Posts tonen met het label zilvermijnen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zilvermijnen. Alle posts tonen

vrijdag 5 juni 2026

91. MEXICAANSE VERTELLINGEN. DON FRANCISCO

San Miguel Regla, Mexico 1976.


Nu hij niet meer dronken thuiskomt, vindt Sara het goed dat hij weer thuis slaapt. Dat is een hele opluchting voor hem. Hij heeft tenminste weer ene dak boven zijn hoofd. De oude vertrouwde liefdesband met Sara is echter definitief gebroken.


Die kan niet meer hersteld worden. Ook Sara weet dat en ook zij streeft er niet naar. Ze leven bij elkaar onder een dak. Ze delen de liefde voor hun kinderen en dat is misschien wel het beste wat ze nog uit het leven kunnen halen.


Natuurlijk is hij Maria Carmen die hem zo heeft gesteund om van de drank af te komen, niet vergeten. Integendeel, hij krijgt steeds warmere gevoelens als hij aan haar denkt maar verder dan dan dat wil hij niet gaan. Hij moet eerst in het reine komen met Sara en zijn gezin. 


Maar voordat hij zover is, krijgt hij van zijn ouders te horen dat zijn geliefde en enige oom don Francisco is overleden. Het is don Francisco die hem zonder het zelf te weten, hem geleerd heeft zijn eigen levenspad te kiezen. Dat nu juist hij op dit zo belangrijke kruispunt in zijn leven sterft, is natuurlijk puur toevallig of misschien toch een teken aan de wand.


Diego bewaart goede herinneringen aan zijn oom, de enige broer van zijn vader. Hij was altijd welkom bij hem en zijn vrouw. Die is helaas na en lang ziekbed tijdens hetwelk don Francisco al het mogelijk heeft gedaan om haar te redden, gestorven aan kanker.


Dat al dat mogelijk was vooral een kwestie van geld. Geld dat hij had overgehouden van de jaren die hij gewerkt had in de zilvermijnen van Real del Monte. Er was altijd weer een arts te vinden, tot in de hoofdstad Pachuca toe, die hen verzekerde dat hij met zijn behandeling zijn vrouw beter kon maken. 


En wie waren zij om daar aan te twijfelen? Wie kon hen vertellen wat het enige juiste was om te doen? Zo lang er nog geld in hun spaarpot zat, was er hoop zei don Francisco. Want de gedachte dat geld belangrijker zou kunnen zijn dan het leven redden van zijn vrouw, kwam in het hoofd van don Francisco nooit op. 


Toen het geld op was, bleek dat ook het einde van zijn vrouw te zijn. Gek genoeg was  het ondertussen tot beiden. Doorgedrongen dat wat ze ook zouden doen, geen redding mogelijk was. De ziekte was sterker dan welke behandeling ook. Er zat niets anders op dan het lot te aanvaarden.


Er overviel hun een ernstige gelatenheid, niet bedroefd en maar ook niet blijmoedig maar iets daar tussen in. Iets dat hoort bij de grond en de natuur waartussen ze hun leven lang gewoond hadden. Het is een geharde natuur die zich overeind houdt tussen zowel de schroeiende droogte van de zon als de overvloedige regens.


Zijn herinneringen aan haar bleven bij hem als scherpe schaduwen waarmee hij de dagen op het land, in zijn huis of waar dan ook sleet. Zo overleefde hij zijn vrouw in eenzaamheid want kinderen waren hun nooit gegeven. Dat ook had hun beiden gehard gemaakt en geleerd te overleven zonder te klagen over het lot. 


Misschien dat ze daarom hem, Diego, altijd hadden behandeld als een zoon. Hij was er altijd welkom en kon op elk duur van de dag langs komen en als het zo uitkwam mee eten. In zijn jonge jaren toen hij het drinken van pulque en tequila nog moest leren, was hun huis zijn toevluchtsoord waar hij zijn roes kon uitslapen.


Nu was hij dan gestorven. Gelukkig zonder ziekbed. De goden waren hem gunstig gezin en hadden hem in zijn slaap uit het leven genomen. Een vredige dood die hem na de langzame dood van zijn vrouw was gegund door hogerhand. Diego pakte wat spullen bij elkaar en reisde af naar zijn geboortedorp om de begrafenis van zijn oom bij te wonen.

