Posts tonen met het label jheronimus bosch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jheronimus bosch. Alle posts tonen

dinsdag 24 maart 2026

3. DRIE BITCHES IN BONNEFANTEN

Keetje Mans, "In this Ungodly Hour", 2025, olieverf op linnen (240x 220 cm)


De derde van de 3 vrouwen die exposeren in Bonnefanten onder de titel “Bitches Brew” (waarom toch altijd Engelse titels? Is dat de onmacht met de eigen taal?) is Keetje Mans (1979, Amsterdam). Als het om kleur zou gaan dan kun je haar werk het minst kleurrijk noemen. In al haar werken worden de kleuren willens en wetens gedempt of vervuild door zwart, zo lees ik in de brochure. 


Het meest opvallende werk, ook wat betreft omvang (240x220 cm), is een berg vrouwenlichamen die zodanig met elkaar zijn verenigd in kleur en vorm dat je alleen gezichten ziet met allemaal dezelfde uitdrukking, een staat van verrukking of zaligheid. Paarse bloemetjes versterken de sfeer van “In this Ungodly Hour” zoals het werk heet. 


Het goddeloze ontgaat me, wel zie ik in de twee gezichten in het centrum van het schilderij enige gelijkenis  met het beroemde schilderij "de Kus" van Gustav Klimmt. In dat schilderij is overgave, intensiteit en erotiek verenigd in schoonheid.


Bij twee schilderijen wordt in de brochure verwezen naar middeleeuwse prenten  en schilderijen van Jheronimus Bosch als inspiratiebron. “Ook bij hem krioelen vormen, beesten en mensen door elkaar tot ze een geheel worden”. Dat zo te stellen doet tekort aan Bosch.


Het eerste wat op schilderijen van Bosch opvalt is dat zijn figuren treffende uitdrukkingen hebben die onderling verschillen vanwege de verschillende emoties de ze uitdrukken. Daarin alleen al is Bosch een meester. Op de schilderijen van Keetje Mans hebben de figuren daarentegen allemaal dezelfde uitdrukking en op sommige schilderijen zelfs helemaal geen. 


Het sombere, donkere grote schilderij “October” heeft geheimzinnige kleuren. De gezichten in het groene water zijn uitdrukkingsloos. Het verband tussen de vissenkoppen, het zwemmend paard en de gezichten in het groen giftig gekleurde meer is onduidelijk. Is er wel een verband. Is het zo maar een geheimzinnig schilderij? 


Dat kan van schilderijen van Bosch niet gezegd worden. Elk van zijn schilderijen gaat op de een of andere manier over de strijd tussen goed en kwaad. Dat kan ik in dit schilderij niet vinden. Waar het dan wel over gaat, weet ik niet maar misschien is dat het teken des tijds. We weten niet meer waar het over gaat en misschien is dat wat Keetje Mans ons met dit schilderij wil vertellen?


 

vrijdag 27 maart 2020

SPROOKJESJAREN ZESTIG 53: DEN BOSCH

Dagelijks branden Roomse gelovigen duizenden kaarsjes voor hun Moeder Gods in de Sint-Janskathedraal van den Bosch, de mooiste kerk van Nederland.

Marcus is geboren in de oude, roemrijke Roomse stad s’Hertogenbosch, de stad met het grootste en mooiste kerk van Nederland. De Sint-Janskathedraal is niet alleen een bouwkundige heldendaad maar dankzij de wonderlijke wandeling van de Moeder Gods, de Zoete Lieve Vrouwe van den Bosch, ook een centrum van geestelijk leven. Dagelijks branden Roomse gelovigen duizenden kaarsjes voor Haar.

Als erfgenamen van het Roomse geloof hebben Dora en ik in de vroege jaren van onze liefde tezamen met een nicht en haar vriend een pelgrimage gemaakt naar de Zoete Lieve Vrouwe. In de vroege ochtend van een zondag in de maand mei, de maand van de Heilige Maagd Maria Moeder van God’s Zoon, hebben we een voettocht gemaakt van onze geboortestad Oss naar Den Bosch. Een tocht van ongeveer twintig kilometer zodat we rond het middaguur in de stad aankwamen om aldaar de Heilige Mis te vieren in de Sint-Janskathedraal.


“De Kathedrale Basiliek van Sint Jan Evangelist, gewoonlijk aangeduid als de Sint-Janskathedraal, in de binnenstad van 's-Hertogenbosch wordt veelal beschouwd als het hoogtepunt van de Brabantse gotiek. Het bijzonder harmonieuze interieur is het resultaat van de eenheid van stijl die de gehele bouwperiode van eind veertiende tot begin zestiende eeuw bleef gehandhaafd. De buitenkant levert met zijn gulle ornamenten, zoals de dubbele luchtbogen met de 96 luchtboogfiguren en de reliëfs boven de ramen, een treffend beeld op van de versieringsdrift van de late gotiek. De Sint-Jan is 'een bouwwerk dat volstrekt uniek is in de Nederlandse kerkelijke architectuur.’” (Wikipedia)


Den Bosch is ook de stad van de geheimzinnige kunstschilder Jheronimus Bosch die in zijn tijd, toen mensen zich nog te voet of te paard verplaatsten, al wereldwijd beroemd was. Hij was lid van het Illustre Lieve Vrouwe Broederschap van Den Bosch. Zijn schilderijen waren geliefd bij Koningen en Hertogen waaronder Filips II. De schilderijen vertellen ons van het lot van de mensen. Bosch waarschuwt voor het kwaad van de wereldse verleidingen waardoor we ons geestelijk welzijn verwaarlozen en ons toekomstige heil in gevaar brengen. Het kwaad en de hel zijn op zijn schilderijen nooit ver weg.


