Posts tonen met het label armando. Alle posts tonen
Posts tonen met het label armando. Alle posts tonen

woensdag 13 mei 2026

DE VLAG VAN BANKSY EN ANDERE VLAGGEN IN DE KUNST

 

Het beeld van de burger met de vlag van Banksy op London Waterloo Place.

De geheimzinnige kunstenaar Banksy (geheimzinnigheid is deel van het merk Banksy) heeft deze keer zichzelf overtroffen met plaatsing van bovenstaand beeld op het Londense Waterloo Place. Hoewel ook dit kunstwerk een activistische boodschap heeft, de beeldende kunst barst bijna uit zijn voegen van activisme, is het ook een open kunstwerk.


Het beeld spreekt voor zich. Een burgerman, geen activist met sneakers, stapt trots en enigszins fanatiek met een onbekende vlag dapper voort. We weten niet welke lading de vlag dekt. Maar de vlag beneemt hem het zicht zodat hij een misstap dreigt te maken en van zijn sokkel dreigt te vallen. 


Een duidelijke boodschap van Banksy. Vaderlandsliefde of is het ideologische verblinding beneemt hem het zicht op de werkelijkheid waardoor hij van zijn voetstuk dreigt te vallen. Symbolischer kan het haast niet.


Maar wat als het een Palestijnse vlag is, of een Israëlische, een Russische, een Amerikaanse of Oekraïense vlag? Benemen uiteindelijk alle vlaggen burgers het zicht op de werkelijkheid?


Toen ik het beeld voor het eerst zag. moest ik meteen denken aan twee andere vlaggen in de kunst: het schilderij van Delacroix waarop een half naakte vrouw met een Franse vlag de burgers in de strijd om vrijheid aanvoert en de bescheiden zwarte vlag van Armando.


Eugene Delacroix, De vrijheid leidt het Volk, 1830. Louvre in Frankrijk



Het schilderij van Delacroix is duidelijk. Er wordt gestreden voor de Franse vrijheid. Het is een patriottisch schilderij, een vaderlandslievend schilderij uit naam van de vrijheid.


Armando, Fahne, 1988. Venlo.


De vlag van Armando heeft net als de vlag van Banksy geen identiteit. Het is een zwarte vlag aangevreten door de tijd. Er is geen vlaggendrager, die is intussen dood. 


Een belangrijk thema in het werk van Armando is de Tweede Wereldoorlog. Dit is een oorlogsvlag, de vlag van de dood. De dood die rondwaarde in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is een herdenkingsvlag die waarschuwt voor oorlog die dood en verderf zaait.


René Margritte, De Geliefden, 1928,  Museum of Modern Art, New York


De vlag voor het gezicht van de marcherende burger riep nog een derde associatie op, namelijk met een schilderij van de Belgische surrealist Margritte. Een raadselachtig schilderij waarbij twee geliefden elkaar kussen maar ook gescheiden worden doordat elk een doek over zijn gezicht heeft. Ze kunnen elkaar dus niet zien, alleen voelen en dan nog alleen maar door een doek heen. 


De betekenis kan velerlei zijn maar voor de hand ligt dat totale liefde onmogelijk is. Geliefden blijven van elkaar gescheiden, lichamelijk en geestelijk. 

donderdag 20 juni 2024

IK JAN CREMER (1940-2024)

 


Jan Cremer, de kwajongen van de Nederlandse litteratuur en in mindere mate in de schilderkunst, is overleden. Zijn naam en faam als schrijver berust op een boek maar wat voor een boek. Volgens een documentaire op TV is zijn boek ‘Ik, Jan Cremer’ het meest vertaalde Nederlandstalige boek met 4 miljoen exemplaren wereldwijd. Ik geloof het graag. Het boek leest als een brutale schelmenroman over vrouwen, seks en reizen.


In het boek leeft Jan zich uit in losbandige seks uit naam van de vrij lustbeleving, lustbeleving als doel op zich net als reizen.Met zijn boek Ik Jan Cremer zette hij de toon voor de jaren zestig en de daaropvolgende jaren. Tot op de dag van vandaag leven we in het in het ik-tijdperk, worden leven en vrijheid gelijkgesteld aan lustbeleving en zoveel mogelijk reizen.


