Posts tonen met het label koning willem I. Alle posts tonen
Posts tonen met het label koning willem I. Alle posts tonen

vrijdag 8 juni 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 41

Man met kranten, Antwerpen 1993
©petrus nelissen

Van Amsterdam en de Republiek der Nederlanden terug naar Vlaanderen dat er maar niet in slaagt zich te bevrijden uit zijn eenzaamheid,  niet met de Guldensporenslag tegen de Franse koning in de veertiende eeuw en ook niet tweehonderd jaar later met de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spaanse koning. 

De hereniging van de Nederlanden onder Koning Willem I in 1815 zou een einde gemaakt kunnen hebben aan de eenzaamheid van Vlaanderen ware het niet dat Nederland en Vlaanderen te ver uit elkaar waren gegroeid als gevolg van de scheiding sinds het begin van de Tachtigjarige Oorlog (omstreeks 1570). 
In plaats van hereniging met de Noordelijke Nederlanden koos Vlaanderen samen met Wallonië en Brussel voor een onafhankelijk België.

In eerste instantie betekende de afscheiding een groeiende verfransing van het land ten koste van het Vlaams. De onder Koning Willem I opgelegde vernederlandsing werd afgeschaft met het gevolg dat het Frans van de Waalse, Brusselse en Vlaamse elite het Vlaams begint te verdringen.

Als reactie werd in de Belgische Grondwet de algemene taalvrijheid ingeschreven. In de praktijk was dat niet meer de vrijheid van de burgers (tegenover de autoriteiten) maar die van de autoriteiten (tegenover de burgers). Voor de werking van de instellingen en de rechtbanken kozen de autoriteiten actief voor het Frans, en bestempelden het gebruik van het Vlaams als achterhaald, sommige rechters zelfs als smaad tegenover het gezag en schending van de grondwettelijke vrijheid (van de rechter). In 1860 werden twee Vlaamse werklieden, Coucke en Goethals, terechtgesteld voor een moord op een weduwe zonder dat ze één woord van het proces verstaan hadden. Later bleek dat ze onschuldig waren. De Vlaamse Beweging is gaan ijveren voor een taalwetgeving die ook het Nederlands als officiële taal zou opleggen.” (Wikipedia: Taalwetgeving in België)

De Vlaamse Beweging met als centraal actiepunt het behoud van het Nederlands voor Vlamingen begon als een culturele beweging.

De eerste reactie op deze verfransing kwam vanuit artistieke milieus, meer bepaald schrijvers en dichters zoals Conscience, Rodenbach en Gezelle. Daarna deinde de beweging uit tot al de andere artistieke disciplines. Het werd een algemeen cultuurflamingatisme. Als kunstenaars en intellectuelen behoorden zij doorgaans zelf tot de bourgeoisie. Vanaf 1870 kreeg de Vlaamse Beweging een bredere, volkse basis. Zij werd meer en meer een politieke beweging met eisen als de volledige vernederlandsing van het onderwijs en het openbaar leven in Vlaanderen. De Vlaamse studentenbeweging was de drijvende kracht achter deze evolutie.” (Wikipedia: Vlaamse Beweging)

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 13 april 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 34

Drie Meisjes op de Groenplaats van Antwerpen, 1993
©petrus nelissen

Om met de deur in huis te vallen. De afkeer tussen Noordelijke en Zuidelijke Nederlanders blijkt wederkerig te zijn. Sinds de Tachtigjarige Oorlog en de Vrede van Münster had de nieuwe protestantse natie het prima gerooid. Uit een opstandig waterland was een machtige Republiek ontstaan die uitgroeide tot een zeemogendheid die over de hele wereld handel dreef en vestigingen had. 

De Republiek was een koloniale macht georganiseerd als een privé onderneming met in het hart de Oost en West Indische Compagnieën waarin burgers een vrij verhandelbaar aandeel konden nemen via de Amsterdamse beurs. 

Daarmee was het een voorbode geworden van modern kapitalisme waar uiteindelijk de VS erg groot mee zijn geworden. Het land was zijn tijd vooruit op koloniale mogendheden als Frankrijk, Spanje, Portugal en Engeland met hun absolute monarchen, gecentraliseerd bestuur en grote legers. De Republiek was een land van burgers zonder koning. Het was de tijd van“De Gouden Eeuw”.

