Posts tonen met het label uden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uden. Alle posts tonen

woensdag 22 januari 2025

33. HOE ZIT DAT IN OSS? HET SINT ANNA ZIEKENHUIS

 

Het Sint Anna ziekenhuis in 1932. Het ziekenhuis is voortgekomen uit de ziekenzorg die de Zusters van Liefde uit Tilburg in 1876 in Oss zijn begonnen vanuit hun kloosters. Over het algemeen hebben nonnenkloosters een grote rol gespeeld in de ziekenzorg. Dat was al zo in de Middeleeuwen. De Tachtigjarige oorlog maakte een einde aan de katholieke ziekenzorg totdat aan het begin van de negentiende eeuw het katholieke geloof weer vrijelijk beleefd mocht worden. Het gevolg was dat vooral in het zuiden katholieke ziekengasthuizen werden gesticht waarin nonnen zo goed als gratis werkten. Aan het begin van de 20ste eeuw werkten nog altijd meer dan 1000 nonnen in de ziekenzorg. Na 1950 nam hun aantal in snel tempo af. De ziekenzorg maakt deel uit van de verzorgingsstaat.

De verwachtingen over het behoud van het ziekenhuis voor de stad Oss zijn na die verkiezingen hoog gespannen. Met 15 zetels in de Gemeenteraad en drie wethouders kan het niet anders of het ziekenhuis zal met hulp van de SP behouden worden voor de stad. 


Niet dus. Het blijkt dat ook de SP met alle bestuurlijke middelen die het tot zijn beschikking heeft, de verhuizing van het ziekenhuis naar Uden, een stad ongeveer 15 km ten zuiden van Oss, niet kan tegenhouden. Wat er mis is gegaan, kunnen we lezen in een interview met Jules Iding, in die periode wethouder voor de SP.


“In 2003 werd er landelijk en provinciaal geprobeerd, door de CDA en de VVD, om het ziekenhuis in Oss naar Uden te krijgen. Minister Hoogervorst (VVD) heeft daar nog een rol in gespeeld. Het kabinet, in zekere mate ook de provincie, en de gevestigde orde, de specialisten, wilden dat het ziekenhuis in de buurt van Veghel zou

blijven, omdat het ziekenhuis daar beter functioneerde. En dan was Uden kennelijk de beste locatie. Maar wij waren als SP wel voor behoud van het ziekenhuis. Maar goed, daar hebben wij heel lang actie tegen gevoerd.

Het moeilijke was wel dat Henk van Gerven als wethouder van volksgezondheid met het ziekenhuisbestuur in contact was, maar tegelijkertijd ook actie voerde. Dat werkte niet echt, en daarom gingen we kijken of er een andere locatie was, en toen kwamen we op het Vorstengrafdonk. Uiteindelijk, met terugwerkende kracht, is al in 2003 besloten: het gaat naar Uden toe. En eigenlijk is er nooit een eerlijke kans geweest voor ons om een alternatieve locatie te onderzoeken. Ruub, de gedeputeerde van ruimtelijke ordening, heb ik toen mijn plannen gepresenteerd. Maar, zo zei hij, zou hij het altijd fout doen. Want of hij nou voor Uden of voor Oss zou kiezen,

kritiek zou hij toch wel krijgen. Maar het punt is eigenlijk geweest, dat de SP het gedaan zou hebben. We zouden veel te hard actie hebben gevoerd en het ziekenhuisbestuur tegen het zere been hebben aangetrapt. En dat is wel blijven hangen, en daar hebben wij wel een flinke klap voor gehad.” (Rood Oss, de geschiedenis van de SP in Oss)


Bij de verkiezingen in 2006 verliest de SP als gevolg van het debacle maar liefst 4 zetels. Met een fractie van 11 leden in de gemeenteraad blijft de SP wel de grootste partij in Oss. Het CDA is opnieuw de tweede partij met 7 zetels. De lokale partij VDG wordt de derde partij met 6 zetels gevolgd door de PvdA met 5 zetels. De VVD blijft stabiel met 4 zetels in de raad. Groen Links behaalt ook nu weer 1 zetel.


Met de VDG vormt de SP een coalitie die ondanks de tegenslag met het ziekenhuis vier jaar stand houdt. Maar dan kondigt MSD, het moederbedrijf van de Organon, een reorganisatie van het bedrijf aan dat wel eens veel arbeidsplaatsen zou kunnen kosten. 


woensdag 11 september 2024

HOE GROEN EN BLAUW IS OSS?

