Posts tonen met het label neiva. Alle posts tonen
Posts tonen met het label neiva. Alle posts tonen

vrijdag 30 september 2022

68. HET BELOOFDE LAND. HOE HOUDBAAR IS COLOMBIAANSE DEMOCRATIE?

 

Koffieplukkers. Colombia 1980

Dankzij Fernando kan ik alsnog een bezoek brengen aan Neiva om politici van de Conservatieve partij te interviewen waarmee zijn vader bevriend is. Net als zijn vader zijn het vooral grote koffieboeren. 

De koffie is net als de banaan een geslaagd landbouwproduct geschikt voor de export. Terwijl bananenplantages voornamelijk in buitenlandse -Amerikaanse - handen zijn, is de koffieproductie in handen van Colombianen.

De grotere koffieboeren zoals de vader van Fernando hebben arbeiders in dienst. Elke zaterdag worden die bij Fernando thuis door zijn vader persoonlijk uitbetaald. Ze wachten in de huiskamer van waaruit ze een voor een naar het kantoortje worden geroepen om hun weekloon te ontvangen. Het gevolg is een rechtstreekse band is tussen werkgever en zijn arbeiders en dat maakt de relaties persoonlijker.

Zo persoonlijk dat ouders van een pasgeboren kind wel eens hun werkgever, tevens landheer vragen om peter te zijn van hun pas geboren kind. Het kind krijgt daardoor een belangrijke beschermheer en als het kan ook nog een beschermvrouw in de persoon van de vrouw van de landeigenaar.

Landeigenaren worden ook vaak betrokken bij de viering van de eerste communie, huwelijk of andere plechtigheden gebruikelijk op het platteland.

Mijn interviews, meer open gesprekken met een vast patroon van kernvragen, voegen weinig meer toe aan mijn onderzoek. Ik heb de partijstructuur en partijcultuur van beide partijen, die teruggaan tot aan de onafhankelijkheidsoorlog aan het begin van de negentiende eeuw, in kaart gebracht. 

De beide partijen zijn de grondleggers van de onafhankelijkheid van Colombia en van democratische instellingen. Als partijen van de voormalige Spaanse elite hadden ze tot na de Tweede Wereldoorlog, die weinig impact heeft gehad op Colombia, weinig oog voor sociaal onrecht en armoede. 

Dat veranderde onder invloed van opkomende sociale bewegingen van diverse strekkingen. Als partij van de landheren bleef de Conservatieve partij vooral de belangen behartigen van de landheren. Binnen de Liberale partij daarentegen, een meer stedelijk georiënteerde partij, ontstond een linkervleugel beïnvloed door socialistische en communistische ideeën.

De gewelddadige strijd tussen de beide partijen om de macht in de periode van La Violencia en de militaire staatsgreep van generaal Rojas Pinilla, was een harde les om terug te keren naar een vorm van vreedzame democratische strijd om de macht. 

De pacificatie van de twee partijen leidde niet tot een pacificatie van het hele land. Aan beide kanten van het politieke spectrum blijven tot op de dag van vandaag gewelddadige groepen actief, gevoed door de spanningen ten gevolge van het heersende sociaal onrecht en armoede.

De vraag is of het Colombiaanse politiek democratische systeem zich in de toekomst zal weten te handhaven of uiteindelijk toch ten onder zal gaan aan het geweld op de flanken, dat van de linkse guerrillagroepen en de rechtse gewapende groepen en doodseskaders van de landeigenaren met daar tussen het nationale leger.

(wordt vervolgd)

vrijdag 5 augustus 2022

60. HET BELOOFDE LAND. DIARREE

 

 

We reizen met een slee van een taxi naar Bogotá

Om negen uur komt buurman Alfonso ons halen met zijn vrachtwagentje met laadbak ofwel pick-up. We rijden eerst langs naar zijn land om zijn bevloeiingsyteem te bewonderen. Ik heb er geen verstand van maar Alfonso is er erg trots op. Zonder bevloeiing is het onmogelijk om hier rijst te planten, zoveel is me deze dagen wel duidelijk geworden. 

