Posts tonen met het label havana. Alle posts tonen
Posts tonen met het label havana. Alle posts tonen

dinsdag 3 maart 2026

ARMOEDE IN KLEUR OP CUBA (2008)

Oude man verhuurt in Trinidad zijn muilezel om zijn armoedige staatspensioen aan te vullen. Een foto kost 50 peso's.

 

Cuba is een romantisch eiland met prachtige stranden, met muziek om op te dansen of bij weg te dromen, met mooie en aardige mensen, met grond en een klimaat waar het fijnste tropische fruit groeit en gewassen als suikerriet en tabak. Toch heerst er diepe armoede op het eiland als gevolg van een niet werkende socialistische planeconomie waardoor alles in staatshanden is en vooral het leger en een keiharde politieke dictatuur die elke vorm van vrijheid genadeloos onderdrukt zelfs als het gaat om kleine initiatieven om aan eten te komen.


In Trinidad verhuurt deze man zijn kruiwagen als taxi. Zijn wachttijd brengt hij door met het lezen van boeken over allerlei landen in de wereld. Hij had ook veel gelezen over Nederland. het moet een prachtig land zijn als hij moet geloven wat erover geschreven wordt.


Aangezien openbaar vervoer erg schaars is, worden oude vrachtwagens gebruikt voor het vervoer van passagiers.


Een bejaarde schoenpoetser in Cienfuegos.


Verboden straathandel van thuis gemaakte producten op de balustrade van een veranda in Viñales.


Verboden verkoop van groenten uit eigen tuin in Trinidad.


Verkoop van brood op de bon in Havana. Elk huishouden krijgt een bonnenboekje.


Een winkel in Trinidad met producten die op rantsoen zijn en alleen op de bon zijn te verkrijgen.


Een ossenkar in Viñales. Tractoren zijn een zeldzaam verschijnsel op het platteland. Er wordt over het algemeen nog gewerkt op het land met ossen en muilezels.


De vrouw verkoopt in de deur zelf geplukte en geschilde sinaasappels aan voorbijgangers in Trinidad.







donderdag 26 februari 2026

ARMOEDE IN ZWART-WIT OP CUBA (2008)

 

 Twee vrouwen in Havana die gevonden lege blikjes op straat pletten om ze aan een handelaar in oud ijzer  te verkopen.


Cuba is een romantisch eiland met prachtige stranden, met muziek om op te dansen of bij weg te dromen, met mooie en aardige mensen, met land en een klimaat waar het fijnste tropische fruit groeit en gewassen als suikerriet en tabak. 


Toch heerst er diepe armoede op het eiland als gevolg van een niet werkende socialistische planeconomie waardoor alles in staatshanden is en vooral dan van het leger. Een keiharde politieke dictatuur onderdrukt elke vorm van vrijheid genadeloos zelfs als het gaat om de verkoop van groenten uit eigen tuin. 


Kinderen die met een zelf gemaakte step in het centrum van Havana spelen.


Deze oude man probeert wat bij te verdienen met de verkoop van de krant van de communistische partij aan voornamelijk toeristen.


Honkballen in de straten van Havana met een paar stokken.


De man verkoopt thuis gebakken taarten voor zijn deur op straat in de stad Viñales.











donderdag 22 januari 2026

HET MONUMENTALE VERVAL VAN HAVANA

Het verval van Havana is al tientallen jaren aan de gang zoals uit de fotorapportage van de binnenstad van Havana gemaakt in 2008 blijkt. Dat Cuba nu ook geen olie meer krijgt uit Cuba maakt het allemaal nog erger dan het al was al zou je denken dat het niet meer erger kan worden. Cuba is meteen ook het het  bewijs van de opvatting dat socialisme wel de armoede kan verdelen maar niet in staat is welvaart te scheppen.



Oude centrum, Havana 2008. 



