Posts tonen met het label sandinisten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sandinisten. Alle posts tonen

dinsdag 9 juni 2026

DE MEEDOGENLOZE WRAAK VAN DICTATOR DANIEL ORTEGA OP INDIANENLEIDER BROOKLYN RIVERA.


Brooklyn Rivera in Puerto Cabezas aan de Caraïbische zee tijdens de verkiezingen in februari 1990 die verloren werden door de Sandinisten. Helaas wist Ortega het toch weer voor elkaar te krijgen om later opnieuw gekozen te worden tot president, een machtspositie die hij niet meer uit handen gaf. (foto: petrus nelissen)

De 73 jarige Brooklyn Rivera, leider van de Miskito, Suma en Rama indianen aan de oostkust van Nicaragua, is in gevangenschap overleden. Hij zat sinds 2023 vast nadat hij volgens mensenrechtenorganisaties om politieke redenen was gearresteerd. 


Ik was hem uit het oog verloren zoals ik in de loop der jaren eigenlijk heel Nicaragua uit het oog ben verloren. Want wat moet je nog met een land waarbij je bij betrokken bent geweest om het uit de put van dictatuur en armoede te trekken om het dan jaren later terug te zien vallen in een nieuwe dictatuur net zo erg als die van de verdreven dictator Somoza?


Dit keer is het een zogenaamde linkse dictatuur van de ooit charmante jongensachtige Sandinistische leider Daniel Ortega en zijn glamour vrouw Rosario Murillo. Toen Ortega in 1979 na de overwinning van de Sandinisten aan de macht kwam, geloofde de halve wereld in hem. 


Zelden is er een revolutie geweest die internationaal zo werd gesteund als de Sandinistische revolutie. Het was een combinatie van jeugdig enthousiasme, geloof in eigen kunnen en het optimistische geloof in een betere maatschappij met betere mensen. 


Nederland trok royaal de portemonnee om de revolutie met geld, goederen en kennis te steunen. NGO’s als NOVIB en Solidaridad stonden als een man/vrouw achter het regime. Stedenbanden rezen als paddestoelen uit de grond, massa’s jongeren trokken begeleid door activistische journalisten en televisiemakers naar het land om het wonder van de revolutie mee te maken.


Zo geheten kritische journalisten van de VPRO, Volkskrant, IKON enz spraken de Sandinisten naar de mond. De goede bedoelingen telden, de feiten deden er niet toe ook al stapelden de bewijzen zich op dat de immer charmante Daniel samen met zijn broer legerleider Humberto, steeds meer trekken vertoonde van een verraderlijke manipulator die zich niets aantrok van zijn gedane beloften en alles deed om aan de macht te blijven.


Zo gingen de Sandinisten o.a. ongegeneerd tekeer tegen de inheemse bevolking aan de kust van de Stille Oceaan die zich hadden verenigd in de partij Yatama onder leiderschap van Brooklyn Rivera. Voor de revolutie werd hun door de Sandinisten nog regionale autonomie beloofd en zelfbeslissingsrecht in hun gemeenschappen.


Na de revolutie bleken die beloften niks meer waard. De Sandinisten begonnen zelfs een campagne tegen hun christelijke geloofsovertuiging en respecteerden niet langer hun lokale en regionale autonomie en gewoonten. 


Er zat voor Brooklyn Rivera niets anders op dan te breken met de Sandinisten, net zoals de weduwe Chamorro van de krant La Prensa, de priester dichter Ernesto Cardenal, de Sandinistische legerleider Comandante Cero, de vertegenwoordigers van werkgevers en de christelijke vakbonden.


Ondanks dit verraad probeerde Brooklyn Rivera in de loop der jaren met de Sandinisten samen te werken in en buiten het parlement waarbij hij ondanks de verdachtmakingen van Sandinistische huize telkens opnieuw tot leider van zijn volk werd gekozen.


In 2023 werd hij uiteindelijk opgepakt en opgesloten zonder dat nog enig contact mogelijk was met zijn familie.Een fatsoenlijke medische behandeling werd hem al die tijd geweigerd. Nu is hij dan op 30 mei  in de gevangenis gestorven. 