Bij de uitgang van zijn finca hangt een dode giftige slang van wel een meter lang over het hek. Iemand heeft hem doodgereden en daarna over het hek gehangen. We stoppen even om hem te bekijken. Een slangekop blijft fascinerend. Met zo een kop moet je wel een dodelijk gevaarlijk roofdier zijn. Het is het vlees geworden kwaad. En dan is dit nog maar een kleintje. Ze houden zich schuil in het hoge dorre gras om dodelijk toe te slaan zodra zich een muis, rat of ander ongedierte langs komt. Voor mensen is het aan te raden om laarzen aan te hebben als je over het land loopt. Een beet kan dodelijk zijn als je er niet op tijd bij bent met tegengif. De natuur is hier wreder dan in Nederland. Daar kom je geen kwaad willende dieren meer tegen. Wij hebben Nederland getemd, heel Nederland is één grote huisdierenkamer.

Ik heb last van iets anders wat naar ik veronderstel niet dodelijk zal zijn maar wel genant en vervelend. Het rommelt af en toe flink in mijn buik en darmen. Dat gebeurt wel eens vaker maar vandaag meer dan ik gewend ben. Ik vrees dat het ongebruikelijk eentonige eten, het vele water en de aguardiente teveel zijn geweest voor mijn tere Nederlandse gestel.

Roberto en Humberto hebben nog plannen in Neiva. Ze houden daar nog een paar dagen vakantie. Wij nemen deze keer in plaats van de bus een taxi naar Bogotá. Dat is zelfs voor ons met onze schaarse geldmiddelen betaalbaar. Het is veel comfortabeler en sneller dan een volksbus. Dat zijn boemelbussen die voor elke passagier langs de weg stoppen. Dan ben je uren langer onderweg dan in zo een taxi. 

Dat zou me trouwens fataal geworden zijn zo blijkt een uurtje later in de taxi.  Het gerommel in mijn buik gaat over in fikse maagkrampen.  In Colombia een bekend fenomeen, voor mij de eerste keer. De terugweg wordt een marteling. Ik probeer met stevig dicht geknepen billen achterin op de bank de boel binnen te houden. Stoppen is geen optie op de slingerweg naar boven, naar de hoogvlakte van Bogotá.

Wonder boven wonder hou ik het tot de deur van ons appartement vol. Vanaf de voordeur neem ik een run naar de WC waar ik het eerstvolgende uur niet meer vanaf kom. Zodra ik probeer eraf te komen, begint het opnieuw. Mijn lijf wordt leeg gespoeld. Zo een heftige diarree kan ik me niet heugen. Zodra ik kan bewegen zonder weer te moeten, ga ik onder de douche. Dat brengt verlichting maar ik merk nu ook pas hoe beroerd ik me voel, buikpijn en hoofdpijn tegelijk. 

Ik weet niet wie ervoor gezorgd heeft maar op een gegeven moment staat er een arts naast de bank waar ik beroerd op lig te wezen. Na een kort onderzoek schrijft hij medicijnen voor. Zijn verklaring voor mijn beroerde toestand is dat ik waarschijnlijk bacterieel ernstig verontreinigd water heb gedronken of niet goed schoon gemaakt fruit of groenten. Wat natuurlijk allemaal goed mogelijk is. Ik vertrouwde op de gastvrouw en heer als het om eten en drinken ging. 

Dora denkt dat ik nooit de aguapanela, huisgemaakt suikerwater van een blok gebrande suiker van suikerriet, had moeten drinken. Volgens haar kwam het water direct uit de beek en werd onvoldoende gekookt voordat het in de koelkast als frisdrank werd gezet. Ons huismeisje Gladys, heel bezorgd over mijn toestand,  komt terug met medicijnen van de apotheek om de hoek. Ik val in  slaap. Om een uur of negen word ik wakker. Ik voel me een beetje beter. Het gaat de goeie kant op. Ik kruip in mijn bed.  

(wordt vervolgd)

vrijdag 22 juli 2022

58. HET BELOOFDE LAND. DE EZEL

Onze gastvrouw Helena op de finca, klaar om een bad te nemen in de beek.

 

Om een uur of tien is het niet meer uit te houden in de tent. Er zit niks anders op dan op te staan en met nieuwe moed aan de dag beginnen. Vandaag staat er nog niks op het programma. Het is mogelijk dat we de dag eindeloos lusteloos in huis gaan doorbrengen. Een andere beschutting tegen de zon is er niet. 

Uit verveling gaan wij de jongens in het nabij gelegen dorp Hobo aguardiente kopen. De meisjes blijven thuis. Sinds we op de boerderij zijn, is het avontuurlijke bij Cielo er af. Of is het Oscar die haar verbied mee te gaan? Dora kan niet mee vanwege een opgezwollen voet. Sinds ze haar voet verstuikt heeft tijdens het enquêteren voor het Nijmeegs polemologisch instituut in de Noord- Oost polder heeft ze regelmatig last van een opgezwollen voet. Teveel inspanning en warm weer zijn funest. 

