Posts tonen met het label humberto. Alle posts tonen
Posts tonen met het label humberto. Alle posts tonen

vrijdag 15 juli 2022

57. HET BELOOFDE LAND. VISSEN

 

Humberto heeft er geen moeite mee de dag in een luie stoel door te brengen.

In de middag komt van Oscar de vraag of ik zin heb om vannacht mee te gaan vissen. Zijn vraag komt precies op tijd. Alles is welkom als ik maar wat te doen heb. Ik ben geen visser geweest, nooit naar getaand ook ondanks pogingen van mijn vader om mij deze sport jong te leren. Het was aan mij niet besteed. Een hele middag aan de Maas zitten, turend naar een dobber was teveel gevraagd.

Om negen uur het is dan al tropisch donker, vertrekken we. Dora gaat ook mee. Ze wil dit meemaken en ook voor haar is alles beter dan je vervelen. Voor ons vertrek smeren we ons goed in met anti-muggen spul. Wat volgt is een moeizame tocht in het schemerdonker door velden, onder prikkeldraad door, langs lege sloten en beekjes. Maar zoals gezegd, alles beter dan je vervelen.

Onderweg worden we al flink gepikt door alsmaar zoemende muggen om ons heen. Ik volg de raad van Oscar op een sigaret op te steken. Rook verdrijft de muggen. Voor het eerst van mijn leven zie ik vuurvliegjes, tientallen. Piepkleine lichtpuntjes dansen om ons heen. Ze verdwijnen plotseling en dan floept er weer een aan, zo maar vlak voor je neus. Het is een wisselend schouwspel van oplichtende puntjes in de diepe duisternis van de nacht. Een wonder van de natuur.

Als aas gebruiken we kleine visjes die Oscar 's morgens gevangen heeft in de beek naast het huis. Ik heb nog nooit een vis gevangen en nu ben ik de eerste die er een vangt. In het pikkedonker nog wel. Ik haal hem op de kant en doe hem in de emmer. Ik had nooit kunnen vermoeden dat ik nog eens de reputatie zou verwerven van visser. Voor de rest van de nacht vang ik niks meer.

De anderen hebben net zo weinig geluk. In totaal vangen we met z'n vijven vier vissen. Oscar vangt de grootste. Door zijn enthousiasme zwaait hij zo hard met zijn hengel dat de vis van de angel het donkere gras in vliegt. Met z'n allen zoeken we al rokend met zaklampen aan naar Oscar's vis. Vroeg in de ochtend zeulen we nog steeds sigaretten rokend met de emmer vissen huiswaarts waar we een gat in de dag gaan slapen.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 8 juli 2022

56. HET BELOOFDE LAND. VERVELING

 

Roberto zit op z'n dooie gemak een sigaretje te roken.

De volgende dag staan we weer met de zon op. Dat moet wel want zodra de zon boven de horizon klimt, wordt het te warm in de tent. Ook nu wassen we ons in natuurwater, in dezelfde beek als waar Oscar en ik gisteren water uit hebben gehaald. Het snel stromende water is fris en helder genoeg om je erin te wassen en je tanden mee te poetsen maar meer ook niet. Je weet niet wat er in dit natuurwater zit. Stroomafwaarts staan er wat koeien in te dabberen. Misschien is dat stroomopwaarts ook wel het geval. Je moet het water eerst koken voor je het kunt drinken.

Vandaag hebben we de luxe dat we binnen aan tafel kunnen ontbijten met  brood en beleg. In plaats van de hele morgen bezig te zijn met hout zoeken en vuur maken wat zijn charme heeft, hoeven we nu niet veel te doen behalve de afwas. Dat is wel het minste waar we onze gastvrouw mee van dienst kunnen zijn. Verder hebben we geen plannen. Rond de boerderij valt weinig te beleven bovendien is het daar te heet voor. Het huis ligt midden in de zon te branden. Geen boom om in zijn schaduw te gaan zitten.

Helena en Carlos hebben zo hun eigen besognes. We zien ze de hele dag niet. Zijn ze met de koeien bezig, het land op? Wij rommelen maar wat aan in huis of op de veranda die gelukkig met horgaas is afgesloten anders zou je het begeven onder de zancudos. Er is tijd om bij te praten maar veel is het niet. Daar is het nog teveel dag voor. Oscar en Roberto wisselen elkaar af met tokkelen op de gitaar. 

We hangen de hele tijd maar wat rond in huis. We zijn tijd aan het doden met niks doen. De teamgeest wordt ingeruild voor verveling en dat verandert ons groepje. Cielo praat minder met Dora en keert in zichzelf. De verveling werkt Oscar op z'n zenuwen. Ik hoor hem Cielo bevelend en bazig toespreken. Is dit de oude Latijnse macho in Oscar, iets waarvan ik dacht dat hij daar niet aan leed.