Calle San Ignacio, oude centrum Havana 2008



Het oude centrum van Havana, 2008



Centrum Havana, 2008

 

woensdag 30 maart 2016

PRESIDENT OBAMA DOORBREEKT RACISME TABOE OP CUBA

Fietstaxi rijder in Havana 2008 (foto:petrus nelissen)

Obama had inderdaad in Havana, zoals ik al vermoedde in mijn blog “Is er racisme op Cuba?” , speciale aandacht voor het thema racisme. Hij besprak de kwestie in zijn half uur durende toespraak op maandagavond in een koloniale zaal vol toehoorders waaronder ook El Presidente Raul Castro. De New York Times wijdde er een artikel aan: “Cuba says it has solved Racism. Obama isn’t so sure”  dat op zijn beurt werd overgenomen door de krant Diario de Cuba

De krant signaleert dat “President Obama over zijn erfenis uit Kenia sprak. Hij sprak over hoe de VS en Cuba zijn opgebouwd over de ruggen van slaven uit Afrika. Hij vermeldde dat nog niet lang geleden, het huwelijk van zijn ouders ongeldig zou zijn geweest in de VS en hij stond er op dat de Cubanen het protest erkennen als een manier om gelijkheid te bereiken.“ Daarmee is de toespraak van Obama niet alleen verrassend persoonlijk maar getuigde ze ook van een ongebruikelijke directe betrokkenheid bij de rassenkwestie, een moeilijk en onopgelost thema in de Cubaanse maatschappij waarvan immers verondersteld werd dat daar met “de revolutie”  een einde aan was gekomen.

Trinidad, Cuba 2008 (foto:petrus nelissen)

De krant vervolgt dat “Voor veel Cubanen, de commentaren van Obama verrassend waren vanwege de erkenning van racisme in beide landen.” Volgens de NYT dienden zijn opmerkingen om zijn gehoor aan een bijzondere band te herinneren, die over de politiek heen naar iemands identiteit gaat. “Dit is een revolutie” zei de 44 jarige bakker Alberto Gonzalez, een van de weinige Afro-Cubanen die maandag aanwezig was bij een gesprek met de president over ondernemingsgeest. “Dit is een revolutie voor iedereen met een Afrikaanse afkomst", zo schrijft de NYT.

Het regiem heeft lang een defensieve houding aangenomen tegenover dit onderwerp omdat Fidel Castro kort nadat hij aan de macht kwam, verklaarde dat het racisme was opgelost. Daarmee werd het thema racisme een politiek taboe. De krant signaleert vervolgens dat een deel van het ongemak bij dit thema ook voortkomt uit trots omdat “de revolutie” wel een einde maakte aan de geïnstitutionaliseerde rassenscheiding in clubs, in scholen en in wijken waar de huizen van de rijke blanken die gevlucht waren, werden ingenomen door zwarten.

Honkbal discussie, havana 2008 (foto: petrus nelissen)

Gezondheidszorg en onderwijs voor iedereen hielpen mee een maatschappij op te bouwen die diepgaand werd gevormd door interacties en interraciale huwelijken, meer dan in de Verenigde Staten het geval is geweest. Maar Cuba is net zo min als andere landen post-raciaal. Zo hebben veel Afro-Cubanen zich gehaast te verklaren dat de aanwezigheid van Obama, de eerste zwarte president van de VS, duidelijk maakt dat de Cubaanse regering geen afspiegeling is van de demografische, raciale samenstelling van het land.

Een in 2007 uitgevoerd onderzoek van de Cubaanse econoom Esteban Morales Dominguez laat zien dat bij een bevolking, die voor ongeveer 2/3 bestaat uit zwarten en kleurlingen, het leiderschap voor 70% in handen is van blanken. Het laat ook zien dat de meerderheid van de wetenschappers, technici en professoren blanken zijn, in sommige beroepen is dat zelfs 80%.

