Posts tonen met het label youp van 't hek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label youp van 't hek. Alle posts tonen

donderdag 10 juli 2025

WAAROM YOUP EN MARCEL SNEU ZIJN

 



Youp van ’t hek heeft al jaren dezelfde stijl, met virtuoos taalgebruik mensen belachelijk maken en de grond inboren.  Maak van mensen, in het bijzonder de politicus een stoethaspel, een inhalige genieperd en je hebt de lachers op je hand. Kassa! 


Wie was de afgelopen week de pineut? Dilan Yeselgöz met haar tweet over het anti-semitisme van Douwe Bob.Heerlijk voor alweer een snelle grap in het meest serieuze heren en damesblad van Nederland. Het volgende citaat maakt duidelijk hoe erg het gesteld is met die persoonlijke aanvallen


“Maar terug naar die oliedomme tweet van die incompetente Dilan Yesilgöz, waarin ze een aantal zaken totaal door elkaar haalde. Of niet helemaal goed begrepen had. Dat kan in haar geval ook. Zij is toch ook dat tragische brekebeentje van die nareis-op-nareis-op nareis uitspraak waar achteraf niks van bleek te kloppen, maar wel een kabinet over struikelde?”


Zanger Douwe Bob wordt ook weggezet als een niet al te slimme zanger die door een vriend  ‘De Kwelende Inktlap’ wordt genoemd. Het ingewikkelde anti-semitisme en zionisme teruggebracht tot theater van de lach. Wat schiet een lezer er mee op?


Marcel van Roosmalen is ongeveer van hetzelfde laken een pak. In dezelfde voormalige krant der hoog opgeleiden pakt hij Joost Eerdmans van JA 21 bij z’n lurven. In de peilingen gaat diens partij ineens van 2 naar 10 zetels als gevolg van de aansluiting van ex-PVV’ster en staatssecretaris Ingrid  Coenradie bij die partij. 


Joost Eerdmans wordt afgedaan als een hopeloze irrelevante persoon die niet gepruimd wordt door het volk, “zelfs niet als hij ze (?) consequent met een kwast honing om de mond smeert” Even verderop wordt hij een vrolijke rattenvanger van Hamelen genoemd. 


Roosmalen is duidelijk. Politici als Eerdmans kunnen niks en deugen niet. Serieus nemen is er niet bij, dat kan ook moeilijk met rechtse mensen, zo is de lacherige boodschap aan de geschoolde NRC lezers. 


Het is niet om te lachen maar om te huilen dat deze twee columnisten  met dedain schrijven over politici. Ze zijn ver verwijderd van de hofnar die gevoel heeft voor de tragiek van het menselijk tekort. Het ontbreekt hen aan vergevingsgezindheid en goedmoedigheid. 

woensdag 20 september 2017

YOUP DE PREDIKER

Volksdansen voor toeristen, Zell am See 1970

De voorstelling “Licht” van Youp van ’t Hek is geruststellend. Hij is en blijft de prediker die probeert een restje menselijkheid overeind te houden tussen het niks van de geboorte en het niks van de dood in tijden van verwarring over seks en dood. Hij houdt ons een spiegel voor en spaart daarbij zichzelf niet. Hij troost ons met onze tekortkomingen.

Het woord neuken vliegt als vanouds om de haverklap over het toneel. Door zijn leeftijd krijgt het een nostalgische bijklank. Godverdomme blijft zijn geliefde krachtterm. De kracht is er een beetje uit of is het gewenning? Hij marcheert nog steeds over het toneel. Hij praat luid en duidelijk. Zijn grappen zijn geestig, scherp en goed. 

De pas gestorven psychiater Peter is zijn alter ego, zijn buikspreekpop. Peter heeft Youp nodig om de rest van de week door te komen met zijn geestelijk onvolwassen, fantasieloze patiënten en hun pseudo problemen. De wel bekende kakkers die ondanks alle luxe en rijkdom niet in staat zijn om als een normaal mens te leven. 