“De Gouden Eeuw is een periode in de Nederlandse geschiedenis die goeddeels samenvalt met de zeventiende eeuw. De noordelijke Nederlanden, die samen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vormden, maakten een bloeiperiode door op het gebied van handel, wetenschap en kunsten. Ook wat betreft haar politieke en militaire macht (vooral ter zee) nam de Republiek in de wereld een vooraanstaande positie in. De bloeitijd van de noordelijke Nederlanden was een belangrijke nieuwe fase in de ontwikkeling van de westerse beschaving. Sommigen houden als beginpunt van de Gouden Eeuw 1602 aan, het jaar waarin de VOC werd opgericht; anderen kiezen voor het jaar 1609, het beginjaar van het Twaalfjarig Bestand. Tot het einde van het bestand (1621) groeide de economie vrijwel ongehinderd.” (Wikipedia: Gouden Eeuw Nederland)


De erfenis van de Gouden Eeuw maakte dat Noord Nederland tijdens de hereniging met het Zuiden in 1815 nog altijd barste van zelfvertrouwen. Veel Nederlanders vonden dat het de Zuidelijke Nederlanden niet nodig had om zijn plaats als mogendheid in de wereld te behouden. Integendeel, dat Zuiden zou wel eens een blok aan het been kunnen zijn van de Nederlandse handel en wandel in de wereld. “In Holland, vooral in Amsterdamse havenkringen, was er al geruime tijd een beweging die terug wilde naar de oude, beperkte Statenbond. Een op de zee gebaseerde wereldhandel leek veel gunstiger dan de zo gevaarlijke continentale betrokkenheid” (Wikipedia: De Belgische Revolutie)

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 9 februari 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 25

Vlaamse bedevaartgangers in Scherpenheuvel, augustus 2000

Het katholicisme in Vlaanderen is een volksgeloof. Dat is te zien aan de hoeveelheid kappellen en kapelletjes die over het hele land in dorpen en velden staan uitgestrooid om de voorbijgangers van geestelijk voedsel te voorzien, hen steun en troost te bieden. De bedevaarten te voet, per fiets of per bus naar bijvoorbeeld het Maria Oord Scherpenheuvel bestaan nog steeds, al is het net als overal elders in Europa een stuk minder geworden. Ook Vlaanderen is aan het ontkerkelijken maar in een langzamer tempo dan in Nederland.

In tegenstelling tot de Kerkelijke Autoriteiten waren de lagere (parochie)priesters meestal met en van het volk, zoals bijvoorbeeld priester Daens die het opnam voor de arme en uitgebuite werkman in Aalst of de dichter priester Guido Gezelle, die de volkstaal met zijn gedichten en andere publicaties nieuw leven gaf. De Frans sprekende kerkelijke autoriteiten waren meer bezig met het behoud van het kerkelijk instituut en gezag. Zoals het autoriteiten betaamt was hun zorg ook het behoud van invloed en privileges van het katholieke instituut onder de protestantse koning Willem I. Die deed wel zijn best om een goede verhouding met de katholieke kerk te krijgen maar ondanks twee Concordaten van Willem I met de paus (1801 en 1827) bleven de katholieke kerkleiders de koning wantrouwen. 

“Zijn weigering om de stichting van nieuwe kloosters toe te staan en zijn invloed op de benoeming van bisschoppen zetten kwaad bloed bij de katholieken in het Zuiden… Later concessies konden het wantrouwen van de calvinistische koning niet wegnemen.” (Wikipedia: Belgische Revolutie) 

Het gevolg was dat ondanks hun onderlinge tegenstellingen katholieken en liberalen in het Zuiden een monsterverbond sloten tegen Koning Willem I. De reactie van Koning Willem I was navenant.