Particuliere Fruitmarkt, havana 2008 (foto: petrus nelissen)

Volgens Odette Casamayor-Cisneros, professor in Latijns Amerikaanse en Caraïbisch litteratuur aan de Harvard University, is het moeilijk om je als zwarten vertegenwoordigd te voelen. Bij het bezoek van Obama bestaat zowel de Noord Amerikaanse delegatie uit voornamelijk blanke functionarissen, als ook de aanwezige groep Cubaanse functionarissen. Een groot deel van de toehoorders bij zijn toespraak was ook al blank. De president vormt samen met zijn gezin en zijn meegereisde schoonmoeder hiermee een groot contrast.

Sommige Afrocubanen, zoals de hip hop zanger Soandry, vinden dat de Noord Amerikaanse president laat zien “wat je kunt bereiken in een kapitalistisch systeem”, aldus de NYT. Andere Cubanen brengen het rassenthema op een directere manier naar voren, zonder dat er om gevraagd wordt. Zij vinden dat Obama als Afro-Amerikaan hun land beter begrijpt.

Stelletje op zondag aan de Malecon, Havana 2008 (foto: petrus nelissen)

Gonzalez, wiens bakkerij etalage is versierd met foto’s van Martin Luther King en Malcolm X, zei dat de mensen niet alleen de president bewonderden maar ook zijn gezin. “Heb je ooit eerder zo’n mooi gezin gezien?” De uitdaging is, aldus de geïnterviewden, om van deze inspiratie iets substantieels te maken, te beginnen met een open gesprek over ras. “Er is geen twijfel mogelijk dat hier nog racisme is”, zei Gonzalez, die langer dan 10 jaar in Italië woonde alvorens terug te keren naar Cuba om een klein zaakje te beginnen. “Ik maak het vaak mee, zoals de mensen me aankijken en me behandelen.”

Onder de Cubanen bestaat een groeiende bezorgdheid over de economische kloof in Cuba, die ook nog eens raciaal is. Zo heeft de groei van het toerisme het werk in de toeristische sector lucratiever gemaakt. De fooien van een dag kunnen die van een officieel maandsalaris overtreffen. De sector is nu ook demografisch raciaal minder representatief geworden, aldus de NYT. Volgens de krant is de kleine economische opening onder Raul Castro, waardoor kleine bedrijfjes zijn toegestaan op het Eiland, ten goede gekomen aan degenen die al banden hebben met de regering of familie hebben in het buitenland, een elite die meer en meer blank is.

Havana jongeren, 2008 (foto: petrus nelissen)

Soms is het racisme expliciet. Yusimi Rodriguez Lopez, een Afro-Cubaanse onafhankelijke journalist vertelde aan de NYT dat bijvoorbeeld zwart werk wordt aangeboden waarbij openlijk gezegd wordt dat het alleen voor blanken is. Wat frustrerend is, zo voegt hij er aan toe, is dat de Cubaanse autoriteiten weinig belangstelling hebben om het probleem te bespreken, of aan te horen.

Daarin onderscheidt Obama zich dus. Door te benadrukken dat mensen die  de regering trotseerden de Verenigde Staten hebben veranderd  - "Toen ik naar school ging, streden we nog steeds tegen de rassenscheiding op scholen in het zuiden van de VS", zei de president. De opmerkingen en de oprechtheid van Obama, gaf veel Cubanen nieuwe hoop en vertrouwen, aldus de NYT. "De eerste zwarte president liet zien dat een zwarte persoon kan regeren," zo zei de 50 jarige acteur Manuel Valier Figueroa maandag in het park. “De zwarten hier moeten ervoor zorgen dat hier hetzelfde kan gebeuren."

P.S. Voor meer nieuws over Cuba verwijs ik graag naar de CUBA Weblog

dinsdag 8 maart 2016

STERFTE EN VERSTEDELIJKING OP CUBA IN 1914 EN NU

De lijst met sterfte cijfers zoals opgenomen  in het boek 'Cuba before the World' van 1915.

