Posts tonen met het label salvador dali. Alle posts tonen
Posts tonen met het label salvador dali. Alle posts tonen

donderdag 10 november 2022

5. DALI EN GALA

 

Gala met Paul Eluard in 1917. In 1918 zijn ze getrouwd. In 1929 ruilt ze Paul Eluard in voor Salvador Dali waar ze haar hele leven bij blijft. Paul Eluard was bij de Franse Communistische Partij. Hij heeft gevochten in de Spaanse Burgeroorlog, heeft in het Franse verzet gezeten en de Griekse partizanen gesteund.

 

Het is niet verrassend dat Dali zijn enige roman “Verborgen Gezichten” aan zijn vrouw Gala opdraagt. Zij is immers zijn muze en en dat is ze niet zo maar geworden. Daar zit een verhaal aan vast zoals bij alles wat Dali betreft.

Gala was eerder de vrouw van de met Dali bevriende surrealistische dichter Paul Eluard.

Paul Éluard, pseudoniem van Eugène Émile Paul Grindel, (Saint-Denis, 14 december 1895 – Parijs, 18 november 1952) was een Frans dichter. Éluard is een van de bekendste Franse surrealisten. Zijn bekendste bundel is Capitale de la Douleur uit 1926.  

Ze was niet de eerste de beste zoals je op de aan haar gewijde webpagina ‘Gala Dali’ kunt lezen. Ze is in Moskou geboren onder de naam Elena Dmitrievna Djakonova (1894). Van beroep was ze onderwijzeres en ze was bevriend met de Russische dichteres Marina Tsvetajeva zodat ze goed bekend moet zijn geweest met poëzie.

 

Haar koosnaam Gala kreeg ze van Paul Eluard, een leeftijdgenote die ze ontmoette in 1913, in een sanatorium in Davos en waar ze op slag verliefd werd op hem.

"In 1916, tijdens de Eerste Wereldoorlog, reisde zij naar Parijs om zich bij hem te voegen. Een jaar later trouwden zij en op 10 mei 1918 werd hun dochter Cécile geboren. Gala had geen interesse in het moederschap, verwaarloosde haar dochter en trok zich de rest van haar leven niets van Cécile aan.... Door Éluard werd Gala betrokken bij de surrealistische beweging. Hiermee werd zij een muze voor veel verschillende kunstenaars, zoals Louis Aragon, Max Ernst en André Breton. Breton minachtte haar al snel, en beweerde dat ze een vernietigende invloed had op de kunstenaars waarde ze bevriend was. Gala, Éluard en Ernst leefden enige tijd samen in een driehoeksverhouding.

In augustus 1929 bezochten Gala, Éluard en enkele vrienden de jonge, surrealistische schilder Salvador Dalí in Port Lligat, vlak bij Cadaqués. Het was liefde op het eerste gezicht voor Gala en Dalí, die bijna tien jaar jonger was dan zij. Gala scheidde van Éluard en verliet hiermee ook haar dochter, om met Dalí in een dorpje aan de Spaanse kust te gaan wonen. Ondanks hun scheiding bleven de twee goede vrienden."
(Wikipedia ‘Gala Dali’)

Dat dorpje is Cadaqués aan de Spaanse kust onder Figueras, de Catalaanse stad waar Salvador Dali geboren is. Dali heeft er een vissershut gekocht waarvan hij een woning heeft gemaakt die hij  uitbreidde met de aankoop van nog een enkele hut. Het is hun hele verdere leven een thuis voor beiden geweest. Het huis is nu het Casa Museu Salvador Dali.

(wordt vervolgd)

dinsdag 11 oktober 2022

DALI 1. VERBORGEN GEZICHTEN

"Verborgen Gezichten" een roman van Salvador Dali verschenen in 1944 in een beperkte oplage. De roman leidde tot 1973 een verborgen leven, aldus de achterflap. 

 

Dankzij een vriend in de kunsten, ben ik een roman aan het lezen. Niet mijn eerste en naar ik hoop ook niet mijn laatste.

Het is een roman van Dali met de titel “Verborgen Gezichten”. De enige roman die hij geschreven heeft.

