Posts tonen met het label bas heijne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bas heijne. Alle posts tonen

maandag 7 oktober 2013

SEKSISTISCHE FOTO'S

1952 of daaromtrent


Naar aanleiding van Bas Heijne op nrc.nl van gisteren over het gedoe rond het Dikke Cadeauboek van speelgoedgigant Bart Smit, heb ik bijgaande foto's opgezocht. Seksistische foto's uit het verleden dat we, als het aan Bart Smit ligt, maar niet achter ons willen laten. Naar het schijnt staan in dat boek meisjes met stofzuigers en strijkijzers afgebeeld waarbij de klassieke mama als expliciet rolmodel wordt aanbevolen. Rolbevestiging met alle toekomstige ellende van dien.

1962 of daaromtrent


Ik lees dat de Zweden wederom een lichtend voorbeeld zijn. Dat collectivistische ingestelde volkje schijnt jongens met strijkijzers en meisjes met sportwagens af te beelden. Het kan niet anders of de Zweedse jongens en meisjes van vandaag zullen er straks veel beter aan toe zij dan die in onze seksistische maatschappij.

1976


Het wachten is op de afschaffing van de woorden man en vrouw. We worden allemaal hets. Geen zij of hij meer, maar het. Geen vaders of moeders meer maar hoeders. Kortom, de verschillen tussen man en vrouw worden definitief uitgeroeid. De wetenschap komt ons daarbij een handje helpen door de seks als basis voor de productie van kinderen definitief aan het laboratorium uit te besteden.

1977


We schaffen trouwens dat hele seks gedoe af. Daarvoor in de plaats krijgt iedereen vrije toegang tot drugs. Er zal een variëteit aan seks-drugs op de markt worden gebracht: masturbatiedrugs, klaar kom drugs, orgie drugs, triootjes, duootjes enz. Er wordt al aan gewerkt maar dat kan beter en effectiever. Zo wordt edereen gelijk en dus ook gelukkig. Op naar de Happy World van Het.

1979


zondag 17 maart 2013

KABINETSFORMULE RUTTE II



Ik mag Bas Heijne wel. Geen Pavlov progressief die achter de mode en de trends aanloopt maar blijft nadenken, ook al is de verwarring tussen idealen en werkelijkheid groot. Hij stelt in zijn laatste column vast dat het geloof in de menselijke natuur begint te tanen. “Decennialang heerste de progressieve overtuiging dat een mens gebaat zou zijn met zoveel mogelijk vrijheid – het opheffen van het bordeelverbod in 2000 was er een late uiting van. Wie volkomen vrij was, zou vanzelf wel gelukkig worden. Daarna kwam de desillusie – wie vrij was, maakte soms, vrij vaak eigenlijk, keuzes die niet goed uitpakten Voor niemand – niet goed voor jezelf, niet goed voor anderen, niet goed voor de maatschappij. Lang dacht men dat het een kwestie van voorlichting en bewustwording was; wanneer je mensen maar vaak genoeg zou wijzen op de schadelijke effecten van hun al te menselijke neigingen, zouden ze vanzelf het licht wel zien.” (NRC Handelsblad, 16 en 17 maart 2013)

Nog niet zo lang geleden moesten we nog lachen om de goed bedoelde slogan van voormalig premier Balkenende “Fatsoen moet je doen”. Toen stond het progressieve geloof in de menselijk natuur kennelijk nog overeind. Mensen zouden heus wel weten wat het beste voor hun is en als het fout gaat, kunnen we er nog altijd een TV spotje tegenaan gooien. Het geloof in opvoeding en bewustwording als correctie op de menselijke natuur was nog onaangetast.

Totdat, ja totdat wanneer? Toen bleek dat mensen ondanks alle heropvoedingsreclame en afschrikking toch bleven roken? Of totdat de mensen alsmaar dikker werden door ongezond eten? Of toen bleek dat steeds jongere mensen zich een coma zuipen? Of is het besef gekomen met meer geweldpleging tegen ambulance verplegers en politie? Of was het omdat de leiding van publieke instellingen behept bleek te zijn met wat heden ten dage graaicultuur is gaan heten?