Hoe zag Cuba eruit in 1915? Het boek “Cuba before the world” verschenen ter gelegenheid van de Panama-Pacific-International Exposition in San Francisco in 1915 verschaft ons enig inzicht. 
Zie daarvoor de volgende blogs:

In 1914 stond Cuba op de tweede plaats op de lijst van landen met de minste sterfte per honderdduizend inwoners (12,69). Australië stond nummer een (12,6). Uruguay stond met 13,4 op de derde plaats. Cuba staat in de lijst van 1915 dus hoger dan de VS (15), België (15,2) en Noorwegen (15,60). Nederland staat op de negende plaats (17,4). Het vroegere koloniale moederland Spanje is van deze lijst zelfs hekkensluiter (29,7).

Vandaag de dag, honderd jaar later, staat Cuba nog altijd op de tweede plaats (7,64) en ook nu weer na Australië, dat ook vandaag nog nummer een staat (7,07), tenminste als je het wel zeer lage cijfer 5,27 van Venezuela als ongeloofwaardig beschouwd. De VS zijn dan weer een plaatsje gezakt (8,15). Ze zijn gepasseerd door Zwitserland (8,1). Noorwegen (8,19) en ook Nederland (8,5) staan daar weer onder. De cijfers zijn van 2014 en afkomstig van index mundi 

Volgens het boek had in 1914 de stad Havana vergeleken met grote steden in de VS een laag sterftecijfer: “ Comparing the death rate of Havana with that of other cities of similar and larger size in the United States, we find it much lower than that of New Orleans, Memphis, Washington etc….which cities have a death rate from 28,9 down to 19.” (blz.24) Havana had een sterftecijfer van 18,8 in die tijd.

De lijst van 70 Cubaanse steden met een inwoneraantal van meer dan 10.000
zoals opgenomen in het boek 'Cuba before the World'.

In 1914 had Cuba net geen 2,5 miljoen inwoners. Havana had toen ruim 350.000 inwoners ofwel 14% van de totale bevolking. Tegenwoordig heeft Cuba ruim 11 miljoen inwoners waarvan er ruim 2 miljoen in Havana wonen ofwel 18%. De verhouding tussen het inwoneraantal van de hoofdstad Havana tot de totale bevolking van het land is daarmee vergelijkbaar met die van steden als Mexico-Stad (17%), Sao Paulo (10%) en Bogota (19%).  Buenos Aires is een uitzondering. Daar woont ruim 30% van de totale Argentijnse bevolking. Buenos Aires zou je een stedelijk waterhoofd op een verlaten achterland, kunnen noemen. 


Ondanks het dramatisch verval kun je aan de huizen in het centrum nog de glorie
van het Havana van voor de communistische revolutie zien (1959). Hetzelfde soort verval
zag je in de steden van de landen van Midden en Oost Europa voor de val
van de Berlijnse muur in 1989. Om de een of andere reden weten communistische
stadsbestuurders geen raad met stedenbouw en onderhoud. Foto: petrus nelissen, 2008


Op Cuba woont tegenwoordig 75% van de bevolking in stedelijke gebieden. In de VS is dat ruim 82%, in Spanje 77% en in Nederland 83%. Cuba is dus een verstedelijkt land zoals veel ontwikkelde landen. Centraal Amerikaanse landen als Costa Rica (bijna 65%), Nicaragua (57,5%) en Guatemala (net geen 50%) zijn daarentegen weer minder verstedelijkt dan Cuba. De oorzaak van die verstedelijking in Cuba heeft waarschijnlijk historische wortels. De Spanjaarden dwongen immers tijdens de opstanden de plattelands bevolking naar de steden te trekken, waar ze onder erbarmelijke omstandigheden in en soort concentratiekampen terecht kwamen. Deze tactiek van het Spaanse leger was een van de redenen waarom de VS zich met Cuba begonnen te bemoeien. Daarnaast heeft het eiland vermoedelijk altijd veel kleinere steden gehad zoals je ook op de bijgaande lijst  waarop maar liefst 70 steden staan met meer dan 10.000 inwoners.