Naast alle wonderlijke werken die hij gemaakt heeft, van de ‘Verzoeking van de Heilige Antonius’ tot gestapelde autobanden, van de lippensofa van Mae West tot de kreeft-telefoon, zijn vele schilderijen, juwelen enz. heeft Dali dus ook nog een roman geschreven.

Dat is uitzonderlijk. De meeste schilders schrijven geen romans.

De titel van de roman is “Verborgen gezichten” . De voorkant is een door de meester gemaakte illustratie die misschien wel verband houdt met de titel.

We kijken naar een blonde man op zijn rug met een Nazi hakenkruis in het rood op zijn mouw of toch niet? Een Nazi hakenkruis draait met de klok mee. Het door Dali getekende hakenkruis draait tegen de klok in. 

Dat kan geen toevallige fout zijn. Dat is voor een detaillist als Dali ondenkbaar.

Is de blonde man nu wel of geen Nazi? Ik hou het erop dat hij een Nazi is. Misschien wel een Nazi soldaat want we zien dat hij soldatenlaarzen aan heeft.

Hij zit ongemakkelijk op een sofa met zijn gelaarsde benen omhoog. Hij buigt naar links alsof hij voor iemand wijkt of opzij wordt geduwd.

Links voor hem zien we een donkergrijze doodse hand. Het kan een hand van een dode zijn. Zit hij naast een dode of naast de Dood?

De sofa staat in de sneeuw. Er naast staat een briesend paard met een pony achter zich en naast zich.

Wat doen die daar? Hun poten steken in korte ijzeren potjes met een ring aan bovenkant.

Het toppunt van dit absurde tafereel is dat het zich in de sneeuw afspeelt. Een sofa in de sneeuw met daarop een blonde Nazi soldaat, gezeten naast een dode man en omringd door paarden met ijzeren poten! 

Waar speelt zich dit absurde tafereel af? In een besneeuwd Duitsland of Frankrijk of wie weet Rusland? Daar zijn de Nazi’s in de tijd dat Dali de roman schrijft (1944) al verslagen. Een gewonde Nazi soldaat op weg naar huis?

De roman is nog niet begonnen of we staan al voor veel raadsels. Ik hoop dat bij het lezen van de roman de raadsels opgelost worden.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 13 december 2019

DE SPROOKJESJAREN ZESTIG (VOORHEEN MAKE LOVE, NOT WAR) 38: DE GROTE MASTURBANT

Salvador Dali, De Grote Masturbator, olieverf op canvas, 1929 , Museo Nacional Centro de Arte reina Sofia, Madrid (110x150 cm)
“Ik Jan Cremer” is geen Grote Kunst aldus de dichter Hans Andreus (1926-1977), “Het is alleen maar een boek om te lezen.” Ik weet niet hoe het zit met boeken die alleen maar zijn om te lezen en geen Grote Kunst, dit boek wordt in ieder geval gelezen. Of je dat ook van Grote Kunst kunt zeggen? De boeken van Vieze Jan worden gedeeld en zijn beduimeld door het vele lezen. Wat maakt het boek zo populair? De recht toe recht aan seks, het volkse woordgebruik, het verzet tegen orde en gezag, de schelmenstreken, de afrekening met de burgermoraal en naoorlogse schijnheiligheid? 


“Nederland verschilt niet zoveel van de mof. Het gajes, gespuis, de klaplopers, zwarthandelaars, inbrekers, dieven, onderdrukte politieambtenaartjes, parasieten, verraders enzovoort, al het schorem bedrijft nu de wandaden, waarvoor ze de mof zo haatten, onder het mom van Binnenlandse Strijdkrachten. Er is wanorde op de politiebureaus, mensen worden per ongeluk vermoord tijdens de verhoren of op de vlucht neergeschoten, een veelgebruikte term. 
Iedereen blijkt opeens in held in het verzet geweest te zijn. Bij ons aan de overkant wordt een meisje opgehaald door de BS. Zij is een moffenhoer. Tien man trappen de deur in en komen even later met het spartelende meisje naar buiten.” ( Ik, Jan Cremer, hoofdstuk 9, blz. 20 in de winnaars collectie van Wegener Dagbladen, Tweeënvijftigste Druk, september 2005)



VJ trekt met zijn boek een spoor van vernieling door het naoorlogse beeld van de slechte Duitser en de goede Nederlander. Kwaad en goed zijn grenzenloos. De meeste mensen weten dat uit eigen ervaring. Ze kennen van nabij schaamteloze profiteurs en hebben botte klootzakken meegemaakt. Wie anders heeft Anne Frank verraden? 


