Posts tonen met het label patacones. Alle posts tonen
Posts tonen met het label patacones. Alle posts tonen

vrijdag 13 mei 2022

48. HET BELOOFDE LAND. PARQUE SAN AUGUSTIN

 

Rechts het beeld van de geboorte. Boven een vrouw met kind en onder een mannenhoofd, tenminste dat denk ik. Links een onvriendelijk kijkende figuur met de armen over elkaar, een boze blik en een merkwaardige hoed die veel weg heeft van een helm. De beelden hebben een zekere gelijkenis met de Mayabeelden op het Mexicaanse schiereiland Yucatan en de Aztekenbeelden in centraal Mexico.
 

Als ik wakker word is de rest al op. Oscar en Cielo zijn al bezig met het ontbijt. Ik ruik de bekende koffie, oploskoffie handig voor op reis. Het verbaast me nog steeds dat waar ik ook kom in dit koffieland altijd en overal Nescafé wordt gedronken. Het gemak dient de mens en de Zwitserse multinational weet dat. Nescafé geeft de  meerwaarde die ze produceren met de ruwe bonen van Colombia en die ze vervolgens in hun eigen zak mogen steken. De Colombianen betalen de Zwitsers voor de verwerking van hun koffie. Kapitalisme is veel eenvoudiger dan we denken.

De patacones worden daarentegen nog met de hand gemaakt. Oscar slaat de stukjes banaan met de achterkant van een bijl plat op een grote steen, doet ze in de koekenpan en bakt ze lichtjes aan. Met een vleugje zout opgediend zijn ze precies het ontbijt wat ik altijd al gewild heb. Ik kan er niet genoeg van krijgen. Oscar moet er om lachen. Hij is blij dat hij ons een zelf gemaakte lekkernij kan opdienen.

Na de afwas, dat wil zeggen op zijn verkenners' pannetjes schuren, het opruimen van het vuur, het afbreken van de tent, inpakken van de slaapzakken en kleding gaan we op weg naar ons eerste eigenlijke reisdoel: Parque San Augustin midden in een woud in de buurt van San Augustin. Aan het begin van het park staat een blokhut met wasgelegenheid en wc. Het is geen park met alles erop en eraan voor toerisme, laat staan internationaal toerisme. 

Het is meer een woud waarin toevallig ooit beelden zijn ontdekt die zo op het oog als bij toeval her en der verspreid staan. Als je het paadje volgt, loop je vanzelf van het ene naar het andere beeld. Om het beeld rustig te kunnen bekijken is er omheen wat woud weggekapt, maar niet altijd. Er zijn geen richtingwijzers, geen folders of bordjes met uitleg. Het park is een archeologische vindplaats en geen toeristisch trekpleister. Gelukkig maar want in deze toestand samen met de stilte van het woud is het een mysterieus avontuur in tijd en ruimte.

We zoeken ons al wandelend een weg naar de beelden. Ik krijg de indruk dat een of ander reuzenvolk of waren het goden? de beelden lukraak in het woud geplant hebben. Maar dat is - denk ik - inderdaad maar schijn. Ze zijn daar vast neergezet om een of andere door mensen verzonnen reden of misschien toch goden zoals Erich von Däniken beweert in zijn boek “Waren de goden kosmonauten”? Als ze door mensen zijn gemaakt en daar twijfel ik ondanks Däniken niet aan, dan zijn de afmetingen van sommige beelden indrukwekkend, te groot voor mensen die over geen enkel modern hulpmiddel beschikten. Ze hadden in ieder geval geen hijskranen en vrachtauto's om die beelden te verslepen. Werden ze misschien ter plekke gehouwen uit rotsblokken die daar toevallig lagen? Dan is het moeder Natuur geweest die over de plek beslist heeft.

Hoe dan ook, het blijft gissen naar het hoe en waarom van de plek. De beelden zijn net zo raadselachtig als die op Paaseiland alleen hebben deze pre - Colombiaanse beelden elk een eigen gezichtsuitdrukking en houding. Elk beeld is verschillend. Maar wat drukken ze met hun houding en hun gezicht uit. Welk verhaal vertellen ze ons vreemde toeschouwers eeuwen later? We kunnen er alleen maar naar raden want het verhaal dat er bij hoort, is al lang verdwenen. 

Ik meen universeel menselijke emoties te herkennen zoals boosheid, verdriet en angst, vooral dat laatste, angst. Maar nogmaals weten doe ik het niet. Hooguit vermoeden want zoals gezegd het bijbehorende verhaal is weg. Voor zover Oscar weet, is er geen verhaal bekend. Niemand weet waarom die beelden daar staan. Onze gissingen zijn net zo goed als die van elk ander. 

Hoe je het ook bekijkt, primitief zijn ze niet. Er zit meer achter dan je denkt en de uitdrukkingen, zijn goed getroffen.We stuiten op een ongeveer drie meter hoge, dikke uitgehouwen rotsplaat die schuin tegen een stevige boom leunt. We zien bovenaan een plat gezicht van een, ja van wat eigenlijk? We denken van een vrouw met iets van een muts op en een grote grijns op haar gezicht met daarboven grote ronde ogen. Ze houdt een kind omgekeerd bij zijn beentjes vast.

