Posts tonen met het label vlaamse beweging. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vlaamse beweging. Alle posts tonen

vrijdag 27 juli 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 48

 
Londerzeel, Vlaams-Brabant, november 2015
De gangmaker van de communautaire spanningen is en blijft de taalstrijd tussen de Vlaamse en de Franstalige Gemeenschap.

“De Belgische taalstrijd tussen Nederlandstaligen, geconcentreerd in Vlaanderen, en Franstaligen, geconcentreerd in Wallonië, is een begrip dat kadert in ’s lands algemene communautaire spanningen. Het omvat onder meer de onenigheden omtrent de taalwetgeving, de taalgrens, de verfransing van Brussel, het statuut van de faciliteitengemeentes en de Voerstreek, en de kwestie Leuven Vlaams, en leidde, onder druk van onder meer de Vlaamse en Waalse Beweging, tot meerdere staatshervormingen en de uiteindelijke federalisering van België.” (Wikipedia: Taalstrijd in België)


Maar voordat België federaliseert, moet er eerst nog veel water door de Schelde en de Maas stromen. De Vlamingen wilden beginnen met het Frans in te dammen want met de komst van de Franse taal doet onvermijdelijk ook de Franstalige cultuur zijn entree zodat op den duur het Vlaams en de Vlaamse cultuur verdrongen worden en voorgoed verdwijnen in de geschiedenis.
 

De sedert 1921 bestaande tienjaarlijkse taaltellingen hadden tot doel om dit te voorkomen door de status quo tussen de Vlaamse en Franstalige gemeenschappen per gemeente vast te leggen. Door allerlei vreemde toestanden waarbij bijvoorbeeld een Franstalige minderheid na tien jaar een meerderheid bleek te zijn, mislukte de maatregel. Het in meerderheid Franstalige Brussel bleef zijn taalinvloed als een olievlek in het Vlaamse Brabant uitbreiden.
 

Het conflict over taaltellingen en “verfransing” eindigde pas goed in 1961 door een definitieve taalgrens te trekken tussen de beide Gemeenschappen waarbij zelfs ook sprake was van enige gebiedsruil. Je kunt het een vorm van taal en cultuur aanpassing of fatsoenering van België noemen. Er werd in dat jaar een definitieve grens getrokken die veel lijkt op een normale landsgrens en daarom ook zou uitgroeien tot een landsgrens die land en gemeenschap formeel van elkaar gescheiden houden. De Vlamingen legden aldus een nieuwe grens in Europa en dat zo ongeveer tegelijk met de eenwording van Europa via de Europese Unie. De Belgische taalgrens is ook een grens tussen de Zuid Europese of Latijnse cultuur en de Noordelijke of Germaanse cultuur.
 

“Bij het vastleggen van de taalgrens was het de bedoeling om de provincies zo veel mogelijk eentalig te maken, om tot een administratieve vereenvoudiging te komen. Als gevolg hiervan werd een aantal grenzen hertekend en werd een aantal gemeenten overgeheveld van de ene naar de andere provincie, beide grenzen vallen nu samen. Enige uitzondering hierop was destijds de provincie Brabant die doormidden gesneden werd door de taalgrens en pas op 1 januari 1995 gesplitst werd in resp. Vlaams- Brabant en Waals-Brabant. Door de taalgrenzen worden ook de vier officiële taalgebieden begrensd: het eentalige Nederlandse taalgebied (dat nu samenvalt met het Vlaams Gewest), het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad (Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest), het Franse taalgebied en het Duitse taalgebied. Deze laatste twee vormen samen het huidige Waalse Gewest.” (Wikipedia:taalgrens in België)

Dankzij de “verfransing” van een deel van Vlaams Brabant zijn er nu drie provincies die de naam Brabant als erfenis van het Middeleeuwse Hertogdom Brabant dragen: Vlaams en Waals Brabant gelegen in België en het Nederlandse Noord Brabant. Ondanks de eeuwenlange scheiding tussen Vlaams Brabant en Noord Brabant bestaat er nog steeds een taal en cultuur-verwantschap die groter is dan velen aan weerszijden van de landsgrens België-Nederland beseffen. Naarmate men in Europa verder naar het Noorden trekt, in Nederland de grote rivieren oversteekt, neemt de cultuur-verwantschap af terwijl die van de taal blijft. Dat heeft te maken met de protestantisering van Nederland sinds de Tachtigjarige oorlog.



