Posts tonen met het label Frontbeweging. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frontbeweging. Alle posts tonen

vrijdag 6 juli 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 45

 
De vader van het meisje hierboven was waarschijnlijk gelegerd in Veurne, in de Westhoek van Vlaanderen. Op de achterkant van de foto staat een aandoenlijke tekst.  "Maandag, 29 maart 1915. Lievste Papake ik laat u weten dat ik en ons mama noch in goede gezondhijd zijn en ik denk van U het zelfde. Lieve papa ik denk dat ge nu wel zuld kondent zijn van mij en ons frida en ook van dees briefje dat mijn zusster van de school aan u geeft en mijn Eerenkaartje als gij ze verloren doet dat is niets ik heb er noch van die schoon Eerenkaartjes als ge het geluk moogt hebben van spoedich naar huis te komen dan zulde gij het wel zien. Lieve papa ik bid aan god als dat gij en Mijn ..... spoedich moogt wederkomen. Lieve Papa ik doen ook 11 juni Mijn klijn comunie waar ik nu wel denk als dat gij daar zult van content zijn. Lieve Papa ik en ons mama geven u van wijt hondert duizend warme kussen en als wij kossten vliegen dan hadden wij u al lank komen bezoeken. dag Lieve Papa spoedich weder zien; recu le Favril 15.
In de loopgraven aan het IJzerfront in de eerste Wereldoorlog vond de eerste echte kennismaking plaats tussen de zonen van de gegoede, vaak Frans sprekende Vlaamse burgerij en het Vlaamse arbeiders en boeren-volk. Tot dan hadden de laatste twee geen rol gespeeld in het onafhankelijke België. Die was voornamelijk voorbehouden geweest aan de Franssprekende Vlaamse elite.

“Midden 1915 verschenen de eerste krantjes die contact legden tussen soldaten van verschillende regimenten die uit eenzelfde stad of streek afkomstig waren. Haast vanzelfsprekend ontstonden vastere verbanden waar men samen ontspanning zocht en waar herinneringen aan het dorp opgehaald werden. Uiteraard waren er wel sociale tegenstellingen tussen arbeiders en intellectuelen. Hoewel veel universitairen uit een burgerlijk milieu kwamen en zowel thuis als tijdens hun studie het Frans als voertaal gebruikt hadden, waren ze aan het IJzerfront bereid hun analfabete krijgsmakkers het lezen en het schrijven bij te brengen. De Vriendenkringen evolueerden tot Studiekringen. Zolang het om louter sociaal dienstbetoon ging, verleende de militaire overheid medewerking. Discussies over politiek hete hangijzers zoals de toepassing van de taal reglementering waren echter uit den boze. Maar het gebeurde natuurlijk wel. Begin 1917 besloot de nieuwe stafchef Louis Ruquoy de Studiekringen te verbieden.” (zie website: De Bliedemaker, Koning Albert I en de taalprobelemen aan het IJzerfront)

Een reactie op het verbod bleef niet uit:

“Er ontstond een georganiseerde illegale Frontbeweging die in alle eenheden infiltreerde en uitgroeide tot een politieke actiegroep met een programma waarin naast Waalse en Vlaamse regimenten (d.w.z. scheiding tussen Frans en Vlaams sprekende regimenten) en een eentalig Vlaanderen, de eis tot zelfbestuur een centrale plaats innam. De Vlaamse ontvoogding kon pas echt slagen als België structureel werd hervormd. “ (zie website: De Bliedemaker, Koning Albert I en de taalproblemen aan het IJzerfront)

Zo werd in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog in de Vlaamse Westhoek de basis gelegd voor een Vlaamse Taal en Cultuurbeweging die de confrontatie aanging met de hoogste Belgische autoriteiten. Om een idee te geven van de gevoelens en overwegingen van de Vlaamse soldaten, volgt hieronder de tekst van de eerste van de zeven open brieven aan Koning Albert I, die overigens het probleem niet zag, niet kon zien of niet wilde zien uit angst in conflict te komen met zijn Franstalige officieren.