“Het regime van Koning Willem I werd nu steeds openlijker autoritair, naar Pruisisch model. de koning verklaarde dat zijn soevereiniteit in de tijd voorafging aan de grondwet en dus niet door haar beperkt werd… De radicalisering van de Belgische oppositie veroorzaakte ook het afhaken van de Noord-Nederlandse liberale oppositie en een opnieuw versterken van de anti-democratische reflex. Volkssoevereiniteit in een unitair Koninkrijk der Nederlanden zou immers een overwicht met zich meebrengen van de 62% Belgen en van de nog talrijkere katholieken. Dan zou ook het overwicht van overheidsambten in het bestuur, het leger en de diplomatie voor het Noorden moeten worden teruggeschroefd. Daarom vormden de noordelijke leden van de Tweede Kamer een blok rond de regering en de Oranjedynastie.” (Wikipedia: Belgische Revolutie)

De toenmalige Zuid-Nederlandse elite, van welke aard dan ook, Katholiek, Waals, Vlaams of Liberaal, voelde zich duidelijk niet op hun gemak in het Verenigde Koninkrijk. Omgekeerd voelde de Noord Nederlandse elite, voornamelijk protestants, zich niet op hun gemak met de Zuid Nederlanders. Een ongemak dat ze al langer hadden met de katholieken in de voormalige Generaliteitslanden. Die ongemakken tussen Zuid en Noord bestaan nog steeds al hebben tijd, politieke veranderingen en technologische ontwikkelingen de scherpe kantjes er intussen wel van afgeslepen.

(Verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 26 januari 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 23

Graf van de Franstalige Vlaamse dichter Emile Verhaeren in een bocht van de Schelde bij het stadje Sint-Amands in Vlaams Brabant.
"Emile Verhaeren (Sint-Amands, 1885 -Rouen 1916) is een Franstalig Belgische auteur en een vertegenwoordiger van het symbolisme. Hij was dichter, schreef korte verhalen, kunstkritiek en toneel. Zijn werk is vertaald in 28 talen...Verhaeren debuteerde in 1883 met Les Flamandes, een naturalistische bundel geïnspireerd door de wellustige taferelen uit de Vlaamse schilderkunst van de 16e en 17e eeuw." (Wikipedia: Emile Verhaeren) 



Voor de Frans sprekende Vlaamse bourgeoisie was behoud van het Vlaams geen prioriteit. Daarvoor waren zij teveel vervreemd van haar culturele wortels en de Vlaamse taal. Bij gebrek aan onderlinge politieke en culturele binding en een intellectuele voorhoede was het Vlaams geen eenheidstaal maar versplinterd in tientallen dialecten waardoor men soms moeite had elkaar onderling te verstaan. Meer dan in Nederland kan men in Vlaanderen aan de tongval horen waar de spreker vandaan komt.

De Vlaamse Brabander Emile Verhaeren, geboren in het Brabantse dorp Sint-Amands aan de Schelde, waar hij een eigen museum heeft,  is een voorbeeld van de taal en cultuur vervreemding van de Vlaamse Bourgeoisie.

“Emile Verharen werd geboren op 21 mei 1855 als zoon van Henricus Verhaeren en Joanna de Bock. Zijn vader was een lakenhandelaar uit Brussel en zijn moeder hield een textielwinkel in Sint-Amands. Thuis wordt er Frans gesproken, zoals gebruikelijk in deze kringen. De jonge Verhaeren loopt zijn lagere school in Sint-Amands. Dit is de enige periode dat hij actief met het Nederlands in contact kwam. Hij volgt zijn humaniora in de Franse taal, eerst aan het Institut Saint-Louis in Brussel en daarna aan het Collège Sainte Barbe in Gent…Na zijn humaniora schrijft Verharen zich in 1875 in als student in de rechten aan de Katholieke Universiteit van Leuven Hij schrijft er zijn eerste gedichten en wordt een van de medewerkers van het studentenblad La Semaine des Etudiants….” (Wikipedia: Emile Verhaeren)

Als gevolg van de ontmanteling van het Koninkrijk der Nederlanden in 1830 raakte het Vlaams verder in het slop. In plaats van het Nederlands kwam nu het Frans als voertaal. De Nederlandse taaldwang van Koning Willem I verkeerde in een Franse taaldwang. De hoofdstad Brussel verfranste zodanig dat tweehonderd jaar later nog slechts ongeveer 10% van de Brusselaars Vlaams spreekt. Zelfs de eerste volledig Nederlandse Universiteit van Gent verfranste zodanig dat "tegen het einde van de negentiende eeuw de Vlaamse Beweging, onder impuls van Lodewijk de Raet begon pogingen te ondernemen om de Gentse universiteit te vernederlandsen.” (Wikipedia: Universiteit Gent). 