Het boek van Jan is een uithangbord om te leven als de ultieme consument.  Seks en reizen zijn consumptie artikelen geworden waarvan het de kunst is om er zoveel mogelijk van te genieten in je leven.


Ik, Jan Cremer is zeker een geruchtmakend en veel gelezen boek, maar inhoudelijk zijn de boeken van vroeger geboren schrijvers als Jan Wolkers (1925-2007)  en Gerard Reve (1923-2006) sterker. De boeken van deze beide schrijvers gaan nog ergens anders over dan alleen seks en reizen. Niettemin is het boek van Jan een fenomeen dat de overgang van een sober Nederlandse samenleving naar een samenleving van overvloed markeert.


Als schilder heb ik Jan Cremer nooit goed gekend. Ik kwam zijn schilderijen met tulpen wel eens tegen in een galerie in Amsterdam. Ik vond het geen sterke schilderijen, zeker niet vergeleken met die van Karel Appel, Corneille, Lucebert en later Armando.


Ook hier geldt wat ik al schreef over zijn boek. Het werk van Cremer blijft voornamelijk aan de buitenkant. Natuurlijk, sommige van zijn schilderijen zijn bijzonder expressief, met dank aan de kleuren rood en zwart, maar overtuigen minder dan die van de genoemde kunstschilders. 


Maar net als in de litteratuur is hij ook in de schilderkunst een fenomeen, eentje dat altijd wel gesignaleerd zal worden aan het firmament van de Nederlandse schilderkunst.


donderdag 3 augustus 2023

ARMANDO


 

Ik heb het boek “ Ik bel je wel als ik dood ben” gesprekken met Armando door zijn goede vriend Cherry Duyns gelezen (Atlas Contact, Amsterdam  Antwerpen 2023.) De gesprekken bestrijken de periode 2011 tot 2017.  Armando stierf een jaar later.

Duins en Armando waren dikke vrienden al vanaf de tijd dat ze in hun jonge jaren bij de Haagse Post werkten. Het zijn hechte vrienden waardoor de gesprekken ook ergens over gaan al vallen ze soms in herhaling. Dat krijg je als je een lange geschiedenis deelt. Zo halen ze geregeld herinneringen op over hun gezamenlijke TV programma’s en theatershows “Herenleed, een programma van weemoed en verlangen” die ze samen met de rockdichter Johnny van Doorn hebben gemaakt.

Weemoed en verlangen komen ook steeds terug in de gesprekken en is ook de kern van het schilderwerk van Armando. Het werk waar hij vooral in Duitsland beroemd en bekend is geworden. Het is geen weemoed en verlangen naar vroeger, maar naar de onschuld, de onschuld die verloren is gegaan en de basis is van de tragiek van het menselijk bestaan. Armando zegt herhaaldelijk in de gesprekken dat hij de tragiek van de mens schildert of wat beter bij hem past in verf uitdrukt.

Om de tragiek van het mens maximaal te kunnen uit te drukken verft Armando ruw en bijna vormloos. Hij geeft slechts een ruwe aanduiding, onscherpe contouren van zijn onderwerp die tegelijk de essentie aangeven. Geen gelijkenissen en zeker ook geen details. Die leiden af.

Wat hem ook niet interesseert is de schoonheid der dingen. Schoonheid past niet bij schuld en tragiek. Ook niet uitgesproken lelijkheid al zullen veel mensen die denken dat schilderen tot doel heeft de schoonheid van de wereld uit te beelden, zijn werk lelijk of zelfs onooglijk vinden.

Daar zit Armando niet mee. Zijn inspiratie tot scheppingen dringen zich naar eigen zeggen aan hem op. De beelden moeten er uit, uit zijn hoofd. Ondanks de spontane inspiratie, bereid hij elk schilderstuk voor met een of meer tekeningen. Soms leidt een schilderij tot een sculptuur.

Het beste is de werkwijze van Armando te zien aan bijvoorbeeld zijn werk “Die Fahne” Simpeler maar meteen ook indrukwekkender kun je een vlag niet schilderen. Een vlag zonder kleuren maar wel een vlag. De essentie van de vlag, van alle vlaggen.

