Posts tonen met het label roberto. Alle posts tonen
Posts tonen met het label roberto. Alle posts tonen

vrijdag 8 juli 2022

56. HET BELOOFDE LAND. VERVELING

 

Roberto zit op z'n dooie gemak een sigaretje te roken.

De volgende dag staan we weer met de zon op. Dat moet wel want zodra de zon boven de horizon klimt, wordt het te warm in de tent. Ook nu wassen we ons in natuurwater, in dezelfde beek als waar Oscar en ik gisteren water uit hebben gehaald. Het snel stromende water is fris en helder genoeg om je erin te wassen en je tanden mee te poetsen maar meer ook niet. Je weet niet wat er in dit natuurwater zit. Stroomafwaarts staan er wat koeien in te dabberen. Misschien is dat stroomopwaarts ook wel het geval. Je moet het water eerst koken voor je het kunt drinken.

Vandaag hebben we de luxe dat we binnen aan tafel kunnen ontbijten met  brood en beleg. In plaats van de hele morgen bezig te zijn met hout zoeken en vuur maken wat zijn charme heeft, hoeven we nu niet veel te doen behalve de afwas. Dat is wel het minste waar we onze gastvrouw mee van dienst kunnen zijn. Verder hebben we geen plannen. Rond de boerderij valt weinig te beleven bovendien is het daar te heet voor. Het huis ligt midden in de zon te branden. Geen boom om in zijn schaduw te gaan zitten.

Helena en Carlos hebben zo hun eigen besognes. We zien ze de hele dag niet. Zijn ze met de koeien bezig, het land op? Wij rommelen maar wat aan in huis of op de veranda die gelukkig met horgaas is afgesloten anders zou je het begeven onder de zancudos. Er is tijd om bij te praten maar veel is het niet. Daar is het nog teveel dag voor. Oscar en Roberto wisselen elkaar af met tokkelen op de gitaar. 

We hangen de hele tijd maar wat rond in huis. We zijn tijd aan het doden met niks doen. De teamgeest wordt ingeruild voor verveling en dat verandert ons groepje. Cielo praat minder met Dora en keert in zichzelf. De verveling werkt Oscar op z'n zenuwen. Ik hoor hem Cielo bevelend en bazig toespreken. Is dit de oude Latijnse macho in Oscar, iets waarvan ik dacht dat hij daar niet aan leed.

Tot overmaat van ramp begint Humberto, die meestal ligt te dutten in een schommelstoel op de veranda, opdringerig flauwe moppen te tappen. Misschien vindt hij dat dit zijn kans is om ook eens van zich te laten horen. Roberto blijft de kalme zichzelf, hij hangt op een stoel of niets hem nog tot bewegen kan brengen behalve een sigaret opsteken, zo af en toe. Niettemin kan ik met hem nog wel een praatje maken over Colombia, zijn studie of zo. Roberto waagt zich niet aan een gesprek dat ergens over gaat. Alles is hem gelijk, niets verstoort de trage loop van zijn tijd, nu ook onze tijd.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 24 juni 2022

54. HET BELOOFDE LAND. DE BUS

 

Cielo wordt bij de intocht in San Augustin begeleid door Roberto.

In het dorp nemen we het intussen gebruikelijk ontbijt van rijst, bonen en gebakken banaan. Er is niets anders te krijgen in dit eenvoudige dorpsrestaurant dat de naam restaurant nauwelijks mag hebben. Het is een eetplek, meer kun je het huisje met wat eenvoudige houten stoelen en tafels, niet noemen. Een menukaart is er niet. Je kunt bonen met of zonder gebakken ei krijgen, begeleid door een kopje oploskoffie van het wereldberoemde merk Nescafé of een flesje van het al even beroemde wereldmerk Coca Cola. Je kunt van deze twee multinationals  zeggen wat je wil maar ze voeden arme en rijk all over the world. Voor ons geen probleem. We zijn toe aan een stevige, eenvoudige en voedzame maaltijd.

De bus staat klaar. Er zitten zelfs al passagiers in. Onze bagage wordt door de busconducteur tevens manusje van alles, in de laadruimte onderin de bus gestouwd. Er zit al heel wat bagage in. De bus verzorgt ook een soort post en pakjesdienst. Bovendien slepen dorpelingen van alles mee. Op het dak van de bus liggen manden vol kippen, hele trossen bananen en ach arme een varkentje vastgebonden aan zijn vier pootjes. Het dorpsleven is niet alleen hard voor mensen maar ook voor dieren.

De bus slingert zoals gewoonlijk flink heen en weer. Ze rijdt of dwars door een kuil of er omheen. Hoe dan ook, we reizen als in een cake walk. Ik probeer ontspannen te zitten, net als mijn medereizigers die de reis gelaten en zwijgend ondergaan. Ik voel aan Dora naast mij dat zij zich probeert te ontspannen op het krappe bankje. Voor Nederlandse begrippen zijn we niet groot, meer de busbankjes in Colombia zijn net te klein.