De Universiteit van Leuven werd dankzij het studentenprotest in het opstandige jaar 1968 met de leus “Leuven Vlaams” uiteindelijk een volledig Vlaamse universiteit. Voor de Frans sprekende studenten werd net over de taalgrens de nieuwe universiteit Louvain La Neuve (het Nieuwe Leuven) opgericht. Vergelijk dat eens met Nederland waar de Universiteiten intussen bereid zijn de Nederlandse taal in te leveren voor internationaal prestige en gewin. De Hollandse handelsmentaliteit heerst nu ook in de universiteiten.

De politieke en culturele taalgevoeligheid bij de Vlamingen heeft er toe geleid dat België uiteindelijk ook geografisch is opgedeeld in taalregio’s waartussen een heuse taalgrens loopt. In feite zijn die Gewesten (Vlaanderen en Wallonië) een soort taal thuislanden.Voor buitenstaanders misschien moeilijk te begrijpen, maar gezien de politieke situatie de beste oplossing tot nu toe. Het tweetalige Brussel is tussen die twee taalgemeenschappen een voortdurende twistappel. 


Na de Tweede Wereldoorlog gaat het groeiend Vlaams zelfbewustzijn gepaard met welvaartsgroei terwijl Wallonië moeite heeft om met de economische modernisering mee te komen. Tot overmaat van ramp is de Franse taal in de Europese Unie in het defensief gedrongen. De vraag is tot hoever de Vlamingen willen gaan in hun autonomie en zelfstandigheid. Wordt het uiteindelijk een onafhankelijk Vlaanderen met de opsplitsing van België tot gevolg? Of wordt het een confederaal België van twee onafhankelijke staten?

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 19 januari 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 22

De plechtige installatie van de Universiteit van Gent door de prins van Oranje 
in de troonzaal van het stadhuis op 9 oktober 1817.

Dat men in België toe is aan een zekere herwaardering van Koning Willem I en het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden kun je opmaken uit het feit dat de stad Gent in 2015/2016 feestelijkheden organiseerde ter herdenking van Willem I: “de koning die nog in geen 15 jaar zijn lievelingsstad Gent als geen ander een nieuwe impuls gaf. (1815-1830)." 


"Hij stichtte in Gent de universiteit (de eerste volledig Nederlandstalige Universiteit), hij liet het kanaal van Gent-Terneuzen aanleggen, waardoor een oude Gentse droom in vervulling ging: een rechtstreekse uitweg naar de zee, hij opende de markten van Nederlands-Indië voor de Gentse katoennijverheid (ongeveer 50.000 banen), hij steunde de textielnijverheid en subsidieerde de oprichting van een belangrijk metaalconstructiebedrijf, hij werd met de opening van kosteloze armenscholen tevens de stichter van het Gents openbaar onderwijs, hij voerde gasverlichting in en plaatste honderden lantaarns... en toch is er geen plein, geen straat, geen laan naar hem genoemd.” (zie de website: Willem, bedankt! Comité 1815-2015)



De lezer zal zich mogelijk verbaasd afvragen waarom de Vlamingen dan toch mee in opstand kwamen tegen Koning Willem I die eindigde met de stichting van het koninkrijk België. Een van de oorzaken tot de opstand zou “de taaldwang” geweest zijn waarmee bedoeld wordt dat Koning Willem I het Nederlands als voertaal voor het hele koninkrijk wilde invoeren.

“De taaldwang, het Nederlands als voertaal, zorgde voor weerstand in het Zuiden (het tegenwoordige België), waar in Wallonië, de kerkelijke leiders, de adel en de bourgeoisie in Vlaanderen Frans sprak….Om de verfransing, die door het Franse regime versneld was, tegen te gaan, werd het Nederlands met het Koninklijk Besluit van 1 oktober 1814 ook in het Zuiden de officiële taal. Voor de Fransgezinden was het een minderwaardige taal, terwijl het voor het dialectsprekende volk zogenaamd een vreemde taal was. In de eerste jaren daarna zou de versterking van de Nederlandse taal zonder dwang plaatsvinden, maar op 15 september 1819 werd het taalbesluit uitgevaardigd dat bepaalde dat na een overgangsperiode van drie jaar het Nederlands de enige taal voor bestuur en rechtspraak zou worden in al de door voornamelijk Nederlandstaligen bewoonde provincies Limburg, Antwerpen en Oost- en West-Vlaanderen. In 1822 werden hier de arrondissementen Brussel en Leuven aan toegevoegd. Dit was tegen de zin van de rijke, voornamelijk Franstalige, burgerij.” (Wikipedia, Belgische revolutie)