De wraak van de immer charmante Sandinistische dictator stopte niet bij zijn dood. Hoewel zijn zoon had aangedrongen om hem te mogen begraven bij zijn eigen volk aan de kust in het dorp Sandby, werd Rivera in de hoofdstad Managua zonder familie en vrienden begraven. De wraak van Daniel Ortgea is meedogenloos.

 

donderdag 22 mei 2025

6. DE KLEINE GESCHIEDENIS VAN JAN VAN DER PUTTEN. HET TRAININGSKAMP

 

De pas aangekomen rekruten in het trainingskamp is een aandoenlijk groepje goedwillende jongeren. Anti-helden zijn het. Uniformen zijn er niet. Met houten stokken als geweren leren ze de tijgersluipen en exerceren. Het heeft allemaal veel weg van een slechte film. 



Terwijl Jan vanuit zijn hotelkamer in San José de strijd in Nicaragua volgt, gaan Koen Wessing en ik op weg naar de Nicaraguaanse grens waar Eden Pastora ofwel Commandante Cero met zijn troepen vecht tegen de Nationale Garde. Als journalisten passeren we de laatste Costa Ricaanse post voor La Cruz. 


Die middag nog fotograferen we in een geïmproviseerd Sandinistische ziekenhuis dat nog net op Costa Ricaans grondgebied ligt, gewonde soldaten. Ze worden direct van het front van de andere kant van de grens met ambulances of gewone auto’s aangevoerd. Er lopen ook soldaten rond die even willen bijkomen van de spanning en de angsten.


Die avond vinden we aansluiting bij een Sandinistische konvooi dat een kamp in Nicaragua gaat bevoorraden. We spreken een trefpunt af waar ik mijn auto kan parkeren. Vandaar rijden we achter in de bak van een van de pick-ups van het konvooi mee. Het wordt intussen donker en tot overmaat van ramp begint het zachtjes te regen.


De zandweg, een sluiproute door bos en struikgewas, verandert in ene mum van tijd in een grote modderpoel. Ik merk dat onze chauffeur weinig of misschien wel helemaal geen ervaring heeft met het rijden van een 4x4 pick-up door modderig terrein. En ja hoor, de pick-up loopt vast. Het konvooi stopt. Andere journalisten en wij twee stappen uit om te helpen met duwen. 


De auto komt los maar lang duurt het niet. Na ongeveer en half uur loopt zowat het hele konvooi auto’s vast in de modder. Er zit niets anders op dan te voet verder te gaan. De groep is groot en schiet dus niet op. Twee begeleiders besluiten om vooruit te gaan om hulp te halen. Ik hoor het plan en vraag of ik mee kan. Koen besluit met de groep mee te lopen. 


Zo sluip ik met twee Sandinisten door bossen, struiken, weilanden en waad door kleine beken. Na een uur moeten we bij een verlaten hut de weg vragen. Mijn twee begeleiders zijn in het donker de weg kwijt geraakt. Uiteindelijk bereiken we het kamp rond een uur of twaalf ’s nachts. 


Ik val als een os in slaap. De volgende morgen zie ik Koen en nog een paar journalisten uit Venezuela en Brazilië die pas om drie uur ’s nachts zijn aangekomen. We staan op zodra de zon opkomt. Het blijkt dat we in een trainingskamp terecht zijn gekomen voor nieuwe guerrillastrijders.


Ik krijg het gevoel dat ik op een grote filmset ben terecht gekomen. Het is moeilijk te geloven dat alles echt is en niet gespeeld. Ik ken de binnenlanden van Midden Amerika maar zo een primitief kamp, eigenlijk niet meer dan een paar armzalige boerenhutten, heb ik niet verwacht. Er woont een arme boerenfamilie zo leid ik af aan de staat van hun kleren en die van de hutten. Ze hebben uit solidariteit hun hutten ter beschikking gesteld aan de Sandinisten. Moeder en dochter werken in de keuken, vader en zonen zijn manusjes van alles.


Koen en ik maken foto’s van de training. Ik maak portretten van de jonge strijders, van de familie, de commandant enz. In de verte klinkt geweervuur. Als het niet echt zou zijn, zou je denken dat we in een komische film terecht zijn gekomen. 