Een wijk in verval in het centrum van Havana. Foto: petrus nelissen 2008
In het boek krijgen de Cubanen veel kwaliteiten toegewezen. “The people of Cuba possess many excellent qualities. They are naturally of a friendly disposition, surpassingly hospitable, easy to please and to get along with. They are polite, a trait possessed by the colored as well as the white, are eager and quick to absorb knowledge, fond of all kinds of amusements and sports, and are generally a fun loving people, which bespeaks their genial disposition.” (blz. 27)

Wat me opviel tijdens het fotograferen was dat zodra je vraagt of je een foto mag maken, 
de meeste Cubanen bijna onmiddellijk een serieuze houding aannemen. 
In de vervallen binnenstad van Havana trof ik deze jonge honkballer aan. 
Hij was bereid zijn slag in te houden voor de camera. 
Zijn slaghout is niet meer dan een simpele stok. 
Hij staat er dapper bij, bijna als een stierenvechter. 
(foto: petrus nelissen, 2008)


Bovenstaande lof op eigen volk en land is uiteraard propagandistisch bedoeld maar intussen wijst het toch op en zeker minderwaardigheidsgevoel. De bovenstaande tekst doet me ook denken aan de commentaren van toeristen die recent naar Cuba zijn geweest. Zij lijden aan het zogenaamde niks-aan-de-hand-syndroom. Volgens hen zijn Cubanen zijn nu eenmaal heel muzikaal en geweldige dansers, ze zijn er altijd vriendelijk en vrolijk, logisch ook want de zon schijnt er altijd. Bij gebrek aan kennis van taal en cultuur ziet men alleen de glans aan de buitenkant. Toch is het mij meermalen overkomen dat ik aangesproken werd door muzikanten of obers met de vraag of ik misschien zeep over had of tandpasta of illegaal sigaren wilde kopen. Ik bedoel maar, je hoeft niet zo veel moeite te doen om te weten te komen hoe de Cubanen echt leven. 

maandag 18 augustus 2014

HET COMMUNISME VAN SARTRE 1

jean Paul Sartre en zijn vaste vriendin Simone de Beauvoir brengen tijdens hun bezoek aan Cuba op 23 februari 1960 een bezoek aan de armoede wijk "Manzana de Gomez" in de stad Santiago de Cuba. De Beauvoir zou bij het aanschouwen van de wijk gezegd hebben "dit is het zwarte beest". Van Sartre zijn de woorden opgetekend dat "het een bewijs van rijpheid was om het te laten zien." (Sartre por Korda, Cuba Imagen 2006, blz.20 en 21)

De vraag is waarom werd Sartre communist en hoe paste hij communistische opvattingen in zijn existentialistische filosofie? De Franse filosoof Bernard-Henry Levy heeft in zijn boek 'De eeuw van Sartre' (uitgeverij Bert Bakker, 2004 Amsterdam) voor ons met veel ijver en nauwgezetheid de antwoorden op de 2 vragen opgezocht. Zelf formuleert hij de eerste vraag uitvoerig en nauwkeurig.
Wat is er gebeurd, wat heeft er kunnen gebeuren, in zijn werk, in zijn leven, misschien op het snijvlak van zijn werk en leven, (…), dat deze vrije man, deze rebel, dit flamboyante personage, deze dandy, deze resolute en overtuigde antitotalitair, die ik de 'eerste Sartre' heb genoemd, alles wat zijn charme vormde de rug toekeert en deze totaal ontspoorde man wordt, een handlanger van de ergste stalinisten, die van Wenen tot Moskou of van Havana tot Peking standpunten inneemt en teksten spuit waar noch de nevel noch de theorema's van dwaling en waarheid een verklaring kunnen geven? Dat is de moeilijkste vraag.” (Levy, blz. 391)

