Posts tonen met het label vlamingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vlamingen. Alle posts tonen

woensdag 18 juni 2025

HET LAND VAN BART DE WEVER

Vlaams Dorpscafé, 2013

 

Nederlanders zijn geneigd om neer te kijken op Belgen, in het bijzonder Vlamingen. Ze vinden hun taal grappig maar ook dat ze hun strijd tot behoud van hun taal overdrijven. Dat doen alleen provincialen, vinden Nederlanders. 


De Nederlandse doorsnee intellectueel vindt zichzelf een kosmopoliet daarom spreekt hij graag Engels. Dat maakt hem tot man van de wereld. Intussen moet je niet met Duits en Frans, buurtalen van Nederland, aankomen.


Nederlanders kijken neer op het politieke geknoei in Belgenland zonder moeite te doen om het te begrijpen. Dat is  kenmerkend voor Nederlanders. Men neemt een land of volk de maat zonder te weten waar het over gaat. Nederlanders wanen zich superieur. Ze menen te weten hoe het hoort in de wereld.


Vlamingen hebben daar minder last van. Ze weten uit ervaring dat morele superieuriteit niet bestaat. Bovendien is het een ingewikkeld land. Een meerderheid van Vlaamstaligen moet samenleven met een grote minderheid aan Franstaligen, taalkundig en cultureel, en dat is niet gemakkelijk.


België is een grensland tussen twee culturen, de Latijnse Zuid Europese cultuur en de Germaanse Noord Europese cultuur. Die verschillen in een enkel land democratische overbruggen, is politiek en bestuurlijk ingewikkeld.


Vlamingen zijn terughoudend, kijken de kat uit de boom en luisteren goed. Ze onderbreken hun politici en bestuurders niet en laten elkaar in gesprekken uitpraten. Ze zoeken niet de sensatie maar de oplossing. Kritiek wordt gewogen en omzichtig geformuleerd. 


Op die manier kun je tegenstellingen overbruggen en oplossingen vinden. Zo heeft huidig premier Bart de Wever, leider van de volkse nationalistische Vlaamse partij N-VA, een coalitie weten te smeden van 5 onderling zeer verschillende partijen, meer verschillend dan welke coalitie in Nederland ook.


Ze verschillen niet alleen politiek ideologisch van elkaar maar ook taalkundig en cultureel. De deelnemende partijen aan de Vlaamse kant zijn de Vlaams nationalistische N-VA, de christendemocratische CD&V en het sociaaldemocratische Vooruit. De Frans en Duitstaligen zijn vertegenwoordigd door de MR, een liberaal conservatieve hervormingsbeweging die bestaat uit twee Franstalige en een Duitstalige partij, en Les Engagés, een christendemocratische-humanistische partij (de voormalige Christelijke Sociale Partij). 


Het heeft de Wever het nodige zweet, bloed en tranen gekost om deze coalitie te smeden maar ze werkt en dat is wat niet gezegd kan worden van de Nederlandse coalities van de laatste jaren zelfs niet als ze een min of meer dezelfde ideologische signatuur hebben. 

maandag 16 maart 2020

BELGISCHE KONING FILIP STOPT

Koning Filip wordt bijna dagelijks door de politieke leiders van zijn land in zijn hemd gezet.

Het is een publiek geheim dat Koning Filip erover denkt om te stoppen met Koning te zijn van alle Belgen. Wie zou dat niet doen als je zowat elke dag door de politiekers voor joker wordt gezet? Hij is nu al langer dan 290 dagen bezig met een federale regering te vormen zonder dat ook maar een streepje licht aan de tunnel gloort en het einde is nog lang niet in zicht. De vorige regeringsformatie duurde maar liefst 451 dagen en het is wel zeker dat het deze keer nog langer gaat duren want de tegenstellingen zijn alleen maar scherper geworden.