Vlak bij ons lopen enkele strijders patrouille naar ik aanneem om het kamp te beschermen tegen een mogelijke aanval van Somoza’s soldaten. Een van de strijders blijkt een jongen van een jaar of veertien. Hij loopt zo trots als een pauw rond met zijn automatisch geweer en is bereid voor ons te poseren, zoveel en zo lang als we willen. Is hij een kleine held of is hij een kind dat op onverantwoorde wijze gerecruteerd is voor het sandinistisch leger?  


Het wordt tijd voor mij om te vertrekken. Ik heb mijn vrouw beloofd om voor 12 uur vanmiddag mij te melden en te zorgen dat ik in de middag weer thuis ben. Het wordt nog een heel gedoe om mijn terugreis te regelen. Nadat ze hoort dat mijn vrouw hoogzwanger is, regelt de vrouw van de boer een paard voor me. Haar man rijdt mee te paard om mij de weg te wijzen en het paard mee terug te nemen. Koen trekt verder het land in op zoek naar foto’s van de revolutie.


Jan mag dan dit avontuur gemist hebben, goed een maand later (19 juli 1979) kan hij het goedmaken. De sandinisten hebben gewonnen en Jan rijdt gezwind naar Managua om de revolutie te verslaan voor Neerlands' radiozenders en kranten. 


dinsdag 7 januari 2025

BIJ DE DOOD VAN JIMMY CARTER EN DESI BOUTERSE

 

Voormalig president Jimmy Carter spreekt op een benefiet concert foor orkaan slachtoffers in College Station, Texas, oktober 2017. Hij is omringd door de voormalige presidenten vader en zoon Bush (links) en Clinton en Obama. (rechts)

De dood van Desi Bouterse en Jimmy Carter roept herinneringen op aan gebeurtenissen waar ik indertijd mee te maken had. Tijdens het presidentschap van Carter woonde ik in Costa Rica. In buurland  Nicaragua was een al lang smeulende opstand tot uitbarsting gekomen om uit te draaien in een burgeroorlog tussen linkse Sandinisten en de gardisten van dictator Somoza.


Jimmy Carter had iets gedaan wat voor de media en de internationale politiek niet zoveel betekenis had, maar voor Latijns Amerika daarentegen van heel grote betekenis was. In 1977 zegde hij Panama per verdrag toe het beheer van het Panamakanaal aan Panama over te dragen. Daarmee verdween een heel groot punt van spanning tussen Latijns Amerika en de VS van tafel. Het betekende nieuwe kansen voor de immer troebele verhoudingen tussen VS en Latijns Amerika als gevolg van het imperiale optreden van Amerika in Latijns Amerika. 


Carter respecteerde meer dan zijn voorgangers de onafhankelijkheid van de Latijns Amerikaanse landen en de mensenrechten. Daardoor was  zijn opstelling in de burgeroorlog tussen Sandinisten en dictator Somoza, de zetbaas van Amerika kritisch tegenover het regime van Somoza. Het was aan de Organisatie van Amerikaanse Staten om een weg uit die burgeroorlog te vinden. Een van de voorwaarden was dat bij een overwinning van de Sandinisten, die aan de winnende hand waren, de macht zou worden overgenomen door een zo breed mogelijke, democratisch gezinde regering.


Dat was voor de in Cuba geschoolde marxistische Sandinisten een moeilijk te verteren punt maar als ze wilden winnen dan zat er niks anders op. Er kwam een brede coalitie van oppositiegroepen tot stand die op een persconferentie in juli 1979 in een hotel in San José, Costa Rica een voorlopige regering van wederopbouw presenteerde met daarin vertegenwoordigers van verschillende lagen uit de Nicaraguaanse samenleving waaronder een ondernemer, een schrijver en een priester.


Daarmee kwam de weg vrij voor brede politieke en militaire steun (wapens via Panama en Costa Rica naar Nicaragua) steun aan de rebellen tot stand. De tot die tijd door Amerika gesteunde dictator Somoza kwam in een politiek isolement en werd militair steeds verder in een hoek gedrongen. De val van Somoza volgde spoedig waarna de voorlopige regering het heft in handen nam. Carter heeft de overwinning van de Sandinisten en de democraten op Somoza met zijn houding en beleid mede mogelijk gemaakt. 