(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 13 juli 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 46

 
De IJzertoren werd in de jaren dertig van de vorige eeuw gebouwd als een monument ter herdenking van de gevallen Vlaamse soldaten in de Eerste Wereldoorlog en als uitdrukking van de Vlaamse wil tot  politieke zelfstandigheid. De letters VVK-AVV staan voor Vlaanderen voor Kristus en Alles Voor Vlaanderen. In 1946 werd de toren door een aanslag vernietigd. In de jaren vijftig werd de toren op dezelfde plek bij Diksmuide in Vlaamse Westhoek waar de slag aan de IJzer plaatsvond, opnieuw opgebouwd. De toren is ingericht als museum over oorlog, vrede en Vlaamse ontvoogding. (Wikipedia: IJzertoren, IJzerbedevaart)
De zinsnede “In België is voor de Walen alles, voor de Vlamingen niets” in de eerste open brief aan Koning Albert I van de Vlaamse soldaten ten tijde van de Eerste Wereld Oorlog ligt het hele conflict besloten dat tot de dag van vandaag de Belgische politiek beheerst onder de noemer “communautaire spanningen”.

De Vlaamse Beweging organiseerde zich na de Eerste Wereldoorlog politiek in de Frontbeweging. “Tijdens het interbellum bereikte de Vlaamse Beweging, partijpolitiek georganiseerd in de Frontpartij, haar hoogtepunt. Getuige daarvan de Bormsverkiezing op 9 december 1928 en de eerste belangrijke overwinning met de taalwetten in 1932.” (Wikipedia: Vlaamse Beweging)

De samenwerking van Vlaamse politieke leiders met de Duitse bezetter, waaronder August Borms van de Frontpartij, tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, leidde tot een terugslag van de Vlaamse Zaak.

“Tijdens de Tweede Wereldoorlog gingen opnieuw delen van de Vlaamse Beweging over tot collaboratie. De repressie na de oorlog leidde tot zeer harde bestraffingen: meer dan 400.000 dossiers, 240 doodstraffen, zoals in het geval van Leo Vindevogel en August Borms. De Vlaamse Beweging was organisatorisch vernietigd en moreel in diskrediet gebracht. Toch werd in mei 1949 reeds de Vlaamse Concentratie opgericht, de eerste naoorlogse Vlaamsgezinde partij die vooral streefde naar amnestie voor de getroffenen van de repressie en epuratie.” (Wikipedia: Vlaamse Beweging)

Maar die terugslag was niet voor lang. Het opblazen van de eerste IJzertoren (maart 1946) blies de Vlaamse Beweging tevens nieuw politiek leven in. “De IJzertoren is in de eerste plaats een herdenkingsmonument voor de Vlaamse gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog maar hij staat tegelijk ook symbool voor de aan de IJzer ontstane wil tot meer meer politieke verzelfstandiging van Vlaanderen. De jaarlijkse IJzerbedevaart aan de voet van de toren is een politieke manifestatie tegen oorlog en voor Vlaams zelfbestuur.” (Wikipedia: IJzertoren)

De daders van de aanslag zijn in nevelen gehuld. “De omstandigheden rond de verwoesting van de toren en de afwikkeling erna vormen in de Belgische naoorlogse periode, zij  het in een andere context, een al even beladen dossier als de moord op Julien Lahaut op 11 augustus 1950.” (Wikipedia:IJzertoren)

“Julien Lahaut was een Belgische politicus en destijds voorzitter van de Kommunistische Partij van België (KPB). Het werd vermoord een week nadat Boudewijn op 11 augustus 1950 de eed als Koninklijke Prins aflegde en iemand op de plechtigheid “Vive la République” riep. Lahaut werd aangeduid als de persoon die dit geroepen zou hebben maar daar is ook vaak aan getwijfeld.” (Wikipedia: Julien Lahaut). 


Na 65 jaar stelden 3 historici dat de moord was gepleegd door een anticommunistische inlichtingen en actiedienst. Een gerucht zegt dat de aanslag is gepleegd door Leopoldisten, aanhangers van Koning Leopold III die in 1950 wegens zijn optreden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog moest aftreden.

De IJzertoren werd opnieuw opgebouwd. In een crypte werden enkele bekende gesneuvelde Vlaamse soldaten begraven.




(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 29 juni 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 44

 
Spelende kinderen bij het standbeeld van Hendrik Conscience voor de Stadsbibliotheek van Antwerpen (1993). Conscience is de schrijver van "De Leeuw van Vlaenderen" (1838), sleutelroman voor het Vlaams Nationalisme.

De collaboratie van Vlaamsgezinden met de Duitse bezetter was mede het gevolg van een bewust beleid van die bezetter. Zij boden de Vlamingen een vorm van schijnzelfstandigheid aan onder Duits toezicht.