Vijfendertig jaar lang praten ze elke maandagmorgen in de spreekkamer van Peter. Ze spreken over dood en neuken. Over de dood kun je veel lullen zo lang je zelf niet dood bent maar wat moet je in ’s hemelsnaam elkaar 34 jaar lang vertellen over neuken? Over neuken lul je niet. Dat doe je.


Overigens heb ik een bloedhekel aan het woord neuken. Het is een plat woord dat niets overlaat van “de liefde bedrijven”. Neuken is liefde bedrijven zonder liefde, dat heet porno of verkrachting. Ik snap niet dat Youp dat woord zo graag gebruikt. Is hij nog bezig met de taboe’s van de vorige eeuw? Is het branie en stoerdoenerij? Dat is toch niks voor hem. Weg er mee Youp. Toon Hermans, Wim Sonneveld en Wim Kan hadden het niet nodig om hun publiek een spiegel voor te houden

De behandelkamer van Peter is een verwijzing naar zijn eigen kamertje uit zijn begintijd, toen hij het op zijn 28ste probeerde te maken. Ik bespeur nostalgie met een burgerlijke romantisch sausje. Daar krijgen we bij het ouder worden allemaal last van als we niet opletten. Het verhaal over de geheime ontmoetingen van vriend Peter met de bloedmooie Laura, is van hetzelfde laken een pak. Ze beweert op de begrafenis van Peter dat hij haar had mogen hebben, als hij dat gewild had. Daarvoor was hij teveel gentleman vindt Youp.

De begrafenis van Peter is een voorschot op die van hemzelf. Geen sprekers en een beetje rommelig. Maar Laura en een oude vrijster van een tante kunnen het niet laten. De eerste vertelt het geheim, de tweede heeft het voornamelijk over zichzelf. 

Youp kan er wat van. De volgende keer weer kijken. Als het er nog van komt want ik ben ouder dan Youp. Je weet dus maar nooit. 

vrijdag 8 januari 2016

DE 3 NARREN FREEK, HERMAN EN YOUP

Picasso, Drie musici, 1921, De New York Museum of Modern Art.

Na de oudejaarsconference van Herman Finkers, een felicitatie waard met zijn meer dan 3 miljoen kijkers, overviel me de gedachte dat Nederland 3 grote cabaretiers heeft. In willekeurige volgorde: Freek de Jonge, Herman Finkers en Youp van ’t Hek. Blijkbaar komen inderdaad alle goeie dingen in drieën. Zij zijn de opvolgers van de 3 groten van een generatie voor hen. Eveneens in willekeurige volgorde: Toon Hermans, Wim Kan en Wim Sonneveld. Het is Wim Kan die de traditie van de oudejaarsconference heeft opgebouwd.

Wim Kan was het politieke dier van die drie. Politici waren bij hem niet veilig en niet heilig. Hij nam ze te grazen met hun eigen (politieke) zwakheden maar hij verloor daarbij nooit de grenzen van het fatsoen uit het oog. Beledigen of voor lul zetten, was niet zijn stijl. Ik weet niet of ooit een politicoloog zich aan een proefschrift heeft gewaagd over de bijdragen van Nederlandse cabaretiers aan de democratische cultuur, maar dat zou alsnog een goeie zaak zijn. Wim Kan zou dan genoemd moeten als de man die de Nederlandse burgers leerde politiek te relativeren en te bekritiseren maar ook te accepteren dat politici maar mensen zijn. Kan leerde ons met een lach politieke Verdraagzaamheid met een hoofdletter te schrijven.