De 15 Surinamers die in de nacht van 7 op 8 december 1982 onder bevel van Bouterse standrechtelijk zijn geëxecuteerd.

Na verkiezingswaarnemer voor de Nederlandse regering te zijn geweest in El Salvador en Nicaragua werd ik in 1987 verkiezingswaarnemer in Suriname. Na lang onderhandelen kwamen er verkiezingen die het vertrek van Bouterse moesten inluiden en een terugkeer naar de democratie. De overwinning van het Front maakte een einde aan het bewind Bouterse wat een opluchting was voor Surinamers en de Nederlandse regering.


Sinds de staatsgreep van sergeant Bouterse en zijn militaire kompanen in 1980 waren de verhoudingen tussen Suriname en Nederland ontregeld. Het land dreigde af te glijden naar een bananenrepubliek. Bouterse presenteerde zich als de man die een einde zou maken aan de zogeheten koloniale afhankelijkheid van Nederland. De decembermoorden in 1982 waarbij 15 vooraanstaande burgers uit alle lagen van de bevolking in koelen bloede in Fort Zeelandia geëxecuteerd werden, verhoogden de spanningen tussen Nederland en Suriname. 


Een van de slachtoffers was Cyrill Daal, voorzitter van de Moederbond, de bond die Bouterse met algemene stakingen het vuur na aan de schenen had gelegd. Dat kostte Daal in die nacht in Fort Zeelandia zijn leven.


Moederbond secretaris Jan Haakmat vluchtte naar Nederland. Op zoek naar politieke en financiële steun kwam hij ook bij CLAT-Nederland terecht, een solidariteitsvereniging met de Latijns Amerikaanse vakbeweging CLAT. Haakmat was voorzichtig op zoek naar een breed front van verzet tegen Bouterse. CLAT-Nederland bood daarvoor zijn diensten aan. Er brak een drukke tijd aan van lobbywerk naar politiek en media. 


Haakmat zocht naar een weg om enerzijds Suriname te bevrijden van de Bouterse dictatuur zonder bloed vergieten en anderzijds een reorganisatie van de vakbonden in Suriname ter ondersteuning van een post-Bouterse, democratisch Suriname. 


In Nederland bestond net als in Suriname de nodige verwarring rond de staatsgreep Bouterse. Het zou een progressieve, anti-koloniale coup zijn maar was tegelijk anti-democratisch en autoritair. De Nederlandse regering en de belangrijkste politieke fracties in de Tweede Kamer stuurden samen met de zogeheten oude politieke partijen aan op terugkeer naar de democratie. Dat leidde tot de verkiezingen in 1987.


Hoe dreigend de situatie in Suriname was, bleek tijdens een geheim gesprek tijdens mijn verblijf als verkiezingswaarnemer in Suriname. Bauxiet arbeiders lieten weten, bereid te zijn met geweld Bouterse te verdrijven. Ze beschikten over genoeg zware machines en dynamiet om een confrontatie met Bouterse en zijn mannen aan te gaan. Gelukkig was dat na de verkiezingen niet meer nodig. Die werden gewonnen door de oude politieke partijen waardoor een vreedzaam pad naar de democratie mogelijk werd.

donderdag 11 april 2024

OORLOGSBULLETIN 79. OORLOGSFOTOGRAFEN EDDY EN KOEN

 

Kun je in een enkele foto het drama van de oorlog in Oekraïne vatten? Ik denk het niet. Daarvoor is een oorlog te complex. Er komen teveel menselijke emoties en handelingen in voor om in enkel plaatje te vangen, hoe graag je dat ook wilt. Fotograaf Eddy van Wessel schijnt op jacht te zijn naar een zo'n plaatje, lees ik in een commentaar bij een documentaire over hem getiteld "Eddy's oorlog". Hoe dan ook, bovenstaande foto gemaakt door Eddy van Wessel laat aan duidelijkheid over oorlogsslachtoffers, in dit geval een ouder echtpaar dat net zijn huis heeft verloren door een raketinslag, niets over.