Op het busstation in Neiva lopen we zowaar op tegen de onderzoekers uit Zweden en Oostenrijk. Ze keuren ons geen blik waardig, wij hun ook niet. Rare lui zijn het die komen vertellen hoe het in Colombia zou moeten gaan. Een gesprek voeren over het hoe en waarom, zou beter zijn. Ik verbaas me altijd weer hoe arrogant sommige wetenschappers kunnen zijn. Hoogopgeleide betweters zou een betere titel voor ze zijn.Wij nemen de bus naar de finca van Oscar’s neef, richting Hobo en Campo Alegre. 

De reis over de asfaltweg is een stuk comfortabeler en sneller. Ik laat de warme loomte in mijn lijf kruipen terwijl een bries door de half openstaande raam mijn gezicht koelt. Eindelijk kan mijn lichaam zich herstellen van de inspanningen vanaf vanmorgen vier uur. Ook Dora wordt slaperig. Ik val in een droomloze lichte slaap waaruit ik wakker wordt als Oscar ons waarschuwt dat we zo meteen gaan uitstappen.

Het is twee uur ’s middags, op het heetst van de dag als de bus langs de weg stopt. Misschien heb ik het al eerder geschreven maar bussen stoppen op wens van de passagiers en niet bij aangegeven haltes. Die zijn er niet eens. Een passagier houdt langs de weg de bus aan door zijn hand op te steken of meldt de conducteur waar hij uit wil stappen. Efficiënter kun je het openbaar vervoer voor passagiers niet inrichten in een land waar afstanden enorm zijn en 90% van de mensen niet beschikt over eigen vervoer in welke vorm dan ook.

Daar staan we dan midden in niemandsland op een van god en alleman verlaten weg. We zijn omringd door de hitte afkomstig van de genadeloos schijnende zon boven ons. Ik vraag me nu toch af of Oscar niet overdrijft met zijn avontuurlijke reis. Maar zo te zien deert hem de hitte niet net zo min als Cielo en de anderen. Wij passen ons aan en stappen mee met de groep alsof we nooit anders gedaan hebben.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 10 juni 2022

52. HET BELOOFDE LAND. DE OUDE INDIAANSE

 

Ontbijt aan de oever van de rio Magdalena met rechts Roberto, Dora in het midden en Cielo links.

De rest van de dag zonnen we wat op de rotsen aan de oevers van de rivier. Ik bewonder een aantal ‘rocas’, in rotsen door het water perfect rond uitgesleten kuilen, de een nog groter of dieper dan de ander. Ik heb geen idee hoe het precies in zijn werk gaat en hoe lang het duurt maar ze zijn volmaakt van vorm. 

s’Avonds komt de oude vrouw met twee zoons ons tijdens het koken bezoeken met nieuw handelswaar. Nu is het Dora en mijn beurt om “individuales” te kopen: vier stuks voor 15 peso per stuk. We krijgen er gratis maïskolven bij om te roosteren boven het vuur. Dat doen we zo onhandig dat de indiaanse het niet langer kan aanzien en de kolven uit onze handen neemt en ze zelf begint te roosteren. Het lijkt wel of ze vuurvaste vingers heeft zo gemakkelijk beweegt ze haar handen boven het vuur. 

Als ze ons bewonderend ziet kijken, zegt ze wijselijk “het stadsleven is het stadsleven, het plattelandsleven is het plattelandsleven”. En daar heeft ze gelijk in. Onze vaardigheden zijn niet geschikt om in de bijna nog ongerepte natuur te leven. Dat begint al aan de onderkant, bij de voeten. Zonder schoenen zouden we het nog geen honderd meter vol houden rond te lopen in de bergen. Zij daarentegen lopen op blote voeten alsof ze op een tapijt lopen en zo lichtvoetig dat je er jaloers op wordt. 

Door het vochtige hout is en blijft het moeizaam stoken om het vuurtje brandend te houden. Opeens staan zoons en moeder op en verdwijnen in het donker wordend struikgewas. Geloof het of niet maar in een mum van tijd ligt er naast ons vuur een flinke stapel droog stookhout. Waar ze het vandaan gehaald hebben mag joost weten. Wij konden het met geen mogelijkheid vinden.

We koken met water uit de Magdalena rijst en yuca. De oude indiaanse kan haar ogen niet van onze pannetjes afhouden. Zulke handige in elkaar passende  pannetjes heeft ze nog nooit gezien. Na veel schroom en bergen verlegenheid komt het eruit. Ze zou die pannetjes graag willen hebben, misschien ruilen? Dat gaat helaas niet want Oscar heeft ze geleend van een vriend. Bij de dansende vlammetjes van het vuur zie ik haar teleurstelling. Na verloop van tijd staat ze op en vertrekt tezamen met haar twee zoons. 

