Posts tonen met het label lpf. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lpf. Alle posts tonen

woensdag 9 september 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA, DEEL 8. JAN PETER BALKENENDE

 

Kabinet Balkenende II (2003-2006) met voor de kijker links van koningin Beatrix Jan Peter Balkenende, rechts vice-premier Gerrit Zalm (VVD) en naast Balkenende vice-premier Thom de Graaf.


Na de verkiezingen in 2002, waarin de drie paarse partijen worden afgestraft met een historisch verlies van maar liefst 43 zetels, is het niet verwonderlijk dat winnaar CDA uiteindelijk met de grote winnaar, de Lijst Pim Fortuyn een coalitie vormt.


Dat was voor veel links liberale kiezers goed schrikken. Zij dachten dat het land voorgoed bevrijd zou zijn van Christelijke politiek, zeg maar de politieke voltooing van de ontkerkelijking. Maar het CDA was weer terug en hoe, als grootste partij nog wel. En dan ook nog een CDA dat samenwerkt met de uitgesproken vijand van paars, de partij van de vermoorde Fortuyn LPF. 


De enige partij die zich naast de LPF als derde coalitiegenoot leende, was de centrum rechtse VVD. Ook die had flink verlies geleden maar als rechtse partij staat ze het minst ver af van Fotuyn’s erfenis. Helaas voor de centrum-rechtse coalitie was de pas opgerichte LPF niet rijp om te regeren. 


De partij was ideologisch, programmatisch en organisatorisch niet klaar voor de kabinetsklus. Het overrompelende succes van Fortuyn had bovendien te grote ego’s met weinig politieke ervaring aangetrokken. Het gevolg is dat het kabinet Balkende ten onder gaat in politieke geharrewar. Het jaar daarop - 2003 - volgden daarom alweer nieuwe verkiezingen.


Die kostten de onderlinge ruziemakers van de LPF de kop. De winnaar van amper een jaar eerder, verliest maar liefst 18 van de 26 zetels. Gezien haar korte bestaan en het interne gebakkelei, was de partij daarna geen lang leven meer beschoren.


Nog voor de verkiezingen was PvdA partijleider Ad Melkert opgevolgd  door Wouter Bos, vergezeld van voormalig FNV voorzitter Johan Stekelenburg als lijsttrekker voor de Eerste Kamer. Het duo was tot op zekere hoogte een vervolg op Kok: Bos de manager en Stekelenburg  de vakbondsman.


De PvdA kwam aldus terug met 42 zetels. Maar verrassend genoeg troefde het CDA de PvdA af met 2 zetels meer. Wie had dat kunnen denken na de val van Balkenende I? De VVD herstelde zich met een winst van 4 zetels. Alleen D66 bleef zitten met een paarse kater.


Hoe dan ook, de traditionele machtspartijen hadden het heft weer in handen. Ze hadden de storm van Fortuyn toch maar mooi doorstaan. Ze dronken een glas, deden een plas en alles bleef zoals het was. 


Balkenende gaat niet over links. De politieke wind komt van rechts. Het wordt een centrum rechtse coalitie met de VVD en met D66 als noodzakelijke bijwagen. Samen zijn ze goed voor 78 zetels. 


In crisistijd moet er bezuinigd worden. Balkende II sneed in de vetrandjes van de welvaartsstaat. De economische terugval werd door loonmatiging en nieuwe bezuinigingen opgevangen. Het D66 kroonjuweel van de gekozen burgemeester kwam door toedoen van de immer brutale meester Wiegel niet door de Eerste Kamer, terwijl de VVD in de regering zit met D66. D66 Vice-premier Thom de Graaf houdt het voor gezien, maar zijn partij bleef wel in de regering.


Binnen de VVD ontstond een debat over een meer rechts -conservatieve koers aangevoerd door kamerlid Wilders. De anti-moslim opstelling was geradicaliseerd door de aanslagen in New York (11 september 2001) waarbij twee passagiersvliegtuigen zich in de torens van het Wereld Handels Centrum boorden. Daarbij vielen bijna 3000 doden.