Levy speurt in de boeken, teksten en brieven van Sartre naar antwoorden. Zijn geluk is dat Sartre zelf ook spreek van bekering en ommekeer in zijn leven. “Hij (Sartre dus) zegt (…) dat er inderdaad een gebeurtenis is die zowel zijn leven als zijn werk raakte en die het uitgangspunt is geweest van een 'bekering', van een 'metamorfose', of, zoals zijn voormalige meester Heidegger het noemde: van een 'grote wending' (Kehre). Hij zegt herhaaldelijk, en met een volharding die op het laatst gaat irriteren, dat hij een schok heeft ondergaan; dat die schok waarschijnlijk niet meteen alles heeft veranderd; dat de effecten niet direct voelbaar werden; maar dat het als een diepe trilling was, een tijdbom, een langzaam werkend vergif dat zijn aderen en zijn gedachten is binnengedruppeld. Die gebeurtenis is 1940.” (Levy, blz.392)

Volgens Levy heeft Sartre die schok gekregen “in de heuvels van Trier waar hij zeven maanden gevangen zat in Stalag XII D.” “In het kamp heb ik een vorm van collectief leven hervonden die ik niet meer had meegemaakt sinds de Ecole Normale; wat ik prettig vond 'in het kamp' was 'het gevoel deel uit te maken van een massa'; en ik mag wel zeggen dat ik er 'al bij al gelukkig' ben geweest.”, zo zou Sartre tegen John Gerassi gezegd hebben. (Levy, blz.392) Ik verwijs ook naar de bespreking van het boek “Talking with Sartre: Conversations and Debates” van John Gerassi (Yale University Press 2009) door Joseph L.Walsh, 'Sartre: Coversations with a 'Bourgeois Revolutionary', In Monthly Review – An independent socialist magazine, 2010, Volume 62, Issue 02 (June).

Levy verwijst ook naar Sartre's autobiografie 'Les Mots' (1964) waarin hij vertelt over “ 'het egalitair gebrek aan comfort' van de zaaltjes van een buurtbioscoop waar hij , alleen met zijn moeder die nog niet mevrouw Mancy was, heeft leren genieten van de onderdompeling in een anonieme, klamme, warme 'menigte': die naaktheid en dat 'obscure besef van het gevaar een mens te zijn' heb ik 'nooit teruggevonden' tot 'in 1940 in Stalag XII D.” (blz.392)

Grote delen van Havana zijn sinds het bezoek van Sartre aan Cuba in 1960 veranderd in armoede wijken zoals je kunt zien op deze foto van de San Ignaciostraat in Havana, gemaakt in het jaar 2008. Veelzeggend is het bord dat aan de muur rechts hangt: "Verboden puin en ander vuil te storten. Gooi het in de containers van Cuba y Acosta of Cuba y san Isidro. Hygiëne is gezondheid." Getekend door o.a. het Wijk Comité voor de Verdediging van de Revolutie (CDR)
Levy blijft bewijzen aanslepen van de schok van Sartre's bekering. Een bekering die lijkt op iets weg heeft van die van Saulus de Christen vervolger tot de Heilige Paulus, de volgeling van Christus die een grote rol heeft gespeeld in de verspreiding van het Christendom in het Middellandse zeegebied en uiteindelijk hele Europa. (Zie het 'Nieuwe Testament, Galaten 1:13-24') en Paulus (Apostel) in Wikipedia.
Hoor wat hij (Sartre) veel later zegt in zijn interviews met Victor en Gavi, niet alleen over de gevangenschap, maar over de hele oorlog: 'Wat betreft dat keurig atoompje dat ik dacht te zijn', hadden zich 'machtige krachten' van hem meester gemaakt die hem 'naar het front stuurden met de anderen zonder hem zijn mening te vragen'; de oorlog en later de gevangenschap boden 'mij de gelegenheid tot een langdurige onderdompeling in de massa waar ik niet meer dacht bij te horen, maar die ik in wezen nooit verlaten had'; de beproeving heeft me de 'de ogen geopend'.” (blz.392)

Ook op deze foto, gemaakt in 2008 in Havana, is te zien hoe groot het verval en de armoede is in Havana, de hoofdstad van Cuba. 

