Posts tonen met het label stedelijk museum amsterdam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stedelijk museum amsterdam. Alle posts tonen

dinsdag 20 juni 2023

STOMPZINNIG STEDELIJK MUSEUM AMSTERDAM

 

Links Cultuurpaus Touriani Meliani, wethouder van cultuur van Amsterdam (Groen Links). Rechts de  verwarde Rein Wolfs, directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam.

Zelden zo een verzameling wanhopige medewerkers aan het werk gezien als de stafvergadering of wat daarvoor moet doorgaan van het Stedelijk Museum Amsterdam, te zien in de VPRO documentaire “White balls on the walls”.

De ellende begint met de in een kek leren jasje gestoken pas begonnen Amsterdamse wethouder van cultuur Touriani Meliani (Groen Linsk). Deze madame wil diversiteit, inclusiviteit, gender en de hele mikmak van de woke agenda tot voorschrift maken van het beleid van het Stedelijk Museum. Bij niet voldoen aan deze normen zal er gekort worden op het budget.

Misschien dat ze maar meteen moet ingaan op de suggestie van Renzo Martens in de klimaat kwaliteitskrant NRC om het volledige aankoopbudget van het Stedelijk te besteden aan de uitgebuite Surinaamse plantage gemeenschappen. Dan slaat ze drie vliegen in een klap. Herstelbetalingen aan de plantage gemeenschappen die door hun uitbuiting de winsten hebben opgebracht voor de bouw van het Stedelijk. De uitvoering van de woke agenda en de witte mannen en vrouwen worden weer een stukje teruggedreven. De Surinaamse wraak wordt steeds zoeter.

Het gevolg van het nieuwe Groen Linkse woke beleid is dat witte vrouwen en twee mannen onder leiding van de pas aangestelde witte directeur Rein Wolfs volstrekt nietszeggend zitten te wauwelen over wat nu eigenlijk gekleurd is, wat gender betekent en inclusiviteit.

Het woord kunst komt in die gesprekken niet voor tenzij het ongemak dat de meerderheid van de verzameling uit witte (mannen)kunst bestaat en dat sommige titels van schilderijen niet passen in het modieuze taaltje van de woke generatie. Kortom, ze zitten verlegen met een kunsttempel die geen kunsttempel meer mag zijn want het is een tempel van witte kunst.

De mafkezen, een ander woord heb ik er niet voor, komen met al hun opleidingen niet eens op het idee dat kunst universeel menselijk is. Dat kunst van en voor alle mensen is. Dat kunst die het woord kunst verdient, raakt aan het diepste mens zijn van alle mensen of ze niet wit of zwart zijn, man of vrouw, katholiek of protestant, dik of dun of groot en lang.

Bij het zien van deze documentaire past maar een conclusie. Het Stedelijk is verloren voor normale mensen, voor echte kunstenaars en kunstliefhebbers. Ik hoop dat Amsterdam binnenkort een zelfstandige republiek wordt. dan zijn wij er in de binnenlanden voor goed vanaf.

 

Zie voor meer informatie over deze documentaire:

Angstcultuur in het Stedelijk van Sanne Kloosterboer in FD
 

De Kunstwereld is bang, laf en oninteressant van Geerten Waling in EW.

vrijdag 26 september 2014

DUTCH-LAND 30 (Amsterdam kunststad)

Fietstas, 2009


Galerie met Fiets, 2009

Penis Salt en Pepper, 2009

Rembrandt, 2009

Nieuw Stedelijk Museum, 2009

Galerie, 2009

vrijdag 25 januari 2013

KOONS & KELLEY

Jef Koons, Puppy


De Amerikaanse Oostkust kunstenaar Jef Koons en de Amerikaanse Westkust kunstenaar Mike Kelley zijn generatie genoten. Koons is in januari 1955 geboren. Kelley is van oktober 1954. Een verschil van goed 2 maanden. Koons studeerde kunst in Chicago en vertrok in 1976 naar New York. Kelley was van Detroit en gaat na een universiteitsstudie in 1978 kunst studeren in Los Angeles. Beiden brengen het vervolgens heel ver in de kunstscene. Daarmee houden de overeenkomsten ongeveer op.

Koons maakt geruststellende burgermanskunst die hij ook nog eens tegen heel hoge prijzen in de kunstmarkt weet te zetten. Met zijn perfect gestileerde en afgewerkte groot formaat metalen opblaashonden, zijn seksprenten met zijn vroegere vrouw en Italiaanse porno actrice Cicciolina (Ilona Staller), zijn groot uitgewerkte houtsnijwerk van alweer honden en zijn kleurrijke puppy bloemencollages verovert hij de harten van de rijke kunstliefhebbers. Kunst van Koons voor boven de bank in de villa of het penthouse, in de grote ontvangsthal en in de slaapkamer. Je kunt er overal mee voor den dag komen.