Tot overmaat van ramp begint Humberto, die meestal ligt te dutten in een schommelstoel op de veranda, opdringerig flauwe moppen te tappen. Misschien vindt hij dat dit zijn kans is om ook eens van zich te laten horen. Roberto blijft de kalme zichzelf, hij hangt op een stoel of niets hem nog tot bewegen kan brengen behalve een sigaret opsteken, zo af en toe. Niettemin kan ik met hem nog wel een praatje maken over Colombia, zijn studie of zo. Roberto waagt zich niet aan een gesprek dat ergens over gaat. Alles is hem gelijk, niets verstoort de trage loop van zijn tijd, nu ook onze tijd.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 29 april 2022

46. HET BELOOFDE LAND. NEIVA

 

Humberto (staand) en Oscar zetten de tent op.

Oscar laat er geen gras over groeien. Hij zorgt samen met zijn lijfwachten voor tenten, kampeerspullen en rugzakken. Binnen drie dagen vertrekken we. Dinsdagavond worden we om tien uur verwacht bij Oscar thuis waar we de nacht zullen doorbrengen zodat we ’s morgens vroeg kunnen afreizen naar ons eerste reisdoel de stad Neiva, hoofdstad van Huila (spreek uit Wiela). Van slapen komt niks, ’s morgens vroeg blijkt een uur in de nacht te zijn. Een van de weinige keren dat een afspraak te vroeg is in plaats van te laat. Om bestand te zijn tegen de lange busreis eten we vooraf een eenvoudige doch voedzame maaltijd van bonen, rijst en linzen.

Terwijl we met z’n vieren in een taxi, een slee van Amerikaans formaat, dwars door de straten van de verlaten miljoenenstad rijden langs vergeefs knipperende stoplichten, word ik overvallen door big city blues, een cocktail van gevoelens van eenzaamheid, melancholie, geluk en verdriet. Per slot van rekening moeten we straks terug naar Nederland. Zullen we onze vrienden daarna nog ooit terug zien? Niettemin overheerst het geluksgevoel.

We vertrekken met een pullman slaapbus van de busmaatschappij met de toepasselijke naam Flota Magdalena. De bus zit vol. Er reizen veel mensen of er zijn te weinig bussen. Hoe dan ook, de bus is het enige openbare vervoermiddel, ook voor de lange afstand en ook al wordt er heel wat minder gereisd dan in Nederland er zijn toch altijd genoeg mensen die op reis moeten of willen. Vliegen kan slechts een heel kleine groep welgestelden betalen.

Daarom ook rijden de godganselijke dag bussen af en aan door de straten van Bogotá. Ze krioelen als mieren door elkaar en bezetten de helft van de immens brede zevende straat. Terwijl de een optrekt, stopt de ander soms pal voor de neus van de optrekkende bus zodat er plotseling geremd wordt.  Terwijl de een optrekt, moet de ander uitwijken zodat de bus op de baan naast hem ook al plompverloren moet remmen.

Je zou verwachten dat er tientallen botsingen zijn in de loop van de dag of dat er regelmatig passagiers die over de straat rennen om nog een bus te halen worden aangereden. dat valt mee al gebeuren er natuurlijk wel ongelukken maar de buschauffeurs zijn zeer behendig in het manoeuvreren in de colonne van hectisch verkeer en tegelijk passagiers op of uit te laten stappen. Van een afstand is het net een groot kruipend dier met lichaamsdelen die ogenschijnlijk chaotisch bewegen maar uiteindelijk er toch in slagen vooruit te komen. In Nederland zou een dergelijke geïmproviseerde verkeerschaos rampzalige gevolgen hebben.

Het lukt ons om in de bus te slapen. Een kwestie van moe genoeg zijn. Om een uur of zes uur in de ochtend stappen we uit op een busstation in Neiva. We strekken onze benen en zoeken een restaurantje in de buurt op om er op z'n Colombiaans te ontbijten met bonen, arepas (kleine maïs-pannekoekjes) en witte kaas.
We hangen wat rond tot de banken opengaan. Ik moet nog veertig Amerikaanse dollars wisselen voor de reis. 

Geld wisselen in Colombia is niet gemakkelijk. Het is een complexe administratieve aangelegenheid. Colombiaanse peso’s zijn niet zoals guldens en dollars vrij verhandelbaar. Maar met Oscar erbij loopt alles soepel bij de Banco Republica. Als zoon van een bekende politicus uit Neiva gaan alle deuren voor hem open in dit geval zelfs de deur van de directeur van de bank.