 

Na 658 jaar stadsrechten is er nog altijd een weekmarkt in Oss.

Volgens de wetenschap der statistieken is Oss geen groen-blauwe stad. De stad heeft veel te weinig hoogwaardig “groen en blauw”, bomen, parken, grachten en plassen. Oss is de hekkensluiter van 50 gemeenten in Nederland, 6 procent meer minpunten dan gemiddeld.


Maar wat zegt zo een meting nou eigenlijk over Oss? Voor mij als geboren en getogen Ossenaar niks. Het is een verhaaltje dat marketingbureau's en bureaubedienden kunnen gebruiken voor hun verkooppraatjes. Meer is het niet.


Oss heeft een levendig centrum met een vriendelijke bediening.


Oss heeft geen grachten met bijbehorende grachtenpanden en ook geen Vondelpark. Maar het heeft ook geen last van platvloers massatoerisme en andere hoofdstedelijke criminele ongemakken. Je kunt in het centrum parkeren tegen redelijke prijzen.


In de gemeente Oss, zoals hier in Berghem, vind je ruim opgewette wijken met veel ruimte ook voor de jonge bevolking.


Het centrum van Oss is geen architectonisch wonder. Geen chique panden maar Oss heeft dan ook geen slavernijverleden. Het is wel een heel oude stad. Oss kreeg in 1366 stadsrechten van Hertogin Johanna van Brabant. De stad heeft daarmee de respectabele leeftijd van 658 jaar. Dat is niet niks. Er zijn steden die het minder moeten doen.


Van de oude stad is weinig over. Dat komt omdat het nooit een rijke stad is geweest. Het was een stad met een markt voor boeren uit de omgeving. Ze konden er paarden verkopen, varkens en ander vee of groenten en fruit. Ze kochten van de opbrengst kleding of andere benodigdheden.


Oss is een werkstad


Maar Oss is sinds de negentiende eeuw een belangrijke industriestad. Dat begon met de fabrieken voor kunstmatige boter - margarine  -van de families van den Berg en Jurgens. De latere oprichters van het wereldwijde internationale bedrijf Unilever, een multinational die zijn hoofdkantoor intussen helaas verplaatst heeft naar Engeland.


Andere belangrijke bedrijven waren de export slachterijen Zwanenberg en Hartog en het medicijnen concern Organon, dat na even weg geweest te zijn, weer terug is. Belangrijk was ook de tapijt industrie van Bergoss en Desso.


In de zomer is de Maas een recreatiegebied voor iedereen. 


De stad ligt letter letterlijk in het groen en blauw. Ze ligt op fietsafstand van de Maas en in het bereik van prachtige stadjes met een eigen geschiedenis als Ravenstein, Megen en Lith. Die maken intussen deel uit van de gemeente Oss, de stad die na Rotterdam de langste Maasoever heeft.


De Maas slingert langs prachtige groene uiterwaarden. Achter de Maasdijk liggen uitgestrekte vruchtbare polders afgewisseld met dorpjes als Teeffelen, Macharen, Oijen, Demen, Dieden, Deursen, Dennenburg, Overlangel en Neerlangel.


In het uitgestrekte groene gebied De Maashorst liggen goed aangegeven fietspaden


Aan de zuidkant van de stad ligt de Maashorst, een voor Nederlandse begrippen groot heide en bosgebied doorsneden met fietspaden. Het groene gebied met zijn aangrenzende stadjes en dorpen als Uden, Heesch, Nistelrode en Zeeland is een trekpleister voor recreatiefietsers, paardenliefhebbers, wandelaars en natuurliefhebbers.


Oss heeft veel parken met vijvers en plassen waar het goed wandelen is.

De stadswijken zitten in een ruime groene jas met vijvers en plassen zodat het aangenaam wonen is in de schaduw van bomen en aan water. Er zijn diverse culturele centra, een theater, een museum, een cultuurcentrum, een bibliotheek met stadsarchief, een bioscoop en in het centrum veel horeca met terrassen.


Muzikanten tijden het "Lulboomfestival" in Megen. In de stad en de omliggende dorpen worden grote en kleine maar altijd intieme festivals gehouden door en voor de plaatselijke bevolking en iedereen die mee wil doen.


Kortom een heel leefbare stad die van alle gemakken is voorzien. 

De huizen zijn er een stuk minder duur dan in de buursteden Den Bosch en Nijmegen. 

donderdag 24 september 2020

DE MAASHORST

Het Klompven bij avond gelegen in het gedeelte dat vroeger Maupertuus werd genoemd. Het is een populiar wandelgebied vooral onder hondenbezitters. De reatuarnats Pan & ZO en Kriekeput, het bungalowpark Herperduin, de kinderspeeltuin en de uitkijktoren liggen er allemaal op wandelafstand.