Wat bezielt een fotograaf om oorlogsfotograaf te worden? Fotograaf Eddy van Wessel zegt in de de documentaire met de toepasselijke titel “Eddy’s oorlog” dat hij die ene foto wil maken die het hele verhaal over de oorlog in Oekraïne vertelt. Wel zijn verhaal. Een Russische fotograaf zal waarschijnlijk een ander verhaal willen vertellen. 


Je kunt oorlogsfotografie zien als een categorie straatfotografie. De Nederlandse fotograaf Koen Wessing (1942-2011) was zo een straatfotograaf die aan oorlogsfotografie deed. Hij was bij de staatsgreep in Chili in 1974 en bij de Sandinistische revolutie in Nicaragua in 1978. 


Je zou hem een voorganger van Eddy kunnen noemen. Net als Eddy wilde hij het verhaal vertellen en werd hij daarbij gedreven door het in beeld brengen van actie. Ik moest hem indertijd vanuit Costa Rica zo snel mogelijk naar het front brengen. Hij wilde als een straatjongen boven op de actie zitten.


Dat daar moed voor nodig is, spreekt vanzelf. Maar het is wel een moed die grenst aan overmoed. Is dat het gevolg van de jacht op dat ene plaatje dat alles zegt, dat - zeg maar - geschiedenis zal schrijven? Eddy van Wessel zegt van wel. Koen Wessing liet zich daar niet zo over uit. 


Koen was het vooral te doen om het onrecht van onderdrukking in Chili en de bevrijdingsstrijd in Nicaragua in beeld te brengen. Eddy hoor ik daar niet zo over in de documentaire. Hij wil de oorlog laten zien als een menselijk drama. Dat hij daarbij de kant van Oekraïne kiest, is blijkbaar vanzelfsprekend.


Maar oorlogsfotografie is meer dan dat. Het is ook de jacht op het plaatje, zoals je in de documentaire kunt zien. Dat maakt een oorlogsfotograaf rusteloos. Hij moet er bij zijn als het gebeurt. 


Straatfotografen en meer nog oorlogsfotografen zijn jagers met hun camera als het wapen om de buit mee te vangen. Dat is een soort instinct dat ik bij Koen Wessing heb gezien en nu ook weer in de documentaire over Eddy Wessel.


Dat instinct zorgt voor de overmoed die nodig is om zich in het hol van de leeuw te wagen, ofwel zo dicht mogelijk bij het front te zijn waar de echte gevechten plaatsvinden en de doden op straat liggen. Precies dat instinct zorgt vaak voor de meest indringende foto’s over de oorlog in de media.


Dat de toewijding soms grenst aan fanatisme zie je in de documentaire als Eddy boos wordt dat hij een plek of een gelegenheid heeft gemist omdat zijn chauffeur te traag reageert of een soldaat weigert hem mee te nemen in een pantserauto die gewonde soldaten van het front moet halen.


Het zijn momenten van de waarheid. Jouw verhaal blijkt niet het belangrijkste te zijn. Er zijn, zeker in een oorlog, belangrijkere zaken dan jouw plaatje. Sommige fotografen willen dat wel eens vergeten. Bescheidenheid is en blijft belangrijk of je nu oorlogsfotograaf of straatfotograaf bent.


woensdag 20 december 2023

KISSINGER EN CENTRAAL AMERIKA

Henry Kissinger afgebeeld als Niccolo Machiavelli.

 

Bij het overlijden van Kissinger ( 29 november 2023) wordt zijn rol op het internationale toneel breed uitgemeten. Veel aandacht krijgt zijn invloed op de Noord Amerikaanse rol in de Vietnam oorlog, die een hele generatie protestjongeren op straat bracht, en zijn rol bij de coup tegen de Chileense president Allende. Kissinger steunde die staatsgreep met de overweging dat de Marxistische regering Allende een bres zou kunnen slaan in de wal tegen de Sovjet Unie in Latijns Amerika.