In zijn boek schildert VJ een seksueel luilekkerland voor mannen en alle mannen willen hetzelfde aldus mijn moeder toen ze me waarschuwde er niet te vroeg mee te beginnen. En net als in de pornoboekjes onder de toonbank bij de sigarenhandelaar (doe maar een TUK)  laat VJ weinig over aan de verbeelding. Je weet waar je aan toe bent. Niks spanningsboog maar recht op het doel af. Hij komt klaar en zij ook als het uitkomt. C’est simple comme dire bonjour zeggen de Fransen.


Zelfseks houdt VJ staande in de gevangenis. Als een seksuele Baron van Münchausen trekt hij zich uit de ellende van de gevangenis door zich af te trekken. Zelfbevrediging als middel tot herstel van zijn geestelijke balans. Hij adviseert de lezer dat ook te doen. Dat is heel wat anders dan wat de Roomse kerk leert. Daar is zelfseks verspilling van zaad, maar is moedertje natuur voor alle zekerheid niet altijd royaal geweest met zaad? Roomse zelfbevlekking heette te leiden tot blindheid, een weke ruggenmerg en uiteindelijk -hoe kan het anders- impotentie.


“Wanneer u gevangen wordt gehouden, urenlang verhoord bent, al of niet mishandeld bent door de Sterke Arm, u nog geen bekentenis is afgedwongen en u de volgende martelende kruisverhoren moet afwachten, u niet weet wanneer, hoe of wat ze met u gaan doen, u gek wordt van de tientallen keren getelde klinknagels, ruitjes, oneffenheden op de muren, het getingel van de tram buiten, het stappen van de bewakers op de gangen, het slaan van de deuren, als ze u verteld hebben dat uw vrouw u verlaten wil, dat uw maat u heeft aangegeven, dat uw kind ziek is geworden, dat u nooit meer vrijkomt als u niet tekent, en u weet dat u gaat tekenen, al is het vandaag niet, dan is het morgen, want de bloedhonden laten niet los, weet dat er maar één remedie is, om alles gelaten aan te horen, om u voor alles onverschillig maakt, u afmat zodat u ook geen fouten kunt maken en u bovendien nog een tijdelijk kortstondig prettig gevoel kan geven, en dat is MASTURBEREN = Zelfbevrediging.” ( hoofdstuk 26 ,blz.55 van gelijknamig boek)



Het probleem bij VJ is een teveel aan Ik, stront voorop zou mijn moeder zeggen, een teveel aan seks en te weinig aan liefde en solidariteit. ‘Ik Jan Cremer’ kun je gerust het begin van het ik-tijdperk noemen met zijn nieuwe schaamteloosheid, zijn altijd durende zoektocht naar seksuele bevrediging en het verzet tegen Orde en Gezag. VJ staat aan het begin van de Sprookjesjaren Zestig.


(verschijnt elke vrijdag)

dinsdag 14 oktober 2014

SALVADOR DALI: PIET MONDRIAAN IS EEN NUL

Dali (rechts) legt aan de fotograaf Philippe Halsman (links) uit dat Piet Mondriaan, wiens voornaam hij verbastert tot Pjet, tegenover Dali staat.Op de schilderezel staat een zogenaamde Mondriaan.(screenshot uit de documentaire 'Salvador Dalí - Tragikomisch genie' is een film van François Lévy-Kuentz).
In een zwart wit filmpje in een documentaire over Dali zien we een verontwaardigde Dali met zijn wandelstok een stel schilderezels omver slaan.(Zie de blog 'Dali en de Kantwerkster van Vermeer' voor de documentaire) Geen schilderezels op de foto, roept hij. Daar houdt hij niet van. Je ziet dan al een glimp van een schilderezel met daarop een schilderij dat veel weg heeft van een Mondriaan. Dali is in de studio van de Noord Amerikaanse beroemde fotograaf Philippe Halsman om te werken aan een fotoreeks van zichzelf die hij zelf heeft ontworpen. De scène met de schilderezel heeft Dali zelf hoogst waarschijnlijk ook bedacht, evenals de volgende scène waarin hij aan de hand van Mondriaan les geeft over moderne kunst.