Ondanks het zorgvuldig koninklijk beraad dat de koning telkens opnieuw heeft met de politieke leiders, gooien ze roet in het eten met hun commentaren zodra er weer een informatieploeg aan het werk is. Het botert niet tussen de de Waalse meerderheidspartij van socialisten en de Vlaams nationalistische meerderheidspartij. Uit afschuw voor en angst van de Waalse socialisten voor de Vlaamse nationalisten  hebben de socialisten zelfs het voorstel om een noodregering te vormen in de vuilbak gegooid.

Het is duidelijk dat de koning der Belgen klem zit tussen Vlamingen, Walen en Brusselaars. De Vlamingen zijn de Walen spuugzat omdat die als minderheid nog steeds denken dat het land van hun is. De Walen zijn de Vlamingen beu omdat ze een andere taal dan Frans spreken en denken dat ze omdat ze de meerheid zijn ook veel te zeggen hebben. Brussel heeft met iedereen ruzie omdat Walen noch Vlamingen willen betalen aan de hoofdstad van een land dat niet meer bestaat.

De koning heeft groot gelijk dat hij zijn plan trekt en er met zijn gezin en koninklijk vermogen vandoor gaat. Waarom nog langer liggen vallen met Vlamingen, Walen en Brusselaars die geen kant op willen?

De Vlamingen willen het liefst een republiek worden zonder Walen en met Brussel als hun hoofdstad. De Walen willen Belgen blijven maar alleen als zij het voor het zeggen hebben. En de Brusselaars? Die weten al lang niet meer wat ze willen. Frans spreken en met een dikke nek de grote jongen uithangen? België is verloren. 


Ter informatie.

Volgens de laatste peilingen wordt Vlaams Belang, de uiterst rechtse nationalistische "eigen volk eerst" partij, de grootste In Vlaanderen met meer dan 27% van de stemmen. De nationalistische conservatieve partij N-VA van Bart de Wever zakt tot 22% van de stemmen.
Dat betekent dat de helft van de Vlamingen van uitgesproken tot extreem nationalistisch zou stemmen. De Waalse socialisten zullen hun knopen moeten tellen willen ze België behouden.


vrijdag 22 juni 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 43

 
In de buurt van het Napoleondok, Antwerpen 1994

De Vlamingen hebben het minder slecht getroffen dan de Noord Amerikaanse indianen of de Australische aboriginals en misschien ook wel beter dan de Basken, de Catelanen, de Esten, Letten en Litouwers. De Basken hebben te maken gehad met dictator Franco die hun taal en cultuur uit naam van het fascisme onderdrukte terwijl de Baltische talen en culturen onderdrukt werden uit naam van het Communisme.

Niettemin dreigden de Vlamingen door de verfransing niet alleen hun taal en cultuur te verliezen maar ook hun banden met hun verleden, hun greep op hun omgeving en hun wereld. Geen wonder dus dat ze zich stortten op hun wordingsgeschiedenis als volk en natie en hun taal waarbij ook het intussen modieuze woord identiteit valt.

“Taal en geschiedenis van Vlaanderen werden daarom bestudeerd door geleerden als Jan Frans Willems en kannunik Jan Baptist David. Ze ontdekten oude geschiedverhalen in oud Nederlands, ze gaven die opnieuw uit, ze bestudeerden dialecten in het hele land en verzamelden volksverhalen. Maar in die eigen taal schreven literatoren ook eigen werk, om aan te tonen dat ook het Nederlands volwaardige literatuur kon opleveren. Vooral historische romans, toneelstukken, zedenromans en hekeldichten bewezen goede diensten, zoals die van Hendrik Conscience of Prudens van Duyse. Deze laatste schreef ook eigenaardige ‘loverkens’, gedichten die hij in een imitatie van Middelnederlands schreef. Van Duyse vatte trouwens het idee achter de Vlaamse Beweging het beste samen. Een sterk Nederlandse taal betekende een sterke Vlaamse bevolking, want, zo schreef hij, ‘de tael is gansch het volk’.” (zie de website litteratuurgeschiedenis.nl, de Vlaamse Beweging in de negentiende eeuw)

Omstreeks 1850 ontwikkelde zich uit deze Vlaams culturele emancipatiebeweging een politieke beweging. Daarbij stak een zekere verdeeldheid tussen katholieke en liberale Vlamingen de kop op.