“Vlamingen, gedenkt het Guldensporenfeest (op 5en Augustus, 1914)

Sire,

Vol vertrouwen in U die, bij het ingaan van den wereldoorlog, de Vlamingen aan het Guldensporenfeest herinnerde, komen wij tot U, wij, de Vlaamsche soldaten, het Vlaamsche leger, het leger dus van den Yzer, om U te zeggen wat wij lijden, waarom wij lijden, om U te zeggen dat we ons bloed voor ons land veil houden doch dat het niet mag dienen om de boeien van ons volk nauwer toe te halen maar om het vrij te laten ademen, vrij te laten leven.
We hebben geen vertrouwen in onze oversten die ons meer dan ooit tegengaan. De pers, die ons gedurig bekampt, wordt gesteund. We wantrouwen de regering die door ons gestemd, misbruik makend van haar gezag ons 85 jaar lang heeft bedrogen. In U alleen, 0 Koning geloven we nog: op 5 n Augustus 1914, wist gij de Vlamingen aan te spreken, lijk het behoorde, als wilde ge aantonen dat we terecht op U mogen rekenen, zoals op den aanvoerder van het Vlaamsche leger in 1302. Gij staat hier te velde om recht en eer te verdedigen en zult dit nooit bewust dulden dat uw eigen onderdanen door hun en uw machthebbenden in die eer en dat recht gekrenkt worden. Ook daarom komen we U ter gelegenheid van het Guldensporenfeest om ons recht vragen.
Van af 1830, begon de lijdensgeschiedenis van het vlaamsche volk. Ons volk is verachterd, verongelijkt, diep vervallen. In België is voor de Walen alles, voor de Vlamingen niets. We wilden dat de grondwet die zegde dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet, geen ijdel woord bleef ( .. )”


(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 29 juni 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 44

 
Spelende kinderen bij het standbeeld van Hendrik Conscience voor de Stadsbibliotheek van Antwerpen (1993). Conscience is de schrijver van "De Leeuw van Vlaenderen" (1838), sleutelroman voor het Vlaams Nationalisme.

De collaboratie van Vlaamsgezinden met de Duitse bezetter was mede het gevolg van een bewust beleid van die bezetter. Zij boden de Vlamingen een vorm van schijnzelfstandigheid aan onder Duits toezicht.

“Men wilde België economisch uitzuigen om de oorlog voort te zetten, maar men wilde tevens de steun van vooral de Vlaamse bevolking voor de oorlog. Vlaanderen en Wallonië werden administratief gescheiden in 1917, en in Vlaanderen kreeg de nationalistische Raad van Vlaanderen een symbolisch regeringsorgaan. Later in de oorlog verklaarde deze Raad Vlaanderen onafhankelijk, echter zonder gevolgen. Enkele maatregelen van de Duitsers in bezet België waren onder andere de Vernederlandsing van de universiteit van Gent en het instellen van autonomie voor Vlaanderen. Uiteindelijk had de Duitse bezettingspolitiek geen succes.” (Wikipedia: België in de Eerste Wereldoorlog)

Het Duitse beleid zaaide verdeeldheid onder de Vlaamsgezinden.

“Tijdens de Eerste Wereldoorlog valt de Vlaamse Beweging te verdelen in drie groepen: de activisten, die collaboreerden met de Duitse bezetter om hun doel te bereiken, de passivisten, die samenwerking met de bezetter afwezen, en de Frontbeweging, een beweging aan het front die zich tegen het Franstalige taalbeleid van het Belgisch leger verzette. Die laatsten toonden hun ongenoegen vooral door grafstenen met de letters AVV-VVK (Alles voor Vlaanderen-Vlaanderen voor Kristus) bij graven van honderden gesneuvelde Vlaamse soldaten te plaatsen.” (zie: Wikipedia: Vlaamse Beweging)

De Frontbeweging was een reactie van de Vlaamsgezinden op het optreden van de Frans sprekende officieren in het Belgische leger in de loopgraven in de Vlaamse Westhoek aan het IJzerfront.

“Het gros van de Vlaamse soldaten kende weinig Frans. De officieren waren trots op het Franse karakter van hun milieu. Daarmee was de toon voor die jaren gezet: Vlaams en katholiek waren twee begrippen die het overwegend vrijzinnige officierenkorps best kon missen. Toch was het wetsvoorstel over de tweetaligheid van het leger in mei 1913 door de Kamer met 98 tegen 24 stemmen aangenomen. (…)
Vlaamse studenten en intellectuelen en ongeletterde boerenzonen en arbeidersjongens trokken enthousiast als dienstplichtige of vrijwilliger naar het front. Hun geestdrift bekoelde snel. In het Belgische leger ging het eraan toe zoals in de maatschappij. Het officierenkorps was Franstalig en alle bevelen en mededelingen werden in die taal gegeven of de soldaten dat nu begrepen of niet. Wie tegenpruttelde, zich verzette, actie voerde om zijn recht te bekomen werd uitgescholden voor tweedrachtzaaier, varken, imbeciel, lafaard, boche of verrader en liep het risico gestraft te worden of een gevaarlijke missie te krijgen. “
(zie website: De Bliedemaker, Koning Albert I en de taalproblemen aan het IIzerfront)