Hij staat als een schoolmeester naast de schilderezel met daarop de vermoedelijk door hemzelf gemaakte Mondriaan en geeft uitleg. Fotograaf Halsman staat er met zijn camera om zijn nek bij als een schooljongen geduldig luisterend naar Dali. Hij spreekt de naam Piet uit als Pjet, niet ongebruikelijk voor Spaanstaligen, zo weet ik uit ervaring. Dan herhaalt hij Pjet, Pjet, Pjet en verandert het in “njet” wat in het Russisch nee betekent, zo legt hij uit. Vervolgens roept hij zijn eigen naam Dali, Dali, Dali en dat wordt dan “da”, wat in het Russische ja betekent.

Een deel van de puntenlijst van Dali (screenshot van de genoemde documentaire)

Dan zien we in de documentaire een puntenlijst, een schoolrapport dat Dali aan de hand van een aantal criteria heeft gemaakt van de grote meesters der schilderkunst. Dat lijstje heb ik nergens anders terug kunnen vinden dus heb ik het op basis van de filmbeelden gereconstrueerd. Hij geeft punten voor vakmanschap, inspiratie, kleurgebruik, ontwerp, genialiteit, compositie, originaliteit en ambitie. Wat meteen opvalt als je de lijst overziet, is dat hij zichzelf niet tot de grootste meesters van de schilderkunst rekent, terwijl dat toch voor hand ligt. Dali prijst immers zichzelf nogal eens de hemel in. Blijkbaar is dat een pose en beseft hij wel degelijk dat sommige schilders zijn meerderen zijn.

De door mij gereconstrueerde puntenlijst van Dali aan de hand van filmbeelden in de genoemde documentaire.

Leonardo da Vinci,Velazquez, Rafael en Vermeer laat hij voorgaan. Vermeer is zelfs de absolute top van alle schilders op zijn lijstje. Vermeer krijgt voor alle aspecten van de schilderkunst van Dali het maximum van 20 punten. Dali zelf vormt samen met landgenoot Picasso en de klassieke schilder Ingres een subtop. Dat de moderne kunstenaar Picasso nog zo hoog scoort valt me mee van Dali. Misschien omdat hij niet abstract is? De abstractere Manet en de veel abstracte Mondriaan komen er in ieder geval veel slechter vanaf.

De klassieke schilders - Meissonier en Bouguereau – krijgen van Dali ook lage punten. De twee moderne schilders op het lijstje met lage cijfers zijn dus Manet en Mondriaan. Mondriaan heeft zelfs alleen maar nullen. Blijkbaar is Mondriaan voor Dali het absolute dieptepunt in de moderne schilderkunst, de Njet ofwel de ondergang van de schilderkunst. De Nederlandse schilderkunst kent dus volgens Dali met Vermeer en Mondriaan zowel het hoogtepunt als het dieptepunt van de schilderkunst.

Screenshot van de genoemde documentaire

Volgens Dali “is de hele hedendaagse kunst een ramp. Die ramp is de voorwaarde voor een geestelijke renaissance”. Wij worden als kijkers uiteraard verondersteld te beseffen dat met Dali die geestelijke renaissance begonnen is. Hij is al twee jaar bezig met het schilderen van anti-materie engelen. “Alle natuurkundigen hebben het tegenwoordig over de anti-materie. Men beseft stilaan dat de materie de wetenschap aan het ontsnappen is. Materie blijkt niets anders te zijn dan energie. Alles waar men van aannam dat het materie was, is zich aan het vergeestelijken,” aldus Dali. Dali presenteert zich als de man tussen schilderkunst en moderne wetenschap die op weg is het geestelijke leven als de echte materie te ontdekken. Maar van moderne abstracte kunst moet hij niks hebben.