Dat de Walen met Frans als moedertaal zich verzetten tegen de invoering van het Nederlands als voertaal valt te begrijpen net als het verzet van de adel. Adel is nu eenmaal van oudsher Frans georiënteerd en dan niet alleen taalkundig. De Franse taal wordt zelfs gezien als behorende tot een hogere cultuur. In de Nederlandse litteratuur wordt dit aloude gedachtengoed met humor geridiculiseerd door het optreden van Markies de Cantecler, verbeeld door een arrogante haan in de verhalen van Heer Bommel en Tom Poes van Maarten Toonder. Maar waarom de Vlaamse bourgeoisie? Waren zij dan niet langer begaan met de taal van hun voorouders en die van het Vlaamse volk?

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 12 januari 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 21

“De Sociéte Générale of Generale Maatschappij wordt in 1822 opgericht door Koning Willem I. Het kapitaal bedraagt106 miljoen frank (nu 545 miljoen euro). De beroemde Rothschildbank heeft ‘slechts’ een kapitaal van 102 miljoen frank.
Wanneer Leopold I in 1831 koning wordt, wil hij de aandelen van de Generale zo snel mogelijk in handen krijgen. Hij beseft dat de onderneming een belangrijke hefboom kan zijn voor de ontwikkeling van België. Op dat moment is Willem, prins van Oranje-Nassau, nog altijd voor 80% eigenaar van de Generale Maatschappij.
Leopold I slaagt er in via zijn vertrouwensman (lees: stroman) De Meeus de aandelen van Willem over te kopen. Vanaf 1836 is hij de belangrijkste aandeelhouder van de Generale.” (zie: Thierry Debels, ‘Het Belgische Koningshuis en de Generale Maatschappij’, Houtekiet 2008)


Het belang van de door koning Willem I van Oranje opgerichte Generale Maatschappij voor de economische ontwikkeling van het onafhankelijke België kan moeilijk onderschat worden. 
“De Generale Maatschappij werd met staatswaarborg in december 1822 opgericht door Koning Willem I onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden als de Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt. Deze maatschappij had als doel de groei van de welvaart in de zuidelijke gewesten van het land te stimuleren.”

Na de onafhankelijkheid van België in 1830“investeerde de Generale Maatschappij (GM) veel in (spoor)wegen en kanalen. Naar aanleiding van de beurscrash van 1929 werden de bankactiviteiten in 1934 afgesplitst in de Generale Bank (nu:BNP Paribas Fortis). De GM bleef wel de belangrijkste aandeelhouder van de Generale Bank.”

Rond de Tweede Wereldoorlog was de GM op het toppunt van haar economische en politieke macht. “De GM controleerde zo’n 800 van de grootste ondernemingen in België en Congo. Dat was gelijk aan ongeveer 40% van het Belgisch industriële patrimonium. De invloed van de holding op de politiek en op sociaal terrein was bijzonder groot en “GM was een staat binnen de Belgische staat.” ( Bovenstaande citaten komen uit Wikipedia: Generale Maatschappij van België)

In de tweede helft van de Twintigste Eeuw bezwijkt de Generale Maatschappij onder druk van o.a. buitenlands kapitaal, te beginnen met de Italiaanse zakenman Benedetti, de daarop volgende manipulaties van de raad van bestuur met voorzitter Maurice Lippens en de uiteindelijke min of meer gedwongen verkoop aan de Franse Suez. In 1988 werden de aandelen van de GM van de beurs gehaald. Het Franse bedrijf Suez kreeg door de aankoop van de GM twee grote Belgische bedrijven in handen ‘Tractebel’ en ‘Electrabel’. Om zijn schulden af te betalen heeft het bedrijf de rest van het conglomeraat ontmanteld.

In 1998 troefde de Belgisch-Nederlandse Fortis Bank de Nederlandse bank ABN-AMRO af met de aankoop van de resterende 30% Generale Bank aandelen van Suez. “In 2007 kocht Fortis onder leiding van Graaf Maurice Lippens ABN AMRO op met het idee om op deze manier een nieuw machtig Belgisch banken en verzekeringsconglomeraat te vormen. Een prestigieus stukje Nederland zou dan in Belgische handen vallen. De triomf van een intussen tot Graaf verheven bestuursvoorzitter Lippens. 