Sartre schreef in zijn 'Autoportrait à soixante-dix ans' (1975) dat hij “van het individualisme en het zuivere individu van voor de oorlog is overgestapt naar het sociale, naar het socialisme”. Dat zou de echte wending in zijn leven zijn geweest, het is als het ware de scheidslijn tussen de 'eerste' en de 'tweede Sartre”.

Levy krijgt niet genoeg van zijn speurtocht in de krochten van Sartre's ziel naar diens voor Levy schokkende bekering. Een bekering die zoals ik hierboven al aangaf een religieus karakter had, een nieuwe geloofsbelijdenis. Hij komt terecht bij godbetert Kerstmis, het meest religieuze verhaal dat er bestaat. Het verhaal dat ook nog eens haaks staat op de filosofie van Sartre die immers niet geloofde dat de geboorte van een kind, welk kind dan ook, een teken van hoop zou kunnen zijn voor de mensheid. Maar volgens Levy is het kerstverhaal Bariona dat Sartre in de kerstnacht van 1946 in het kamp schreef en waar het ook werd opgevoerd, een van de sleutels tot de bekering van Sartre. In een lezing in New York zegt Sartre zelf daarover dat hij “bij die gelegenheid, toen ik me over het voetlicht heen tot mijn kameraden richtte, tegen hen over gevangenschap praatte, toen ik zag hoe opmerkelijk stil en aandachtig ze plotseling werden, begreep ik wat theater moest zijn: een groot religieus collectief fenomeen.” (Levy, blz. 393)

De conclusie van Levy is radicaal en duidelijk: “Sartre was als individualist het kamp in gegaan. Voor we hem achterlieten was hij anarchist, dandy en Stendhaliaan.” Voor het kamp had Sartre zelfs een hekel aan het collectief. “Het collectief, zelfs het idee van het collectief, diende volgens hem alleen als verderfelijke machine om mensen te knechten en te ontmoedigen in opstand te komen. Het nieuwe is dat deze jonge Nietzscheaan, deze man van het overzicht en de argwaan, zwaar gekant tegen de de wet van het aantal, deze radicale individualist die achter alle groepen, en vooral achter groepen die beweren dat ze gelukkig zijn, het grote despotische en dodelijke dier rook, nu zijn Nietscheaanse houding afzweert en het 'socialisme' en de 'solidariteit' beweert te ontdekken...” (Levy, blz. 394 en 395)

Voor Levy zijn er geen woorden genoeg om de bekering van Sartre te duiden. Misschien overdrijft hij hier en daar wel een beetje, het leven is nu eenmaal sterker dan de leer, maar dat er 2 Sartre's waren, zowel in zijn leer als in zijn leven, staat wel vast. Waarom die radicale bekering? Mijn part werd Sartre door de oorlog en in het gevangenkamp socialer, meevoelender en kreeg hij meer oog voor de medemens of wie weet minder afkeer maar daarom hoef je toch nog geen communist of nog erger stalinist, Maoïst of Fidelist te worden? Hij had toch ook net zoals zoveel anderen voor en na hem, sociaal democraat of democratisch socialist kunnen worden of is dat te nuchter Nederlands geredeneerd? Dat is mooi een vraag voor een nieuw blog.


donderdag 19 september 2013

MEER CLASSIC CARS OP CUBA

Havana 2008 (foto Petrus)
Bovenstaande foto is symbolisch voor het soms grimmige bestaan op Cuba, grimmiger dan de gemiddelde Westerse toerist zich aan het strand onder de palmen of bij de vrolijke Cubaanse dansmuziek kan voorstellen. Vooral voor degenen die een andere mening hebben dan de Gebroeders Castro en hun aanhang kan het bestaan heel grimmig zijn tot in de gevangenis toe.