De critici vragen zich dan ook af of Dali misschien de moderne kunst wil vermoorden? “Alles wat Salvador Dali zegt, alles wat hij doet en bijna alles wat hij schildert, heeft ten minste de verdienste al diegenen in verlegenheid te brengen, te verwarren, zo niet te ergeren, voor wie de moderne kunst regels en grenzen kent en die er niet aan denken haar zekerheid ooit ter discussie te stellen. Dali maakt een stroom van 'uiteenlopende bewegingen' los op een gebied waar zowel critici als kunstenaars maar al te vaak de gewoonte hebben voor zich uit te dommelen. Het schandaal, de provocatie, de krankzinnigste excentriciteit -karakteristiek voor de dandy – staan hem ter beschikking voor kritische doeleinden, waarin de heiligschennis er toe dient 'waarheid' aan het licht te brengen.Sinds 25 jaar richt Dali's werk zich op het tegendeel van alles wat men 'de schilderkunst' noemt' en heeft het tot doel de waarde te verminderen van datgene wat door de huidige 'smaak' wordt voorgeschreven, het Kubisme, de abstracte kunst, het Expressionisme enzovoort. Hij maakt er gene geheim van , integendeel, hij verkondigt met luide stem zijn voornemen ' de moderne kunst te vermoorden'. We moeten ons niet laten foppen door het humoristische en delirische karakter van zijn uitlatingen. Dali meent het serieus, zeer serieus, en de 'uitzonderlijke intelligentie' die André Breton hem in 1936 toedichtte, benut hij voor destructieve activiteiten waarbij het aanzien van de gehele 'moderne kunst' het gevaar de rekening te moeten betalen.” (blz. 498 in 'Salvador Dali, 1904-1989, Het geschilderde werk, Robert Descharnes/Gilles Néret, Taschen).

'De komische Dali'. Uit een fotoreeks van Philippe Halsman die Dali heeft ontworpen (1948).
We zien Dali de materiële wereld letterlijk weg schoppen om plaats te maken voor de immateriële wereld, de surreële wereld van het onderbewuste.

Zo'n vaart loopt het niet. Dali is op zoek naar geestelijke waarden. Hij is bang dat de schilderkunst zich verliest in het materialisme, abstract of niet. Hij wil de schilderkunst in dienst stellen van fundamentele geestelijke waarden die voor alle mensen geldig zijn. Daarom interesseert politiek hem niet, noch generalissimo Franco en het Spaanse fascisme of het communisme als verzet daartegen. Hij is met hogere waarden bezig. Of hij daarin geslaagd is, moet ieder voor zichzelf uitmaken. In ieder geval laat hij in zijn schilderijen zien dat er meer waarheid is dan de bewuste rationele, materiële wereld.


Het is tragisch dat Dali niet besefte dat Mondriaan daar op zijn manier ook mee bezig was. Wat Dali zocht in het onderbewuste (met dank aan Freud, voor wie hij grote bewondering had) zocht Mondriaan in de zuivere beelding, het universele in het particuliere. Beiden waren op zoek naar onze oorspronkelijke geestelijke wereld. Het zuivere geestelijke en het onderbewuste zijn twee kanten van dezelfde geest. De twee grootmeesters van de schilderkunst onderzochten met hun schilderkunst, met hun beelden deze twee zijden van onze geest. Dali en Mondriaan onderzochten met beelden de beide kanten van de menselijke geest: het onderbewuste en het universele.

dinsdag 7 oktober 2014

DALI EN 'DE KANTWERKSTER' VAN VERMEER

Johannes Vermeer, de Kantwerkster, circa 1669-1670, Louvre, Parijs.

Met Dali weet je eigenlijk nooit waar je aan toe bent. Meent hij nu wat hij zegt of is het allemaal spel? Net zoals bij de Nederlandse schrijver Gerard Reve weet je eigenlijk nooit zeker wanneer de ironie of de clownsact ophoudt en de ernst begint of is het andersom? Ze brengen ons in verwarring. Wat mij betreft een prettige verwarring.