Een scherpe grens valt niet te trekken maar het gevoel van mailaise over het gebrek aan individuele verantwoordelijkheid is ontegenzeggelijk groter geworden. De economische crisis heeft bij gebrek aan nog meer fun dat gevoel van malaise versterkt. Wat nu? Meer regelgeving van bovenaf? Het lijkt erop dat de progressieven met hun visie op de staat en samenleving bijna automatisch daarbij terecht komen. Het tot voor kort ondenkbare in progressieve kringen, de staat als Grote Opvoeder, lijkt steeds dichterbij de komen. Steeds meer kamerleden en politieke leiders zoeken hun heil in verbodswetgeving om dan maar normbesef en moraal bij de burger af te dwingen.

Nederland dreigt aldus een dwangdemocratie te worden. Is het niet goedschiks dan kwaadschiks maar de burger zal gedwongen worden zijn gedrag en opvattingen te wijzigingen op straffe van een boete of straf. De overheid hanteert daarbij een mengeling van argumenten. Maar het voornaamste argument is dat van de kosten. Daarin vinden socialisten en liberalen elkaar in dit kabinet. De BV Nederland moet een soepel lopende machine zijn waar burgers zich houden aan regels van efficiency en nut.

Burgers die ziek worden door te roken of teveel te eten, burgers die de vleespotten van de overheid leeg vreten, jonge burgers die zich te pletter zuipen en de boel kort en klein slaan, gezinnen die goedkoop willen wonen enz. enz. moeten door de wet aangepakt worden. Wie niet horen wil, moet maar voelen. Staatmoralisme ten dienst van de publieke moraal om burger en samenleving op het goede pad te houden. Zijn we dan toch op weg naar de gevreesde 'Brave New World ' die Aldous Huxley zo overtuigend heeft beschreven in zijn gelijknamige boek (1932!)?

Ik ga er vanuit dat zoiets ons niet gaat overkomen, ook al zijn er her en der angstaanjagende signalen dat het toch wel eens die kant uit kan gaan. Ouderen die zichzelf leren opruimen om plaats te maken voor onbezonnen jeugd. Een technisch administratief geboortebeleid voor de productie van werkers om het marktsysteem draaiend te houden. Een gesteriliseerd milieu waarin niets meer aan het toeval wordt overgelaten zodat de kosten van onderhoud minimaal worden. Een woningbouwbeleid waarbij van overheidswege wordt bepaald wie waar mag wonen in wat voor een soort huis.

Dat alles op basis van een 'kosten baten plaatje'. Hier doemt het schrikbeeld van Nederland op als een toekomstige dwangdemocratie met een kruideniersmentaliteit. Of we er ook daadwerkelijk heengaan? Als ik naar dit kabinet kijk, ben ik bang van wel want op meer visie op mens en maatschappij dan die van een kruidenier heb ik Rutte en Samsom nog niet betrapt. Maar wat niet is, kan komen. Meer hoop is er niet.

maandag 19 december 2011

VERBETER DE WERELD MAAR WANTROUW DE MENSELIJKE NATUUR

De Hollandsche intellectueel Bas Heijne wordt als gevolg van de opkomst van het populisme bevangen door pessimisme over de menselijke natuur.

NRC columnist Bas Heijne is een goed mens. Hij probeert het humanisme voor de mensheid te behouden. Een zeer lofwaardig streven. Hij heeft namelijk geleerd dat zoiest moeilijk is want “de mens is van nature geneigd op zoek te gaan naar iets wat zijn wereld samenhang en betekenis geeft” en dat betekent blijkbaar “dat hang naar groepsvorming en culturele eigenheid – zoals die door politieke bewegingen als Vlaams Belang, de Echte Finnen, de Zwitserse Volkspartij en Oostenrijkse FPÖ en in Nederland de PVV wordt vertolkt – in onze genen zit.”  (Na te lezen in NRC Handelsblad van 15 december, ‘Militant humanisme, De wereld valt te verbeteren, ondanks de menselijke natuur.’)