Bij terugkomst staat de ezel als het ware ons op te wachten aan het hek van de ingang van de finca. Oscar altijd goed voor een waagstukje probeert er met een zwaai op te gaan zitten maar dat mislukt. De ezel heeft deze keer geen zin in Oscar’s bravoure. Humberto is er als de kippen bij om zijn kans te wagen.

Onder de indruk van het gewicht van Humberto zet de ezel een paar stappen vooruit. Lang duurt dat niet. Hij staat ineens stokstijf stil zoals een ezel stil kan staan. Daar had de triomfantelijk zittende Humberto niet op gerekend. Hij valt met een harde klap op de grond. We lachen hem nog net niet uit maar het was een dom gezicht. Humberto loopt door alsof er niks gebeurd is. Zijn reputatie is er niet beter op geworden. 

De avond brengen we opnieuw door met eenvoudige gezelschapsspelen. Buurman tevens huisvriend Alfonso doet mee. De sfeer is gezellig dankzij de aguardiente maar de vermoeidheid van de visnacht zit nog in ons lijf. Om negen uur gaan we naar bed. Tot onze verbazing blijft iedereen dan toch binnen  slapen. Alleen Dora en ik gaan naar de tent. Ook goed, hebben we het rijk alleen.

Als je eenmaal bevangen wordt door een verlangen naar huis, deugt niks meer: de eeuwig rond zoemende muggen, het eentonige eten, de hitte, het gebrek aan een goed gesprek en vooral geen initiatieven meer om wat te ondernemen. Uit respect voor onze gastvrouw en heer en voor Oscar en Cielo heb ik niet over naar huis gaan gepraat. Maar nu komt het gelukkig dan toch ter sprake. We vertrekken overmorgen naar Neiva. Buurman Alonso zal ons met zijn pick-up brengen. Vandaag nog een hele dag in huis doorbrengen. Hoe gaan we dat doen?

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 6 mei 2022

47. HET BELOOFDE LAND. SAN AUGUSTIN

.Links zit Roberto nog bezig met wakker worden, dan Dora die een sinaasappel eet, Oscar bakt de patacanos (plat geslagen stukjes bakbanaan) en Cielo drinkt thee.

 

En daar gaan we weer. Na de nachtbus, ontbijt en bank wacht ons de tocht naar San Augustin, nog eens vijf tot zes uur rijden. Maar voordat we verder gaan, slaan we twee flessen Vuurwater is, de letterlijke vertaling van Aguardiente, dé nationale jenever van Colombia. Geen water voor mannen met slappe knieën.  Na veel geharrewar en onderhandelen nemen we een taxibusje dat ons voor 50 peso per persoon, dat is nog geen 3 dollar, naar San Augustin rijdt. De weg volgt zo goed en kwaad als het kan de Rio Magdalena, op deze hoogte vooral een flinke bergbeek. Het doet een beetje Zwitsres aan met een wat ruiger landschap en een minder onderhouden asfaltweg.

Langzaam maar zeker rijden we omhoog het gebergte in. Daarboven ergens ligt het stroomgebied met beken, watervalletjes en sloten van  de Rio Magdalena die over meer dan duizend kilometer uitgroeit tot de langste en machtigste rivier van Colombia om bij de havenstad Baranquilla majestueus uit te monden in de Atlantische Oceaan, de haven waar we nog tijdens de Paasdagen voor anker hebben gelegen. 

Even buiten het dorp, in een weiland op een zacht glooiende helling, pakken we onze rugzakken uit te beginnen met de tent. Ik ben weer de verkenner die ik in mijn middelbare schooljaren was. Ik zie de bekende in elkaar passende lichte aluminium pannetjes met losse greep voor op het houtvuur, de tent met tenthamer, tentharingen en scheerlijnen, de opvouwbare schop, de slaapzakken enz. Oscar heeft zelfs gedacht aan een dolk voor mij.  Ik hang hem aan mijn riem alsof hij daar nooit is weg geweest. 