Dali aan het werk met 'De Kantwerkster' van Johannes Vermeer in de Neushoornkuil van de dierentuin in Vincennes.(1955)
Mijn eerste bezoek aan het Dali museum in Figueres ergens in het begin van de jaren tachtig, voelde aan als een bevrijding. Gaandeweg door het museum werd me de boodschap van Dali min of meer duidelijk. Gebruik je fantasie en je verbeeldingsvermogen hoe je maar wilt. Maakt niet uit waarmee je werkt. Alles is toegestaan als je maar weet wat je wilt. Ik denk dat die haast totale geestelijke bevrijding de kern van het werk van Dali is.

Screenshot

Onlangs zag ik een documentaire met veel oud beeldmateriaal ('Salvador Dalí - Tragikomisch genie' is een film van François Lévy-Kuentz.Een coproductie van Ina/Centre Georges Pompidou/AVRO met financiële steun van France 5 en de Fondacio Gala Salvador Dalí.Eindredactie AVRO: Marijke Huijbregts.). Ondanks de bewering dat het raadsel van Dali zou worden opgelost, was dat niet het geval. Tenminste niet in de conventionele betekenis van het woord. Integendeel zelfs, je kreeg het idee dat Dali op sommige momenten volledig krankjorum was en de man eigenlijk behandeld had moeten worden. Maar toch is mijn respect voor zijn werk alleen maar toegenomen ook al vind ik hem af en toe wel erg commercieel. Maar dat was bij schrijver Gerard Reve al net zo. Maar zoal ook hij zei “er moet brood op de plank komen.” 

Dali toont trots het resultaat van zijn werk in de dierentuin.(screenshot)
Wat me deze keer opviel was dat Dali in deze documentaire maar liefst 2 Nederlandse schilders op geheel eigen wijze behandeld. Waarmee meteen gezegd is, hoe groot Nederland in de schilderkunst is. Toeval of niet, het is mooi meegenomen voor een taalgebied dat druk bezig is om langs de weg van het onderwijs zijn taal te verkwanselen aan internationale prestatielijstjes en nieuwe trends. Straks zitten we een hoog opgeleide elite die niet meer met de laag opgeleiden kan communiceren. Het klassenonderscheid zal groter zijn dan ooit.

Dali met zijn muze Gala in de zee bij Port Lligat waar hij vlakbij woonde.(screenshot)
De eerste Nederlandse schilder die in de documentaire uitgebreid aan de orde komt, is de zeventiende eeuwse Joahnnes Vermeer met zijn schilderij “De kantwerkster”. We zien het schilderij naast Dali staan terwijl hij aan het schilderen is in een dierentuin bij een neushoornkuil in de dierentuin van Vincennes. Vervolgens laat hij trots het resultaat zien. Alsof dat niet genoeg is, zien we Dali even later in een vertederend zwart wit filmpje als een namaak neushoorn of is het een perverse versie van de stierenvechter, gewapend met een narwalhoorn, afstormen op een groot doek met 'De Kantwerkster'. Dali doorboort het doek zodat er niks meer van overblijft.

Dali, Buste van "De Kantwerkster" van Johannes Vermeer, 1955

Dali speelt in het filmpje met de Spaanse stierenvechterssymboliek en de klassieke schilderkunst. Het lijkt bedoeld als een clowneske provocatie van het kunstminnende publiek met zijn eerbied voor de klassieke kunst. Ondanks die vernielzuchtige provocatie zien we Dali even later samen met zijn muze Gala in zee met tussen hen in een groot doek met daarop alweer 'De Kantwerkster' van Vermeer. Zijn commentaar: “Ik moest die afbeelding aldoor om me heen hebben. Tijdens de maaltijden, terwijl ik zwom. De hele zomer was ik vergezeld van dit obsederende beeld van de kantwerkster van Vermeer. En toen ik aan mijn bewerking van dat schilderij begon, verschenen er drie hoorns op het doek. De toeschouwers waren erg verbaasd.”