De menselijke tragiek van de schuld heeft Armando ervaren toen hij als puber nieuwsgierig was naar wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog in en om het Duitse concentratiekamp Amersfoort afspeelde. Dat heeft zijn verdere leven getekend samen met een overweldigende ervaring met een Duitse soldaat die hij aantrof in de bossen rond het Kamp Amersfoort.

Veel wil hij over die ervaring in de gesprekken niet kwijt. Het meest veelzeggend zijn z’n woorden “het was hij of ik” wat er op kan wijzen dat hij de soldaat heeft gedood. Maar daarover weigert hij iets te zeggen. Hij beschouwt het incident als gesloten. Hij wil ook niet praten over schuld, schaamte of boetedoening. Het is wat het is. Het is gebeurd zoals het gebeurd is.

Dat zijn schilderijen met dit thema vooral in Duitsland weerklank hebben gevonden is begrijpelijk. Na de Tweede Wereldoorlog is Duitsland een land geworden van schuld en daarmee ook van de tragiek van het mens zijn, in dit geval Duitser zijn. De Duitsers voelen zijn schilderijen uit eigen ervaring aan.

 

donderdag 21 juli 2022

PIETER STOOP IN NOORDBRABANTS MUSEUM

Pieter Stoop

 

Bij het binnenlopen van het Noordbrabants Museum stuit ik op een schilderij van Pieter Stoop. Ik herken er een somber woest landschap in met water. Een goed schilderij, groot en gewaagd. De tentoonstelling van Stoop belooft wat.

Binnen kijk ik nog even naar de eigen collectie van het museum. Mijn oog valt op een schilderij van Jan Sluijters, ‘Knotwilgen aan de Slatuinen’ (1907-1909). Nu valt  het mij op dat het schilderij van Sluijters niet zo ver weg staat van dat van Stoop.

Jan Sluijters, Knotwilgen aan de Slatuinen, 1907 - 1909


Je kunt zeggen dat Sluijters het voorportaal is op weg naar de abstrahering en expressie van het landschap a la Stoop. Bij Stoop heeft de expressie met verf het gewonnen van de vorm. Het schilderij van Sluijters is klein vergeleken met dat van Stoop. Ik bereid me voor op een interessante  tentoonstelling.

Helaas. Ik vind het vervelend om het te schrijven maar  zijn schilderijen vielen me tegen. Ik had meer verwacht gezien het schilderij bij de ingang. Zijn kleurenpalet zint me niet maar het ergste is het meer van hetzelfde. Als ik naar zijn monumentale doeken kijk, want monumentaal zijn ze,  zie ik een schilder die blijft hangen in de verf.

Niettemin is het prijzenswaardig dat het museum deze  overzichtstentoonstelling van Stoop’s grote doeken heeft samengesteld. Het is goed te weten wat er met Stoop is gebeurd na de hype van de jaren tachtig toen hij dankzij museum directeur Rudy Fuchs heel gewild was bij musea en verzamelaars. Stoop behoort volgens de canon bij 'Nieuwe Wilden'. 

"Een algemener benaming voor deze wereldwijde opleving van schilderkunst aan het begin van de jaren tachtig van de 20e eeuw was neo-expressionisme. Daartoe werden ook de Amerikaanse schilders Julian Schnabel en David Salle gerekend. Het ging om een nieuwe vorm van 'brutaal' expressionisme. Het was een kunstopvatting die met zijn spontane schildersgebaren niet beantwoordde aan de schoonheidsnormen van de gangbare conceptuele en minimalistische kunst. Op doeken van grote formaten uitten de kunstenaars hun sociaal onbehagen; hun afschuw voor alle vormen van hypocrisie en fascisme en hun woede tegenover de gevestigde structuren."  (Wikipedia: Nieuwe Wilden)

Brutaal zijn de schilderijen zeker. Je moet maar durven een vierkante meter of meer heftige verfstreken. Het is ook niet het soort schilderijen dat je boven de bank hangt, geen brave kunst voor een brave huiskamer. Eerde woede op schoonheid en braafheid of het ook doelgerichte woede is bij Stoop weet ik niet. 