Veel minder aandacht is er voor het feit dat hij tien jaar na de Vietnam oorlog en de staatsgreep in Chili weer in rol kreeg in het internationale beleid van de VS. Hij werd door president Reagan benoemd tot voorzitter van “The National Bipartisan Commission on Central America”


De commissie telde 12 leden, bestaande uit politici van de Republikeinse en Democratische partij, de voorzitter van de machtige vakcentrale AFL-CIO en enkele zakenlieden en militairen. De commissie moest met beleidsvoorstellen komen voor de in de ogen van de regering Reagan in ongerede geraakte situatie in Centraal Amerika en met name Nicaragua en El Salvador.


De eclatante overwinning (met internationale steun) van de linkse Cuba-gezinde Sandinisten in 1979 in Nicaragua was een opsteker voor het Marxistische guerrillafront FMLN in El Salvador dat al geruime tijd verwikkeld was in een bloedige strijd met het reguliere leger en extreem rechtse, wrede doodseskaders. 


Bij de regering Reagan bestond de vrees dat het Sandinistisch succes zich in El Salvador zou herhalen en vervolgens als een Marxistische olievlek over heel Centraal Amerika zou uitbreiden. De regio zou daarmee alsnog in de invloedssfeer van Cuba en de Sovjet Unie komen.


The New York Times schreef indertijd het volgende over de benoeming van Kissinger tot commissie voorzitter.


“Henry A. Kissinger, who will head the Presidential commission on Central America, has already indicated he believes a firm American response is needed in that region to maintain the credibility of the United States in other parts of the world. On the crucial issues that are being debated here and that the commission will be asked to discuss, Mr. Kissinger has made it clear that he opposes any cuts in American military aid to El Salvador and would even approve an American military presence on the Honduran-Nicaraguan border if covert aid to rebels in Nicaragua is no longer feasible.” (the NYT, 19 juli 1983)

En inderdaad de commissie plaatst de geopolitieke belangen van de VS, die zouden samenvallen met garanties voor vrede en stabiliteit in de wereld, boven mogelijke vreedzame opties als democratisering en radicale sociole-economische veranderingen.


“We have stressed before, and we repeat here: indigenous reform movements, even indigenous revolutions, are not themselves a security concern of the United States… What gives the current situation its special urgency is the external threat posed by the Sandinista regime in Nicaragua which is supported by massive Cuban military strength, backed by Soviet and other East bloc weapons, guidance and diplomacy, and integrated into the Cuban network of intelligence and subversion.”  (Kissingen in Central America)


Kissinger was dus na tien jaar niks veranderd. Hij was en bleef een geopolitieke Machiavelli die vond dat militaire steun (openlijk of heimelijk) aan het reguliere leger van El Salvador de enige manier is om de hegemonie van de VS in de regio veilig te stellen. Alles natuurlijk uit naam van de wereldvrede en veiligheid.


Toch besloot verrassend genoeg president Reagan niet langer alleen te wedden op het militaire paard in Centraal Amerika. Hij steunde de presidentsverkiezing in maart 1984 van de Christendemocraat Duarte in El Salvador en in hetzelfde jaar de verkiezingen in Nicaragua. Beide verkiezingen met bijbehorende resultaat betekenden een adempauze in het geweld dat zoveel burgers trof.


Nederland speelde bij de beide verkiezingen een bescheiden rol door middel van verkiezingswaarnemers (de eerste ooit benoemd door de Nederlandse regering). 

maandag 22 juni 2020

BIJ DE DOOD VAN EEN MISLUKTE HELD

Rechts Eden Pastora, alias Comandante Cero. Naast hem zijn vriend én vijand president Daniel Ortega, vroegere held van de Sandinistische revolutie nu een klassieke Latijns Amerikaanse monarchale dictator. Eden Pastora had alles in zich om een tweede Latijns Amerikaanse Che Guevara te worden maar dan fatsoenlijker. Zijn fatsoen gepaard aan een gebrek aan politiek inzicht maakte van hem een mislukte held.

Eden Pastora of  Comandante Cero (Nul) een mislukte revolutionair waar Latijns Amerika zo rijk is, is van de week op 84 jarige leeftijd gestorven. Hij vestigde zijn heldendom in 1978 met de overval op het Nicaraguaanse parlement waar hij parlementsleden incluis familie van dictator Somoza gijzelde. Hij eiste de vrijlating van revolutionairen waaronder Daniel Ortega en Tomas Borge en een half miljoen dollar. Somoza moest buigen voor Commandante Cero die ook nog eens een vrijgeleide kreeg met zijn mannen. Met de branie overval van Cero had de Sandinistische revolutie wereldfaam gekregen.