“Jheronimus Bosch ('s-Hertogenbosch, circa 1450 – aldaar begraven, 9 augustus 1516), postuum ook Jeroen Bosch of Hiëronymus Bosch genoemd, geboren als Jheronimus van Aken, was een Zuid-Nederlands kunstschilder behorend tot de Noordelijke renaissance. Hij ging de geschiedenis in als 'den duvelmakere' (de schepper van duivels) en als schilder van satirische voorstellingen, maar hij is vooral van betekenis als vernieuwer van de beeldtraditie. Hij gaf op vindingrijke wijze invulling aan gangbare motieven en bedacht een reeks van nieuwe composities. Het gevolg hiervan is dat de precieze betekenis van een deel van zijn werk onbekend is gebleven. Hoewel hij al tijdens zijn leven een beroemd schilder was en hij opdrachten van het hertogelijk hof in Brussel kreeg, is er vrij weinig over hem bekend.“ (Wikipedia)

(verschijnt elke vrijdag)

Elke gelijkenis met bestaande personen 
of gebeurtenissen berust op louter toeval.




zondag 24 december 2017

EEN MODEFOTOGRAAF ZIET TUIN DER LUSTEN VAN BOSCH

Over het thema van deze foto bestaat geen twijfel. We zien Eva in een spiegel afgebeeld met een slang en appels op de voorgrond. De slang staat voor het kwaad van de duivel. De appel voor de verleiding. De spiegel voor ijdelheid. Een verwijzing naar het verhaal van de eerste vrouw Eva die in het paradijs bezwijkt voor de duivel die haar belooft dat zij God zelve zal worden door van de appel te eten. 

Ik ben onlangs naar de tentoonstelling geweest in het Noordbrabants Museum van fotograaf Tim Walker met als thema “The Garden of Earthly Delights” (De Tuin der Lusten) met als (Nederlandse) ondertitel “Een modefotograaf ziet Bosch”. Walker wordt naar eigen zeggen sinds zijn jeugd geobsedeerd door dit voor veel mensen raadselachtige schilderij dus toen hij de kans kreeg, maakte hij er dankzij een beurs een bijzonder fotoproject van.

Dat Walker een modefotograaf is, kun je meteen zien aan de monumentale, groter dan levensechte foto’s. Het zijn vooral gelikte foto's. Te mooi om waar te zijn foto's. Dat hoort zo bij modefotografie. Modefotografen doen altijd  hun best om op foto’s alles zo onecht mogelijk te maken. De modellen roepen ook geen gevoel van herkenning op daarvoor zijn ze te bijzonder, te mager en te mooi.

Geen commentaar

Dat is misschien wel juist wat je nodig hebt als je foto’s wilt maken geïnspireerd op het schilderij van Bosch. Die schildert immers geen echte wereld maar een wereld van de verbeelding, een geestelijke wereld. Ik zie dat Walker dat ook probeert door zijn modellen nog onechter te maken met behulp van lens, opmaak en het gebruik van decorstukken uit de verbeeldingswereld van Bosch. 

Maar wat wil Walker met zijn foto's uitbeelden? Bosch beeldt net als als zijn tijdgenoten religieuze thema's uit. Schilderkunst was in de tijd van Bosch voor bijna honderd procent religieuze kunst. Zijn Tuin der Lusten is daarop geen uitzondering ook al menen sommige mensen van wel. 

Detail van het midden paneel van de Tuin der Lusten van Bosch.
Wat ik mis aan de foto's van Tim Walker is de zorgeloze lichtzinnigheid waarmee
de mensen op het schilderij van Bosch tezamen hun seksuele obsessies en waanzin botvieren.

Op het linker paneel van het drieluik van Bosch zien we het paradijs waarin God bezig de mens te scheppen. Op het midden paneel heeft Bosch een soort aards paradijs geschilderd vol van zorgeloos lichtzinnige mensen die bezig zijn met seksuele dwaasheden, obsessies en uitspattingen. De zondige wereld van na de zondeval in het paradijs. Op het rechterpaneel zien we de hel waar je gestraft wordt voor de zorgeloze lichtzinnigheid  waarmee je je vleselijke lusten en uitspattingen hebt uitgeleefd. 

Bij Walker zien we voornamelijk foto's die verwijzen naar  het middenpaneel. Aan het paradijs en de hel is hij niet echt toegekomen, op een enkele foto na waaronder die van Eva die boven deze blog staat afgebeeld. Ik zie wel foto’s met Bosschiaanse decorstukken uit de hel maar ik mis de angst en de schrik van de zondaars, die ik op het helse linker paneel van Bosch wel zie.

Geen zorgeloos lichtzinnig samen zijn maar ernstige onverschilligheid en irritatie.

Ondanks dat Walker gebruik maakt van buitenissige poses en modellen omgeven met fantasie attributen van Bosch, lukt het hem niet echt om de lichtzinnige zorgeloosheid die Bosch ons laat zien, in beeld te brengen. Integendeel, in plaats van lichtzinnigheid zien we ernstige, geforceerde poses van mensen met meestal lege, onverschillige blikken en hier en daar een tikkeltje arrogantie. Het zijn verloren individuen die je op het middenpaneel van Bosch niet zult vinden.