"De Vlaamse Beweging wist niet of ze haar politieke doelen moest realiseren door samen te werken met de katholieke of met de liberale partij. Uiteindelijk sloot ze aan bij beide en ontstond er in de Vlaamse Beweging een liberale en een katholieke vleugel. De ankerpunten van de twee strekkingen werden genoemd naar twee van de vaders van de Beweging: het liberale Willemsfonds en het katholieke Davidsfonds."(zie website hierboven)


De volgende fase was die van de radicalisering van de cultureel georiënteerde Vlaamse Beweging tot wat de Vlaamse Zaak is gaan heten.

“Maar de echte actie van de Vlaamse Beweging situeerde zich steeds meer buiten de literatuur; aan het eind van de eeuw werd de massa in beweging gebracht voor de Vlaamse zaak. Rodenbach richtte de blauwvoeterij, een Vlaamse actiebeweging, op en Vlaamse studenten van overal verenigden zich in de Katholieke Vlaamse Studentenbeweging. Sommige Vlaamsgezinden werkten tijdens de Eerste Wereldoorlog met de Duitse bezetter samen, in de hoop de Vlaamse taal en cultuur uit België los te weken en in te passen in de grote en op dat moment machtige cultuur van het Duitse keizerrijk. Dat zou de Vlaamse Beweging na de oorlog een tijdlang verdacht maken.” (zie de website litteratuurgeschiedenis.nl, de Vlaamse Beweging in de negentiende eeuw)



 (verschijnt elke vrijdag)




vrijdag 2 maart 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 28

Het intussen afgebroken geboortehuis van de Vlaamse schrijver Gerard Walschap (1898-1989) 
tegenover de parochiekerk van het kerkdorp Sint Jozef, gemeente Londerzeel. (Foto 1998)

Gerard Walschap wilde missionaris worden, grootse dingen doen en volkeren bekeren. 
Hij studeerde voor priester in Leuven maar ontdekte dat het celibaat niks voor hem was. 
Hij wilde schrijver worden met als voorbeeld grote Russische en Scandinavische schrijvers 
en weg van de brave anekdotische, folkloristische vertellingen van zijn vrienden 
Felix Timmermans, Ernest Claes en Stijn Streuvels. Ondanks aanvallen van de 
katholieke kerk op zijn werk, werd hij nog tijdens zijn leven een gevierd schrijver. 
De ironie wil dat het plein voor de kerk waaraan ook zijn geboortehuis stond 
het Gerard Walschapplein is gaan heten. (Wikipedia:Gerard Walschap)

Zouden de overwegend katholieke Vlamingen in het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden meer kans hebben gehad zich te ontvoogden dan in het onafhankelijke België? Een hypothetische vraag waar nooit een echt antwoord op is te geven maar kan wel helpen om nog eens scherper naar de geschiedenis van de Vlamingen te kijken.

Om te beginnen geven Vlamingen zelf zo nu en dan tussen neus en lippen toe dat de onafhankelijkheid voor Vlamingen een vergissing geweest is. Zwart op wit schrijven zullen ze dat niet gauw daarvoor is het Vlaams ongemak met Nederland te groot, maar het wordt ondertussen wel gezegd. Na bijna 200 jaar onafhankelijkheid is het hun bevinding dat het Vlaams meer kansen had gehad zich tot een eigen landstaal te ontwikkelen in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden dan in het onafhankelijke België. 

Na de Belgische onafhankelijkheid deed de Franstalige elite, inclusief de Vlaamse Franstaligen, er weinig of niets aan om te voorkomen dat het Vlaams een onbenullig dialect werd, een proces dat pas na heel veel Vlaamse strijd is gestopt. Daarvoor was uiteindelijk wel een taalgrens nodig. Sinds het einde van negentiende eeuw is dankzij die strijd het Vlaams uit zijn schulp in dorpen en steden kunnen kruipen en is het mede geruggesteund door het Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) van een derderangs taal een eenheidstaal geworden. De verfransing van de hoofdstad Brussel is dankzij de taalgrens en de federalisering zo goed als gestopt maar niet teruggedraaid. 