“Men wilde België economisch uitzuigen om de oorlog voort te zetten, maar men wilde tevens de steun van vooral de Vlaamse bevolking voor de oorlog. Vlaanderen en Wallonië werden administratief gescheiden in 1917, en in Vlaanderen kreeg de nationalistische Raad van Vlaanderen een symbolisch regeringsorgaan. Later in de oorlog verklaarde deze Raad Vlaanderen onafhankelijk, echter zonder gevolgen. Enkele maatregelen van de Duitsers in bezet België waren onder andere de Vernederlandsing van de universiteit van Gent en het instellen van autonomie voor Vlaanderen. Uiteindelijk had de Duitse bezettingspolitiek geen succes.” (Wikipedia: België in de Eerste Wereldoorlog)

Het Duitse beleid zaaide verdeeldheid onder de Vlaamsgezinden.

“Tijdens de Eerste Wereldoorlog valt de Vlaamse Beweging te verdelen in drie groepen: de activisten, die collaboreerden met de Duitse bezetter om hun doel te bereiken, de passivisten, die samenwerking met de bezetter afwezen, en de Frontbeweging, een beweging aan het front die zich tegen het Franstalige taalbeleid van het Belgisch leger verzette. Die laatsten toonden hun ongenoegen vooral door grafstenen met de letters AVV-VVK (Alles voor Vlaanderen-Vlaanderen voor Kristus) bij graven van honderden gesneuvelde Vlaamse soldaten te plaatsen.” (zie: Wikipedia: Vlaamse Beweging)

De Frontbeweging was een reactie van de Vlaamsgezinden op het optreden van de Frans sprekende officieren in het Belgische leger in de loopgraven in de Vlaamse Westhoek aan het IJzerfront.

“Het gros van de Vlaamse soldaten kende weinig Frans. De officieren waren trots op het Franse karakter van hun milieu. Daarmee was de toon voor die jaren gezet: Vlaams en katholiek waren twee begrippen die het overwegend vrijzinnige officierenkorps best kon missen. Toch was het wetsvoorstel over de tweetaligheid van het leger in mei 1913 door de Kamer met 98 tegen 24 stemmen aangenomen. (…)
Vlaamse studenten en intellectuelen en ongeletterde boerenzonen en arbeidersjongens trokken enthousiast als dienstplichtige of vrijwilliger naar het front. Hun geestdrift bekoelde snel. In het Belgische leger ging het eraan toe zoals in de maatschappij. Het officierenkorps was Franstalig en alle bevelen en mededelingen werden in die taal gegeven of de soldaten dat nu begrepen of niet. Wie tegenpruttelde, zich verzette, actie voerde om zijn recht te bekomen werd uitgescholden voor tweedrachtzaaier, varken, imbeciel, lafaard, boche of verrader en liep het risico gestraft te worden of een gevaarlijke missie te krijgen. “
(zie website: De Bliedemaker, Koning Albert I en de taalproblemen aan het IIzerfront)

vrijdag 22 juni 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 43

 
In de buurt van het Napoleondok, Antwerpen 1994

De Vlamingen hebben het minder slecht getroffen dan de Noord Amerikaanse indianen of de Australische aboriginals en misschien ook wel beter dan de Basken, de Catelanen, de Esten, Letten en Litouwers. De Basken hebben te maken gehad met dictator Franco die hun taal en cultuur uit naam van het fascisme onderdrukte terwijl de Baltische talen en culturen onderdrukt werden uit naam van het Communisme.

Niettemin dreigden de Vlamingen door de verfransing niet alleen hun taal en cultuur te verliezen maar ook hun banden met hun verleden, hun greep op hun omgeving en hun wereld. Geen wonder dus dat ze zich stortten op hun wordingsgeschiedenis als volk en natie en hun taal waarbij ook het intussen modieuze woord identiteit valt.

“Taal en geschiedenis van Vlaanderen werden daarom bestudeerd door geleerden als Jan Frans Willems en kannunik Jan Baptist David. Ze ontdekten oude geschiedverhalen in oud Nederlands, ze gaven die opnieuw uit, ze bestudeerden dialecten in het hele land en verzamelden volksverhalen. Maar in die eigen taal schreven literatoren ook eigen werk, om aan te tonen dat ook het Nederlands volwaardige literatuur kon opleveren. Vooral historische romans, toneelstukken, zedenromans en hekeldichten bewezen goede diensten, zoals die van Hendrik Conscience of Prudens van Duyse. Deze laatste schreef ook eigenaardige ‘loverkens’, gedichten die hij in een imitatie van Middelnederlands schreef. Van Duyse vatte trouwens het idee achter de Vlaamse Beweging het beste samen. Een sterk Nederlandse taal betekende een sterke Vlaamse bevolking, want, zo schreef hij, ‘de tael is gansch het volk’.” (zie de website litteratuurgeschiedenis.nl, de Vlaamse Beweging in de negentiende eeuw)

Omstreeks 1850 ontwikkelde zich uit deze Vlaams culturele emancipatiebeweging een politieke beweging. Daarbij stak een zekere verdeeldheid tussen katholieke en liberale Vlamingen de kop op.