Tijden zijn veranderd. Alles is scherper geworden, ook in de politiek. Gek genoeg in een tijd dat de onderlinge ideologische verschillen tussen de traditionele politieke partijen minder zijn geworden. Natuurlijk kun je Youp van ’t Hek niet een op een vergelijken met Wim Kan maar van de drie groten van deze tijd staat hij het dichtste bij Wim Kan, maar dan wel met en hardere en scherpere humor. De nadruk ligt op moraliteit en het falen van politiek en politici, het verraad aan idealen als fatsoen, bescheidenheid en eenvoud. Bij Youp wordt de lach daardoor nogal eens een grimlach.

De vorige generatie was over het algemeen veel zachter en misschien ook wel humaner. Sonneveld en Hermans hielden hun publiek een spiegel voor. Die van de gewone of de kleine man die worstelt met liefde, gezin, werk en leven. Ze hielpen ons het leven te aanvaarden zoals het was met hier en daar een kritische kanttekening en humor als troost. Het was het theater van de gulle lach zoals ik meen Sonneveld ooit eens heeft gezegd. 

Dat is dus voorbij. Nu moet alles uit het leven gehaald worden, het onderste uit de kan en liefst nog meer: een avontuurlijk liefdesleven en gevarieerde seks, goed drinken en eten, verre en exotisch reizen, muziekfestivals, gekleed volgens de mode en wonen volgens de laatste trends, enz. Het leven is Vermaak met een hoofdletter geworden tot aan de dood want dan is het echt over en uit.


We staren in een leegte ondanks dat we technologisch meer kunnen en wetenschappelijk veel verder zijn. Natuurlijk was toen ook het leven tragisch maar achter het gordijn van de tragiek en het drama lag troost en zingeving. Dat is verdwenen. Dat maakt het voor Finkers en de Jonge moeilijker dan hun voorgangers om zich nog een weg te banen naar een geestelijk leven. Toch proberen ze alle drie als narren ons een spiegel voor te houden om de leegte te ontmaskeren. Misschien is dat wel veel moeilijker dan wat indertijd hun voorgangers deden.

donderdag 2 januari 2014

THEO MAASSEN KAN ME NOG MEER VERTELLEN

Theo Maas vertelt verder… (een digitale fotocompositie van Petrus)

Wie cabaret gaat uitleggen, loopt het risico banaal te worden. Een variant op wat de Chileense dichter Pablo Neruda in de film Il Postino zegt over het uitleggen van gedichten. Prachtige film trouwens, maar Theo Maassen mocht er ook wezen ondanks zijn Neanderthaler kop. Hij is een razend snelle grappenmaker en daardoor soms niet meteen te vatten. Je kon het merken aan de zaal. Die viel soms heel even in een leegte. Hij was ons of te vlug af of de grap zat wat dieper zodat we even moesten graven naar de clou. Maassen had ons aan een touwtje.

Zou hij dat ook zo gevoeld hebben? Dat moet dan een mooi gevoel zijn, een zaal aan een touwtje te hebben. Misschien zelfs wel een machtig gevoel. Een zaal laten golven op jouw woorden. Daarvoor moet je wel van taal houden en dat doet hij ook, zoals hij zelf met een knipoog naar cijfers zei. Dat is verstandig want anders word je maar overmoedig en dan zou het wel eens verkeerd kunnen gaan. Hitler is daar een extreem voorbeeld van.

Ik weet niet of het racistisch is maar Maassen is een katholieke cabaretier net als Youp van 't Hek. Freek de Jonge is dan weer een protestantse cabaretier. Begrijp me goed, ik vind ze alle drie goed maar ze zijn anders. Freek predikt nogal eens. Die wel mensen bekeren, maar hij weet dat dat niet zal lukken. Dat is het drama van Freek ,waarbij nog komt dat hij zelf ook nog twijfelt. Dat is dus dubbel drama. Youp wil de wereld verbeteren door zijn publiek een spiegel voor te houden. Zijn drama is dat hij weet dat de wereld niet te verbeteren is en daarom moet hij zichzelf nogal eens verbijten. Dat doet hij dan vooral in zijn NRC columns.