Het debat tussen Wilders en zijn Tweede Kamer fractie o.l.v Jozien Van Aartsen liep vast. Van Aartsen wilde of kon Wilders niet binnen de fractie houden. In 2004 stapte Wilders uit de fractie maar bleef zijn zetel aanhouden in de Tweede Kamer onder de naam “Groep Wilders”. Het onvermogen van de VVD fractie om Wilders binnen boord te houden, zou nog grote gevolgen krijgen voor de Nederlandse politiek.


dinsdag 8 september 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA. DEEL 7. AD MELKERT

 

De foto met links PvdA leider Ad Melkert en rechts Pim Fortuyn van Leefbaar Rotterdam werd gemaakt  na het lijsttrekkersdebat op TV gehouden n.a.v. de gemeenteraadsverkiezingen op 6 maart 2002. Melkert staat onverschillig chagrijnig zijn nederlaag te verwerken. Fortuyn geniet van zijn triomf in Rotterdam. De ontmoeting is iconisch geworden omdat ze de onmacht van links in beeld brengt om een debat aan te gaan met Fortuyn.


Na twee kabinetten paars besloot Kok dat het genoeg was het geweest. Eind 2001 kondigde hij zijn besluit om als PvdA partijleider te stoppen. Kok schoof zwaargewicht Ad Melkert, voormalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en daarna PvdA fractieleider naar voren als zijn opvolger.  


Een belangrijke politieke trofee van Melkert waren de zogeheten Melkertbanen die tijdens zijn ministerschap tot stand kwamen. Melkertbanen waren door de overheid gesubsidieerde banen om langdurige werklozen (mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt) aan werk te helpen.


Melkert stond voor de zware taak de erfenis van Kok politiek veilig te stellen tegenover de kritiek van Pim Fortuyn. Hij had daarvoor niet veel tijd. In 2002 zouden verkiezingen worden gehouden voor de gemeenteraad en het parlement. Het was de vraag of Melkert opgewassen zou zijn tegen de snedige Pim Fortuyn die zijn kritiek op paars intussen landelijke bekendheid gaf.


Dat was niet het geval zo bleek tijdens een laat op de avond TV debat tussen Ad Melkert en Pim Fortuyn over de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen. Fortuyn had in Rotterdam een verpletterende zege behaald, een zege die weinig goeds voorspelde voor de naderende parlementsverkiezingen.


Ad Melkert toonde openlijk, d.w.z. voor het scherpe oog van de camera, zijn ongemak over het succes van Fortuyn. Men leefde in de verwachting dat de opvolging van Kok die de PvdA had klaar gestoomd voor de nieuwe tijd, een fluitje van een cent zou zijn. Die avond bleek dat allerminst het geval te zijn. Fortuyn verklaarde op basis van de Rotterdamse overwinning doodleuk dat hij wel eens de volgende premier van Nederland zou kunnen worden. 


Zo ver kwam het niet. Hij werd op 6 mei 2002, negen dagen voor de verkiezingen, bruut vermoord door de links-extremist en milieuactivist Volkert van der Graaf. Een moord die Nederland schokte. De kogel kwam van links, aldus de bittere vaststelling bij de aanhangers van Fortuyn.


Melkert bleek niet opgewassen tegen deze politieke storm van kritiek plus moord. Zijn onvermogen om het zeer moeilijke politieke debat aan te gaan met Pim Fortuyn zou niet alleen de PvdA opbreken maar uiteindelijk de hele Nederlandse politiek. De polarisering kreeg bijgevolg een flinke impuls. 


Melkert zelf betaalde als eerste de prijs voor dat onvermogen. De PvdA verloor 22 zetels (van 45 naar 23). D66 en VVD betaalden eveneens een prijs voor paars, maar iets minder dan de PvdA. D66 werd in zetels gehalveerd (van 14 naar 7). De VVD verloor 14 van de 38 zetels. 


Met de 26 zetels winst van de Lijst Pim Fortuyn en 14 zetels winst voor het CDA was het politieke landschap drastisch veranderd. Melkert verdween als partijleider en uit de Nederlandse politiek. Hij werd nog datzelfde jaar als partijleider en fractievoorzitter opgevolgd door Wouter Bos.

donderdag 3 september 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA. DEEL 6. PIM FORTUYN

 

Met de slogan "Ik heb d'er zin an. At your service!" presenteerde Pim Fortuyn zich direct als de dienaar van het Nederlandse volk en als het alternatief voor de gevestigde politieke orde. De uitspraak groeide al snel uit tot zijn absolute handelsmerk en lijfspreuk. Hij deed de uitspraak in 2001 tijdens een lijsttrekkersdebat voor de partij "Leefbaar Nederland" waarbij hij tot lijsttrekker werd gekozen.

