Posts tonen met het label drie bitches in bonnefanten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label drie bitches in bonnefanten. Alle posts tonen

dinsdag 24 maart 2026

3. DRIE BITCHES IN BONNEFANTEN

Keetje Mans, "In this Ungodly Hour", 2025, olieverf op linnen (240x 220 cm)


De derde van de 3 vrouwen die exposeren in Bonnefanten onder de titel “Bitches Brew” (waarom toch altijd Engelse titels? Is dat de onmacht met de eigen taal?) is Keetje Mans (1979, Amsterdam). Als het om kleur zou gaan dan kun je haar werk het minst kleurrijk noemen. In al haar werken worden de kleuren willens en wetens gedempt of vervuild door zwart, zo lees ik in de brochure. 


Het meest opvallende werk, ook wat betreft omvang (240x220 cm), is een berg vrouwenlichamen die zodanig met elkaar zijn verenigd in kleur en vorm dat je alleen gezichten ziet met allemaal dezelfde uitdrukking, een staat van verrukking of zaligheid. Paarse bloemetjes versterken de sfeer van “In this Ungodly Hour” zoals het werk heet. 


Het goddeloze ontgaat me, wel zie ik in de twee gezichten in het centrum van het schilderij enige gelijkenis  met het beroemde schilderij "de Kus" van Gustav Klimmt. In dat schilderij is overgave, intensiteit en erotiek verenigd in schoonheid.


Bij twee schilderijen wordt in de brochure verwezen naar middeleeuwse prenten  en schilderijen van Jheronimus Bosch als inspiratiebron. “Ook bij hem krioelen vormen, beesten en mensen door elkaar tot ze een geheel worden”. Dat zo te stellen doet tekort aan Bosch.


Het eerste wat op schilderijen van Bosch opvalt is dat zijn figuren treffende uitdrukkingen hebben die onderling verschillen vanwege de verschillende emoties de ze uitdrukken. Daarin alleen al is Bosch een meester. Op de schilderijen van Keetje Mans hebben de figuren daarentegen allemaal dezelfde uitdrukking en op sommige schilderijen zelfs helemaal geen. 


Het sombere, donkere grote schilderij “October” heeft geheimzinnige kleuren. De gezichten in het groene water zijn uitdrukkingsloos. Het verband tussen de vissenkoppen, het zwemmend paard en de gezichten in het groen giftig gekleurde meer is onduidelijk. Is er wel een verband. Is het zo maar een geheimzinnig schilderij? 


Dat kan van schilderijen van Bosch niet gezegd worden. Elk van zijn schilderijen gaat op de een of andere manier over de strijd tussen goed en kwaad. Dat kan ik in dit schilderij niet vinden. Waar het dan wel over gaat, weet ik niet maar misschien is dat het teken des tijds. We weten niet meer waar het over gaat en misschien is dat wat Keetje Mans ons met dit schilderij wil vertellen?


 

donderdag 19 maart 2026

2. DRIE BITCHES IN BONNEFANTEN



Drie schilderijen van Alene Thomassen. In het midden het schilderij met de foetus en de navelstrengen.


 

Ook voor Alene Thomassen (1964, Maastricht) is vrouw zijn toch ook veel bloot zijn, in haar geval organisch bloot. “Met waterverf maakt ze meer dan levensgrote schilderijen van vrouwen. Uit hun lichamen komen organen en natuurlijke vormen tevoorschijn,” zo meldt de brochure. Ze zoekt in verf op papier naar wat onder haar huid leeft. 


Voor Thomassen is schilderen “een manier om te verwerken en te uiten wat door de maatschappij wordt onderdrukt. Ze schildert geen echte vrouwen maar wel echte ervaringen.” Van haar schilderijen valt af te lezen dat ze het vrouw-zijn ervaart als een opdracht en last.


Het krijgen van een kind maakt deel uit van haar vrouw zijn. Op twee grote werken staan kinderen afgebeeld. Op een daarvan staat een grote in giftig groene waterverf geschilderde vrouw. Onder haar hangt nogal ongelukkig een foetus, naast haar hangen rode slangen die aan navelstrengen doen denken. Haar borsten kleuren rood. Geen schilderij om vrolijk van te worden.


Op het andere schilderij staat een met zwarte waterverf geschilderde vrouw omringd door 3 foetussen die door navelstrengen met haar zijn verbonden. Haar ogen zijn gesloten alsof ze de foetussen om haar heen niet wil zien of is het dat ze die aanvaardt maar wel met enige tegenzin? Ook hier weer blijkt vrouw zijn en moerschap een last en/of een zware opdracht.


Door de gebruikte aquarel techniek zijn de beelden onaf en vloeiend, zonder enig houvast. De schilder zoekt in onzekerheid naar haar identiteit als vrouw. Geen enkel werk is helder en transparant, zo van dit ben ik en dit wil ik zijn. 


Nergens enige zekerheid over waar de schilder met haar leven heen wil. In de brochure staat dat ze vooral onaangepast wil zijn. Dat zal niet meevallen. Is het onaangepast zijn om het onaangepast zijn of zit er meer achter?


Uit alles blijkt dat het schilderkunstige uitgangspunt van vrouw-zijn bij Tanja Ritterbex en Aline Thomassen leidt tot problematisering van dat vrouw-zijn vooral als er moeder-zijn bij komt toch iets wat miljoenen vrouwen elke dag overkomt. 


In hun schilderkunstige dagboeken komt tot uiting dat zij het als een moeilijke opdracht zo niet als een zware last zien. Het tragische is dat geen van beiden een uitweg aangeeft. Tanja schildert haar vrouw-zijn van voor de bevalling nog als gezellige vrijheid en blijheid maar met het moederschap houdt dat op. Bij Aline zien we dat kinderen een last zijn maar over het daarna komen we niets te weten.