Die Bas Heijne toch. Wat hij zo omslachtig formuleert, leerden wij vroeger op school met een enkel zinnetje: “ De mens is geneigd tot alle kwaad”.  De mens zelf schept dus zijn eigen ellende. Helaas heb ook ik gedacht dat zoiets niet waar kan zijn. Dat zouden achterlijke verzinsels zijn van een al even achterlijke katholieke kerk met allerlei nare gevolgen zoals het zondebesef en nog erger de erfzonde als gevolg van de val van Adam en Eva in het aardse paradijs nota bene op kinderlijke wijze gesymboliseerd door het eten van een appel die door een duivelse slang wordt aanbevolen vanuit de boom van goed en kwaad. Prachtig verzonnen door onze voorouders maar het slaat nergens op zo dacht ik toen. Trouwens wisten die voorouders veel? Die beschikten niet zoals wij over de Wetenschappelijke Methode.

Maar dank zij die Wetenschappelijke Methode leven we nu toch weer in permanente doodsangst. Wetenschappers voorspellen ons immers met de regelmaat van de klok dodelijke epidemieën, aardbevingen, tsunami’s, klimaat veranderingen, het uitsterven van dieren en planten, smelten van de ijskap, verhoging van de zeespiegel enz. Alleen als we boete doen, veel boete door bijvoorbeeld minder te vliegen, minder auto te rijden, geen gas uit de grond te halen, de kolen niet meer op te stoken, de polders te ontpolderen enz. kunnen we het allerergste, de vernietiging van de planeet aarde, voorkomen. De Wetenschappelijke Methode heeft ons weliswaar bevrijd van achterlijke waanideeën over trollen, heksen, magische bezweringen, boze goden en godinnen, noodlottige kaarten enz. maar de angsten zijn gebleven en wie weet misschien dank zij de moderne media, met dank aan de Wetenschappelijke Methode, wel massaler dan in die tijd.

Wat ik gek vind van Bas Heijne is dat zijn nieuwe pessimisme over de vooruitgang van de mensheid het gevolg is van de opkomst van rechtse populistische partijen. Voor mij was juist het Linkse Vooruitgangsdenken de aanleiding voor een nieuw pessimisme. Al voor de Tweede Wereldoorlog maakte de Wetenschappelijke Methode met de zegen van het Linkse Vooruitgangsdenken in de vorm van Communisme alleen al in Rusland en de Ukraïne miljoenen burgerslachtoffers . Na de Tweede Wereldoorlog werd dat aantal slachtoffers alleen nog maar groter dank zij de bezetting van de oostelijke helft van Europa en de overwinning van het Maoïsme in China.

Heeft Bas Heijne dan ook niet begrepen dat mensen als de net overleden Tsjechische mensenrechten activist en schrijver Vaclav Havel, de Russische Schrijvers Almarik en Solsjenitzin en de Chinese kunstenaar Wei Wei de ware voorhoede zijn van de redders van het humanisme of moet ik misschien zeggen van het elementaire menselijke fatsoen? Heeft hij wel van hen gehoord maar niet begrepen waar het hen om te doen was?

Hoe dan ook, zijn slotconclusie dat het een uitdaging is om te blijven geloven in de verbetering van de wereld maar dan wel getemperd door een groot wantrouwen in de menselijke natuur, deel ik ten volle. Je kunt ook zeggen dat we altijd bedacht moeten zijn op het kwade zonder ons vertrouwen in de mensen te verliezen. Dat besef maakt meteen ook nederig en dat is wat mensen af en toe heel hard nodig hebben.