"De Vlaamse Beweging wist niet of ze haar politieke doelen moest realiseren door samen te werken met de katholieke of met de liberale partij. Uiteindelijk sloot ze aan bij beide en ontstond er in de Vlaamse Beweging een liberale en een katholieke vleugel. De ankerpunten van de twee strekkingen werden genoemd naar twee van de vaders van de Beweging: het liberale Willemsfonds en het katholieke Davidsfonds."(zie website hierboven)


De volgende fase was die van de radicalisering van de cultureel georiënteerde Vlaamse Beweging tot wat de Vlaamse Zaak is gaan heten.

“Maar de echte actie van de Vlaamse Beweging situeerde zich steeds meer buiten de literatuur; aan het eind van de eeuw werd de massa in beweging gebracht voor de Vlaamse zaak. Rodenbach richtte de blauwvoeterij, een Vlaamse actiebeweging, op en Vlaamse studenten van overal verenigden zich in de Katholieke Vlaamse Studentenbeweging. Sommige Vlaamsgezinden werkten tijdens de Eerste Wereldoorlog met de Duitse bezetter samen, in de hoop de Vlaamse taal en cultuur uit België los te weken en in te passen in de grote en op dat moment machtige cultuur van het Duitse keizerrijk. Dat zou de Vlaamse Beweging na de oorlog een tijdlang verdacht maken.” (zie de website litteratuurgeschiedenis.nl, de Vlaamse Beweging in de negentiende eeuw)



 (verschijnt elke vrijdag)




vrijdag 8 juni 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 41

Man met kranten, Antwerpen 1993
©petrus nelissen

Van Amsterdam en de Republiek der Nederlanden terug naar Vlaanderen dat er maar niet in slaagt zich te bevrijden uit zijn eenzaamheid,  niet met de Guldensporenslag tegen de Franse koning in de veertiende eeuw en ook niet tweehonderd jaar later met de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spaanse koning. 

De hereniging van de Nederlanden onder Koning Willem I in 1815 zou een einde gemaakt kunnen hebben aan de eenzaamheid van Vlaanderen ware het niet dat Nederland en Vlaanderen te ver uit elkaar waren gegroeid als gevolg van de scheiding sinds het begin van de Tachtigjarige Oorlog (omstreeks 1570). 
In plaats van hereniging met de Noordelijke Nederlanden koos Vlaanderen samen met Wallonië en Brussel voor een onafhankelijk België.

In eerste instantie betekende de afscheiding een groeiende verfransing van het land ten koste van het Vlaams. De onder Koning Willem I opgelegde vernederlandsing werd afgeschaft met het gevolg dat het Frans van de Waalse, Brusselse en Vlaamse elite het Vlaams begint te verdringen.

Als reactie werd in de Belgische Grondwet de algemene taalvrijheid ingeschreven. In de praktijk was dat niet meer de vrijheid van de burgers (tegenover de autoriteiten) maar die van de autoriteiten (tegenover de burgers). Voor de werking van de instellingen en de rechtbanken kozen de autoriteiten actief voor het Frans, en bestempelden het gebruik van het Vlaams als achterhaald, sommige rechters zelfs als smaad tegenover het gezag en schending van de grondwettelijke vrijheid (van de rechter). In 1860 werden twee Vlaamse werklieden, Coucke en Goethals, terechtgesteld voor een moord op een weduwe zonder dat ze één woord van het proces verstaan hadden. Later bleek dat ze onschuldig waren. De Vlaamse Beweging is gaan ijveren voor een taalwetgeving die ook het Nederlands als officiële taal zou opleggen.” (Wikipedia: Taalwetgeving in België)

De Vlaamse Beweging met als centraal actiepunt het behoud van het Nederlands voor Vlamingen begon als een culturele beweging.

De eerste reactie op deze verfransing kwam vanuit artistieke milieus, meer bepaald schrijvers en dichters zoals Conscience, Rodenbach en Gezelle. Daarna deinde de beweging uit tot al de andere artistieke disciplines. Het werd een algemeen cultuurflamingatisme. Als kunstenaars en intellectuelen behoorden zij doorgaans zelf tot de bourgeoisie. Vanaf 1870 kreeg de Vlaamse Beweging een bredere, volkse basis. Zij werd meer en meer een politieke beweging met eisen als de volledige vernederlandsing van het onderwijs en het openbaar leven in Vlaanderen. De Vlaamse studentenbeweging was de drijvende kracht achter deze evolutie.” (Wikipedia: Vlaamse Beweging)

(verschijnt elke vrijdag)