 |
| jean Paul Sartre en zijn vaste vriendin Simone de Beauvoir brengen tijdens hun bezoek aan Cuba op 23 februari 1960 een bezoek aan de armoede wijk "Manzana de Gomez" in de stad Santiago de Cuba. De Beauvoir zou bij het aanschouwen van de wijk gezegd hebben "dit is het zwarte beest". Van Sartre zijn de woorden opgetekend dat "het een bewijs van rijpheid was om het te laten zien." (Sartre por Korda, Cuba Imagen 2006, blz.20 en 21) |
De vraag is waarom werd
Sartre communist en hoe paste hij communistische opvattingen in zijn
existentialistische filosofie? De Franse filosoof Bernard-Henry Levy
heeft in zijn boek 'De eeuw van Sartre' (uitgeverij Bert Bakker, 2004
Amsterdam) voor ons met veel ijver en nauwgezetheid de antwoorden op
de 2 vragen opgezocht. Zelf formuleert hij de eerste vraag uitvoerig
en nauwkeurig.
“Wat is er
gebeurd, wat heeft er kunnen gebeuren, in zijn werk, in zijn leven,
misschien op het snijvlak van zijn werk en leven, (…), dat deze
vrije man, deze rebel, dit flamboyante personage, deze dandy, deze
resolute en overtuigde antitotalitair, die ik de 'eerste Sartre' heb
genoemd, alles wat zijn charme vormde de rug toekeert en deze totaal
ontspoorde man wordt, een handlanger van de ergste stalinisten, die
van Wenen tot Moskou of van Havana tot Peking standpunten inneemt en
teksten spuit waar noch de nevel noch de theorema's van dwaling en
waarheid een verklaring kunnen geven? Dat is de moeilijkste vraag.”
(Levy,
blz. 391)
Levy
speurt in de boeken, teksten en brieven van Sartre naar antwoorden.
Zijn geluk is dat Sartre zelf ook spreek van bekering en ommekeer in
zijn leven. “Hij
(Sartre
dus) zegt (…) dat er inderdaad een gebeurtenis is
die zowel zijn leven als zijn werk raakte en die het uitgangspunt is
geweest van een 'bekering', van een 'metamorfose', of, zoals zijn
voormalige meester Heidegger het noemde: van een 'grote wending'
(Kehre). Hij zegt herhaaldelijk, en met een volharding
die op het laatst gaat irriteren, dat hij een schok heeft
ondergaan; dat die schok waarschijnlijk niet meteen alles heeft
veranderd; dat de effecten niet direct voelbaar werden; maar dat het
als een diepe trilling was, een tijdbom, een langzaam werkend vergif
dat zijn aderen en zijn gedachten is binnengedruppeld. Die
gebeurtenis is 1940.” (Levy,
blz.392)
Volgens
Levy heeft
Sartre die schok gekregen “in de heuvels van Trier waar
hij zeven maanden gevangen zat in Stalag XII D.”
“In het kamp heb ik een vorm van collectief leven
hervonden die ik niet meer had meegemaakt sinds de Ecole Normale; wat
ik prettig vond 'in het kamp' was 'het gevoel deel uit te maken van
een massa'; en ik mag wel zeggen dat ik er 'al bij al gelukkig' ben
geweest.”, zo zou Sartre tegen
John Gerassi gezegd hebben. (Levy,
blz.392) Ik
verwijs ook naar de bespreking van het boek “Talking with Sartre:
Conversations and Debates” van John Gerassi (Yale University Press
2009) door Joseph L.Walsh, 'Sartre: Coversations with a 'Bourgeois Revolutionary', In Monthly Review – An independent socialist
magazine, 2010, Volume 62, Issue 02 (June).
Levy
verwijst ook naar Sartre's
autobiografie 'Les Mots'
(1964) waarin hij vertelt over “ 'het egalitair gebrek
aan comfort' van de zaaltjes van een buurtbioscoop waar hij , alleen
met zijn moeder die nog niet mevrouw Mancy was, heeft leren genieten
van de onderdompeling in een anonieme, klamme, warme 'menigte': die
naaktheid en dat 'obscure besef van het gevaar een mens te zijn' heb
ik 'nooit teruggevonden' tot 'in 1940 in Stalag XII D.” (blz.392)
 |
| Grote delen van Havana zijn sinds het bezoek van Sartre aan Cuba in 1960 veranderd in armoede wijken zoals je kunt zien op deze foto van de San Ignaciostraat in Havana, gemaakt in het jaar 2008. Veelzeggend is het bord dat aan de muur rechts hangt: "Verboden puin en ander vuil te storten. Gooi het in de containers van Cuba y Acosta of Cuba y san Isidro. Hygiëne is gezondheid." Getekend door o.a. het Wijk Comité voor de Verdediging van de Revolutie (CDR) |
Levy
blijft bewijzen aanslepen van de schok van
Sartre's bekering.