“In de periode 1961-1963 werd de taalgrens wettelijk en definitief vastgelegd na een lange periode van taalstrijd. Sinds 1921 was het zo dat het taalregime van een gemeente kon worden aangepast op basis van resultaten van de tienjaarlijkse talentelling. Zodra een minderheidstaalgroep meer dan 20% (en vanaf 1932, meer dan 30%) van de bevolking uitmaakte, konden taalfaciliteiten afgedwongen worden. Een gemeente kon zelfs van taalregime veranderen indien de vroegere minderheidsgroep volgens de telling een meerderheid was geworden. De resultaten van een aantal talentellingen en van deze van 1947, de laatste die werd gehouden, gaven meermaals aanleiding tot politieke heibel. Vooral aan Vlaamse zijde werd een aantal resultaten betwist, en de volgende telling die zou doorgaan in de jaren 50 kwam er niet meer nadat een aantal Vlaamse burgemeesters weigerde ze uit te voeren. De evolutie van de cijfers tussen 1930 en 1947 (de telling in 1940 ging niet door vanwege W.O.II), was voor sommige gemeenten dan ook bepaald opmerkelijk te noemen, zo telde het stadje Edxngen in 1930 nog 51% Nederlandstaligen, en in 1947 nog slechts 11%, een verschil dat niet door migratie te verklaren is; wel is duidelijk dat de ontwikkelingen tijdens de oorlog een grote invloed hadden op de naoorlogse stemming. In de zes dorpen van de Voerstreek deed zich een vergelijkbaar fenomeen voor, waren er in 1930 nog 81,2% Nederlandstaligen dan was dit aantal in 1947 tot 42,9 geslonken. Bij de wettelijke vastlegging van de taalgrens werd daarom meteen besloten dat de officiële tienjaarlijkse talentelling afgeschaft werd.” (Zie Wikipedia: Taalgrens in België)

Het verloop van de geschiedenis van de taalstrijd laat zien hoe taai en langdurig die strijd sinds het begin van de Twintigste Eeuw is geweest. Dit zou binnen het Verenigd Koninkrijk vermoedelijk heel anders zijn verlopen. Met het Nederlands als meerderheidstaal en als overwegend administratieve en bestuurlijke voertaal zou het Vlaams zich veel sneller hebben kunnen ontwikkelen tot de landstaal die het nu is. Het Frans zou  meer beperkt zijn gebleven tot Wallonië en Brussel minder verfranst. 

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 24 november 2017

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 14

Stuikberg, Londerzeel 1998

Ik woonde ruim 20 jaren in een groot Vlaams dorp tussen Antwerpen en Brussel. Als Nederlander ben ik niet te onderscheiden van een Vlaming behalve wanneer ik mijn mond open doe, dan verraadt mijn Nederlandse tongval dat ik een “Hollander”  ben. Bij een eerste kennismaking zie je een zekere verrassing of zelfs verwarring bij je gesprekspartner. Na enige aarzeling reageren sommigen en zeggen iets over Nederland -vaak over voetbal- of men negeert het. Maar wat ze ook doen, ze zijn behoedzaam en misschien zelfs wel op hun hoede.

Vlamingen zijn altijd behoedzaam in de sociale omgang ook onderling. Ze willen geen schade aanrichten want je weet maar nooit. Nederlanders letten ook wel op in het sociale verkeer maar zijn over het algemeen toch minder op hun hoede. Ze barsten meestal van zelfvertrouwen en gedragen zich zelfverzekerd. Ze vertrouwen op hun overtuigingskracht, hun mening die ze niet schuwen luid en duidelijk te geven, hun onverzettelijkheid of liever eigenwijsheid en soms zelfs praatjes, smoesjes en als het zo uitkomt bluf. Vlamingen vinden “Hollanders” dan ook vaak opdringerig, arrogant en dom want wie geeft ze zich gauw zo gemakkelijk bloot?

