Posts tonen met het label wow. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wow. Alle posts tonen

dinsdag 3 september 2024

15. HOE ZIT DAT IN OSS? ONDERWIJS EN ARMOEDE

De inmiddels afgebroken Don Bosco kerk lag aan de oostkant van de Roodborststraat in de na de Tweede Wereldoorlog gebouwde vogelwijk.
 

Was het na de Tweede Wereldoorlog werkelijk zo dat de Roomse kerk de mensen dom hield en de kapitalisten arm, zoals beweerd werd? Van dat eerste, dom houden was in ieder geval geen sprake. Met name de Karmelieten hebben zich sinds eind negentiende eeuw in Oss verdienstelijk gemaakt in het onderwijs en zich ingespannen voor de algemene ontwikkeling van de Osssenaren 


In 1890 bouwden de Carmelieten in het snel groeiende Oss een kerk met klooster aan de Molenstraat. In dit klooster wordt ook een drukbezocht studiehuis ondergebracht. Een van de bekendste Carmelieten is dr. Titus Brandsma (1881 – 1942). Hij heeft een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van Oss. Met de oprichting van een openbare leeszaal legt hij de basis voor de huidige bibliotheek. Ook zet hij de krant De Stad Oss opnieuw op en zorgt hij ervoor dat er een hogeschool (HBS) in Oss komt (sinds 1923). In 1948 wordt deze school omgezet in het Titus Brandsma Lyceum. Wegens zijn verzet tegen de perscensuur van de Duitsers is hij in de Tweede Wereldoorlog in Dachau omgebracht.” (Beeld Titus Brandsma)

Zo kon ik dankzij de Karmelieten in 1960 ondanks mijn bescheiden afkomst, met leeftijdgenoten naar het Titus Brandsma Lyceum (TBL). De school wordt dan nog geleid door karmelieten. Enkele paters geven er nog les, waaronder uiteraard godsdienstles. De school heeft een overwegend katholiek karakter alhoewel ook jongeren en meisjes van andere geloven zonder probleem worden toegelaten.


Dat kerkelijke autoriteiten samenzweren met de kapitalisten om ze arm is moeilijk vol te houden. Natuurlijk zullen er kerkelijke gezagsdragers zijn geweest die zich niet om de materiële noden van hun parochianen bekommerden maar er in de loop der tijd zijn er velen geweest die zich inzetten voor de sociale strijd. 


Zoals al eerder gesignaleerd  speelt ook hierin de karmeliet Titus Brandsma een rol. Hij publiceerde aan het begin van de twintigste eeuw artikelen in de krant 'De Stad Oss' ter ondersteuning van vakbonden en het tot stand komen van Collectieve Arbeid Overeenkomsten tussen werknemers en werkgevers.

 

Dat hun aandacht niet uitsluitend gericht is op materieel welzijn van de gelovigen kun je hun niet kwalijk nemen. Overeenkomstig het Roomse mensbeeld bekommeren zij zich evenzeer om het geestelijk welzijn van de mensen. De sociale leer van de kerk omvat heel de mens, niet enkel zijn materiële omstandigheden.  

 

Dankzij de industriële ontwikkeling van Oss, begint in de jaren zestig van de vorige eeuw de armoede zichtbaar af te nemen. Er worden in hoog tempo planmatig honderden nieuwe huizen gebouwd aan de oostkant van de stad. De nieuwe wijken vallen samen met een nieuwe parochie. In het midden van de wijken staat een kerk met een pastorie. Daar omheen worden de lagere scholen voor de katholieke jongens en meisjes gebouwd. De scholen zijn op loopafstand voor de kinderen.


Oude woningen in verval worden onbewoonbaar verklaard en afgebroken. De eerste auto’s rijden door de straten. Hier en daar verschijnen supermarkten, eerst nog bescheiden en klein maar naarmate de mensen meer te besteden hebben, worden ze groter. De treinverbinding met den Bosch en Nijmegen wordt geëlektrificeerd. 


De Rooms Rode coalities van PvdA en KVP bouwen in die jaren na de oorlog aan een welvaartsstaat die in de loop van de jaren wordt uitgebouwd tot een verzorgingsstaat.Het ouderdomspensioen voor alle Nederlandsers (AOW) boven de 65 jaar wordt in 1957 door het derde kabinet Drees ingevoerd. 


Er komt een ziektewet, een werkloosheidsvoorziening, vakantieregelingen, toeslagen voor overwerk enz. De staat wordt meer en meer verantwoordelijk voor het materiële en geestelijk welzijn van alle inwoners van Nederland. 