Het is al aan het begin van de paarse kabinetten Kok I (1994-1998) en Kok II (1998-2002) dat de toen nog niet zo bekende socioloog, hoogleraar, columnist en politicus Pim Fortuyn het boek “De verweesde samenleving” publiceerde. De titel verwijst naar zijn stelling dat door verlies aan onderlinge verbondenheid in de samenleving, de burger ‘verweesd’ raakt.


De ontzuiling, de ontkerkelijking en de ont-ideologisering zou niet opgevolgd zijn door een alles omvattend waardensysteem dat de burgers verbindt. Het is een “ieder voor zich’ samenleving geworden. Een lot dat ook gezinnen treft. De materiële welvaart maakt participerende burgers tot consumenten. Het koopkrachtplaatje regeert. De spirituele leegte is navenant.


De overheid is niet in staat om de geïndividualiseerde samenleving tot een nationale gemeenschap te vormen gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en gedeelde zorg. In de plaats van de samenleving zijn omvangrijke bureaucratieën gekomen die administratief zijn ingericht op basis van kosten-baten analyses en efficiënt management.


Als gevolg van onverwachte migratiestromen met arbeidskrachten vanuit de Europese Unie en vluchtelingen uit de rest van wereld ontstaat een multi-culturele samenleving die de eigen cultuur bedreigt. 


Fortuyn bespeurt dat veel burgers zich daarbij ongemakkelijk en onmachtig voelen. Hij sluit zich aan bij de partij ‘Leefbaar Nederland’. Fortuyn wordt in 2001 lijsttrekker van die partij. In 2002 verschijnt zijn boek “De puinhopen van 8 jaren paars”, een aanklacht tegen de paarse kabinetten. Hij stelt vast dat paars (PvdA, VVD en D66) een wezenloze, technocratische managementcultuur als een verstikkend deken over samenleving en maatschappij heeft gelegd. Burgers zijn nog slechts klanten of consumenten van de overheid.


Hij wijst op de onpersoonlijke gezondheidszorg met lange mensonterende wachtlijsten. De schaalvergroting in het onderwijs dat de leerlingen reduceert tot onderwijsconsumenten en de groeiende criminaliteit waarbij de grip van de overheid op de straat is verdwenen.


Fortuyn is een scherp analyticus met een al even scherpe tong. Hij neemt geen blad voor de mond wat de schok onder de aanhangers van paars nog groter maakte. In plaats van dat er een debat ontstaat over zijn kritische noten, zetten linkse kringen en media hem weg als een rechtse populist die een bedreiging zou zijn voor de maatschappij en de rechtsorde.


Anderzijds bezorgt zijn onversneden kritiek hem een grote aanhang. Als zijn  partij “Leefbaar Nederland” hem het leiderschap wil ontnemen naar aanleiding van zijn uitspraak dat de islam een achterlijke cultuur is, richt hij zijn eigen partij “Lijst Pim Fortuyn” op. De meeste leden van Leefbaar Nederland sloten zich aan bij zijn partij.

woensdag 31 januari 2024

VOER VOOR POLITICOLOGEN 27. HET VERVAL VAN DE VOLKSPARTIJEN


 

Met de verkiezingsoverwinning van de partij Wilders (PVV) is een einde gekomen aan de langdurige dominantie in de Nederlandse politiek van de drie volkspartijen CDA, PvdA en VVD.  


Vanaf 1971 tot aan de verkiezingen vorig jaar zijn CDA en PvdA elk 6 keer de grootste partij geweest en de VVD vier keer. Sinds de Tweede Wereldoorlog waren de Christelijke partijen zowat altijd aan de macht. Met de overwinning van Wilders kwam een einde aan 52 jaar dominantie van de drie volkspartijen. 


De drie volkspartijen staan voor de drie belangrijkste politieke stromingen, liberalisme, socialisme en confessionalisme. Ze dateren uit de vorige eeuw en hebben ruwweg 120 jaar lang het politieke landschap gedomineerd. Nederland is geworden wat het is mede dankzij deze drie stromingen.