Een allegaartje van revolutionairen in een trainingskamp van Comandante Cero in Nicaragua dichtbij de Costaricaanse grens. Juni 1979 vlak voor de Sandinistische overwinning. cero hield met zijn legertje een paar duizend militairen van de nationale Garde van dictator Somoza aan het werk waardoor het noordelijk front van de Ortega's meer bewegingsvrijheid had. Foto: petrus nelissen

Toch werd hij niet de held van de Sandinistische revolutie en ook niet van het Nicaraguaanse volk. Hij verloor het van gehaaide politici en pathologische leugenaars voor de goede zaak van de gebroeders Daniel en Humberto Ortega en van de Marxistische dogmaticus Tomas Borge. Die namen na de revolutie in 1979 de leiding van regering, leger en media in handen naar ik aanneem mede georchestreerd door Cuba’s geheime dienst.

Commandante Cero werd vice-minister onder leiding van Minister Tomas Borge van Binnenlandse Zaken. Cero moest buigen voor de macht van Borge die notabene was bevrijd door de Cero’s brutale actie in het parlement. Het duurde nog even voordat het tot Cero doordrong dat hij door zijn Sandinistische vrienden op een zijspoor was gezet en tegelijk deel uitmaakte van een nieuwe linkse dictatuur.

Gewonde Sandinist van het legertje van Cero in een geïmproviseerd ziekenhuis in Las Vueltas, op Costaricaanse grondgebied in de nabijheid van de Nicaraguaanse grens. Costa Rica liet de Sandinisten oogluikend op haar grondgebied toe. Juni 1979. Foto: petrus nelissen

In 1981, twee jaar na de overwinning van de Sandinisten op Somoza, brak hij met de Sandinisten en trok zich terug op zijn voormalige thuisfront aan de grens met Costa Rica waar hij aankondigde een gewapende strijd te beginnen om de revolutie terug op het rechte pad te krijgen. Hierdoor kwam hij tegen wil en dank terecht bij de Contra’s bestaande uit voormalige leden van het verslagen leger van Somoza, die de Sandinisten vanuit het noorden en Honduras bestookten met hulp van de president Reagan. Maar de Amerikanen zagen hem niet staan of hadden het Zuidfront militair niet nodig.

Ondertussen was Cero een doelwit geworden van de Nicaraguaanse regering. In 1984 ontsnapte hij maar net aan een moordaanslag tijdens een door hemzelf georganiseerde persconferentie. Er kwamen 11 mensen om. Cero zelf werd ernstig gewond. In 1986 hield hij het voor gezien en ging in Costa Rica wonen waar hij ook de nationaliteit van aannam. 



Revolutionaire kindsoldaat in het ziuidelijk Sandinistisch front van Comandante Cero. Hij was daadwerkelijk bij de strijd betrokken. Juni 1979. Foto: petrus nelissen


In 1988 sloten de Sandinisten een akkoord met de Contra’s waarna verkiezingen volgden. Cero sloot zich aan bij de Sociaal Christelijke Partij die tot de oppositie behoorde. Tijdens die verkiezingen bleek dat hij naast zijn militaire kapitaal door zijn optreden ook zijn politieke kapitaal onder de bevolking had verspeeld.

Daarop herstelde hij zijn banden met de Sandinisten en kreeg onder de opnieuw gekozen president Daniel Ortega de functie van “Gedelegeerde voor de ontwikkeling van het bekken van de Rivier San Juan”, de rivier waar hij zich altijd thuis voelde. Maar zelfs daar ging het nog mis toen hij meende ten koste van Costa Rica de rivier te kunnen uitbaggeren ter voorbereiding van een kanaal tussen de Atlantische en Stille Oceaan.


