Posts tonen met het label verkenners. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verkenners. Alle posts tonen

vrijdag 22 april 2022

45. HET BELOOFDE LAND. KAMPEREN

Foto impressie van een Colombiaans dorpje in de bergen.

 

Nu we toch bezig zijn de toerist te spelen, zouden we graag nog meer van het land willen zien, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Veel geld hebben we niet, niet om een grote reis te maken terwijl Colombia een groot land is, ongeveer zo groot als Frankrijk en Spanje samen. Het is geen Nederland waar je in een dag van noord naar zuid kunt rijden. 

Natuurlijk, een bezoek aan een toeristenplaatsje als Villa De Leyva kan altijd maar erg bevredigend is dat niet behalve als je onderweg nog wat interessante dingen tegenkomt zoals de vindplaats voor fossielen. Dat is op zich een klein avontuur. De Nederlanders die we tegenkomen, vinden dat de zoutkathedraal van Zipaquirá de moeite waard is om te bezoeken. Niet ver weg en toch leuk. Maar van ons hoeft dat niet. Te toeristisch en te weinig zeggend over het land en zijn bewoners. 

Als we ons erbij hebben neergelegd dat er geen reis door het land inzit, komt Oscar zo maar ineens uit de lucht vallen met het voorstel om een kampeertocht naar het zuiden van Colombia te maken.  Dat je in Colombia zou kunnen kamperen is nooit bij ons opgekomen. We doen niks liever en volgens Oscar is het geen enkel probleem. Oscar is net als ik bij de verkenners geweest en heeft daar hetzelfde geleerd als ik, tent opzetten, eten koken op en zelf gemaakt vuur, een poepdoos maken en meer van die dingen die je nodig hebt om staande te blijven in de natuur.  Hij houdt van kamperen net als wij.

Ons reisdoel is wat Oscar noemt de “estrecho del Rio Magdalena” in het ten zuiden van Bogotá gelegen departement Huila. Daar hoog in bergen dicht bij de bronnen en de beken die het beginpunt van de Rio Magdalena zijn, is de rivier ongeveer een meter breed. Niet ver daar vandaan ligt bij het dorp San Augustin het archeologisch park San Augustin, waar we nog nooit van gehoord hebben, maar dat zeker de moeite waard is om te bezoeken. Daarna gaan we een paar dagen naar de finca (boerderij) van zijn neef  in het binnenland. Ter afsluiting logeren we ook nog bij zijn ouders in Neiva waar ik, als ik dat wil enkele politici, tevens vrienden of bekenden van zijn vader, kan interviewen. 

Zijn vrouw Cielo en zijn twee trouwe vrienden Roberto en Humberto gaan mee.  Het valt me mee van Cielo dat ze mee gaat. Ze leek me een beetje verwende vrouw die graag comfort om zich heen heeft, haar kleren en make-up op orde, de nagels gelakt en de haren gekapt maar ze ziet niet op tegen het dragen van ene rugzak, in een tent slapen met meer mannen, buiten eten koken en een eind lopen. Nu snap ik waarom Oscar zo gek op haar is. Ze mag er dan altijd op en top uitzien, ze is ook niet bang om haar handen uit de mouwen te steken of zelfs vuil te maken.

(wordt vervolgd)
 

dinsdag 15 mei 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 40

Huiskamerfeestje 1963

Ondertussen blijven mijn  buurjongen J. en ik bevriend alsof er niets tussen ons is gebeurd. Ook dit jaar weer gaan we als goede vrienden samen met de rest van van de verkenners op zomerkamp. Deze keer fietsen we met z’n allen naar het Limburgse Arcen. Onze plunjezakken worden met een apart vrachtautootje gebracht. Het tentenkamp ligt midden in een bos in de buurt van een groot gebouw, waarschijnlijk een kostschool. Het gebouw ligt er eenzaam en verlaten bij, ’s avonds zelfs een beetje spookachtig bij het licht van onze zaklampen. 

Op een van de laatste kampdagen maken we met de Vossenpatrouille de gebruikelijke trektocht. Met rugzakken op, stafkaarten van de omgeving en een kompas trekken we de hele dag door velden en wegen rond Arcen. Aan het einde van de dag zijn we nog lang niet moe en misschien is dat wel de reden waarom we pardoes een café langs de rijksweg binnenstappen.

Zoiets doe je namelijk niet als verkenner. In het handboek Verkennen voor Jongens van Baden-Powell staat niets over café’s. Ze staan ook nooit op het activiteitenprogramma. Ondanks dit alles stappen we met onbevreesd gemoed  over de drempel. We bestellen een glas bier, onwennig maar zelfverzekerd. Het bier smaakt prima. We bestellen er nog een. Nu weten we zeker dat we dit nog vaker zullen doen.