Hijzelf spreekt niet over fascisme en gevestigde structuren in een interview. Stoop spreekt niet zozeer van sociaal onbehagen maar van verf, op de eerste plaats verf met in de verte het landschap als bron van inspiratie waar hij trouw aan is gebleven. Hij is niet zozeer bezig met schilderijen als wel met schilderen.

De expressieve schilderkunst leeft nog steeds ook in Nederland in bijvoorbeeld het werk van de enige tijd overleden schilder Armando. Hij heet van de Nul beweging te zijn, de heruitvinding van de (schilder)kunst na het menselijk debacle van de de Tweede Wereldoorlog.

donderdag 18 november 2021

ZWARTE KUNST, KUNST IN HET ZWART IN GALERIE K26

Jan Krul, Dier 2, Carborundumdruk op papier

 

Het werk van Jan Krul in de galerie van K26 te zien op de tentoonstelling Kracht van Zwart ( t/m 5 december) valt op door het krachtige zwart gepaard aan even krachtige vormen. De dieren serie is abstract en toch ook niet. Je ziet er dieren in maar ook weer niet. Ze zijn ongrijpbaar voor je ogen en daarom blijf je kijken, zoeken naar herkenning. Waar zitten de poten, het hoofd, de ogen, de bek en de neus? Nergens en overal.

Jan Krul, Dier 3, Carborundumdruk op papier



Het zijn spookdieren. Ze lijken te komen uit een ver en duister verleden maar het voelt alsof ze nog altijd in onszelf zitten als een vage herinneringen aan dat verleden. Ooit waren ze in de wereld maar wanneer weten we niet. We dragen ze sinds mensenheugenis mee.

Het zijn dieren die we in een nachtmerrie zouden kunnen tegenkomen. Een nachtmerrie vol lijden en geweld. Ze liggen er verschroeid of verbrand bij, hulpeloos na hun doodstrijd. Verlaten en eenzaam liggen ze daar als om ons te herinneren aan de verwoestingen die de aarde gekend heeft of nog zal kennen.


Armando (1929 - 2018), Kopf, olieverf en bitumenverf op doek. (79,9 x100,3 cm) 1989


Ik ken maar een Nederlandse schilder die even krachtige zwarte vormen op doek zet en dat is Armando. Bij Armando zie ik nog meer dan bij Krul een vergaan verleden waar veel is geleden. Er zit in zijn zwarte schilderijen weinig hoop voor de toekomst. Armando is een zwartkijker. Krul komt daarbij in de buurt met zijn zwarte kunst.
 

maandag 4 februari 2019

FOTOBLOG KRÖLLER MÜLLER MUSEUM II

Venus (Hans Baldung Grien, Venus en Amor, 1524-1525) ontmoet toeschouwster.


Het is ook gezellig in het museum


Metalen industriële stoel van Rietveld.


Deel van onze nationale identiteit (Andreas Schelfhout, Schaatsers bij een Hollandse Stad 1857)


Kunst kijken maakt hongerig.


Voor het eerst dat ik de Drieëenheid God de Vader, God de Zoon en de Heilige Geest zie afgebeeld als drie koningen.


Schaduwen in de gang met een rood accentje aan het einde.


De Danseres van Oscar Jespers staat zo maar langs het pad te wachten op wat of wie?


De achterkant van het monumentale blok van Armando 'Melancholie' (2006).


Helaas geen publiek vandaag.


Grote Kachelpijp (Zuil is de officiële naam) van André Volten, 1968


De voorstelling met de bowlingbal moet nog beginnen. (Battery for Five Fingers' van Jan van Munster, 1995)


Dit zou een model voor een muur van Trump kunnen zijn maar het werk heet 'Palissade' van Evert Strobos (1973-199).

woensdag 2 december 2015

JAN SCHOONHOVEN

Een van de zalen van de tentoonstelling. Op de muur in het museum lees ik het volgende
over wat Jan Schoonhoven zelf zegt over zijn kunst:
"Zero is in de eerste plaats een nieuwe opvatting van de realiteit,
waarin de individuele rol van de artiest beperkt is tot het minimum.
De Zero-kunstenaar kiest slechts, isoleert delen van de realiteit
 en toont deze op de meest neutrale manier. Het vermijden van persoonlijke gevoelens
is fundamenteel voor zero..." Waarom persoonlijke gevoelens vermeden
moeten worden, begrijp ik niet. Uit naam van de objectiviteit?