Vlamingen in ieder geval niet. Misschien is er ook iets van onzekerheid maar dat heeft dan toch vooral met ervaring te maken. Vlamingen zijn immers lang gemarginaliseerd geweest in hun eigen land en dat heeft gevolgen voor het sociale verkeer. 

“In het België van de 19e eeuw was het dagelijks leven doordrongen van het Frans. Het secundair en hoger onderwijs, het parlement, het leger en de kerkleiding waren aanvankelijk allemaal eentalig Frans. Nochtans was taalvrijheid in de Grondwet ingeschreven en werd het Vlaams in de lagere besturen, het lager onderwijs, het gerecht enz. gebruikt. Een Vlaming die in België iets wilde betekenen moest overschakelen op Frans, of verhuizen naar Wallonië waar door de industriële revolutie meer werkgelegenheid was. Vandaar dat velen uit de Franstalige elite in de 19e eeuw Vlaamse namen hebben…. 

Van een Vlaams nationalisme was midden negentiende eeuw nog geen sprake. Het Belgisch patriotisme was veel sterker…Om de onafhankelijkheid van België (1832) te legitimeren, vooral ten opzichte van Frankrijk, waren de oorspronkelijke flaminganten de mening toegedaan dat het land zich precies door het tweetalige karakter onderscheidde van het eentalige Frankrijk…” (Zie Wikipedia onder “Taalstrijd in België")

zaterdag 12 april 2014

HOLLANDERS EN VLAMINGEN

Winterlandschap, Vlaams Brabant (Klein Brabant), 2013

Het vergelijken van Hollanders met Vlamingen, in alfabetische volgorde om ongelukken te voorkomen, is een hachelijke zaak, zeker voor een Hollander die in Vlaanderen woont. Eén verkeerde mening over een Hollander en je hebt kans dat je bedreigd wordt. In mijn geboorteland is maatschappelijke zelfbeheersing tot een dieptepunt gekomen zodat we nu zowat met kop en schouder in de beerput van het menselijk onvermogen zijn terecht gekomen. In Vlaanderen is het zo ver nog lang niet. Daar staat zelfbeheersing en fatsoen nog hoog op de lijst. Beleefdheid wordt op prijs gesteld.

Soms vertellen Vlamingen dat ze wel net zo welbespraakt zouden willen zijn als Hollanders want dat zijn ze. Misschien dat de gemiddelde Vlaming zich wel iets gemakkelijker zou moeten uitspreken maar laat het dan a.u.b. nooit zo ver komen als in Nederland. Daar is welbespraaktheid al lang geleden overgegaan in een grote mond. Men bekt elkaar af als het zo uitkomt en ook als het niet uitkomt. Men zegt wat men denkt zonder enige terughoudendheid of zelfbeheersing. Geestelijke discipline bestaat er uit naam van de vrijheid niet meer. Trouwens fysieke discipline ook niet meer. De gewelddadigheid op straat en god betert het ook op voetbalvelden, ja zelfs op scholen en dancings zijn niet meer bij te houden.

Maar ondanks dat zijn Hollanders en Vlamingen familie van elkaar. Ze spreken toch maar mooi dezelfde taal. Weliswaar met een verschillende tongval maar dat is normaal en zou de pret niet mogen drukken. Zou want er zijn van die Hollanders die denken dat hun taal superieur is aan het Vlaams. Zij zouden het echte Nederlands spreken, Vlamingen en andere buitenlui zoals Limburgers, Brabanders, Tukkers enz. zouden de verkeerde tongval hebben. Nou, ik vind van niet. Mijn voorkeur gaat uit naar de zachte G en de rollende R en het Ge en Gij.

Waar Hollanders lijden aan een superioriteitscomplex, lijden Vlamingen aan een minderwaardigheidscomplex. Hollanders wanen zich de beste van de wereld op bijna alle terreinen. Bescheidenheid is voor een Hollander een ondeugd, een doodzonde waarvoor je moet boeten, liefst in het openbaar omringd door journalisten. Die beschouwen zich als de hogepriesters van de Hollandse samenleving. Zij beschermen hun landgenoten niet alleen tegen bescheidenheid maar ook tegen onbekendheid en privacy. Ze strelen ijdelheid en jaloezie van hun publiek, zorgen voor onmin en onvrede, wakkeren verontwaardiging en wantrouwen aan. Ze zorgen dat de rot in de samenleving blijft en de democratie kapot gaat aan zijn tegenstellingen.