De Maashorst is een natuurgebied tussen Oss en Uden, maar eigenlijk is het een park, zeker als de je omvang en de functie vergelijkt met echte natuurgebieden elders in Europa. De laatste jaren zie je dat de recreatiefunctie steeds meer begint te wringen met de natuurfunctie.

Aan de ene kant zijn daar de natuurliefhebbers die de Maashorst het liefst zouden willen "herstellen" tot een oorspronkelijk natuurgebied (wat dat ook moge zijn?) met wilde runderen (wisenten en tauros), wolven en paarden en zo. Een soort indianengebied maar dan voor blanken waar wij als jongeren bij de verkenners al van droomden als we kampeerden in Maupertuus, de voormalige naam voor  een stuk Maashorst bij Herperduin.

Aan de andere kant zie je wandel en fietspaden, mountainbike routes, paarden routes, een groots opgezette speeltuin bij het oude bungalowpark Herperduin en twee restaurants, Kriekeput, Pan & Zo en de Boshut.  De vennen zijn veranderd in een grootschalige honden uitlaatplek van voornamelijk jongelui die er een groeiend aantal honden op na houden. Sinds kort staat er een grote uitkijktoren die in de nabije toekomst misschien wel een lift krijgt zodat hij ook toegankelijk wordt voor mensen met een beperking. Om de boel af te ronden heeft natuurmonumenten er een op de toekomst gerichte natuurbegraafplaats in aangelegd.

De romantische natuurliefhebbers willen het bos beheren door het zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat te behouden. De hei moet hei blijven ook al wordt heel Nederland op de schop genomen. Het dode hout moet in het bos blijven als voeding voor de bosbodem. Ik zie op mijn fietstochten door de Maashorst zoveel hout dat de Maashorst wel een grote brandstapel lijkt. Je moet er niet aan denken wat er gebeurt als daar de fik inkomt.

De Maashorst weerspiegelt de worsteling van een overbevolkt land met zijn aan de ene kant romantische en nostalgische verlangen naar zogenaamde echte natuur en anderzijds de behoefte aan recreatie bij een groeiend aantal stedelingen uit de omringende steden. Uiteindelijk is het een mengelmoes met van alles en nog wat maar  een natuurgebied is het niet. Dat kan ook niet als je de omvang, de ligging en de bevolkingsdichtheid in aanmerking neemt. Het is een park voornamelijk bestemd voor recreatie. Degenen die een echt natuurgebied willen, doen er het beste aan om een stuk Duitsland of Belgische Ardennen te kopen dan wel de bevolkingsgroei terug te dringen tot laat ons zeggen begin 19e eeuw zodat er plaats komt voor meer konijnen en vossen, vogels en kikkers en wie weet ander wild.

maandag 16 januari 2012

PIET MONDRIAAN TE BIECHT IN BRABANT

Het huis van Mondriaan in Uden in 1904. Voor het huis staat zijn vriend Albert van den Briel. Mondriaan was op zijn aandringen naar Uden gegaan om er tot rust te komen. De foto komt uit het hieronder genoemde boek van Harthoorn.
De twee grote schilders Vincent van Gogh en Piet Mondriaan delen naast hun verre voorouders (zie mijn blog 'Vincent van Gogh en Piet Mondriaan zijn familie' ) ook nog een Brabantse toets. Van de twee heeft Vincent de grootste toets. Per slot van rekening werd hij als zoon van een dominee geboren in het Brabantse Zundert (1853) waar hij tot zijn zestiende woonde.  Na veel omzwervingen woont hij weer even bij zijn ouders in Etten. Van 1883 tot 1885 woont hij in Nuenen, eerst bij zijn ouders later zelfstandig.  Enkele schilderijen en tekeningen uit zijn Brabantse tijd zijn wereldberoemd geworden waaronder ‘De aardappeleters’ (1885) een van de bekendste is.

Piet Mondriaan werd geboren in Amersfoort (1872) als zoon van een Christelijke onderwijzer. Mondriaan was al net zo onrustig als van Gogh, maar in tegenstelling tot van Gogh verhuisde Mondriaan vooral binnen Amsterdam. Hij komt pas op 32 jarige leeftijd (1904) op aanraden van zijn levenlange vriend Albert van den Briel terecht in het Brabantse Uden. Mondriaan zou als gevolg van artistieke mislukkingen, steeds sterker wordende geloofstwijfel (hij had in 1839 nog belijdenis gedaan voor de Gereformeerde Kerk in Amsterdam)  en politiek avonturisme (links radicaal en anarchistisch) in een wat men met een deftig woord existentiële crisis zou kunnen noemen, terecht zijn gekomen. 