Volgens internationale normen is Nederland een rijk land. Traditioneel legt het zich er op toe die rijkdom zo eerlijk mogelijk te verdelen zonder het fundamentele recht op privé eigendom en de marktwerking, twee pijlers onder het kapitalisme, uit te schakelen. In de politiek ontstaat een debat over de vraag tot hoever de welvaartsstaat moet worden doorgevoerd.

woensdag 21 maart 2018

AFSCHEID VAN OSCAR

Oscar in het hotel in Chili tijdens de vakbondsbijeenkomsten in 2014

Oscar is op 6 maart in Willemstad, Curacao overleden. Ik heb Oscar voor het laatst ontmoet in 2014 in Santiago de Chili tijdens een bijeenkomst van Latijns Amerikaanse vakbonden aangesloten bij de World Organization of Workers WOW. Hij zat in een rolstoel. Ook niet mis om zo ver te vliegen in een rolstoel. Oscar was geen lichtgewicht zodat het niet gemakkelijk was hem in de bus te laten stappen.

Het tekent hem dat hij er ondanks zijn rolstoel er bij wilde zijn. Hij was nog steeds actief in zijn vakbond op Curacao en internationaal. Als erevoorzitter van de Latijns Amerikaanse ouderenbond ijverde hij voor aansluiting bij de WOW. Hij werd met veel waardering en erkenning als een goeie bekende ontvangen.

Ik kende Oscar sinds het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw toen ik werkte bij de solidariteitsvereniging CLAT-Nederland, een vereniging die zich ten doel stelde de Sociaal-Christelijke vakbeweging in Latijns Amerika te steunen. Oscar was met zijn horecabond lid van CLAT en was via CLAT internationaal actief.


Oscar Semerel zit hier in het midden tijdens een vergadering van de Raad van CLAT in het midden van de jaren zeventig. Links op de foto CLAT adjunct algemeen secretaris Eduardo Garcia  en WVA confederaal secretaris Ernesto Molano. Rechts op de foto CLAT algemeen secretaris Emilio Maspero en nog 2 leden van de Raad.


Hij was in Nederland vanwege een probleem met een van zijn kinderen die naar een speciale school moest in Nederland. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om vrienden van de voormalige katholieke voedingsbond op te zoeken waaronder met name voorzitter Ton Bastiaansen. Ton was tevens lid van het bestuur van CLAT-Nederland en zo kwam Oscar ook ons bezoeken  in Utrecht.
Zijn naam kende ik al. Dat kwam omdat de bestuurders van de vroegere katholieke voedingsbond elke maand 25 gulden betaalden zodat Oscar als vrijgestelde voor zijn vakbond op Curacao kon werken. Mijn vader was een van die bestuurders.

Op Curacao was hij een bekend vakbondsman met overal contacten. Zijn bond onderhandelde met de grote hotels op het eiland over collectieve arbeidsovereenkomsten. Als het tot een conflict kwam, deed hij een beroep op zijn Nederlandse collega’s om zijn bond te steunen door het sturen van protesttelegrammen en andere acties. Zijn bond kreeg ook geregeld technische ondersteuning.

Op een van zijn bezoeken vertelde hij over corruptie op het eiland. Voorstellen om dat openlijk in Nederland aan te kaarten vond hij te ver gaan. Dat zou het overleg met de hotels en de overheid kunnen schaden. Hij zocht liever op zijn eiland naar wegen om tegen de corruptie te vechten.

Internationaal was hij op veel fronten actief: in het bestuur van CLAT dat zetelde in het buurland Venezuela, op internationale conferenties van de ILO in Geneve, als voorzitter van de Latijns Amerikaanse Federatie van Voedingsbonden en als voorzitter van de Internationale Federatie van Boeren-, Hotel- en Voedingsbonden die was aangesloten bij het voormalige Wereld Verbond van de Arbeid WVA te Brussel.

Oscar was onvermoeibaar en plichtsgetrouw en dat allemaal ondanks de beperkte middelen die hem ter beschikking stonden.
Oscar moge je rusten in vrede. Het is je van harte gegund.


donderdag 26 oktober 2017

DAGBOEK VAN HET JAAR ONZES HEREN 2013, DEEL 7

Kapel in winters bos van Sint Jozef, 27 januari


Vertrek naar Kopenhagen vanaf vliegveld Zaventem, 28 januari


Trainingsbijeenkomst van het bestuur van de World Organization of Workers WOW
in Denemarken, 29 januari


Bezoek met het bestuur van WOW aan het hoofdkantoor van de Deense vakcentrale KRIFA,
30 januari