Het wordt een compleet feest als we in een hoek van het café een flipperkast ontdekken. Die moet er ook aan geloven. Voor een dubbeltje stoten we met een trekveer 3 stalen ballen de kast in. Die rollen vervolgens naar beneden, links en rechts stotend en botsend tegen allerlei obstakels die geluiden maken en lichtjes doen opbranden voor ons. Onze eerste echte flipperervaring!

Voor ons staat fel verlicht een jonge, mooie vrouw in badpak waar omheen onbegrijpelijke cijfers en symbolen oplichten. Er gebeurt van alles maar niemand van ons begrijpt er wat van. We zien en horen een nieuwe wereld van toeval en geluk.  Patrouillelid P. wordt ernstig ongerust. Zijn ouders hebben hem nog zo gewaarschuwd. Die flipperkasten zijn verslavend. Misschien is dat wel waar maar ons geld is op dus zit er niks anders op dan te vertrekken. Ervan bewust dat we net een historische stap gezet hebben in een nieuw leven, lopen we zingend verder naar het tentenkamp:

“Als de Kerels te gare zijn. 
Doedle bomle rom dom dom. 
Wat liedje moet er gezongen zijn? 
Doedle rom dom dom! 
’t Kerelslied, ’t kerelslied, 
Doedle bomle rom dom dom, ’
t Kerelslied, ’t kerelslied, 
Doedle rom dom dom.”

(verschijnt elke dinsdag)



(verschijnt elke dinsdag)

dinsdag 10 april 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 35

De Vossenpatrouille aan de maaltijd.
We kunnen van alles maar van meisjes weten we niks.

Als twee goede vrienden verkennen J. en ik niet alleen bos en hei maar ook de meisjeswereld. We doen dat op de fiets. Niks zo handig om ergens te komen als de fiets. ’s Avonds na gedaan huiswerk fietsen we geregeld naar de twee zusjes H. De fiets is meteen ook onze steunpilaar. Zittend op de fiets met een been op de stoeprand met de handen op het stuur of voorover gebogen met de ellebogen leunend op het stuur voeren we uitbundige gesprekken met de meisjes en andere vrienden. Onze vriend R. is vereerd met al de aandacht voor zijn  twee schone zusjes.

Geen van allen zijn we bekend met de meisjeswereld. Wij jongens hebben zo onze vermoedens over het een en ander maar hoe de vork nu precies in de steel zit bij meisjes is nog een raadsel. Het ontbreekt ons aan veel details en aan een manier van aanpak. We kennen de rolmodellen van vader en moeder van jongs af aan en daar leer je weliswaar een hele hoop van maar toch hoofdzakelijk praktische zaken. Over het hoe en waarom van meisjes leren we niks als je dan ook nog geen zus hebt, ben je helemaal gehandicapt.

Van mijn vader heb ik als kleine jongen van 3 jaar leren fietsen. Daarna heb ik geleerd een fietsband te plakken, het stuur recht te zetten, het licht te maken en zelfs trappers te verwisselen. Ik ben met hem op de fiets wezen vissen in de Maas. Ik heb van hem leren fietsen door bossen en polders en ver weg van huis naar de dierentuin in Rhenen of op bedevaart naar het dorpje Zeeland. Op zondagen neemt hij me mee naar voetbal- of wielwedstrijden. Ik krijg wekelijks zakgeld. Allemaal praktische zaken die je in het leven nodig hebt, maar over meisjes leer ik niks van hem.

Mijn moeder leert mij boodschappen te doen op de fiets met de boodschappentas aan het stuur met daarin een portemonnee met boodschappenbriefje. In de Spar kennen de vrouwen mij en geven me een stukje worst bij de snijwaren. Ze leert me netjes te zijn op mijn spullen,, mezelf goed te wassen, ook mijn oren en onder mijn armen." Ze leert mij aankleden, tanden te poetsen, ontbijten met brood en Brinta en niet te vergeten mijn schoenen uit te doen bij thuiskomst. Allemaal praktische zaken voor dagelijks gebruik tot op de dag van vandaag, maar over meisjes leert ze me niks.

Bij de katholieke verkenners leer ik op kamp en tijdens weekeinden in de bossen van alles over koken en keuken onderhoud. Ik leer aardappels schillen, vlees in boter bakken, melk koken voor de havermout, soep maken en thee zetten. Ik kook op een houtvuur waar ik zelf hout voor heb gesprokkeld. Ik leer vuur aanmaken als het regent of hard waait. Ik leer aluminium borden en pannen af te wassen, niet met Dreft maar met duurzaam zand en water uit de beek of onder de handpomp, maar over meisjes leer ik niks.

(verschijnt elke dinsdag)