Plattegrond van het huis van Mondriaan in Uden getekend door Albert van den Briel. De foto komt uit het in de blog genoemde boek van Harthoorn.
 Albert van den Briel had Mondriaan in 1899 in Amsterdam leren kennen. Negen jaar jonger dan Mondriaan en student in de medicijnen en biologie. Zijn ouders woonden in Amsterdam maar waren beiden Brabander. Vader kwam uit Gemonde en moeder uit Helmond. Ook Albert was in Brabant, in Aalst geboren. Mondriaan kwam graag en veel bij de familie van den Briel thuis. De vriendschap tussen Albert van den Briel en Mondriaan zou tot 1938 heel hecht blijven. Na de Tweede Wereldoorlog was Albert van den Briel voor de mensen die meer over Mondriaan en zijn leven wilden weten de aangewezen persoon. Verschillende bewonderaars onder wie de Franse kunstenaar M. Seuphor en de Haarlemse verzamelaar J.M.Harthoorn voerden een uitgebreide correspondentie met Van den Briel. Tot aan zijn dood in 1971 bleef Van den Briel huiverig al te persoonlijke details te vertellen en nooit gaf hij iemand gelegenheid de door Mondriaan aan hem geschreven brieven in te zien. Bij zijn dood bleek hij de correspondentie zo goed als geheel vernietigd te hebben. ( Mary Winters, Brabants Dagblad 25 mei 1994 te vinden op www.mondriaan.org

In hetzelfde artikel lees ik dat Mondriaan op 18 januari 1904 in Uden aankwam. De volgende dag liet hij zich inschrijven als Pieter Cornelis Mondriaan, geboren 7-3-1872, Amersfoort, van beroep kunstschilder. “Bij zijn aankomst had hij waarschijnlijk zelf nog niet een vast omlijnd idee over de duur van zijn verblijf. Het zou een vol jaar worden, op 27 januari 1905 vertrok 'Piet de schilder', voorzien van een grote hoeveelheid aardappelen, uit Brabant om weer in de grote stad, in Amsterdam zijn intrek te nemen.”
Het tweede huis links is waar Mondriaan woonde. Het is vlakbij de toenmalige tramhalte in Uden. de foto komt uit het hier genoemde boek van Harthoorn.
Volgens Harthoorn is deze Brabantse periode voor Mondriaan “van groot belang geweest bij het vinden van een bepaalde stabiliteit. Hier, in Uden en omgeving, vond hij mogelijkheden om ene nieuwe levensinspiratie te vinden.” Volgens Harthoorn waren de belangrijkste figuren in zijn Brabantse tijd Johannes Verkuylen en zijn vrouw: “Zij waren het die M. van zijn zwarte neerslachtigheid verlosten.” Van den Briel schreef daarover aan Harthoorn dat M. dat hele jaar moeilijke dagen had.”Hij sprak dan nogal over de dood en Hanneske van Dinther (de dorpse bijnaam van Johannes Verkuylen) vertelde me dat dan later met een bezorgd gezicht.”

Verrassend om te lezen bij Harthoorn is dat volgens hem “de kennismaking met de Rooms-Katholieke levensbeschouwing een grote rol speelde in de nieuwe levensinspiratie die Mondriaan vond. Het belangrijkste in deze godsdienst was voor Mondriaan het zonde-begrip. Hij raakte ervan overtuigd dat hoe groot de zonde of schuld ook mag zijn, vergiffenis van God altijd mogelijk is en dat deze de mens in staat stelt een nieuw, herboren leven te beginnen. De vergiffenis en kwijtschelding van zonde die in de Calvinistische leer het gehele leven lang meegedragen wordt en waarvan bevrijding pas na de dood geschied, kan in de Rooms-Katholieke leer aanleiding zijn tot een vernieuwd, herboren leven. Geestelijke vernieuwing en ontstijgen aan de oude levenssituatie is daardoor steeds mogelijk. Deze eeuwige vernieuwingsbeweging wordt door Mondriaan sinds zijn tijd in Uden als het belangrijkste levensbeginsel gezien.” (blz. 37 in J.M. Harthoorn, Mondrian’s creative realism, tableau Mijdrecht 1980)