Posts tonen met het label taxi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taxi. Alle posts tonen

vrijdag 5 augustus 2022

60. HET BELOOFDE LAND. DIARREE

 

 

We reizen met een slee van een taxi naar Bogotá

Om negen uur komt buurman Alfonso ons halen met zijn vrachtwagentje met laadbak ofwel pick-up. We rijden eerst langs naar zijn land om zijn bevloeiingsyteem te bewonderen. Ik heb er geen verstand van maar Alfonso is er erg trots op. Zonder bevloeiing is het onmogelijk om hier rijst te planten, zoveel is me deze dagen wel duidelijk geworden. 

Bij de uitgang van zijn finca hangt een dode giftige slang van wel een meter lang over het hek. Iemand heeft hem doodgereden en daarna over het hek gehangen. We stoppen even om hem te bekijken. Een slangekop blijft fascinerend. Met zo een kop moet je wel een dodelijk gevaarlijk roofdier zijn. Het is het vlees geworden kwaad. En dan is dit nog maar een kleintje. Ze houden zich schuil in het hoge dorre gras om dodelijk toe te slaan zodra zich een muis, rat of ander ongedierte langs komt. Voor mensen is het aan te raden om laarzen aan te hebben als je over het land loopt. Een beet kan dodelijk zijn als je er niet op tijd bij bent met tegengif. De natuur is hier wreder dan in Nederland. Daar kom je geen kwaad willende dieren meer tegen. Wij hebben Nederland getemd, heel Nederland is één grote huisdierenkamer.

Ik heb last van iets anders wat naar ik veronderstel niet dodelijk zal zijn maar wel genant en vervelend. Het rommelt af en toe flink in mijn buik en darmen. Dat gebeurt wel eens vaker maar vandaag meer dan ik gewend ben. Ik vrees dat het ongebruikelijk eentonige eten, het vele water en de aguardiente teveel zijn geweest voor mijn tere Nederlandse gestel.

Roberto en Humberto hebben nog plannen in Neiva. Ze houden daar nog een paar dagen vakantie. Wij nemen deze keer in plaats van de bus een taxi naar Bogotá. Dat is zelfs voor ons met onze schaarse geldmiddelen betaalbaar. Het is veel comfortabeler en sneller dan een volksbus. Dat zijn boemelbussen die voor elke passagier langs de weg stoppen. Dan ben je uren langer onderweg dan in zo een taxi. 

Dat zou me trouwens fataal geworden zijn zo blijkt een uurtje later in de taxi.  Het gerommel in mijn buik gaat over in fikse maagkrampen.  In Colombia een bekend fenomeen, voor mij de eerste keer. De terugweg wordt een marteling. Ik probeer met stevig dicht geknepen billen achterin op de bank de boel binnen te houden. Stoppen is geen optie op de slingerweg naar boven, naar de hoogvlakte van Bogotá.

Wonder boven wonder hou ik het tot de deur van ons appartement vol. Vanaf de voordeur neem ik een run naar de WC waar ik het eerstvolgende uur niet meer vanaf kom. Zodra ik probeer eraf te komen, begint het opnieuw. Mijn lijf wordt leeg gespoeld. Zo een heftige diarree kan ik me niet heugen. Zodra ik kan bewegen zonder weer te moeten, ga ik onder de douche. Dat brengt verlichting maar ik merk nu ook pas hoe beroerd ik me voel, buikpijn en hoofdpijn tegelijk. 

Ik weet niet wie ervoor gezorgd heeft maar op een gegeven moment staat er een arts naast de bank waar ik beroerd op lig te wezen. Na een kort onderzoek schrijft hij medicijnen voor. Zijn verklaring voor mijn beroerde toestand is dat ik waarschijnlijk bacterieel ernstig verontreinigd water heb gedronken of niet goed schoon gemaakt fruit of groenten. Wat natuurlijk allemaal goed mogelijk is. Ik vertrouwde op de gastvrouw en heer als het om eten en drinken ging. 

Dora denkt dat ik nooit de aguapanela, huisgemaakt suikerwater van een blok gebrande suiker van suikerriet, had moeten drinken. Volgens haar kwam het water direct uit de beek en werd onvoldoende gekookt voordat het in de koelkast als frisdrank werd gezet. Ons huismeisje Gladys, heel bezorgd over mijn toestand,  komt terug met medicijnen van de apotheek om de hoek. Ik val in  slaap. Om een uur of negen word ik wakker. Ik voel me een beetje beter. Het gaat de goeie kant op. Ik kruip in mijn bed.  

(wordt vervolgd)

vrijdag 1 oktober 2021

16. HET BELOOFDE LAND. ZIEKENZAALTJE

 

Straatkinderen in Bogotá

Als brieven schrijven een kunst is, dan heb ik die al doende geleerd in Colombia met brieven schrijven naar vrienden, medestudenten en familie. Een andere manier van communiceren is er niet tenzij de telefoon maar die is veel te duur. We schrijven op dunne velletjes blauw luchtpostpapier die in speciaal dun papieren luchtpostenveloppen gaan. Luchtpost gaat per gram dus hoe lichter het papier, hoe meer je kunt schrijven voor je geld.

Om er zeker van te zijn dat de brieven daadwerkelijk op hun bestemming aankomen, brengen we de brieven wekelijks naar het hoofdkantoor van de Colombiaanse luchtvaartmaatschappij Avianca. Die verzorgt de luchtpost wereldwijd. Avianca is de op een na oudste luchtvaartmaatschappij in de wereld. De KLM is de oudste zo ontdekken we in Colombia.