 

vrijdag 13 september 2024

MEXICAANSE VERTELLINGEN 4. MALINCHA, DE MOEDER VAN MEXICO

Malincha en andere inheemse vrouwen in het "Texas Manuscript", de geschiedenis van Tlaxcalan. Dit beeld van Malincha en de dochters van de edelen van Tlaxcala die aan de Spanjaarden werden overgedragen, ontstond in de eerste helft van de 16e eeuw. Nettie Lee Benson Latin American Collection, bibliotheken van de Universiteit van Texas, de Universiteit van Texas in Austin.




Tijden gaan voorbij zonder noemenswaardige onrust. Het dorp leeft zijn leven, vereert de goden in het huis dat ze gebouwd hebben. Het leven gaat zijn gang zoals het zijn gang moet hebben. Dan verschijnen onbekende, blanke mannen te paard. Het zijn bazen uit de oude stad waar naar geluisterd moet worden.


Ze nemen het bos op de berghelling samen met het meer in beslag voor de bouw van een haciënda, geen haciënda voor suikerriet, tabak of andere landbouwproducten maar een waar zilvererts wordt gewassen uit de zilvermijnen beneden aan de berg. Sinds daar zilver is gevonden, is het op de berghelling druk geworden. Die drukte komt nu dus ook naar het dorp op de helling van de berg.


Voor het wassen is veel, heel veel water nodig. Uit de bergen rond het dorp stromen beken door de bossen die genoeg water leveren om de bassins te vullen. Er is ook genoeg hout in de bergen om de ovens te stoken waarin het zilvererts tot staven wordt gesmolten.


De eigenaar van de haciënda heet Don Francisco de la Plata. Zijn stamvader is in het kielzog van de Spaanse veroveraar Hernan Cortès naar Mexico gekomen op zoek naar rijkdom, het liefst goud en als dat er niet is, is zilver ook goed. Goud heeft hij niet gevonden maar wel zilver. Eerst elders in het land, ten zuiden van de oude stad. Daar hebben de zilvermijnen het stadje Taxco gebaard. Het wemelt daar van de zilversmeden. Het is uitgegroeid tot een welvarende stad. 


Misschien wordt Real del Monte met zijn nieuwe zilvermijnen ook  een welvarende zilverstadje. Voorlopig is er weinig van welvaart te zien. Nu is het nog een dorp van mijnwerkers die elke dag opnieuw door de ondergrondse gangen kruipen om het ijzererts uit de rotsen te houwen. Smerig, gevaarlijk en slecht betaald werk maar wel werk dat geld oplevert en dat is wat de dorpelingen nodig hebben.


Don Francisco noemt zijn haciënda San Miguel naar de aartsengel die de hemelse legers aanvoert in de strijd tegen de duivels, de afvallige engelen die verbannen werden naar helse oorden. De bedoeling is dat de aartsengel over zijn haciënda en zijn bewoners zal waken.


Om er zeker van te zijn dat dieven en ander gespuis de haciënda niet zo maar kunnen binnenvallen, laat hij voor alle zekerheid rond de haciënda twee meter hoge dikke muren bouwen met daarin maar een enkele toegang, een zwaar houten poort die permanent bewaakt wordt. Het zilvererts komt van beneden, in karren de poort binnen gereden. 


De zilveren staven verlaten met een zwaar beveiligde karavaan van muilezels en paarden de haciënda naar de ver weg gelegen oude stad. Vandaar gaat de reis naar de haven van Veracruz aan de Atlantische Oceaan om met een vloot van schepen met zilver over te steken naar het koloniale moederland Spanje.  


Don Francisco woont met zijn gezin, enkele bedienden en medewerkers op de haciënda. De paardenstallen liggen links naast de poort. De waterbassins liggen achter in het bos tegen de bergen zodat het water er direct in kan stromen. Door een ingenieus systeem wordt het water van het ene naar het andere bassin geleid tot het terecht komt in een meer waarvan het water in kleine beken zijn weg verder naar beneden in het dal zoekt.


Don Francisco slaapt soms met dochters uit het dorp net als zijn voorvader eerder deed in de tijd dat het land nog veroverd moest worden, de tijd van de grote veroveraar Hernan Cortes. Diens overwinning op de Azteken schonk hem een dochter van een Azteekse edele, Malincha geheten. 


Zij werd in het bed van de grote veroveraar de stammoeder van een nieuw volk, een volk waarin veroverden en veroveraars in elkaar zijn opgaan. Zij zijn de nieuwe bewoners van het nieuwe land. De macht blijft samen met het goud en het zilver bij de veroveraars van Spaanse bloede.  


Malincha mag dan de moeder van een weliswaar nieuw volk zijn maar dat volk blijft onderworpen aan de wil van de koning in Madrid en zijn vazallen in het nieuwe land Mexico.