De afkalving begon bij de PvdA. Na twee paarse kabinetten Kok (PvdA) met VVD en D66, het eerste zonder CDA, verscheen Pim Fortuyn met zijn boek “ De Puinhopen van Paars”. De PvdA zette de kritiek (arrogant?) weg als rechts populisme. Partijleider Melkert was fysiek niet in staat om met Fortuyn als politicus om te gaan, zo zagen we op TV. Drie maanden na de boekpresentatie werd Fortuyn door een linkse milieu- activist doodgeschoten.


Bij de daarop volgende verkiezingen won de partij van Pim Fortuyn in een klap 27 zetels. Het CDA werd met 43 zetels de grootste waarna de kabinetten Balkenende (CDA) werden geformeerd. De partij van Fortuyn LPF maakte deel uit van het eerste kabinet Balkenende maar hun deelname was geen succes. De partij was onvoorbereid en miste sturing. 


In 2004 kwam het tot een breuk tussen Geert Wilders en de VVD. In 2006 neemt hij met zijn pas opgerichte partij PVV voor het eerst deel aan de Tweede Kamer verkiezingen. Van een partij in de klassieke zin van het woord is geen sprake. Wilders is een einzelganger die graag de touwtjes in handen houdt. Hij is het enige partijlid. Een tot dan onbekend fenomeen in de Nederlandse politiek.


Hij behaalde 9 zetels. Bij de verkiezingen in 2010 wordt hij met 24 zetels ineens de derde partij van het land. Blijkbaar zit de onvrede over de bestaande politiek diep. Het CDA werd de vierde partij (verlies 20 zetels). Aldus kwam een einde aan de kabinetten Balkenende .


De grootste partij werd de VVD met Rutte (31 zetels). Wilders gaf  gedoogsteun aan het kabinet Rutte I. De keus voor een kabinet met gedoogsteun van Wilders leidde tot een bijna scheuring in het CDA tussen preciezen en pragmatici, een strijd waar ze zich nooit helemaal van hersteld heeft. De partijleiding neigt naar links, de kiezers naar rechts. 


De voorstanders wonnen nipt het pleit maar het kwaad was geschied. Het CDA bleek net als de PvdA geen antwoord te hebben op het rechtse nationalistische populisme van Wilders. Het kabinet werd  geen succes omdat Wilders halverwege de rit zijn gedoogsteun introk. Vanaf toen werd de populist Wilders bestempeld als een onbetrouwbare partner.


Het antwoord van Rutte op Wilders was zijn uitsluiting vooraf (cordon sanitair, afgekeken van de Belgische politiek?). De VVD werd de grootste, de PvdA tweede maar de PVV ondertussen wel de derde partij van het land. Het CDA herstelde niet van de interne problemen en werd na de SP (15 zetels) de 5e partij met 13 zetels.


Rutte II werd over links geformeerd. De twee partijen VVD en PvdA hadden samen 79 zetels behaald.  De samenwerking met de VVD werd de PvdA onder fractieleider Samsom, die een nieuw ideologisch paradigma in de partij introduceerde - de klimaatstrijd - uiteindelijk fataal. Bij de daarop volgende verkiezingen in 2017 behaalde de partij nog slechts 9 zetels. Een deel van de traditionele PvdA stemmers herkende zich niet meer in de partij. 


Het CDA herstelde bij de daarop volgende verkiezingen (2017) enigszins met 19 zetels, de VVD was opnieuw winnaar met 33 zetels. Geert Wilders werd de tweede partij van het land met 20 zetels, maar zoals door Rutte beloofd, buiten de regeringsmacht gehouden. Rutte 3 werd een centrum-links kabinet (VVD, CDA, D66 en CU). 


Rutte 4 (2022 tot vandaag)  werd een herhaling van Rutte 3 maar met andere onderlinge machtsverhoudingen. D66 was met 24 zetels tweede geworden na de VVD (34 zetels) . Het CDA na Wilders (17 zetels) vierde partij (15 zetels). 