Kelley daarentegen maakte, zoals dat heet duistere kunst. Ik zie dat niet zo maar de kunstcritici wel. (Zie mijn blog 'Mike Kelley's knuffelkunst' van 12 januari) Wat Kelley volgens kunstcriticus Frits de Coninck zo bijzonder maakte, “was dat hij in elk volgend werk weer een stap verder ging, zowel inhoudelijk als stilistisch. Nog meer poken in gevoelens en herinneringen die wij soms diep weggestopt hebben en die niet altijd even aangenaam zijn. De kijker nog meer treffen met het besef dat hij zijn eigen onderbewustzijn weerspiegeld ziet.” (Museumtijdschrift Museum nr. 1 jan/feb 2013 blz.60)

Mike Kelley, Estrel Star #3,1989, samengebonden, gevonden knuffels.

Kelley's werk is wat je noemt psychologiserende kunst waar de gegoede burger van zou moeten schrikken. De Coninck geeft als voorbeeld het kunstwerk 'Educational Complex', volgens hem een sleutelwerk. Het kunstwerk uit 1955 bestaat “uit een aantal op schaal gemaakte gebouwen, heel verschillend in stijl en grootte". Het is een grote maquette van alle scholen die Kelley ooit bezocht heeft maar dan uit het hoofd nagebouwd.Zijn geheugen heeft, zoals mijn inziens elk geheugen, gaten laten vallen dus de nagebouwde scholen hebben doodlopende gangen en lokalen die niet kloppen.

Niets aan de hand zou je denken, maar niet bij Kelley. Het is een onheilspellende maquette. Waarom? Omdat Kelley dat ons zo uitlegt in zijn teksten:”Hij heeft het daarin over zijn fascinatie voor het 'Repressed Memory Syndrome', een toestand waarin traumatische jeugdervaringen (vooral seksueel misbruik) zo sterk wordt onderdrukt dat ze uiteindelijk wordt vergeten. En met die uitleg zijn we bij de bron van de onaangename associatie die de vergeten plekken oproepen. Want Kelley draait het proces om heel geraffineerd om. Als de loze gangen en gemankeerde lokalen vergeten zijn , heeft hij die beelden volgens de theorie kennelijk onderdrukt om het trauma te verdrijven.” (idem blz. 62)

Als ik het goed begrijp legt Kelley ons met zijn knuffelkunst op de bank bij de psycholoog om daarna gelouterd uit een tentoonstelling te komen zoals Het Stedelijk Museum in Amsterdam momenteel organiseert. Daarmee is Kelley net als Koons ook een kunstenaar voor de Amerikaanse burgerman, in dit geval dan wel in de vorm van de Californische kritische intellectueel. Die zijn psychologiserend met de wereld bezig. Een deel van hun leven brengen ze daarom door op de bank bij hun psychiater. Kijk maar eens naar de TV sitcom Frasier met de fictieve broers in de psychologie Dr. Frasier Crane en Dr. Frederick Crane. Het onderbewuste en bewuste is daar om te lachen. Bij Kelley is het daarentegen zwaarwichtige ernst waar hij door zelfmoord op 56 jarige leeftijd een einde aan heeft gemaakt.

zaterdag 12 januari 2013

MIKE KELLEY'S KNUFFELKUNST


De voorkant van de tentoonstellingsfolder van het Stedelijk Museum met een knuffel van Kelley maar dan wel een klein beetje bewerkt door mij.Ik weet het, een beetje kinderlijk van mij maar dat is wat Kelley's kunst ook bij me oproept. 
Ik kende Mike Kelley tot voor kort niet. Wat ik van zijn werk te zien kreeg in de kranten en op internet sprak me niet aan. Het eerste woord dat bij mij opkwam bij het zien van zijn werken was 'knuffelkunst'. Dat de knuffel ook inderdaad zijn huismerk is, maak ik op uit het feit dat op de voorkant van de gratis tentoonstellingsfolder van het Stedelijk Museum een knuffel staat. Het is een geslachtsloos poppetje met een grijns en wenkbrauwen zonder ogen. Zo een dat een kleuter zonder bijgedachten mee naar bed kan nemen en ruimte biedt voor elke kinderlijke interpretatie. Ik kon het niet laten om als een ondeugend kind er een piemel bij te tekenen, twee tepeltjes en oogjes, waardoor het poppetje meteen minder onschuldig is. 