Screenshot

Vanwaar die hoorns, zo zal men zich inderdaad verbaasd afvragen. “De hoorn van de eenhoorn is ook de hoorn van de rinoceros. In dromen symboliseert die een soort hevig fallisch complex en tegelijk ook de kuisheid” aldus Dali. Volgens hem gaan kuisheid en erotiek goed samen. “De kerkvaders zijn het erover eens dat tijdens een mystieke fase, wanneer heiligen na onthouding sublieme visioenen krijgen en dichterbij engelen komen of God, dat ze dan altijd een ejaculatie krijgen. De kerk keurt dat goed.” Een provocatie van de bovenste plank. Hij typeert zichzelf verderop in de documentaire niet voor niks als erger dan een verrader, een provocateur.

"Op 17 december 1955 gaat Dali naar de Sorbonne om er voor een enthousiast publiek een lezing te houden over de 'fenomenologische aspecten van de paranoïde methode'. Bij die gelegenheid legt hij aan de hand van het afgebeelde document uit, dat 'De Kanwerkster' van Vermeer dankzij de logaritmische curven van rinoceroshoornen -waaruit ze naar zijn mening bestaat - een maximum aan biologische dynamiek bereikt." (Salvador Dali, Taschen, blz. 476).

In deel II van de tweedelige biografie van uitgeverij Taschen 'Salvador Dali' van Robert Descharnes/Gilles Néret, 2004) wordt de film van de kantwerkster zoals we die in de documentaire zien, genoemd. De film is gemaakt door Robert Descharnes en heeft de titel “De ongewone geschiedenis van de kantwerkster en de rinoceros” (blz. 477 en volgende). 
Dali zelf heeft dat verband uitgelegd op een lezing aan de Sorbonne universiteit in Parijs getiteld “Aspects phénoménologique de la méthode paranoïaque-critique”. In zijn “Dagboek van een genie” schrijft hij op 18 december 1955 daarover het volgende.

“Gisteravond Daliaanse apotheose in de Tempel der Kennis voor een gefascineerde menigte. Direct na mijn aankomst in een met bloemkolen overladen Rolls en de begroeting door duizenden flitslampen nam ik in het grote amfitheater van de Sorbonne het woord. Het sidderende publiek verwachtte definitieve uitspraken. Die heeft het gekregen. Ik heb besloten, zei ik, u deelgenoot te maken van de meest hallucinerende ervaring uit mijn Parijse jaren, omdat Frankrijk het intelligentste land ter wereld is. Terwijl ik, Dali, uit Spanje kom, het irrationeelste land ter wereld. Deze eerste woorden werden begroet met stormachtige bijval, want niemand is ontvankelijker voor complimenten dan de Fransman. De intelligentie, zei ik, leidt ons slechts in de mist van de uit scepsis voortkomende nuances, een mist die u tot de coördinaten van een gastronomische, supergeleiachtige, proustiaanse en bedorven onzekerheid reduceert. Daarom is het juist en noodzakelijk dat van tijd tot tijd Spanjaarden als Picasso en ik naar Parijs komen om de Fransen een stuk rauw, van waarheid bloedend vlees onder de neus te drukken. Zoals ik verwachtte ontstond op dit moment enig geroezemoes. Ik had gewonnen! Nu sprak ik één ruk verder: een van de belangrijkste schilders van onze tijd is ongetwijfeld Henri Matisse, maar Matisse vertegenwoordigt de laatste stuiptrekkingen van de Franse Revolutie, dat wil zeggen van de triomf van de bourgeoisie en de kleinburgerlijke smaak. Donderend applaus!!! Ik ging verder: de moderne kunst heeft tot een maximum aan rationaliteit en een minimum aan scepticisme geleid. De jonge schilders van tegenwoordig geloven nergens in. Het is niet meer dan normaal dat een mens die nergens in gelooft uiteindelijk zo goed als niets schildert, wat het geval is in heel de moderne schilderkunst, inclusief de abstracte, esthetische en academische kunst.”