Om zulke zorgeloze lichtzinnigheid met zijn dwaasheden en vleselijke lusten in beeld te brengen had Walker er misschien beter aan gedaan foto's te maken op feestjes in het milieu van de modefotografie, de filmwereld of de kunsten. Dat zijn plaatsen waar zorgeloze lichtzinnigheid en dwaasheid elkaar ontmoeten.

De geschilderde wereld van Bosch komt me ondanks dat het een fantasiewereld is "echter" voor dan die van Walker op zijn foto’s met "levensechte" modellen. Walker heeft geen herkenbare mensen in beeld gebracht maar de wereld van de modieuze, artistieke modefotografie met zijn vervreemding, afstandelijkheid, leegheid en somtijds onverschilligheid. Een barre wereld dat wel.

Een tafereel van seksuele obsessie omringd door attributen uit het schilderij van Bosch.
Ook hier kijkt het model ernstig en een beetje arrogant of is het eerder eenzaamheid in de lens.

Terwijl je op het middenpaneel van Bosch nooit uitgekeken raakt, heb je de foto’s na verloop van tijd wel gezien. Bosch is en blijft de meester, Walker de leerling die het nog niet door heeft ook al doet hij zijn best met decorstukken van Bosch, vervormde naakte lichamen en monumentale formaten van zijn foto’s.


Tentoonstelling te zien t/m 25 februari 2018 in Noordbrabants Museum te Den Bosch..

vrijdag 6 januari 2017

KONINGEN OP KRAAMVISITE

Jheronimus Bosch, 'Aanbidding van de Koningen', Drieluik,
Madrid, Museo Nacional del Prado

Met het schilderij “De aanbidding van de koningen” van Jheronimus Bosch is wat aan de hand. Je zou zeggen, wanneer is dat niet bij Bosch? Die man schildert immers nooit normale dingen, ook al lijkt het op het eerste gezicht zo normaal als een koe in de wei? 

We zien het bekende plaatje van een kerststal met in het midden het kindeke Jezus op schoot bij zijn moeder Maria, die samen devoot geëerd worden door 3 koningen. Onder het kind ligt een aandoenlijk wit schootkleedje zodat het kleed van Maria niet meteen onder gepoept of geplast wordt.

Er staan twee blanke en een zwarte koning voor Maria met kind. Heb je net Sinterklaas met Zwarte Piet gehad en dan staat daar ineens een zwarte koning, pal voor Maria en het kindeke Jezus. Het is nog een mooie koning ook, meer een jonge prins, helemaal in het wit gekleed met een exotisch cadeau in zijn hand en een al even exotische dienstbode achter zich. Afrika als een jonge prins op kraambezoek bij Maria en Jezus. Mooier kan het niet worden.

De oude neergeknielde grijsaard met rode mantel heeft zijn gouden beeld al voor de voeten van Maria gezet. De tweede grijs behaarde koning ziet er met zijn metalen kraag vol afbeeldingen een stuk krijgshaftiger uit. Hij heeft een gouden bord in de hand als cadeau voor de pasgeboren koning. 

Volgens de overlevering waren de 3 koningen door een heldere ster aan de hemel op de hoogte gebracht van de geboorte van een koningszoon. Dezelfde ster die ook de eenvoudige herders de weg naar de stal had gewezen. Die herders symboliseren het volk dat nieuwsgierig toekijkt. Ze loeren door een gat in de muur en vanaf het dak. Volk is nu eenmaal altijd nieuwsgierig.

Tegenwoordig zouden er TV camera’s staan en een groep paparazzi. De omstanders zouden selfie’s maken Jezus en Maria. Jammer dat dat toen allemaal nog niet bestond. Dan hadden we nu met veel meer zekerheid kunnen vaststellen hoe die geboorte van Jezus heeft plaatsgevonden. Nu moeten we er toch steeds naar raden ondanks bijvoorbeeld dit vroege schilderij van Bosch, die er ook zelf niet bij geweest is. 

Het mooie is dat de 3 koningen er geen moeite mee hebben dat een koningszoon in een stal is geboren. Blijkbaar was dat toen nog niet zo gek. Dat is vandaag de dag anders. Koningszonen en dochters worden in paleizen geboren met een gouden lepel in de mond. Ze zijn ook kinderen van erkende koningshuizen en niet zoals in dit geval van een eenvoudige plattelandsmeisje als Maria en een timmerman Jozef.

Over de meest opvallende man op het plaatje hebben we het nog niet gehad. We zien tussen de 3 koningen een half naakte man in de vervallen deur van de stal staan alsof hij zich een beetje schaamt voor zijn blootheid. Dat zou kunnen. Je gaat niet half naakt op kraamvisite. Dat is een regelrechte provocatie. Achter hem in de stal staat blijkbaar nog meer volk dat - zo te zien - bij hem hoort. 

Aangezien de bloterik met helm op zo te zien de helm van de middelste koning vast heeft, horen ze bij elkaar. Maar wie is hij dan? Ook iemand uit Azië zoals de middelste koning? Maar waarom dan? Zo op het eerste gezicht heeft zo’n man daar niks te zoeken. Nog minder snap ik dat Bosch hem zo een prominente plaats op het schilderij geeft. De bloterik heeft ook nog een koninklijke helm op zijn hoofd.