Terwijl Cielo, Humberto en ik samen naar beneden in het dorp eten gaan kopen, richten Oscar, Krullebol en Roberto de tent in, leggen een vuur aan waarop we straks ons eten kunnen klaarmaken. Ons avondeten wordt rijst, aardappelen, bonen, platanos (bakbananen), suiker en zout. Het is met eten net als met slapen. Als je de hele dag buiten bent dan smaakt alles lekker, hoe eenvoudig het ook is klaar gemaakt. Cielo belt in de winkel naar huis om te melden waar we zitten en dat alles oké is. Nu voel ik me pas echt een kleine avonturier net als toen bij de verkenners.

Voor het slapen gaan, regelt Cielo de slaaporde. Ze mag dan een stoere vrouw zijn met gelakte nagels en zorgvuldig gekapte haren die niet maalt om met een rugzak te lopen over smalle bergpaadjes, ze wil beslist niet naast een vreemde man slapen, ook al slaapt ze in een slaapzak. Zodoende blijven er twee mogelijkheden over. Of zij slaapt helemaal vooraan bij de opening van de tent of helemaal achteraan met naast haar Oscar. Maar rekening houdend met dat ook Krullebol niet graag naast een vreemde man slaapt, stelt Cielo voor dat de twee meisjes tussen ons, d.w.z. Oscar en mij slapen. Prima idee. Oscar aan de voorkant van de tent, ik in het midden van de tent met links van Roberto. Humberto is onze bewaker achterin de tent.

Ik heb aan slapen in een tent heel goede herinneringen. Niet meer dan dundoek scheidt je van de buitenlucht, het geruis van de wind in de bomen, de geur van gras en groen, de geluiden van dieren en ’s morgens vroeg het zingen van de vogels.  Als het hard waait voel je meer wind. Als het regent ruik je de aarde, bloemen en struiken. Het is als ben je in een sprookje. Heel even in een andere wereld dan die van steen, asfalt, verkeer en mensen.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 29 april 2022

46. HET BELOOFDE LAND. NEIVA

 

Humberto (staand) en Oscar zetten de tent op.

Oscar laat er geen gras over groeien. Hij zorgt samen met zijn lijfwachten voor tenten, kampeerspullen en rugzakken. Binnen drie dagen vertrekken we. Dinsdagavond worden we om tien uur verwacht bij Oscar thuis waar we de nacht zullen doorbrengen zodat we ’s morgens vroeg kunnen afreizen naar ons eerste reisdoel de stad Neiva, hoofdstad van Huila (spreek uit Wiela). Van slapen komt niks, ’s morgens vroeg blijkt een uur in de nacht te zijn. Een van de weinige keren dat een afspraak te vroeg is in plaats van te laat. Om bestand te zijn tegen de lange busreis eten we vooraf een eenvoudige doch voedzame maaltijd van bonen, rijst en linzen.

Terwijl we met z’n vieren in een taxi, een slee van Amerikaans formaat, dwars door de straten van de verlaten miljoenenstad rijden langs vergeefs knipperende stoplichten, word ik overvallen door big city blues, een cocktail van gevoelens van eenzaamheid, melancholie, geluk en verdriet. Per slot van rekening moeten we straks terug naar Nederland. Zullen we onze vrienden daarna nog ooit terug zien? Niettemin overheerst het geluksgevoel.

We vertrekken met een pullman slaapbus van de busmaatschappij met de toepasselijke naam Flota Magdalena. De bus zit vol. Er reizen veel mensen of er zijn te weinig bussen. Hoe dan ook, de bus is het enige openbare vervoermiddel, ook voor de lange afstand en ook al wordt er heel wat minder gereisd dan in Nederland er zijn toch altijd genoeg mensen die op reis moeten of willen. Vliegen kan slechts een heel kleine groep welgestelden betalen.

Daarom ook rijden de godganselijke dag bussen af en aan door de straten van Bogotá. Ze krioelen als mieren door elkaar en bezetten de helft van de immens brede zevende straat. Terwijl de een optrekt, stopt de ander soms pal voor de neus van de optrekkende bus zodat er plotseling geremd wordt.  Terwijl de een optrekt, moet de ander uitwijken zodat de bus op de baan naast hem ook al plompverloren moet remmen.

Je zou verwachten dat er tientallen botsingen zijn in de loop van de dag of dat er regelmatig passagiers die over de straat rennen om nog een bus te halen worden aangereden. dat valt mee al gebeuren er natuurlijk wel ongelukken maar de buschauffeurs zijn zeer behendig in het manoeuvreren in de colonne van hectisch verkeer en tegelijk passagiers op of uit te laten stappen. Van een afstand is het net een groot kruipend dier met lichaamsdelen die ogenschijnlijk chaotisch bewegen maar uiteindelijk er toch in slagen vooruit te komen. In Nederland zou een dergelijke geïmproviseerde verkeerschaos rampzalige gevolgen hebben.