Den Bosch, Noord Brabant, 2008

Vlamingen beschouwen zichzelf als de underdog van België, Europa en de wereld en het slachtoffer van de geschiedenis. Ze moeten weinig of niks hebben van vreemde dingen en vreemdelingen. Ze houden vast aan tradities en gewoonten, wonen en werken het liefst rond de (dorps)kerk. Verre en onbekende reizen is niet hun ding. Hun groot geheim is hun zuinigheid tot op het gierige af. Daarom wijzen ze ter afleiding graag naar die zuinige Hollanders die immers alleen maar broodjes kroket eten en karnemelk drinken.

In tegenstelling tot de Vlaamse keuken, steekt de Hollandse keuken met drank en al mager af. Maar de Vlaamse keuken is ook niet veel meer dan een verbeterde versie van de Franse keuken en die is ook lang niet alles: te veel botersausen, te veel nadruk op vlees en te weinig variaties. De wereldkeuken is nog lang niet in Vlaanderen doorgedrongen, in Nederland zo langzamerhand wel.

Dank zij hun gevoel voor traditie zijn er in Vlaanderen nog volop bruine café's waar je Belgische streek en wereldbieren van hoge kwaliteit kunt drinken zonder gestoord te worden door hoogdravend gepraat dat tot in de verste uithoeken van het café te horen is. Schaamteloos hard praten in het openbaar, op straat, op terrassen en in café's is typisch Nederlands. Je kunt ze daarom al van ver horen aankomen. Het superioriteitscomplex golft je tegemoet.

Nederlands zijn verschrikkelijke regelneven tot in 10 cijfers achter de komma. De hele samenleving is daarvan doordrongen. Alles staat op een rijtje en in het gelid, voor alles zijn regels op welks handhaving nauwgezet wordt toegezien vanaf Den Haag tot in het kleinste dorpje. En oh wee als er iets niet geregeld is dan draaien TV en radio, kranten en sociale media volle toeren desnoods 24 uren aan een stuk. Naarstig wordt gezocht naar de schuldigen. Tientallen jaren later wordt er nog geprocedeerd, gedebatteerd en gepubliceerd over de Schiphol brand, het vliegtuig ongeluk in Portugal of Eindhoven, de vuurwerkramp in Enschede, de brand in Volendam enzovoort enzovoort. Nederlanders leven zo langzamerhand meer achteruit dan vooruit, zijn meer bezig met het verleden dan de toekomst.

Geef mij daarin maar de Vlamingen. Zij hebben nog steeds gevoel voor het noodlot en het drama. Ze leven met het besef dat je pech kunt hebben en dat het leven tegen kan zitten. Ze halen hun schouders op en gaan weer verder zonder al teveel geklaag en gezucht en zeker niet met de idee dat ze in Brussel of elders iets kunnen regelen. De Vlaming zorgt het liefst voor zichzelf, voor zijn huis en zijn tuin. Daar moet je als overheid dan ook niet aankomen. Niet teveel regels en voorschriften wat wel en niet mag. Wat van jou is, is van jou en daar mag jij mee doen wat je wilt.


Dat bevalt me wel aan de Vlamingen. Nederlanders vinden daarom het Vlaamse landschap onverzorgd en rommelig, onoverzichtelijk en ongeregeld. Dat klopt. Het Vlaamse landschap drukt de individualiteit van de Vlaming uit. Het Nederlandse landschap de collectiviteit van de Hollanders. Hollanders lijken dan ook meer op Scandinaviërs waar de geest van het collectivisme rondwaart. Vlamingen liggen op de grens tussen dat Noord Europese collectivisme en het Zuid Europese individualisme. Daarom is Vlaanderen een mooie plek om te wonen en te leven.