Nu zijn we helemaal alleen met het geruis van de rivier, de geheimzinnig geluiden uit het struikgewas, een prachtige sterrenhemel die ons als een koepel beschut tegen alles wat van buiten kan komen. De sterren schijnen helder. In de verste verte is er geen kwaad of onheil te bekennen. We voelen ons veilig in de natuur en gaan met een gerust hart slapen.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 8 april 2022

43. HET BELOOFDE LAND. VREEMDE NACHT

 

Links Roberto (el flaco) en rechts Humberto (el gordo)

Met Els en haar moeder spreken we af dat we morgen meegaan naar Villa De Leyva, een voor toerisme opgeknapt koloniaal stadje. Fernando belooft dan weer dat hij vanavond zijn Beatrice zal meebrengen naar de bijeenkomst ofwel reunion. Ze is net terug uit Neiva waar zij als ook Fernando wonen. Na zijn vertrek oordeelt de moeder van Els dat ze  Fernando een heel mooie, nette jongen, vindt.

Het gezelschap van de avond - de reunion - vult het hele appartement: Oscar met Cielo, Oscar’s vriend Roberto, bijgenaamd El Flaco, Humberto, bijgenaamd El Gordo, dan een mij onbekende vriend van Oscar,  Fernando met zijn Beatrice en Efraïn zonder Gloria. We vermaken ons zelf met kaart trucjes, praten, veel praten, aguardiente, het plaatselijke vuurwater en gezang waarbij we begeleid worden door gitaarspel van Oscar en Efraïn. 

Beatrice moet voor twaalf uur thuis zijn van haar ouders, die toevallig ook in Bogotá zijn. Humberto zal haar met de auto van Oscar wegbrengen. Na aandringen van ons allemaal gaat Fernando alsnog mee naar beneden om afscheid te nemen van zijn vriendin. Dat gaat niet goed. Buiten gaan ze verder met ruzie maken. Niemand weet waarover het gaat, we zijn nieuwsgierig maar ook discreet en laten het stel zijn gang gaan.

De twee bewakers van het appartement, politie agenten met een extra baantje, denken daar heel anders over. Zij beginnen zich er mee te bemoeien met als gevolg een partijtje bekvechten met Fernando als middelpunt. Van boven uit het raam kan ik niet goed zien wat er precies gebeurt maar ineens rennen Fernando en Beatrice samen weg, zo te zien terug naar binnen. Humberto gaat er achteraan. Ik hoor aan de klap van de deur dat ze alle drie binnen zijn.

Wat hebben we gemist dat ze zo ineens weer naar binnen rennen? Ik en de rest met mij wil weten wat er loos is. Fernando zegt geschrokken te zijn van de bewakers die op het moment dat een politie auto - een radiopatrouille - arriveerde agressief werden. Een combinatie die geen goeds voorspelde. De schrik zit er bij Beatrice goed in. Cielo ontfermt zich over haar. 

Iedereen is het er over eens dat de komst van de politie alles erger heeft gemaakt. Voordat je het weet, nemen ze je mee en dan raak je het zicht kwijt op wat er allemaal kan gebeuren. Gewoonlijk word je meegenomen en dan is het afwachten wanneer en hoe je vrij komt. Betalen moet je sowieso maar de vraag is hoeveel?

Ik sta met mijn oren te klapperen. Als ik het goed begrijp is de Colombiaanse politie helemaal niet je beste vriend. Het tegendeel, het zijn boeven die een slaatje proberen te slaan uit hun werk. In plaats van beschermd te worden, word je gegijzeld totdat je betaalt. Veiligheid bestaat niet. Onveiligheid is normaal en om het niet erger te laten worden, moet je betalen. Voor mij staat de wereld op zijn kop, voor mijn vrienden is het de normaalste zaak van de wereld.

Niemand durft nu nog naar huis te gaan. Pas als de bewakers en hun trawanten weg zijn, is het veilig vertrekken. Dat wordt wachten tot ze afgelost worden en dat is pas morgenvroeg bij zonsopgang. Beatrice kan niet naar huis. Het wordt al met al een vreemde nacht in het appartement van Rosier. Sommigen vallen om een uur of drie om van de slaap, anderen kletsen maar door. Ik hoor dat Cielo in de keuken een betoog afsteekt tegen Beatrice over liefde, politiek en godsdienst. Ik kan er geen touw aan vast knopen maar dat ligt vast aan mij. Fernando verontschuldigt zich voortdurend bij mij. Ik haal mijn schouders op. Dit had mij net zo goed kunnen overkomen.

Ik stel Dora voor om een poging tot slapen te doen. Straks moeten we op stap met Els en haar Moeder. We trekken ons terug op onze slaapkamer maar van slapen komt niks meer. We zijn door de drukte over onze slaap heen. Voordat we er erg in hebben is het vijf uur, tijd om ons klaar te maken voor vertrek. De afspraak is half zes. Voordat we gaan, vraag ik aan iedereen straks het appartement min of meer schoon achter te laten en niet te vergeten de deur bij vertrek goed dicht te maken.

Opgetekend in Bogotá op 19 juli 1971

(wordt vervolgd)