Ik ben pas naar een tentoonstelling geweest van werken van Jan Schoonhoven (1914-1994) in het Stedelijk Museum Schiedam met als titel “de werkelijkheid van jan schoonhoven”. Ik had hier en daar al wel wat van hem gezien en over hem gelezen maar echt vat op zijn werk had ik niet gekregen. Ik wist dat hij behoorde tot de zogeheten Nul-beweging (1960-1965) waar de bekende schilder Armando ook lid van was. Ik lees er nu na de tentoonstelling Wikipedia op na. Daar wordt het een anti-schilderkunstige groep genoemd: “Traditionele materialen als verf en steen werden vervangen door veelal industriële materialen.” Je kunt ook zeggen dat het jonge honden waren die wat anders wilden dan de generaties voor hen, jeugdige rebellie die soms ook tot een blijvende vernieuwing leidt.

In de tentoonstellingsfolder staat het zo: “Jan Schoonhoven behoorde met kunstenaars als Armando en Henk Peeters in 1960 tot de oprichters van de Nul-groep. Deze beweging, geïnspireerd op de Duitse groep Zero, zette zich af tegen de emotionele en irrartionele schilderkunst van de abstracte experssionisten. Ze hadden een afkeer van het romantisch kunstenaarschap en presenteerden zich in pak en stropdas. De Nul-kunstenaars streefden ernaar moderne, afstandelijke en objectieve werken te maken. Ze wilden geen commentaar geven op de werkelijkheid, maar die zo koel en zakelijk mogelijk voor het voetlicht brengen.”


Aan het begin van zijn zoektocht in de kunsten maakt Schoonhoven nog geen
uitgesproken strakke, industriële, seriële reliëfs maar organische vormen
die volgens kenners 
geïnspireerd zijn door Paul Klee.

De tentoonstelling was een mooie gelegenheid om me meer te verdiepen in Schoonhoven. Zijn werken zijn eigenlijk grote collages van karton, papier enz. in de kleur wit of beige. Ik lees ergens op de muur in het museum dat voor Schoonhoven wit een neutrale kleur was. Wit neemt geen plaats in, laat alles nog toe of open. Of is het ook de kleur van de onschuld zoals bij witte bruidsjurken?
Er is niks te beleven of te zien op al die collages. Ze zijn allemaal witachtig uitgevoerd of moet ik schrijven kleurloos? Van een afstand bezien zie je een zich herhalend patroon van rechthoeken, vierkanten enz. gemaakt van karton, WC rolletjes, papiermaché enz. Op het eerste gezicht lijken het machinaal gemaakte patronen. Van dichtbij zie je pas onregelmatigheden in het patroon. Het zijn handgemaakte werken of zoals Schoonhoven ze noemt reliëfs.

Bij het woord reliëfs moet ik vooral denken aan landschappen en bergen waar in de loop van miljoenen jaren water, regen, wind, storm, hitte en koude reliëfs in hebben gemaakt. Ik vraag me af of Schoonhoven dat ook in zijn hoofd had toen hij zijn werken de naam reliëfs gaf of toch niet? Zoek ik er teveel achter? Maar het is toch niet vanzelfsprekend om je werken te nummeren als het derde Reliëf gemaakt in 1970 of zo? Hij moet er toch een bedoeling mee gehad hebben? Per slot van rekening werd zijn werk geïnspireerd door de werkelijkheid, door structuren die hij ergens had gezien.


Een van de zogeheten reliëfs van Schoonhoven.