Havana 2008 (foto Petrus)
Als de bovenstaande foto iets duidelijk maakt, is het dat de 'classic car' deelt in de armoede van het eiland.


Havana 2008 (foto Petrus)

Bij de schaarse verlichting worden de smalle straten in het historisch centrum van de stad 's avonds spookachtig onwerkelijk. Een 'classic car' in vervallen staat versterkt dat beeld. Zouden er daarom 's avonds geen toeristen door de straten zwerven?


Havana 2008 (foto Petrus)


Trinidad 2008 (foto Petrus)
Voor de hoeveelste keer zal deze auto gespoten worden? Wat je er ook van vindt, de kleur is hartveroverend Cubaans. 

Trinidad 2008 (foto Petrus)

Bij bovenstaande foto hoort een anekdote. Terwijl ik aan het fotograferen ben, begint een jonge vrouw -onmiskenbaar een Westerse toerist- ook foto's  te maken. Het blijkt dat ze met een delegatie van een Engelse vakbond ter gelegenheid van 1 mei op Cuba is. Ze had meegedaan aan de 1 mei viering als gast van de officiële Cubaanse vakbond. Ik vraag haar wat een vrijheidslievende, democratische Engelse vakbond bezielt om een vakbond te steunen die tegen vakbondsvrijheid en democratie is. Ze verontschuldigt zich dat ze dat allemaal niet zo goed weet waarop ik dan weer verbaasd ben over zoveel politieke naïviteit.


Havana 20087 (foto Petrus)

Vinales 2008 (foto Petrus)
De foto hierboven heeft ook iets komisch. Het is alsof de auto tegen de boom is gereden en de inzittenden vol spanning afwachten of hij weer op gang komt. Inderdaad was de motor afgeslagen bij het beklimmen van de helling. De vraag was of hij weer wilde starten en alsnog de helling zou kunnen nemen.  


Cienfuegos 2008 (foto Petrus)


Havana 2008 (foto Petrus)

In de straten van Havana en de andere steden hangt vaak een soort gezellige landerigheid. Het is een stijl van leven die geaccentueerd wordt door gebrek aan werk. In theorie heeft in Cuba iedereen werk, in de praktijk stelt veel van dat werk niets voor bij gebrek aan productiemiddelen zowel op het platteland als in de bedrijven in de stad. Men improviseert daarom maar wat aan. Net als met de 'classic cars' probeert men het er beste van te maken.



Havana 2008 (foto Petrus)



Havana 2008 (foto Petrus)

Net als in voormalig Communistisch Europa zag ik ook in Havana veel gebouwen die ondanks hun vervallen staat nog steeds hun oorspronkelijke pracht en praal hebben. Waarom verwaarlozen Communistische regimes dergelijke gebouwen op bijna kwaadaardige wijze? Is het onmacht of afgunst dat onder hun bewind nooit zulke mooie gebouwen gemaakt kunnen worden of denken ze dat zij het beter doen? Ik denk dat Communistische regimes de arrogantie hebben dat pas met hen de geschiedenis is begonnen en dat het verleden en dus ook de oude gebouwen hun tijd gehad hebben en niet anders verdienen dan te vervallen.

Havana 2008 (foto Petrus)

Deze foto illustreert de krachtmeting tussen Cuba en de VS, hier gesymboliseerd door Ford. Henry Ford heeft met zijn T Ford de basis gelegd voor de massaproductie en daarmee voor de gedemocratiseerde consumptiemaatschappij. Het Cubaanse socialisme blijkt juist op dit punt te falen. Er is aan van alles tekort, zelfs dagelijkse dingen als zeep en tandpasta. Hoe komt het toch dat socialistische landen niet in staat zijn om hun bevolking van dergelijke eenvoudige producten te voorzien?