Een bekering die lijkt op iets
weg heeft van die van Saulus
de Christen vervolger tot de
Heilige Paulus, de volgeling van Christus die een grote rol heeft
gespeeld in de verspreiding van het Christendom
in het Middellandse
zeegebied
en uiteindelijk hele Europa. (Zie het 'Nieuwe Testament, Galaten 1:13-24') en Paulus (Apostel) in Wikipedia.
“Hoor wat hij
(Sartre) veel later
zegt in zijn interviews met Victor en Gavi, niet alleen over de
gevangenschap, maar over de hele oorlog: 'Wat betreft dat keurig
atoompje dat ik dacht te zijn', hadden zich 'machtige krachten' van
hem meester gemaakt die hem 'naar het front stuurden met de anderen
zonder hem zijn mening te vragen'; de oorlog en later de
gevangenschap boden 'mij de gelegenheid tot een langdurige
onderdompeling in de massa waar ik niet meer dacht bij te horen, maar
die ik in wezen nooit verlaten had'; de beproeving heeft me de 'de
ogen geopend'.” (blz.392)
 |
| Ook op deze foto, gemaakt in 2008 in Havana, is te zien hoe groot het verval en de armoede is in Havana, de hoofdstad van Cuba. |
Sartre
schreef in zijn 'Autoportrait à soixante-dix ans' (1975) dat hij
“van het individualisme en het zuivere individu van voor
de oorlog is overgestapt naar het sociale, naar het socialisme”.
Dat zou de echte wending in zijn leven zijn geweest, het is als het
ware de scheidslijn tussen de 'eerste' en de 'tweede Sartre”.
Levy
krijgt niet genoeg van zijn speurtocht in de krochten van Sartre's
ziel naar diens voor Levy
schokkende bekering. Een
bekering die zoals ik hierboven al aangaf een religieus karakter had,
een nieuwe geloofsbelijdenis. Hij
komt terecht bij godbetert Kerstmis, het
meest religieuze verhaal dat er bestaat.
Het verhaal dat ook nog eens
haaks staat op de filosofie van Sartre die immers niet geloofde dat
de geboorte van een kind, welk kind dan ook, een teken van hoop zou
kunnen zijn voor de mensheid. Maar volgens Levy is het kerstverhaal
Bariona dat Sartre
in de kerstnacht van 1946 in het kamp schreef
en waar het ook werd opgevoerd, een
van de sleutels
tot de
bekering van Sartre. In een
lezing in New
York zegt Sartre zelf
daarover dat hij “bij
die gelegenheid, toen ik me over het voetlicht heen tot mijn
kameraden richtte, tegen hen over gevangenschap praatte, toen ik zag
hoe opmerkelijk stil en aandachtig ze plotseling werden, begreep ik
wat theater moest zijn: een groot religieus collectief fenomeen.”
(Levy, blz. 393)
De
conclusie van Levy is radicaal en duidelijk: “Sartre was
als individualist het kamp in gegaan. Voor we hem achterlieten was
hij anarchist, dandy en Stendhaliaan.”
Voor het kamp had Sartre zelfs een hekel aan het collectief. “Het
collectief, zelfs het idee van het collectief, diende volgens hem
alleen als verderfelijke machine om mensen te knechten en te
ontmoedigen in opstand te komen. Het nieuwe is dat deze jonge
Nietzscheaan, deze man van het overzicht en de argwaan,
zwaar gekant tegen de de wet van het aantal, deze radicale
individualist die achter alle groepen, en vooral achter groepen die
beweren dat ze gelukkig zijn, het grote despotische en dodelijke dier
rook, nu zijn Nietscheaanse houding afzweert en het
'socialisme' en de 'solidariteit' beweert te ontdekken...” (Levy,
blz. 394 en 395)
Voor
Levy zijn er geen
woorden genoeg om de bekering van
Sartre te duiden.
Misschien overdrijft hij hier en daar wel een beetje, het leven is
nu eenmaal sterker dan de leer, maar dat er 2 Sartre's waren, zowel
in zijn
leer als in zijn
leven, staat wel vast. Waarom die radicale
bekering? Mijn part werd
Sartre door de oorlog en in het gevangenkamp socialer, meevoelender
en kreeg hij meer oog voor de medemens
of wie weet minder afkeer
maar daarom hoef je toch nog geen communist of
nog erger stalinist, Maoïst of Fidelist te worden? Hij had toch ook
net zoals zoveel anderen voor en na hem, sociaal democraat of
democratisch socialist kunnen worden of is dat te nuchter Nederlands
geredeneerd? Dat is mooi een
vraag voor een nieuw
blog.