Opgetekend woensdag 28 juli 1971

(wordt vervolgd)

vrijdag 8 april 2022

43. HET BELOOFDE LAND. VREEMDE NACHT

 

Links Roberto (el flaco) en rechts Humberto (el gordo)

Met Els en haar moeder spreken we af dat we morgen meegaan naar Villa De Leyva, een voor toerisme opgeknapt koloniaal stadje. Fernando belooft dan weer dat hij vanavond zijn Beatrice zal meebrengen naar de bijeenkomst ofwel reunion. Ze is net terug uit Neiva waar zij als ook Fernando wonen. Na zijn vertrek oordeelt de moeder van Els dat ze  Fernando een heel mooie, nette jongen, vindt.

Het gezelschap van de avond - de reunion - vult het hele appartement: Oscar met Cielo, Oscar’s vriend Roberto, bijgenaamd El Flaco, Humberto, bijgenaamd El Gordo, dan een mij onbekende vriend van Oscar,  Fernando met zijn Beatrice en Efraïn zonder Gloria. We vermaken ons zelf met kaart trucjes, praten, veel praten, aguardiente, het plaatselijke vuurwater en gezang waarbij we begeleid worden door gitaarspel van Oscar en Efraïn. 

Beatrice moet voor twaalf uur thuis zijn van haar ouders, die toevallig ook in Bogotá zijn. Humberto zal haar met de auto van Oscar wegbrengen. Na aandringen van ons allemaal gaat Fernando alsnog mee naar beneden om afscheid te nemen van zijn vriendin. Dat gaat niet goed. Buiten gaan ze verder met ruzie maken. Niemand weet waarover het gaat, we zijn nieuwsgierig maar ook discreet en laten het stel zijn gang gaan.

De twee bewakers van het appartement, politie agenten met een extra baantje, denken daar heel anders over. Zij beginnen zich er mee te bemoeien met als gevolg een partijtje bekvechten met Fernando als middelpunt. Van boven uit het raam kan ik niet goed zien wat er precies gebeurt maar ineens rennen Fernando en Beatrice samen weg, zo te zien terug naar binnen. Humberto gaat er achteraan. Ik hoor aan de klap van de deur dat ze alle drie binnen zijn.

Wat hebben we gemist dat ze zo ineens weer naar binnen rennen? Ik en de rest met mij wil weten wat er loos is. Fernando zegt geschrokken te zijn van de bewakers die op het moment dat een politie auto - een radiopatrouille - arriveerde agressief werden. Een combinatie die geen goeds voorspelde. De schrik zit er bij Beatrice goed in. Cielo ontfermt zich over haar. 

Iedereen is het er over eens dat de komst van de politie alles erger heeft gemaakt. Voordat je het weet, nemen ze je mee en dan raak je het zicht kwijt op wat er allemaal kan gebeuren. Gewoonlijk word je meegenomen en dan is het afwachten wanneer en hoe je vrij komt. Betalen moet je sowieso maar de vraag is hoeveel?

Ik sta met mijn oren te klapperen. Als ik het goed begrijp is de Colombiaanse politie helemaal niet je beste vriend. Het tegendeel, het zijn boeven die een slaatje proberen te slaan uit hun werk. In plaats van beschermd te worden, word je gegijzeld totdat je betaalt. Veiligheid bestaat niet. Onveiligheid is normaal en om het niet erger te laten worden, moet je betalen. Voor mij staat de wereld op zijn kop, voor mijn vrienden is het de normaalste zaak van de wereld.

Niemand durft nu nog naar huis te gaan. Pas als de bewakers en hun trawanten weg zijn, is het veilig vertrekken. Dat wordt wachten tot ze afgelost worden en dat is pas morgenvroeg bij zonsopgang. Beatrice kan niet naar huis. Het wordt al met al een vreemde nacht in het appartement van Rosier. Sommigen vallen om een uur of drie om van de slaap, anderen kletsen maar door. Ik hoor dat Cielo in de keuken een betoog afsteekt tegen Beatrice over liefde, politiek en godsdienst. Ik kan er geen touw aan vast knopen maar dat ligt vast aan mij. Fernando verontschuldigt zich voortdurend bij mij. Ik haal mijn schouders op. Dit had mij net zo goed kunnen overkomen.

Ik stel Dora voor om een poging tot slapen te doen. Straks moeten we op stap met Els en haar Moeder. We trekken ons terug op onze slaapkamer maar van slapen komt niks meer. We zijn door de drukte over onze slaap heen. Voordat we er erg in hebben is het vijf uur, tijd om ons klaar te maken voor vertrek. De afspraak is half zes. Voordat we gaan, vraag ik aan iedereen straks het appartement min of meer schoon achter te laten en niet te vergeten de deur bij vertrek goed dicht te maken.

Opgetekend in Bogotá op 19 juli 1971

(wordt vervolgd)