Maar de aankoop liep uit op een van de grootste fiasco’s in de financiële wereld. Graaf Lippens had zich verkeken op de prijs van ABN AMRO (24 miljard Euro) met als gevolg een enorme schuldenberg voor Fortis en op de gigantische zeepbel die in de bankenwereld was ontstaan als gevolg van verregaande deregulering en liberalisering. Geldzucht en overmoed hadden vrij baan gekregen. De Belgische én ook Nederlandse aandeelhouders, verblind door nog meer winst, keurden de aankoop van ABN AMRO goed.


Toen vlak daarna (2008) de financiële luchtbel barstte als gevolg van de bankencrisis in de Verenigde Staten, bleek Fortis ondanks zijn naam een kaartenhuis. De regeringen van België (premier Leterme), Nederland (premier Balkenende met Minister van Financiën Bos) en Luxemburg moesten met miljarden aan belastinggeld de failliete Fortis boedel redden om besmettingsgevaar voor de nationale economie en het verlies van spaargeld van tienduizenden spaarders te voorkomen.

vrijdag 5 januari 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 20

Koning Willem I van het verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1816,
een jaar na de hereniging van de Nederlanden.
Het ziet er naar uit dat in Vlaanderen het koningschap van Willem I

aan een herwaardering toe is zoals o.a. blijkt uit de feesten
die Gent uit dankbaarheid voor hem in 2015 en 2016 organiseerde.

Sommige Vlamingen gaven me de afgelopen jaren met lichte tegenzin te kennen dat achteraf gezien de Belgische Revolutie van 1830, die leidde tot de opsplitsing van het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden in België en Nederland, een vergissing is geweest. De Vlaamse zaak is er na de onafhankelijkheid immers niet op vooruit gegaan. Het Vlaams bleef in het verdomhoekje zitten van een minderwaardige dorpstaal terwijl het Nederlandstalige Brussel met rasse schreden werd verfranst. Je kunt je afvragen of dit ook gebeurd zou zijn als het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder Koning Willem I was blijven bestaan?

Een echt antwoord op zo een vraag is niet mogelijk. De geschiedenis heeft nu eenmaal zijn loop gehad en kan niet meer teruggedraaid worden. Maar wel is na te gaan wat voor een beleid Koning Willem I tussen 1815 en 1830 heeft gevoerd en of dat ten goede had kunnen komen aan de Vlaamse zaak.

Het staat vast dat koning Willem I een economisch moderniseringsbeleid voerde dat ook na de onafhankelijkheid van België heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het land. Dat het beleid nog voor de onafhankelijkheid van België ten goede kwam aan de Vlamingen blijkt uit het feit dat de stad Gent in 2016 op feestelijke wijze met dankbaarheid terugdacht aan het korte bewind van koning Willem I. 

“De koning schonk de stad in 1817 zijn universiteit, op zijn initiatief kreegt Gent, met de aanleg van het kanaal naar Terneuzen, een verbinding met de zee en hij had verdiensten voor de Gentse textiel industrie.”

“De Gentse Stadshistoricus Joris de Zutter heeft de verdiensten van de koning uitvoerig toegelicht in ene boek ter herdenking van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden: Vivat Willem! Onzen Koning. Hij meldt dat de Gentse katoenfabrieken, die zwaar hadden geleden onder het wegvallen van de Franse markten en het grote aanbod aan goedkope Engelse producten, mede door de nu opengevallen Indische markt een enorme impuls kregen: aan het eind waren er 50.000 arbeiders aan het werk.” (zie: “Vlaamse cultuurstad denkt in dankbaarheid terug aan koning Willem I, Gent kleurt Oranje tot maart 2016”

Voor deze investeringen in infrastructuur en industrie had Willem I de Generale Maatschappij opgericht“…die aan de wieg stond van de industriële revolutie in de Zuidelijke Nederlanden…”(Wikipedia: Belgische Revolutie)


“De Generale Maatschappij werd met staatswaarborg in december 1822 opgericht door koning Willem I onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden als de Algemene Nederlandse Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt. Deze maatschappij had als doel de groei van de welvaart in de zuidelijke gewesten van het land te stimuleren. Bij de revolutie van 1830 werd het bedrijf Belgisch (Société Générale de Belgique). Vanaf toen tot de oprichting van de Nationale Bank van België in 1850 fungeerde de generale Maatschappij ook als nationale bank.” (Wikipedia: Generale Maatschappij van België)