Ik heb wel een verklaring gevonden voor de aanwezigheid van deze naaktloper. Het staat in “De ‘geheimtaal’ van Jheronimus Bosch” van Jeanne van Waadenoijen (Hilversum 2007, blz. 61 en 62). Die verklaring lijkt geschiedkundig verantwoord maar is onbevredigend. Hij zou een volk vertegenwoordigen uit het Verre Oosten dat al enige Christelijke ideeën zou hebben gehad. Hij is een vooraankondiging van wat Jezus zal gaan brengen. Toch blijft er ondanks die verklaring er iets raars rond de man hangen.

donderdag 11 augustus 2016

HOE GEERT WILDERS NEDERLAND WIL TERUG VEROVEREN

 Geert Wilders heeft zichzelf on-line geplaatst als zijn grote held Michiel de Ruyter
gesecondeerd door PVV fractielid Fleur Agema. Hij schijnt daarvoor het vroegere
PVV fractielid Brinkman voor weg geshopt te hebben. Wilders wil als een
soort admiraal Michiel de Ruyter terug veroveren.
 Geert Wilders heeft zichzelf on-line geplaatst als zijn grote held Michiel de Ruyter gesecondeerd door PVV fractielid Fleur Agema. Hij schijnt daarvoor het vroegere PVV fractielid Brinkman voor weg geshopt te hebben. Wilders wil als een  soort admiraal Michiel de Ruyter terug veroveren.

Geert zelve stelt mijn digitale fotocomposities van hem daarentegen niet op prijs, tenminste dat maak ik op uit het feit dat hij mij op twitter heeft geblokkeerd: Het volgen van @geertwilderspvv en het weergeven van de Tweets van @geertwilderspvv is voor jou geblokkeerd. Meer informatie
Erg vind ik het niet, maar ik had meer gevoel voor humor verwacht van de man die Nederland wil terug veroveren. 

Hieronder een overzicht van mijn digitale fotocomposities waar Geert zelve dus helaas niet om kan lachen. 


Als man van de Nachtwacht

Digitale fotocompositie van petrus, 17 februari 2010


Als Zonnekoning



Digitale fotocompositie van petrus, 30 juni 2009

Als Napoleon

Digitale fotocompositie van petrus, 18 oktober 2009


Als Lenin

Digitale fotocompositie van petrus, 30 december 2009


Als klassieke Cowboy Held

Digitale fotocompositie van petrus, 15 oktober 2010



Als Piraat (Pirates of the Caribbean)

Digitale fotocompositie van petrus, 17 november 2010



Als Honkbal Kampioen (Babe Ruth van de New York Yankees)

Digitale fotocompositie van petrus, 14 augustus 2010


Als Eenmanspartij

Digitale fotocompositie van petrus, 23 juli 2008


Als Mussolini

Digitale fotocompositie van petrus, 12 november 2008


Als boodschappenjongen

Digitale fotocompositie van petrus met dank aan Duane Hanson, 28 februari 2010


Als marskramer

Digitale fotocompositie van petrus met dank aan Jheronimus Bosch, 14 augustus 2010


dinsdag 10 mei 2016

JHERONIMUS BOSCH: DE WERELD DRAAIT OM SEKS

Jheronimus Bossch, "De Tuin der Lusten", El Prado in Madrid

Het beroemdste en indrukwekkendste schilderij van Jheronimus Bosch is het drieluik “De Tuin der Lusten” . Het hing niet in den Bosch. Het schilderij zou te kwetsbaar zijn om te vervoeren van Madrid naar Den Bosch. Misschien is dat zo maar ik verdenk de Spanjaarden er ook van het meesterwerk van Bosch vooral voor zichzelf te willen houden. Ik had ook de indruk dat de Nederlandse delegatie belast met de voorbereidingen van de tentoonstelling in den Bosch de gevoeligheden van de Spanjaarden niet kenden. De laatste tijd zien we dat wel vaker in het internationale verkeer over schilderijen. Nederlanders zijn bepaald geen meesters in diplomatie.

Het schilderij heeft een klassieke religieuze indeling. Links de schepping, in het midden het wereldse leven en rechts de hel. Op de gesloten luiken staat de wereld afgebeeld zoals die in de tijd van Bosch werd gezien. Een bol met daarin een platte aarde gezien vanuit de ruimte. Links boven zit God, de Schepper van hemel en aarde. Bosch schildert de wereld zoals hij volgens de opvattingen in die tijd was op de dag van de schepping. 

De gesloten luiken van het schilderij "De Tuin der Lusten" van Jheronimus Bosch.

Links en rechts op de luiken staan verzen uit psalmen. Op het linker paneel staat vers 9 van psalm 33 : “Want Hij spreekt en het is er” (Statenvertaling) Op het rechter luik staat vers 5 van psalm 148: “Want als Hij het beval, zo werden zij geschapen” (Statenvertaling) Bosch was een godvruchtig man die zich hield aan de lezing van de Bijbel en de leer van de Rooms Katholieke Kerk.

Het linker paneel van "De Tuin der Lusten"

Eenmaal de luiken geopend, zien we op het linkerpaneel het scheppingsverhaal volgens het Bijbelse Boek Genesis. Centraal op het paneel staan God,  Adam en Eva. Adam kijkt met enige verwondering naar God die zo te zien net Eva heeft geschapen en aan Adam voorstelt. Ze zijn nog in het paradijs maar het onheil is niet veraf. Op de achtergrond ruige bergen en grotten, in het midden een psychedelisch bouwsel dat tegelijk lieflijk en eng is. Beneden aan de voeten van Adam een poel vol ongedierte, een poel des verderfs. Zelfs in het paradijs ligt het kwaad al op de loer. We weten dat die paradijselijke toestand dan ook niet lang geduurd heeft. De mens wilde tegen de wens van God gelijk zijn aan Hem door de appel te eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Einde paradijs, begin van de wereldse ellende.