Kunstkritiek van een kunstschilder, filosoof en fantast, acteur en poseur en uiteraard provocateur. De moderne kunstenaar gelooft nergens meer in en moet dus noodgedwongen wel zo min mogelijk tot niets schilderen. Zou hij daar ook Piet Mondriaan mee bedoelen? Daarover dan een volgende keer.


donderdag 22 augustus 2013

ANTWERPSE SCHILDER JACQUES VERMEERSCH

Foto: Petrus

Sommige schilders zijn nog kleurrijker dan hun palet. Dat geldt zeker voor Jacques Vermeersch. De Antwerpenaar woont op de eerste etage aan het begin van De Oever en kijkt uit op het plein van St. Jansvliet, waar elke zondag een kleine, veredelde rommelmarkt wordt gehouden. Een ideale plek voor Jacques zo merken we als we zijn zijn woning op het eerste verdiep betreden. Alle muren hangen vol met schilderijen, overal liggen tekeningen, papieren, boeken en onvoorstelbaar andere dingen die Jacques in zijn leven -hij is 78 jaar – verzameld heeft. Er is nauwelijks plek meer om te lopen. Als we door de vanwege de boeken en andere verzamelde dingen nauwe gang van zijn woonkamer naar zijn slaap en leskamer annex atelier lopen, kunnen we er maar net door. 

Al meteen bij binnenkomst begint hij te vertellen over zijn schilderijen. Ons oog valt op een schilderij met piramides. Dat gaat terug tot aan zijn Egyptische tijd. Daar heeft hij geleerd dat een piramide op zijn kop symbool is voor hergeboorte. Op het schilderij sterft de oude wereld af en begint een nieuwe. Hij laat weten dat hij zijn hele leven professor is geweest en nog steeds les geeft in zijn atelier aan huis. 

Hij wijst ons op een schilderij van Edith Piaff, daarna nog een en nog een. In totaal heeft hij 54 schilderijen en tekeningen van deze “Grande Dame” gemaakt. Hij kent haar persoonlijk. Hij was ook bij haar huwelijk met Theo Sarapo (1962). Nadien was hij bij haar sterfbed. Hij heeft toen nog een beeldje gekocht van de Heilige Theresia want dat waren ze vergeten bij haar bed te zetten. Ze was heel gelovig. Nog steeds als hij in een café komt in haar geboorteplaats Belleville vragen mensen die hem nog kennen van vroeger om een handtekening. Simone Signoret en Yves Montand mag hij ook tot zijn vrienden rekenen.

Foto: Petrus
Zo te horen heeft hij in Parijs de tijd van zijn leven gehad.Trots vertelt hij op uitnodiging van de burgemeester binnenkort naar Parijs te vertrekken. Hij vertelt een vriend van de Spaanse schilder Salvador Dali te zijn geweest. Hij is erelid van 'Les amis d'Edith Piaff'. In zijn CV meldt hij schilderijen te hebben geschonken aan de kathedraal van Corio del Rio in Sevilla en aan de moskee Meknes in Marokko. Hij heeft ook gelogeerd bij de grote goochelaar David Copperfield aan wie hij een portret geschonken heeft met op de achtergrond diens volledige leven.

Zijn kunst noemt hij symbolisch realisme. Bij elk schilderij hoort een verhaal en dat krijgen we dan ook telkens te horen. Een prostituee blijkt de gevangene te zijn van haar eigen leven. De prostituant staat afgebeeld als een man zonder gevoel. Het geheel is gedompeld in rood, de kleur van de passie. De armoedige, treurige in grijs geschilderde man op het bed is gelukkig dank zij een sigaret en een fles wijn. Jacques doet niet al te moeilijk over leven en levenskunst. Zo te horen en te zien heeft hij zich met hulp van de schilder en tekenkunst veel vrienden in veel hoeken van de wereld gemaakt. Hij heeft van het leven genoten en doet dat nog.

Het poseren voor mijn camera gaat hem niet goed af. Ik moet een paar keer aandringen of hij in de lens wil kijken. Als ik hem vraag op zijn bed te gaan zitten, zegt hij niet van zitten te houden. Terwijl ik foto's maak, gromt hij dat ik precies een fotomaniak ben. Een leuk verwijt van iemand die zijn hele huis heeft vol hangen met schilderijen, tekeningen en het volgestopt heeft met teveel om op te noemen. Jacques is schilder, verzamelaar en levenskunstenaar. Dat doe je hem niet zo maar na.

Als je meer wilt weten over Jacques dan kun je kijken naar onderstaande YouTube filmpje van ongeveer 6 minuten.