De 'knuffelkunst' is ruim gesorteerd aanwezig zoals je op bovenstaande foto van een knuffeltapijt met begeleidende attributen kunt zien.(Je mag in het Stedelijk Museum zoveel als je wilt fotograferen zo lang je maar geen flits gebruikt. Een verademing vergeleken met veel andere musea in de wereld). Vanwaar die knuffels? In de eerder genoemde folder lees ik dat knuffels en poppen een geefcultuur en schuld symboliseren. Als lid van de naoorlogse generatie heb ik nooit een knuffel gekregen en daarom vermoedelijk ook nooit gegeven. Waarom knuffels bij Kelley schuld symboliseren begrijp ik niet. Voor mij symboliseren ze het tegengestelde, d.w.z. onschuld tenzij zoals ik hierboven heb gedaan, je de knuffel een geslacht geeft.
Ik lees verder: "Sommige zachte sculpturen (poppen en knuffels dus) zijn enorme gestikte verzamelingen (bedoeld wordt waarschijnlijk het tapijt dat je op de foto ziet), andere zijn kleiner of mensvormig (kenmerkend voor poppen en knuffels), weer anderen liggen op de grond. Kelley's prikkelende werken verstrengelen onschuld (dus toch onschuld in plaats van schuld?) en identificatie met dreiging en kwaadaardige imitatie." Ik snap niet wat met dat laatste bedoeld wordt. Ik vind het juist allemaal aandoenlijk wat ik te zien krijg. De zaal van het museum lijkt meer op een kinderkamer dan een kunstkamer.
Op de bovenstaande foto zie je links aan de muur een siamese tweeling knuffel door Kelly gemaakt van twee gevonden clownachtige knuffels. Precies die knuffel staat ook afgebeeld in de tentoonstellingsfolder met als titel ' Estral Star #3'.
Al ronddwalend lees ik in de folder dat "tijdens de rondgang door de tentoonstelling duidelijk wordt dat Kelly's werk nooit eenduidig is, dat hij zich niet zuiver lineair ontwikkelde, en steeds terugkeerde naar bepaalde onderliggende thema's - zoals onderdrukte herinneringen uit de kindertijd en het breukvlak van het heilige en het wereldse. Zijn werk kenmerkt zich door voortdurend zelfonderzoek, reflectie en hergebruik." 
Misschien ben ik een beetje onnozel in de kunsten maar wat staat hier eigenlijk? Dat kunst niet eenduidig is, ligt voor de hand. Je komt niet naar bijvoorbeeld eenduidige blikopeners en autokrikken kijken. Al hoewel met enige fantasie kun je daarin ook weer van alles zien. Wat zuiver lineair ontwikkelen is, weet ik niet. Misschien dat een wiskundige daarover wat kan zeggen? Wat waren de onderdrukte jeugdherinneringen van Kelley? Mocht hij niet met knuffels naar bed? En zo kan ik nog wel even doorgaan maar dat doe ik niet. Dat moeten de lezertjes zelf maar doen.


Ik dwaal verder tussen heel wat tekeningen, voornamelijk zwart-wit en altijd met teksten. Tekeningen met teksten ken ik uit de honderden stripverhalen die ik vooral in mijn jeugd gelezen heb. Dat mocht niet op school want daar werd je leeslui van volgens de toenmalige onderwijskundige wijsheid. Gelukkig mocht ik ze thuis wel lezen zodat mijn vader me dan weer eens aanmoedigde om buiten te gaan voetballen. Het is dus ook nooit goed maar van onderdrukking was geen sprake. Ik ben ze blijven lezen tot ver in mijn studententijd en af en toe vergrijp ik me er nog wel eens aan. 
Tekeningen met tekst zoals die van Kelley vind ik beeldend gezien een zwaktebod tenzij die tekst zich beperkt tot een enkele duiding. Met uitwerpselen heb ik niks, nooit gehad ook. Vermoedelijk ben ik streng zindelijk opgevoed en werden mijn luiers op tijd verschoond.



Het hierboven afgebeelde schilderij bestaat uit een hoeveelheid spullen die me herinneren aan de knopendoos van mijn moeder. In mijn jeugd werd versleten of kapotte kleding door mijn moeder gerepareerd of versteld zodat het weer enige tijd gebruikt kon worden. Er was te weinig huishoudgeld om telkens nieuwe kleren te kopen.  Mijn moeder bewaarde daarom alle oude knopen, gespen, ritsen enz. in een oude blikken doos. Kelley heeft kennelijk van de inhoud van zo'n doos een schilderij gemaakt. Ik vind het een mooi voorbeeld van hergebruik van materiaal en dat het daarom ook navolging verdient. Voor degenen die ook zoiets willen maken voor thuis of op kantoor, Kelley heeft zo'n zelfde schilderij gemaakt maar dan van de sieraden die je vroeger bij je moeder in de la van het boudoir op de slaapkamer vond. 