Wat zien we hier in 's hemelsnaam? Het wordt nog gekker als we aan de onderkant een gezicht zien. Is dat het spiegelbeeld van het hoofd boven? Hoe ik ook kijk, het blijft een raadsel. Jammer dat de maker of makers niet meteen een bord met uitleg naast het beeld uitgehouwen hebben. Zij konden niet vermoeden dat het verhaal dat zij uitbeelden, verloren zou gaan zoals zoveel verhalen verloren zijn gegaan.

Ik verzin alsnog mijn verhaal. Het kind op zijn kop doet me denken aan een geboorte. Baby's worden immers na hun geboorte op z'n kop gehouden zodat ze meteen kunnen ademen en eventuele ongerechtigheden uit de luchtpijp vallen. De grijns op haar gezicht, het is dus de moeder zelf die haar kind vasthoudt, is dan een grimlach, een mengeling van pijn en geluk. Alle leven wordt met pijn en geluk geboren, tenminste als alles normaal is. Maar hier is niks normaal, dus moet ik het verhaal laten voor wat het is.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 6 mei 2022

47. HET BELOOFDE LAND. SAN AUGUSTIN

.Links zit Roberto nog bezig met wakker worden, dan Dora die een sinaasappel eet, Oscar bakt de patacanos (plat geslagen stukjes bakbanaan) en Cielo drinkt thee.

 

En daar gaan we weer. Na de nachtbus, ontbijt en bank wacht ons de tocht naar San Augustin, nog eens vijf tot zes uur rijden. Maar voordat we verder gaan, slaan we twee flessen Vuurwater is, de letterlijke vertaling van Aguardiente, dé nationale jenever van Colombia. Geen water voor mannen met slappe knieën.  Na veel geharrewar en onderhandelen nemen we een taxibusje dat ons voor 50 peso per persoon, dat is nog geen 3 dollar, naar San Augustin rijdt. De weg volgt zo goed en kwaad als het kan de Rio Magdalena, op deze hoogte vooral een flinke bergbeek. Het doet een beetje Zwitsres aan met een wat ruiger landschap en een minder onderhouden asfaltweg.

Langzaam maar zeker rijden we omhoog het gebergte in. Daarboven ergens ligt het stroomgebied met beken, watervalletjes en sloten van  de Rio Magdalena die over meer dan duizend kilometer uitgroeit tot de langste en machtigste rivier van Colombia om bij de havenstad Baranquilla majestueus uit te monden in de Atlantische Oceaan, de haven waar we nog tijdens de Paasdagen voor anker hebben gelegen. 

Even buiten het dorp, in een weiland op een zacht glooiende helling, pakken we onze rugzakken uit te beginnen met de tent. Ik ben weer de verkenner die ik in mijn middelbare schooljaren was. Ik zie de bekende in elkaar passende lichte aluminium pannetjes met losse greep voor op het houtvuur, de tent met tenthamer, tentharingen en scheerlijnen, de opvouwbare schop, de slaapzakken enz. Oscar heeft zelfs gedacht aan een dolk voor mij.  Ik hang hem aan mijn riem alsof hij daar nooit is weg geweest. 

Terwijl Cielo, Humberto en ik samen naar beneden in het dorp eten gaan kopen, richten Oscar, Krullebol en Roberto de tent in, leggen een vuur aan waarop we straks ons eten kunnen klaarmaken. Ons avondeten wordt rijst, aardappelen, bonen, platanos (bakbananen), suiker en zout. Het is met eten net als met slapen. Als je de hele dag buiten bent dan smaakt alles lekker, hoe eenvoudig het ook is klaar gemaakt. Cielo belt in de winkel naar huis om te melden waar we zitten en dat alles oké is. Nu voel ik me pas echt een kleine avonturier net als toen bij de verkenners.

Voor het slapen gaan, regelt Cielo de slaaporde. Ze mag dan een stoere vrouw zijn met gelakte nagels en zorgvuldig gekapte haren die niet maalt om met een rugzak te lopen over smalle bergpaadjes, ze wil beslist niet naast een vreemde man slapen, ook al slaapt ze in een slaapzak. Zodoende blijven er twee mogelijkheden over. Of zij slaapt helemaal vooraan bij de opening van de tent of helemaal achteraan met naast haar Oscar. Maar rekening houdend met dat ook Krullebol niet graag naast een vreemde man slaapt, stelt Cielo voor dat de twee meisjes tussen ons, d.w.z. Oscar en mij slapen. Prima idee. Oscar aan de voorkant van de tent, ik in het midden van de tent met links van Roberto. Humberto is onze bewaker achterin de tent.

Ik heb aan slapen in een tent heel goede herinneringen. Niet meer dan dundoek scheidt je van de buitenlucht, het geruis van de wind in de bomen, de geur van gras en groen, de geluiden van dieren en ’s morgens vroeg het zingen van de vogels.  Als het hard waait voel je meer wind. Als het regent ruik je de aarde, bloemen en struiken. Het is als ben je in een sprookje. Heel even in een andere wereld dan die van steen, asfalt, verkeer en mensen.

(wordt vervolgd)