen en moorddadige concentratiekampen door Chroesjtsjov op het 20ste en 22ste Communistische Partijcongres (1956 en 1961) brachten Neruda niet van zijn geloof af in de Sovjet Unie en het Sovjet communisme. In zijn verslag over zijn tweede reis naar China (1957) wijdt hij er slechts een kleine overdenking aan. “Het document van het 20ste Congres was een golf die ons en alle revolutionairen, naar nieuwe situaties en conclusies bracht. Sommigen voelden het als geboren worden uit nood als gevolg van de harde onthullingen, het gevoel opnieuw geboren te worden. We worden vrij van duisternis en angst , paraat om door te gaan op de weg met de waarheid in de hand.” (blz. 322) Overigens prijst hij in dat verslag de Chinese Revolutie op dezelfde dichterlijke bijna  pathetische manier als de Russische Revolutie.

Geen wonder dus dat hij een schrijver en tevens Nobelprijswinnaar voor litteratuur, de Rus Boris Pasternak (de schrijver van o.a. Doctor Zhivago) neerzet als een “eerlijke reactionair die bij de omwenteling in zijn vaderland niet verder kon kijken dan een verlichte koster.” (blz. 269) In de rest van de volgende 200 bladzijden in zijn boek tot aan het jaar 1973 besteed hij geen enkele aandacht aan dissidente schrijvers of dichters in de Sovjet Unie. Geen Jevgenia Ginsberg, geen Nadezjda Mandelstam, geen Andrej Sinjavski, geen Jelena Bonner en Andrey Sacharov, geen Andrei Amalrik en zelfs geen Alexandre Solsjenitzin. Hoe het mogelijk is dat een dichter en diplomaat als Neruda deze schrijvers met hun processen, jarenlange opsluitingen en verbanningen nergens in zijn boek noemt, is mij een raadsel.







maandag 19 december 2011

VERBETER DE WERELD MAAR WANTROUW DE MENSELIJKE NATUUR

De Hollandsche intellectueel Bas Heijne wordt als gevolg van de opkomst van het populisme bevangen door pessimisme over de menselijke natuur.

NRC columnist Bas Heijne is een goed mens. Hij probeert het humanisme voor de mensheid te behouden. Een zeer lofwaardig streven. Hij heeft namelijk geleerd dat zoiest moeilijk is want “de mens is van nature geneigd op zoek te gaan naar iets wat zijn wereld samenhang en betekenis geeft” en dat betekent blijkbaar “dat hang naar groepsvorming en culturele eigenheid – zoals die door politieke bewegingen als Vlaams Belang, de Echte Finnen, de Zwitserse Volkspartij en Oostenrijkse FPÖ en in Nederland de PVV wordt vertolkt – in onze genen zit.”  (Na te lezen in NRC Handelsblad van 15 december, ‘Militant humanisme, De wereld valt te verbeteren, ondanks de menselijke natuur.’)

Die Bas Heijne toch. Wat hij zo omslachtig formuleert, leerden wij vroeger op school met een enkel zinnetje: “ De mens is geneigd tot alle kwaad”.  De mens zelf schept dus zijn eigen ellende. Helaas heb ook ik gedacht dat zoiets niet waar kan zijn. Dat zouden achterlijke verzinsels zijn van een al even achterlijke katholieke kerk met allerlei nare gevolgen zoals het zondebesef en nog erger de erfzonde als gevolg van de val van Adam en Eva in het aardse paradijs nota bene op kinderlijke wijze gesymboliseerd door het eten van een appel die door een duivelse slang wordt aanbevolen vanuit de boom van goed en kwaad. Prachtig verzonnen door onze voorouders maar het slaat nergens op zo dacht ik toen. Trouwens wisten die voorouders veel? Die beschikten niet zoals wij over de Wetenschappelijke Methode.

Maar dank zij die Wetenschappelijke Methode leven we nu toch weer in permanente doodsangst. Wetenschappers voorspellen ons immers met de regelmaat van de klok dodelijke epidemieën, aardbevingen, tsunami’s, klimaat veranderingen, het uitsterven van dieren en planten, smelten van de ijskap, verhoging van de zeespiegel enz. Alleen als we boete doen, veel boete door bijvoorbeeld minder te vliegen, minder auto te rijden, geen gas uit de grond te halen, de kolen niet meer op te stoken, de polders te ontpolderen enz. kunnen we het allerergste, de vernietiging van de planeet aarde, voorkomen. De Wetenschappelijke Methode heeft ons weliswaar bevrijd van achterlijke waanideeën over trollen, heksen, magische bezweringen, boze goden en godinnen, noodlottige kaarten enz. maar de angsten zijn gebleven en wie weet misschien dank zij de moderne media, met dank aan de Wetenschappelijke Methode, wel massaler dan in die tijd.

Wat ik gek vind van Bas Heijne is dat zijn nieuwe pessimisme over de vooruitgang van de mensheid het gevolg is van de opkomst van rechtse populistische partijen. Voor mij was juist het Linkse Vooruitgangsdenken de aanleiding voor een nieuw pessimisme. Al voor de Tweede Wereldoorlog maakte de Wetenschappelijke Methode met de zegen van het Linkse Vooruitgangsdenken in de vorm van Communisme alleen al in Rusland en de Ukraïne miljoenen burgerslachtoffers . Na de Tweede Wereldoorlog werd dat aantal slachtoffers alleen nog maar groter dank zij de bezetting van de oostelijke helft van Europa en de overwinning van het Maoïsme in China.

Heeft Bas Heijne dan ook niet begrepen dat mensen als de net overleden Tsjechische mensenrechten activist en schrijver Vaclav Havel, de Russische Schrijvers Almarik en Solsjenitzin en de Chinese kunstenaar Wei Wei de ware voorhoede zijn van de redders van het humanisme of moet ik misschien zeggen van het elementaire menselijke fatsoen? Heeft hij wel van hen gehoord maar niet begrepen waar het hen om te doen was?

Hoe dan ook, zijn slotconclusie dat het een uitdaging is om te blijven geloven in de verbetering van de wereld maar dan wel getemperd door een groot wantrouwen in de menselijke natuur, deel ik ten volle. Je kunt ook zeggen dat we altijd bedacht moeten zijn op het kwade zonder ons vertrouwen in de mensen te verliezen. Dat besef maakt meteen ook nederig en dat is wat mensen af en toe heel hard nodig hebben.