Het midden paneel van "De Tuin der Lusten"

Niettemin schildert Bosch op het middenpaneel de wereld alsof het er nog steeds een paradijs is, een pseudo paradijs. Je ziet een overdaad aan groen, koele heldere waters met daar tussen naakte mannen en vrouwen die op alle mogelijke manieren van elkaar en de geneugten der aarde genieten. Je ziet nergens de boze wereld van oorlog, moord, roof en andere boosaardigheden zoals we die van andere schilderijen van Bosch kennen. Zo te zien, is men zich in dit wereldse paradijs van geen kwaad bewust. Je kunt je afvragen wat Bosch nu eigenlijk heeft geschilderd. De wereld zoals die had kunnen zijn als er geen zondeval zou zijn geweest of de wereld van na de zondeval met zijn seksuele wellust, begeerten, ledigheid, luiheid, ijdelheid en vraatzucht? Er vanuit gaande dat Bosch een godvruchtig katholieke Middeleeuwer was, denk ik het laatste.Het rechter paneel lijkt me het overtuigende bewijs daarvan. Daar zien we hoe de mensen voor hun ondeugden voor eeuwig gestraft worden.

In het midden van het schilderij zien we naakte jonge mannen allerlei soorten paradijselijke dieren berijden. Ze maken rondjes om een vijver vol naakte vrouwen. Het is duidelijk, in dit wereldse paradijs draait alles om de seks tussen mannen en vrouwen.  De mannen berijden, de vrouwen willen bereden worden.

Het zou een paradijselijk beeld kunnen zijn uit de hippietijd in de jaren zestig van de vorige eeuw. Toen dachten veel jonge mensen dat we voor de poorten van het nieuwe paradijs stonden: geen materiële zorgen maar overvloed en zorgeloze seks. Men preekte de vrije seks. “Make love, not war” heette het. Er werden communes opgericht waar mannen vrouwen vrijelijk met elkaar omgingen zoals het ook in het paradijs zou zijn geweest. Er werd gewerkt aan een anarchistische maatschappij zonder gezag en orde. Maar al snel bleken de nadelen groter dan de voordelen. De droom spatte na verloop van tijd als een zeepbel uiteen. 

Onder en boven dit tafereel van de om elkaar heen draaiende wellustige mannen en vrouwen zien we allerlei vormen van liefde en wellust, waarbij niets te gek is en alles kan: fruit op je hoofd, bloemen in je kont, dansen in het water, minnen in een soort glazen bol, op je kop gaan staan enz. Een eindeloze variatie van genot en plezier, lichtzinnigheid en dwaasheid, luiheid en gemakzucht, vraatzucht en ijdel gedans in een natuurlijke groene omgeving met koele, heldere waters. Wat wil een mens nog meer?

Uiteraard heeft Bosch bij het afbeelden van deze paradijselijke genotzucht gebruik gemaakt van de in zijn tijd bekende beelden, spreuken en gezegden. Zijn tijdgenoten moeten de symboliek en de beelden zonder veel uitleg begrepen hebben. Wij hebben daar meer moeite mee omdat de betekenis van veel symbolen in de loop der eeuwen verloren is gegaan. Maar de strekking is nog steeds hetzelfde. De mensen laten zich vooral leiden door begeerten en lusten, genot en dwaasheid. 

Voor wie meer details wil weten, verwijs ik naar het boek "De 'geheimtaal' van Jheronimus Bosch", een interpretatie van zijn werk geschreven door Jeanne van Waadenoijen, uitgeverij Verloren, Hilversum 2007., blz. 209 - 242.

Het rechter paneel van "De Tuin der Lusten"

Dat God geen genade kent voor mensen die zich zo laten gaan, zien we dus op het rechter paneel. Daar komen de zondaars van het vlees terecht in de eeuwige verdoemenis van vuur en marteling. Ook hier zien we weer een eindeloze variatie van beelden en symbolen. Aan de bovenkant van de schilderij woedt een permanente hellebrand als gevolg van oorlog en strijd. De zonde van oorlog en strijd gaat eeuwig door in de hel.

In het midden gedeelte van dat paneel staat een merkwaardig reusachtig karkas met een menselijk gezicht. Zijn benen rusten in wankele bootjes die op onbetrouwbaar ijs steunen. In zijn buik zit een café. Op zijn kop zien we een soort doedelzak waarom heen allerlei mensen dansen. Zijn hoofd heeft hij naar ons kijkers toe gedraaid. Hij kijkt ons aan met een droevig, melancholisch en tegelijk hulpeloze blik alsof hij wil zeggen “kijk wat er van de mensen terecht is gekomen. Niks dan ellende als gevolg van lust en begeerte, seks en vraatzucht, ledigheid en gemakzucht, ijdelheid en arrogantie.” Is dit een zelfportret van Bosch in de hel? Het zou zo maar kunnen.