Nicaraguaans boerengezin (campsino) in het binnenland op wiens grond het Sandinistisch prilitieve trainingskamp was geïnstalleerd. Juni 1979. Foto: petrus nelissen


Ondertussen was hij een trouwe aanhanger van president Daniel Ortega die zich meer en meer naar Cubaans voorbeeld ontpopte als een absolute monarch van linkse snit. Hij stierf in een ziekenhuis in de hoofdstad Managua aan een longinfectie, vermoedelijk Covid 19. Hij ruste in vrede.

dinsdag 29 september 2015

PROYECTO COSTA RICA 1977-1979 33 (pulpería)

Pulperia El y Ella, Bernabela, Guanacasta, oktober 1978
Elk dorp in Costa Rica heeft een pulperia, een winkel van sinkel waar je van alles kunt kopen. Het is ook meteen een ontmoetingspunt voor de dorpelingen. Je treft ze aan voor de pulperia met of zonder biertje of frisdrank, zittend of staand. de naam van deze pulperia is "Hij en Zij".

Winkelier Pulperia, Bernabela, Guanacaste, oktober 1978
De winkel heeft een schamele inrichting gemaakt van ter plaatse gezaagd hout. De voorraad artikelen houdt ook niet over. Begrijpelijk, want de plaatselijke economie is heel erg klein. Veel inwoners hebben een heel laag geld inkomen. Ze leven van werk als dagloners en van de verkoop van groenten en of fruit langs de weg, melkproducten van hun kleine veestapel en nog wat andere toevallige karweitjes die zich voor kunnen doen.

Klanten Pulperia en Varkentje, Bernabela, Guanacaste, oktober 1978
Als buitenstaander met het opvallende uiterlijk van een vreemdeling word ik nieuwsgierig bekeken maar als ik vraag of ik ene foto mag maken, wordt er altijd vriendelijk gelachen. 

Verlegen Klant Pulperia, Bernabela, Guanacaste, oktober 1978
De jonge lezers zullen zich afvragen waarom ik een zo op het oog oninteressante foto van de voormalige president dictator Somoza van Nicaragua in deze serie heb opgenomen. De reden is eenvoudig. In die periode -oktober 1987 -begonnen de gebeurtenissen in Nicaragua wereldnieuws te worden als gevolg van een revolutionaire burgeroorlog van de zogeheten Sandinisten tegen zijn regime. De Sandinistische revolutionaire leiders waren onverschrokken, brutale en ook vaak nog eens jonge knappe mannen die ideologisch goed gebekt waren. Tegenover hen was Somoza een fantasieloze man in burgerpak met stropdas. 


Praatje op Bananenplantage, Coto Sur, 1978

Bovendien werd hij nog gesteund door de Amerikanen, die door veel al even jonge en mooie mensen in het Westen werden gezien als de ware schuilen van de ellende waarin Nicaragua verkeerde: dictatuur en armoede.  De Amerikaanse mensenrechten president Jimmy carter probeerde er het beste van te maken. Als gevolg van de successen van de Sandinisten in de gewapende strijd tegen Somoza's Nationale Garde, ooit getraind en uitgerust door de VS, zocht hij naar wegen voor een politiek koord tussen de vijanden, maar daar was Somoza met zijn hofhouding noch de Sandinisten van gediend. Het werd zoals zo vaak een alles of niets spel. Uiteindelijk zouden de Sandinisten een jaar later, juli 1979, de volledige overwinning behalen op Somoza, inmiddels met steun van de VS.

Water Halen, Guaitil, Guanacaste, 1978
Na de overwinning van de Sandinisten begon een andere oorlog in Nicaragua en het buitenland, een ideologische oorlog tussen links en rechts, tussen socialisme, communisme a la Cuba en de democraten, de Noord Amerikanen, teleurgestelde Sandinisten en de indiaanse bevolking aan de Nicaraguaanse west kust. Jimmy Carter's opvolger president Ronald Reagan, een ouderwetse communistenvreter, greep hardhandig in door de zogenaamde contra's te bewapenen. Uiteindelijk moesten de Sandinistische leiders met tegenzin eerlijke en geheime verkiezingen organiseren. Het was gedaan met hun politieke monopolie en hun socialistisch project a la Cuba. 

President Diktator Somoza van Nicaragua op TV, oktober 1978