Het lukt ons om in de bus te slapen. Een kwestie van moe genoeg zijn. Om een uur of zes uur in de ochtend stappen we uit op een busstation in Neiva. We strekken onze benen en zoeken een restaurantje in de buurt op om er op z'n Colombiaans te ontbijten met bonen, arepas (kleine maïs-pannekoekjes) en witte kaas.
We hangen wat rond tot de banken opengaan. Ik moet nog veertig Amerikaanse dollars wisselen voor de reis. 

Geld wisselen in Colombia is niet gemakkelijk. Het is een complexe administratieve aangelegenheid. Colombiaanse peso’s zijn niet zoals guldens en dollars vrij verhandelbaar. Maar met Oscar erbij loopt alles soepel bij de Banco Republica. Als zoon van een bekende politicus uit Neiva gaan alle deuren voor hem open in dit geval zelfs de deur van de directeur van de bank.


Opgetekend woensdag 28 juli 1971

(wordt vervolgd)

vrijdag 22 april 2022

45. HET BELOOFDE LAND. KAMPEREN

Foto impressie van een Colombiaans dorpje in de bergen.

 

Nu we toch bezig zijn de toerist te spelen, zouden we graag nog meer van het land willen zien, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Veel geld hebben we niet, niet om een grote reis te maken terwijl Colombia een groot land is, ongeveer zo groot als Frankrijk en Spanje samen. Het is geen Nederland waar je in een dag van noord naar zuid kunt rijden. 

Natuurlijk, een bezoek aan een toeristenplaatsje als Villa De Leyva kan altijd maar erg bevredigend is dat niet behalve als je onderweg nog wat interessante dingen tegenkomt zoals de vindplaats voor fossielen. Dat is op zich een klein avontuur. De Nederlanders die we tegenkomen, vinden dat de zoutkathedraal van Zipaquirá de moeite waard is om te bezoeken. Niet ver weg en toch leuk. Maar van ons hoeft dat niet. Te toeristisch en te weinig zeggend over het land en zijn bewoners. 

Als we ons erbij hebben neergelegd dat er geen reis door het land inzit, komt Oscar zo maar ineens uit de lucht vallen met het voorstel om een kampeertocht naar het zuiden van Colombia te maken.  Dat je in Colombia zou kunnen kamperen is nooit bij ons opgekomen. We doen niks liever en volgens Oscar is het geen enkel probleem. Oscar is net als ik bij de verkenners geweest en heeft daar hetzelfde geleerd als ik, tent opzetten, eten koken op en zelf gemaakt vuur, een poepdoos maken en meer van die dingen die je nodig hebt om staande te blijven in de natuur.  Hij houdt van kamperen net als wij.

Ons reisdoel is wat Oscar noemt de “estrecho del Rio Magdalena” in het ten zuiden van Bogotá gelegen departement Huila. Daar hoog in bergen dicht bij de bronnen en de beken die het beginpunt van de Rio Magdalena zijn, is de rivier ongeveer een meter breed. Niet ver daar vandaan ligt bij het dorp San Augustin het archeologisch park San Augustin, waar we nog nooit van gehoord hebben, maar dat zeker de moeite waard is om te bezoeken. Daarna gaan we een paar dagen naar de finca (boerderij) van zijn neef  in het binnenland. Ter afsluiting logeren we ook nog bij zijn ouders in Neiva waar ik, als ik dat wil enkele politici, tevens vrienden of bekenden van zijn vader, kan interviewen. 

Zijn vrouw Cielo en zijn twee trouwe vrienden Roberto en Humberto gaan mee.  Het valt me mee van Cielo dat ze mee gaat. Ze leek me een beetje verwende vrouw die graag comfort om zich heen heeft, haar kleren en make-up op orde, de nagels gelakt en de haren gekapt maar ze ziet niet op tegen het dragen van ene rugzak, in een tent slapen met meer mannen, buiten eten koken en een eind lopen. Nu snap ik waarom Oscar zo gek op haar is. Ze mag er dan altijd op en top uitzien, ze is ook niet bang om haar handen uit de mouwen te steken of zelfs vuil te maken.

(wordt vervolgd)