Onder het karkas zien we dat boontje om zijn loontje komt. De zorgeloze muzikant komt in de snaren van zijn eigen harp te hangen. De ijdele vrouw moet in de kontspiegel van een monster kijken terwijl er padden over haar lijf kruipen. De gokker wordt aan de speeltafel gespiest. De overspelige non heeft een varkenskop gekregen. Vraatzuchtigen worden door een monster op een hoge stoel opgevreten en weer uitgescheten. Het is duidelijk dat Bosch de omvangrijke zedenleer van de Middeleeuwse Katholieke Kerk scherp in beeld heeft gebracht. 


woensdag 27 april 2016

DE BOOSAARDIGE WERELD VAN JHERONIMUS BOSCH (HET DRIELUIK "DE HOOIWAGEN")

Jheronimus Bosch, De Hooiwagen, 1516, Prado, Madrid

Jheronimus Bosch heeft een pessimistisch mensbeeld. Kijk maar naar zijn drieluik “De Hooiwagen” ( 1516, El Prado in Madrid) dat op de tentoonstelling in den Bosch te zien is. Op het linker luik staat het Bijbels scheppingsverhaal dat, zoals je helemaal onderaan het schilderij ziet, er op uitdraait dat de eerste mensen voor straf door God - hun schepper - door een engel uit het paradijs worden gezet. Geen wonder. Ze zijn ontrouw geweest aan hun schepper omdat ze tegen zijn uitdrukkelijk verbod in van de boom van kennis van goed en kwaad hebben gegeten. Weg is de onschuld. Ze zijn voortaan schuldig. Weliswaar verleid door de duivel in de vorm van een slangenvrouw, zoals op het schilderij is te zien, maar dat maakt de ontrouw en de schuld er niet minder om. 

Het linkerpaneel van de Hooiwagen met helemaal boven  God die net Eva heeft geschapen uit een rib van Adam die op de grond ligt te slapen. Daaronder de appelboom met de slangenvrouw die Eva verleidt om de appel van de boom van kennis van goed en kwaad te eten. Onderaan worden Adam en Eva door een gewapende aartsengel uit het paradijs verdreven.

Dat de mensen sindsdien geneigd zijn tot alle kwaad, laat Bosch ons zien op het middenpaneel, meteen ook het belangrijkste stuk. Op dat paneel is geen normaal mens te vinden. Centraal op het paneel is een hoog opgetaste hooiwagen, symbool voor  “voor alle mogelijke vormen van begeerte, of beter, voor de ijdelheid van het najagen van deze begeerten” ( zie “De ‘geheimtaal’ van Jheronimus Bosch”, een interpretatie van zijn werk door Jeanne van Waadenooijen (uitgeverij Verloren, Hilversum 2007, blz. 193). Je kunt het ook kortweg als geld zien waarvoor je alle begeerten kunt kopen of wat dacht je van Panama papers?  

Achter de hooiwagen rijden plechtig te paard gezeten een koning, een keizer en zelfs een paus samen met andere belangrijke mensen. Ze vormen als het ware een processie van eerbetoon aan de kar met hooi. Om de kar heen krioelt het van allerlei gespuis dat op de de een of andere manier probeert wat van het hooi te pakken te krijgen. Ze zijn daar zo druk mee dat ze niet eens in de gaten hebben dat ze verpletterd worden door de wielen van de kar. Om de kar heen wordt geroofd en gemoord om hooi. De tijden zijn niet veranderd, kijk maar naar het NOS journaal.

Net onder het midden van het paneel vindt een roofmoord plaats op klaarlichte dag. Rechts onderaan zit een dikke priester van het goede leven, omringd door begijnen die hooi verzamelen. Een van de begijnen flirt met een fluitspeler door hem hooi aan te bieden voor zijn worst. Daarnaast is een kwakzalver met hooi in zijn zak bezig voor tandarts te spelen. Links van hen probeert een vrouw een andere vrouw te bestelen. Naast hen wordt een varkenskop boven een vuur gebraden. Ongure taferelen waarvan de details ons moderne kijkers ontgaan.  We zijn de betekenis van de beelden in de loop der eeuwen kwijt geraakt. We kunnen ze hooguit nog vermoeden of trachten te achterhalen met hulp van afbeeldingen, boeken en teksten uit de tijd van Bosch. Maar in die tijd begrepen de meeste mensen waarschijnlijk meteen wat de schilder bedoelde.

Het middenpaneel van de Hooiwagen. Links de plechtige processie achter de wagen met koning, keizer, paus en andere hoogwaardigheidsbekleders voor. Rond de wagen allerlei gespuis dat hooi van de kar probeert te plukken. Rechts duivels die de Hooiwagen trekken. Daarachter nog meer volk dat ook zijn deel van het hooi wil hebben. Op de voorgrond mannen en vrouwen die op de een of andere manier hooi binnen halen. In het centrum  van het schilderij een  openlijke roofmoord. Bovenop de hooiwagen de strijd tussen liefde en lust, tussen engel en duivel.

De kar wordt getrokken door allerlei soorten duivels en aanverwant addergebroed. Hier komt het talent van Bosch om kwaadaardigheid uit te beelden pas goed tot zijn recht. Onze eigen fantasie schiet tekort bij het zien van deze beelden. Achter dit duivelsgebroed zien we een opdringerige massa volk die zich begerig op de hooiwagen stort om ook hun deel te krijgen. Zo te zien, is de poort boven hen net open gegaan. Ze worden als het ware losgelaten op de hooiwagen.