Excuus voor nog meer racisme, maar Maassen is niet alleen katholiek maar ook nog Brabander. Terwijl Youp tegen de klippen op fan probeert te blijven van Ajax, zit Maassen zwaar in de knoei met PSV. Je kunt je natuurlijk bevrijden van je club maar dan maak je je los van je wortels en dat is voor geen mens goed en dus zeker niet voor een cabaretier. Als goed Brabantse katholiek weet hij dat de mens niet deugt, ja zelfs niet wil deugen. Daar blijft hij zich over verbazen maar weet dat er uiteindelijk maar een remedie voor is: slappe klets bij een biertje.

Nederland heeft dus weer 3 helden of moet ik zeggen 3 groten? Dat is gevaarlijk want Finkers telt ook mee en misschien zijn er nog wel anderen, maar die ken ik dan weer niet. Ik heb met een ding moeite bij Maassen. Zijn banale woorden over seks. Als Brabantse Katholieke hetero, helaas geen homo om met Maassen te spreken, heb ik als jongetje geleerd dat seks iets moois is tussen een man en een vrouw. Daarom moest je zuinig zijn met seks. Bewaren tot je je echte liefde had gevonden, daar dan mee trouwen en dan kon je er met Gods zegen van genieten.

Dat dit overdreven is, weet ik ook wel. Ik ben van de jaren zestig en de seksuele revolutie. Maar toch word ik altijd kregelig als er verbaal met seks gesold wordt. Een voorbeeld. Maassen vertelde me wat ik nog niet wist, namelijk dat Anouk geen man wil met een kleine penis. Het is absurd dat een vrouw als Anouk, die zichzelf prijst om haar diepgang, deze wens aan de grote klok hangt in een onbenullig interview. Daar mag je dus best over lullen. Maar om de zaak op de spits te drijven door er een frikadel in een lege gang bij te halen, gaat mij dan weer te ver. Dat is tegelijk met eten en seks knoeien. Dat wordt rotzooi. Maar voor de rest mag Maassen van mij nog wel een keer op zijn belofte terug komen en alsnog een nieuwjaarsconference houden.




maandag 21 januari 2013

HET MENSELIJKE TEKORT


Gisterenavond op de Vlaamse zender Canvas 'Het uur van de prutser' van de Vlaamse caberetier Wim Helsen bekeken. De titel sprak mij meteen aan. Prutser is een trefwoord in mijn levensopvatting. Zijn wij niet allemaal prutsers? De meeste mensen bedoelen het altijd goed maar uiteindelijk draait het meeste wat we in ons leven doen uit op gepruts. Soms zelfs verprutsen we het helemaal. En is dat niet de grootste tragiek van ons bestaan?

Homo Prutser, een digitale prent van PETRUS

Belgen hebben meer gevoel voor dit menselijk tekort dan Nederlanders. Nederlanders vinden dat de wereld maakbaar is of nog nog erger maakbaar moet zijn. Dat verklaart ook de Grote Wolk van Boosheid die tegenwoordig boven Nederland hangt. De wereld draait wel door maar niet zoals veel Nederlanders dat zouden willen. Dat roept alom boosheid op en die boosheid vind je ook terug in het Nederlands cabaret zoals bij Youp van 't Hek en Theo Maassen.

Ik denk dat Theo en Youp moeten uitkijken dat ze met hun cabaret niet een doodlopende weg inslaan. Boosheid en ergernis kunnen een goeie voedingsbodem zijn voor grappen en grollen maar het menselijk tekort blijft. Als je dat niet aanvaardt dan kom je terecht in cynisme en dan is de lol er gauw vanaf. Een goeie cabaretier, dus niet een tijd verdrijvende grollen en grappen maker, laat ons zodanig in de spiegel kijken dat we ondanks het vele lelijks dat we zien toch onszelf aanvaarden. We zijn prutsers maar we kunnen er mee leven ja ook nog eens om lachen. Dat en alleen dat maakt onze wereld leefbaar.