Interessant is te lezen wat Joyce Roodnat in NRC Handelsblad ('Het Stedelijk biedt ons straatvuil - pijn is fijn', 3 en 4 januari 2013) over die schilderijen schreef: "Hij maakte mozaïeken met stopcontacten, scherven en duizenden valse-parelsieraden van de buurtparfumerie. En nee, dat oogt niet als uit de hand gelopen moederdagcadeaus. Die megalomane collages zijn net zo verwarrend als zijn narrige installaties en video's. Zijn werk zindert, maar niet van geluk. Een klein jaar geleden maakte Kelley zich van kant."

Naar ik aanneem een zelfportret van Kelly dat hij geplaatst heeft tussen portretten van knuffels. Beschouwde Kelley zichzelf als een  knuffel of zag hij knuffels als aan hem gelijk dus eigenlijk als mensen? (De reeks is niet compleet. Ik kon die helaas niet in zijn geheel op de foto krijgen)

Kelley pleegde dus op 56 jarige leeftijd zelfmoord. Waarom? In zijn overlijdensbericht in de NRC van 2 februari 2012 lees ik daar niets over, net zo min als in andere voorlichtende folders. Ik lees wel in dat bericht dat met hem 'een overweldigend talent is overleden' wat als volgt nader wordt toegelicht: "Kelley's carrière werd gevoed door het rebelse karakter van de punkrock en de kitscherige popcultuur. Hij stond bekend om de sculpturen en onorthodoxe objecten die hij in musea en galerieën neerzette. Zijn solo-tentoonstelling 'Catholic Tastes' in het Whitney Museum of American Art, waarin hij poppen, tekeningen en andere objecten samenvoegde, zette hem in 1993 op de kunstkaart." Ik ben Katholiek opgevoed maar ik herken in het werk van Kelley helemaal niets van Katholieke smaken. Zo zie je maar weer dat de een zijn wereld niet die van de ander is.

zaterdag 5 januari 2013

AMSTERDAMSE BADKUIP



Een bezoek aan het Stedelijk Museum in Amsterdam met vrouw en vriend leek me een nuttige uitstap voor oudejaarsdag. Mooie gelegenheid om mijn gelijk nog eens te halen. Ik vond het als ontwerp al mislukt, nu nog met eigen ogen zien of dat ook in het echt zo is. Michael Kimmelman, kunstrecensent van de New York Times, was me al voor gegaan. Zijn oordeel over dit achterhaalde eigentijdse designgebouw is genadeloos. De kop van zijn artikel laat aan duidelijkheid niets te wensen over: 'Why Is This Museum Shaped Like a Tub?'

“Shaped like a bathtub, of all things, it arrives years behind schedule at the tail end of the money, fueled, headline-hungry, erratically ingenious era of indulgent museum design that began to peter out with the global economy.” Kimmelman spreekt in zijn artikel ook nog van een gedateerd gebouw en van een afgod.Het is om treurig van te worden, zeker als je beseft dat deze badkuip 170 miljoen heeft gekost. Ik ben benieuwd of we nog ooit te weten komen waarom de bouw jaren vertraging opliep. Bestuurlijke onkunde, onmogelijk bouw ontwerp, gebrek aan bouwervaring? Waarom worden daarover geen kamervragen gesteld?

Het ergste is de zo zichtbare uitstraling van bestuurlijke en architecturale hoogmoed. In onzichtbaar schrift lees ik op de badkuip het opschrift “Wij van de stad Amsterdam zullen de wereld eens een poepje laten ruiken”. Geen zorgen. Het is een poepje van jewelste geworden. Daar zullen ze nog lang last van hebben. De mogelijkheid bestaat dat deze architecturale kitsch alsnog veel bekijks krijgt. Misschien komt het wel in de lijst van de grootste monumentale misbaksels van de 21ste eeuw. Wordt het toch nog een toeristentrekker en dat was ook de bedoeling. Met kunst heeft dit nikls te maken. Amsterdam wil meetellen in de wereld van de Grote Steden.

Het ergste is dat het oude Stedelijk met zijn monumentale hal en trap er nu ineens bijhangt als een in tijd en vorm verloren gebouw. Dit prachtige, degelijke bakstenen gebouw dat zich ontfermde over de moderne kunst, is door het stadsbestuur opzij gezet door een trendy en modieus gebouw dat veel te duur is geworden. Wie volgt?