Notabene bovenop het hooi zien we zo op het eerste gezicht een vredig tafereel van een kussend stelletje en een stelletje dat muziek maakt. Maar schijn bedriegt. De fluitist achter de vrouw heeft veel weg van een duivel, terwijl rechts een engel wanhopig in gebed is met zijn ogen gericht op de half naakte Christus in de wolken. Aan zijn wonden te zien, gaat het om de gekruisigde Christus, de zoon van God die voor onze zonden aan het kruis is gestorven. Hij heft zijn armen wanhopig ten hemel. Blijkbaar heeft zijn kruisdood niet geholpen om de mensen op het rechte pad te houden. Bosch laat met deze taferelen op de hooiwagen de strijd zien tussen liefde en begeerte (engel en duivel) waarbij, gezien de wanhoop van de engel en de vreugdedans van de duivel, de verkeerde afloop al vaststaat.
Het rechterpaneel van de Hooiwagen verbeeldt de hel waar de zondaars voor eeuwig worden gestraft voor hun zonden.

Het rechterluik brengt in beeld wat ons mensen te wachten staat als we onze begeerten blijven najagen. We worden door duivels naar de hel gebracht waar we eeuwig verdoemd zullen zijn en de ergste straffen zullen ondergaan, straffen die een uitvergroting zijn van onze begeerten. Zo zien we een man waarvan zijn geslacht is veranderd in een pad. Onder bij de brug is een visduivel bezig een gulzigaard te verslinden. Boven rijd een met een pijl doorboorde man op een stier. Hij is vermoedelijk een rover, misschien wel een kerkrover vanwege de kelk die hij in zijn handen heeft. Ook hier weer gebruikt Bosch al zijn schilderkunstige talenten om ons te overtuigen van de ernst van de zaak.

De gesloten panelen van het drieluik "De Hooiwagen". In het midden de marskramer, de goede mens die omringd door het boosaardige van de wereld zijn pad probeert te volgen.


Pas als we het drieluik dicht doen, zien we de goede of wat volgens Bosch een normaal mens zou moeten zijn, in het centrum van het schilderij. Hij is een marskramer die loopt door een wereld vol kwaadaardig gevaar. Aan zijn voeten liggen gebleekte beenderen waarop een kraai zit. Achter hem wordt een man beroofd. Rechts van hem danst een paar dat het een lieve lust is. In de verte op een heuvel zien we een galg. Voor hem een wankel bruggetje. Met zijn stok probeert hij een kwaadaardige hond van zich af te houden. Alles wat hij heeft, draagt hij op zijn rug. Hij is het tegendeel van de mensen die we op het middenpaneel van het drieluik hebben gezien. Hij laat zich niet leiden door begeerte naar meer maar volgt deemoedig zijn pad. Ondanks al die boosaardigheid kijkt hij deemoedig en onaangedaan alsof de wereld hem niet langer aangaat. De marskramer heeft afstand genomen van de wereld en is op weg naar de geestelijke wereld van gods liefde en rechtvaardigheid.

woensdag 16 maart 2016

JHERONIMUS BOSCH: DE MEESTER VAN HET KWAAD

Jheronimus Bosch, Linker paneel van het
Drieluik "De Tuin der Lusten",
Prado Museum, Madrid

Begeleid door veel tromgeroffel lees ik op de website van het Noord Brabants Museum over Jheronimus Bosch dat hij met zijn karakteristieke werk, dat vol zit met illusies en hallucinaties, wonderlijke gedrochten en nachtmerries, de grote thema’s van zijn tijd verbeeldt: verleiding, zonde en rekenschap. Het thema “rekenschap” ken ik niet, maar verleiding en zonde klopt wel. In de tijd van Bosch waren die thema’s min of meer vanzelfsprekend voor een schilder als Bosch. 

Het Middeleeuwse leven was van hoog tot laag doordrengt met alles wat met geloven te maken heeft. Geen wonder dat de kerk een machtig instituut was. Daar moest je niet mee spotten. Bovendien was je als schilder afhankelijk van kerkelijke opdrachten of op zijn minst kerkelijke goedkeuring. Als ik naar het werk van Bosch kijk, moet je vaststellen dat hij vermoedelijk een gelovig man was, die niet twijfelde aan de waarden van de kerk. Sommige fantasten menen dat Bosch een soort vrijdenker was avant la lettre, maar dat lijkt mij onzin.

Dat hij echter wel degelijk werkte binnen de kaders van de Katholieke Kerk en de officiële geloofsleer blijkt uit het feit dat hij lid was van de Lieve Vrouwe Broederschap in den Bosch en dat zijn schilderijen hun weg vonden naar de zeer streng gelovige Koning Filips II en hoogst waarschijnlijk ook naar leden van zijn hofhouding waaronder ook de Nassau’s, de voorvaderen van onze huidige koning.

Het raadselachtige van het werk van Bosch, zijn vreemde schepsels, monstertjes en lugubere scènes die hem zo spannend maken voor de moderne toeschouwer zit hem in het feit dat wij zijn wereldbeeld niet meer kennen en er intussen als gevolg van onze wetenschappelijke geest zelfs heel ver vanaf staan. We kunnen Bosch niet meer begrijpen, net zo min als we nog snappen dat Middeleeuwse schilders geen enkele moeite hadden om engelen te schilderen of duivels alsof ze werkelijk bestonden. We beginnen er met psychologische theorieën en opvattingen een slag naar te slaan.