(verschijnt elke vrijdag)


vrijdag 29 december 2017

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 19

Belgische postzegel ter herdenking van de Brabantse omwenteling van 1890, een revolutie of opstand tegen het gezag van de Oostenrijkse Keizer Jozef II. Afgebeeld zijn de 3 voornaamste leiders van de omwenteling. De Brusselse Hendrik van der Noot (leider van de conservatieve Statisten), de in Rijssel geboren jan Frans Vonck (leider van de liberaal gezinde Vonckisten) en Generaal Jan Andries van de Mersch die de slag bij Turnhout won. 
Vonck en van der Noot vormden een merkwaardige coalitie tegen Jozef II. Vonck volgde de Franse revolutie tegen het oude feodale regime, van der noot was juist voor herstel van de oude verhoudingen maar beiden waren tegen Keizer Jozef II. Van der merk was een Vonckist.

Je zou denken dat de Vlamingen de door Europese grootmachten opgelegde hereniging van België met Nederland (1815) zouden begroeten als een kans om na de Tachtigjarige oorlog alsnog aansluiting te vinden bij Nederland en bevrijd te worden uit hun (taal)isolement. 

Maar het tegendeel was het geval. De Belgen kwamen in opstand tegen Koning Willem I en riepen uiteindelijk een onafhankelijk België uit. Koning Willem I probeerde de opstand met behulp van het leger te onderdrukken maar zijn weifelachtige houding en een gebrek aan visie op het conflict maakte dat de Belgische nationalisten er in slaagden om binnen 15 jaar het Verenigde Koninkrijk der Nederland opnieuw op te splitsen langs min of meer dezelfde grenzen die al in de Tachtig Jarige oorlog waren gevallen. 

De verschillen tussen de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden waren te groot geworden. Nederland was na de Tachtigjarige Oorlog een door en door Oranje gezinde protestantse natie geworden terwijl de Zuidelijke Nederlanden eerst onder Spaans en later onder Oostenrijks bestuur katholiek waren gebleven. Bovendien was voorafgaand aan de hereniging met Nederland al een poging tot opstand geweest tegen de Oostenrijkse Habsburgse Keizer Jozef II. Deze opstand, de Brabantse Omwenteling genoemd, mislukte. In tegenstelling tot Koning Willem I was de Oostenrijkse keizer wel bereid om met oorlogsgeweld een einde te maken aan die opstand.

“Toen een patriottisch legertje van 2800 man onder leiding van generaal Jan Andries van der Meersch op 27 oktober 1789 te Turnhout een bescheiden overwinning behaalde op de Oostenrijkse troepen, laaide de nationale solidariteit hoog op. Op 11 januari 1790 werd, naar Amerikaanse voorbeeld, de Verenigde Nederlandse Staten of de “Etats-Belqique-Unis” uitgeroepen, met Hendrik van der Noot als eerste minister. Het Oostenrijkse leger wist de opstand echter te onderdrukken en de Zuidelijke Nederlanden kwamen weer stevig onder keizerlijk bestuur.” (Wikipedia: Oostenrijkse Nederlanden, Brabantse Omwenteling)

Op dezelfde Wikipedia pagina staat dat deze en andere kortstondige opstanden of revoluties het voorspel zijn geweest tot het ontstaan van het huidige België. “Hoe kort ook, toch kunnen deze revoluties essentieel genoemd worden voor de Belgische natievorming. Voor de eerste maal sinds de voor het zuiden ongelukkige afloop van de Tachtigjarige Oorlog hadden de bewoners van de verschillende vorstendommen, met inbegrip van het prinsbisdom Luik, zich verenigd en politiek gemobiliseerd onder de leuze van volkssoevereiniteit.”

Vanuit dit perspectief bezien was de hereniging met Nederland voor veel Belgen niet een herstel van de eenheid van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden van voor de Tachtigjarige Oorlog - de voormalige Zeventien Provinciën - maar een onderbreking van de Belgische natievorming die op gang was gekomen met de mislukte opstand tegen de Oostenrijkse overheersing. 

(verschijnt elke vrijdag)