Hoewel politiek breed opgezet wisten Rutte 3 en 4 geen antwoord te geven op de groeiende problemen van het land rond migratie, woningbouw, de zelf geschapen klimaatproblemen enz.  Het kabinet wilde veel, was eigenlijk overmoedig (D66 wilde de helft van de boeren afschaffen) en had geen politieke controle over haar eigen doelstellingen. Stichtingen als Urgenda en Milieudefensie bepaalden via de rechter het beleid.


Wilders wist het gebrek aan initiatief o.a. als gevolg van een vastlopende technocratische bureaucratie (stikstof, warmtepompen, zonnepanelen, windmolens, elektrische auto’s enz.)  handig uit te buiten op het politieke toneel.


De pseudo-partij Wilders won de verkiezingen met een verrassende 37 zetels. De VVD viel terug tot 24 zetels (min 10 zetels). Het CDA en D66 vielen terug tot een respectievelijk 5 en 9 zetels. De PvdA wist zich min of meer te redden door een pré-fusie met Groen Links.


De combinatie voormalige Arbeiderspartij met de Grachtengordel leverde 25 zetels op, maar is te weinig om een kabinet over links te formeren. Het is een combinatie zonder overtuiging, meer een overlevingscombinatie. De uitslag bevestigde dat de linkse wind naar rechts was gedraaid.


De klassieke partijen zijn hierdoor ontregeld geraakt en niet alleen zij, ook de media. De PvdA is onthand, het CDA is richtingloos en of de VVD stand zal houden tegen de ontregelende krachten valt te bezien. 


De kans is groot dat de politieke kaart van Nederland na 2023 heel anders ingekleurd gaat worden met de volkspartijen hooguit nog in een bijrol. Dat zal wennen zijn voor die partijen. 


dinsdag 24 april 2012

MESSEN ROND WILDERS WORDEN GESLEPEN



De messen worden opnieuw geslepen. De tegenstanders van de gedoogcoalitie menen met de val van Rutte I dat nu het moment is aangebroken om hun gelijk te kunnen halen. Zie je wel, Wilders en de PVV zijn onbetrouwbaar, roepen ze in koor. Zeker, maar wie niet in de politiek? Dit kabinet is niet het eerste dat valt vanwege de slappe knieën van een van de regeringspartners en het zal ook niet het laatste zijn.

Wat deed PvdA leider Bos met het kabinet Balkenende IV? Met nog maar een jaar te gaan, liet hij het vallen. Onbetrouwbaar heette dat bij de regeringspartij CDA. Het is maar hoe je het bekijkt. Achteraf kun je Bos verwijten dat zijn breuk met het CDA de basis heeft gelegd voor de gedoogcoalitie. Maar met wijsheid achteraf koop je in de politiek niet veel. Vraag maar aan Bos zelf die net met het rapport van de Tweede Kamer commissie De Wit om de oren is geslagen over zijn optreden tijdens de Fortis-ABN AMRO crisis

Wat ik nog gekker vind is dat deze gelijkhebbers niet zien dat de deelname van Wilders aan de regering er toe heeft geleid dat de spanningen in de PVV fractie en de partij sterk zijn toegenomen, zo sterk zelfs dat er nu sprake is van een breuk. Zou dat ook gebeurd zijn als Wilders comfortabel in de oppositiebanken zijn kiezers met populistische slogans had kunnen blijven bedienen? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Dank zij de gedoogcoalitie gaat de PVV langzaam dezelfde kant op als indertijd de LPF. Het vakkundige maar autocratische leiderschap van Wilders kan weliswaar de afgang van de PVV nog een tijd uitstellen maar uiteindelijk zal de PVV net als de LPF en TON aan intern gekrakeel, bestuurlijke miskleunen en teleurstellende resultaten ten onder gaan.

Dat zal overigens de Nederlandse politiek niet verlossen van het probleem dat een groot deel van de PVV kiezers (en ook de SP), die zich al dan niet terecht het slachtoffer voelen van veranderingen en bezuinigingen, opnieuw een spreekbuis kwijt raken. Dat zal bij hen mogelijkerwijs leiden tot grotere politieke rancune en onverschilligheid. Dat is uiteraard dan weer een slechte zaak voor de democratie. Over dat probleem hoor ik de gelijkhebbers nooit. Als ze maar gelijk hebben, dat is hun genoeg.