Europees vakbondsseminar van WOW, KRIFA en de EZA in Billund, 31 januari


Mara tijdens ons bezoek aan het aquarium van Legoland in Billund,
1 februari


Diny met de iPad, 2 februari


Bakkerij Davids in Sint Jozef, 3 februari


Postkantoor Londerzeel, 4 februari


Opname in ziekenhuis te Leuven, 5 februari

vrijdag 23 januari 2015

CHILIREIS 6: DE BETEKENIS VAN INTERNATIONALE VAKBEWEGING

Begroeting tijdens het eerste ontbijt samen.
Internationale vakbondsseminars zijn serieus, vermoeiend en soms saai. Een hele dag zitten, luisteren en debatteren valt zeker voor vakbondsmensen niet mee. Toch wordt er ook gelachen, grappen gemaakt, vriendschap en collegialiteit gevierd. Dat kun je zien op de  foto's van het internationaal vakbondsseminar van de Latijns Amerikaanse Coordinadora van de 3 Beroepsfederaties (banken en verzekeringen, journalisten, winkelpersoneel en informele werkers) die lid zijn van de Internationale Wereld Organisatie van Werknemers WOW. Het seminar vond plaats in de Chileense hoofdstad Santiago. 

Zulke seminars versterken de onderlinge banden tussen de vakbondsleiders die verspreid wonen en werken over heel Latijns Amerika. Misschien is dat ook wel een van de belangrijkste functies van dergelijke seminars. Om niet alleen te zijn,want in tegenstelling tot Nederland of België en in het algemeen Europa, is vakbondswerk in veel landen van bijvoorbeeld  Latijns Amerika nog altijd moeizaam en moeilijk werk. 


Foto met instructie
In veel landen moet je maar durven want soms kan het ook gevaarlijk werk zijn. Niet zozeer levensbedreigend, ook al komt dat nog al te vaak voor,  maar vooral omdat autoriteiten en/of werkgevers je bedreigen, intimideren of op een andere manier je werk onmogelijk maken. Dan is het goed om collega's te kennen in eigen land maar ook in het buitenland. Collega's waarvan je weet dat zij in hetzelfde schuitje zitten en toch net als jij de moed en energie hebben om door te gaan. 

Zo'n internationaal seminar werkt daarom bemoedigend en motiverend. Je weet dat je er niet alleen voorstaat. Er zijn anderen, vrienden en collega's, die je steunen. In geval van nood zijn die ook bereid  om internationale steunacties op te zetten. Dat allemaal maakt internationale vakbondsactiviteiten belangrijk.

Een foto van jezelf achter het spreekgestoelte
Ondanks of juist dank zij de ernst van de ontmoetingen en de seminars is er ook tijd voor vriendschap en plezier. Even ontspannen van het dagelijkse vakbondswerk en de moeilijke onderwerpen. Want op dergelijke seminars wordt gesproken over ongemakkelijke onderwerpen als werkloosheid, de gevolgen van de wereldwijde economische crisis, de toenemende informalisering van de economie, de afbraak van sociale voorzieningen, de ongelijke verdeling van inkomens, de gebrekkige sociale dialoog met werkgevers en regering enz. enz. 

Het is dan voor de deelnemers leerzaam te horen welke oplossingen vakbonden uit andere landen voorstellen of zelf hebben uitgeprobeerd of wat deskundigen je kunnen leren. Dat alles tezamen zijn waardevolle ervaringen en informatie waar je eventueel zelf in je eigen land mee aan de slag kunt.

Niet alles is altijd even spannend

Zulke seminars zijn natuurlijk niet goedkoop. Alleen al de vliegtickets in zo een uitgestrekt continent als Latijns Amerika zijn een kostbare aangelegenheid. Daar komen dan nog eens de verblijfskosten bij en de kosten voor het seminar zelf. Vooral vertaalinstallaties en vertalers maken een seminar extra duur. In Latijns Amerika, waar Spaans en Portugees sprekenden elkaar meestal begrijpen zonder vertaler, hoeft men gelukkig dergelijke kosten niet te maken. Zelfs de vakbondsmensen uit Curacao en Aruba spreken vloeiend Spaans.


Enthousiasme tijdens diploma uitreiking
In Europa bestaan subsidie regelingen van de Europese Commissie om dergelijke dure vertaalkosten op te vangen, reis en verblijfkosten en het inhuren van deskundigen. In Afrika, Latijns Amerika en Azië bestaan zulke regelingen niet. Daar moeten de deelnemende vakbonden zelf de kosten betalen of een beroep doen op de internationale vakbeweging.

Omhelzing onder toeziende ogen.
Meestal is het een combinatie van de twee: zelffinanciering en financiële steun van de internationale organisatie.  De deelnemende vakbonden betalen bijvoorbeeld de reiskosten van hun vertegenwoordigers naar de plaats van het seminar. De vakbonds-gastheer, die geen grote reiskosten hoeft te maken, betaalt voor een deel of helemaal de verblijfskosten. De internationale vakbond vult dan daar waar nodig het budget aan. Dat maakt de internationale vakbond tot spil in het internationale netwerk waardoor internationale seminars en andere activiteiten mogelijk worden gemaakt. Het is bovenal een vorm van praktische solidariteit.