Het kantoor van Avianca is in het centrum van Bogotá, een kwartier met de bus vanaf ons appartementje. Tientallen bussen in allerlei kleuren en met de meest exotische bestemmingen rijden continue af en aan over de brede Zevende straat. Er is geen dienstregeling. Je houdt een bus staande met hand opsteken en stapt in als hij stopt. Een man worstelt zich meteen door de overvolle bus naar je toe om te vragen waar de rit heen gaat waarna hij je zegt wat het kost, letterlijk handje contantje. Het kan ook zijn dat hij al hangend aan de open deur met je afrekent.

De bus is het transportmiddel voor het gewone volk, verreweg in de meerderheid. Auto is een luxe die zelfs de schaarse middenklasse met vaste aanstelling en salaris zich niet kan veroorloven. Na de goedkope bus komt de collectivo, een auto van Amerikaans formaat of een busje, die rijden heen en weer door de hoofdstraten en stoppen bij hand opsteken, tenminste als er nog plaats in is. Het is een soort bovengrondse metro maar dan simpeler. In een auto zit je soms met drie personen plus chauffeur voorin en met vijf achter op de bank. Sommigen gaan bij elkaar op schoot zitten. De taxi is het meest comfortabele stadsvervoer maar buiten bereik voor de gewone man. Wij kunnen het wel betalen maar gebruiken liever de bus om de mensen te leren kennen.

De bussen zijn gebouwd op maat van de kleine Colombianen. In Nederland zijn wij klein, hier is zelfs Dora groter dan gemiddeld. Staande in de bus moet ik me licht voorover buigen om door de ramen te kunnen kijken. Zittend kom ik met mijn knieën tegen de rug van de passagier voor me. Een merkwaardig gebruik is om niet meteen te gaan zitten op een plek waar even tevoren een andere passagier heeft gezeten. Sommigen voelen zelfs eerst met hun handen of de zitting nog warm is. Als hij te warm wordt gevonden blijven ze er met hun kont even boven zweven om na enige tijd alsnog neer te ploffen. Kennelijk houdt men niet van een voorverwarmde zitting. 

De bus is een afspiegeling van het dagelijks leven: armoedig, luidruchtig, rommelig, onoverzichtelijk, confronterend en ongeorganiseerd maar tegelijk ook levendig, kleurrijk en vrolijk. De levendige warboel wordt permanent begeleid door populaire muziek van radio Caracol of een andere commerciële radiozender. Wat de radiopresentatoren ook presenteren, ze presenteren altijd alles schreeuwend, of het nu nieuwsberichten zijn, reclame, mededelingen of aankondigingen van platen. Colombia is alles behalve een rustige, geordende samenleving à la Nederland. Het lijkt er op dat iedereen maar doet wat hem uitkomt, maar dat komt, zo denk ik als geschoold socioloog, omdat we de achterliggende sociale codes (nog) niet kennen.
 

“Bogotá, 23 mei 1971 

Beste WSO’ers,
 

De brief van A. is aangekomen, onze dank daarvoor. Het adres is minder ingewikkeld dan je denkt als je weet dat alle straten hier een nummer hebben (systeem als in New York). Inmiddels beginnen we steeds beter aan de leefsfeer hier te wennen, alhoewel hier dingen zijn waaraan je volgens mij nooit went zoals armoede en geweld. Wat dat betreft is deze maatschappij volledig gebaseerd op geweld, overal, alles en iedereen bewaakt of wordt bewaakt. De schrijnende onrechtvaardige sociale en economische verhoudingen komen het beste tot uiting in de hoeveelheid bewakers en sloten die men op de deur heeft. Hoe rijker hoe beter bewaakt en hoe meer sloten op de deur.

Met mijn studie gaat het wel beter alhoewel je hier moet wennen aan het tempo en de manier waarop ze afspraken maken. Alles op zijn tijd.Ik ben begonnen met een basisoriëntatie ten aanzien van de politieke partijen met behulp van litteratuur die ik opgescharreld heb. Inmiddels heb ik een eerste analyse gemaakt van krantenartikelen over binnenlandse politiek. Uiteraard is dit een eerste oriëntatie. 

Ik heb wel geluk wat betreft de tijd dat ik hier ben aangezien er op dit moment een nationale conventie is van de Liberale Partij. Dit brengt uiteraard heel wat stof tot discussie mee in tijdschriften en kranten. De Conservatieve Partij is ook van plan binnenkort een conventie te houden zodat ook van die kant heel wat publicaties verwacht kunnen worden. Inmiddels heb ik ook wat empirisch materiaal gevonden, waaronder enquetes, echter dit moet ik nog nader bekijken en ook de bronnen ervan opsporen, als dat lukt.

Dora heeft via Karin een ziekenzaaltje leren kennen alwaar ondervoede kinderen worden geholpen. Het zaaltje heet ‘Prins Willem Alexander’ (ja-ja) en wordt door een club van Nederlandse dames bekostigd, een  manier om ook wat te doen. In ieder geval is het zo dat de dokter en de twee verpleegsters geen tijd hebben om met de kinderen te spelen zodat Dora een paar keer in de week de kinderen gaat bezighouden. Overigens hebben we de indruk dat de dames niet zo erg in het zaaltje geïnteresseerd zijn aangezien de verpleegsters niet eens weten wie de bestuurders zijn van de dames club. Ze laten zich blijkbaar ook niet vaak zien. Enfin, we zullen wel zien wat het wordt.

Verder maken we het goed en gaat de tijd snel hier. Jan en Karin gaan voor twee weken op vakantie naar de kust. Ik geloof dat ze het erg hard nodig hebben want ze zijn vlug vermoeid en zien er niet goed uit.
En dit is dan het einde van mijn brief. Hoe is het nu met L.P. en de WSO? Is de tweede financiële actie al van start en zijn er veel aanvragen? Laat eens horen."

(wordt vervolgd)