Ooit hadden we in Nederland cabaret waarin het menselijk tekort de grondtoon van hun optreden was. Ik bedoel de grote drie: Toon Hermans, Wim Sonneveld en Wim Kan. Freek de Jonge heeft ook gevoel voor het menselijk tekort maar zijn dominees achtergrond speelt hem parten. Hij wil de mensen verbeteren en dan komen we uit bij moraliserend cabaret en dat is de doodsteek voor elke tragiek en dus ook voor de humor.

Waarom Vlamingen meer oog hebben voor het drama van het menselijk tekort weet ik niet. Komt dat omdat het in zekere mate een absurd land is met twee talen maar vooral twee culturen en zelfs drie als je de Duitstalige gemeenschap meetelt? Daarnaast heb je nog Brussel als een op zichzelf staand geval. Weliswaar zo goed als helemaal verfranst maar met een indrukwekkende Vlaamse geschiedenis die hoezeer je Brussel ook verfranst nooit uitgewist kan worden. Frans en Nederlandstaligen zitten in Brussel aan elkaar vast als een siamese tweeling en iedereen weet dat je een siamese tweeling nooit zonder levensgevaar kunt scheiden.

Of komt het door het calimero gevoel van de Belgen dat ze meer oog hebben dan Nederlanders voor het menselijk tekort? Belgen beseffen maar al te goed, in tegenstelling tot Nederlanders, dat ze in de wereld weinig of niks voorstellen. Daarom kijken ze ook altijd eerst de kat uit de boom voordat ze het achterste van hun tong laten zien, als ze die al ooit laten zien. Je weet immers maar nooit. Vergelijk dat eens met de brutale Nederlanders. Als schepen voor niks nie bang nie varen ze overal doorheen todat ze op de klippen lopen en hun goed bedoelde zaak hopeloos strandt. Zelfs in de Nederlandse politiek gaat dat zo.

Helsen hangt zijn cabaret op aan het allereenvoudigste zinnetje wat je kunt bedenken. “Goede morgen bakker. Er is weer veel brood vandaag” waarop de bakker mompelt dat “het hier immers een bakkerij is”. Deze eenvoudige zinnen zijn de kapstok waarmee Helsen een loopje neemt met ons menslijk tekort. Hij geeft ons zelfs tips hoe we het er het beste van kunnen maken ondanks alle tragiek en drama en zelfs de dood. Want het is uiteindelijk de dood die een einde maakt aan ons menselijk tekort. Ondertussen moeten we er maar iets van maken. Daarom ga ik zo meteen een pintje pakken.

dinsdag 3 januari 2012

HET STERRETJE VAN YOUP VAN 'T HEK

 
Het leven kan absurd zijn. Niemand beter om ons dat af en toe duidelijk te maken dan onze nationale hofnar Youp van ’t Hek. Hofnarren zijn nodig om ons gewone mensen bij de les te houden. Wij denken dat we redelijk zijn in ons doen en laten. Zo lang we in ons eigen wereldje rond lopen is dat ook zo. Er is niks geks aan dat iemand zich druk maakt over een sterretje in zijn voorruit. Helemaal niet gek om daarover te praten aan de koffietafel of de toog. Ook niet gek dat Carglass vindt dat je dat zo snel mogelijk moet laten maken.

Maar wat als je ergens in Afrika op het platteland woont, werkt voor een hongerloon in een smerige stinkende fabriek van ’s morgens zes uur tot ’s avonds tien uur om sportschoenen te maken voor de jeugd in het land waar Carglass sterretjes uit ruiten haalt? Dan is de wereld van Carglass absurd. Dan is een sterretje in je ruit een lachertje. Niks om je druk over te maken. Sterker nog, dan is dat sterretje zo onredelijk als de pest. Niks anders dan koude burgermansdrukte. Om ons daaraan te herinneren hebben we god zij dank onze nationale hofnar.