Jheronimus Bosch, "De Verzoeking van de Heilige Antonius",
Museum Prado, Madrid

In de lijn van de canon van de Katholieke Kerk en als gelovige was Bosch bezig met inderdaad zonde en verleiding of misschien scherper geformuleerd met goed en kwaad. Als we naar de schilderijen van Bosch kijken dan zien we als terugkerend thema het goede, bijvoorbeeld gesymboliseerd door Sint Antonius of de Heilige Hyronimus, dat bedreigd wordt door het kwade gesymboliseerd door monstertjes, half menselijke figuren, rovers en moordzuchtigen. Bosch zet deze goede personen in een landschap van het kwade.

Een treffend voorbeeld van zo een landschap van het kwaad is het linkerpaneel van het beroemde schilderij ‘De Tuin der Lusten’ dat in het Prado museum in Madrid hangt. Op dat paneel wordt het scheppingsverhaal op gebruikelijke wijze uitgebeeld. We zien God die net man en vrouw heeft geschapen. De nog naakte vrouw heeft hij vaderlijk aan de hand alsof hij haar aan de wereld voorstelt. Zo op het eerste gezicht, zien we een lieflijk paradijs met een overdaad aan prachtige planten, bomen en dieren die vredig uit een meertje drinken. Kortom, een paradijslijk toestand zoals het hoort.

Maar bij nader inzien, is dat alles slechts paradijselijke schijn. Aan de voeten van God en het pas geschapen mensenpaar ligt een akelige poel des bederfs vol met lugubere, misvormde en uit de hel afkomstige dieren. Links onder bij Adam sluipt een groot uitgevallen kat met zijn prooi weg. Ook al geen paradijslijk gezicht. De opvallend rose gekleurde plant-boom in het midden van het schilderij is al evenmin geruststellend. Ondanks de onschuldige rose kleur, heeft hij ook iets agressiefs en ongemakkelijks. Het zou zo maar een tropische vleesetende plant kunnen zijn. 

Jheronimus Bosch, "De zwerver", Museum Boymans van Beuningen, Rotterdam

Op de achtergrond links boven zien we een onheilspellende vlucht vogels die blijkbaar voor iets of iemand uit een duistere grot wegvliegen. Je vraagt je af wat die vogels daar deden? Hebben ze zich tegoed gedaan aan dode dieren? Bij nadere beschouwing voorspelt het landschap het nieuwe mensenpaar veel onheil en is dat ook niet wat de kerk toen en vandaag nog leert? Met het goede kwam ook het kwade in de wereld dat het goede bedreigt.

Op het schilderij “De verzoeking van de Heilige Antonius” , niet de drieluik te zien in het Nationaal Museum van Portugal in Lissabon, maar het schilderij in het Prado, zien we de goede mediterende Antonius. Hij zit midden in een landschap van het kwaad. Overal om hem heen zien we kleine akelige monsters, tekenen van geweld en oorlog, mannen die achter een schild ten strijde trekken en stropers die met hun buit sjouwen. Voor Antonius in een poel wijst een afgrijselijke heks naar hem. De kapel naast de boerderij heeft een zwarte toren die meer op een gevechtstoren lijkt dan op een vreedzame klokkentoren. De heilige Antonius blijft echter onaangedaan door dit dreigende landschap, het kwaad krijgt geen vat op hem.

Met zijn schilderij “De Landloper”, te zien in Rotterdam bij Boymans van Beuningen, heeft Bosch de gewone man geschilderd die, ondanks de liederlijkheid om hem heen en het zichtbare leed dat hem is aangedaan door het kwade, blijft vasthouden aan het goede. Zijn gezicht drukt vrede uit en aanvaarding van zijn lot.

Duivel boven op het dak van de Kathedraal van den Bosch.

Zijn kapotte kleren en slordig verbonden verwondingen symboliseren het kwaad dat hem is aangedaan op zijn weg door het leven. Naast hem ligt een hond onvriendelijk te grommen, bereid om hem aan te vallen. Op de achtergrond staat een bordeel met rechts een pissende man en links in de deuropening een minnekozend stel waarvan de man naar de borsten van de vrouw grijpt. In het bovenraam hangt een mannen onderbroek te drogen. Kan het liederlijker? Toch vervolgt de zwerver onverstoord zijn weg. Hij bezwijkt niet voor de verleidingen van de lusten en het kwaad. 

Ziedaar het centrale thema van Bosch dat in alle schilderijen van Bosch terugkeert. Dat wij dat niet of moeilijk zien, komt omdat wij niet meer geloven in de gedaanten die het kwaad in de Middeleeuwen aanneemt. Wij geloven niet meer in duivels en kwade machten en krachten die ons willen meeslepen in de hel. Omdat we dat niet meer geloven, herkennen we de beeldtaal van  Bosch niet meer en vragen we ons af wat de man toch bezield moet hebben om zulke akelige onheilspellende monsters te schilderen, duivelse misvormde wezens die vaak ook nog eens helse straffen ondergaan? 


Maar Bosch schilderde eenvoudig de wereld van de gewone Middeleeuwer. Die zag op de schilderijen dan ook meteen het kwaad dat het goede bedreigt net zoals elke Bosschenaar begreep dat de lelijke monsters op het dak van van de kathedraal het kwaad symboliseren dat de kerk bedreigt, gelukkig zonder resultaat. De kathedraal is te groot en te mooi om door het kwaad ten val te komen.