Waarom maakte Jan Schoonhoven al die werken die de indruk wekken dat ze volgens een voorgeschreven patroon machinaal gemaakt zijn? Is dit het gevolg van een extreem doorgevoerde objectiviteit, het vermijden van elke emotie hoe minimaal ook? Hoe kun je nu zo extreem objectief zijn dat je geen enkele emotie toelaat in je werk? Je ontdoet het werk daardoor van je persoonlijkheid, van je ziel van je beleving. 

Tegelijkertijd kun je vaststellen dat het emotieloze werk kan leiden tot een of andere vorm van meditatie. Het werk is dan op te vatten als een soort mantra om je geest te ontdoen van allerlei veronderstelde bijzaken, om de geest leeg te maken en zo ontvankelijk voor het hoogste, wat dat ook moge zijn. Ik weet niet of Schoonhoven daar mee bezig was.Hij moet in ieder geval ergens plek hebben gehad voor zijn emoties, was niet in zijn werk dan ergens daarbuiten. Zonder emoties leven, lijkt me onmogelijk al weet je dat natuurlijk nooit zeker. 

Als ik in het midden van de zaal ga staan dan zie ik ook iets terug van een obsessie. Al die werken gebaseerd op herhaling en zonder kleur. Het enige waarin ze verschillen is hun grootte. Moest hij al dat geordende werk soms ook maken om de chaos in zijn geest in bedwang te houden of vond hij dat orde een hoger stadium van leven is? 

Schoonhoven was ondanks zijn opleiding tot tekenleraar zijn hele leven lang ambtenaar geweest. Zijn persoonlijk leven was een ordelijk leven zoals het past bij een ambtenaar. Waren orde, herhaling en patronen zijn leidraad, zijn houvast en zijn levensovertuiging?

In ieder geval hoort hij wat dat betreft helemaal bij de Nederlandse cultuur. Nederland is immers een land dat van orde en regelmaat houdt, van voorspelbaarheid ook. Dat is het Nederland van de rijtjeshuizen, de vinexwijken, de kaarsrecht door het land getrokken kanalen, dijken en wegen. Nederland is in het groot wat Schoonhoven in het klein heeft gemaakt voor aan de muur.


Beeld uit de film van de happening van de Japanse kunstenaar Yayi Kusama
in het Schiedamse museum. Dat was in 1967, het jaar dat Schoonhoven
de tweede prijs kreeg op de Biënnale van Sao Paulo. Jan Schoonhoven staat
in zijn blootje met zijn sokken nog aan terwijl Kusama klaar staat met de spuitbus verf.
Op de achtergrond is de preekstoel te zien die nog steeds de hal
van de ingang van het museum siert. 

Helemaal onverwacht zie ik in het museum een zwart/wit film uit de jaren zestig waarin we hem helemaal bloot maar wél met sokken aan zien meedoen aan een bodypainting sessie. Een gek gezicht. Waarom hield hij zijn sokken aan? Was de vloer te koud aan zijn voeten of was het uitdoen van de sokken net een stap te ver in naaktheid? We zien hem onbeschaamd in zijn blootje rond springen als een groot gelukkig kind met stippen op zijn lijf. Zo'n publieke vertoning was in die tijd nog gewaagd. De jaren zestig met zijn bevrijding van de vooroorlogse moraal was nog maar net begonnen. Ik zie toch ook nog iets van persoonlijke emotie in het filmpje. Dus het was er wel maar dan tijdens een happening van een andere kunstenaar.

Het filmpje laat tevens zien dat Schoonhoven in zijn jonge jaren een experiment als happenings niet schuwde. Hij mag dan een man van orde, patronen, herhaling en regelmaat zijn geworden, van het kleurloze of het wit neutrale, hij had toch ook genoeg openheid van geest om de wanorde te onderzoeken. Uit de verhalen die ik over hem lees is hij zijn hele leven lang zo open van geest gebleven net zoals hij ook naast het abstracte oog bleef houden voor het figuratieve. Schoonhoven had misschien zijn obsessies maar was voor alles een kunstenaar, een ordelijk kunstenaar.

De tentoonstelling in Schiedam duurt tot 14 februari 2016.
In Museum Prinsenhof Delft is tegelijkertijd de tentoonstelling
“Kijk, Jan Schoonhoven” te zien.




P